Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2014/2089(DEC)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A8-0093/2015

Ingediende teksten :

A8-0093/2015

Debatten :

PV 28/04/2015 - 16
CRE 28/04/2015 - 16

Stemmingen :

PV 29/04/2015 - 10.51
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2015)0160

Aangenomen teksten
PDF 178kWORD 78k
Woensdag 29 april 2015 - Straatsburg Definitieve uitgave
Kwijting 2013: Bureau van de Europese Unie voor de grondrechten (FRA)
P8_TA(2015)0160A8-0093/2015
Besluit
 Besluit
 Resolutie

1.Besluit van het Europees Parlement van 29 april 2015 over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van het Bureau van de Europese Unie voor de grondrechten voor het begrotingsjaar 2013 (2014/2089(DEC))

Het Europees Parlement,

–  gezien de definitieve jaarrekening van het Bureau van de Europese Unie voor de grondrechten voor het begrotingsjaar 2013,

–  gezien het verslag van de Rekenkamer over de jaarrekening van het Bureau van de Europese Unie voor de grondrechten voor het begrotingsjaar 2013, tezamen met de antwoorden van het Bureau(1),

–  gezien de verklaring van de Rekenkamer(2) voor het begrotingsjaar 2013 waarin de betrouwbaarheid van de rekeningen en de wettigheid en regelmatigheid van de onderliggende verrichtingen worden bevestigd, overeenkomstig artikel 287 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien de aanbeveling van de Raad van 17 februari 2015 betreffende de aan het Bureau te verlenen kwijting voor de uitvoering van de begroting voor het begrotingsjaar 2013 (05304/2015 – C8-0054/2015),

–  gezien artikel 319 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 van de Raad van 25 juni 2002 houdende het Financieel Reglement van toepassing op de algemene begroting van de Europese Gemeenschappen(3),

–  gezien Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002(4), en met name artikel 208,

–  gezien Verordening (EG) nr. 168/2007 van de Raad van 15 februari 2007 tot oprichting van een Bureau van de Europese Unie voor de grondrechten(5), en met name artikel 21,

–  gezien Verordening (EG, Euratom) nr. 2343/2002 van de Commissie van 19 november 2002 houdende de financiële kaderregeling van de organen zoals bedoeld in artikel 185 van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 van de Raad houdende het Financieel Reglement van toepassing op de algemene begroting van de Europese Gemeenschappen(6),

–  gezien Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 1271/2013 van de Commissie van 30 september 2013 houdende de financiële kaderregeling van de organen, bedoeld in artikel 208 van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad(7), en met name artikel 108,

–  gezien artikel 94 en bijlage V van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole en het advies van de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken (A8-0093/2015),

1.  verleent de directeur van het Bureau van de Europese Unie voor de grondrechten kwijting voor de uitvoering van de begroting van het Bureau voor het begrotingsjaar 2013;

2.  formuleert zijn opmerkingen in onderstaande resolutie;

3.  verzoekt zijn Voorzitter dit besluit en de resolutie die daarvan een integrerend deel uitmaakt, te doen toekomen aan de directeur van het Bureau van de Europese Unie voor de grondrechten, de Raad, de Commissie en de Rekenkamer, en te zorgen voor publicatie ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie (serie L).

(1) PB C 442 van 10.12.2014, blz. 301.
(2) PB C 442 van 10.12.2014, blz. 301.
(3) PB L 248 van 16.9.2002, blz. 1.
(4) PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1.
(5) PB L 53 van 22.2.2007, blz. 1.
(6) PB L 357 van 31.12.2002, blz. 72.
(7) PB L 328 van 7.12.2013, blz. 42.


2.Besluit van het Europees Parlement van 29 april 2015 over de afsluiting van de rekeningen van het Bureau van de Europese Unie voor de grondrechten voor het begrotingsjaar 2013 (2014/2089(DEC))

Het Europees Parlement,

–  gezien de definitieve jaarrekening van het Bureau van de Europese Unie voor de grondrechten voor het begrotingsjaar 2013,

–  gezien het verslag van de Rekenkamer over de jaarrekening van het Bureau van de Europese Unie voor de grondrechten voor het begrotingsjaar 2013, tezamen met de antwoorden van het Bureau(1),

–  gezien de verklaring van de Rekenkamer(2) voor het begrotingsjaar 2013 waarin de betrouwbaarheid van de rekeningen en de wettigheid en regelmatigheid van de onderliggende verrichtingen worden bevestigd, overeenkomstig artikel 287 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien de aanbeveling van de Raad van 17 februari 2015 betreffende de aan het Bureau te verlenen kwijting voor de uitvoering van de begroting voor het begrotingsjaar 2013 (05304/2015 – C8-0054/2015),

–  gezien artikel 319 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 van de Raad van 25 juni 2002 houdende het Financieel Reglement van toepassing op de algemene begroting van de Europese Gemeenschappen(3),

–  gezien Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002(4), en met name artikel 208,

–  gezien Verordening (EG) nr. 168/2007 van de Raad van 15 februari 2007 tot oprichting van een Bureau van de Europese Unie voor de grondrechten(5), en met name artikel 21,

–  gezien Verordening (EG, Euratom) nr. 2343/2002 van de Commissie van 19 november 2002 houdende de financiële kaderregeling van de organen zoals bedoeld in artikel 185 van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 van de Raad houdende het Financieel Reglement van toepassing op de algemene begroting van de Europese Gemeenschappen(6),

–  gezien Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 1271/2013 van de Commissie van 30 september 2013 houdende de financiële kaderregeling van de organen, bedoeld in artikel 208 van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad(7), en met name artikel 108,

–  gezien artikel 94 en bijlage V van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole en het advies van de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken (A8-0093/2015),

1.  stelt vast dat de definitieve jaarrekening van het Bureau van de Europese Unie voor de grondrechten overeenkomt met de weergave in de bijlage bij het verslag van de Rekenkamer;

2.  hecht zijn goedkeuring aan de afsluiting van de rekeningen van het Bureau van de Europese Unie voor de grondrechten voor het begrotingsjaar 2013;

3.  verzoekt zijn Voorzitter dit besluit te doen toekomen aan de directeur van het Bureau van de Europese Unie voor de grondrechten, de Raad, de Commissie en de Rekenkamer, en te zorgen voor publicatie ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie (serie L).

(1) PB C 442 van 10.12.2014, blz. 301.
(2) PB C 442 van 10.12.2014, blz. 301.
(3) PB L 248 van 16.9.2002, blz. 1.
(4) PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1.
(5) PB L 53 van 22.2.2007, blz. 1.
(6) PB L 357 van 31.12.2002, blz. 72.
(7) PB L 328 van 7.12.2013, blz. 42.


3.Resolutie van het Europees Parlement van 29 april 2015 met de opmerkingen die een integrerend deel uitmaken van het besluit over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van het Bureau van de Europese Unie voor de grondrechten voor het begrotingsjaar 2013 (2014/2089(DEC))

Het Europees Parlement,

–  gezien zijn besluit over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van het Bureau van de Europese Unie voor de grondrechten voor het begrotingsjaar 2013,

–  gezien artikel 94 en bijlage V van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole en het advies van de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken (A8-0093/2015),

A.  overwegende dat volgens zijn jaarrekening de definitieve begroting van het Bureau van de Europese Unie voor de grondrechten (hierna: "het Bureau") voor het begrotingsjaar 2013 21 348 510 EUR bedroeg, hetgeen een toename van 4,77 % ten opzichte van 2012 betekent;

B.  overwegende dat de Rekenkamer in haar verslag over de jaarrekening van het Bureau van de Europese Unie voor de grondrechten (hierna "het verslag van de Rekenkamer") verklaard heeft redelijke zekerheid te hebben gekregen dat de jaarrekening van het Bureau betrouwbaar is en de onderliggende verrichtingen wettig en regelmatig zijn;

Follow-up van de kwijting voor 2012

1.  maakt uit het verslag van de Rekenkamer op dat er voor de drie in het verslag van de Rekenkamer van 2012 geformuleerde opmerkingen corrigerende maatregelen zijn genomen en dat twee van de drie opmerkingen als "afgerond" aangemerkt zijn, en de derde als "niet van toepassing";

2.  begrijpt van het Bureau dat:

   het Bureau in 2012 via raamcontracten volgens het cascadesysteem aan twee leveranciers schoonmaakdiensten gegund heeft en ten gevolge van een ambtelijke fout tijdens de evaluatie van de inschrijvingen de rangschikking van de contractanten onjuist was; stelt vast dat in overeenstemming met het aan de Rekenkamer gerichte verslag het contract werd opgezegd, de rangschikking werd gecorrigeerd en er een nieuw contract werd getekend met de juiste winnende leverancier;
   de informatie over de impact van zijn activiteiten op de burgers van de Unie op de website van het Bureau op diverse manieren verstrekt wordt, alsmede via de publicatie van strategische documenten zoals het jaarlijkse activiteitenverslag;
   het Bureau, na een besluit van zijn dagelijks bestuur, de klokkenluidersrichtsnoeren van de Commissie blijft toepassen; merkt op dat deze richtsnoeren zullen worden vervangen zodra het Bureau de modelrichtsnoeren over klokkenluiders van regelgevende agentschappen heeft aangenomen;
   er samenwerkingsovereenkomsten voor nauwere samenwerking zijn gesloten met de Europese Stichting tot verbetering van de levens- en arbeidsomstandigheden, de Verenigde Naties, het Europees Ondersteuningsbureau voor asielzaken, het Europees Agentschap voor het beheer van de operationele samenwerking aan de buitengrenzen van de lidstaten van de Europese Unie, het Europees Universitair Instituut, het Europees Instituut voor gendergelijkheid en de Raad van Europa;

Begrotings- en financieel beheer

3.  stelt vast dat de inspanningen op het gebied van begrotingstoezicht gedurende het begrotingsjaar 2013 hebben geresulteerd in een uitvoeringspercentage van de begroting van 100 % en dat het uitvoeringspercentage van de betalingskredieten 70,27 % bedroeg, wat overeenkomt met een daling met 11 % ten opzichte van 2012; verneemt uit het verslag van de Rekenkamer dat het hoge algemene niveau van de vastleggingskredieten in 2013 aangeeft dat de vastleggingen tijdig zijn uitgevoerd;

Vastleggingen en overdrachten

4.  stelt met bezorgdheid vast dat het niveau van naar 2014 overgedragen vastgelegde kredieten hoog was, namelijk 27 % voor titel II (administratieve uitgaven) en 69 % voor titel III (beleidsuitgaven); constateert dat de overdrachten onder titel II hoofdzakelijk betrekking hebben op de geplande aanschaf van IT-goederen en -diensten; concludeert verder dat de overdrachten onder titel III voornamelijk het gevolg zijn van het meerjarige karakter van de operationele projecten van het Bureau, waarbij betalingen worden verricht volgens een gepland tijdschema; verneemt van het Bureau dat het feit dat het niveau van annuleringen minder dan 2 % is, een aanwijzing is voor goede begrotingsplanning en het goede beheer van overdrachten;

Aanbestedings- en aanwervingsprocedures

5.  constateert dat er voor het jaar 2013 geen steekproefsgewijs gecontroleerde verrichtingen, noch andere controlebevindingen zijn geweest die aanleiding hebben gegeven tot opmerkingen over de aanbestedingsprocedure van het Bureau in het verslag van de Rekenkamer; merkt verder op dat de Rekenkamer in zijn verslag geen opmerkingen heeft gemaakt over de aanwervingsprocedures van het Bureau;

Preventie en beheer van belangenconflicten en transparantie

6.  verneemt van het Bureau dat het voorlopige regels heeft vastgesteld voorafgaand aan de goedkeuring van zijn herziene beleid voor de preventie van en de omgang met belangenconflicten, aan de hand van de richtsnoeren van de Commissie betreffende de preventie van en de omgang met belangenconflicten in de gedecentraliseerde agentschappen van de EU; merkt op dat het Bureau momenteel werkt aan de harmonisering van de regels voor de raad van bestuur, en de regels voor het personeel moet aannemen; verzoekt het Bureau de kwijtingsautoriteit in kennis te stellen van de toetsings- en harmoniseringsresultaten zodra deze beschikbaar zijn;

7.  herinnert aan het verzoek aan alle agentschappen en gemeenschappelijke ondernemingen om stelselmatig een standaardformulier met betrekking tot de publicatie van hun definitieve jaarrekeningen bij te voegen waarin de gegevens uit hun verslagen over de uitvoering van de begroting en over het begrotings- en financieel beheer zijn opgenomen; dringt er bij het Bureau op aan om de presentatie van zijn jaarrekeningen in overeenstemming te brengen met die van de andere EU-agentschappen;

8.  erkent dat elk lid van het selectiecomité dat betrokken is bij de aanwervingsprocedure een verklaring omtrent de afwezigheid van belangenconflicten en vertrouwelijkheid moet ondertekenen;

Intern auditonderzoek

9.  stelt vast dat de dienst Interne Audit (IAS) van de Commissie een risicobeoordeling heeft uitgevoerd om het nieuwe strategische auditplan van de IAS voor 2013-2015 op te stellen; concludeert dat de IAS na de risicobeoordeling van mening was dat alle processen op bevredigende wijze gecontroleerd waren en dat geen enkel proces was gekwalificeerd als "groot risico"; verneemt van het Bureau dat zijn raad van bestuur het strategische auditplan van de IAS in mei 2013 had goedgekeurd;

10.  stelt vast dat de IAS in september 2013 het auditonderzoek van het personeelsbeheer heeft verricht om te oordelen en onafhankelijke zekerheid te verschaffen over de geschiktheid en de doeltreffendheid van het systeem van interne controle ten aanzien van het personeelsbeheer; constateert dat de IAS na het auditonderzoek zes aanbevelingen heeft gedaan, waarvan er twee als "zeer belangrijk" en vier als "belangrijk" waren aangemerkt; merkt verder op dat het Bureau een algemeen actieplan heeft ingediend dat was geaccepteerd door de IAS, om de geconstateerde problemen te verhelpen, en dat het Bureau maatregelen neemt om alle aanbevelingen op te volgen;

11.  merkt op dat de IAS in oktober 2013 een beperkte evaluatie van het contractbeheer heeft verricht en dat daaruit drie aanbevelingen uit voortgekomen zijn, waarvan één als "zeer belangrijk" en twee als "belangrijk" zijn aangemerkt; merkt verder op dat het Bureau een algemeen actieplan heeft ingediend dat was geaccepteerd door de IAS, om de problemen op het vlak van contractbeheer te verhelpen, en dat het Bureau maatregelen neemt om alle aanbevelingen op te volgen;

12.  stelt vast dat de IAS in 2013 aan de hand van stukken de uitvoering van zijn vroegere aanbevelingen is nagegaan en dat er aan het eind van het jaar geen aanbevelingen meer openstonden;

o
o   o

13.  verwijst voor andere, horizontale opmerkingen bij zijn kwijtingsbesluit naar zijn resolutie van 29 april 2015(1) over de prestaties en het financiële beheer van en de controle op de agentschappen.

(1) Aangenomen teksten van die datum, P8_TA(2015)0130.

Juridische mededeling