Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2015/2582(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Kies een document :

Ingediende teksten :

RC-B8-0236/2015

Debatten :

Stemmingen :

PV 12/03/2015 - 8.10
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2015)0080

Aangenomen teksten
PDF 145kWORD 197k
Donderdag 12 maart 2015 - Straatsburg Definitieve uitgave
Situatie in Venezuela
P8_TA(2015)0080RC-B8-0236/2015

Resolutie van het Europees Parlement van 12 maart 2015 over de situatie in Venezuela (2015/2582(RSP))

Het Europees Parlement,

–  gezien zijn eerdere resoluties over de situatie in Venezuela, vooral die van 27 februari 2014 over de situatie in Venezuela(1) en die van 18 december 2014 over de vervolging van de democratische oppositie in Venezuela(2),

–  gezien zijn resolutie van 20 april 2012 over de rechtszekerheid van Europese investeringen buiten de Europese Unie(3),

–  gezien de persverklaringen van 23 februari 2015, afgelegd door de woordvoerder van de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid Federica Mogherini over de arrestatie van de burgemeester van Caracas, Antonio Ledezma, en de situatie in Venezuela,

–  gezien de verklaring van 26 februari 2015 van de woordvoerder van de VN-secretaris-generaal over de situatie in Venezuela,

–  gezien de verklaring van 25 februari 2015 van de woordvoerder van de VN-secretaris-generaal van de Unie van Zuid-Amerikaanse Naties (Unasur) en voormalig president van Colombia, Ernesto Samper, over de situatie in Venezuela en de dood van de veertienjarige scholier Kluivert Roa,

–  gezien de verklaring van 24 februari 2015 van de Inter-Amerikaanse Commissie voor de rechten van de mens (IACHR),

–  gezien het advies van 26 augustus 2014 van de Werkgroep van de mensenrechtencommissie van de Algemene Vergadering van de VN inzake willekeurige detentie,

–  gezien de verklaring van 20 oktober 2014 van de Hoge Commissaris van de Verenigde Naties voor de mensenrechten over de detentie van demonstranten en politici in Venezuela,

–  gezien het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten, waarbij Venezuela partij is,

–  gezien Verslag 2014/2015 van Amnesty International met de titel "The State of the World’s Human Rights", uitgebracht op 25 februari 2015, en gezien het verslag van Human Rights Watch over Venezuela met de titel "New Military Authority to Curb Protests", uitgebracht op 12 februari 2015,

–  gezien artikel 123, leden 2 en 4, van zijn Reglement,

A.  overwegende dat Antonio Ledezma, tot twee keer toe democratisch gekozen als burgemeester van het hoofdstedelijke gewest Caracas en een van de oppositieleiders, op 19 februari 2015 lukraak werd opgepakt door zwaarbewapende leden van de Bolivariaanse inlichtingendienst (Sebin), die geen arrestatiebevel konden overleggen of enig ander bewijs voor een door hem begaan strafbaar feit; overwegende dat Antonio Ledezma er na zijn aanhouding van werd beschuldigd een samenzweringsverbond te hebben opgericht voor het begaan van misdrijven – waarop in Venezuela zware gevangenisstraffen staan – en gevangen werd gezet in de militaire gevangenis van Ramo Verde;

B.  overwegende dat de gevangenhouding van burgers in een militaire gevangenis onverenigbaar is met de internationale normen; overwegende dat Venezuela de verplichting heeft om het leven, de menswaardige behandeling en de veiligheid te garanderen van alle personen aan wie een vrijheidsstraf is opgelegd, en te waarborgen dat de omstandigheden van de detentie in overeenstemming zijn met de toepasselijke internationale normen;

C.  overwegende dat president Nicolas Maduro op nationale radio en televisie aankondigde een vermeend plan te torpederen om zijn regering via een staatsgreep omver te werpen, waarbij de leiders van het Platform voor Democratische Eenheid, leden van de Nationale Vergadering María Corina Machado en Julio Borges en de burgemeester van Caracas, Antonio Ledezma, betrokken zouden zijn; overwegende dat deze oppositieleiders ook in verband worden gebracht met een plan voor de moord op oppositieleider Leopoldo López die al meer dan een jaar in een militaire gevangenis verblijft; overwegende dat de heer López sindsdien fysiek en mentaal gefolterd wordt en zijn gevangenschap in eenzame opsluiting moet doorbrengen;

D.  overwegende dat president Maduro tevens melding heeft gemaakt van bizarre vermeende buitenlandse complotten, destabilisatieplannen en pogingen tot moord, die bij diverse gelegenheden zijn gemeld door de overheid;

E.  overwegende dat leiders van de democratische oppositie in het verleden herhaaldelijk en ten onrechte beschuldigd zijn van medeplichtigheid aan vermeende plannen voor destabilisatie en staatsgrepen; overwegende dat de intimidatie en de ondermaatse behandeling van gevangengenomen oppositieleiders en studenten die deelnamen aan de protesten van 2014 zijn toegenomen; overwegende dat Leopoldo López, Daniel Ceballos en andere leden van de politieke oppositie nog altijd zonder juridische grond in hechtenis worden gehouden, overwegende dat María Corina Machado onrechtmatig en willekeurig uit haar ambt werd ontheven en uit het Venezolaanse parlement werd gezet, en overwegende dat de Venezolaanse regering dreigt de immuniteit van parlementslid Julio Borges op te heffen;

F.  overwegende dat het vermoeden van onschuld geldt als geschonden wanneer een persoon die strafrechtelijk wordt vervolgd in voorarrest wordt gehouden zonder deugdelijke rechtvaardiging, aangezien in zo'n geval de detentie een strafmaatregel wordt in plaats van een voorzorgsmaatregel;

G.  overwegende dat volgens lokale en internationale organisaties één jaar na de vreedzame demonstraties meer dan 1 700 betogers in afwachting zijn van een proces, meer dan 69 personen nog in hechtenis zitten en ten minste 40 mensen bij de protesten zijn omgekomen, terwijl de daders vooralsnog vrijuit gaan; overwegende dat de politie, leden van de Nationale Garde en ongecontroleerde, gewapende, regeringsgezinde groeperingen met buitensporig machtsvertoon en stelselmatig geweld tegen de demonstranten zijn opgetreden;

H.  overwegende dat een democratisch land de leiders van de politieke oppositie niet mag criminaliseren en de deelname van alle partijen aan het politieke leven van het land moet garanderen, evenals de mensenrechten van iedereen die verklaart deel uit te maken van de oppositie, zoals Human Rights Watch op 24 februari 2015 stelde;

I.  overwegende dat leden van het hooggerechtshof het beginsel van de scheiding der machten openlijk hebben verworpen, in het openbaar kenbaar hebben gemaakt bereid zijn mee te werken aan de tenuitvoerlegging van de politieke agenda van de regering, en herhaaldelijk uitspraken hebben gedaan in het voordeel van de regering, waarmee ze diens minachting voor de mensenrechten bestaansrecht geven; overwegende dat de regeringsgezinde meerderheid in de Nationale Vergadering in december 2014 12 nieuwe leden van het hooggerechtshof benoemde bij gewone meerderheidsstemming, nadat het niet gelukt was een tweederdemeerderheid te verwerven waarvoor consensus met de oppositie nodig was geweest;

J.  overwegende dat uit hoofde van de nieuwe Resolutie 8610 van het ministerie van Defensie het leger gemachtigd is vuurwapens te gebruiken om de orde te handhaven bij "openbare bijeenkomsten en vreedzame betogingen"; overwegende dat krachtens artikel 68 van de Venezolaanse grondwet het gebruik van vuurwapens en giftige stoffen om de orde te bewaren bij vreedzame betogingen verboden is; overwegende dat volgens de internationale normen de inzet van militaire troepen bij openbare veiligheidsoperaties beperkt moet worden;

K.  overwegende dat de veertienjarige scholier Kluivert Roa op 24 februari 2015 werd doodgeschoten tijdens een demonstratie over de schaarsheid van voedsel en medicijnen in San Cristobál, in de provincie Táchira, waarmee hij het eerste slachtoffer werd nadat het gebruik van vuurwapens was toegestaan om betogingen de kop in te drukken; overwegende dat het openbaar ministerie op 25 februari 2015 verklaarde dat een politieagent onder andere was beschuldigd van moord met voorbedachten rade;

L.  overwegende dat vrijheid van meningsuiting en het recht om deel te nemen aan vreedzame betogingen de hoeksteen vormen van de democratie; overwegende dat gelijkheid en gerechtigheid voor iedereen onmogelijk zijn zonder fundamentele vrijheden en eerbiediging van de rechten van alle burgers; overwegende dat in vele berichtgevingen wordt bevestigd dat de media in steeds grotere mate te maken hebben met censuur en intimidatie;

M.  overwegende dat Venezuela het land met de grootste energievoorraden in Latijns-Amerika is; overwegende dat er onder de Venezolaanse bevolking een ernstig tekort bestaat aan elementaire voorzieningen, dat de voedselprijzen zijn verdubbeld en de rantsoenering van voedsel is toegenomen; overwegende dat het onvermogen van het land om de openbare orde te handhaven en de toenemende politieke polarisatie ertoe hebben geleid dat Venezuela een van de meest gewelddadige landen ter wereld is geworden;

N.  overwegende dat alleen eerbiediging van de fundamentele rechten en vrijheden en een constructieve en respectvolle dialoog die plaatsvindt in de geest van verdraagzaamheid Venezuela kunnen helpen een uitweg te vinden uit deze ernstige crisis en toekomstige moeilijkheden te overwinnen;

O.  overwegende dat een begin is gemaakt met een "Mesa de Dialogo" (gesprekstafel) voor de regering en de oppositie, maar dat dit initiatief helaas in de kiem is gesmoord;

P.  overwegende dat in artikel 207 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU) wordt bepaald dat Europese investeringen in derde landen een fundamenteel bestanddeel zijn van het gemeenschappelijke handelsbeleid van de EU en dus een wezenlijk onderdeel vormen van haar externe optreden, en overwegende dat de EU uit hoofde van het Verdrag van Lissabon exclusief bevoegd is op het gebied van buitenlandse directe investeringen, zoals verankerd in artikel 3, lid 1, onder e), artikel 206 en artikel 207 VWEU;

Q.  overwegende dat de Venezolaanse regering een bijzondere verantwoordelijkheid heeft om de beginselen van de rechtsstaat en het internationaal recht na te leven, aangezien het land op 16 oktober 2014 is gekozen als niet-permanent lid van de VN-Veiligheidsraad;

1.  wijst op zijn grote bezorgdheid over de verslechterende situatie in Venezuela en veroordeelt het gebruik van geweld tegen betogers; roept de Venezolaanse autoriteiten op Antonio Ledezma, Leopoldo López, Daniel Ceballos en alle vreedzame betogers, studenten en oppositieleiders die op grond van willekeur gevangen worden gehouden vanwege de uitoefening van hun vrijheid van meningsuiting en mensenrechten, onmiddellijk vrij te laten, in overeenstemming met de verzoeken van diverse VN-instanties en internationale organisaties; verzoekt de Venezolaanse autoriteiten de ongegronde beschuldigingen aan het adres van bovengenoemde personen in te trekken;

2.  verzoekt de Venezolaanse autoriteiten erop toe te zien dat Antonio Ledezma, Leopoldo López, Daniel Ceballos en alle andere politieke gevangenen alle medische zorg krijgen die ze nodig hebben, en rechtstreeks en regelmatig contact onder vier ogen mogen onderhouden met hun gezinnen en een advocaat van hun keuze; maakt zich ernstige zorgen over de verslechtering van de omstandigheden waarin de gevangenen verkeren;

3.  verzoekt de Venezolaanse regering een eind te maken aan de politieke vervolging en onderdrukking van de democratische oppositie en de schendingen van de vrijheid van meningsuiting en demonstratie, en dringt aan op de beëindiging van de mediacensuur; herinnert de autoriteiten eraan dat tegengeluiden cruciaal zijn in een democratische samenleving;

4.  veroordeelt de moord op Kluivert Roa en zes andere studenten, en betuigt zijn medeleven aan hun families; roept de regering op tot intrekking van de onlangs uitgebrachte Resolutie 8610, waarbij veiligheidsdiensten worden gemachtigd mogelijk dodelijk geweld te gebruiken met vuurwapens of andere mogelijk dodelijke wapens om burgerdemonstraties neer te slaan, en die in de plaats is gekomen van artikel 68 van de Venezolaanse grondwet;

5.  roept de Venezolaanse regering op zich aan haar eigen grondwet en internationale verplichtingen te houden op het vlak van de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht, de vrijheid van meningsuiting, vereniging en vreedzame vergadering, en politieke pluriformiteit, die de hoekstenen van de democratie zijn; roept de Venezolaanse regering op een sfeer te creëren waarin mensenrechtenactivisten en onafhankelijke non-gouvernementele organisaties hun legitieme werkzaamheden voor de bevordering van mensenrechten en democratie kunnen uitvoeren; benadrukt dat de Venezolaanse regering als niet-permanent lid van de VN-Veiligheidsraad een bijzondere verantwoordelijkheid heeft om de beginselen van de rechtsstaat en het internationaal recht na te leven;

6.  verzoekt de Venezolaanse regering erop toe te zien dat beschuldigingen snel en onpartijdig worden onderzocht, zonder ruimte voor straffeloosheid en met volledige inachtneming van het beginsel van het vermoeden van onschuld en van een deugdelijke rechtsgang; herinnert eraan dat de eerbiediging van het beginsel van de scheiding der machten fundamenteel is in een democratie en dat de rechterlijke macht niet kan worden ingezet als politiek wapen; verzoekt de Venezolaanse regering de veiligheid van alle burgers in het land te garanderen, ongeacht hun politieke opvattingen en banden;

7.  uit zijn vrees dat nieuwe protesten tot meer gewelddaden kunnen leiden, waardoor de kloof tussen de standpunten van de regering en de oppositie alleen maar dieper zal worden en de polarisatie in de huidige delicate politieke situatie in Venezuela nog verder zal toenemen; doet een beroep op de vertegenwoordigers van alle partijen en geledingen van de Venezolaanse samenleving de kalmte om in woord en daad te bewaren; waarschuwt voor elke actie die kan leiden tot een sfeer van spanning en achteruitgang waardoor de democratische oppositie mogelijk aan legitimiteit inboet, onwettig wordt gemaakt en/of de verkiezingen worden geannuleerd;

8.  noemt het verontrustend dat de politieke oppositie juist in een verkiezingsjaar doelwit is geworden van willekeurige detentie en aanslagen, waardoor zowel de legitimiteit als de uitslag van de verkiezingen in twijfel kunnen worden getrokken;

9.  verzoekt de Venezolaanse autoriteiten om met het oog op de komende parlementsverkiezingen deze periode te gebruiken om een inclusief politiek proces tot stand te brengen dat gebaseerd is op consensus en gezamenlijke verantwoordelijkheid, door middel van een echte nationale dialoog met de substantiële deelname van alle democratische politieke krachten in het kader van de democratie, de rechtsstaat en de volledige naleving van de mensenrechten; roept bovendien beide kanten op de ergste problemen waarmee het land kampt te bespreken en vervolgens de nodige economische en bestuurlijke hervormingen door te voeren; verzoekt de Venezolaanse autoriteiten toe te zien op vrije en eerlijke parlementsverkiezingen die gehouden moeten worden in een volledig inclusief klimaat met de deelname van alle democratische spelers; roept alle politieke spelers op de verkiezingsstrijd binnen de grenzen van de constitutionele orde te houden, en weerstand te bieden tegen de druk tot radicalisering;

10.  spoort de regionale partners van Venezuela, zoals Unasur en de Organisatie van Amerikaanse Staten, aan om de dialoog aan te gaan met de conflictpartijen, meer wederzijds begrip tussen hen te kweken en de openbare veiligheid en bescherming te garanderen in combinatie met de terugkeer naar een rustige en normale situatie in Venezuela;

11.  dringt er bij de EU, haar lidstaten en de internationale gemeenschap op aan verklaringen af te leggen en maatregelen te nemen als blijk van solidariteit met de Venezolaanse bevolking in deze moeilijke periode;

12.  dringt er bij de Commissie en de Raad op aan alle maatregelen te onderzoeken en te nemen die nodig zijn om de Europese belangen en het beginsel van rechtszekerheid van Europese ondernemingen in Venezuela veilig te stellen;

13.  verzoekt de Europese Dienst voor extern optreden (EDEO), de EU-delegatie naar Venezuela en de ambassades van de lidstaten om de onderzoeken naar en de rechtszittingen van oppositieleiders op de voet te blijven volgen; wijst nogmaals op zijn verzoek om zo spoedig mogelijk een ad-hocdelegatie van het Europees Parlement naar Venezuela te zenden om de situatie in het land te beoordelen en in dialoog te treden met alle partijen die bij het conflict betrokken zijn;

14.  herhaalt zijn verzoek aan de vv/hv om de onmiddellijke vrijlating te eisen van de betogers die op willekeurige basis gearresteerd zijn sinds het begin van de betogingen;

15.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de vicevoorzitter van de Commissie / hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid, de regering en Nationale Vergadering van de Bolivariaanse Republiek Venezuela, de Euro-Latijns-Amerikaanse Parlementaire Vergadering en de secretaris-generaal van de Organisatie van Amerikaanse Staten.

(1) Aangenomen teksten, P7_TA(2014)0176.
(2) Aangenomen teksten, P8_TA(2014)0106.
(3) PB C 258 E van 7.9.2013, blz. 84.

Juridische mededeling