Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2015/2125(BUD)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A8-0210/2015

Ingediende teksten :

A8-0210/2015

Debatten :

Stemmingen :

PV 08/07/2015 - 4.11
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2015)0262

Aangenomen teksten
PDF 265kWORD 73k
Woensdag 8 juli 2015 - Straatsburg Definitieve uitgave
Beschikbaarstelling van middelen uit het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering: aanvraag EGF/2015/001 FI/Broadcom – Finland
P8_TA(2015)0262A8-0210/2015
Resolutie
 Bijlage

Resolutie van het Europees Parlement van 8 juli 2015 over het voorstel voor een besluit van het Europees Parlement en de Raad betreffende de beschikbaarstelling van middelen uit het Europees fonds voor aanpassing aan de globalisering, overeenkomstig punt 13 van het Interinstitutioneel Akkoord van 2 december 2013 tussen het Europees Parlement, de Raad en de Commissie betreffende de begrotingsdiscipline, de samenwerking in begrotingszaken en een goed financieel beheer (aanvraag EGF/2015/001 FI/Broadcom, ingediend door Finland) (COM(2015)0232 – C8-0135/2015 – 2015/2125(BUD))

Het Europees Parlement,

–  gezien het voorstel van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad (COM(2015)0232 – C8-0135/2015),

–  gezien Verordening (EU) nr. 1309/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 betreffende het Europees fonds voor aanpassing aan de globalisering (2014-2020) en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1927/2006(1) (EFG-verordening),

–  gezien Verordening (EU, Euratom) nr. 1311/2013 van de Raad van 2 december 2013 tot bepaling van het meerjarig financieel kader voor de jaren 2014-2020(2), en met name artikel 12 hiervan,

–  gezien het Interinstitutioneel Akkoord van 2 december 2013 tussen het Europees Parlement, de Raad en de Commissie betreffende de begrotingsdiscipline, de samenwerking in begrotingszaken en een goed financieel beheer(3) (IIA van 2 december 2013), en met name punt 13 hiervan,

–  gezien de trialoogprocedure als bedoeld in punt 13 van het IIA van 2 december 2013,

–  gezien de brief van de Commissie werkgelegenheid en sociale zaken,

–  gezien de brief van de Commissie regionale ontwikkeling,

–  gezien het verslag van de Begrotingscommissie (A8-0210/2015),

A.  overwegende dat de Unie wetgevings- en begrotingsinstrumenten in het leven heeft geroepen om extra steun te geven aan werknemers die de gevolgen van grote structurele veranderingen in de wereldhandelspatronen of de wereldwijde financiële en economische crisis ondervinden, en hen te helpen bij hun terugkeer op de arbeidsmarkt;

B.  overwegende dat financiële steun van de Unie aan ontslagen werknemers flexibel moet zijn en zo snel en efficiënt mogelijk ter beschikking moet worden gesteld, overeenkomstig de gezamenlijke verklaring van het Europees Parlement, de Raad en de Commissie die is goedgekeurd op het overleg van 17 juli 2008, en met eerbiediging van het IIA van 2 december 2013 wat betreft het nemen van besluiten om middelen uit het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering (EFG) beschikbaar te maken;

C.  overwegende dat de vaststelling van de nieuwe EFG-verordening vorm geeft aan de overeenkomst tussen het Parlement en de Raad om het criterium "crisisafwijking" opnieuw in te voeren, de financiële bijdrage van de Unie te verhogen tot 60% van de totale geraamde kosten van de voorgestelde maatregelen, de efficiëntie voor de behandeling van EFG-aanvragen in de Commissie en door het Parlement en de Raad te verhogen door de termijn voor beoordeling en goedkeuring te verkorten, de subsidiabele maatregelen en begunstigden uit te breiden door zelfstandigen en jongeren toe te voegen en stimuleringsmaatregelen voor de oprichting van een eigen bedrijf te financieren;

D.  overwegende dat Finland aanvraag EGF/2015/001 FI/Broadcom heeft ingediend voor een financiële bijdrage van het EFG naar aanleiding van 568 ontslagen bij Broadcom Communications Finland, actief in de NACE Rev. 2-afdeling 46 ("Groothandel, met uitzondering van de handel in auto's en motorfietsen")(4), en twee leveranciers, respectievelijk downstreamproducenten;

E.  overwegende dat de aanvraag voldoet aan de criteria voor subsidiabiliteit van de EFG-verordening;

1.  is het met de Commissie eens dat is voldaan aan de voorwaarden die zijn opgenomen in artikel 4, lid 1, onder a), van de EFG-verordening en dat Finland bijgevolg recht heeft op een financiële bijdrage ter hoogte van 1 365 000 EUR op grond van die verordening;

2.  merkt op dat de Finse autoriteiten de aanvraag voor een financiële bijdrage uit het EFG op 30 januari 2015 hebben ingediend en dat de beoordeling daarvan door de Commissie op 2 juni 2015 is gepubliceerd; is ingenomen met het feit dat de beoordeling in minder dan vijf maanden is afgerond;

3.  wijst erop dat in de jaren 2000 het aantal personeelsleden in Finse dochterondernemingen op alle continenten is toegenomen, maar dat vanaf 2004 Azië duidelijk de grootste werkgever in de elektronica- en elektrosector werd, en het aantal personeelsleden in Europa begon te dalen; is van mening dat de ontslagen bij Broadcom ten dele verband houden met de trend in de hele Finse elektronicasector, die een triest dieptepunt bereikte met de aankondiging van massa-ontslagen door Nokia in 2011; is evenwel van mening dat deze gebeurtenissen in hoge mate verband houden met door de globalisering veroorzaakte grote structurele veranderingen in de wereldhandelspatronen;

4.  wijst erop dat deze ontslagen de werkloosheidssituatie verder verergeren, in het bijzonder in de regionale economie in Noord-Ostrobothnia (een deel van regio FI1A van NUTS-niveau 2(5)), waar 424 van de 568 ontslagen zijn gevallen; wijst erop dat in deze regio de werkloosheidscijfers steeds een paar procentpunten boven het nationale gemiddelde liggen; wijst erop dat in augustus 2014 de nationale werkloosheid 12,2% bedroeg, terwijl dit voor Noord-Ostrobothnia 14,1% en voor de meest getroffen stad, Oulu, 16,1% was, en dat dezelfde regio zwaar werd getroffen door de grootschalige ontslagen bij Nokia vanaf 2011;

5.  is van mening dat de bedrijfsenquêtes en -bezoeken niet alleen nuttig kunnen zijn voor de ontslagen werknemers die onder deze aanvraag vallen, maar ook kunnen bijdragen tot het vergaren van kennis over werkgelegenheidskwesties in deze sector met het oog op toekomstige ontslagen; merkt op dat deze specifieke acties al een vervolg zijn op een soortgelijke maatregel in het kader van een eerdere Finse EFG-aanvraag (EGF/2013/001 FI/Nokia);

6.  wijst erop dat tot op heden voor de sector "Groothandel, met uitzondering van de handel in auto's en motorfietsen" nog één andere EFG-aanvraag is ingediend (EGF/2010/012 NL/Noord Holland ICT), die ook was gebaseerd op het criterium van globalisering;

7.  stelt met tevredenheid vast dat de Finse autoriteiten op 11 augustus 2014 hebben besloten met de uitvoering van de individuele diensten voor de getroffen werknemers te beginnen om de werknemers snel bijstand te verlenen, ruimschoots vooruitlopend op het besluit over en de aanvraag voor toekenning van EFG-steun voor het voorgestelde gecoördineerde pakket;

8.  wijst erop dat Finland drie soorten maatregelen plant voor de ontslagen werknemers voor wie in deze aanvraag steun wordt aangevraagd: i) de ontslagen werknemers helpen een nieuwe baan te vinden, ii) de ontslagen werknemers helpen een eigen bedrijf op te richten, en iii) onderwijs en opleiding verstrekken;

9.  merkt op dat de autoriteiten voornemens zijn 17,46% van alle kosten te gebruiken voor toelagen en stimulansen in de vorm van loonsubsidies (als deel van het loon voor elke arbeidsverhouding die tot stand wordt gebracht voor een werknemer voor wie steun wordt aangevraagd) en vergoedingen voor reis-, verblijfs- en verhuiskosten, wat neerkomt op de helft van de maximaal toegestane 35% voor dergelijke maatregelen;

10.  is verheugd over de procedures die de Finse autoriteiten hebben gevolgd voor het overleg met de beoogde begunstigden, hun vertegenwoordigers of de sociale partners, alsook plaatselijke en regionale autoriteiten;

11.  herinnert eraan dat de inzetbaarheid van alle werknemers verbeterd moet worden door middel van aangepaste opleidingen en de erkenning van de in de loop van het beroepsleven opgedane vaardigheden en bekwaamheden; verwacht dat de opleiding die in het gecoördineerde pakket wordt aangeboden, niet alleen is afgestemd op de behoeften van de ontslagen werknemers, maar ook op het huidige ondernemingsklimaat;

12.  herinnert eraan dat in artikel 7 van de EFG-verordening is bepaald dat het gecoördineerde pakket van individuele dienstverlening zo moet worden samengesteld dat rekening wordt gehouden met de toekomstperspectieven op de arbeidsmarkt en de vereiste vaardigheden, en dat het pakket verenigbaar is met de overgang naar een grondstoffenefficiënte en duurzame economie;

13.  is ingenomen met de complementariteit van de EFG-maatregelen met andere acties die nationaal of door de Unie worden gefinancierd;

14.  merkt op dat de informatie die is verstrekt over het gecoördineerde pakket van individuele diensten dat uit het EFG moet worden gefinancierd, gegevens bevat over de complementariteit met maatregelen die worden gefinancierd uit de structuurfondsen; wijst er met nadruk op dat de Finse autoriteiten bevestigen dat voor de subsidiabele maatregelen geen steun uit andere financieringsinstrumenten van de Unie wordt ontvangen; herhaalt zijn oproep aan de Commissie om in haar jaarverslagen een vergelijkende evaluatie van deze gegevens op te nemen, om er zeker van te zijn dat de bestaande verordeningen volledig in acht worden genomen en om te voorkomen dat door de Unie gefinancierde diensten dubbel worden aangeboden;

15.  waardeert de verbeterde procedure die de Commissie op verzoek van het Parlement in het leven heeft geroepen om de toekenning van subsidies te versnellen; neemt nota van de tijdsdruk die het nieuwe tijdschema met zich meebrengt, en van de mogelijke gevolgen voor de doeltreffendheid van de afhandeling van het dossier;

16.  hecht zijn goedkeuring aan het bij deze resolutie gevoegde besluit;

17.  verzoekt zijn Voorzitter dit besluit samen met de voorzitter van de Raad te ondertekenen en zorg te dragen voor publicatie ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie;

18.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie, met inbegrip van de bijlage, te doen toekomen aan de Raad en de Commissie.

(1) PB L 347 van 20.12.2013, blz. 855.
(2) PB L 347 van 20.12.2013, blz. 884.
(3) PB C 373 van 20.12.2013, blz. 1.
(4) Verordening (EG) nr. 1893/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 20 december 2006 tot vaststelling van de statistische classificatie van economische activiteiten NACE Rev. 2 en tot wijziging van Verordening (EEG) nr. 3037/90 en enkele EG-verordeningen op specifieke statistische gebieden (PB L 393 van 30.12.2006, blz. 1).
(5) Verordening (EU) nr. 1046/2012 van de Commissie van 8 november 2012 tot uitvoering van Verordening (EG) nr. 1059/2003 van het Europees Parlement en de Raad betreffende de opstelling van een gemeenschappelijke nomenclatuur van territoriale eenheden voor de statistiek (NUTS), wat de indiening van tijdreeksen voor de nieuwe regionale indeling betreft (PB L 310 van 9.11.2012, blz. 34).


BIJLAGE

BESLUIT VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

betreffende de beschikbaarstelling van middelen uit het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering (aanvraag EGF/2015/001 FI/Broadcom, ingediend door Finland)

(De tekst van de bijlage wordt hier niet weergegeven, aangezien deze overeenkomt met de definitieve handeling: Besluit (EU) 2015/1477.)

Juridische mededeling