Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2015/2150(BUD)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A8-0280/2015

Ingediende teksten :

A8-0280/2015

Debatten :

Stemmingen :

PV 14/10/2015 - 15.2
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2015)0353

Aangenomen teksten
PDF 251kWORD 64k
Woensdag 14 oktober 2015 - Brussel Definitieve uitgave
Ontwerp van gewijzigde begroting nr. 6/2015: Eigen middelen, Trustfondsen van de Unie voor externe acties, Bureau van het Orgaan van Europese regelgevende instanties voor elektronische communicatie
P8_TA(2015)0353A8-0280/2015

Resolutie van het Europees Parlement van 14 oktober 2015 over het standpunt van de Raad inzake het ontwerp van gewijzigde begroting nr. 6/2015 van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2015, Eigen middelen, Trustfondsen van de Unie voor externe acties, Bureau van het orgaan van de Europese regelgevende instanties voor elektronische communicatie (11695/2015 – C8-0278/2015 – 2015/2150(BUD))

Het Europees Parlement,

–  gezien artikel 314 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien artikel 106 bis van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie,

–  gezien Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002(1), met name artikel 41,

–  gezien de algemene begroting van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2015, definitief vastgesteld op 17 december 2014(2),

–  gezien gewijzigde begroting nr. 1/2015, goedgekeurd door de Commissie op 28 april 2015(3),

–  gezien gewijzigde begroting nr. 2/2015, nr. 3/2015, nr. 4/2015, en nr. 5/2015, definitief goedgekeurd op 7 juli 2015(4),

–  gezien Verordening (EU, Euratom) nr. 1311/2013 van de Raad van 2 december 2013 tot bepaling van het meerjarig financieel kader voor de jaren 2014-2020(5),

–  gezien Verordening (EU, Euratom) 2015/623/ van de Raad van 21 april 2015 houdende wijziging van Verordening (EU, Euratom) nr. 1311/2013 tot bepaling van het meerjarig financieel kader voor de jaren 2014-2020(6),

–  gezien het Interinstitutioneel Akkoord van 2 december 2013 tussen het Europees Parlement, de Raad en de Commissie betreffende de begrotingsdiscipline, de samenwerking in begrotingszaken en een goed financieel beheer(7),

–  gezien Besluit 2007/436/EG, Euratom van de Raad van 7 juni 2007 betreffende het stelsel van eigen middelen van de Europese Gemeenschappen(8),

–  gezien het ontwerp van gewijzigde begroting nr. 6/2015, goedgekeurd door de Commissie op 15 juli 2015 (COM(2015)0351),

–  gezien het standpunt inzake het ontwerp van gewijzigde begroting nr. 6/2015, vastgesteld door de Raad op 18 september 2015 en op dezelfde dag toegezonden aan het Europees Parlement (11695/2015 – C8-0278/2015),

–  gezien de artikelen 88 en 91 van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Begrotingscommissie (A8-0280/2015),

A.  overwegende dat het ontwerp van gewijzigde begroting nr. 6/2015 een herziening betreft van de raming van de traditionele eigen middelen, de btw- en de bni-grondslag, de begroting van de relevante Britse correcties en de financiering daarvan, die leiden tot een wijziging van de verdeling van de eigenmiddelenbijdragen van de lidstaten aan de EU-begroting;

B.  overwegende dat het ontwerp van gewijzigde begroting nr. 6/2015 voorts de invoering betreft van twee nieuwe begrotingsposten, beide met een vermelding "pro memorie" (p.m.), voor ondersteunende uitgaven voor trustfondsen die door de Commissie worden beheerd op de beleidsterreinen Ontwikkeling en samenwerking, en Uitbreiding;

C.  overwegende dat het ontwerp van gewijzigde begroting nr. 6/2015 ook voorziet in een wijziging van de personeelsformatie van het Bureau van het orgaan van de Europese regelgevende instanties voor elektronische communicatie, zonder gevolgen voor de algemene begroting of het totale aantal posten;

1.  neemt kennis van het ontwerp van gewijzigde begroting nr. 6/2015, zoals door de Commissie ingediend, en van het standpunt van de Raad daarover;

2.  merkt op dat, in vergelijking met de oorspronkelijke begroting 2015, de nationale bijdragen aan de begroting gebaseerd op het bni met 2,26 miljard EUR kunnen worden verlaagd, vanwege hoger dan verwachte ontvangsten uit traditionele eigen middelen (d.w.z. douanerechten en suikerheffingen) van 1 133,5 miljoen EUR en de begroting van het overschot in 2014 door gewijzigde begroting 3/2015;

3.  is van oordeel dat deze technische aanpassing aan de ontvangstenzijde van de Uniebegroting een solide grondslag vindt in de meest recente statistische ontwikkelingen en overeenstemt met de overeengekomen verdeling tussen de lidstaten;

4.  merkt op dat het ontwerp van gewijzigde begroting nr. 6/2015, in al zijn onderdelen, geen gevolgen heeft aan de uitgavenzijde van de begroting 2015 en aan de ontvangstenzijde alleen leidt tot een wijziging van de verdeling van de eigenmiddelenbijdragen van de lidstaten;

5.  hecht zijn goedkeuring aan het standpunt van de Raad inzake het ontwerp van gewijzigde begroting nr. 6/2015;

6.  verzoekt zijn Voorzitter te constateren dat de gewijzigde begroting nr. 6/2015 definitief is vastgesteld en zorg te dragen voor publicatie ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie;

7.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de Rekenkamer alsmede aan de nationale parlementen.

(1) PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1.
(2) PB L 69 van 13.3.2015, blz. 1.
(3) PB L 190 van 17.7.2015, blz. 1.
(4) PB L 261 van 7.10.2015.
(5) PB L 347 van 20.12.2013, blz. 884.
(6) PB L 103 van 22.4.2015, blz. 1.
(7) PB C 373 van 20.12.2013, blz. 1.
(8) PB L 163 van 23.6.2007, blz. 17.

Juridische mededeling