Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2015/2590(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Kies een document :

Ingediende teksten :

RC-B8-0342/2015

Debatten :

Stemmingen :

PV 15/04/2015 - 16.5
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2015)0094

Aangenomen teksten
PDF 126kWORD 53k
Woensdag 15 april 2015 - Brussel Definitieve uitgave
Honderd jaar na de Armeense volkerenmoord
P8_TA(2015)0094RC-B8-0342/2015

Resolutie van het Europees Parlement van 15 april 2015 over de honderdjarige herdenking van de Armeense genocide (2015/2590(RSP))

Het Europees Parlement,

–  gezien het Verdrag van de Verenigde Naties uit 1948 inzake de voorkoming en de bestraffing van genocide,

–  gezien zijn resolutie over een politieke oplossing voor de Armeense kwestie van 18 juni 1987(1),

–  gezien zijn resolutie van 12 maart 2015 over het jaarverslag over mensenrechten en democratie in de wereld in 2013 en het mensenrechtenbeleid van de EU ter zake(2),

–  gezien het protocol over de instelling van diplomatieke betrekkingen tussen de Republiek Armenië en de Republiek Turkije, en het protocol over de ontwikkeling van de betrekkingen tussen de Republiek Armenië en de Republiek Turkije, die op 10 oktober 2009 in Zürich werden ondertekend,

–  gezien de verklaring van 12 april 2015 van Zijne Heiligheid Paus Franciscus,

–  gezien artikel 123, leden 2 en 4, van zijn Reglement,

A.  overwegende dat het in 2015 honderd jaar geleden is dat in het Ottomaanse rijk de Armeense genocide plaatsvond;

B.  overwegende dat steeds meer EU-lidstaten en nationale parlementen de Armeense genocide in het Ottomaanse Rijk als een historisch feit erkennen;

C.  overwegende dat de wens om verdere oorlogen en misdaden tegen de menselijkheid te voorkomen een van de belangrijkste drijfveren is geweest voor het in gang zetten van het proces van Europese eenwording;

D.  overwegende dat Turkije en Armenië een proces van diplomatieke normalisering hebben aangevat en in 2009 in Zürich protocollen hebben ondertekend over het aangaan en ontwikkelen van betrekkingen;

E.  overwegende dat het van cruciaal belang is om de herinnering aan het verleden levend te houden, aangezien er geen verzoening kan zijn zonder waarheid en herdenking;

1.  staat aan de vooravond van de honderdjarige herdenking stil bij de anderhalf miljoen onschuldige Armeense slachtoffers die in het Ottomaanse Rijk om het leven zijn gekomen; sluit zich aan bij de herdenking van het feit dat de Armeense genocide honderd jaar geleden heeft plaatsgevonden en doet dat in een geest van Europese solidariteit en rechtvaardigheid; roept de Commissie en de Raad ertoe op aan de herdenking deel te nemen;

2.  herinnert aan zijn resolutie van 18 juni 1987 waarin het onder meer onderkende dat de tragische gebeurtenissen die tussen 1915 en 1917 op het grondgebied van het Ottomaanse Rijk hebben plaatsgevonden en gericht waren tegen de Armeniërs, moeten worden beschouwd als een genocide in de zin van het Verdrag uit 1948 inzake de voorkoming en de bestraffing van genocide; veroordeelt alle gevallen van misdaden tegen de menselijkheid en genocide en keurt alle pogingen om deze te ontkennen ten stelligste af;

3.  herdenkt de onschuldige slachtoffers van alle genocides en misdaden tegen de menselijkheid; stelt voor om een internationale herdenkingsdag voor genocides in het leven te roepen om op die manier de aandacht te vestigen op het recht van alle volkeren en landen ter wereld op vrede en waardigheid;

4.  onderstreept dat tijdige preventie en daadwerkelijke bestraffing van genocides en misdaden tegen de menselijkheid tot de hoofdprioriteiten van de internationale gemeenschap en de Europese Unie moeten behoren;

5.  beschouwt de verklaringen van de president van de Republiek Turkije, Recep Tayyip Erdoğan, en de premier van de Republiek Turkije, Ahmet Davutoğlu, waarin zij hun medeleven betuigen en erkennen dat er wreedheden tegen de Ottomaanse Armeniërs zijn begaan, als een stap in de goede richting; moedigt Turkije ertoe aan de honderdjarige herdenking van de Armeense genocide aan te grijpen als een belangrijke gelegenheid om verdere inspanningen te leveren om zijn verleden onder ogen te zien, onder meer door de openstelling van zijn archieven, de Armeense genocide te erkennen en zo de weg te effenen voor een echte verzoening tussen het Turkse en het Armeense volk;

6.  looft de boodschap over de herdenking van de Armeense genocide die Zijne Heiligheid Paus Franciscus op 12 april 2015 in een sfeer van vrede en verzoening heeft uitgesproken;

7.  verzoekt Turkije de verplichtingen die het land op zich heeft genomen ter bescherming van het cultureel erfgoed na te komen en zich daar volledig rekenschap van te geven, en met name om in goed vertrouwen een geïntegreerde inventaris op te maken van het Armeense en andere culturele erfgoed dat in de vorige eeuw binnen Turks rechtsgebied werd vernietigd of beschadigd;

8.  verzoekt Armenië en Turkije succesvolle verzoeningen tussen Europese naties als voorbeeld te nemen en zich te richten op een plan voor de toekomst met als eerste prioriteit de samenwerking tussen hun volkeren; vertrouwt erop dat dit zal bijdragen aan de historische verzoening van Armenen en Turken, in een sfeer van oprechtheid en respect; steunt de initiatieven van maatschappelijke organisaties in Turkije en Armenië die werken aan een normalisering van de betrekkingen tussen beide landen; dringt er bij Turkije en Armenië op aan hun betrekkingen te normaliseren door de protocollen over de instelling van diplomatieke betrekkingen zonder voorbehoud te ratificeren en uit te voeren, hun grenzen voor elkaar open te stellen en actief te werken aan de verbetering van hun relatie, in het bijzonder op het vlak van grensoverschrijdende samenwerking en economische integratie;

9.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de vicevoorzitter van de Commissie / hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid, de regeringen en parlementen van de lidstaten, de regering en het parlement van de Republiek Armenië en de regering en het parlement van de Republiek Turkije.

(1) PB C 190 van 20.7.1987, blz. 119.
(2) Aangenomen teksten, P8_TA(2015)0076.

Juridische mededeling