Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2015/2013(BUD)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A8-0138/2015

Ingediende teksten :

A8-0138/2015

Debatten :

Stemmingen :

PV 28/04/2015 - 7.2
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2015)0098

Aangenomen teksten
PDF 257kWORD 66k
Dinsdag 28 april 2015 - Straatsburg Definitieve uitgave
Ontwerp van gewijzigde begroting nr. 2/2015: Wijziging van het MFK voor de jaren 2014-2020
P8_TA(2015)0098A8-0138/2015

Resolutie van het Europees Parlement van 28 april 2015 over het standpunt van de Raad inzake het ontwerp van gewijzigde begroting nr. 2/2015 van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2015, afdeling III – Commissie (07660/2015/2015 – C8-0098/2015 – 2015/2013(BUD))

Het Europees Parlement,

–  gezien artikel 314 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien artikel 106 bis van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie,

–  gezien Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002(1), met name artikel 41,

–  gezien de algemene begroting van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2015, definitief vastgesteld op 17 december 2014(2),

–  gezien Verordening (EU, Euratom) nr. 1311/2013 van de Raad van 2 december 2013 tot bepaling van het meerjarig financieel kader voor de jaren 2014-2020(3) (MFK-verordening),

–  gezien het Interinstitutioneel Akkoord van 2 december 2013 tussen het Europees Parlement, de Raad en de Commissie betreffende de begrotingsdiscipline, de samenwerking in begrotingszaken en een goed financieel beheer(4),

–  gezien het ontwerp van gewijzigde begroting nr. 2/2015, goedgekeurd door de Commissie op 20 januari 2015 (COM(2015)0016),

–  gezien het standpunt inzake het ontwerp van gewijzigde begroting nr. 2/2015, vastgesteld door de Raad op 21 april 2015 en toegezonden aan het Europees Parlement op 22 april 2015 (07660/2015),

–  gezien Verordening (EU, Euratom) 2015/623/ van de Raad van 21 april 2015 houdende wijziging van Verordening (EU, Euratom) nr. 1311/2013 tot bepaling van het meerjarig financieel kader voor de jaren 2014-2020(5),

–  gezien de artikelen 88 en 91 van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Begrotingscommissie en het advies van de Commissie regionale ontwikkeling (A8-0138/2015),

A.  overwegende dat het ontwerp van gewijzigde begroting nr. 2/2015 verband houdt met het voorstel voor een verordening van de Raad houdende wijziging van de MFK-verordening (COM(2015)0015), zoals voorzien in artikel 19 van die verordening;

B.  overwegende dat artikel 19 van de MFK-verordening bepaalt dat het meerjarig financieel kader in geval van een te late vaststelling van regels of programma's onder gedeeld beheer, moet worden herzien om de toegewezen bedragen die in 2014 niet zijn gebruikt, over te dragen naar daaropvolgende jaren, boven de vastgestelde uitgavenmaxima;

C.  overwegende dat in 2014 voor een bedrag van 21 043 639 478 EUR in lopende prijzen aan vastleggingskredieten voor programma's in gedeeld beheer in de zin van artikel 19 van de MFK-verordening verlopen is, welk bedrag overeenkomt met de tranches "2014" van programma's die niet in 2014 vastgelegd konden worden, noch naar 2015 overgedragen konden worden;

D.  overwegende dat het ontwerp van gewijzigde begroting nr. 2/2015 voorziet in de overdracht van het grootste deel van deze toewijzingen naar de begroting 2015 en in het opnemen van van kleinere overdrachten in de ontwerpbegrotingen voor de jaren 2016 en 2017;

E.  overwegende dat in het ontwerp van gewijzigde begroting nr. 2/2015 voorgesteld wordt de vastleggingskredieten in 2015 voor de verschillende fondsen onder gedeeld beheer in het kader van rubriek 1b, rubriek 2 en rubriek 3 met 16 476,4 miljoen EUR te verhogen;

F.  overwegende dat het ontwerp van gewijzigde begroting nr. 2/2015 ook het voorstel omvat 2,5 miljoen EUR meer uit te trekken voor het instrument voor pretoetredingssteun (IPA II) in rubriek 4, om de bijdragen uit rubriek 4 en uit rubriek 1b aan programma’s van het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling (EFRO) — Europese territoriale samenwerking (ETS), op dezelfde manier te kunnen blijven behandelen;

1.  neemt kennis van het ontwerp van gewijzigde begroting nr. 2/2015, zoals door de Commissie ingediend, en van het standpunt van de Raad daarover;

2.  herinnert eraan dat een dergelijke herziening van de MFK-verordening een standaardprocedure is aan het begin van elke MFK-periode en dat het dienovereenkomstige ontwerp van gewijzigde begroting op deze herziening moet worden afgestemd;

3.  wijst er nogmaals op dat het voor de Europese burgers en de economieën in alle lidstaten van cruciaal belang is dat de ongebruikte kredieten voor het jaar 2014 naar volgende jaren kunnen worden overgedragen om bij te dragen aan het scheppen van banen en groei;

4.  is ingenomen met het feit dat de ongebruikte kredieten zoveel mogelijk naar het begrotingsjaar 2015 zijn overgedragen aangezien dit een oneerlijke behandeling van bepaalde lidstaten, regio's en operationele programma's zal voorkomen, de uitvoering en verwezenlijking van het cohesiebeleid zal versnellen en zal bijdragen tot het vermijden van de concentratie van betalingen aan het einde van de MFK-periode;

5.  is echter bezorgd over het langetermijneffect dat dit uitstel met een jaar voor de algehele situatie betreffende betalingen zal hebben; verzoekt daarom de Commissie om de uitvoering nauwlettend te volgen en alles in het werk te stellen om het sneeuwbaleffect van onbetaalde rekeningen te vermijden, door indien nodig adequate voorstellen in te dienen om de jaarlijkse niveaus van betalingskredieten aan te passen, overeenkomstig de betreffende bepalingen van de MFK-verordening;

6.  vestigt de aandacht op het feit dat het besluit om de meeste niet-gebruikte kredieten over te dragen van 2014 naar 2015, een flexibele houding van de Commissie kan vereisen voor het aanpakken van de moeilijkheden die kunnen ontstaan door een onevenwichtig financieel profiel en die ertoe kunnen leiden dat er in de periode 2014-2020 ongebruikte vastleggingskredieten zijn; verzoekt de Commissie om op basis van gelijkaardige ervaringen uit het verleden waarbij programma’s laat werden goedgekeurd, gepaste maatregelen voor te stellen voor het geval een dergelijke situatie zich voordoet;

7.  onderstreept de noodzaak om over dit ontwerp van gewijzigde begroting tijdig tot overeenstemming te komen om een snelle goedkeuring van de betreffende programma's mogelijk te maken;

8.  keurt het standpunt van de Raad inzake de gewijzigde begroting nr. 2/2015 goed;

9.  verzoekt zijn Voorzitter te constateren dat de gewijzigde begroting nr. 1/2015 definitief is vastgesteld en zorg te dragen voor publicatie ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie;

10.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de Rekenkamer, het Comité van de Regio's en de nationale parlementen.

(1) PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1.
(2) PB L 69 van 13.3.2015.
(3) PB L 347 van 20.12.2013, blz. 884.
(4) PB C 373 van 20.12.2013, blz. 1.
(5) PB L 103 van 22.4.2015, blz. 1.

Juridische mededeling