Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2015/2076(BUD)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A8-0185/2015

Ingediende teksten :

A8-0185/2015

Debatten :

Stemmingen :

PV 24/06/2015 - 23.4
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2015)0237

Aangenomen teksten
PDF 345kWORD 80k
Woensdag 24 juni 2015 - Brussel Definitieve uitgave
Beschikbaarstelling van middelen uit het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering: EGF/2015/000 TA 2015 – Technische bijstand op initiatief van de Commissie
P8_TA(2015)0237A8-0185/2015
Resolutie
 Bijlage

Resolutie van het Europees Parlement van 24 juni 2015 over het voorstel voor een besluit van het Europees Parlement en de Raad betreffende de beschikbaarstelling van middelen uit het Europees fonds voor aanpassing aan de globalisering, overeenkomstig punt 13 van het Interinstitutioneel Akkoord van 2 december 2013 tussen het Europees Parlement, de Raad en de Commissie betreffende de begrotingsdiscipline, de samenwerking in begrotingszaken en een goed financieel beheer (aanvraag EGF/2015/000 TA 2015 - Technische bijstand op initiatief van de Commissie) (COM(2015)0156 – C8-0093/2015 – 2015/2076(BUD))

Het Europees Parlement,

–  gezien het voorstel van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad (COM(2015)0156 – C8-0093/2015),

–  gezien Verordening (EU) nr. 1309/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 betreffende het Europees fonds voor aanpassing aan de globalisering (2014-2020) en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1927/2006(1) (EFG-verordening),

–  gezien Verordening (EU, Euratom) nr. 1311/2013 van de Raad van 2 december 2013 tot bepaling van het meerjarig financieel kader voor de jaren 2014-2020(2), en met name artikel 12 hiervan,

–  gezien het Interinstitutioneel Akkoord van 2 december 2013 tussen het Europees Parlement, de Raad en de Commissie betreffende de begrotingsdiscipline, de samenwerking in begrotingszaken en een goed financieel beheer(3) (IIA van 2 december 2013), en met name punt 13 hiervan,

–  gezien zijn resolutie van 17 september 2014 over het voorstel voor een besluit van het Europees Parlement en de Raad betreffende de beschikbaarstelling van middelen uit het Europees fonds voor aanpassing aan de globalisering, overeenkomstig punt 13 van het Interinstitutioneel Akkoord van 2 december 2013 tussen het Europees Parlement, de Raad en de Commissie betreffende de begrotingsdiscipline, de samenwerking in begrotingszaken en een goed financieel beheer (aanvraag EGF/2014/000 TA 2014 – Technische bijstand op initiatief van de Commissie)(4),

–  gezien de trialoogprocedure als bedoeld in punt 13 van het IIA van 2 december 2013,

–  gezien de brief van de Commissie werkgelegenheid en sociale zaken,

–  gezien het verslag van de Begrotingscommissie (A8-0185/2015),

A.  overwegende dat de Unie wetgevings- en begrotingsinstrumenten in het leven heeft geroepen om extra steun te geven aan werknemers die de gevolgen van grote structurele veranderingen in de wereldhandelspatronen of de wereldwijde financiële en economische crisis ondervinden, en hen te helpen bij hun terugkeer op de arbeidsmarkt;

B.  overwegende dat financiële steun van de Unie aan ontslagen werknemers flexibel moet zijn en zo snel en efficiënt mogelijk ter beschikking moet worden gesteld, overeenkomstig de gezamenlijke verklaring van het Europees Parlement, de Raad en de Commissie die is goedgekeurd tijdens het overleg van 17 juli 2008, en met inachtneming van het IIA van 2 december 2013 met betrekking tot het nemen van besluiten om gebruik te maken van het Europees fonds voor aanpassing aan de globalisering (EFG);

C.  overwegende dat de vaststelling van de nieuwe EFG-verordening vorm geeft aan de overeenkomst tussen het Parlement en de Raad om het criterium "crisisafwijking" opnieuw in te voeren, de financiële bijdrage van de Unie te verhogen tot 60 % van de totale geraamde kosten van de voorgestelde maatregelen, de efficiëntie voor de behandeling van EFG-aanvragen in de Commissie en door het Parlement en de Raad te verhogen door de termijn voor beoordeling en goedkeuring te verkorten, de subsidiabele maatregelen en begunstigden uit te breiden door zelfstandigen en jongeren toe te voegen en stimuleringsmaatregelen voor de oprichting van een eigen bedrijf te financieren;

D.  overwegende dat het maximale jaarlijkse bedrag dat voor het EFG in 2015 beschikbaar is 150 miljoen EUR bedraagt (prijzen van 2011) en dat in artikel 11, lid 1, van de EFG-verordening wordt bepaald dat op initiatief van de Commissie jaarlijks maximaal 0,5 % van het EFG (d.w.z. 811 825 EUR in prijzen van 2015) kan worden gebruikt voor technische bijstand, ter financiering van de voorbereiding van, het toezicht op, de gegevensverzameling voor, het creëren van een kennisbasis, administratieve en technische bijstand, informatie- en communicatieactiviteiten alsook boekhoudkundige controle en evaluatiewerkzaamheden die nodig zijn voor de tenuitvoerlegging van de EFG-verordening;

E.  overwegende dat het Europees Parlement regelmatig heeft gewezen op de noodzaak om de zichtbaarheid van het EFG te verbeteren als EU-instrument voor solidariteit met werknemers die gedwongen zijn ontslagen;

F.  overwegende dat het voorgestelde bedrag van 630 000 EUR overeenkomt met circa 0,39 % van het jaarlijkse maximumbedrag voor het EFG in 2015;

1.  stemt ermee in dat de door de Commissie voorgestelde maatregelen gefinancierd worden als technische bijstand, in overeenstemming met artikel 11, leden 1 en 4, en artikel 12, leden 2, 3 en 4, van de EFG-verordening;

2.  herinnert aan het belang van netwerken en informatie-uitwisseling inzake het EFG, met name inzake de bepalingen van de nieuwe EFG-verordening; steunt daarom de financiering van de Deskundigengroep van contactpersonen van het EFG evenals de netwerkseminars over de implementatie van het EFG;

3.  benadrukt dat deze bijeenkomsten voornamelijk tot doel moeten hebben om de evaluatie achteraf van het EFG (2007-2013) te analyseren en de aanbevelingen diepgravend te bespreken; verzoekt de Commissie een volledige analyse te maken van de reeds uitgevoerde EFG-fondsen en hierover een verslag bij het Europees Parlement in te dienen;

4.  verwelkomt het voortgezette werk aan de gestandaardiseerde procedures voor EFG-aanvragen en -beheer, gebruikmakend van de functies van het systeem voor elektronische gegevensuitwisseling (SFC2014), wat een vereenvoudiging en snellere verwerking van aanvragen mogelijk maakt, alsmede betere verslaglegging;

5.  wijst erop dat het proces om het EFG in het systeem voor elektronische gegevensuitwisseling (SFC2014) te integreren reeds een aantal jaren loopt en dat de daarmee verband houdende kosten voor de EFG-begroting de komende twee of drie jaar relatief hoog zullen blijven, totdat het integratieproces is afgerond;

6.  verzoekt de Commissie een toelichting te geven op de voortgang met de integratie in SFC2014 van begin 2011 tot 2014;

7.  beveelt de Commissie en de lidstaten aan hun netwerkactiviteiten met name te richten op het volgende:

   a) het toezicht op en de evaluatie van de effecten van EFG-steun voor individuele deelnemers als volgt verbeteren:
   de begroting voor toezicht en evaluatie moet worden gebruikt om de effecten op langere termijn voor de EFG-begunstigden te beoordelen;
   het EFG-aanvraagformulier en het model voor het eindverslag van de tenuitvoerlegging van een bijdrage uit het EFG moeten duidelijk aangeven dat de EFG-coördinator en de lidstaten verplicht zijn gegevens te leveren over de werkgelegenheidsresultaten voor de begunstigden die twaalf maanden na de implementatie van de maatregelen zijn bereikt, alsook gegevens over de mate van tewerkstelling tijdens de twaalf maanden na de implementatie van het EFG op het betrokken gebied, om een ruimere kijk te hebben op de effecten van het EFG;
   er moet gedetailleerdere informatie worden vastgelegd en op duidelijke wijze worden doorgegeven inzake maatregelen waarvan gebruik is gemaakt door individuele deelnemers, om bijvoorbeeld een duidelijker kosten-batenanalyse te kunnen maken van de verschillende maatregelen;
   de goedkeuring van de eindverslagen en de definitieve afsluiting moeten worden gekoppeld aan het leveren van volledige informatie over de resultaten voor de begunstigden (op geaggregeerd niveau). In eerdere gevallen waren de gegevens inzake de begunstigden onvolledig;
   b) het aanvraagproces verder stroomlijnen als volgt:
   er moet op worden aangedrongen dat de steunverlening aan ontslagen werknemers op nationaal niveau sneller van start gaat zonder eerst op goedkeuring van de aanvraag te wachten;
   als dat niet mogelijk is, moeten de Commissie en de lidstaten overwegen de periode van uitvoering van het EFG te laten starten vanaf de datum van goedkeuring van een aanvraag. Op die manier zou de volledige steunperiode van 24 maanden kunnen worden benut;
   c) tijdens de uitvoeringsperiode als volgt zorgen meer flexibiliteit:
   de Commissie moet de lidstaten meer mogelijkheden geven voor het nemen van bijkomende maatregelen indien zich nieuwe mogelijkheden voordoen of indien behoeften ontstaan tijdens de uitvoeringsperiode waar de maatregelen zoals beschreven in de aanvraag ontoereikend voor zijn;
   de referentieperiode voor het bepalen van ontslagen voor de EFG-aanvraag wordt ervaren als te beperkend en als een aantasting van het streven naar solidariteit en het slagen van de EFG-steun, en deze periode zou kunnen worden herzien om flexibiliteit mogelijk te maken in de vorm van een addendum bij het aanvraagformulier indien kan worden aangetoond dat de ontslagen dezelfde oorzaak hebben als en verband houden met de ontslagen die in de aanvraag worden genoemd;

8.  beveelt aan dat de Commissie de redenen beoordeelt die voor sommige projecten hebben geleid tot vertraging van de goedkeuring of de uitvoering, en dat ze haar aanbevelingen openbaar maakt;

9.  onderstreept het belang van het geven van meer bekendheid en zichtbaarheid aan het EFG; herinnert de lidstaten die aanvragen indienen aan hun taak om bekendheid te geven aan de acties die met het EFG worden gefinancierd en zich daarbij te richten tot de beoogde begunstigden, de autoriteiten, de sociale partners, de media en het grote publiek, zoals bepaald in artikel 12 van de EFG-verordening;

10.  wijst erop dat de kosten voor informatieactiviteiten in 2015 aanzienlijk zijn gedaald; is van mening dat dit geen nadelige gevolgen mag hebben voor de productie en toereikende distributie van informatiemateriaal en voor het bieden van de nodige ondersteuning;

11.  benadrukt dat het nodig is het contact verder te versterken tussen alle betrokkenen bij EFG-aanvragen, waaronder met name de sociale partners en de belanghebbenden op regionaal en lokaal niveau, om zo veel mogelijk synergieën tot stand te brengen; wijst erop dat de interactie tussen de nationale contactpersoon en de regionale of lokale uitvoeringspartners moet worden versterkt en dat er duidelijke afspraken moeten worden gemaakt over communicatie, ondersteuning en informatievoorziening (interne verdeling van taken en verantwoordelijkheden), waar alle partners mee moeten instemmen;

12.  benadrukt dat de toegang tot EFG-steun voor jongeren tot 25 jaar die niet werken of een opleiding volgen (NEET's) in regio's met een hoge jeugdwerkloosheid in dezelfde mate moet worden uitgebreid als voor werknemers die steun ontvangen, indien bij de tussentijdse evaluatie wordt aangetoond dat deze maatregel na december 2017 gehandhaafd moet blijven;

13.  roept de Commissie op het Parlement uit te nodigen voor vergaderingen en seminars van de Deskundigengroep, overeenkomstig de relevante bepalingen van het Kaderakkoord over de betrekkingen tussen het Europees Parlement en de Europese Commissie(5); onderstreept verder het belang van meer contact tussen alle partijen die betrokken zijn bij de EFG-aanvragen, waaronder de sociale partners;

14.  roept op tot een tijdige publicatie van de definitieve evaluatie, overeenkomstig de termijn zoals vastgesteld in artikel 17 van Verordening (EG) nr. 1927/2006 van het Europees Parlement en de Raad(6);

15.  verzoekt de lidstaten en alle betrokken instellingen de nodige inspanningen te leveren om de procedurele en begrotingsregelingen te verbeteren teneinde de beschikbaarstelling van middelen uit het EFG te bespoedigen; wijst in dit verband op de wens van het Parlement om een initiatiefverslag op te stellen op basis van de evaluatie door de Commissie, om de stand van zaken vast te stellen van het functioneren van de nieuwe EFG-verordening en van de uitgevoerde aanvragen; merkt op dat de verbeterde procedure die de Commissie heeft aangenomen naar aanleiding van het verzoek van het Parlement om ervoor te zorgen dat het EFG echt een spoedinstrument is en de toekenning van subsidies te versnellen, als doel heeft het Parlement en de Raad de beoordeling door de Commissie van de subsidiabiliteit van een EFG-aanvraag voor te leggen samen met het voorstel voor de beschikbaarstelling van middelen uit het EFG; verwelkomt de aanzienlijk snellere beoordeling en goedkeuring van aanvragen dankzij de nieuwe EFG-verordening;

16.  benadrukt dat bij de tussentijdse evaluatie die in 2015 moet plaatsvinden, ook rekening moet worden gehouden met de langetermijngevolgen van de crisis en de globalisering voor kleine en middelgrote ondernemingen en dat bijgevolg de mogelijkheid moet worden onderzocht om het in artikel 4 van de EFG-verordening vastgestelde criterium van 500 ontslagen werknemers te verlagen, zoals het Parlement heeft voorgesteld in zijn resolutie van 17 september 2014;

17.  verzoekt de lidstaten de additionaliteit van de EFG-steun en het verband met andere fondsen duidelijker te benadrukken; wijst erop dat de lidstaten moeten nagaan wat de beste manieren zijn om te zorgen voor meerwaarde van het EFG en om verdringingseffecten te voorkomen;

18.  hecht zijn goedkeuring aan het bij deze resolutie gevoegde besluit;

19.  verzoekt zijn Voorzitter dit besluit samen met de voorzitter van de Raad te ondertekenen en zorg te dragen voor publicatie ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie;

20.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie, met inbegrip van de bijlage, te doen toekomen aan de Raad en de Commissie.

(1) PB L 347 van 20.12.2013, blz. 855.
(2) PB L 347 van 20.12.2013, blz. 884.
(3) PB C 373 van 20.12.2013, blz. 1.
(4) Aangenomen teksten, P8_TA(2014)0016.
(5) PB L 304 van 20.11.2010, blz. 47.
(6) Verordening (EG) nr. 1927/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 20 december 2006 tot oprichting van een Europees fonds voor aanpassing aan de globalisering (PB L 406 van 30.12.2006, blz. 1).


BIJLAGE

BESLUIT VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

betreffende de beschikbaarstelling van middelen uit het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering (EGF/2015/000 TA 2015 - Technische bijstand op initiatief van de Commissie)

(De tekst van de bijlage wordt hier niet weergegeven, aangezien deze overeenkomt met de definitieve handeling: Besluit (EU) 2015/1179)

Juridische mededeling