Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2014/2257(INI)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A8-0284/2015

Ingediende teksten :

A8-0284/2015

Debatten :

PV 26/10/2015 - 15
CRE 26/10/2015 - 15

Stemmingen :

PV 28/10/2015 - 7.8
Stemverklaringen
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2015)0382

Aangenomen teksten
PDF 189kWORD 86k
Woensdag 28 oktober 2015 - Straatsburg Definitieve uitgave
Europees burgerinitiatief
P8_TA(2015)0382A8-0284/2015

Resolutie van het Europees Parlement van 28 oktober 2015 over het Europees burgerinitiatief (2014/2257(INI))

Het Europees Parlement,

–  gezien artikel 11, lid 4, van het Verdrag betreffende de Europese Unie en artikel 24, lid 1, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien het verslag van de Commissie constitutionele zaken over het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad over het burgerinitiatief (A7-0350/2010),

–  gezien Verordening (EU) nr. 211/2011 van het Europees Parlement en de Raad over het burgerinitiatief,

–  gezien de openbare hoorzitting van 26 februari 2015 over het burgerinitiatief, die is georganiseerd door de Commissie constitutionele zaken in samenspraak met de Commissie verzoekschriften,

–  gezien de studie van de beleidsondersteunende afdeling C van het Parlement van 2014 met als titel "European Citizens' Initiative – First lessons of implementation",

–  gezien het besluit van de Europese Ombudsman van 4 maart 2015 ter afsluiting van haar initiatiefonderzoek betreffende de Commissie (OI/9/2013/TN),

–  gezien de studie van de Onderzoeksdienst van het Europees Parlement van februari 2015 met als titel "Implementation of the European Citizens' Initiative",

–  gezien het verslag van de Commissie van 31 maart 2015 over het Europees burgerinitiatief,

–  gezien artikel 52 van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie constitutionele zaken en de adviezen van de Commissie verzoekschriften en de Commissie juridische zaken (A8-0284/2015),

A.  overwegende dat het Europees burgerinitiatief (EBI) een nieuw politiek burgerrecht is, alsook een uniek en vernieuwend agendabepalend instrument van participatieve democratie in de Europese Unie, waardoor burgers actief kunnen deelnemen aan projecten en besluitvormingsprocessen die hen betreffen, waarvan het potentieel zeker volledig moet worden uitgebuit en dat nog aanzienlijk moet worden verbeterd teneinde tot de beste resultaten te komen en zo veel mogelijk EU-burgers aan te sporen om bij te dragen aan de verdere vorming van het Europese integratieproces; overwegende dat de versterking van de democratische legitimiteit van de instellingen een van de belangrijkste doelstellingen van de EU moet zijn;

B.  overwegende dat het drie jaar na de inwerkingtreding van Verordening (EU) nr. 211/2011 op 1 april 2012 nodig is om de uitvoering ervan ten gronde te evalueren teneinde eventuele tekortkomingen vast te stellen en levensvatbare oplossingen voor de directe herziening ervan voor te stellen;

C.  overwegende dat de ervaring toont dat het merendeel van de organisatoren van EBI's bij het opzetten van een EBI is gestuit op een aantal moeilijkheden met betrekking tot zowel praktische als juridische aspecten, en dat de organisatoren van diverse afgewezen EBI's klacht hebben ingediend bij het Hof van Justitie en bij de Europese Ombudsman tegen het besluit van de Commissie om hun burgerinitiatieven niet te registreren; overwegende dat de regels moeten worden bijgesteld om ervoor te zorgen dat het EBI voor burgers en organisatoren zo toegankelijk mogelijk is;

D.  overwegende dat het Parlement het enige rechtstreeks gekozen orgaan van de Europese Unie is en dat het daarom per definitie de Europese burgers vertegenwoordigt;

E.  overwegende dat een aantal instellingen, ngo's, denktanks en groeperingen uit het maatschappelijk middenveld de diverse tekortkomingen in de tenuitvoerlegging van Verordening (EU) nr. 211/2011 over het burgerinitiatief en in de organisatie van EBI's tegen het licht heeft gehouden, een groot aantal verbeteringen heeft voorgesteld en herhaaldelijk heeft aangegeven welke aspecten van de regelgeving dringend moeten worden herzien;

F.  overwegende dat organisatoren door de in artikel 6 van de verordening uiteengezette praktische aspecten, met name het opzetten van een systeem voor de online-inzameling en de certificering daarvan door een bevoegde autoriteit in een lidstaat, in de meeste gevallen minder dan twaalf maanden hebben om de vereiste handtekeningen in te zamelen;

G.  overwegende dat de indiening van een succesvol initiatief bij de Commissie na afloop van de periode van inzameling van handtekeningen niet aan een specifieke termijn gebonden is, en dus een bron van verwarring en onzekerheid is, zowel voor de instellingen als voor het publiek;

1.  is ingenomen met het Europees burgerinitiatief (EBI) - zoals gedefinieerd in artikel 11, lid 4, van het Verdrag betreffende de Europese Unie (VEU), en artikel 24, lid 1, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU) - als het eerste instrument voor een transnationale, participatieve democratie die burgers in staat stelt rechtstreeks in contact te treden met de Europese instellingen en actief betrokken te zijn bij de vormgeving van EU-beleid en -wetgeving, ter aanvulling van hun recht om verzoekschriften in te dienen en zich te wenden tot de Europese ombudsman;

2.  benadrukt dat het EBI het eerste instrument voor participatieve democratie is dat EU-burgers het recht geeft om, als zij van mening zijn dat er op een bepaald gebied een rechtshandeling nodig is ter uitvoering van de verdragen en mits daarvoor ten minste een miljoen steunbetuigingen zijn verzameld, afkomstig uit ten minste een kwart van de lidstaten, een initiatief in te dienen - en daarmee invulling te geven aan hun nieuwe politieke recht - en de Commissie te verzoeken om, binnen het kader van de haar toegedeelde bevoegdheden, een passend voorstel in te dienen;

3.  benadrukt dat het EBI voor burgers een uitgelezen kans is om hun aspiraties vast te stellen en te verwoorden en de EU om maatregelen te vragen, en dat dit met alle beschikbare middelen dient te worden aangemoedigd en ondersteund; erkent echter dat er aanzienlijke tekortkomingen zijn die moeten worden aangepakt en verholpen om het EBI doeltreffender te maken; benadrukt dat de verdere beoordeling van het instrument gericht moet zijn op maximale gebruiksvriendelijkheid, aangezien het een primair middel is om de Europese burgers in contact te brengen met de EU; benadrukt voorts dat het gebruik van de eigen moedertaal een burgerrecht is en verzoekt de Commissie en de lidstaten derhalve alternatieve oplossingen te zoeken om het mogelijk te maken de moedertaal in alle acties in verband met een EBI te gebruiken, aangezien dit de participatie van burgers bevordert; wijst erop dat publieke bewustwording van het EBI belangrijk is en betreurt dat maar weinig EU-burgers van dit instrument op de hoogte zijn; vraagt de EU daarom publiciteits- en promotiecampagnes te organiseren om het EBI in de media en bij het publiek beter bekend te maken;

4.  onderstreept voorts dat maatschappelijke betrokkenheid van jongeren van fundamenteel belang is voor de toekomst van alle democratieën en verzoekt de Commissie lering te trekken uit nationale ervaringen met EBI's die echt succesvol zijn geweest;

5.  vindt het essentieel dat de burgers kunnen bijdragen aan de uitoefening van wetgevende bevoegdheden van de Unie en een directe rol kunnen spelen bij de indiening van wetgevingsvoorstellen;

6.  wijst erop dat publieke bewustwording van het EBI belangrijk is om van het EBI een doeltreffend instrument van democratische participatie te maken; dringt er in dit verband bij de Commissie en de lidstaten op aan hun communicatieactiviteiten met betrekking tot het EBI op te voeren om het bestaan ervan onder de aandacht te brengen van een zo groot mogelijk publiek en actieve participatie van de burgers aan te moedigen;

7.  dringt er bij de Commissie op aan om via alle openbare communicatiekanalen te werken aan publieksvoorlichting en de noodzakelijke maatregelen te nemen om transparantie met betrekking tot EBI's te garanderen en de communicatie inzake lopende EBI's te vergemakkelijken, bijvoorbeeld door applicaties te ontwikkelen voor informatieverstrekking, kennisgeving en online-ondertekening; benadrukt dat actieve deelname door de burgers aan EBI's ook in doorslaggevende mate afhangt van de vraag of daarover in de lidstaten gepubliceerd wordt en pleit er daarom voor dat de nationale parlementen van de lidstaten op hun officiële website melding maken van het EBI;

8.  merkt op dat er meer dan zes miljoen EU-burgers hebben deelgenomen aan een EBI, dat er 51 verzoeken om registratie van een initiatief zijn ingediend, waarvan slechts drie initiatieven, te weten "Right2Water, "Een van ons" en "Stop vivisectie" ontvankelijk zijn verklaard, en dat de organisatoren van zes EBI's (30% van alle gevallen waarin registratie werd geweigerd) tegen het besluit van de Commissie om het burgerinitiatief niet te registreren in beroep zijn gegaan bij het Hof van Justitie, waaruit blijkt dat nog veel inspanningen nodig zijn om ervoor te zorgen dat de mogelijkheden van het EBI ten volle worden benut; wijst erop dat de organisatoren van initiatieven sinds de inwerkingtreding van de verordening in april 2012 te maken hebben gekregen met talrijke praktische problemen en dat het aantal initiatieven afneemt;

9.  roept de Commissie op om via het Europe Direct-contactcentrum reeds in een vroeg stadium uitgebreide en passende begeleiding - met name in juridische zin - te bieden aan organisatoren van EBI's, zodat deze zich bewust worden van de mogelijkheden die voor hen openstaan en niet in hun opzet falen door een EBI voor te stellen dat duidelijk buiten de bevoegdheden van de Commissie ligt; vraagt de mogelijkheid te overwegen om een andere onafhankelijke instantie in het leven te roepen waaraan adviestaken kunnen worden toegekend; merkt echter op dat de kwesties die door EBI's worden aangekaart, op grond van het Verdrag van Lissabon niet altijd volledig overeen hoeven te komen met de jurisdictie van de Commissie; is bovendien van oordeel dat de Commissie moet overwegen om in haar permanente vertegenwoordigingen in de lidstaten een speciaal kantoor op te zetten dat alle vereiste informatie, advies en ondersteuning voor EBI's kan verstrekken;

10.  benadrukt voorts dat een speciaal EBI-bureau ook kan bijdragen tot de bewustmaking van het publiek en de media met betrekking tot het EBI; verzoekt de Commissie derhalve om het EBI te promoten als een officieel EU-instrument om dit doel te bereiken; onderstreept dat deze maatregel wellicht ook het wantrouwen van de burgers kan wegnemen ten aanzien van het delen van de persoonsgegevens die nodig zijn om een EBI te ondersteunen;

11.  verlangt dat meer gedetailleerde richtsnoeren worden opgesteld over de interpretatie van rechtsgrondslagen en dat aanvullende informatie wordt verstrekt over de verplichtingen inzake gegevensbescherming in elke lidstaat waar de organisatoren hun campagnes uitvoeren, teneinde hen rechtszekerheid te geven, alsmede over de mogelijkheid voor organisatoren om zich te verzekeren;

12.  betreurt het feit dat er in een vroeg stadium geen duidelijke informatie over het EBI-instrument bestond, hetgeen heeft geleid tot een algehele misvatting over de aard ervan en frustratie heeft gewekt toen de Commissie de eerste EBI's verwierp; wijst er andermaal op dat het instrument eenvoudig, helder en gebruiksvriendelijk moet zijn en breed kenbaar moet worden gemaakt; benadrukt dat de Commissie nationaal en lokaal verkozen vertegenwoordigers moet aanmoedigen en ondersteunen om bredere bekendheid van EBI's tot een speerpunt te maken;

13.  steunt bovendien de actieve participatie van de EU-burgers om dit instrument op passende wijze te gebruiken voor het bepalen van de agenda; is bezorgd over het belangenconflict dat mogelijk ontstaat doordat de Commissie zelf exclusief bevoegd is tot uitvoering van de ontvankelijkheidscontrole en verlangt dat deze situatie in de toekomst op passende wijze wordt aangepakt; merkt evenwel op dat alle belanghebbenden transparantie en verantwoordingsplicht moeten nastreven om te zorgen dat er duidelijkheid is over de activiteiten van de burgers;

14.  dringt er in dit verband bij de Commissie op aan ook het Parlement als beslissingsorgaan te beschouwen, aangezien het Parlement de enige instelling is waarvan de leden rechtstreeks door de EU-burgers gekozen zijn;

15.  benadrukt dat de voorwaarden van artikel 4 van Verordening (EU) nr. 211/2011 bepalen dat "wanneer de Commissie weigert een voorgesteld burgerinitiatief te registreren, [...] zij de organisatoren in kennis [stelt] van de redenen daarvoor en van alle gerechtelijke en niet-gerechtelijke beroepsmogelijkheden die voor hen open staan"; heeft in dit opzicht oog voor de vele klachten van organisatoren over het feit dat zij geen gedetailleerde en uitputtende redenen hebben ontvangen voor de afwijzing van hun EBI's; verzoekt de Commissie derhalve de redenen voor afwijzing van een EBI in detail toe te lichten, wanneer een ingediend EBI naar haar oordeel "duidelijk buiten de bevoegdheden van de Commissie" ligt, en de organisatoren bovendien schriftelijk en op een manier die hun werk vergemakkelijkt juridische adviezen te verstrekken, die omwille van de transparantie volledig openbaar moeten worden gemaakt, zodat de geldigheid en de volledige objectiviteit ervan eventueel juridisch kunnen worden getoetst, de discretionaire ruimte voor de Commissie, rechter en partij bij de beoordeling van de ontvankelijkheid van een initiatief, maximaal wordt beperkt, en organisatoren kunnen beslissen of zij het EBI willen herzien en in een gewijzigde vorm opnieuw willen indienen;

16.  verzoekt de Commissie na te denken over de mogelijkheid om slechts een deel van een initiatief te registreren als een EBI niet volledig binnen het kader van haar bevoegdheden valt; verzoekt de Commissie om organisatoren op het moment van registratie een indicatie te geven van welk deel zij zouden kunnen registreren, te erkennen dat dialoog en overleg met EBI-organisatoren gedurende het hele proces van essentieel belang is, en het Parlement te informeren over haar besluit met betrekking tot de registratie; verzoekt de Commissie tevens te onderzoeken of het mogelijk is om initiatieven of delen van initiatieven die niet binnen de reikwijdte van de bevoegdheden van de Commissie vallen, te verwijzen naar de bevoegde autoriteit op nationaal of regionaal niveau;

17.  wijst op het belang van technologie als instrument om de burgerparticipatie te stimuleren; vraagt de Commissie de gebruiksvriendelijkheid van de software voor het online inzamelen van handtekeningen te verbeteren, deze software toegankelijk te maken voor personen met een handicap, haar servers uit de bestaande EU-begroting gratis en permanent ter beschikking te stellen voor de opslag van online handtekeningen en de online-inzameling van handtekeningen op zodanige wijze te vereenvoudigen en te wijzigen dat e-mailadressen op niet-verplichte basis kunnen worden ingezameld op hetzelfde scherm als het steunformulier, maar worden opgeslagen in een afzonderlijke databank;

18.  is van mening dat het instrument, mits het wordt herzien, de mogelijkheid biedt om betrokkenheid onder het grote publiek tot stand te brengen en de dialoog tussen burgers onderling en tussen burgers en de EU-instellingen te bevorderen; benadrukt dat het noodzakelijk is het online inzamelen van handtekeningen te koppelen aan de nieuwe relevante campagnetools voor sociale en digitale media, naar het voorbeeld van andere succesvolle elektronische platforms voor campagnevoering;

19.  verzoekt de Commissie de automatische bepaling van de begindatum van de periode van twaalf maanden voor handtekeningeninzameling na de registratie van een EBI af te schaffen, zodat de organisatoren van een EBI zelf kunnen bepalen wanneer ze met het inzamelen van handtekeningen willen beginnen;

20.  verzoekt de Commissie de lidstaten aan te sporen gebruik te maken van het EBI- instrument voor validering van steunbetuigingen, dat is ontwikkeld in het kader van het programma inzake interoperabiliteitsoplossingen voor Europese overheidsdiensten;

21.  benadrukt dat ook de regio's de beschikking moeten krijgen over IT-middelen - binnen de mogelijkheden die de instrumenten ter uitbreiding van de participatieve democratie in de hele Unie daartoe bieden - zodat burgers meer betrokken kunnen worden bij publieke zaken;

22.  is zeer ingenomen met het voorstel van het Europees Economisch en Sociaal Comité om gratis vertalingen van EBI-teksten te verstrekken, om zo de kosten van het opzetten van een EBI te reduceren;

23.  dringt aan op uitgebreidere interinstitutionele samenwerking op EU-niveau alsook op nationaal en lokaal niveau bij de behandeling van EBI's, door de organisatoren van een EBI informatie te verschaffen en ondersteuning te bieden; dringt aan op verbetering van de meertalige, door de Commissie beheerde EBI-website en op één pakket richtsnoeren in alle officiële talen van de EU over de rechten en plichten van EBI-organisatoren en over de administratieve procedures die van toepassing zijn gedurende het EBI-proces;

24.  verlangt dat in de toekomst een fysiek en elektronisch centraal aanspreekpunt wordt ingesteld dat permanent informatie, vertaaldiensten, alsook technische, juridische en politieke ondersteuning met betrekking tot EBI's biedt en meent dat dit gebruik kan maken van de bestaande middelen van het in het Europe Direct Contact Centre gevestigde contactpunt, de vertegenwoordigingen van de Commissie en de voorlichtingsbureaus van het Parlement in de lidstaten; is van mening dat een dergelijke opzet het EBI-project dichter bij de burgers brengt;

25.  acht het te gecompliceerd voor organisatoren om ter ondersteuning van EBI's in elk van de 28 lidstaten, overeenkomstig de diverse nationale bepalingen, weer andere persoonsgegevens te moeten verstrekken, zoals vereist op grond van Verordening (EU) nr. 211/2011, en verzoekt een uniforme procedure voor de indiening van steunbetuigingen in te voeren door bijlage III bij Verordening (EU) nr. 211/2011 te wijzigen om de aard van de gegevens die in de verschillende lidstaten worden verzameld te harmoniseren; spoort de Commissie aan om verdere onderhandelingen te voeren met de lidstaten teneinde de gegevensvoorschriften te versoepelen, door bijvoorbeeld het vereiste identificatienummer te schrappen, en deze voorschriften gebruiksvriendelijker te maken; herinnert eraan dat het bij EBI's gaat om participatie en het bepalen van de agenda en niet om bindende voorstellen; stelt voor om de invoering van een digitaal EU-burgerschap te overwegen en om tot die tijd met een tussenoplossing te komen om de huidige problemen door meervoudige registratie op te lossen; roept de Commissie derhalve op om dit punt dringend te onderzoeken in het kader van haar digitale agenda;

26.  verzoekt de Commissie artikel 3, lid 4, van Verordening (EU) nr. 211/2011 te wijzigen, en de lidstaten aan te bevelen de minimumleeftijd voor participatie en ondersteuning van een EBI te verlagen van 18 tot 16 jaar, en dit niet aan het actieve stemrecht bij de verkiezingen van het Europees Parlement te koppelen, om met name jongeren de mogelijkheid te bieden actief deel te nemen aan de verdere ontwikkeling van het Europees project;

27.  erkent het gevoelige probleem van de persoonlijke aansprakelijkheid van organisatoren met betrekking tot gegevensbescherming bij de inzameling van persoonsgegevens van ondertekenaars, en stelt derhalve voor om het spectrum aan vereiste gegevens te beperken en de formulering van artikel 13 van Verordening (EU) nr. 211/2011 inzake aansprakelijkheid te wijzigen, zodat duidelijk wordt dat de persoonlijke aansprakelijkheid niet onbeperkt is; stelt hiertoe voor burgercomités de mogelijkheid te bieden rechtspersoonlijkheid te verkrijgen en inspiratie te putten uit artikel 3 van Richtlijn 2008/99/EG van het Europees Parlement en de Raad van 19 november 2008 inzake de bescherming van het milieu door middel van het strafrecht, teneinde ervoor te zorgen dat organisatoren alleen verantwoordelijk zijn voor handelingen als deze "wederrechtelijk en opzettelijk of ten minste uit grove nalatigheid worden begaan";

28.  spoort de Commissie en de lidstaten aan om de voorschriften inzake gegevensverzameling gebruiksvriendelijker te maken en te harmoniseren; verzoekt de bevoegde nationale autoriteiten om periodiek verslag uit te brengen aan de commissies voor Europese aangelegenheden van hun nationale parlementen over de lopende EBI's waarvoor al een groot aantal steunbetuigingen zijn verzameld; dringt er bij de Commissie op aan een herziening van Verordening (EU) nr. 211/2011 voor te stellen om ervoor te zorgen dat burgers ook in hun land van woonplaats EBI's kunnen ondertekenen;

29.  toont zich bezorgd over het feit dat slechts 3 van de 31 geregistreerde EBI’s sinds 2012 de laatste fase hebben bereikt; onderstreept dat de dramatische terugloop van het aantal nieuwe initiatieven een van de gevolgen is van disproportionele vereisten en van een onnodig complex systeem; betreurt dat succesvolle initiatieven niet hebben geleid tot wetgeving en dat de Commissie een teleurstellend gevolg aan deze initiatieven heeft gegeven; verschilt van mening met de Commissie over de succesvolle tenuitvoerlegging van de verordening waarmee de mogelijkheden van EBI's ten volle benut zouden kunnen worden; onderstreept dat de Europese instellingen en de lidstaten alle noodzakelijke maatregelen moeten nemen om het burgerinitiatief onder de aandacht te brengen en het vertrouwen van burgers in dit instrument te bevorderen;

30.  vraagt de Commissie de formulering van artikel 10, onder c), van Verordening (EU) nr. 211/2011 te herzien om te zorgen voor een passend vervolg op een geslaagd EBI; dringt er bij de Commissie op aan met betrekking tot succesvolle EBI's binnen twaalf maanden na het afgeven van een positief advies een rechtshandeling voor te bereiden;

31.  is van oordeel dat, ter benadrukking van de politieke dimensie van EBI's, een openbare hoorzitting overeenkomstig de voorwaarden van artikel 11 van Verordening (EU) nr. 211/2011 zodanig moet worden opgezet dat organisatoren de mogelijkheid hebben in dialoog te treden met leden van het Europees Parlement en de bevoegde ambtenaren van de Commissie; wijst er met klem op dat hoorzittingen inzake EBI's moeten worden georganiseerd onder leiding van een "neutraal" comité, dat inhoudelijk niet de hoofdverantwoordelijkheid draagt voor het desbetreffende onderwerp, en dat er daarnaast voortdurend externe deskundigen bij moeten worden betrokken;

32.  dringt er bij het Parlement en zijn commissies op aan om in voorkomend geval, mocht de Commissie binnen deze periode van 12 maanden geen wetgevingsvoorstel indienen, op grond van artikel 225 VWEU gebruik te maken van hun recht om de Commissie te verzoeken een passend voorstel in te dienen; is van mening dat de bevoegde commissie van het Parlement bij de uitoefening van dit recht rekening moet houden met de inhoud van een succesvol EBI en de organisatoren van het EBI moet raadplegen tijdens een andere hoorzitting; verlangt dat het Reglement dienovereenkomstig gewijzigd wordt;;

33.  verzoekt de Commissie de mogelijkheid te onderzoeken om financiële steun te verstrekken aan EBI's uit de EU-begroting, bijvoorbeeld via Europese programma's zoals "Europa voor de burger" en "Rechten, gelijkheid en burgerschap", inclusief de mogelijkheid om de uitzending van promotieprogramma's op radio en televisie te financieren, rekening houdend met het feit dat gelijkheid tussen burgers gegarandeerd moet worden, dat er een reële behoefte aan financiële steun voor de organisatie van EBI's bestaat en dat er met dit doel talloze amendementen op de EU-begroting zijn ingediend;

34.  verzoekt de Commissie om met de nodige voorzichtigheid de diefstal van gevoelige informatie met betrekking tot de ondertekenaars, ook via internet, te bestrijden, met name wanneer die informatie in een geaggregeerd bestand wordt beheerd;

35.  verwelkomt het verslag van de Commissie van 31 maart 2015 over het EBI en het besluit van de Europese Ombudsman OI/9/2013/TN en roept de Commissie op er bij de herziening van dit instrument voor te zorgen dat alle passende wettelijke maatregelen worden uitgevoerd zodat naar behoren gevolg wordt gegeven aan een EBI wanneer dit wordt geacht met succes te zijn afgerond; roept de Commissie op om, gezien de diverse tekortkomingen die aan het licht zijn gekomen, zo snel mogelijk een voorstel te presenteren voor de herziening van Verordening (EU) nr. 211/2011 en van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 1179/2011 van de Commissie;

36.  verzoekt de Europese instellingen wezenlijk werk te verrichten op het gebied van communicatie door een informatiecampagne over het EBI op te zetten;

37.  verzoekt de Commissie het Parlement regelmatig verslag te doen van de stand van zaken omtrent lopende EBI's, zodat het Parlement, in het kader van haar inzet voor de EU-burgers, kan toetsen of het instrument zo effectief mogelijk werkt; benadrukt dat het EBI-proces voortdurend moet worden verbeterd op grond van de praktische ervaring die is opgedaan, en voorts de uitspraken van het Hof van Justitie moet eerbiedigen;

38.  beveelt aan om elk beschikbaar communicatiemiddel te gebruiken, in het bijzonder de sociale en digitale mediaplatforms van de EU-instellingen, om een voortdurende bewustmakingscampagne te voeren, waarbij de agentschappen en vertegenwoordigingen van de EU betrokken zijn, alsook de nationale autoriteiten; verzoekt de Commissie de ontwikkeling van een softwareprogramma voor mobiele apparatuur, dat gebruik maakt van open source en gericht is op het EBI, te ondersteunen; is ermee ingenomen dat sommige EBI's op lokaal niveau effect hebben weten te sorteren;

39.  meent dat verbetering van de transparantie en de kwaliteit van de controles op de financiering en het sponsoren van EBI’s van cruciaal belang is om burgers deugdelijk gebruik te laten maken van dit instrument voor participatieve democratie en om eventueel misbruik voor private belangen van andere aard te voorkomen;

40.  wijst op de belangrijke rol die de Europese Ombudsman speelt bij het onderzoek naar de behandeling van EBI-verzoeken door de Commissie, met name het onderzoek naar gevallen waarin de Commissie registratie van een EBI heeft geweigerd;

41.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad en de Commissie, alsmede aan de regeringen en parlementen van de lidstaten.

Juridische mededeling