Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2015/2049(IMM)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A8-0150/2015

Ingediende teksten :

A8-0150/2015

Debatten :

Stemmingen :

PV 19/05/2015 - 5.5
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2015)0193

Aangenomen teksten
PDF 161kWORD 64k
Dinsdag 19 mei 2015 - Straatsburg Definitieve uitgave
Verzoek om opheffing van de parlementaire immuniteit van Janusz Korwin-Mikke
P8_TA(2015)0193A8-0150/2015

Besluit van het Europees Parlement van 19 mei 2015 over het verzoek om opheffing van de immuniteit van Janusz Korwin-Mikke (2015/2049(IMM))

Het Europees Parlement,

–  gezien het verzoek om opheffing van de immuniteit van Janusz Korwin-Mikke, dat op 29 december 2014 door de procureur-generaal van de Republiek Polen werd doorgezonden verband met een door de openbare aanklager bij de arrondissementsrechtbank van Warschau ingestelde strafvervolging (zaak nr. V Ds 223/14), van welk verzoek op 28 januari 2015 ter plenaire vergadering mededeling werd gedaan,

–  na de heer Korwin-Mikke te hebben gehoord, overeenkomstig artikel 9, lid 5 van zijn Reglement,

–  gezien de artikelen 8 en 9 van het Protocol betreffende de voorrechten en immuniteiten van de Europese Unie, en op artikel 6, lid 2, van de Akte van 20 september 1976 betreffende de verkiezing van de leden van het Europees Parlement door middel van rechtstreekse algemene verkiezingen,

–  gezien de arresten van het Hof van Justitie van de Europese Unie van 12 mei 1964, 10 juli 1986, 15 en 21 oktober 2008, 19 maart 2010, 6 september 2011 en 17 januari 2013(1),

–  gezien artikel 105, lid 2, van de grondwet van de Republiek Polen en de artikelen 7b, lid 1, en 7c, lid 1, van de Poolse wet van 9 mei 1996 betreffende de uitvoering van het mandaat van parlementslid en senator,

–  gezien artikel 5, lid 2, artikel 6, lid 1 en artikel 9 van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie juridische zaken (A8‑0150/2015),

A.  overwegende dat de procureur-generaal van de Republiek Polen een verzoek heeft doorgezonden van de openbare aanklager bij de arrondissementsrechtbank van Warschau, om toestemming voor strafvervolging tegen Janusz Korwin-Mikke, lid van het Europees Parlement, wegens het strafbare feit bedoeld in artikel 222, lid 1, van het Poolse wetboek van strafrecht; overwegende dat het concreet gaat om beschuldiging van aantasting van de fysieke integriteit van een openbaar ambtsdrager;

B.  overwegende dat ingevolge artikel 8 van het Protocol betreffende de voorrechten en immuniteiten van de Europese Unie tegen de leden van het Europees Parlement geen opsporing kan plaatsvinden, evenmin als aanhouding of vervolging op grond van de mening of de stem, die zij in de uitoefening van hun ambt hebben uitgebracht;

C.  overwegende dat de leden van het Europees Parlement overeenkomstig artikel 9 van het Protocol betreffende de voorrechten en immuniteiten van de Europese Unie tijdens de zittingsduur van het Parlement op hun eigen grondgebied dezelfde immuniteiten genieten welke aan de leden van de volksvertegenwoordiging in hun land zijn verleend;

D.  overwegende dat ingevolge artikel 105, lid 2, van de grondwet van de Republiek Polen leden van het parlement tijdens de parlementaire zittingsperiode niet strafrechtelijk ter verantwoording kunnen worden geroepen zonder voorafgaande toestemming van het parlement (Sejm);

E.  overwegende dat het uitsluitend aan het Parlement is te beslissen of de immuniteit in een bepaald geval al dan niet wordt opgeheven; overwegende dat het Parlement in redelijkheid rekening kan houden met het standpunt van het lid wanneer het zijn besluit neemt diens immuniteit al dan niet op te heffen(2);

F.  overwegende dat de ten laste gelegde feiten geen rechtstreeks duidelijk verband hebben met het functioneren van Korwin-Mikke als lid van het Europees Parlement, en dat het niet gaat om een mening of stem die hij in het kader van de uitoefening van zijn taken als lid van het Europees Parlement heeft uitgebracht, als bedoeld in artikel 8 van Protocol nr. 7 betreffende de voorrechten en immuniteiten van de Europese Unie;

G.  overwegende dat het Parlement in deze zaak geen bewijs heeft gevonden dat duidt op fumus persecutionis, d.w.z. een voldoende ernstig en precies vermoeden dat de zaak aanhangig is gemaakt met de bedoeling het lid politieke schade toe te brengen;

1.  besluit de immuniteit van Janusz Korwin-Mikke op te heffen;

2.  verzoekt zijn Voorzitter dit besluit en het verslag van zijn bevoegde commissie onmiddellijk te doen toekomen aan de desbevoegde autoriteiten van de Republiek Polen en aan Janusz Korwin-Mikke.

(1) Arrest van het Hof van Justitie van 12 mei 1964, Wagner/Fohrmann en Krier, 101/63, ECLI:EU:C:1964:28; arrest van het Hof van Justitie van 10 juli 1986, Wybot/Faure e.a., 149/85, ECLI:EU:C:1986:310; arrest van het Gerecht van 15 oktober 2008, Mote/Parlement, T-345/05, ECLI:EU:T:2008:440; arrest van het Hof van Justitie van 21 oktober 2008, Marra/De Gregorio en Clemente, C-200/07 en C-201/07, ECLI:EU:C:2008:579; arrest van het Gerecht van 19 maart 2010, Gollnisch/Parlement, T-42/06, ECLI:EU:T:2010:102; arrest van het Hof van Justitie van 6 september 2011, Patriciello, C-163/10, ECLI:EU:C:2011:543; arrest van het Gerecht van 17 januari 2013, Gollnisch/Parlement, T-346/11 en T-347/11, ECLI:EU:T:2013:23.
(2) Arrest T-345/05 Mote/Parlement (reeds aangehaald), par. 28.

Juridische mededeling