Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2015/0125(NLE)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A8-0245/2015

Ingediende teksten :

A8-0245/2015

Debatten :

PV 08/09/2015 - 10
CRE 08/09/2015 - 10

Stemmingen :

PV 09/09/2015 - 8.10
CRE 09/09/2015 - 8.10
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2015)0306

Aangenomen teksten
PDF 471kWORD 190k
Woensdag 9 september 2015 - Straatsburg Definitieve uitgave
Voorlopige maatregelen op het gebied van internationale bescherming ten gunste van Italië en Griekenland *
P8_TA(2015)0306A8-0245/2015
Resolutie
 Bijlage

Wetgevingsresolutie van het Europees Parlement van 9 september 2015 over het voorstel voor een besluit van de Raad tot vaststelling van voorlopige maatregelen op het gebied van internationale bescherming ten gunste van Italië en Griekenland (COM(2015)0286 – C8-0156/2015 – 2015/0125(NLE))

(Raadpleging)

Het Europees Parlement,

–  gezien het voorstel van de Commissie aan de Raad (COM(2015)0286),

–  gezien artikel 78, lid 3, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, op grond waarvan het Parlement door de Raad is geraadpleegd (C8‑0156/2015),

–  gezien het schrijven van de Raad van 30 juli 2015 houdende zijn mededeling aan het Parlement van zijn algemene aanpak,

–  gezien de brief van de Begrotingscommissie,

–  gezien artikel 59 van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken (A8-0245/2015),

1.  hecht zijn goedkeuring aan het Commissievoorstel, als geamendeerd door het Parlement;

2.  hecht zijn goedkeuring aan de verklaring die als bijlage bij onderhavige resolutie is gevoegd;

3.  verzoekt de Commissie haar voorstel krachtens artikel 293, lid 2, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie dienovereenkomstig te wijzigen;

4.  verzoekt de Raad, wanneer deze voornemens is af te wijken van de door het Parlement goedgekeurde tekst, het Parlement hiervan op de hoogte te stellen;

5.  wenst opnieuw te worden geraadpleegd ingeval de Raad voornemens is ingrijpende wijzigingen aan te brengen in het voorstel van de Commissie;

6.  verzoekt zijn Voorzitter het standpunt van het Parlement te doen toekomen aan de Raad en aan de Commissie.

Door de Commissie voorgestelde tekst   Amendement
Amendement 1
Voorstel voor een besluit
Visum 3 bis (nieuw)
Gezien het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie, met name hoofdstuk I en de artikelen 18 en 19,
Amendement 2
Voorstel voor een besluit
Overweging 2 bis (nieuw)
(2 bis)  In overeenstemming met artikel 78, lid 3, en artikel 80 van het Verdrag zijn de in dit besluit beoogde solidariteitsmaatregelen bindend.
Amendement 3
Voorstel voor een besluit
Overweging 4 bis (nieuw)
(4 bis)  De tijdelijke maatregelen voor noodherplaatsing zijn slechts een onderdeel van de alomvattende benadering van migratie zoals die is uiteengezet in de mededeling van de Commissie van 13 mei 2015 met de titel "Een Europese agenda voor migratie" en het komende initiatiefverslag van het Europees Parlement. Het Europees Parlement onderstreept dat alle dimensies van de integrale aanpak van belang zijn en parallel moeten worden ontwikkeld. Op zijn vergadering van 25 en 26 juni 2015 kwam de Europese Raad met name overeen om, gelet op de huidige noodsituatie en de toezegging om de solidariteit en verantwoordelijkheid te versterken, over een periode van twee jaar 40 000 mensen die duidelijk internationale bescherming nodig hebben tijdelijk en uitzonderlijk te herplaatsen van Italië en Griekenland naar andere lidstaten. De lidstaten moeten het eens worden over bindende quota voor de verdeling van deze personen.
Amendement 4
Voorstel voor een besluit
Overweging 5
(5)  Het Europees Parlement herhaalde in zijn resolutie van 29 april 2015 dat het antwoord van de Unie op de meest recente tragedies in het Middellandse Zee gebaseerd moet zijn op solidariteit en een billijke verdeling van de verantwoordelijkheid en dat de Unie meer solidariteit moet tonen jegens de lidstaten die, absoluut of naar verhouding, de grootste aantallen vluchtelingen en asielzoekers opnemen.
(5)  Het Europees Parlement herhaalde in zijn resolutie van 29 april 2015 dat het antwoord van de Unie op de meest recente tragedies in het Middellandse Zee gebaseerd moet zijn op solidariteit en een billijke verdeling van de verantwoordelijkheid en dat de Unie meer solidariteit moet tonen jegens de lidstaten die, absoluut of naar verhouding, de grootste aantallen vluchtelingen en asielzoekers opnemen, aan de hand van de criteria om te bepalen welke lidstaat verantwoordelijk is voor de behandeling van een verzoek om internationale bescherming overeenkomstig Verordening (EU) nr. 604/2013 van het Europees Parlement en de Raad1bis. Het Europees Parlement verzocht om bindende quota vast te stellen voor de verdeling van de asielzoekers over alle lidstaten.
______________
1 bis Verordening (EU) nr. 604/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 26 juni 2013 tot vaststelling van de criteria en instrumenten om te bepalen welke lidstaat verantwoordelijk is voor de behandeling van een verzoek om internationale bescherming dat door een onderdaan van een derde land of een staatloze bij een van de lidstaten wordt ingediend (PB L 180 van 29.6.2013, blz. 31).
Amendement 5
Voorstel voor een besluit
Overweging 7
(7)  Bij de recente tragische gebeurtenissen in het Middellandse Zeegebied is gebleken dat, van de lidstaten die geconfronteerd worden met situaties van bijzondere druk, met name Italië en Griekenland te kampen hebben met ongekende stromen migranten die hun grondgebied binnenkomen, onder wie ook verzoekers om internationale bescherming die een dergelijke bescherming duidelijk nodig hebben, en dat daardoor hun migratie- en asielstelsels onder aanzienlijke druk staan.
(7)  Bij de recente tragische gebeurtenissen in het Middellandse Zeegebied is gebleken dat, van de lidstaten die geconfronteerd worden met situaties van bijzondere druk, met name Italië en Griekenland te kampen hebben met ongekende stromen migranten die hun grondgebied binnenkomen, onder wie ook verzoekers om internationale bescherming die een dergelijke bescherming duidelijk nodig hebben, en dat daardoor hun migratie- en asielstelsels onder aanzienlijke druk staan, hetgeen aantoont dat Verordening (EU) nr. 604/2013 een negatieve impact heeft op het eerste land van binnenkomst in de Unie, wat jammer genoeg nog niet heeft geleid tot de opschorting van deze verordening of ten minste tot de schrapping van de verwijzing naar het eerste land van binnenkomst in de Unie. Ook andere lidstaten van de Unie ervaren echter een sterke stijging van het aantal asielzoekers die zij ontvangen.
Amendement 6
Voorstel voor een besluit
Overweging 7 bis (nieuw)
(7 bis)  Deskundigen voorspellen op korte en middellange termijn een toename van de migratiedruk op de externe zee- en landgrenzen van de Unie.
Amendement 7
Voorstel voor een besluit
Overweging 8
(8)  Volgens gegevens van het Europees Agentschap voor het beheer van de operationele samenwerking aan de buitengrenzen (Frontex) kwamen onregelmatige grensoverschrijdingen naar de Unie in 2014 vooral voor via het centrale en oostelijke Middellandse Zeegebied. In 2014 kwamen alleen al in Italië ruim 170 000 onregelmatige migranten aan, een stijging van 277% ten opzichte van 2013. Ook in Griekenland nam het aantal onregelmatige binnenkomsten gestaag toe en kwamen ruim 50 000 migranten het land binnen, een stijging van 153% ten opzichte van 2013. De statistieken voor de eerste maanden van 2015 wijzen uit dat deze duidelijke tendens zich met betrekking tot Italië voortzet. Bovendien is het aantal onregelmatige overschrijdingen van de Griekse grens in de eerste maanden van 2015 sterk toegenomen; het bedraagt nu al ruim de helft van het totale aantal in 2014 (in 2014 vonden in totaal bijna 55 000 onregelmatige grensoverschrijdingen plaats; de eerste vier maanden van 2015 waren dat er al 28 000). Een groot deel van de onregelmatige migranten die in deze twee regio's werden aangetroffen, had een nationaliteit waarvoor volgens de gegevens van Eurostat in de Unie een hoge erkenningsgraad geldt (in 2014 maakten Syriërs en Eritreeërs, voor wie de erkenningsgraad in de Unie meer dan 75% bedraagt, ruim 40% en 50% uit van het aantal onregelmatige migranten in respectievelijk Italië en Griekenland). Volgens Eurostat werden in Griekenland in 2014 30 505 onregelmatig verblijvende Syriërs aangetroffen, terwijl dat er 8 220 waren in 2013.
(8)  Volgens gegevens van het Europees Agentschap voor het beheer van de operationele samenwerking aan de buitengrenzen (Frontex) kwamen onregelmatige grensoverschrijdingen naar de Unie in 2014 vooral voor via het centrale en oostelijke Middellandse Zeegebied. In 2014 kwamen alleen al in Italië ruim 170 000 onregelmatige migranten aan, een stijging van 277% ten opzichte van 2013, waaronder meer dan 26 100 kinderen, waarvan ongeveer 13 000 niet-begeleide minderjarigen, die daarmee 7,6% van het totale aantal migranten uitmaken. Ook in Griekenland nam het aantal onregelmatige binnenkomsten gestaag toe en kwamen ruim 50 000 migranten het land binnen, een stijging van 153% ten opzichte van 2013. De statistieken voor de eerste maanden van 2015 wijzen uit dat deze duidelijke tendens zich met betrekking tot Italië voortzet. Van januari tot juni 2015 namen de onregelmatige grensoverschrijdingen in Italië met 5% toe in vergelijking met dezelfde periode het jaar ervoor. Bovendien is het aantal onregelmatige overschrijdingen van de Griekse grens in de eerste maanden van 2015 sterk toegenomen; er is nu al sprake van een ruim zesvoudige toename in vergelijking met dezelfde periode het jaar ervoor en een toename van bijna 140% in vergelijking met het hele voorgaande jaar (76 293 onregelmatige grensoverschrijdingen van januari tot juni 2015, volgens gegevens van Frontex, in vergelijking met in totaal bijna 55 000 in 2014). Een groot deel van de onregelmatige migranten die in deze twee regio's werden aangetroffen, had een nationaliteit waarvoor volgens de gegevens van Eurostat in de Unie een hoge erkenningsgraad geldt (in 2014 maakten Syriërs en Eritreeërs, voor wie de erkenningsgraad in de Unie meer dan 75% bedraagt, ruim 40% en 50% uit van het aantal onregelmatige migranten in respectievelijk Italië en Griekenland; van januari tot juni 2015 maakten Syriërs en Eritreeërs 30% uit van de aankomsten in Italië en bijna 60% in Griekenland). Volgens Eurostat werden in Griekenland in 2014 30 505 onregelmatig verblijvende Syriërs aangetroffen, terwijl dat er 8 220 waren in 2013.
Amendement 8
Voorstel voor een besluit
Overweging 10
(10)  Uit gegevens van Frontex blijkt dat ook de route over de Westelijke Balkan in 2014 van groot belang was voor migratie naar de EU en dat via deze route 43 357 onregelmatige grensoverschrijdingen plaatsvonden. Voor de meeste migranten die de Balkanroute volgen, ligt het echter niet voor de hand dat zij internationale bescherming nodig hebben; 51% van de migranten komt namelijk uit Kosovo.
(10)  Uit gegevens van Frontex blijkt dat ook de route over de Westelijke Balkan in 2014 van groot belang was voor migratie naar de EU en dat via deze route 43 357 onregelmatige grensoverschrijdingen plaatsvonden. Het aantal onregelmatige grensoverschrijdingen is in 2015 dramatisch toegenomen. Van januari tot juni 2015 gebruikten 67 444 migranten en vluchtelingen de route via de Turkse grenzen met Griekenland en Bulgarije en via de landgrenzen van Hongarije. Dit is een stijging met 962% in vergelijking met dezelfde periode het vorig jaar. De route wordt nu ook vaker gebruikt door mensen die op de vlucht zijn voor oorlog en vervolging. Van januari tot juni 2015 kwamen 17 955 vluchtelingen uit Afghanistan, 13 225 vluchtelingen uit Syrië, 3 021 vluchtelingen uit Irak en 196 vluchtelingen uit Eritrea via deze route de Unie binnen.
Amendement 9
Voorstel voor een besluit
Overweging 13 bis (nieuw)
(13 bis)  Er moet een spoedige en volledige omzetting en doeltreffende uitvoering komen van het gemeenschappelijk Europees asielstelsel door alle deelnemende lidstaten, om aldus te zorgen voor gemeenschappelijke Europese normen, ook wat de opvangvoorwaarden voor asielzoekers en de eerbiediging van de grondrechten betreft, zoals voorzien in het huidige Unierecht.
Amendement 10
Voorstel voor een besluit
Overweging 15
(15)  Als een andere lidstaat dan Italië of Griekenland ten gevolge van een plotselinge toestroom van onderdanen van derde landen in een soortgelijke noodsituatie terechtkomt, kan de Raad op voorstel van de Commissie en na raadpleging van het Europees Parlement overeenkomstig artikel 78, lid 3, van het Verdrag voorlopige maatregelen ten gunste van de betrokken lidstaat vaststellen. Dergelijke maatregelen kunnen inhouden dat in voorkomend geval de verplichtingen van die lidstaat uit hoofde van onderhavig besluit worden opgeschort.
(15)  Rekening houdend met de aanhoudende instabiliteit en de conflicten in de onmiddellijke nabijheid van de Unie, alsook met de veranderende migratiestromen kan de Raad, als een andere lidstaat dan Italië of Griekenland ten gevolge van een plotselinge toestroom van onderdanen van derde landen in een soortgelijke noodsituatie terechtkomt, op voorstel van de Commissie en na raadpleging van het Europees Parlement overeenkomstig artikel 78, lid 3, van het Verdrag voorlopige maatregelen ten gunste van de betrokken lidstaat vaststellen. Dergelijke maatregelen kunnen inhouden dat in voorkomend geval de verplichtingen van die lidstaat uit hoofde van onderhavig besluit worden opgeschort.
Amendement 11
Voorstel voor een besluit
Overweging 17
(17)  De maatregelen van dit besluit houden een tijdelijke afwijking in van de criteria die zijn vastgesteld in artikel 13, lid 1, van Verordening (EU) nr. 604/2013 van het Europees Parlement en de Raad1 en van de procedurele stappen, zoals de termijnen, die zijn vastgesteld in de artikelen 21, 22 en 29 van die verordening.
(17)  De maatregelen van dit besluit houden een tijdelijke afwijking in van de criteria die zijn vastgesteld in artikel 13, lid 1, van Verordening (EU) nr. 604/2013 en van de procedurele stappen, zoals de termijnen, die zijn vastgesteld in de artikelen 21, 22 en 29 van die verordening. De herplaatsingsmaatregelen mogen niet beletten dat de lidstaten Verordening (EU) nr. 604/2013 ten volle benutten, met inbegrip van een proactief en efficiënt gebruik van alle criteria, zoals gezinshereniging, bijzondere bescherming van niet-begeleide minderjarigen en de uitzonderingsclausule op basis van humanitaire redenen.
____________________
____________________
1 Verordening (EU) nr. 604/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 26 juni 2013 tot vaststelling van de criteria en instrumenten om te bepalen welke lidstaat verantwoordelijk is voor de behandeling van een verzoek om internationale bescherming dat door een onderdaan van een derde land of een staatloze bij een van de lidstaten wordt ingediend (PB L 180 van 29.6.2013, blz. 31).
Amendement 12
Voorstel voor een besluit
Overweging 18
(18)  Er moest een keuze worden gemaakt wat de criteria betreft op grond waarvan dient te worden besloten welke verzoekers en hoeveel verzoekers uit Italië en Griekenland moeten worden herplaatst. Het is de bedoeling een duidelijk en werkbaar systeem in te voeren, dat uitgaat van een drempelwaarde die overeenstemt met het gemiddelde percentage, over de Unie genomen, dat beslissingen tot verlening van internationale bescherming in procedures in eerste aanleg, zoals door Eurostat gedefinieerd, uitmaken van het totale aantal beslissingen in eerste aanleg over verzoeken om internationale bescherming in de Unie, op basis van de meest recente beschikbare statistieken. Aan de ene kant zou de drempelwaarde zo veel mogelijk moeten waarborgen dat alle verzoekers die het meest waarschijnlijk internationale bescherming nodig hebben, in staat worden gesteld om hun rechten op bescherming snel en volledig uit te oefenen in de lidstaat van herplaatsing. Aan de andere kant zou de drempelwaarde zo veel mogelijk moeten voorkomen dat verzoekers die waarschijnlijk een negatieve beslissing op hun verzoek zullen krijgen, worden herplaatst in een andere lidstaat en zo hun verblijf in de Unie onterecht kunnen verlengen. Op basis van de gegevens van Eurostat over beslissingen in eerste aanleg in 2014 zou in dit besluit moeten worden uitgegaan van een drempelwaarde van 75%, overeenkomstig het percentage beslissingen over verzoeken ingediend door Syriërs en Eritreeërs.
(18)  Er moest een keuze worden gemaakt wat de criteria betreft op grond waarvan dient te worden besloten welke verzoekers en hoeveel verzoekers uit Italië en Griekenland moeten worden herplaatst. Het is de bedoeling een duidelijk en werkbaar systeem in te voeren, dat uitgaat van een drempelwaarde die overeenstemt met het gemiddelde percentage, over de Unie genomen, dat beslissingen tot verlening van internationale bescherming in procedures in eerste aanleg, zoals door Eurostat gedefinieerd, uitmaken van het totale aantal beslissingen in eerste aanleg over verzoeken om internationale bescherming in de Unie, op basis van de meest recente beschikbare statistieken. Aan de ene kant zou de drempelwaarde zo veel mogelijk moeten waarborgen dat alle verzoekers die het meest waarschijnlijk internationale bescherming nodig hebben, in staat worden gesteld om hun rechten op bescherming snel en volledig uit te oefenen in de lidstaat van herplaatsing. Aan de andere kant zou de drempelwaarde zo veel mogelijk moeten voorkomen dat verzoekers die waarschijnlijk een negatieve beslissing op hun verzoek zullen krijgen, worden herplaatst in een andere lidstaat en zo hun verblijf in de Unie onterecht kunnen verlengen. Op basis van de gegevens van Eurostat over beslissingen in eerste aanleg in 2014 zou in dit besluit moeten worden uitgegaan van een drempelwaarde van 75%, overeenkomstig het percentage beslissingen over verzoeken ingediend door Syriërs en Eritreeërs. Om rekening te houden met de veranderende migratiestromen, moet elk kwartaal worden bepaald welke doelgroep voor herplaatsing in aanmerking komt.
Amendement 13
Voorstel voor een besluit
Overweging 19
(19)  De voorlopige maatregelen zijn bedoeld om de aanzienlijke asieldruk op Italië en Griekenland te verlichten, met name door herplaatsing van een zinvol aantal verzoekers die duidelijk internationale bescherming nodig hebben en die op het grondgebied van Italië en Griekenland zijn aangekomen na de datum waarop dit besluit van toepassing wordt. Op basis van het totale aantal onderdanen van derde landen dat in 2014 onregelmatig in Italië en Griekenland is aangekomen en het aantal van deze personen dat duidelijk internationale bescherming nodig heeft, zouden vanuit Italië en Griekenland in totaal 40 000 verzoekers die duidelijk internationale bescherming nodig hebben, moeten worden herplaatst. Dat is ongeveer 40% van het totale aantal onderdanen van derde landen dat duidelijk internationale bescherming nodig heeft en in 2014 onregelmatig in Italië en Griekenland is aangekomen. De herplaatsingsmaatregel die in dit besluit wordt voorgesteld, zorgt derhalve voor een billijke verdeling van de lasten tussen Italië en Griekenland enerzijds en de andere lidstaten anderzijds. Op basis van dezelfde totaalcijfers over 2014 en de eerste vier maanden van 2015 betreffende de getalsmatige verhouding tussen Italië en Griekenland, zou 60% van de verzoekers uit Italië moeten worden herplaatst en 40% uit Griekenland.
(19)  De voorlopige noodmaatregelen zijn bedoeld om een eerlijk en billijk herplaatsingsmechanisme op te zetten en zo de aanzienlijke asieldruk op Italië en Griekenland te verlichten, met name door herplaatsing van een zinvol aantal verzoekers die duidelijk internationale bescherming nodig hebben en die op het grondgebied van Italië en Griekenland zijn aangekomen na de datum waarop dit besluit van toepassing wordt. Op basis van het totale aantal onderdanen van derde landen dat in 2014 onregelmatig in Italië en Griekenland is aangekomen en het aantal van deze personen dat duidelijk internationale bescherming nodig heeft, zouden vanuit Italië en Griekenland in totaal 40 000 verzoekers die duidelijk internationale bescherming nodig hebben, moeten worden herplaatst. Dat is ongeveer 40% van het totale aantal onderdanen van derde landen dat duidelijk internationale bescherming nodig heeft en in 2014 onregelmatig in Italië en Griekenland is aangekomen. De herplaatsingsmaatregel die in dit besluit wordt voorgesteld, zorgt derhalve voor een billijke verdeling van de verantwoordelijkheid tussen Italië en Griekenland enerzijds en de andere lidstaten anderzijds. Op basis van dezelfde totaalcijfers over 2014 en de eerste vier maanden van 2015 betreffende de getalsmatige verhouding tussen Italië en Griekenland, zou 60% van de verzoekers uit Italië moeten worden herplaatst en 40% uit Griekenland. Binnen zes maanden na de inwerkingtreding van dit besluit evalueert de Commissie, op basis van de meest recente beschikbare gegevens, het aandeel van de verzoekers die uit Italië en Griekenland moeten worden herplaatst, om dit aan te passen aan de veranderende vluchtelingenstromen. Het noodmechanisme voor herplaatsing is geen oplossing voor de uitdaging die de asieldruk op de Uniegrenzen op lange termijn stelt, maar veeleer een testcase voor een toekomstig wetsvoorstel inzake een permanent herplaatsingsmechanisme op grond van artikel 78, lid 2, van het Verdrag, en blijft derhalve initieel beperkt tot in totaal 40 000 verzoekers. Indien nodig wordt een uitbreiding van het aantal hervestigingsplaatsen overwogen, om een aanpassing aan de snel veranderende vluchtelingenstromen en tendensen in de loop van de toepassingsperiode van dit besluit mogelijk te maken. Een voorstel voor een permanent noodherplaatsingsmechanisme moet gebaseerd zijn op een meer substantiële bijdrage tot solidariteit en gedeelde verantwoordelijkheid tussen de lidstaten, met een aanzienlijk hoger aantal beschikbare hervestigingsplaatsen, om aanpassing aan de snel veranderende migratiestromen en tendensen mogelijk te maken. Een dergelijk voorstel moet gebaseerd zijn op duidelijk omschreven criteria, onder meer wat de plotse instroom van onderdanen uit derde landen en uitzonderlijke asieldruk betreft, zodat het mechanisme op grond van transparante en objectieve indicatoren in werking kan worden gesteld.
Amendement 14
Voorstel voor een besluit
Overweging 20 bis (nieuw)
(20 bis)  Bij de uitwerking van het permanente noodherplaatsingsmechanisme op grond van artikel 78, lid 2, van het Verdrag, houdt de Commissie rekening met het grondgebied van een lidstaat als criterium voor de vaststelling van de verdeelsleutel voor migranten.
Amendement 15
Voorstel voor een besluit
Overweging 21
(21)  Het Fonds voor asiel, migratie en integratie (AMIF), dat bij Verordening (EU) nr. 516/2014 van het Europees Parlement en de Raad is opgericht1, voorziet in bijstand voor door de lidstaten overeengekomen lastenverdelingsinitiatieven en staat open voor nieuwe beleidsontwikkelingen op dit gebied. Artikel 7, lid 2, van Verordening (EU) nr. 516/2014 voorziet in de mogelijkheid dat lidstaten in het kader van hun nationale programma's acties uitvoeren op het gebied van het overbrengen van personen die om internationale bescherming verzoeken, en artikel 18 van Verordening (EU) nr. 516/2014 voorziet in de mogelijkheid om een vast bedrag uit te keren van 6 000 EUR per uit een andere lidstaat overgebrachte persoon die internationale bescherming geniet.
(21)  Het Fonds voor asiel, migratie en integratie (AMIF), dat bij Verordening (EU) nr. 516/2014 van het Europees Parlement en de Raad is opgericht1, voorziet in bijstand voor door de lidstaten overeengekomen initiatieven voor het eerlijk delen van verantwoordelijkheid en staat open voor nieuwe beleidsontwikkelingen op dit gebied. Artikel 7, lid 2, van Verordening (EU) nr. 516/2014 voorziet in de mogelijkheid dat lidstaten in het kader van hun nationale programma's acties uitvoeren op het gebied van het overbrengen van personen die om internationale bescherming verzoeken, en artikel 18 van Verordening (EU) nr. 516/2014 voorziet in de mogelijkheid om een vast bedrag uit te keren van 6 000 EUR per uit een andere lidstaat overgebrachte persoon die internationale bescherming geniet.
______________
___________________
1 Verordening (EU) nr. 516/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 16 april 2014 tot oprichting van het Fonds voor asiel, migratie en integratie, tot wijziging van Beschikking 2008/381/EG van de Raad en tot intrekking van Beschikkingen nr. 573/2007/EG en nr. 575/2007/EG van het Europees Parlement en de Raad en Beschikking 2007/435/EG van de Raad (PB L 150 van 20.5.2014, blz. 168).
1 Verordening (EU) nr. 516/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 16 april 2014 tot oprichting van het Fonds voor asiel, migratie en integratie, tot wijziging van Beschikking 2008/381/EG van de Raad en tot intrekking van Beschikkingen nr. 573/2007/EG en nr. 575/2007/EG van het Europees Parlement en de Raad en Beschikking 2007/435/EG van de Raad (PB L 150 van 20.5.2014, blz. 168).
Amendement 16
Voorstel voor een besluit
Overweging 21 bis (nieuw)
(21 bis)  De Commissie houdt toezicht op de besteding van het bedrag van 6 000 EUR voor de herplaatsing van elke verzoeker.
Amendement 17
Voorstel voor een besluit
Overweging 25
(25)  Wanneer wordt beslist welke verzoekers die duidelijk internationale bescherming nodig hebben, worden herplaatst uit Italië en Griekenland, moet voorrang worden gegeven aan kwetsbare verzoekers, zoals bedoeld in artikel 22 van Richtlijn 2013/33/EU van het Europees Parlement en de Raad10. De bijzondere behoeften van verzoekers, waaronder die op gezondheidsgebied, dienen daarbij primair in overweging te worden genomen. Het belang van het kind dient altijd voorop te staan.
(25)  Wanneer wordt beslist welke verzoekers die duidelijk internationale bescherming nodig hebben, worden herplaatst uit Italië en Griekenland, moet voorrang worden gegeven aan kwetsbare verzoekers, waarbij bijzondere aandacht moet uitgaan naar niet-begeleide minderjarigen, zoals bedoeld in de artikelen 21 en 22 van Richtlijn 2013/33/EU van het Europees Parlement en de Raad10. Om rekening te houden met de specifieke situatie van kwetsbare personen dienen de lidstaten krachtens Richtlijn 2013/33/EU en Richtlijn 2013/32/EU van het Europees Parlement en de Raad1bis een individuele beoordeling te verrichten van de kwetsbaarheid van verzoekers wat hun bijzondere behoeften inzake opvang en procedure betreft. Lidstaten moeten derhalve actief stappen ondernemen om de individuele behoeften van asielzoekers te beoordelen, en kunnen niet volstaan met zelfidentificatie om de rechten die asielzoekers op grond van het Unierecht genieten te waarborgen. De bijzondere behoeften van verzoekers, waaronder die op gezondheidsgebied, dienen daarbij primair in overweging te worden genomen. Het belang van het kind dient voorop te staan in alle procedures die ingevolge dit besluit worden ingesteld en de basisprincipes die zijn ontwikkeld in het arrest van het Hof van Justitie van 6 juni 2013 in Zaak C-648/111ter moeten steeds worden geëerbiedigd.
______________
___________________
10 Richtlijn 2013/33/EU van het Europees Parlement en de Raad van 26 juni 2013 tot vaststelling van normen voor de opvang van verzoekers om internationale bescherming (PB L 180 van 29.6.2013, blz. 96).
10 Richtlijn 2013/33/EU van het Europees Parlement en de Raad van 26 juni 2013 tot vaststelling van normen voor de opvang van verzoekers om internationale bescherming (PB L 180 van 29.6.2013, blz. 96).
1 bis Richtlijn 2013/32/EU van het Europees Parlement en de Raad van 26 juni 2013 betreffende gemeenschappelijke procedures voor de toekenning of intrekking van internationale bescherming (PB L 180 van 29.6.2013, blz. 60).
1ter Arrest van het Hof van Justitie van 6 juni 2013, MA en anderen, C-648/11, ECLI:EU:C:2013:367.
Amendement 18
Voorstel voor een besluit
Overweging 26
(26)  Bij de beslissing in welke specifieke lidstaat verzoekers worden herplaatst, dient bovendien in het bijzonder rekening te worden gehouden met specifieke kwalificaties van de betrokken verzoekers die hun integratie in de lidstaat van herplaatsing zouden kunnen vergemakkelijken, zoals hun talenkennis. Bij bijzonder kwetsbare verzoekers moet in overweging worden genomen of de lidstaat van herplaatsing die verzoekers passende steun kan bieden.
(26)  Bij de beslissing in welke specifieke lidstaat verzoekers worden herplaatst, dient bovendien in het bijzonder rekening te worden gehouden met de voorkeuren en specifieke kwalificaties van de betrokken verzoekers die hun integratie in de lidstaat van herplaatsing zouden kunnen vergemakkelijken, zoals hun talenkennis, familiebanden in ruimere zin dan de definitie van gezinsleden in Verordening (EU) nr. 604/2013, sociale banden, culturele banden, eerder verblijf in een lidstaat, eerdere studie en eerdere werkervaring bij een bedrijf of organisatie in een bepaalde lidstaat, alsook specifieke kwalificaties die de integratie van verzoekers in de arbeidsmarkt van de lidstaat van herplaatsing zouden kunnen vergemakkelijken. Lidstaten dienen daartoe de daadwerkelijke erkenning van diploma's, kwalificaties en vaardigheden van verzoekers te bevorderen. Daarnaast kunnen lidstaten verzoekers over hun kansen op de arbeidsmarkt informeren. Bij bijzonder kwetsbare verzoekers moet in overweging worden genomen of de lidstaat van herplaatsing die verzoekers passende steun kan bieden. Hoewel verzoekers niet het recht hebben om de lidstaat van herplaatsing te kiezen, dient er voor zover mogelijk rekening gehouden te worden met hun noden, voorkeuren en specifieke kwalificaties.
Amendement 19
Voorstel voor een besluit
Overweging 26 bis (nieuw)
(26 bis)  Op grond van de lessen die zijn getrokken uit het proefproject inzake de herplaatsing vanuit Malta (EUREMA), moet voor zover mogelijk rekening worden gehouden met de verwachtingen en voorkeuren van verzoekers. In een eerste stap dienen de verzoekers de mogelijkheid te krijgen om hun voorkeuren uit te drukken. Ze dienen de lidstaten te rangschikken in volgorde van voorkeur en hun voorkeuren te ondersteunen met elementen zoals familiebanden, sociale banden en culturele banden, zoals taalvaardigheid, eerder verblijf, eerdere studies en eerdere werkervaring. Dit dient in de loop van de eerste verwerking te gebeuren. In een tweede stap dienen de respectieve lidstaten te worden ingelicht over de voorkeuren van de verzoekers. Daarna dienen de lidstaten de mogelijkheid te krijgen om hun voorkeuren uit te drukken voor bepaalde van de verzoekers die de betrokken lidstaat verkozen. De lidstaten dienen hun voorkeuren te ondersteunen met elementen zoals familiebanden, sociale contacten en culturele banden. Door de lidstaten aangeduide verbindingsofficieren kunnen de procedure vergemakkelijken door een onderhoud met de respectieve verzoekers te hebben. Verzoekers dienen ook de mogelijkheid te krijgen om te overleggen met andere actoren, zoals niet-gouvernementele organisaties, de Hoge Commissaris van de Verenigde Naties voor de vluchtelingen (UNHCR) en de Internationale Organisatie voor Migratie (IOM). Tot slot dienen Italië en Griekenland, bijgestaan door het EASO, een beslissing te nemen om iedere verzoeker te herplaatsen naar een specifieke lidstaat door voor zover mogelijk rekening te houden met de voorkeuren. De UNHCR dient te worden geraadpleegd in verband met zijn optimale werkwijzen inzake herplaatsing, waaronder het beheer van voorkeuren en specifieke kwalificaties.
Amendement 20
Voorstel voor een besluit
Overweging 26 ter (nieuw)
(26 ter)  Het beginsel van non-discriminatie zoals neergelegd in artikel 10 van het Verdrag moet tijdens de volledige herplaatsingsprocedure worden geëerbiedigd. Discriminatie op basis van geslacht, leeftijd, etnische afkomst, handicap en religieuze overtuiging is een duidelijke inbreuk op het Verdrag.
Amendement 21
Voorstel voor een besluit
Overweging 28
(28)  De wettelijke en procedurele waarborgen waarin Verordening (EU) nr. 604/2013 voorziet, blijven van toepassing op de verzoekers op wie dit besluit betrekking heeft. Bovendien moeten de verzoekers worden ingelicht over de bij dit besluit ingestelde herplaatsingsprocedure en in kennis worden gesteld van het herplaatsingsbesluit. Aangezien een verzoeker krachtens het Unierecht niet het recht heeft om te kiezen welke lidstaat verantwoordelijk is voor de behandeling van zijn verzoek, dient de verzoeker overeenkomstig Verordening (EU) nr. 604/2013 recht te hebben op een doeltreffende voorziening in rechte tegen het herplaatsingsbesluit, doch slechts om de eerbiediging van zijn grondrechten te waarborgen.
(28)  De wettelijke en procedurele waarborgen waarin Verordening (EU) nr. 604/2013 voorziet, blijven van toepassing op de verzoekers op wie dit besluit betrekking heeft. Bovendien moeten de verzoekers worden ingelicht over de bij dit besluit ingestelde herplaatsingsprocedure en in kennis worden gesteld van het herplaatsingsbesluit. De verzoeker dient overeenkomstig Verordening (EU) nr. 604/2013 en artikel 47 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie recht te hebben op een doeltreffende voorziening in rechte tegen het herplaatsingsbesluit.
Amendement 22
Voorstel voor een besluit
Overweging 30
(30)  Er dienen maatregelen te worden getroffen ter voorkoming van secundaire stromen van herplaatste personen vanuit de lidstaat van herplaatsing naar andere lidstaten. Met name dienen de verzoekers te worden gewezen op de gevolgen van verder reizen binnen de lidstaten en op het feit dat als de lidstaat van herplaatsing hun internationale bescherming verleent, zij uitsluitend in die lidstaat de rechten hebben die verbonden zijn aan de internationale bescherming.
(30)  Er dienen maatregelen te worden getroffen ter voorkoming van secundaire stromen van herplaatste personen vanuit de lidstaat van herplaatsing naar andere lidstaten. Dat zo veel mogelijk rekening gehouden wordt met de voorkeuren van de verzoekers, waaronder familiebanden in ruimere zin dan in de bepalingen inzake gezinnen in Verordening (EU) nr. 604/2013, sociale en culturele banden, is een duidelijke maatregel waardoor verzoekers het gevoel krijgen deel uit te maken van de lidstaat van herplaatsing. De verzoekers dienen alle nodige informatie te krijgen over hun bestemming en, in geval niet volledig rekening kan worden gehouden met hun voorkeur, de redenen daarvoor, in een taal die zij begrijpen of redelijkerwijs kunnen worden geacht te begrijpen. Om verdere nevenstromen te vermijden, dienen de verzoekers te worden gewezen op de gevolgen van verder reizen binnen de lidstaten zoals bepaald in artikel 4 van Verordening (EU) nr. 604/2013 en op het feit dat als de lidstaat van herplaatsing hun internationale bescherming verleent, zij uitsluitend in die lidstaat de rechten hebben die verbonden zijn aan de internationale bescherming.
Amendement 23
Voorstel voor een besluit
Overweging 30 bis (nieuw)
(30 bis)  De instemming van verzoekers of personen die internationale bescherming genieten is een algemeen aanvaard beginsel in het afgeleide Unierecht, dat is neergelegd in artikel 7, lid 2, van Verordening (EU) nr. 516/2014 en, naar analogie, in artikel 5 van Verordening (EU) nr. 439/2010 van het Europees Parlement en de Raad1bis en in artikel 17, lid 2, van Verordening (EU) nr. 604/2013. Krachtens artikel 78, lid 3, van het Verdrag, zijn onder zeer strikte voorwaarden afwijkingen van het Unierecht toegestaan. De doeltreffende tenuitvoerlegging van het noodherplaatsingsmechanisme moet worden verzekerd, maar instemming is van bijzonder belang om nevenstromen te vermijden en moet derhalve – in principe – vóór herplaatsing worden verkregen. Indien een verzoeker niet instemt, moet hij in principe niet worden herplaatst, maar moet een andere persoon de kans op herplaatsing krijgen.
_________
1bis Verordening (EU) nr. 439/2010 van het Europees Parlement en de Raad van 19 mei 2010 tot oprichting van een Europees Ondersteuningsbureau voor asielzaken (PB L 132 van 29.5.2010, blz. 11).
Amendement 24
Voorstel voor een besluit
Artikel 1
Bij dit besluit worden voorlopige maatregelen op het gebied van internationale bescherming ingesteld ten gunste van Italië en Griekenland, teneinde deze lidstaten in staat te stellen het hoofd te bieden aan een noodsituatie die het gevolg is van een plotselinge toestroom van onderdanen van derde landen in deze lidstaten.
Bij dit besluit worden bindende voorlopige noodmaatregelen op het gebied van internationale bescherming ingesteld ten gunste van Italië en Griekenland, teneinde deze lidstaten in staat te stellen het hoofd te bieden aan een noodsituatie die het gevolg is van een plotselinge toestroom van onderdanen van derde landen en staatlozen in deze lidstaten.
Amendement 25
Voorstel voor een besluit
Artikel 2 – alinea 1 – letter b
b)  "verzoeker": een onderdaan van een derde land of een staatloze die een verzoek om internationale bescherming heeft ingediend waarover nog geen definitieve beslissing is genomen;
b)  "verzoeker": een onderdaan van een derde land of een staatloze die een verzoek om internationale bescherming heeft ingediend waarover nog geen definitieve beslissing is genomen, zoals bepaald in artikel 2, punt i), van Richtlijn 2011/95/EU;
Amendement 26
Voorstel voor een besluit
Artikel 2 – alinea 1 – letter d
d)   "gezinsleden": gezinsleden in de zin van artikel 2, onder g), van Verordening (EU) nr. 604/2013 van het Europees Parlement en de Raad;
d)   "naaste verwanten": de echtgenoot, kinderen, ouders, personen die het ouderlijk gezag uitoefenen, grootouders en kleinkinderen;
(Horizontaal amendement, is van toepassing op de gehele tekst van het Commissievoorstel.)
Amendement 27
Voorstel voor een besluit
Artikel 2 – alinea 1 – letter f bis (nieuw)
f bis)  "voorkeur": de voorkeur van een verzoeker voor een bepaalde lidstaat of de voorkeur van een lidstaat voor een bepaalde verzoeker, die wordt onderbouwd met elementen zoals familiebanden in ruimere zin dan de definitie van gezinsleden zoals omschreven in punt g), van artikel 2, van Verordening (EU) nr. 604/2013, sociale banden zoals banden met etnische en cultuurgemeenschappen en culturele banden met de lidstaat van voorkeur, zoals talenkennis, eerder verblijf in een lidstaat of eerdere studie of arbeidsverhoudingen met bedrijven of organisaties van die lidstaat.
Amendement 28
Voorstel voor een besluit
Artikel 3 – lid 2 bis (nieuw)
2 bis.  Gezien de veranderende migratiestromen, moet elk kwartaal worden beoordeeld welke doelgroep voor herplaatsing in aanmerking komt.
Amendement 47
Voorstel voor een besluit
Artikel 4
-1. Teneinde de aanzienlijke asieldruk op Italië en Griekenland te verlichten, en als belangrijke testcase met het oog op het toekomstige wetgevingsvoorstel voor een permanent noodherplaatsingsmechanisme overeenkomstig artikel 78, lid 2, van het Verdrag, zullen aanvankelijk in totaal 110 000 verzoekers uit Italië en Griekenland worden herplaatst. Een uitbreiding van het aantal herplaatsingen wordt overwogen, om een aanpassing aan de snel veranderende vluchtelingenstromen en trends in de loop van de toepassingsperiode van dit besluit mogelijk te maken.
1.   Vanuit Italië worden 24 000 verzoekers herplaatst op het grondgebied van de andere lidstaten, zoals aangeduid in bijlage I.
1.   Aanvankelijk zullen 40 000 verzoekers vanuit Italië worden herplaatst op het grondgebied van de andere lidstaten.
2.   Vanuit Griekenland worden 16 000 verzoekers herplaatst op het grondgebied van de andere lidstaten, zoals aangeduid in bijlage II.
2.   Aanvankelijk zullen 70 000 verzoekers vanuit Griekenland worden herplaatst op het grondgebied van de andere lidstaten.
2 bis.  Binnen [zes maanden na de inwerkingtreding van dit besluit] evalueert de Commissie, op basis van de meest recente gegevens van Frontex, het aandeel van de verzoekers die uit respectievelijk Italië en Griekenland moeten worden herplaatst, om dit aan te passen aan de veranderende vluchtelingenstromen.
Amendement 30
Voorstel voor een besluit
Artikel 4 bis (nieuw)
Artikel 4 bis
Instemming
In principe is de instemming van de verzoeker met zijn herplaatsing vereist.
Amendement 31
Voorstel voor een besluit
Artikel 5 – lid 2
2.  Gedurende de toepassingsperiode van dit besluit stellen Italië en Griekenland, bijgestaan door het EASO en, waar van toepassing, de in lid 8 bedoelde verbindingsfunctionarissen van de lidstaten, op gezette tijden vast welke afzonderlijke verzoekers kunnen worden herplaatst in de andere lidstaten en delen zij aan de contactpunten van die lidstaten en aan het EASO mee hoeveel verzoekers kunnen worden herplaatst. Hierbij wordt voorrang gegeven aan kwetsbare verzoekers in de zin van artikel 22 van Richtlijn 2013/33/EU.
2.  Gedurende de toepassingsperiode van dit besluit stellen Italië en Griekenland, bijgestaan door het EASO en andere betrokken agentschappen, op gezette tijden vast welke afzonderlijke verzoekers kunnen worden herplaatst in de andere lidstaten en delen zij aan de contactpunten van die lidstaten en aan het EASO mee hoeveel verzoekers kunnen worden herplaatst. Hierbij wordt voorrang gegeven aan kwetsbare verzoekers in de zin van de artikelen 21 en 22 van Richtlijn 2013/33/EU, en gaat bijzondere aandacht uit naar niet-begeleide minderjarigen.
Amendement 32
Voorstel voor een besluit
Artikel 5 – lid 3
3.  Na de ontvangst van de in lid 2 bedoelde informatie delen de lidstaten zo spoedig mogelijk mee hoeveel verzoekers onmiddellijk op hun grondgebied kunnen worden herplaatst en verstrekken zij alle andere relevante informatie, met inachtneming van de in respectievelijk bijlage I en II vermelde aantallen.
3.  Na de ontvangst van de in lid 2 bedoelde informatie delen de lidstaten zo spoedig mogelijk mee wat hun beschikbare opvangcapaciteit voor migranten is en hoeveel verzoekers onmiddellijk op hun grondgebied kunnen worden herplaatst en verstrekken zij alle andere relevante informatie, met inachtneming van de in respectievelijk bijlage I en II vermelde aantallen.
Amendement 33
Voorstel voor een besluit
Artikel 5 – lid 3 bis (nieuw)
3 bis.  Italië en Griekenland voorzien de verzoekers met de hulp van het EASO van informatie over de bij de noodherplaatsing betrokken lidstaat in een taal die zij begrijpen of redelijkerwijs worden geacht te begrijpen. De verzoekers dienen bovendien toegang te hebben tot informatie die verstrekt wordt door andere actoren zoals de niet-gouvernementele organisaties, de UNHCR en de IOM. In de loop van de eerste verwerking wordt de verzoekers gevraagd om de lidstaten te rangschikken in volgorde van voorkeur en om hun voorkeuren te ondersteunen.
Amendementen 34 en 48
Voorstel voor een besluit
Artikel 5 – lid 5
5.  Verzoekers van wie op grond van artikel 9 van Verordening (EU) nr. 603/2013 vingerafdrukken moeten worden genomen, mogen uitsluitend worden herplaatst indien de vingerafdrukken zijn genomen.
5.  Verzoekers van wie op grond van artikel 9 van Verordening (EU) nr. 603/2013 vingerafdrukken moeten worden genomen en toegezonden, mogen uitsluitend worden herplaatst indien de vingerafdrukken zijn genomen met volledige eerbiediging van hun grondrechten en zonder het gebruik van dwang of detentiemaatregelen.
Amendement 35
Voorstel voor een besluit
Artikel 5 – lid 8
8.  Met het oog op de uitvoering van alle aspecten van de in dit artikel beschreven herplaatsingsprocedure kunnen de lidstaten beslissen een verbindingsfunctionaris naar Italië en Griekenland uit te zenden.
Schrappen
Amendement 36
Voorstel voor een besluit
Artikel 6 – lid 4
4.  Nadat het besluit tot herplaatsing van een verzoeker is genomen, maar voordat de herplaatsing plaatsvindt, lichten Italië en Griekenland de betrokkene schriftelijk in over het besluit tot herplaatsing. In het besluit tot herplaatsing wordt de lidstaat van herplaatsing vermeld.
4.  Nadat het besluit tot herplaatsing van een verzoeker is genomen, maar voordat de herplaatsing plaatsvindt, lichten Italië en Griekenland, met de hulp van het EASO en andere actoren zoals verbindingsofficieren, indien beschikbaar, de betrokkene op een uitvoerige manier en in een taal die de verzoeker begrijpt of redelijkerwijs wordt geacht te begrijpen, in over de lidstaat van herplaatsing of, als geen rekening werd gehouden met de voorkeuren van de verzoeker, over de redenen van deze beslissing. Italië en Griekenland lichten bovendien de betrokkene schriftelijk in over het besluit tot herplaatsing. In het besluit tot herplaatsing wordt de lidstaat van herplaatsing vermeld.
Amendement 37
Voorstel voor een besluit
Artikel 7 – alinea 1 – letter b
b)  de eerste verwerking van de verzoeken;
b)  de eerste verwerking van de verzoeken, waaronder het in kaart brengen van kwetsbaarheden en voorkeuren, om potentiële verzoekers om herplaatsing te identificeren en verzoekers te screenen, met inbegrip van het duidelijk vaststellen van hun identiteit, het nemen van hun vingerafdrukken en het registreren van hun aanvraag om internationale bescherming;
Amendement 38
Voorstel voor een besluit
Artikel 7 – alinea 1 – letter d
d)  de overbrenging van de verzoekers naar de lidstaat van herplaatsing.
d)  de overbrenging van de verzoekers naar de lidstaat van herplaatsing. De kosten van de overbrenging naar de lidstaat van herplaatsing mogen geen bijkomende last betekenen voor Griekenland en Italië.
Amendement 39
Voorstel voor een besluit
Artikel 8 – lid 2
2.  Indien Italië of Griekenland niet aan de verplichtingen van lid 1 voldoet, kan de Commissie beslissen de toepassing van dit besluit ten aanzien van de desbetreffende lidstaat voor ten hoogste drie maanden op te schorten. Deze opschorting kan door de Commissie éénmaal worden verlengd met een periode van ten hoogste drie maanden.
2.  Indien Italië of Griekenland niet aan de verplichtingen van lid 1 voldoet, kan de Commissie, na de betrokken lidstaat de gelegenheid te hebben gegeven zijn standpunten toe te lichten, beslissen de toepassing van dit besluit ten aanzien van de desbetreffende lidstaat voor ten hoogste drie maanden op te schorten. Deze opschorting kan door de Commissie éénmaal worden verlengd met een periode van ten hoogste drie maanden.
Amendement 40
Voorstel voor een besluit
Artikel 9
Mocht een lidstaat van herplaatsing ten gevolge van een plotselinge toestroom van onderdanen van derde landen in een noodsituatie terechtkomen, dan kan de Raad op voorstel van de Commissie en na raadpleging van het Europees Parlement ten gunste van de betrokken lidstaat voorlopige maatregelen vaststellen overeenkomstig artikel 78, lid 3, van het Verdrag. Dergelijke maatregelen kunnen inhouden dat in voorkomend geval de verplichtingen van die lidstaat uit hoofde van onderhavig besluit worden opgeschort.
Mocht een lidstaat van herplaatsing ten gevolge van een plotselinge toestroom van onderdanen van derde landen in een noodsituatie terechtkomen, dan kan de Raad op voorstel van de Commissie en na raadpleging van het Europees Parlement ten gunste van de betrokken lidstaat voorlopige maatregelen vaststellen overeenkomstig artikel 78, lid 3, van het Verdrag. Dergelijke maatregelen kunnen ook inhouden dat in voorkomend geval de verplichtingen van die lidstaat uit hoofde van onderhavig besluit worden opgeschort.
Amendement 41
Voorstel voor een besluit
Artikel 11
Italië en Griekenland brengen iedere drie maanden verslag uit aan de Raad en de Commissie over de tenuitvoerlegging van dit besluit en de in artikel 8 bedoelde stappenplannen.
Italië en Griekenland brengen iedere drie maanden verslag uit aan de Raad en de Commissie over de tenuitvoerlegging van dit besluit en de juiste besteding van de in het kader daarvan ontvangen bedragen, alsook over de in artikel 8 bedoelde stappenplannen.
Amendement 42
Voorstel voor een besluit
Artikel 11 bis (nieuw)
Artikel 11 bis
Evaluatie
De Commissie legt uiterlijk in juli 2016 een tussentijdse evaluatie voor aan het Europees Parlement en de Raad over de toepassing van dit besluit en doet in voorkomend geval de nodige aanbevelingen voor een permanent herplaatsingsmechanisme, ook met het oog op de aangekondigde Dublin-geschiktheidscontrole.
De Commissie dient uiterlijk op ...* een eindevaluatieverslag over de toepassing van dit besluit in bij het Europees Parlement en de Raad.
De lidstaten zenden de Commissie tijdig alle informatie toe die nodig is voor de voorbereiding van dat verslag.
____________
* PB: gelieve de datum in te voegen: 30 maanden na de datum van inwerkingtreding van dit besluit.
Amendement 43
Voorstel voor een besluit
Bijlage II bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Bijlage II bis

De herplaatsingsprocedure

In het Commissievoorstel bedoelde procedure; aanvullende stappen die door het Europees Parlement werden toegevoegd zijn onderstreept

1 - Eerste verwerking voor personen die om internationale bescherming verzoeken

—  Vaststelling van personen voor wie een andere lidstaat bevoegd is (of zou moeten zijn) volgens de Dublinverordening

→ Dublinoverdrachten

—  Vaststelling van kwetsbare verzoekers

—  Vaststelling van naaste verwanten voor gezamenlijke herplaatsing

—  Vaststelling van de voorkeuren van de verzoekers voor bepaalde lidstaten

2 - Selectie van de verzoekers om herplaatsing

—  Italië/Griekenland bepalen welke verzoekers herplaatst worden

—  Zij lichten de lidstaten in over het aantal nodige plaatsen en over de voorkeuren van de verzoekers

3 - Medewerking van de lidstaten

—  De lidstaten lichten Italië/Griekenland in over het aantal beschikbare plaatsen voor herplaatsing

—  De verbindingsofficieren kunnen een gesprek voeren met de verzoekers die een voorkeur voor hun lidstaat hebben uitgedrukt

—  De lidstaten drukken hun voorkeur uit voor bepaalde verzoekers

4 - Herplaatsingsbeslissing

—  Italië/Griekenland beslissen welke verzoekers naar welke lidstaat herplaatst worden door rekening te houden met de voorkeuren van de verzoekers en de lidstaten

5 - Informatie en instemming

—  Verzoekers worden uitvoerig ingelicht over hun lidstaat van herplaatsing

—  In beginsel moeten verzoekers instemmen met de herplaatsing naar die lidstaat

6 - Overdracht

Overdracht van de verzoekers naar de lidstaat van herplaatsing binnen één maand


BIJLAGE BIJ DE WETGEVINGSRESOLUTIE

VERKLARING VAN HET EUROPEES PARLEMENT

Vanuit de noodzaak om onmiddellijke maatregelen te treffen ten gunste van lidstaten die door een plotselinge toestroom van onderdanen van derde landen in een noodsituatie terechtkomen, heeft het Europees Parlement ingestemd met de door de Commissie voorgestelde rechtsgrond van artikel 78, lid 3, VWEU voor het besluit van de Raad tot vaststelling van voorlopige maatregelen op het gebied van internationale bescherming ten behoeve van Italië en Griekenland. Het Europees Parlement kan artikel 78, lid 3, VWEU echter alleen als rechtsgrond aanvaarden als een noodmaatregel, waarna een echt wetgevingsvoorstel zal worden gedaan om in de toekomst noodsituaties op een gestructureerde manier het hoofd te bieden. Het benadrukt dat artikel 78, lid 2, VWEU, dat de gewone wetgevingsprocedure vaststelt om te bepalen welke lidstaat bevoegd is om een aanvraag voor internationale bescherming in overweging te nemen, en artikel 80, tweede zin, VWEU, waarmee uitvoering wordt gegeven aan het solidariteitsbeginsel zoals vastgesteld in artikel 80, eerste zin, de juiste rechtsgrond is. Het Europees Parlement beklemtoont bovendien dat de vaststelling van dit besluit het scala aan rechtsgronden waaruit de medewetgever in de toekomst zijn keuze kan bepalen, in het bijzonder met betrekking tot de artikelen 78 en 80 VWEU, volstrekt onverlet laat. Het Europees Parlement dringt er bij de Commissie op aan tegen het einde van 2015 een wetgevingsvoorstel in te dienen met betrekking tot een permanent herplaatsingsmechanisme op grond van artikel 78, lid 2, en artikel 80, zoals werd aangekondigd door de Commissie in haar Europese migratieagenda. Het Europees Parlement behoudt zich het recht voor om een initiatiefverslag van wetgevende aard voor te bereiden in het geval dat de Commissie een dergelijk wetgevingsvoorstel niet op tijd indient.

Juridische mededeling