Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2015/0051(NLE)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A8-0205/2015

Ingediende teksten :

A8-0205/2015

Debatten :

PV 07/07/2015 - 15
CRE 07/07/2015 - 15

Stemmingen :

PV 08/07/2015 - 4.10
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2015)0261

Aangenomen teksten
PDF 529kWORD 185k
Woensdag 8 juli 2015 - Straatsburg Definitieve uitgave
Richtsnoeren voor het werkgelegenheidsbeleid van de lidstaten *
P8_TA(2015)0261A8-0205/2015

Wetgevingsresolutie van het Europees Parlement van 8 juli 2015 over het voorstel voor een besluit van de Raad betreffende de richtsnoeren voor het werkgelegenheidsbeleid van de lidstaten (COM(2015)0098 – C8-0075/2015 – 2015/0051(NLE))

(Raadpleging)

Het Europees Parlement,

–  gezien het voorstel van de Commissie aan de Raad (COM(2015)0098),

–  gezien artikel 148, lid 2, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, op grond waarvan het Parlement door de Raad is geraadpleegd (C8-0075/2015),

–  gezien artikel 59 van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie werkgelegenheid en sociale zaken (A8-0205/2015),

1.  hecht zijn goedkeuring aan het Commissievoorstel, als geamendeerd door het Parlement;

2.  verzoekt de Commissie haar voorstel krachtens artikel 293, lid 2, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie dienovereenkomstig te wijzigen;

3.  verzoekt de Raad, wanneer deze voornemens is af te wijken van de door het Parlement goedgekeurde tekst, het Parlement hiervan op de hoogte te stellen;

4.  wenst opnieuw te worden geraadpleegd ingeval de Raad voornemens is ingrijpende wijzigingen aan te brengen in het voorstel van de Commissie;

5.  verzoekt zijn Voorzitter het standpunt van het Parlement te doen toekomen aan de Raad en aan de Commissie.

Door de Commissie voorgestelde tekst   Amendement
Amendement 1
Voorstel voor een besluit
Overweging 1
(1)   De lidstaten en de Unie moeten streven naar de ontwikkeling van een gecoördineerde strategie voor werkgelegenheid en in het bijzonder voor de bevordering van scholing, opleiding en aanpassingsvermogen van werknemers, alsmede arbeidsmarkten die soepel reageren op economische veranderingen, teneinde de doelstellingen inzake volledige werkgelegenheid en sociale vooruitgang van artikel 3 van het Verdrag betreffende de Europese Unie te bereiken. Rekening houdend met nationale gebruiken op het gebied van de verantwoordelijkheden van de sociale partners beschouwen de lidstaten het bevorderen van de werkgelegenheid als een aangelegenheid van gemeenschappelijke zorg en coördineren zij hun maatregelen op dit gebied binnen de Raad.
(1)   De lidstaten en de Unie moeten streven naar de ontwikkeling van een doeltreffende en gecoördineerde strategie voor werkgelegenheid, die erop gericht is de ernstige gevolgen van werkloosheid op te vangen, voor de bevordering van een geschoolde, goed opgeleide beroepsbevolking en arbeidsmarkten die soepel reageren op economische, sociale en ecologische veranderingen, met name door middel van een doelgerichte bevordering van opleiding in de wetenschappelijke, technologische, technische en wiskundige sector en door middel van aanpassing van de onderwijsstelsels, teneinde de doelstellingen inzake volledige werkgelegenheid en sociale vooruitgang van artikel 3 van het Verdrag betreffende de Europese Unie te bereiken. Er dienen met name inspanningen te worden verricht om meer werkgelegenheid te scheppen voor werknemers die zeer laag geschoold zijn of niet snel kunnen worden geschoold of opgeleid, en om de alsmaar groeiende grootscheepse en langdurige werkloosheid terug te dringen, met bijzondere aandacht voor achtergebleven gebieden. Rekening houdend met nationale gebruiken op het gebied van de verantwoordelijkheden van de sociale partners moeten de lidstaten het bevorderen van de werkgelegenheid als een prioriteit en een aangelegenheid van gemeenschappelijke zorg beschouwen en moeten zij hun maatregelen op dit gebied binnen de Raad coördineren. De Unie moet deze inspanningen begeleiden met beleidsvoorstellen om de doelstellingen van het Verdrag te verwezenlijken en te zorgen voor een inclusieve, geïntegreerde arbeidsmarkt, alsook voor behoorlijke arbeidsomstandigheden in de gehele Unie, inclusief passende lonen, die ook bedongen worden via collectieve onderhandelingen.
Amendement 2
Voorstel voor een besluit
Overweging 1 bis (nieuw)
(1 bis)  Volgens ramingen van Eurostat telde de Unie in januari 2015 23 815 000 werklozen, van wie ruim 18 059 000 in de eurozone.
Amendement 3
Voorstel voor een besluit
Overweging 1 ter (nieuw)
(1 ter)  Nu is het zaak betrouwbare indicatoren vast te stellen voor de staat van armoede waarin vele EU-burgers leven, met betrekking tot de eerdere cijfers in Besluit 2010/707/EU van de Raad1 bis waarin gesproken werd van ten minste 20 miljoen personen die moeten worden bevrijd van het risico op armoede en uitsluiting.
____________
1 bis Besluit 2010/707/EU van de Raad van 21 oktober 2010 betreffende de richtsnoeren voor het werkgelegenheidsbeleid van de lidstaten (PB L 308 van 24.11.2010, blz. 46).
Amendement 4
Voorstel voor een besluit
Overweging 2
(2)   De Unie moet sociale uitsluiting en discriminatie bestrijden, gelijke toegang tot grondrechten waarborgen en sociale rechtvaardigheid en bescherming bevorderen. De Unie moet bij de bepaling en de uitvoering van haar beleid en optreden rekening houden met de eisen in verband met de waarborging van een adequate sociale bescherming, de bestrijding van sociale uitsluiting, alsmede een hoog niveau van onderwijs en opleiding.
(2)   De Unie moet sociale uitsluiting, elke vorm van armoede en discriminatie bestrijden, gelijke toegang tot grondrechten waarborgen en sociale rechtvaardigheid en bescherming bevorderen. Dit algemene doel mag niet in het gedrang komen als gevolg van neveneffecten van andere wetgeving of ander beleid. De Unie moet bij de bepaling en de uitvoering van haar beleid en optreden rekening houden met de eisen in verband met de waarborging van een adequate sociale bescherming, de bestrijding van sociale uitsluiting, alsmede een hoog niveau van onderwijs en opleiding.
Amendement 6
Voorstel voor een besluit
Overweging 4
(4)   De lidstaten moeten hun economisch beleid beschouwen als een aangelegenheid van gemeenschappelijk belang en het in het kader van de Raad coördineren. De Raad moet werkgelegenheidsrichtsnoeren en globale richtsnoeren voor het economisch beleid vaststellen teneinde het beleid van de lidstaten en de Unie aan te sturen.
(4)   De lidstaten moeten hun economisch beleid, samen met hun sociaal beleid, beschouwen als een aangelegenheid van gemeenschappelijk belang en het in het kader van de Raad coördineren. De Raad moet werkgelegenheidsrichtsnoeren en globale richtsnoeren voor het economisch beleid vaststellen teneinde het beleid van de lidstaten en de Unie aan te sturen.
Amendement 7
Voorstel voor een besluit
Overweging 4 bis (nieuw)
(4 bis)  Om te zorgen voor een democratischere besluitvorming over de geïntegreerde richtsnoeren, die gevolgen hebben voor de burgers en de arbeidsmarkten in de gehele Unie, is het van belang dat de besluiten over zowel de werkgelegenheidsrichtsnoeren als de globale richtsnoeren voor het economisch beleid worden genomen door het Europees Parlement en de Raad. Met de geïntegreerde richtsnoeren moeten de lidstaten als prioriteit duurzame, geïntegreerde economische modellen op EU-, nationaal en lokaal niveau kunnen vaststellen.
Amendement 8
Voorstel voor een besluit
Overweging 5
(5)   In overeenstemming met de bepalingen van het Verdrag heeft de Unie coördinatie-instrumenten ontwikkeld en ingevoerd voor het begrotingsbeleid en het macrostructurele beleid. In het Europees semester worden de verschillende instrumenten gecombineerd in een overkoepelend kader voor een geïntegreerd, multilateraal economisch en budgettair toezicht. De stroomlijning en versterking van het Europees semester, zoals uiteengezet in de jaarlijkse groeianalyse 2015 van de Commissie, zal de werking ervan verder verbeteren.
(5)   In overeenstemming met het Verdrag heeft de Unie coördinatie-instrumenten ontwikkeld en ingevoerd voor het begrotingsbeleid en het macrostructurele beleid, die een grote impact hebben op de sociale en werkgelegenheidssituatie in de Unie. Dit beleid kan tot gevolg hebben dat er sommige delen van de Unie een tendens tot stagnatie en deflatie ontstaat die groei en werkgelegenheid zou kunnen remmen. In dat opzicht is het onontbeerlijk rekening te houden met de nieuwe sociale indicatoren en de asymmetrische schokken die bepaalde lidstaten hebben ervaren als gevolg van de financiële en economische crisis. In het Europees semester, dat beter moet worden afgestemd op het verwezenlijken van de doelen van de Europa 2020-strategie, worden de verschillende instrumenten gecombineerd in een overkoepelend kader voor een geïntegreerd, multilateraal toezicht op het economisch, budgettair, werkgelegenheids- en sociaal beleid. Met de stroomlijning en versterking van het Europees semester, zoals uiteengezet in de jaarlijkse groeianalyse 2015 van de Commissie, kan de werking van dat instrument verder verbeteren, maar het instrument heeft nog geen verbetering gebracht in de economische situatie van de lidstaten die het zwaarst getroffen zijn door de crisis.
Amendement 9
Voorstel voor een besluit
Overweging 5 bis (nieuw)
(5 bis)  Volgens het Europees Sociaal Waarnemingscentrum kennen 26 lidstaten reeds vormen van inkomenssteun en sociale bescherming1bis. Commissaris Thyssen voor Werkgelegenheid, Sociale Zaken, Vaardigheden en Arbeidsmobiliteit heeft verklaard dat, als zij het voor het zeggen had in alle lidstaten in Europa, er in alle landen van Europa een minimumloon zou zijn.
____________
1 bis http://www.eesc.europa.eu/resources/docs/revenu-minimum_-etude-ose_-vfinale_en--2.pdf
Amendement 10
Voorstel voor een besluit
Overweging 5 ter (nieuw)
(5 ter)  Op Unieniveau bestaat er geen regelgevingsbevoegdheid voor de totstandbrenging van een regelgevingskader inzake een EU-minimumloon.
Amendement 47
Voorstel voor een besluit
Overweging 6
(6)   Door de financiële en economische crisis zijn belangrijke tekortkomingen in de economie van de Unie en haar lidstaten aan het licht gekomen en uitvergroot. De crisis heeft ook laten zien dat de economieën en arbeidsmarkten van de lidstaten onderling nauw vervlochten zijn. Het stimuleren van sterke, duurzame en inclusieve groei en het scheppen van banen in de Unie is de belangrijkste uitdaging van vandaag. Dit vereist gecoördineerde en ambitieuze beleidsmaatregelen op zowel EU-niveau als nationaal niveau, in overeenstemming met de bepalingen van het Verdrag en het economisch bestuur van de Unie. Door combinatie van activiteiten aan de vraag- en aanbodzijde moeten deze maatregelen ervoor zorgen dat investeringen worden gestimuleerd, opnieuw wordt ingezet op structurele hervormingen en budgettaire verantwoordelijkheid wordt genomen.
(6)   Door de financiële en economische crisis zijn ernstige tekortkomingen in de economieën van de lidstaten en de coördinatiemechanismen van de Unie aan het licht gekomen en uitvergroot. De crisis heeft ook laten zien dat de economieën en arbeidsmarkten van de lidstaten onderling nauw vervlochten zijn. Het stimuleren van sterke, duurzame en inclusieve groei en het scheppen van banen in de Unie, hetgeen inhoudt dat er een einde moet worden gemaakt aan de grote concentraties van werkloosheid in sommige delen van haar grondgebied, is de belangrijkste uitdaging van vandaag. Dit vereist vastberaden, gecoördineerde, ambitieuze maar vooral doeltreffende beleidsmaatregelen op zowel EU-niveau als nationaal niveau, in overeenstemming met de bepalingen van het Verdrag en het economisch bestuur van de Unie. Door combinatie van activiteiten aan de vraag- en aanbodzijde moeten deze maatregelen ervoor zorgen dat investeringen worden gestimuleerd, vooral investeringen die gericht zijn op de ontwikkeling van de kleine en middelgrote ondernemingen, micro-ondernemingen, innoverende start-ups en bedrijven die groene werkgelegenheid bevorderen, dat opnieuw wordt ingezet op structurele hervormingen en dat budgettaire verantwoordelijkheid wordt genomen Deze maatregelen moeten ook de totstandbrenging behelzen van een meer inclusieve, op rechten gebaseerde arbeidsmarkt, die geflankeerd wordt door passende sociale bescherming. Zij moeten tevens socialebeschermingsmaatregelen omvatten, zoals een overeenkomstig de nationale gebruiken in te voeren gegarandeerd minimuminkomen, met als doel extreme armoede en sociale uitsluiting tegen te gaan.
Amendement 12
Voorstel voor een besluit
Overweging 7
(7)   Daarnaast moeten de lidstaten en de Unie de sociale gevolgen van de crisis aanpakken en ernaar streven een hechte samenleving te ontwikkelen waarin mensen de kans krijgen om zich voor te bereiden op en om te gaan met veranderingen, en actief kunnen deelnemen aan de samenleving en de economie. Iedereen moet kansen en mogelijkheden krijgen, en armoede en sociale uitsluiting moeten worden verminderd, met name door ervoor te zorgen dat de arbeidsmarkten en de socialezekerheidsstelsels doeltreffend functioneren en door belemmeringen voor arbeidsparticipatie weg te nemen. Ook moeten de lidstaten verzekeren dat economische groei ten goede komt aan alle burgers en alle regio’s.
(7)   Daarnaast moeten de lidstaten en de Unie de sociale gevolgen van de crisis aanpakken door meer betrouwbare cijfers te verstrekken over extreme armoede, en ernaar streven een inclusieve, eerlijkere samenleving op te bouwen waarin mensen de kans krijgen om zich voor te bereiden op en om te gaan met veranderingen, en actief kunnen deelnemen aan de samenleving en de economie. Iedereen moet, zonder discriminatie, kansen en mogelijkheden krijgen, en armoede en sociale uitsluiting moeten ingrijpend worden verminderd, met name door ervoor te zorgen dat de arbeidsmarkten en de socialezekerheidsstelsels doeltreffend functioneren en door onnodige administratieve obstakels en belemmeringen voor arbeidsparticipatie, met name voor personen met een handicap, weg te nemen. Ook moeten de lidstaten verzekeren dat economische groei ten goede komt aan alle burgers en alle regionale en lokale entiteiten. Het scorebord van kernindicatoren op sociaal en werkgelegenheidsgebied in het gezamenlijk verslag over de werkgelegenheid is in dit kader een bijzonder nuttig instrument om de belangrijkste problemen en verschillen op sociaal en werkgelegenheidsgebied tijdig te signaleren en vast te stellen op welke gebieden beleidsmaatregelen het hardst nodig zijn. In toekomstige edities van het scorebord moeten echter ook naar gender uitgesplitste gegevens worden opgenomen.
Amendement 13
Voorstel voor een besluit
Overweging 7 bis (nieuw)
(7 bis)  De Europese Rekenkamer heeft drie problemen bij de uitvoering van de Europese Jeugdgarantie geconstateerd: de adequaatheid van de totale financiering, de definitie van "deugdelijk aanbod" en de wijze waarop de Commissie de resultaten van de regeling monitort en daarover verslag uitbrengt.
Amendement 14
Voorstel voor een besluit
Overweging 7 ter (nieuw)
(7 ter)  In Besluit 2010/707/EU van de Raad worden de volgende doelstellingen opgesomd: de arbeidsparticipatiegraad van vrouwen en mannen in de leeftijdsgroep 20-64 jaar uiterlijk in 2020 op 75 % brengen, de schooluitval onder 10 % brengen en het aandeel van de bevolking in de leeftijdsgroep 30-34 jaar dat tertiair of gelijkwaardig onderwijs heeft voltooid optrekken tot ten minste 40 %, de sociale integratie bevorderen, met name via armoedereductie, door ernaar te streven ten minste 20 miljoen mensen te bevrijden van het risico op armoede en uitsluiting. De verwezenlijking van de Europa 2020-strategie op werkgelegenheids- en sociaal gebied blijft een kerndoelstelling van het werkgelegenheidsbeleid van de lidstaten.
________________
1 bis Besluit 2010/707/EU van de Raad van 21 oktober 2010 betreffende de richtsnoeren voor het werkgelegenheidsbeleid van de lidstaten (PB L 308 van 24.11.2010, blz. 46).
Amendement 15
Voorstel voor een besluit
Overweging 8
(8)   Maatregelen overeenkomstig de richtsnoeren vormen een belangrijke bijdrage tot de verwezenlijking van de doelstellingen van de Europa 2020-strategie. De richtsnoeren vormen een geïntegreerde reeks Europese en nationale beleidslijnen, die de lidstaten en de Unie ten uitvoer dienen te leggen ter verwezenlijking van de positieve overloopeffecten van gecoördineerde structurele hervormingen, een geschikte algehele mix van economisch beleid en een consistentere bijdrage van het Europees beleid aan de doelstellingen van de Europa 2020-strategie.
(8)   Maatregelen overeenkomstig de richtsnoeren vormen een belangrijke bijdrage tot de verwezenlijking van de doelstellingen van de Europa 2020-strategie, die tot op heden grotendeels niet zijn verwezenlijkt. De uitkomst van de openbare raadpleging van 2014 over de Europa 2020-strategie laat duidelijk zien dat de doelstellingen op het gebied van werkgelegenheid, armoede, sociale uitsluiting en onderwijs van de strategie nog steeds uiterst relevant zijn, dat zij alle even belangrijk en onderling afhankelijk zijn en dat zij elkaar wederzijds versterken. De richtsnoeren vormen een geïntegreerde reeks Europese en nationale beleidslijnen, die de lidstaten en de Unie ten uitvoer dienen te leggen ter verwezenlijking van de positieve overloopeffecten van gecoördineerde hervormingen gericht op het terugdringen van ongelijkheden en het verhogen van het welzijn van burgers, een geschikte algehele mix van economisch beleid en een consistentere bijdrage van het Europees beleid aan de doelstellingen van de Europa 2020-strategie.
Amendement 16
Voorstel voor een besluit
Overweging 9
(9)   Hoewel deze richtsnoeren gericht zijn tot de lidstaten en de Unie, moeten zij ten uitvoer worden gelegd in partnerschap met alle nationale, regionale en lokale autoriteiten, in nauwe samenwerking met de parlementen, de sociale partners en de vertegenwoordigers van het maatschappelijk middenveld.
(9)   Bij het ontwerpen en ten uitvoer leggen van nationaal beleid moeten de lidstaten een doeltreffend bestuur waarborgen. Hoewel deze richtsnoeren gericht zijn tot de lidstaten en de Unie, moeten zij ten uitvoer gelegd, gecontroleerd en geëvalueerd worden in partnerschap met alle nationale, regionale en lokale autoriteiten, de parlementen, de sociale partners en de vertegenwoordigers van het maatschappelijk middenveld.
Amendement 17
Voorstel voor een besluit
Overweging 10
(10)   De lidstaten kunnen aan de hand van de globale richtsnoeren voor het economisch beleid hervormingen doorvoeren, als afspiegeling van hun onderlinge afhankelijkheid. De richtsnoeren zijn in overeenstemming met het stabiliteits- en groeipact. De richtsnoeren moeten de basis vormen voor landenspecifieke aanbevelingen die de Raad tot de lidstaten kan richten,
(10)   De globale richtsnoeren voor het economisch beleid en de werkgelegenheidsrichtsnoeren sturen de lidstaten bij het doorvoeren van hervormingen en moeten de basis vormen voor landenspecifieke aanbevelingen die de Raad tot de lidstaten kan richten. Gezien de nauwe onderlinge afhankelijkheid van de economieën en arbeidsmarkten van de lidstaten, dient de Raad bij het vaststellen van landenspecifieke aanbevelingen rekening te houden met de stand van zaken in de buurlanden en landen waarmee de betrokken lidstaat duidelijke banden heeft op grond van een trend op het gebied van migratie van werknemers of een andere relevante indicator. In verband daarmee moet de Commissie beschikken over nauwkeurige en bijgewerkte statistieken voor het geval dat de landenspecifieke aanbevelingen moeten worden aangepast.
Amendement 18
Voorstel voor een besluit
Bijlage – Richtsnoer 5 – alinea 1
De lidstaten moeten het scheppen van werkgelegenheid vergemakkelijken, de belemmeringen voor ondernemingen om mensen in dienst te nemen verminderen, ondernemerschap bevorderen en met name de oprichting en groei van kleine ondernemingen ondersteunen, teneinde de arbeidsparticipatie van vrouwen en mannen te bevorderen. Ook dienen de lidstaten de sociale economie en sociale innovatie actief te bevorderen.
In samenwerking met de regionale en lokale autoriteiten moeten de lidstaten het ernstige probleem van de werkloosheid doeltreffend en voortvarend aanpakken en het scheppen van duurzame kwaliteitsbanen faciliteren en daarin investeren, werken aan de toegankelijkheid voor risicogroepen en de belemmeringen voor ondernemingen om mensen in dienst te nemen verminderen voor alle vaardigheidsniveaus en in alle marktsectoren, onder meer door onnodige bureaucratie af te schaffen, een en ander met inachtneming van sociale en arbeidsnormen, ondernemerschap onder jongeren bevorderen en met name de oprichting en groei van zeer kleine, kleine en middelgrote ondernemingen ondersteunen, teneinde de arbeidsparticipatiegraad van vrouwen en mannen te bevorderen. De lidstaten moeten onder andere banen in de groene, witte en blauwe sector en de sociale economie actief bevorderen en sociale innovatie stimuleren.
Amendement 19
Voorstel voor een besluit
Bijlage – Richtsnoer 5 – alinea 2
De belastingdruk moet worden verschoven van arbeid naar andere bronnen van belasting die minder nadelig zijn voor werkgelegenheid en groei, waarbij tegelijkertijd de inkomsten voor een adequate sociale bescherming en groeibevorderende uitgaven gewaarborgd worden. De verlaging van de belasting op arbeid moet gericht zijn op de relevante onderdelen van de belastingdruk en op het wegnemen van belemmeringen en negatieve prikkels voor de arbeidsparticipatie, met name voor degenen die het verst van de arbeidsmarkt af staan.
De belastingdruk moet worden verschoven van arbeid naar andere bronnen van belasting die minder nadelig zijn voor werkgelegenheid en groei, waarbij tegelijkertijd de inkomsten gewaarborgd worden voor een adequate sociale bescherming en uitgaven die gericht zijn op overheidsinvesteringen, innovatie en het scheppen van werkgelegenheid. De verlaging van de belasting op arbeid moet gericht zijn op de relevante onderdelen van de belastingdruk, op het aanpakken van discriminatie en op het wegnemen van belemmeringen en negatieve prikkels voor de arbeidsmarktparticipatie, met name voor personen met een handicap en degenen die het verst van de arbeidsmarkt af staan, een en ander met inachtneming van bestaande arbeidsnormen.
Amendement 20
Voorstel voor een besluit
Bijlage – Richtsnoer 5 – alinea 3
De lidstaten moeten samen met de sociale partners de ontwikkeling aanmoedigen van loonvormingsmechanismen waarmee lonen kunnen worden aangepast aan ontwikkelingen van de productiviteit. In dit verband moet rekening worden gehouden met verschillen in vaardigheden en lokale arbeidsmarktomstandigheden en de verschillen in economische prestaties tussen de regio’s, sectoren en ondernemingen. Bij het vaststellen van minimumlonen moeten de lidstaten en de sociale partners nagaan welke gevolgen dit zal hebben voor de armoede onder werkenden, het scheppen van werkgelegenheid en het concurrentievermogen.
Beleidsmaatregelen om ervoor te zorgen dat lonen een behoorlijk bestaansinkomen mogelijk maken, blijven belangrijk voor het scheppen van werkgelegenheid en het terugdringen van de armoede in de Unie. Daarom moeten de lidstaten samen met de sociale partners de ontwikkeling respecteren en aanmoedigen van loonvormingsmechanismen waarmee de reële lonen kunnen worden aangepast aan ontwikkelingen van de productiviteit en waarmee eerdere verschillen in loonkosten kunnen worden gecorrigeerd, zonder de deflatoire druk te vergroten. Deze mechanismen moeten zorgen voor voldoende middelen om in de basisbehoeften te voorzien, waarbij rekening wordt gehouden met de specifieke armoede-indicatoren van elke lidstaat. In dit verband moeten verschillen in vaardigheden en lokale arbeidsmarktomstandigheden naar behoren geëvalueerd worden met als doel leefbare lonen in de hele Unie mogelijk te maken. Bij het vaststellen van minimumlonen overeenkomstig de nationale wetten en gebruiken moeten de lidstaten en de sociale partners erop toezien dat die minimumlonen adequaat zijn en nagaan welke gevolgen dit zal hebben voor de armoede onder werkenden, de gezinsinkomens, de geaggregeerde vraag, het scheppen van werkgelegenheid en het concurrentievermogen.
Amendement 21
Voorstel voor een besluit
Bijlage – Richtsnoer 5 – alinea 3 bis (nieuw)
De lidstaten moeten de bureaucratische rompslomp verminderen om de lasten van kleine en middelgrote ondernemingen te verlichten, aangezien deze een aanzienlijke bijdrage leveren aan het scheppen van werkgelegenheid.
Amendement 22
Voorstel voor een besluit
Bijlage – Richtsnoer 6 – alinea 1
De lidstaten dienen de productiviteit en de inzetbaarheid te bevorderen door te zorgen voor voldoende relevante kennis en vaardigheden. De lidstaten moeten de noodzakelijke investeringen in onderwijs- en beroepsopleidingsstelsels doen, en de doeltreffendheid en de efficiëntie ervan verbeteren om het vaardigheidsniveau van de beroepsbevolking te verhogen, zodat die beter kan anticiperen en inspelen op de snel veranderende behoeften van de dynamische arbeidsmarkten in een in toenemende mate digitale economie. De lidstaten moeten hun inspanningen opvoeren om de toegang te verbeteren tot kwalitatief hoogwaardig volwassenenonderwijs voor iedereen en strategieën uitvoeren voor actief ouder worden om langer werken mogelijk te maken.
De lidstaten dienen duurzame productiviteit en deugdelijke inzetbaarheid te bevorderen door te zorgen voor voldoende relevante kennis en vaardigheden, die voor iedereen beschikbaar en toegankelijk moeten worden gemaakt. Bijzondere aandacht moet uitgaan naar de gezondheidszorg, de sociale dienstverlening en de vervoersdiensten die te maken hebben, of op de middellange termijn te maken zullen krijgen, met een tekort aan personeel. De lidstaten moeten doeltreffend investeren in kwalitatief hoogwaardig en inclusief onderwijs vanaf jonge leeftijd en in beroepsopleidingsstelsels, en de doeltreffendheid en de efficiëntie ervan verbeteren om de kennis en het vaardigheidsniveau te verhogen en de diversiteit van de vaardigheden van de beroepsbevolking te vergroten, zodat die beter kan anticiperen en inspelen op de snel veranderende behoeften van de dynamische arbeidsmarkten in een in toenemende mate digitale economie. Met het oog hierop moet rekening worden gehouden met het feit dat "zachte vaardigheden" zoals communicatie steeds belangrijker worden voor een groot aantal beroepen.
Amendement 23
Voorstel voor een besluit
Bijlage – Richtsnoer 6 – alinea 1 bis (nieuw)
De lidstaten moeten ondernemerschap onder jongeren bevorderen door onder meer facultatieve ondernemerschapscursussen in te voeren en de oprichting van ondernemingen door scholieren en studenten op middelbare scholen en universiteiten aan te moedigen. De lidstaten moeten, in samenwerking met de lokale en regionale autoriteiten, hun inspanningen opvoeren om het voortijdig schoolverlaten van jongeren te voorkomen, de overgang van onderwijs en opleiding naar het beroepsleven soepeler te laten verlopen, de toegang te verbeteren tot en de belemmeringen weg te nemen voor hoogwaardig volwassenenonderwijs voor iedereen, met speciale nadruk op risicogroepen en hun behoeften, en omscholing aan te bieden wanneer banenverlies en veranderingen op de arbeidsmarkt actieve herintegratie vergen. Tegelijkertijd moeten de lidstaten strategieën uitvoeren voor actief ouder worden om gezond werken tot de werkelijke pensioenleeftijd mogelijk te maken.
Amendement 24
Voorstel voor een besluit
Bijlage – Richtsnoer 6 – alinea 1 ter (nieuw)
De lidstaten moeten het noodzakelijke vaardigheidsniveau waarborgen dat vereist is door een steeds veranderende arbeidsmarkt en moeten onderwijs- en opleiding ondersteunen, alsmede programma's voor volwassenenonderwijs, en er daarbij rekening mee houden dat er ook laaggekwalificeerde banen nodig zijn en dat hoogopgeleiden betere kansen op de arbeidsmarkt hebben dan gemiddeld en laagopgeleiden.
Amendement 25
Voorstel voor een besluit
Bijlage – Richtsnoer 6 – alinea 1 quater (nieuw)
De toegang tot betaalbare hoogwaardige voorschoolse educatie moet een prioriteit zijn voor alomvattend beleid en investeringen, in combinatie met gezins- en opvoedingsondersteuning en maatregelen om ouders te helpen werk en gezinsleven te combineren, waarmee wordt bijgedragen tot het voorkomen van vroegtijdig schoolverlaten en het vergroten van de kansen van jongeren op de arbeidsmarkt.
Amendement 26
Voorstel voor een besluit
Bijlage – Richtsnoer 6 – alinea 2
De hoge werkloosheid moet worden aangepakt en langdurige werkloosheid moet worden voorkomen. Het aantal langdurig werklozen moet aanzienlijk worden verlaagd door middel van uitgebreide en elkaar versterkende strategieën, met inbegrip van voorzieningen voor specifieke actieve steun om langdurig werklozen op de arbeidsmarkt terug te laten keren. De jeugdwerkloosheid moet uitgebreid worden aangepakt, onder meer door de betrokken instellingen de nodige middelen te verstrekken om hun nationale uitvoeringsplannen voor de jongerengarantie volledig en consequent uit te voeren.
Het werkloosheidsprobleem, en met name langdurige werkloosheid en regionale hoge werkloosheid, moet doeltreffend en snel worden opgelost en worden voorkomen door een mix van maatregelen aan vraag- en aanbodzijde. Het aantal langdurig werklozen en het probleem van discrepantie tussen gevraagde en aangeboden vaardigheden en de verouderde vaardigheden moet worden aangepakt met uitgebreide en elkaar versterkende strategieën, met inbegrip van gepersonaliseerde actieve ondersteuning en passende socialebeschermingsregelingen om langdurig werklozen op een weloverwogen en verantwoorde wijze terug te laten keren op de arbeidsmarkt. De jeugdwerkloosheid moet uitgebreid worden aangepakt door middel van een algemene jeugdwerkgelegenheidsstrategie. Dit betekent onder meer investeren in sectoren die kwalitatief hoogwaardige banen voor jongeren kunnen creëren, enerzijds door de betrokken actoren, zoals ondersteunende diensten voor jongeren, onderwijs- en opleidingsinstellingen, jongerenorganisaties en openbare diensten voor arbeidsvoorziening, de nodige middelen te verstrekken om hun nationale uitvoeringsplannen voor de jongerengarantie volledig en consequent uit te voeren, maar anderzijds ook door het snel inzetten van middelen door de lidstaten. De toegang tot financiering voor wie een bedrijf wil starten moet worden vergemakkelijkt door middel van meer voorlichting, vermindering van de bureaucratische rompslomp en het scheppen van mogelijkheden om meerdere maanden werkloosheidsuitkeringen na indiening van een ondernemingsplan om te zetten in een subsidie van bij de start, overeenkomstig de nationale wetgeving.
Amendement 27
Voorstel voor een besluit
Bijlage – Richtsnoer 6 – alinea 2 bis (nieuw)
De lidstaten moeten bij de uitwerking en uitvoering van maatregelen ter bestrijding van de werkloosheid rekening houden met lokale en regionale verschillen en samenwerken met lokale diensten voor arbeidsvoorziening.
Amendement 28
Voorstel voor een besluit
Bijlage – Richtsnoer 6 – alinea 3
De structurele tekortkomingen in de onderwijs- en opleidingsstelsels moeten worden aangepakt om te zorgen voor hoogwaardige leerresultaten en vroegtijdig schoolverlaten te voorkomen en tegen te gaan. De lidstaten moeten het opleidingsniveau verhogen alsmede stelsels voor duaal leren en de verbetering van beroepsopleidingen overwegen, terwijl tegelijkertijd de mogelijkheden voor de erkenning van vaardigheden die buiten het formele onderwijssysteem zijn verworven, moeten worden uitgebreid.
De structurele tekortkomingen in de onderwijs- en opleidingsstelsels moeten worden aangepakt om te zorgen voor hoogwaardige leerresultaten, vroegtijdig schoolverlaten te voorkomen en tegen te gaan en alomvattend, kwalitatief hoogwaardig onderwijs vanaf het laagste niveau te bevorderen. Dit vereist flexibele onderwijsstelsels waarbij de nadruk op de praktijk ligt. De lidstaten moeten, in samenwerking met de lokale en regionale autoriteiten, de kwaliteit van leerresultaten verhogen door het onderwijs voor iedereen toegankelijk te maken, aan hun behoeften aangepaste stelsels voor duaal leren opzetten en verbeteren door de beroepsopleidingen en bestaande kaders zoals europass te verbeteren, en waar nodig voor passende omscholing te zorgen en ervoor te zorgen dat vaardigheden die buiten het formele onderwijssysteem zijn verworven, worden erkend. De banden tussen onderwijs en arbeidsmarkt moeten worden aangehaald, waarbij erop moet worden toegezien dat het onderwijs breed genoeg is om een solide basis voor levenslange inzetbaarheid op de arbeidsmarkt te bieden.
Amendement 29
Voorstel voor een besluit
Bijlage – Richtsnoer 6 – alinea 3 bis (nieuw)
De lidstaten moeten hun opleidingssystemen beter afstemmen op de arbeidsmarkt om de overgang van opleiding naar beroepsleven te verbeteren. Vooral in de context van de digitalisering en op het gebied van nieuwe technologieën zijn groene banen en gezondheidszorg essentieel.
Amendement 30
Voorstel voor een besluit
Bijlage – Richtsnoer 6 – alinea 4
De belemmeringen voor arbeidsparticipatie moeten worden verminderd, met name voor vrouwen, oudere werknemers, jongeren, gehandicapten en legale migranten. Gendergelijkheid, met inbegrip van gelijke beloning, moet worden verzekerd op de arbeidsmarkt, net zoals de toegang tot betaalbare kwalitatief hoogwaardige voorschoolse educatie en opvang.
Discriminatie op de arbeidsmarkt en bij de toegang tot de arbeidsmarkt moet verder worden teruggedrongen, met name voor groepen die met discriminatie of uitsluiting worden geconfronteerd, zoals vrouwen, oudere werknemers, jongeren, personen met een handicap en legale migranten. Gendergelijkheid, met inbegrip van gelijke beloning, moet worden verzekerd op de arbeidsmarkt, net zoals de toegang tot betaalbare kwalitatief hoogwaardige voorschoolse educatie, en de flexibiliteit die nodig is om uitsluiting te voorkomen van mensen die hun loopbaan hebben onderbroken in verband met verantwoordelijkheden in de persoonlijke sfeer, zoals mantelzorgers. In dit verband moeten de lidstaten de richtlijn inzake vrouwen in raden van bestuur deblokkeren.
Amendement 31
Voorstel voor een besluit
Bijlage – Richtsnoer 6 – alinea 4 bis (nieuw)
In dit verband moet rekening worden gehouden met het feit dat het percentage jongeren dat niet werkt en evenmin onderwijs of een opleiding volgt (NEET's) voor vrouwen hoger is dan voor mannen en dat het NEET-fenomeen in de eerste plaats wordt veroorzaakt door een stijgende jeugdwerkloosheid, maar ook door met gebrek aan onderwijs samenhangende inactiviteit.
Amendement 32
Voorstel voor een besluit
Bijlage – Richtsnoer 6 – alinea 5
De lidstaten moeten optimaal gebruikmaken van steunverlening door het Europees Sociaal Fonds en andere fondsen van de Unie om de werkgelegenheid, de sociale integratie, het onderwijs en de overheidsdiensten te verbeteren.
De lidstaten moeten optimaal en op doeltreffende en efficiënte wijze gebruikmaken van steunverlening door het Europees Sociaal Fonds en andere fondsen van de Unie om armoede te bestrijden en hoogwaardige werkgelegenheid, de sociale integratie, het openbaar bestuur en de openbare dienstverlening te verbeteren. Het Europees Fonds voor strategische investeringen en de investeringsplatformen daarvan moeten ook worden gemobiliseerd om ervoor te zorgen dat kwalitatief hoogwaardige banen worden gecreëerd en werknemers de vaardigheden kunnen verwerven die nodig zijn voor de overgang van de Unie naar een model voor duurzame groei.
Amendement 33
Voorstel voor een besluit
Bijlage – Richtsnoer 7 – alinea 1
De lidstaten moeten de compartimentering van de arbeidsmarkt verminderen. Wetgeving en instellingen voor arbeidsbescherming moeten zorgen voor een passend klimaat om aanwervingen te bevorderen en moeten voldoende bescherming bieden voor werknemers, werkzoekenden en degenen met een tijdelijk contract of een contract voor zelfstandig werk. Kwalitatief hoogwaardige werkgelegenheid moet worden gewaarborgd op het gebied van sociaaleconomische zekerheid, mogelijkheden voor onderwijs en opleiding, arbeidsomstandigheden (inclusief gezondheid en veiligheid) en het evenwicht tussen werk en privéleven.
De lidstaten moeten de compartimentering van de arbeidsmarkt verminderen door onzeker werk, verborgen werkloosheid, zwartwerk en nul-uren-contracten aan te pakken. Wetgeving en instellingen voor arbeidsbescherming moeten zorgen voor een passend klimaat om aanwervingen te bevorderen en moeten voldoende bescherming bieden voor werknemers, werkzoekenden en degenen met een tijdelijk contract, een deeltijdcontract, een atypisch contract of een contract voor zelfstandig werk, door de sociale partners actief te betrekken en collectieve arbeidsonderhandelingen te bevorderen. Kwalitatief hoogwaardige werkgelegenheid moet voor iedereen worden gewaarborgd in de zin van sociaaleconomische zekerheid, duurzaamheid, passende lonen, rechten op het werk, behoorlijke werkomstandigheden (inclusief gezondheid en veiligheid), sociale zekerheid, gendergelijkheid, en mogelijkheden voor onderwijs en opleiding. Daarom moeten de intreding van jongeren en de herintreding van langdurig werklozen op de arbeidsmarkt worden bevorderd en moet het evenwicht tussen werk en privéleven worden verbeterd door te zorgen voor betaalbare opvang en door de organisatie van het werk te moderniseren. Opwaartse convergentie van arbeidsomstandigheden moet in de gehele Unie worden bevorderd.
Amendement 34
Voorstel voor een besluit
Bijlage – Richtsnoer 7 – alinea 1 bis (nieuw)
De toegang tot de arbeidsmarkt moet het ondernemerschap, het scheppen van duurzame banen in alle sectoren, waaronder groene werkgelegenheid, alsook de sociale zorg en innovatie vergemakkelijken, zodat de vaardigheden van personen optimaal kunnen worden benut, hun levenslange ontwikkeling wordt gestimuleerd en van de werknemer uitgaande innovatie wordt aangemoedigd.
Amendement 35
Voorstel voor een besluit
Bijlage – Richtsnoer 7 – alinea 2
De lidstaten moeten de nationale parlementen en de sociale partners nauw betrekken bij het ontwerp en de uitvoering van relevante hervormingen en beleidslijnen, in overeenstemming met de nationale praktijken, en de verbetering van de werking en de doeltreffendheid van de sociale dialoog op nationaal niveau ondersteunen.
De lidstaten moeten de nationale parlementen, de sociale partners, de maatschappelijke organisaties en de regionale en lokale autoriteiten nauw betrekken bij het ontwerp en de uitvoering van relevante hervormingen en beleidslijnen, in overeenstemming met het partnerschapsbeginsel en de nationale praktijken, en de werking en de doeltreffendheid van de sociale dialoog op nationaal niveau ondersteunen, met name in die landen waar grote problemen bestaan met loondevaluaties als gevolg van de recente deregulering van de arbeidsmarkten en de zwakke positie van collectieve onderhandelingen.
Amendement 36
Voorstel voor een besluit
Bijlage – Richtsnoer 7 – alinea 3
De lidstaten moeten het actief arbeidsmarktbeleid versterken door vergroting van de doelgerichtheid, de reikwijdte, het toepassingsgebied en de wisselwerking met passieve maatregelen. Dit beleid moet gericht zijn op verbetering van de afstemming van vraag en aanbod op de arbeidsmarkt en duurzame overgangen op de arbeidsmarkt ondersteunen, waarbij de openbare diensten voor arbeidsvoorziening geïndividualiseerde ondersteuning bieden en prestatiemeetsystemen invoeren. De lidstaten moeten er ook voor zorgen dat hun socialebeschermingsstelsels mensen die kunnen deelnemen aan de arbeidsmarkt daadwerkelijk stimuleren en kansen bieden, bescherming bieden aan mensen die (tijdelijk) zijn uitgesloten van de arbeidsmarkt en/of niet in staat zijn om daaraan deel te nemen, en mensen voorbereiden op potentiële risico’s door te investeren in menselijk kapitaal; de lidstaten moeten voor iedereen openstaande inclusieve arbeidsmarkten bevorderen en voorzien in doeltreffende antidiscriminatiemaatregelen.
De lidstaten moeten zorgen voor basiskwaliteitsnormen voor arbeidsmarktbeleid door de doelgerichtheid, de reikwijdte, het toepassingsgebied en de wisselwerking met ondersteunende maatregelen, zoals de sociale zekerheid, te verbeteren. Dit beleid moet gericht zijn op verbetering van de toegang tot de arbeidsmarkt en versterking van de collectieve onderhandelingen en de sociale dialoog, en duurzame overgangen op de arbeidsmarkt ondersteunen, waarbij hooggekwalificeerde openbare diensten voor arbeidsvoorziening geïndividualiseerde ondersteuning bieden en prestatiemeetsystemen invoeren. De lidstaten moeten er ook voor zorgen dat hun socialebeschermingsstelsels mensen die kunnen deelnemen aan de arbeidsmarkt daadwerkelijk stimuleren en kansen bieden, bescherming bieden aan mensen die (tijdelijk) zijn uitgesloten van de arbeidsmarkt en/of niet in staat zijn om daaraan deel te nemen, en mensen voorbereiden op potentiële risico’s en veranderende economische en sociale omstandigheden door te investeren in menselijk kapitaal. De lidstaten moeten, als een van de mogelijke maatregelen om armoede terug te dringen, overeenkomstig de nationale gebruiken een minimuminkomen invoeren dat in verhouding staat tot hun specifieke sociaaleconomische situatie. De lidstaten moeten voor iedereen openstaande inclusieve arbeidsmarkten bevorderen en voorzien in doeltreffende antidiscriminatiemaatregelen.
Amendement 37
Voorstel voor een besluit
Bijlage – Richtsnoer 7 – alinea 4
De mobiliteit van werknemers moet worden verzekerd met het oog op de benutting van het volledige potentieel van de Europese arbeidsmarkt, onder meer door de overdraagbaarheid van pensioenrechten en de erkenning van beroepskwalificaties te verbeteren. De lidstaten moeten tegelijkertijd maatregelen nemen om misbruik van de geldende regels te voorkomen.
De mobiliteit van werknemers moet worden verzekerd, als een grondrecht en een kwestie van vrije keuze, met het oog op de benutting van het volledige potentieel van de Europese arbeidsmarkt, onder meer door de overdraagbaarheid van pensioenrechten en de daadwerkelijke erkenning van beroepskwalificaties en vaardigheden te verbeteren en bestaande bureaucratische en andere obstakels weg te nemen. De lidstaten moeten tegelijkertijd taalbarrières aanpakken door opleidingsstelsels in dit opzicht te verbeteren. De lidstaten moeten ook naar behoren gebruikmaken van het Eures-netwerk om de mobiliteit van werknemers te bevorderen. Investeringen in regio's die te maken hebben met de uitstroom van arbeidskrachten moeten worden bevorderd om braindrain te beperken en mobiele werknemers aan te moedigen terug te keren.
Amendement 38
Voorstel voor een besluit
Bijlage – Richtsnoer 7 bis (nieuw) – titel
Verbeteren van de kwaliteit en prestaties van onderwijs- en opleidingsstelsels op alle niveaus
Amendement 39
Voorstel voor een besluit
Bijlage – Richtsnoer 7 bis (nieuw)
De lidstaten moeten de toegang tot zorg en betaalbare kwalitatief hoogwaardige voorschoolse educatie tot prioriteit verheffen, aangezien beide belangrijke ondersteunende maatregelen zijn voor actoren op de arbeidsmarkt, bijdragen tot een toenemende algemene arbeidsparticipatie en mensen ondersteunen bij hun verantwoordelijkheden. De lidstaten moeten zorgen voor de alomvattende beleidsmaatregelen en investeringen die nodig zijn om de gezins- en ouderschapsondersteuning te verbeteren, en maatregelen vaststellen die ouders helpen werk en gezinsleven te combineren, om bij te dragen tot het voorkomen van vroegtijdig schoolverlaten en de kansen van jongeren op de arbeidsmarkt te verhogen.
Amendement 40
Voorstel voor een besluit
Bijlage – Richtsnoer 8 – titel
Waarborgen van billijkheid, bestrijden van armoede en bevorderen van gelijke kansen
Waarborgen van sociale rechtvaardigheid, bestrijden van armoede en bevorderen van gelijke kansen
Amendement 41
Voorstel voor een besluit
Bijlage – Richtsnoer 8 – alinea 1
De lidstaten moeten hun socialebeschermingsstelsels moderniseren om te voorzien in een doeltreffende, efficiënte en passende bescherming gedurende alle levensstadia, billijkheid te waarborgen en ongelijkheden aan te pakken. Er is behoefte aan een vereenvoudigd en gerichter sociaal beleid, aangevuld met betaalbare en kwalitatief hoogwaardige kinderopvang en betaalbaar en kwalitatief hoogwaardig onderwijs, opleiding en werkondersteuning, huisvestingssteun, toegankelijke gezondheidszorg, toegang tot basisdiensten zoals een bankrekening en internet, preventie van vroegtijdig schoolverlaten en bestrijding van sociale uitsluiting.
De lidstaten moeten in samenwerking met de lokale en regionale autoriteiten hun socialebeschermingsstelsels verbeteren door basisnormen vast te stellen om te voorzien in een doeltreffende, efficiënte en duurzame bescherming gedurende alle levensstadia, een leven in waardigheid, solidariteit, toegang tot sociale bescherming, volledige eerbiediging van sociale rechten en billijkheid, ongelijkheden aan te pakken en inclusie te waarborgen om de armoede uit te roeien, met name onder degenen die van de arbeidsmarkt zijn uitgesloten en bij de meest kwetsbare groepen. Er is behoefte aan een vereenvoudigd, gerichter en ambitieuzer sociaal beleid, met onder meer betaalbare en kwalitatief hoogwaardige kinderopvang en betaalbaar en kwalitatief hoogwaardig onderwijs, doeltreffende opleiding en werkondersteuning, huisvestingssteun, hoogwaardige, voor iedereen toegankelijke gezondheidszorg, toegang tot basisdiensten zoals bankrekeningen en internet, preventie van vroegtijdig schoolverlaten en bestrijding van extreme armoede, sociale uitsluiting en meer in het algemeen elke vorm van armoede. Met name armoede onder kinderen moet vastberaden worden aangepakt.
Amendement 42
Voorstel voor een besluit
Bijlage – Richtsnoer 8 – alinea 2
Hiertoe moeten uiteenlopende instrumenten op complementaire wijze worden gebruikt, met inbegrip van diensten voor activering van de arbeidsmarkt en inkomenssteun die afgestemd is op individuele behoeften. De socialebeschermingsstelsels moeten zodanig worden opgezet dat alle rechthebbenden erdoor worden bestreken, dat investeringen in menselijk kapitaal worden ondersteund, en dat armoede wordt voorkomen, verminderd en bestreden.
Hiertoe moeten uiteenlopende instrumenten op complementaire wijze worden gebruikt, met inbegrip van diensten voor activering van de arbeidsmarkt en inkomenssteun die afgestemd is op individuele behoeften. In dit verband is het aan elke lidstaat om de hoogte van een gegarandeerd minimumloon vast te stellen in overeenstemming met de nationale gebruiken en in verhouding tot de specifieke sociaaleconomische situatie van de lidstaat in kwestie. De socialebeschermingsstelsels moeten zodanig worden opgezet dat de toegang en deelname van iedereen zonder discriminatie wordt gefaciliteerd, dat investeringen in menselijk kapitaal worden ondersteund, dat armoede wordt voorkomen en verminderd en dat de mensen beschermd worden tegen armoede en sociale uitsluiting, alsook tegen andere risico's, zoals gezondheidsproblemen of baanverlies. Speciale aandacht moet uitgaan naar kinderen die in armoede leven omdat hun ouders langdurig werkloos zijn.
Amendement 43
Voorstel voor een besluit
Bijlage – Richtsnoer 8 – alinea 3
De pensioenstelsels moeten worden hervormd om de duurzaamheid en geschiktheid ervan voor vrouwen en mannen te verzekeren in de context van de stijgende levensverwachting en demografische veranderingen, onder meer door de wettelijke pensioenleeftijd aan de levensverwachting te koppelen, de effectieve pensioenleeftijd te verhogen, en aanvullende pensioenspaarregelingen te ontwikkelen.
De pensioenstelsels moeten zo gestructureerd worden dat hun duurzaamheid, zekerheid en geschiktheid voor vrouwen en mannen gewaarborgd worden doordat de pensioenregelingen versterkt worden en mikken op een behoorlijk pensioeninkomen dat ten minste boven de armoedegrens ligt. De pensioenstelsels moeten zorgen voor consolidatie, verdere ontwikkeling en verbetering van de drie pijlers van pensioenspaarregelingen. De pensioengerechtigde leeftijd verbinden aan de levensverwachting is niet de enige manier om de vergrijzing aan te pakken. Pensioenstelselhervormingen moeten onder meer ook de tendensen op de arbeidsmarkt, de geboortecijfers, de demografische situatie, de situatie op het gebied van gezondheid en rijkdom, de arbeidsomstandigheden en de economische afhankelijkheidsratio weerspiegelen. De beste wijze om het vergrijzingsprobleem aan te pakken is het vergroten van de totale arbeidsparticipatie, onder meer door te bouwen op sociale investeringen in actief ouder worden.
Amendement 44
Voorstel voor een besluit
Bijlage – Richtsnoer 8 – alinea 4
De lidstaten moeten de toegankelijkheid, efficiëntie en doeltreffendheid van de stelsels voor gezondheidszorg en langdurige zorg verbeteren en tegelijkertijd de budgettaire houdbaarheid ervan te waarborgen.
De lidstaten moeten de kwaliteit, betaalbaarheid, toegankelijkheid, efficiëntie en doeltreffendheid van stelsels voor gezondheidszorg en langdurige zorg en de sociale diensten verbeteren en zorgen voor behoorlijke arbeidsomstandigheden in de desbetreffende sectoren, en tegelijkertijd de financiële houdbaarheid van die stelsels waarborgen door de op solidariteit gebaseerde financiering te verbeteren.
Amendement 45
Voorstel voor een besluit
Bijlage – Richtsnoer 8 – alinea 4 bis (nieuw)
De lidstaten moeten volledig gebruik maken van het Europees Sociaal Fonds en andere fondsen van de Unie om armoede, sociale uitsluiting en discriminatie te bestrijden, de toegankelijkheid voor personen met een handicap te verbeteren, gelijkheid tussen vrouwen en mannen te bevorderen en het openbaar bestuur te verbeteren.
Amendement 46
Voorstel voor een besluit
Bijlage – Richtsnoer 8 – alinea 4 ter (nieuw)
De kerndoelen van de Europa 2020-strategie, op basis waarvan de lidstaten, met inachtneming van hun desbetreffende uitgangsposities en nationale omstandigheden, hun nationale doelen vaststellen, behelzen het streven de arbeidsparticipatiegraad voor vrouwen en mannen in de leeftijdscategorie 20-64 jaar voor 2020 op 75 % te brengen, de schooluitval onder de 10% te brengen, het deel van de bevolking in de leeftijdsgroep 30-34 jaar dat tertiair of gelijkwaardig onderwijs heeft voltooid op te trekken tot ten minste 40%, en sociale insluiting te bevorderen, met name door armoedevermindering, door ernaar te streven ten minste 20 miljoen mensen te bevrijden van het risico op armoede en uitsluiting1bis.
__________________
1 bis De populatie wordt gedefinieerd als het aantal personen met een risico op armoede of uitsluiting volgens drie indicatoren (armoederisico; materiële ontbering; huishouden zonder baan), waarbij de lidstaten hun nationale doelen aan de hand van de meest geschikte van deze indicatoren vrijelijk kunnen bepalen, rekening houdend met hun nationale omstandigheden en prioriteiten.
Juridische mededeling