Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2014/2079(DEC)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A8-0269/2015

Ingediende teksten :

A8-0269/2015

Debatten :

PV 26/10/2015 - 18
CRE 26/10/2015 - 18

Stemmingen :

PV 27/10/2015 - 5.14
Stemverklaringen
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2015)0373

Aangenomen teksten
PDF 318kWORD 72k
Dinsdag 27 oktober 2015 - Straatsburg Definitieve uitgave
Kwijting 2013: Algemene begroting van de EU - Europese Raad en Raad
P8_TA(2015)0373A8-0269/2015
Besluit
 Resolutie

1.Besluit van het Europees Parlement van 27 oktober 2015 over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de algemene begroting van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2013, afdeling II – Europese Raad en Raad (2014/2079(DEC))

Het Europees Parlement,

–  gezien de algemene begroting van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2013(1),

–  gezien de geconsolideerde jaarrekening van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2013 (COM(2014)0510 – C8-0148/2014)(2),

–  gezien het jaarverslag van de Rekenkamer over de uitvoering van de begroting voor het begrotingsjaar 2013, tezamen met de antwoorden van de instellingen(3),

–  gezien de verklaring van de Rekenkamer(4) voor het begrotingsjaar 2013 waarin de betrouwbaarheid van de rekeningen en de wettigheid en regelmatigheid van de onderliggende verrichtingen worden bevestigd, als bedoeld in artikel 287 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien zijn besluit van 29 april 2015(5) tot uitstel van het kwijtingsbesluit voor het begrotingsjaar 2013, alsmede de bijbehorende resolutie,

–  gezien artikel 314, lid 10, en de artikelen 317, 318 en 319 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 van de Raad van 25 juni 2002 houdende het Financieel Reglement van toepassing op de algemene begroting van de Europese Gemeenschappen(6),

–  gezien Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002(7), en met name de artikelen 55, 99, 164, 165 en 166,

–  gezien artikel 94 en bijlage V van zijn Reglement,

–  gezien het tweede verslag van de Commissie begrotingscontrole (A8-0269/2015),

1.  verleent de secretaris-generaal van de Raad geen kwijting voor de uitvoering van de begroting van de Europese Raad en de Raad voor het begrotingsjaar 2013;

2.  formuleert zijn opmerkingen in bijgaande resolutie;

3.  verzoekt zijn Voorzitter dit besluit en de resolutie die daarvan een integrerend deel uitmaakt, te doen toekomen aan de Europese Raad, de Raad, de Commissie, het Hof van Justitie van de Europese Unie, de Rekenkamer, de Europese ombudsman, de Europese toezichthouder voor gegevensbescherming en de Europese Dienst voor extern optreden, en te zorgen voor publicatie ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie (serie L).

(1) PB L 66 van 8.3.2013.
(2) PB C 403 van 13.11.2014, blz. 1.
(3) PB C 398 van 12.11.2014, blz. 1.
(4) PB C 403 van 13.11.2014, blz. 128.
(5) PB L 255 van 30.9.2015, blz. 21.
(6) PB L 248 van 16.9.2002, blz. 1.
(7) PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1.


2.Resolutie van het Europees Parlement van 27 oktober 2015 met de opmerkingen die een integrerend deel uitmaken van het besluit over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de algemene begroting van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2013, afdeling II – Europese Raad en Raad (2014/2079(DEC))

Het Europees Parlement,

–  gezien zijn besluit over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de algemene begroting van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2013, afdeling II – Europese Raad en Raad,

–  gezien artikel 94 en bijlage V van zijn Reglement,

–  gezien het tweede verslag van de Commissie begrotingscontrole (A8-0269/2015),

A.  overwegende dat alle instellingen van de Unie transparant moeten zijn en dat zij ten volle verantwoording verschuldigd zijn aan de burgers van de Unie voor de hun als instelling van de Unie toevertrouwde middelen;

B.  overwegende dat de Europese Raad en de Raad, als instellingen van de Unie, een democratische verantwoordingsplicht hebben tegenover de burgers van de Unie voor zover zij begunstigden zijn van middelen van de algemene begroting van de Europese Unie;

C.  overwegende dat het Parlement van alle EU-instellingen het enige rechtstreeks verkozen orgaan is en belast is met het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de algemene begroting van de Europese Unie;

1.  benadrukt de rol die het Parlement overeenkomstig het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU) vervult bij het verlenen van kwijting voor de begroting;

2.  wijst erop dat de Unie, ingevolge artikel 335 VWEU, wordt vertegenwoordigd "door elk van de instellingen [...], uit hoofde van hun administratieve autonomie, voor de aangelegenheden die verband houden met hun respectieve werking", en dat zij derhalve, met inachtneming van artikel 55 van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 (het Financieel Reglement), individueel verantwoordelijk zijn voor de uitvoering van hun begroting;

3.  benadrukt de rol van het Parlement en de andere instellingen in de kwijtingsprocedure, zoals die geregeld is in het Financieel Reglement en met name in de artikelen 164, 165 en 166 daarvan;

4.  wijst erop dat, ingevolge artikel 94 van het Reglement van het Parlement, "de bepalingen inzake de verlening van kwijting aan de Commissie voor de uitvoering van de begroting eveneens van toepassing zijn voor de procedure voor de verlening van kwijting aan [...] de personen die verantwoordelijk zijn voor de uitvoering van de begrotingen van de overige instellingen en organen van de Europese Unie, zoals de Raad (voor wat betreft zijn uitvoerende activiteiten) [...]";

5.  betreurt dat de Raad geen verklaring heeft gegeven voor de toenemende onderbesteding en overdrachten van kredieten in zijn begroting 2013;

Hangende zaken

6.  herinnert de Raad eraan dat het Parlement had verzocht om voortgangsverslagen over bouwprojecten en een gedetailleerd overzicht van de tot dusver gemaakte kosten;

7.  dringt er bij de Raad op aan een gedetailleerde schriftelijke uitleg te verstrekken over de totale omvang van de financiële middelen die worden gebruikt voor de aankoop van het Résidence Palace-gebouw, de begrotingslijnen waar deze middelen vandaan komen, de betalingen die tot dusver zijn verricht en de betalingen die nog moeten worden verricht;

8.  herinnert aan zijn verzoek aan de Raad om informatie te verstrekken over het proces van administratieve modernisering, met name over de concrete uitvoeringsmaatregelen van dat proces, alsook over het verwachte effect ervan op de begroting van de Raad;

9.  betreurt de moeilijkheden die tot op heden herhaaldelijk werden ondervonden in de kwijtingsprocedures als gevolg van een gebrek aan samenwerkingsbereidheid van de Raad; wijst erop dat het Parlement de secretaris-generaal van de Raad geen kwijting heeft verleend voor de begrotingsjaren 2009, 2010, 2011 en 2012 vanwege de redenen die uiteen zijn gezet in de resoluties van 10 mei 2011(1), 25 oktober 2011(2), 10 mei 2012(3), 23 oktober 2012(4), 17 april 2013(5), 9 oktober 2013(6), 3 april 2014(7) en 23 oktober 2014(8), en zijn besluit om de secretaris-generaal van de Raad kwijting te verlenen voor het begrotingsjaar 2013 heeft uitgesteld wegens de redenen die uiteen zijn gezet in zijn resolutie van 29 april 2015(9);

10.  herhaalt dat een effectieve begrotingscontrole alleen mogelijk is indien het Parlement en de Raad samenwerken, als uiteengezet in zijn resolutie van woensdag 29 april 2015; bevestigt dat het Parlement niet in staat is met kennis van zaken een besluit te nemen over de verlening van kwijting;

11.  herinnert de Raad aan de standpunten van de Commissie, vervat in haar brief van 23 januari 2014, dat alle instellingen volledig deel uitmaken van het follow up-proces na de opmerkingen die het Parlement in het kader van de kwijtingsprocedure formuleert, en dat alle instellingen moeten samenwerken teneinde het soepele verloop van de kwijtingsprocedure te waarborgen;

12.  wijst erop dat de Commissie in bovengenoemde brief heeft verklaard dat zij geen toezicht zal houden op de tenuitvoerlegging van de begrotingen van de andere instellingen en dat beantwoording van de vragen die aan een andere instelling zijn gericht de autonomie van die instelling zou schenden om haar eigen afdeling van de begroting ten uitvoer te leggen;

13.  betreurt dat de Raad blijft verzuimen de vragen van het Parlement te beantwoorden; herinnert aan de conclusies van de workshop van het Parlement van 27 september 2012 over het recht van het Parlement om kwijting te verlenen aan de Raad, waar deskundigen uit juridische en academische milieus het er grotendeels over eens waren dat het Parlement recht had op informatie; verwijst in dit verband naar artikel 15, lid 3, derde alinea, van het VWEU, waarin wordt bepaald dat de instellingen, organen en instanties van de Unie in een zo groot mogelijke openheid werken;

14.  benadrukt nogmaals dat de uitgaven van de Raad op dezelfde wijze moeten worden gecontroleerd als de uitgaven van andere instellingen, en dat de fundamentele onderdelen van een dergelijke controle zijn vastgelegd in zijn kwijtingsresoluties van de afgelopen jaren;

15.  onderstreept de bevoegdheid van het Parlement om kwijting te verlenen krachtens de artikelen 316, 317 en 319 van het VWEU, in overeenstemming met de tot nu toe gehanteerde interpretatie en praktijk, namelijk verlening van kwijting voor elk onderdeel van de begroting afzonderlijk, teneinde de transparantie en de democratische verantwoordingsplicht ten aanzien van de belastingbetalers van de Unie te waarborgen;

16.  is van mening dat het onvermogen van de Raad om de gevraagde documenten aan het Parlement te verstrekken bovenal het recht van burgers van de Unie op informatie en transparantie ondermijnt en een bron van zorg wordt, aangezien het een zeker democratisch tekort binnen de instellingen van de Unie blootlegt;

17.  is van mening dat het noodzakelijk is verschillende mogelijkheden te overwegen om de regels voor het verlenen van kwijting als vastgelegd in het VWEU te actualiseren;

18.  is van mening dat een bevredigende samenwerking tussen het Parlement, de Europese Raad en de Raad als het gevolg van een open en formele dialoog een positief signaal kan zijn aan de burgers van de Unie.

(1) PB L 250 van 27.9.2011, blz. 25.
(2) PB L 313 van 26.11.2011, blz. 13.
(3) PB L 286 van 17.10.2012, blz. 23.
(4) PB L 350 van 20.12.2012, blz. 71.
(5) PB L 308 van 16.11.2013, blz. 22.
(6) PB L 328 van 7.12.2013, blz. 97.
(7) PB L 266 van 5.9.2014, blz. 26.
(8) PB L 334 van 21.11.2014, blz. 95.
(9) PB L 255 van 30.9.2015, blz. 22.

Juridische mededeling