Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2015/2596(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : B8-0235/2015

Ingediende teksten :

B8-0235/2015

Debatten :

PV 12/03/2015 - 4
CRE 12/03/2015 - 4

Stemmingen :

PV 12/03/2015 - 8.8
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2015)0078

Aangenomen teksten
PDF 131kWORD 185k
Donderdag 12 maart 2015 - Straatsburg Definitieve uitgave
Duurzame exploitatie van zeebaars
P8_TA(2015)0078B8-0235/2015

Resolutie van het Europees Parlement van 12 maart 2015 over de duurzame exploitatie van zeebaars (2015/2596(RSP))

Het Europees Parlement,

–  gezien de ontwerpresolutie van de Commissie visserij,

–  gezien artikel 123, lid 2, van zijn Reglement,

A.  overwegende dat de wetenschappelijke informatie over de situatie van het zeebaarsbestand ontoereikend is, in het bijzonder de beschikbare gegevens over de precieze grenzen, migratieroutes en de plaatsen van de voortplanting van de zeebaars;

B.  overwegende dat de Internationale Raad voor het onderzoek van de zee (ICES) vier verschillende zeebaarsbestanden onderscheidt: Keltische Zee/Kanaal/Noordzee, Golf van Biskaje, de westelijke Iberische wateren, en de wateren ten westen van Schotland/Ierland;

C.  overwegende dat verschillende studies aantonen dat de bestandssituatie van de zeebaars zorgwekkend is, ondanks de eerder door de Commissie genomen noodmaatregelen;

D.  overwegende dat de zeebaars nog altijd een zeer hoog sterftecijfer heeft en een langzaam groeiende vissoort is die laat geslachtsrijp wordt, en dat het dus nog lang zal duren voordat de zeebaars terug zal zijn bij zijn oorspronkelijke bevolkingsomvang;

E.  overwegende dat de zeebaars een edele vissoort is die in de visserijsector erg in trek is vanwege zijn aanzienlijke economische waarde;

F.  overwegende dat een aanzienlijk aantal vissersvaartuigen deelneemt aan de zeebaarsvisserij, en dat deze vorm van visserij vele verschillende praktijken kent (vaartuiggrootte, visseizoenen en gebruikt vistuig);

G.  overwegende dat veel zeebaars in de recreatievisserij wordt gevangen en dat deze vangsten ten minste een kwart van de totale zeebaarsvangst vertegenwoordigen;

H.  overwegende dat in Verordening (EU) nr. 1380/2013 van 11 december 2013 inzake het gemeenschappelijk visserijbeleid(1) is bepaald dat bestanden boven het niveau dat de maximale duurzame opbrengst kan opleveren, moeten worden gebracht en behouden;

I.  overwegende dat voor de zeebaars geen totaal toegestane vangst (TAC) is vastgesteld;

J.  overwegende dat de Commissie door middel van noodmaatregelen een verbod heeft ingesteld op de vangst van zeebaars met pelagische trawls in de Keltische Zee, het Kanaal, de Ierse Zee en de zuidelijke Noordzee tot en met 30 april 2015;

K.  overwegende dat de reeds getroffen nationale beheersmaatregelen onvoldoende zijn voor het behoud van de soort en geen oplossing bieden voor de problemen van het delen en de toegang tot de hulpbronnen ;

L.  overwegende dat de exploitatie van de zeebaars in het bijzonder tijdens de paaitijd moet worden beperkt aangezien de vernieuwing van het bestand hierdoor zichtbaar wordt vertraagd en het bestand zich hierdoor niet kan herstellen;

M.  overwegende dat in Ierland de zeebaarsvisserij is voorbehouden aan recreatievissers;

N.  overwegende dat het Wetenschappelijk, Technisch en Economisch Comité voor de visserij (WTECV) heeft aanbevolen om de vissterfte van de zeebaars tot ongeveer 60 % te reduceren;

O.  overwegende dat de Inter-AC Working Group on sea bass (gezamenlijke adviesraad - werkgroep zeebaars) Europese beheersmaatregelen heeft aanbevolen;

P.  overwegende dat voor de duurzame exploitatie van de zeebaars politieke keuzes moeten geworden gemaakt, waarbij alle relevante belanghebbenden moeten worden betrokken;

1.  verzoekt de Commissie en de lidstaten om onderzoek te doen naar de situatie van het zeebaarsbestand en de begrenzing ervan, de migratie van de soort en de exacte voortplantingsplaatsen ervan; verzoekt de Commissie en de lidstaten een bijdrage te leveren aan het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij, dat voorziet in substantiële financiering voor het verzamelen van wetenschappelijke gegevens;

2.  benadrukt dat de omvang van de verschillende zeebaarsvisserijactiviteiten en van de zeebaarsvangst in de recreatievisserij, ten opzichte van de totale vangst, nauwkeurig moeten worden vastgesteld;

3.  is van mening dat maatregelen voor het beheer van de zeebaarsvisserij op Europees niveau nodig zijn voor de bescherming van deze vissoort; is bovendien van mening dat hierbij voldoende rekening moet worden houden met de wetenschappelijke kennis en de nadruk moet worden gelegd op nabuurschapsbeheer en het beginsel van regionalisering;

4.  verzoekt de Commissie een voorstel te doen voor een meerjarig beheersplan voor de zeebaars om het bestand tot boven het niveau van de maximale duurzame opbrengst te brengen; onderstreept dat beroeps- en sportvissers, evenals adviesraden bij de voorbereiding van dit beheersplan moeten worden betrokken;

5.  herinnert eraan dat meerjarige beheersplannen moeten worden opgesteld in overeenstemming met de medebeslissingsprocedure;

6.  is van mening dat voor de ontwikkeling van een meerjarig beheersplan voor de zeebaars, verschillende beheersmaatregelen voor de commerciële visserij moeten worden beoordeeld, met name de vaststelling van de totaal toegestane vangst en de verplichting van een wetenschappelijk onderbouwd besluit inzake de minimummaat bij aanlanding en gebieds- of tijdsgebonden sluitingen ter bescherming van de voortplanting, en andere technische maatregelen;

7.  is zich bewust van de problemen die de vaststelling van een totaal toegestane vangst zou opleveren, in het bijzonder in verband met de berekening van de vroegere vangstniveaus, de verdeling van de quota op nationaal niveau tussen de verschillende activiteiten en het betrekken van de recreatievisserij hierbij, maar benadrukt dat vanwege de absolute noodzaak om een oplossing te vinden voor de huidige situatie van de zeebaarsbestanden, een dergelijke maatregel in overweging moet worden genomen;

8.  is van mening dat EU-maatregelen in de vorm van kwantitatieve beperkingen, die nog nader moeten worden uitgewerkt, voor de recreatievisserij moeten worden vastgesteld;

9.  is van mening dat maatregelen voor de commerciële visserij en de recreatievisserij samenhangend moeten zijn om ervoor te zorgen dat de bestanden boven de maximale duurzame opbrengst worden gehouden, in overeenstemming met de doelstellingen van het gemeenschappelijk visserijbeleid;

10.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Commissie alsmede aan de regeringen en parlementen van de lidstaten.

(1) PB L 354 van 28.12.2013, blz. 22.

Juridische mededeling