Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2014/2132(DEC)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A8-0283/2015

Ingediende teksten :

A8-0283/2015

Debatten :

PV 26/10/2015 - 18
CRE 26/10/2015 - 18

Stemmingen :

PV 27/10/2015 - 5.11
Stemverklaringen
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2015)0370

Aangenomen teksten
PDF 182kWORD 80k
Dinsdag 27 oktober 2015 - Straatsburg Definitieve uitgave
Kwijting 2013: Gemeenschappelijke Onderneming Artemis
P8_TA(2015)0370A8-0283/2015
Besluit
 Besluit
 Resolutie

1.Besluit van het Europees Parlement van 27 oktober 2015 over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van de gemeenschappelijke onderneming ARTEMIS voor het begrotingsjaar 2013 (2014/2132(DEC))

Het Europees Parlement,

–  gezien de definitieve jaarrekening van de gemeenschappelijke onderneming ARTEMIS voor het begrotingsjaar 2013,

–  gezien het verslag van de Rekenkamer over de jaarrekening van de gemeenschappelijke onderneming ARTEMIS voor het begrotingsjaar 2013, vergezeld van de antwoorden van de gemeenschappelijke onderneming(1),

–  gezien de verklaring van de Rekenkamer voor het begrotingsjaar 2013 waarin de betrouwbaarheid van de rekeningen en de wettigheid en regelmatigheid van de onderliggende verrichtingen(2) worden bevestigd, overeenkomstig artikel 287 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien de aanbeveling van de Raad van 17 februari 2015 betreffende de aan de gemeenschappelijke onderneming te verlenen kwijting voor de uitvoering van de begroting voor het begrotingsjaar 2013 (05306/2015 – C8-0049/2015),

–  gezien zijn besluit van 29 april 2015(3) om het kwijtingsbesluit voor het begrotingsjaar 2013 uit te stellen en de antwoorden van de uitvoerend directeur van de gemeenschappelijke onderneming ECSEL (voorheen de gemeenschappelijke onderneming ARTEMIS),

–  gezien artikel 319 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 van de Raad van 25 juni 2002 houdende het Financieel Reglement van toepassing op de algemene begroting van de Europese Gemeenschappen(4),

–  gezien Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002(5), en met name artikel 209,

–  gezien Verordening (EG) nr. 74/2008 van de Raad van 20 december 2007 betreffende de oprichting van de "gemeenschappelijke onderneming ARTEMIS" voor de tenuitvoerlegging van een gezamenlijk technologie-initiatief inzake ingebedde computersystemen(6),

–  gezien Verordening (EU) nr. 561/2014 van de Raad van 6 mei 2014 betreffende de oprichting van de gemeenschappelijke onderneming ECSEL(7), en met name artikel 1, lid 2, en artikel 12,

–  gezien Verordening (EG, Euratom) nr. 2343/2002 van de Commissie van 19 november 2002 houdende de financiële kaderregeling van de organen zoals bedoeld in artikel 185 van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 van de Raad houdende het Financieel Reglement van toepassing op de algemene begroting van de Europese Gemeenschappen(8),

–  gezien Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 110/2014 van de Commissie van 30 september 2013 tot vaststelling van de financiële modelregeling voor publiek-private partnerschapsorganen bedoeld in artikel 209 van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad(9),

–  gezien artikel 94 en bijlage V van zijn Reglement,

–  gezien het tweede verslag van de Commissie begrotingscontrole (A8-0283/2015),

1.  verleent de uitvoerend directeur van de Gemeenschappelijke Onderneming ECSEL kwijting voor de uitvoering van de begroting van de Gemeenschappelijke Onderneming ARTEMIS voor het begrotingsjaar 2013;

2.  formuleert zijn opmerkingen in onderstaande resolutie;

3.  verzoekt zijn Voorzitter dit besluit en de resolutie die daarvan een integrerend deel uitmaakt, te doen toekomen aan de uitvoerend directeur van de gemeenschappelijke onderneming ECSEL, de Raad, de Commissie en de Rekenkamer en te zorgen voor publicatie ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie (serie L).

(1) PB C 452 van 16.12.2014, blz. 8.
(2) PB C 452 van 16.12.2014, blz. 9.
(3) PB L 255 van 30.9.2015, blz. 416.
(4) PB L 248 van 16.9.2002, blz. 1.
(5) PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1.
(6) PB L 30 van 4.2.2008, blz. 52.
(7) PB L 169 van 7.6.2014, blz. 152.
(8) PB L 357 van 31.12.2002, blz. 72.
(9) PB L 38 van 7.2.2014, blz. 2.


2.Besluit van het Europees Parlement van 27 oktober 2015 over de afsluiting van de rekeningen van de gemeenschappelijke onderneming ARTEMIS voor het begrotingsjaar 2013 (2014/2132(DEC))

Het Europees Parlement,

–  gezien de definitieve jaarrekening van de gemeenschappelijke onderneming ECSEL (voorheen de gemeenschappelijke onderneming ARTEMIS) voor het begrotingsjaar 2013,

–  gezien het verslag van de Rekenkamer over de jaarrekening van de gemeenschappelijke onderneming ARTEMIS voor het begrotingsjaar 2013, vergezeld van de antwoorden van de gemeenschappelijke onderneming(1),

–  gezien de verklaring van de Rekenkamer voor het begrotingsjaar 2013 waarin de betrouwbaarheid van de rekeningen en de wettigheid en regelmatigheid van de onderliggende verrichtingen(2) worden bevestigd, overeenkomstig artikel 287 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien de aanbeveling van de Raad van 17 februari 2015 betreffende de aan de gemeenschappelijke onderneming te verlenen kwijting voor de uitvoering van de begroting voor het begrotingsjaar 2013 (05306/2015 – C8-0049/2015),

–  gezien zijn besluit van 29 april 2015(3) om het kwijtingsbesluit voor het begrotingsjaar 2013 uit te stellen en de antwoorden van de uitvoerend directeur van de gemeenschappelijke onderneming ECSEL (voorheen de gemeenschappelijke onderneming ARTEMIS),

–  gezien artikel 319 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 van de Raad van 25 juni 2002 houdende het Financieel Reglement van toepassing op de algemene begroting van de Europese Gemeenschappen(4),

–  gezien Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002(5), en met name artikel 209,

–  gezien Verordening (EG) nr. 74/2008 van de Raad van 20 december 2007 betreffende de oprichting van de "gemeenschappelijke onderneming ARTEMIS" voor de tenuitvoerlegging van een gezamenlijk technologie-initiatief inzake ingebedde computersystemen(6),

–  gezien Verordening (EU) nr. 561/2014 van de Raad van 6 mei 2014 betreffende de oprichting van de gemeenschappelijke onderneming ECSEL(7), en met name artikel 1, lid 2, en artikel 12,

–  gezien Verordening (EG, Euratom) nr. 2343/2002 van de Commissie van 19 november 2002 houdende de financiële kaderregeling van de organen zoals bedoeld in artikel 185 van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 van de Raad houdende het Financieel Reglement van toepassing op de algemene begroting van de Europese Gemeenschappen(8),

–  gezien Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 110/2014 van de Commissie van 30 september 2013 tot vaststelling van de financiële modelregeling voor publiek-private partnerschapsorganen bedoeld in artikel 209 van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad(9),

–  gezien artikel 94 en bijlage V van zijn Reglement,

–  gezien het tweede verslag van de Commissie begrotingscontrole (A8-0283/2015),

1.  hecht zijn goedkeuring aan de afsluiting van de rekeningen van de gemeenschappelijke onderneming ARTEMIS voor het begrotingsjaar 2013;

2.  verzoekt zijn Voorzitter dit besluit en de resolutie die daarvan een integrerend deel uitmaakt, te doen toekomen aan de directeur van de gemeenschappelijke onderneming ECSEL, de Raad, de Commissie en de Rekenkamer, en te zorgen voor publicatie ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie (serie L).

(1) PB C 452 van 16.12.2014, blz. 8.
(2) PB C 452 van 16.12.2014, blz. 9.
(3) PB L 255 van 30.9.2015, blz. 416.
(4) PB L 248 van 16.9.2002, blz. 1.
(5) PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1.
(6) PB L 30 van 4.2.2008, blz. 52.
(7) PB L 169 van 7.6.2014, blz. 152.
(8) PB L 357 van 31.12.2002, blz. 72.
(9) PB L 38 van 7.2.2014, blz. 2.


3.Resolutie van het Europees Parlement van 27 oktober 2015 met de opmerkingen die een integrerend deel uitmaken van het besluit over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van de gemeenschappelijke onderneming ARTEMIS voor het begrotingsjaar 2013 (2014/2132(DEC))

Het Europees Parlement,

–  gezien zijn besluit over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van de gemeenschappelijke onderneming ARTEMIS voor het begrotingsjaar 2013,

–  gezien artikel 94 en bijlage V van zijn Reglement,

–  gezien het tweede verslag van de Commissie begrotingscontrole (A8-0283/2015),

A.  overwegende dat de gemeenschappelijke onderneming ARTEMIS ("gemeenschappelijke onderneming") in december 2007 werd opgericht voor een periode van tien jaar met als doel het vaststellen en ten uitvoer leggen van een "onderzoeksagenda" voor de ontwikkeling van cruciale technologieën voor ingebedde computersystemen voor verschillende toepassingsgebieden, teneinde het concurrentievermogen en de duurzaamheid van de economie van de Unie te versterken en het ontstaan van nieuwe markten en maatschappelijke toepassingen te bevorderen;

B.  overwegende dat de gemeenschappelijke onderneming autonoom is gaan functioneren in oktober 2009;

C.  overwegende dat de financiële bijdragen uit lidstaten die deelnemen aan ARTEMIS ten minste 1,8 maal de financiële bijdrage zouden moeten bedragen van de Unie en dat de bijdragen in natura van de onderzoeks- en ontwikkelingsorganisaties die deelnemen aan projecten gedurende de looptijd van de gemeenschappelijke onderneming ten minste gelijk aan of groter moeten zijn dan de bijdragen van de overheid;

D.  overwegende dat de gemeenschappelijke onderneming en de gemeenschappelijke onderneming ENIAC fuseerden met het oog op de totstandbrenging van het gemeenschappelijk technologie-initiatief Elektronische componenten en systemen voor Europees leiderschap (ECSEL JTI), dat in juni 2014 van start is gegaan voor een periode van 10 jaar;

Financieel en begrotingsbeheer

1.  wijst er nogmaals op dat de Rekenkamer heeft verklaard dat de jaarrekening van de gemeenschappelijke onderneming voor 2013 op alle materiële punten een getrouw beeld geeft van haar financiële situatie per 31 december 2013 en van de resultaten van haar verrichtingen en kasstromen in het op die datum afgesloten jaar, overeenkomstig de bepalingen van haar financiële voorschriften;

2.  verneemt van de gemeenschappelijke onderneming dat de praktische regelingen voor controles achteraf met betrekking tot de met de nationale financierende instanties (NFI's) gesloten administratieve overeenkomsten zijn ingevoerd; neemt ter kennis dat de praktische regelingen ook de invoering van een specifiek rapportageformulier omvatten, versterkt door de beoordeling van de nationale systemen voor zekerheid door de gemeenschappelijke onderneming en bezoeken aan de NFI's door de Rekenkamer;

3.  wijst er nogmaals op dat, overeenkomstig de door de raad van bestuur van de gemeenschappelijke onderneming vastgestelde strategie voor controle achteraf, de gemeenschappelijke onderneming ten minste eenmaal per jaar moet beoordelen of de van de NFI's ontvangen informatie voldoende zekerheid biedt over de wettigheid en regelmatigheid van de uitgevoerde verrichtingen;

4.  verneemt van de gemeenschappelijke onderneming dat de 23 NFI's die informatie hebben gedeeld over hun controlestrategieën goed zijn voor 95 % van het totale aantal toegekende subsidies; is ingenomen met het feit dat de Rekenkamer, ter aanvulling van de door de gemeenschappelijke onderneming verkregen informatie, rechtstreeks aanvullende informatie van de NFI's ontvangt om een advies uit te brengen over de wettigheid en regelmatigheid van de onderliggende verrichtingen bij de rekeningen;

5.  verneemt van de gemeenschappelijke onderneming dat zij vooruitgang heeft geboekt bij de uitvoering van het actieplan om de tekortkomingen te verhelpen die de Rekenkamer in haar oordeel met beperking heeft vastgesteld; neemt ter kennis dat de door de nationale systemen geboden garanties positief zijn beoordeeld voor landen die goed zijn voor 54 % van het totale aantal subsidies en dat de beoordelingen van nog een aantal landen zich in een gevorderd stadium van uitvoering bevinden, wat zal leiden tot de beoordeling van in totaal 84 % van alle subsidies; verzoekt de gemeenschappelijke onderneming de beoordelingen voort te zetten, om ervoor te zorgen dat 100 % van de subsidies zal worden beoordeeld;

6.  neemt ter kennis dat er een workshop over zekerheid is georganiseerd, waaraan werd deelgenomen door de vertegenwoordigers van de Rekenkamer, de Commissie en de Dienst interne audit van de Commissie, alsook vertegenwoordigers van NFI's die actief zijn in de gemeenschappelijke onderneming; wijst erop dat tijdens deze workshop aandacht werd besteed aan de vereisten van Europese programma's, en dat er informatie en goede werkwijzen konden worden uitgewisseld met de NFI's;

7.  neemt ter kennis dat de gemeenschappelijke onderneming een nieuwe methode heeft ontwikkeld voor de schatting van het restfoutenpercentage, vergelijkbaar met die van de diensten van de Commissie belast met gezamenlijk beheerde fondsen; erkent dat de eerste evaluatie van het restfoutenpercentage op basis van de 157 gecontroleerde verrichtingen uitkwam op 0,73 %, en een recente bijwerking gebaseerd op 331 verrichtingen op een foutenpercentage van 0,66 %, onder de materialiteitsdrempel van 2 %;

8.  wijst er nogmaals op dat de bestedingsgraad voor de betalingskredieten na de begrotingswijziging aan het einde van het jaar 69 % bedroeg; verneemt van de gemeenschappelijke onderneming dat de vertraging bij de afgifte van betalingscertificaten door de NFI's een van de belangrijkste redenen voor de lage bestedingsgraad is, omdat betalingen onverwijld worden uitgevoerd als de nationale certificaten zijn ontvangen; erkent voorts dat het lagere betalingstempo geen invloed heeft gehad op de technische uitvoering van de projecten;

9.  verneemt van de gemeenschappelijke onderneming dat de vastgelegde bijdragen van de lidstaten 1,8 keer deze van de Unie waren; erkent dat de vastleggingen van de lidstaten moesten worden teruggebracht tot onder de drempel van 1,8 bij de toekenning van de subsidies, teneinde te voldoen aan de beperkingen uit hoofde van de regels inzake staatssteun; neemt ter kennis dat de hieruit voortvloeiende bijdragen van de Unie aan de gemeenschappelijke onderneming 181 454 844 EUR beliepen, terwijl de bijdragen van de lidstaten 341 842 261 EUR bedroegen, wat neerkomt op een niveau van 1,88;

10.  merkt op dat de Commissie een evaluatie zal verrichten van de activiteiten van ARTEMIS tot de oprichtingsdatum van ECSEL JTI, zoals voorzien in Verordening (EG) nr. 74/2008 betreffende de oprichting van de gemeenschappelijke onderneming ARTEMIS, waarmee rekening moet worden gehouden bij de kwijting voor het begrotingsjaar 2014;

Internecontrolesystemen

11.  verneemt van de gemeenschappelijke onderneming dat, in overeenstemming met de vereisten van artikel 6, lid 2, van haar oprichtingsverordening, de in de gemeenschappelijke onderneming ENIAC (ENIAC JU) opgerichte dienst Interne audit thans de dienst Interne audit van de gemeenschappelijke onderneming is, vanwege de fusie van de twee gemeenschappelijke ondernemingen;

12.  verneemt van de gemeenschappelijke onderneming dat haar rampenherstelplan voor de gezamenlijke IT-infrastructuur van de gemeenschappelijke onderneming is goedgekeurd;

Preventie van en omgang met belangenconflicten en transparantie

13.  neemt ter kennis dat, vanwege de fusie met de gemeenschappelijke onderneming ENIAC, het omvattende beleid voor het voorkomen van en het omgaan met belangenconflicten van de gemeenschappelijke onderneming ENIAC tevens van toepassing is op de gemeenschappelijke onderneming; wijst er voorts op dat de procedures voor het beheer van situaties waarin zich een belangenconflict voordoet, alsook het mechanisme dat in werking treedt in geval van inbreuken op de regels, deel uitmaken van het vastgestelde beleid;

14.  verneemt van de gemeenschappelijke onderneming dat de cv's en de belangenverklaringen van haar uitvoerend directeur en managers overeenkomstig het personeelsstatuut en de uitvoeringsvoorschriften zijn verzameld en gepubliceerd op de website van de gemeenschappelijke onderneming; wijst erop dat er een omvattende databank met alle geïdentificeerde informatie inzake belangenconflicten alsook de getroffen maatregelen is opgezet, en dat deze regelmatig bijgewerkt;

Toezicht op en verslaglegging over de onderzoeksresultaten

15.  herinnert eraan dat met het besluit voor het zevende kaderprogramma (KP7)(1) een monitoring- en rapportagesysteem werd ingevoerd dat betrekking heeft op de bescherming, verspreiding en overdracht van onderzoeksresultaten; verneemt van de gemeenschappelijke onderneming dat 211,5 publicaties en 16,6 octrooien per 10 000 000 EUR aan Uniesubsidies aantonen dat haar onderzoeksresultaten een hoge productiviteit laten zien en dat dit in overeenstemming is met alle eisen die de KP7-coördinatoren tot nu toe hebben gesteld.

(1) Artikel 7 van Besluit nr. 1982/2006/EG van het Europees Parlement en de Raad van 18 december 2006 betreffende het zevende kaderprogramma van de Europese Gemeenschap voor activiteiten op het gebied van onderzoek, technologische ontwikkeling en demonstratie (2007-2013) (PB L 412 van 30.12.2006, blz. 6).

Juridische mededeling