Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2015/2014(IMM)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A8-0152/2015

Ingediende teksten :

A8-0152/2015

Debatten :

Stemmingen :

PV 19/05/2015 - 5.4
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2015)0192

Aangenomen teksten
PDF 162kWORD 64k
Dinsdag 19 mei 2015 - Straatsburg Definitieve uitgave
Verzoek om opheffing van de parlementaire immuniteit van Jérôme Lavrilleux
P8_TA(2015)0192A8-0152/2015

Besluit van het Europees Parlement van 19 mei 2015 over het verzoek om opheffing van de immuniteit van Jérôme Lavrilleux (2015/2014(IMM))

Het Europees Parlement,

–  gezien het verzoek om opheffing van de immuniteit van Jérôme Lavrilleux, dat op 23 december 2014 op verzoek van de hoofdaanklager van het Hof van Beroep van Parijs werd ingediend door de minister van Justitie van Frankrijk, en van de ontvangst waarvan op 15 januari 2015 ter plenaire vergadering kennis werd gegeven,

–  na Jérôme Lavrilleux te hebben gehoord, overeenkomstig artikel 9, lid 5, van zijn Reglement,

–  gezien de artikelen 8 en 9 van protocol nr. 7 betreffende de voorrechten en immuniteiten van de Europese Unie, en artikel 6, lid 2, van de Akte van 20 september 1976 betreffende de verkiezing van de leden van het Europees Parlement door middel van rechtstreekse algemene verkiezingen,

–  gezien de arresten van het Hof van Justitie van de Europese Unie van 12 mei 1964, 10 juli 1986, 15 en 21 oktober 2008, 19 maart 2010, 6 september 2011 en 17 januari 2013(1),

–  gezien artikel 26 van de grondwet van de Franse Republiek,

–  gezien artikel 5, lid 2, artikel 6, lid 1, en artikel 9 van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie juridische zaken (A8-0152/2015),

A.  overwegende dat de hoofdaanklager van het Hof van Beroep verzocht heeft om opheffing van de immuniteit van Jérôme Lavrilleux, lid van het Europees Parlement, in verband met een lopend gerechtelijk onderzoek wegens valsheid in geschrifte, het gebruik van valse documenten, misbruik van vertrouwen, poging tot fraude, medeplichtigheid aan en het aanzetten tot deze strafbare feiten, het illegaal financieren van een politieke campagne en medeplichtigheid daaraan; overwegende dat de Franse rechters Jérôme Lavrilleux in dit kader aan een tot vrijheidsbeneming of vrijheidsbeperking strekkende maatregel wensen te onderwerpen;

B.  overwegende dat in artikel 9 van protocol nr. 7 betreffende de voorrechten en immuniteiten van de Europese Unie is bepaald dat de leden van het Europees Parlement op hun eigen grondgebied de immuniteiten genieten welke aan de leden van de volksvertegenwoordiging in hun land zijn verleend;

C.  overwegende dat volgens artikel 26, tweede en derde alinea, van de Franse grondwet een lid van de volksvertegenwoordiging niet zonder toestemming van het bureau van de wetgevende kamer waarvan het deel uitmaakt, ter zake van een misdrijf of een overtreding kan worden aangehouden of aan andere vrijheid benemende of vrijheid beperkende maatregelen kan worden onderworpen en dat die toestemming niet vereist is in geval van betrapping op heterdaad of bij een veroordeling in kracht van gewijsde; overwegende dat de detentie, de vrijheid benemende of vrijheid beperkende maatregelen of de strafvervolging van een lid van het parlement geschorst kunnen worden indien de wetgevende kamer waarvan hij deel uitmaakt, daarom verzoekt;

D.  overwegende dat Jérôme Lavrilleux wordt verdacht van betrokkenheid bij een systeem van valse facturen ten behoeve van het campagnebudget;

E.  overwegende dat voor opheffing van de immuniteit van Jérôme Lavrilleux aan de voorwaarden van artikel 9, lid 6, van het Reglement moet zijn voldaan;

F.  overwegende dat de beschuldigingen geen verband houden met de positie van Jérôme Lavrilleux als lid van het Europees Parlement, maar met diens vroegere positie als plaatsvervangend campagneleider tijdens de laatste presidentiële verkiezingen in Frankrijk;

G.  overwegende dat Jérôme Lavrilleux niet wordt vervolgd wegens de mening of de stem die hij als lid van het Europees Parlement in de uitoefening van zijn ambt heeft uitgebracht, als bedoeld in artikel 8 van protocol nr. 7 betreffende de voorrechten en immuniteiten van de Europese Unie;

H.  overwegende dat het Parlement in deze zaak geen bewijs heeft gevonden dat duidt op fumus persecutionis, d.w.z. een voldoende ernstig en precies vermoeden dat de zaak aanhangig is gemaakt met de bedoeling het lid politieke schade toe te brengen;

1.  besluit de immuniteit van Jérôme Lavrilleux op te heffen;

2.  verzoekt zijn Voorzitter dit besluit en het verslag van zijn bevoegde commissie onmiddellijk te doen toekomen aan de bevoegde autoriteit van de Franse Republiek en aan Jérôme Lavrilleux.

(1) Arrest van het Hof van Justitie van 12 mei 1964, Wagner/Fohrmann en Krier, 101/63, ECLI:EU:C:1964:28; arrest van het Hof van Justitie van 10 juli 1986, Wybot/Faure e.a., 149/85, ECLI:EU:C:1986:310; arrest van het Gerecht van 15 oktober 2008, Mote/Parlement, T-345/05, ECLI:EU:T:2008:440; arrest van het Hof van Justitie van 21 oktober 2008, Marra/De Gregorio en Clemente, C-200/07 en C-201/07, ECLI:EU:C:2008:579; arrest van het Gerecht van 19 maart 2010, Gollnisch/Parlement, T-42/06, ECLI:EU:T:2010:102; arrest van het Hof van Justitie van 6 september 2011, Patriciello, C-163/10, ECLI:EU:C:2011:543; arrest van het Gerecht van 17 januari 2013, Gollnisch/Parlement, T-346/11 en T-347/11, ECLI:EU:T:2013:23.

Juridische mededeling