Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2014/2084(DEC)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A8-0115/2015

Ingediende teksten :

A8-0115/2015

Debatten :

PV 28/04/2015 - 16
CRE 28/04/2015 - 16

Stemmingen :

PV 29/04/2015 - 10.19
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2015)0128

Aangenomen teksten
PDF 262kWORD 70k
Woensdag 29 april 2015 - Straatsburg Definitieve uitgave
Kwijting 2013:algemene begroting van de EU - Europese Ombudsman
P8_TA(2015)0128A8-0115/2015
Besluit
 Resolutie

1.Besluit van het Europees Parlement van 29 april 2015 over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de algemene begroting van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2013, afdeling VIII – Europese Ombudsman (2014/2084(DEC))

Het Europees Parlement,

–  gezien de algemene begroting van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2013(1),

–  gezien de geconsolideerde jaarrekening van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2013 (COM(2014)0510 – C8-0153/2014)(2),

–  gezien het jaarverslag van de Rekenkamer over de uitvoering van de begroting voor het begrotingsjaar 2013, tezamen met de antwoorden van de instellingen(3),

–  gezien de verklaring van de Rekenkamer(4) voor het begrotingsjaar 2013 waarin de betrouwbaarheid van de rekeningen en de wettigheid en regelmatigheid van de onderliggende verrichtingen worden bevestigd, als bedoeld in artikel 287 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien artikel 314, lid 10, en de artikelen 317, 318 en 319 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 van de Raad van 25 juni 2002 houdende het Financieel Reglement van toepassing op de algemene begroting van de Europese Gemeenschappen(5),

–  gezien Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002(6), en met name de artikelen 55, 99, 164, 165 en 166,

–  gezien artikel 94 en bijlage V van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole (A8-0115/2015),

1.  verleent de Europese Ombudsman kwijting voor de uitvoering van de begroting van de Europese Ombudsman voor het begrotingsjaar 2013;

2.  formuleert zijn opmerkingen in bijgaande resolutie;

3.  verzoekt zijn Voorzitter dit besluit en de resolutie die daarvan een integrerend deel uitmaakt, te doen toekomen aan de Europese Raad, de Raad, de Commissie, het Hof van Justitie van de Europese Unie, de Rekenkamer, de Europese ombudsman, de Europese toezichthouder voor gegevensbescherming en de Europese Dienst voor extern optreden, en te zorgen voor publicatie ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie (serie L).

(1) PB L 66 van 8.3.2013.
(2) PB C 403 van 13.11.2014, blz. 1.
(3) PB C 398 van 12.11.2014, blz. 1.
(4) PB C 403 van 13.11.2014, blz. 128.
(5) PB L 248 van 16.9.2002, blz. 1.
(6) PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1.


2.Resolutie van het Europees Parlement van 29 april 2015 met de opmerkingen die een integrerend deel uitmaken van het besluit over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de algemene begroting van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2013, afdeling VIII – Europese Ombudsman (2014/2084(DEC))

Het Europees Parlement,

–  gezien zijn besluit over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de algemene begroting van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2013, afdeling VIII – Europese Ombudsman,

–  gezien artikel 94 en bijlage V van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole (A8-0115/2015),

1.  stelt met tevredenheid vast dat de Rekenkamer in haar jaarverslag 2013 opmerkt dat er geen significante tekortkomingen zijn vastgesteld met betrekking tot de gecontroleerde aspecten in verband met personeelsbeheer en aanbestedingen bij de Europese Ombudsman (hierna "de Ombudsman");

2.  benadrukt het feit dat de Rekenkamer op basis van zijn controlewerkzaamheden heeft geconcludeerd dat de betalingen als geheel over het per 31 december 2013 afgesloten jaar met betrekking tot de administratieve en andere uitgaven van de instellingen en organen geen materiële fouten vertonen;

3.  benadrukt dat de begroting voor de Ombudsman een louter administratieve begroting is die in 2013 neerkwam op 9 731 371 EUR (9 516 500 EUR in 2012), waarvan 7 567 371 EUR uitgetrokken was voor Titel 1 (uitgaven voor aan de instelling verbonden personen), 1 606 700 EUR toegewezen was aan Titel 2 (gebouwen, materieel en diverse huishoudelijke uitgaven) en 557 300 EUR bestemd was voor Titel 3 (uitgaven voortvloeiende uit specifieke taken van de instelling);

4.  merkt op dat 98,20% van alle kredieten vastgelegd was (in 2012 was dat 98,30%) en 91,82% betaald werd (in 2012 was dat 88,69%) met een benuttingspercentage van 98,20% (vergeleken met 95,88% in 2012); is ingenomen met de in 2013 bereikte resultaten;

5.  wijst op de voortdurende verbetering van de financiële planning en het toezicht hierop; dringt erop aan deze inspanning in de volgende begrotingsjaren voort te zetten;

6.  onderschrijft het jaarlijkse beheersplan voor 2013 van de Ombudsman, waarin een scorebord met de belangrijkste prestatie-indicatoren opgenomen is om de prestaties van de organisatie met betrekking tot de verwezenlijking van haar doelstellingen te meten;

7.  neemt kennis van de belofte van de Ombudsman om aan het verbeteren van zijn systeem voor het tijdig monitoren en controleren van de aanwervings- en aanbestedingsprocedures te blijven werken; steunt de Ombudsman bij zijn streven om het beheer van vergoedingen te blijven volgen en het niveau van zijn prestaties verder te verbeteren;

8.  neemt er kennis van dat de Ombudsman de financiële planning voortdurend tracht te verbeteren om de begroting zo doeltreffend mogelijk uit te voeren;

9.  verzoekt de Ombudsman in het volgende jaarlijkse activiteitenverslag te vermelden welk percentage van de voor dat jaar gevraagde vertolkingsdiensten ongebruikt is gebleven;

10.  stelt tot zijn bezorgdheid vast dat er enorme verschillen bestaan tussen de vertaalkosten van de verschillende EU-instellingen; vraagt daarom dat de interinstitutionele werkgroep vertaling de oorzaken van deze verschillen in kaart brengt en oplossingen voorstelt om het evenwicht te herstellen en te zorgen voor de harmonisatie van de vertaalkosten en de optimale eerbiediging van de kwaliteit en de taalkundige verscheidenheid; merkt in dit verband op dat de werkgroep de samenwerking tussen de instellingen opnieuw moet opstarten, om de beste handelwijzen en resultaten uit te wisselen en de gebieden te identificeren waar de samenwerking of de akkoorden tussen de instellingen kunnen worden versterkt; merkt op dat de werkgroep zich eveneens tot doel moet stellen een uniforme methode voor de presentatie van de vertaalkosten voor alle instellingen te ontwikkelen om de analyse en vergelijking van de kosten te vereenvoudigen; wijst erop dat de werkgroep deze resultaten vóór eind 2015 moet voorstellen; vraagt aan alle instellingen actief deel te nemen aan de werkzaamheden van de interinstitutionele werkgroep; herinnert in deze context aan het wezenlijke belang van de eerbiediging van de meertaligheid in de EU-instellingen, teneinde voor alle burgers van de Unie een gelijke behandeling en gelijke kansen te waarborgen;

11.  neemt kennis van de conclusies van de interne controleur in de controleverslagen voor 2013 dat de interne beheer- en controlesystemen efficiënt en doeltreffend zijn en dat alle nog lopende acties afgesloten zijn;

12.  is ingenomen met het feit dat de doelstelling om 70% van de zaken binnen een jaar af te sluiten in 2013 ruimschoots is gehaald; wijst er echter op dat het percentage van onderzoeken dat binnen 18 maanden werd afgerond weliswaar gestegen is van 79 naar 81% maar nog steeds onder het door de Ombudsman vastgestelde streefcijfer ligt; is van oordeel dat het streefcijfer van 90% realistisch is en kan worden bereikt; verwacht dat dit streefcijfer in 2014 wordt bereikt en dat dit resultaat op een gedetailleerde manier wordt weergegeven in het jaarlijks activiteitenverslag; waardeert dat er op eigen initiatief specifieke onderzoeken zijn ingesteld, en vraagt aan het Parlement verslag uit te brengen over de eerste resultaten daarvan;

13.  is verheugd over het feit dat de Ombudsman in 2012 het eerste niveau van erkenning ("Committed to Excellence") verkreeg van de Europese Stichting voor kwaliteitsbeheer (EFQM) en dat hij in 2013 een uitstekende en vruchtbare relatie met de stichting heeft onderhouden;

14.  vestigt de aandacht op de hoge kosten voor "away days", conferenties of soortgelijke evenementen voor het personeel van de diensten van de Europese Ombudsman in 2013, die aanzienlijk hoger liggen dan bij de overige instellingen; is van mening dat in deze tijden van crisis en algemene bezuinigingen de kosten van "away days" van het personeel van de EU-instellingen moeten worden verlaagd en dat deze zo veel mogelijk op de locaties van de instellingen moeten worden gehouden, daar de toegevoegde waarde ervan de hoge kosten niet rechtvaardigt;

15.  is verheugd dat een vrouw tot Europese Ombudsman is verkozen; is echter bezorgd over de ondervertegenwoordiging van vrouwen op verantwoordelijke posities bij de diensten van de Ombudsman; dringt erop aan dat wordt voorzien in een programma voor gelijke kansen, met name voor leidinggevende functies, om dit gebrek aan evenwicht zo snel mogelijk te verhelpen;

16.  is van mening dat de Ombudsman moet blijven streven naar consistente kwaliteit in het jaarlijkse activiteitenverslag en een algemeen jaarlijks impactverslag moet verstrekken, dat een belangrijk instrument is voor de beoordeling van zijn werk;

17.  verlangt dat het gebouwenbeleid van de Ombudsman bij zijn jaarlijks activiteitenverslag wordt gevoegd, met name omdat het belangrijk is dat de kosten van dit beleid voldoende transparant worden gemaakt en niet buitensporig zijn;

18.  vraagt de Ombudsman, overeenkomstig de bestaande regels inzake vertrouwelijkheid en gegevensbescherming, in zijn jaarlijks activiteitenverslag de resultaten en gevolgen van gesloten OLAF-zaken op te nemen indien de instelling of personen die voor de instelling werken, aan een onderzoek zijn onderworpen;

19.  is het volledig eens met het door de diensten van de Ombudsman gevoerde transparantiebeleid en vraagt dat er een procedure wordt opgestart om vooraf de mogelijke gevolgen van bepaalde publicaties te beoordelen teneinde er zo nodig een bericht bij te voegen om baatzuchtige manipulatie te voorkomen; wijst erop dat deze procedure moet worden opgestart op verzoek van de Ombudsman, in samenwerking met de Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming, de Commissie en de instelling waarop de publicatie betrekking heeft;

20.  wijst erop dat het jaarverslag over de activiteiten van de Ombudsman in 2013 is goedgekeurd door de plenaire vergadering op 15 januari 2015(1), en neemt kennis van de daarin geformuleerde opmerkingen.

(1) Aangenomen teksten, P8_TA(2015)0009.

Juridische mededeling