Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2015/2801(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : B8-0989/2015

Ingediende teksten :

B8-0989/2015

Debatten :

PV 07/10/2015 - 17
CRE 07/10/2015 - 17

Stemmingen :

Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2015)0349

Aangenomen teksten
PDF 181kWORD 78k
Donderdag 8 oktober 2015 - Straatsburg Definitieve uitgave
Lering uit de ramp met rode modder, vijf jaar na het ongeval in Hongarije
P8_TA(2015)0349B8-0989/2015

Resolutie van het Europees Parlement van 8 oktober 2015 over de lering die kan worden getrokken uit de ramp met rode modder, vijf jaar na het ongeval in Hongarije (2015/2801(RSP))

Het Europees Parlement,

–  gezien de beginselen van het beleid van de Unie op milieugebied, zoals neergelegd in artikel 191 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, met name het beginsel van preventief handelen en het beginsel dat de vervuiler betaalt,

–  gezien het Verdrag inzake de bescherming van het mariene milieu en de kustgebieden van de Middellandse Zee (het "Verdrag van Barcelona") en de bijbehorende protocollen,

–  gezien Richtlijn 91/689/EEG van de Raad van 12 december 1991 betreffende gevaarlijke afvalstoffen(1),

–  gezien Beschikking 2000/532/EG van de Commissie van 3 mei 2000 tot vervanging van Beschikking 94/3/EG houdende vaststelling van een lijst van afvalstoffen overeenkomstig artikel 1, onder a), van Richtlijn 75/442/EEG van de Raad betreffende afvalstoffen en Beschikking 94/904/EG van de Raad tot vaststelling van een lijst van gevaarlijke afvalstoffen overeenkomstig artikel 1, lid 4, van Richtlijn 91/689/EEG van de Raad betreffende gevaarlijke afvalstoffen(2) (Europese lijst van afvalstoffen),

–  gezien Besluit 2014/955/EU van de Commissie van 18 december 2014 tot wijziging van Beschikking 2000/532/EG betreffende de lijst van afvalstoffen overeenkomstig Richtlijn 2008/98/EG van het Europees Parlement en de Raad(3),

–  gezien het met redenen omkleed advies dat in juni 2015 door de Commissie aan Hongarije is gezonden om de milieunormen aan te scherpen op een ander industrieterrein met rode modder als afvalstof(4),

–  gezien Richtlijn 2006/21/EG van het Europees Parlement en de Raad van 15 maart 2006 betreffende het beheer van afval van winningsindustrieën en houdende wijziging van Richtlijn 2004/35/EG(5) (richtlijn mijnbouwafval),

–  gezien Aanbeveling 2001/331/EG van het Europees Parlement en de Raad van 4 april 2001 betreffende minimumcriteria voor milieu-inspecties in de lidstaten(6),

–  gezien zijn resolutie van 20 november 2008 over de toetsing van Aanbeveling 2001/331/EG betreffende minimumcriteria voor milieu-inspecties in de lidstaten(7),

–  gezien Besluit nr. 1386/2013/EU van het Europees Parlement en de Raad van 20 november 2013 over een algemeen milieuactieprogramma voor de Unie voor de periode tot 2020 "Goed leven, binnen de grenzen van onze planeet"(8) (zevende milieuactieprogramma),

–  gezien Richtlijn 2004/35/EG van het Europees Parlement en de Raad van 21 april 2004 betreffende milieuaansprakelijkheid met betrekking tot het voorkomen en herstellen van milieuschade(9) (milieuaansprakelijkheidsrichtlijn),

–  gezien Beschikking 2009/335/EG van de Commissie van 20 april 2009 inzake technische richtsnoeren voor het stellen van de financiële zekerheid overeenkomstig Richtlijn 2006/21/EG van het Europees Parlement en de Raad betreffende het beheer van afval van winningsindustrieën(10),

–  gezien de haalbaarheidsstudie van de Commissie over het concept van een risicodelingsfaciliteit op EU-niveau voor industriële rampen(11),

–  gezien het eindverslag "Implementation challenges and obstacles of the Environmental Liability Directive" (Uitdagingen en belemmeringen voor de tenuitvoerlegging van de milieuaansprakelijkheidsrichtlijn; eindverslag, opgesteld voor de Commissie – DG Milieu, 2013),

–  gezien de vragen aan de Raad en aan de Commissie over de lering die kan worden getrokken uit de ramp met rode modder, vijf jaar na het ongeval in Hongarije (O-000096/2015 – B8-0757/2015 en O-000097/2015 – B8-0758/2015),

–  gezien artikel 128, lid 5, en artikel 123, lid 2, van zijn Reglement,

A.  overwegende dat op 4 oktober 2010 als gevolg van een dambreuk in een afvalbassin in Hongarije bijna een miljoen kubieke meter sterk alkalische rode modder wegspoelde, verscheidene dorpen overstroomden, tien mensen om het leven kwamen, bijna 150 personen gewond raakten en enorme gebieden verontreinigd werden, waaronder vier Natura 2000-zones;

B.  overwegende dat de rode modder in dit afvalbassin op grond van Richtlijn 91/689/EEG van de Raad als gevaarlijk afval geldt;

C.  overwegende dat in Besluit 2014/955/EU van de Commissie expliciet wordt vermeld dat rode modder bij gebrek aan bewijs van het tegendeel moet worden geclassificeerd als gevaarlijk afval; overwegende dat dit besluit van kracht is sinds 1 juni 2015;

D.  overwegende dat het risico bestaat dat in het verleden rode modder ook in andere lidstaten ten onrechte geclassificeerd is als niet-gevaarlijk afval, op grond waarvan vergunningen zijn afgegeven;

E.  overwegende dat rode modder als winningsafval geldt op grond van de richtlijn mijnbouwafval waarin veiligheidsvoorschriften zijn vastgelegd voor het beheer van winningsafval, die onder andere gebaseerd zijn op de best beschikbare technieken;

F.  overwegende dat zich tevens ernstige problemen van milieuvervuiling voordoen ten gevolge van andere mijnbouwactiviteiten (bijv. het gebruik van cyanide in de goudwinning) of onjuist behandeld gevaarlijk afval in diverse lidstaten;

G.  overwegende dat Aanbeveling 2001/331/EG gericht is op betere naleving en het bijdragen aan een consistentere tenuitvoerlegging en handhaving van de milieuwetgeving van de EU;

H.  overwegende dat het Parlement in zijn resolutie van het Parlement van 20 november 2008 de tenuitvoerlegging van de milieuwetgeving in de lidstaten als onvolledig en inconsistent bestempelde, en er bij de Commissie op aandrong om vóór het einde van 2009 een wetgevingsvoorstel over milieu-inspecties in te dienen;

I.  overwegende dat in het zevende milieuactieprogramma wordt gesteld dat de EU de vereisten met betrekking tot inspecties en toezicht zal uitbreiden tot het bredere corpus van de milieuwetgeving, en de capaciteit voor de ondersteuning van inspecties op EU-niveau verder zal ontwikkelen;

J.  overwegende dat met de milieuaansprakelijkheidsrichtlijn een kader voor milieuaansprakelijkheid wordt beoogd dat is gebaseerd op het beginsel "de vervuiler betaalt", en waarin van de lidstaten wordt gevergd de ontwikkeling van instrumenten en markten voor financiële zekerheid door de juiste economische en financiële spelers te bevorderen; overwegende dat de Commissie op grond van artikel 18, lid 2 vóór 30 april 2014 een verslag had moeten indienen bij het Parlement en de Raad, wat echter nog niet gebeurd is;

K.  overwegende dat in het voor de Commissie opgestelde verslag uit 2013 over de tenuitvoerlegging van de milieuaansprakelijkheidsrichtlijn werd geconcludeerd dat "de omzetting van de milieuaansprakelijkheidsrichtlijn in de nationale wetgeving van de lidstaten niet heeft geleid tot gelijke voorwaarden" maar "tot een lappendeken van aansprakelijkheidssystemen voor het voorkomen en oplossen van milieuschade in de EU";

L.  overwegende dat de Commissie in 2010 in een reactie op de ramp met rode modder verklaarde dat zij zou heroverwegen om nog vóór de toetsing van de milieuaansprakelijkheidsrichtlijn in 2014 geharmoniseerde verplichte financiële zekerheid in te voeren;

1.  merkt op dat de ramp met rode modder in 2010 de ergste industriële ramp is die ooit heeft plaatsgevonden in Hongarije, en herdenkt de slachtoffers vijf jaar na deze tragische gebeurtenis;

2.  onderschrijft het snelle en doeltreffende optreden van de nationale autoriteiten in de crisisresponsfase en de enorme inspanningen die het maatschappelijk middenveld heeft geleverd tijdens deze ongekende ramp;

3.  herinnert eraan dat Hongarije een beroep heeft gedaan op het EU-mechanisme voor civiele bescherming en de beschikking heeft gekregen over een team van Europese deskundigen om aanbevelingen uit te werken, onder andere over optimale oplossingen voor het tenietdoen en beperken van schade;

4.  merkt op dat de ramp met rode modder in verband kan worden gebracht met de gebrekkige tenuitvoerlegging van EU-wetten, tekortkomingen bij de inspecties, hiaten in de desbetreffende EU-wetgeving en de prestaties van de exploitant van het industrieterrein;

5.  vindt het zorgelijk dat er de afgelopen vijf jaar bijna geen lering getrokken lijkt te zijn, aangezien de gebrekkige tenuitvoerlegging van de desbetreffende EU-wetgeving en de internationale verdragen, alsmede tekortkomingen bij de inspecties voortduren, en sindsdien bijna geen hiaten in de desbetreffende EU-wetgeving zijn weggewerkt;

6.  beschouwt de richtlijn mijnbouwafval en de Europese lijst van afvalstoffen als bronnen van grote zorg;

7.  vindt het verontrustend dat er in verscheidene lidstaten vergelijkbare industrieterreinen bestaan; verzoekt de lidstaten erop toe te zien dat de juiste inspecties worden uitgevoerd;

8.  verzoekt alle lidstaten die beschikken over bassins met rode modder na te gaan of de rode modder correct is geclassificeerd als gevaarlijk, en eventuele vergunningen die zijn afgegeven op grond van een onjuiste classificatie zo snel mogelijk aan te passen; verzoekt de Commissie erop toe te zien dat de lidstaten actie ondernemen en hiervan verslag uitbrengen aan de Commissie, en doet een beroep op de Commissie om vóór het einde van 2016 een verslag over de door de lidstaten genomen maatregelen te publiceren;

9.  vindt het cruciaal dat er een sterkere nadruk wordt gelegd op rampenpreventie, aangezien soortgelijke milieu-incidenten zich ook al in andere lidstaten hebben voorgedaan;

10.  verzoekt de Commissie en de lidstaten zich hard te maken voor de volledige tenuitvoerlegging en de juiste toepassing van alle relevante EU-wetgeving en internationale verdragen, niet alleen met betrekking tot de productie van aluminium en het ecologisch verantwoorde beheer van rode modder, maar tevens ten aanzien van het ecologisch verantwoorde beheer van gevaarlijk afval in het algemeen;

11.  benadrukt dat de best beschikbare technieken bij het beheer van winningsafval streng moeten worden toegepast, en pleit voor een complete overgang op het gebruik van technologieën voor droge verwijdering vóór het einde van 2016, waarbij ervoor moet worden gezorgd dat dit niet leidt tot lucht- of waterverontreiniging;

12.  verzoekt de Commissie meer nadruk te leggen op onderzoek en ontwikkeling bij de preventie en verwerking van gevaarlijk afval;

13.  dringt er bij de Commissie op aan richtsnoeren op te stellen voor de uitvoering van stresstests bij bestaande mijnen met grote afvalbassins;

14.  is van mening dat voor de doeltreffende preventie van verontreiniging strikte regels voor milieu-inspecties vereist zijn en de juiste maatregelen om de toepassing ervan te garanderen;

15.  verzoekt de lidstaten hun nationale milieu-inspectiediensten te versterken zodat ze transparante, regelmatige en systematische controles van industrieterreinen kunnen uitvoeren, onder andere door hun onafhankelijkheid te garanderen, toereikende middelen te verschaffen en duidelijke bevoegdheden af te bakenen, en nauwere samenwerking en gecoördineerd optreden te bevorderen;

16.  roept de Commissie en de lidstaten op het toezicht te verbeteren door gebruik te maken van bestaande bindende en niet-bindende instrumenten, en onnodige administratieve rompslomp te vermijden;

17.  herhaalt zijn verzoek aan de Commissie om een wetgevingsvoorstel in te dienen voor milieu-inspecties zonder dat de industrie financieel extra belast wordt;

18.  dringt er bij de Commissie op aan de bindende criteria voor inspecties in de lidstaten uit te breiden naar het bredere corpus van het milieuacquis van de EU, en de capaciteit voor de ondersteuning van milieu-inspecties op EU-niveau te ontwikkelen;

19.  vindt het zorgelijk dat de aanzienlijke verschillen tussen de aansprakelijkheidssystemen in de EU de gemeenschappelijke normen kunnen ondermijnen en een aantal lidstaten en regio's kunnen blootstellen aan grotere risico's op milieurampen en de financiële gevolgen hiervan;

20.  betreurt het dat de Commissie haar verslag uit hoofde van de richtlijn milieuaansprakelijkheid nog niet heeft ingediend; verzoekt de Commissie dit vóór het einde van 2015 alsnog te doen;

21.  verzoekt de Commissie bij de lopende evaluatie van de milieuaansprakelijkheidsrichtlijn te waarborgen dat het beginsel "de vervuiler betaalt" volledig wordt opgenomen in het voorstel voor herziening;

22.  dringt er bij de Commissie op aan te onderzoeken hoe Beschikking 2009/335/EG van de Commissie in de lidstaten ten uitvoer is gelegd en of de plafonds voor de bestaande instrumenten voor financiële zekerheid toereikend zijn; dringt er bij de Commissie op aan een voorstel in te dienen voor geharmoniseerde verplichte financiële zekerheid;

23.  verzoekt de Commissie en de lidstaten de transparantie van de financiële aspecten van het herstel na een milieuramp te waarborgen, met inbegrip van de schadevergoeding aan slachtoffers;

24.  doet een beroep op de Commissie om een wetsvoorstel in te dienen over toegang tot de rechter in milieukwesties overeenkomstig de bepalingen van het zevende milieuactieprogramma; verzoekt de Commissie dit vóór het einde van 2016 alsnog te doen;

25.  benadrukt hoe belangrijk het is om lokale autoriteiten, burgers en het maatschappelijk middenveld te betrekken bij het besluitvormingsproces over de verwijdering van gevaarlijk afval en bij het plannen van risicobeheersmaatregelen;

26.  verzoekt de bevoegde autoriteiten het publiek regelmatig te informeren over de mate van verontreiniging en de mogelijke effecten op de flora en de fauna en de gezondheid van de plaatselijke bevolking;

27.  verzoekt de Commissie het concept van een risicodelingsfaciliteit op EU-niveau voor industriële rampen verder uit te werken met volledige naleving van het beginsel dat de vervuiler betaalt om naast een hoog niveau van verplichte financiële zekerheden ook de mogelijke kosten te dekken;

28.  is van mening dat een dergelijke gespecialiseerde EU-risicodelingsfaciliteit voor industriële rampen tevens het herstel van oude milieulasten moet dekken, die nog steeds een gevaar vormen voor de samenleving en waarvoor als gevolg van het bestaande wetgevingskader nog steeds geen objectieve aansprakelijke partij is, die de kosten van het herstel zou kunnen betalen;

29.  benadrukt het belang van samenwerking en solidariteit op EU-niveau in het geval van milieu- en industriële rampen;

30.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad en de Commissie, alsmede aan de regeringen en de parlementen van de lidstaten.

(1) PB L 377 van 31.12.1991, blz. 20.
(2) PB L 226 van 6.9.2000, blz. 3.
(3) PB L 370 van 30.12.2014, blz. 44.
(4) Europese Commissie – informatieblad: inbreukenpakket voor juni: voornaamste beslissingen; http://europa.eu/rapid/press-release_MEMO-15-5162_nl.htm
(5) PB L 102 van 11.4.2006, blz. 15
(6) PB L 118 van 27.4.2001, blz. 41.
(7) PB C 16 E van 22.1.2010, blz. 67.
(8) PB L 354 van 28.12.2013, blz. 171.
(9) PB L 143 van 30.4.2004, blz. 56.
(10) PB L 101 van 21.4.2009, blz. 25.
(11) Studie naar de haalbaarheid van de oprichting van een fonds om milieuaansprakelijkheid en verliezen door industriële ongevallen te dekken. Eindverslag. Europese Commissie, DG ENV, 17 april 2013; http://ec.europa.eu/environment/archives/liability/eld/eldfund/pdf/Final%20report%20ELD%20Fund%20BIO%20for%20web2.pdf

Juridische mededeling