Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2015/2104(INI)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A8-0308/2015

Ingediende teksten :

A8-0308/2015

Debatten :

PV 23/11/2015 - 17
CRE 23/11/2015 - 17

Stemmingen :

PV 24/11/2015 - 5.8
CRE 24/11/2015 - 5.8
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2015)0403

Aangenomen teksten
PDF 366kWORD 97k
Dinsdag 24 november 2015 - Straatsburg Definitieve uitgave
De rol van de EU binnen de VN
P8_TA(2015)0403A8-0308/2015

Resolutie van het Europees Parlement van 24 november 2015 inzake de rol van de EU binnen de VN – hoe kunnen de doelstellingen van het buitenlands beleid van de EU beter worden verwezenlijkt? (2015/2104(INI))

Het Europees Parlement,

–  gezien het Verdrag betreffende de Europese Unie,

–   gezien zijn eerdere resoluties over de EU en de VN, met name zijn aanbeveling aan de Raad van 2 april 2014 over de 69e zitting van de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties(1) en zijn resolutie van 11 mei 2011 over De EU als wereldspeler: de rol van de EU in multilaterale organisaties(2),

–   gezien de conclusies van de Raad van 22 juni 2015 over de prioriteiten van de EU voor de 70e Algemene Vergadering van de VN,

–   gezien het Handvest van de Verenigde Naties,

–   gezien de resolutie van de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties (AVVN) over de deelname van de Europese Unie aan de werkzaamheden van de Verenigde Naties(3), waarin de EU het recht is verleend om te interveniëren in de Algemene Vergadering van de VN, mondeling voorstellen en amendementen in te dienen die op verzoek van een lidstaat in stemming zullen worden gebracht en het recht op weerwoord uit te oefenen,

–   gezien de opmerkingen in de allereerste verklaring van de voorzitter van de Veiligheidsraad van 14 februari 2014 over de rol die de EU heeft vervuld bij de handhaving van de internationale vrede en veiligheid(4),

–   gezien de verklaring van de Wereldconferentie tegen racisme, rassendiscriminatie, vreemdelingenhaat en aanverwante onverdraagzaamheid, die in 2001 in Durban plaatsvond,

–   gezien het in maart 2015 gepubliceerde onderzoek van het directoraat-generaal Extern Beleid van het Europees Parlement getiteld "Reforming the United Nations: State of Play, Ways Forward",

–  gezien artikel 52 van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie buitenlandse zaken en de adviezen van de Commissie ontwikkelingssamenwerking, de Commissie internationale handel, de Commissie begrotingscontrole, de Commissie cultuur en onderwijs en de Commissie constitutionele zaken (A8-0308/2015),

De doelstellingen en mondiale kracht van de EU

A.  overwegende dat de toekomst van de Europese Unie verbonden is aan mondiale vrede, veiligheid, ontwikkeling en mensenrechten; overwegende dat de uitdagingen waar de EU voor staat mondiale oplossingen vereisen en dat mondiale problemen Europees optreden vereisen;

B.  overwegende dat de beginselen en doelstellingen van het buitenlands beleid van de EU zijn verankerd in artikel 21 van het Verdrag van de Europese Unie, en nauw verbonden zijn met die van de VN; overwegende dat in artikel 21 VEU uitdrukkelijk wordt opgeroepen tot naleving van de beginselen van het Handvest van de VN en het internationaal recht;

C.  overwegende dat de EU over unieke mogelijkheden beschikt om middelen in te zetten uit het volledige arsenaal aan diplomatieke, veiligheids-, defensie-, economische, ontwikkelings- en humanitaire instrumenten, volledig in overeenstemming met het Handvest van de VN; overwegende dat het gebruik van deze instrumenten in een alomvattende aanpak de EU een unieke flexibiliteit verleent om de grootste uitdagingen op het gebied van de veiligheid doeltreffend aan te pakken;

D.  overwegende dat de EU via haar gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid (GBVB) en gemeenschappelijk veiligheids- en defensiebeleid (GVDB) onder de auspiciën van de VN actief deelneemt aan de bevordering van vrede, veiligheid en vooruitgang;

E.  overwegende dat de EU toeziet op haar waarden, fundamentele belangen, veiligheid, onafhankelijkheid en integriteit en haar optreden voor vredeshandhaving, conflictpreventie en het versterken van de internationale veiligheid, in overeenstemming met de beginselen van het Handvest van de VN en de Slotakte van Helsinki van 1975 en met de doelstellingen van het in 1990 aangenomen Handvest van Parijs voor een Nieuw Europa; overwegende dat de EU deel uitmaakt van het VN-stelsel voor collectieve veiligheid, ook in het kader van een van de regionale regelingen zoals omschreven in hoofdstuk VIII van het Handvest van de VN;

F.  overwegende dat de EU de duurzame vooruitgang op economisch, sociaal en milieugebied in ontwikkelingslanden stimuleert met als voornaamste doelstellingen om armoede uit te bannen, duurzame vrede en stabiliteit te bevorderen en sociale ongelijkheden te bestrijden, en humanitaire hulp biedt aan bevolkingen, landen en regio's die te kampen hebben met alle soorten natuurlijke of door de mens veroorzaakte crises;

G.  overwegende dat de EU een voortrekkersrol speelt op diverse onderling gerelateerde beleidsterreinen: handel, ontwikkeling, humanitaire noodhulp, het milieu en de mensenrechten;

H.  overwegende dat de EU werkt aan de duurzaamheid van het milieu door zich in te zetten voor internationale maatregelen en acties voor het behoud en de verbetering van de kwaliteit van het milieu en voor het duurzame beheer van natuurlijke rijkdommen;

I.  overwegende dat de EU eveneens een vooraanstaande rol speelt op het gebied van milieubeleid, met name in de strijd tegen klimaatverandering, niet alleen door in de voorhoede te staan en zichzelf ambitieuze doelen te stellen, maar ook door bij mondiale onderhandelingen onophoudelijk te pleiten voor bindende overeenkomsten en concrete en meetbare maatregelen;

J.  overwegende dat de EU de grondvesten van de sociale duurzaamheid en goed bestuur versterkt door de democratie, de rechtsstaat, mensenrechten en de beginselen van het internationaal recht te consolideren, ondersteunen en bevorderen;

K.  overwegende dat de EU, overeenkomstig haar verdragen, een internationaal stelsel bevordert dat gestoeld is op nauwere multilaterale samenwerking en een goed mondiaal bestuur en zich sterk maakt voor effectief multilateralisme, waarbij de VN centraal staan; overwegende dat dit engagement is gestoeld op de overtuiging dat de internationale gemeenschap alleen met succes kan reageren op mondiale crises, uitdagingen en dreigingen indien zij beschikt over een doelmatig multilateraal stelsel dat is gegrondvest op universele rechten en waarden;

L.  overwegende dat het extern beleid van de EU met name gericht is geweest op bilaterale betrekkingen en op samenwerking en partnerschappen met landen, groepen landen en andere regionale en internationale organisaties over de hele wereld; overwegende dat de laatste decennia bijzondere aandacht is besteed aan de geopolitieke doelstellingen en punten van zorg in de oostelijke en zuidelijke buurlanden van de EU; overwegende dat de EU tevens bijzondere betrekkingen onderhoudt met en in haar optreden bijzondere aandacht heeft voor de uitdagingen in Afrikaanse landen;

M.  overwegende dat de EU in een context van groeiende onderlinge afhankelijkheid in de wereld een grotere rol moet gaan spelen, zowel in bilaterale betrekkingen als in multilaterale fora;

N.  overwegende dat de EU betrokken is en een belangrijke rol vervult bij internationale onderhandelingen en bemiddeling, met name bij de onderhandelingen tussen Iran en de E3/EU3+3-groep en het vredesproces in het Midden-Oosten;

O.  overwegende dat de EU, als grootste handelsblok wereldwijd, een belangrijke rol speelt bij bilaterale en multilaterale handelsovereenkomsten en actieve handelsbeleidsmaatregelen heeft ontwikkeld om de economische groei, armoedebestrijding, milieubescherming en bescherming van natuurlijke rijkdommen te bevorderen;

P.  overwegende dat de EU en haar lidstaten samen de grootste financiële bijdrage leveren aan de algemene begroting van de VN en aan de humanitaire bijstand, officiële ontwikkelingshulp en vredeshandhavingsoperaties van de VN; overwegende dat het ontwikkelingsbeleid van de EU van groot belang is, omdat het armoedebestrijding en duurzaamheid op economisch, sociaal en milieugebied actief bevordert en daardoor een belangrijke bijdrage levert aan vrede en veiligheid; overwegende dat de EU als enige niet-staat partij is bij meer dan vijftig multilaterale overeenkomsten en verdragen in VN-verband;

Q.  overwegende dat de EU een van de meest toegewijde beschermers en bevorderaars is van de mensenrechten, fundamentele vrijheden, culturele waarden, diversiteit, democratie en de rechtsstaat; overwegende dat haar bepalingen daaromtrent deel uitmaken van al haar bilaterale partnerschappen en een centraal onderdeel vormen van haar multilaterale beleid; overwegende dat de EU altijd groot voorstander is geweest van de internationale rechtspleging;

R.  overwegende dat de EU een belangrijke rol vervult bij de ondersteuning van de operaties van de VN op gebieden van wederzijds belang, met name bij de bescherming van burgers, en in het bijzonder van door gewapende conflicten getroffen vrouwen en kinderen;

S.  overwegende dat de gelijkheid van vrouwen en mannen een fundamentele waarde van de EU is die in haar Verdragen en in haar Handvest van de grondrechten is neergelegd; overwegende dat de EU zich tot taak heeft gesteld om de gelijkheid van vrouwen en mannen in al haar activiteiten en beleidsterreinen te integreren, met inbegrip van het externe en het ontwikkelingssamenwerkingsbeleid;

T.  overwegende dat de mensheid gemeenschappelijke waarden en belangen heeft; overwegende dat de lasten en de baten eerlijk moeten worden verdeeld bij de oplossing van gemeenschappelijke problemen en de bevordering van gemeenschappelijke doelen en waarden;

Het VN-stelsel

U.  overwegende dat het VN-stelsel het voornaamste mondiale forum is voor de verbetering van het mondiale bestuur en als zodanig het beste forum vormt waar de waarden en belangen van de EU kunnen worden bevorderd;

V.  overwegende dat het voornaamste doel na de Tweede Wereldoorlog erin bestond de vrede en veiligheid te handhaven; overwegende dat de bevordering van de economische en sociale ontwikkeling alsook de mensenrechten een wezenlijk onderdeel vormde van het handvest; overwegende dat milieukwesties sinds de vroege jaren zeventig op de agenda van de VN zijn komen te staan; overwegende dat het concept duurzame ontwikkeling in het Brundtland-rapport 'Our Common Future' uit 1987 wordt gedefinieerd als een vorm van ontwikkeling die voorziet in de behoeften van de huidige generatie zonder de mogelijkheden van toekomstige generaties om in hun behoeften te voorzien, in gevaar te brengen; overwegende dat het ontwikkelings- en het milieubeleid tijdens de Conferentie van Rio (UNCED) werden gecombineerd met het oog op doeltreffende armoedebestrijding en de bevordering van duurzame ontwikkeling wereldwijd;

W.  overwegende dat het VN-stelsel alle terreinen van samenwerking beslaat, waarbij de Veiligheidsraad als kernelement met name verantwoordelijk is voor de handhaving van de internationale vrede en veiligheid, bijgestaan door raadgevende en hulporganen;

X.  overwegende dat het VN-stelsel bestaat uit 19 gespecialiseerde agentschappen, waaronder de FAO, IFAD, ILO, IMF, UNESCO, UNIDO, WHO en de Wereldbankgroep, en daarnaast 11 fondsen en programma's omvat, zoals UNCTAD, UNDP, UNEP, UNFPA, UNHCR, UNICEF, UN Women en het WFP(5), evenals 9 functionele commissies, 5 regionale commissies en een aantal andere gelijksoortige organen; overwegende dat organisaties als de Wereldhandelsorganisatie (WTO) en het Internationaal Agentschap voor atoomenergie (IAEA) ook verbonden zijn aan het VN-stelsel;

Y.  overwegende dat het merendeel van bovengenoemde agentschappen, fondsen, programma's en commissies onder toezicht staan van de Economische en Sociale Raad en de Algemene Vergadering, en dat sommige daar verslag aan uitbrengen;

Z.  overwegende dat de EU en haar lidstaten een cruciale rol spelen bij het bevorderen van de beginselen en doelen van de VN en bij het oplossen van de gemeenschappelijke problemen van de mensheid; overwegende dat Europa aan de andere kant mondiale partners nodig heeft voor het oplossen van zijn eigen problemen op terreinen als veiligheid, milieubescherming, mensenrechten, migratie, instandhouding van het asielrecht, en financiële onevenwichtigheden;

AA.  overwegende dat de EU ten aanzien van haar nabuurschap een bijzondere verantwoordelijkheid draagt voor de handhaving van de vrede, ontwikkeling en de mensenrechten;

AB.  overwegende dat het van cruciaal belang is dat in het kader van de VN ondernomen acties in overeenstemming zijn met het internationale recht; overwegende dat misdrijven die worden begaan onder een VN-mandaat bijzonder schadelijk zijn voor de geloofwaardigheid van de organisatie en niet onbestraft mogen blijven;

AC.  overwegende dat landen zijn opgedeeld in geografische zones en daardoor vaak als een blok stemmen; overwegende dat landen die lid zijn van de Mensenrechtenraad van de VN (UNHCR) vaak zelf stelselmatig de mensenrechten schenden en daardoor de doeltreffendheid en geloofwaardigheid van de UNHCR als geheel ondermijnen;

AD.  overwegende dat de opbrengst van de plundering van culturele en religieuze plaatsen en objecten en van daaraan gerelateerde smokkelactiviteiten in Irak en Syrië door IS/Da'esh wordt gebruikt om de terroristische activiteiten te financieren; overwegende dat UNESCO en het Verdrag inzake de middelen om de onrechtmatige invoer, uitvoer of eigendomsoverdracht van culturele goederen te verbieden en te verhinderen een centrale rol moeten spelen bij het garanderen van de hoogstnoodzakelijke bescherming van Syrisch en Iraaks cultureel erfgoed;

AE.  overwegende dat de EU en de VN bij de aanpak van de meest netelige crisisscenario's nauw samenwerken, met name in het Midden-Oosten en Noord-Afrika; overwegende dat hun inspanningen verder moeten worden geïntensiveerd met het oog op vreedzame politieke oplossingen voor dergelijke crises;

AF.  overwegende dat de besprekingen en de besluitvorming over de verlenging van het mandaat van het Forum voor internetbeheer zullen plaatsvinden tijdens de Algemene Vergadering van de VN in 2015; overwegende dat het Parlement de Algemene Vergadering van de VN heeft verzocht het mandaat van het Forum voor internetbeheer te verlengen, en zijn middelen en het multistakeholdermodel voor internetgovernance te versterken;

De EU binnen het VN-stelsel

1.  herinnert eraan dat de EU en haar lidstaten de waarden en beginselen van het Handvest van de VN delen, zoals is vastgesteld in artikel 21, lid 1, VEU, en een cruciale rol vervullen bij het bevorderen van deze beginselen en van de doelstellingen van de VN, door middel van het externe optreden van de EU; is van oordeel dat de EU mondiale partners nodig heeft om de doelstellingen van haar buitenlands beleid – met name op het gebied van vrede en veiligheid, terrorisme, georganiseerde misdaad, regionale conflicten, falende staten en de verspreiding van massavernietigingswapens – met succes te kunnen verwezenlijken;

2.  meent dat de veiligheidssituatie van de EU steeds instabieler en onzekerder wordt vanwege het grote aantal langdurige of nieuwe bedreigingen voor de veiligheid; beschouwt het conflict in Oost-Oekraïne, de conflicten in Syrië en Irak, en de opkomst van de terroristische organisatie IS, de crisis in Libië en de terroristische dreiging in Afrika (in het bijzonder in de Sahel, Libië en de Hoorn van Afrika) als ernstige mondiale dreigingen die een mondiale respons vereisen; is van oordeel dat de EU deze dreigingen niet alleen het hoofd kan bieden, maar de steun van internationale partners nodig heeft;

3.  is ermee ingenomen dat de EU en haar lidstaten op verschillende manieren en in verschillende vormen actief deelnemen en bijdragen aan de werkzaamheden van het VN-stelsel, en meent dat e.e.a. meer aandacht verdient;

4.  is tevens ingenomen met de grote bijdrage van de EU aan ontwikkeling en humanitaire noodhulp wereldwijd; herinnert eraan dat de EU en haar lidstaten samen 's werelds grootste financiële bijdrage op het gebied van ontwikkeling en humanitaire hulp leveren;

5.  wijst erop dat de EU een werkelijk internationale speler is geworden en dienovereenkomstig een versterkte waarnemersstatus binnen de VN heeft en daardoor het recht heeft het woord te nemen tijdens debatten in de Algemene Vergadering van de VN tussen vertegenwoordigers van belangrijke groepen en voor de afzonderlijke landen, evenals het recht om voorstellen en amendementen in te dienen, het recht om weerwoord uit te oefenen en het recht om moties van orde op te werpen en documenten te doen circuleren;

6.  wijst er tevens op dat de EU binnen de VN door uiteenlopende actoren wordt vertegenwoordigd: de voorzitter van de Europese Raad, de hoge vertegenwoordiger voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid, de Europese Commissie en de EU-delegaties, alsook door haar 28 lidstaten, waarvan er twee (Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk) permanent lid van de VN-Veiligheidsraad zijn en het recht van veto hebben; wijst er met klem op dat de EU-lidstaten er conform het Verdrag toe gehouden zijn hun optreden in alle internationale fora te coördineren;

Hoe de doelstellingen van het buitenlands beleid van de EU beter binnen het kader van de VN kunnen worden verwezenlijkt

7.  meent dat de EU, om de doelstellingen van haar buitenlands beleid – zoals verankerd in de Verdragen – beter te verwezenlijken, ernaar moet streven het mondiale bestuur binnen het VN-stelsel te versterken en ervoor moet zorgen dat zij en haar lidstaten binnen dit stelsel meer invloed krijgen; herinnert aan de toezegging van de EU dat zij een alomvattende hervorming van het VN-stelsel zal steunen ter versterking van de legitimiteit, de regionale vertegenwoordiging, de transparantie, de verantwoordingsplicht en de effectiviteit ervan bij reacties op de complexe, veelzijdige uitdagingen van tegenwoordig; beklemtoont dat het van groot belang is dat de werkzaamheden van de Algemene Vergadering nieuw leven ingeblazen wordt;

8.  benadrukt dat de EU binnen de Algemene Vergadering een sterkere rol moet spelen, die genoeg zichtbaarheid en beleidsaandacht biedt om haar internationale verplichtingen na te komen, overeenkomstig de bovengenoemde resolutie van 3 mei 2011 van de Algemene Vergadering;

9.  houdt vast aan zijn steun voor de rol van de parlementen en regionale vergaderingen in het VN-stelsel;

10.  verzoekt de leden van de Veiligheidsraad de ondoorzichtige selectieprocedure van de secretaris-generaal van de VN in nauwe samenwerking met de Algemene Raad te evalueren en te herzien, en te zorgen voor gelijke kansen voor mannen en vrouwen voor dit ambt; verzoekt alle VN-organen, en met name de Veiligheidsraad, voldoende aandacht te besteden aan gendermainstreaming binnen de VN, en vraagt de EU-lidstaten hierbij een voortrekkersrol te vervullen door vrouwelijke kandidaten aan te moedigen en naar voren te schuiven; geeft uiting aan zijn wens dat de volgende keer een vrouw wordt verkozen tot secretaris-generaal van de VN; roept de EU op UN Women te steunen door rekening te houden met discriminatie op grond van genderidentiteit en genderexpressie;

11.  benadrukt de huidige prioriteiten van de EU voor de 70e zitting van de Algemene Vergadering van de VN, een herhaling van de langgekoesterde wens van de EU dat de VN hun structuren, begroting en werkmethodes stroomlijnen zonder moeilijke onderwerpen, zoals de hervorming van de Veiligheidsraad, uit de weg te gaan;

12.  benadrukt dat de Algemene Vergadering, die de regeringen van alle lidstaten vertegenwoordigt, over manieren en middelen moet beschikken om sturing te geven aan het VN-stelsel en om al zijn activiteiten te coördineren;

13.  is ervan overtuigd dat de Veiligheidsraad moet worden hervormd om beter rekening te houden met de nieuwe realiteit en om doeltreffender in te spelen op de huidige en toekomstige veiligheidsuitdagingen; verzoekt de landen die binnen de VN-Veiligheidsraad over vetorecht beschikken, dit recht niet uit te oefenen in gevallen van genocide en misdaden tegen de menselijkheid;

14.  herinnert, gezien de bijdrage van de EU aan de mondiale vredes- en veiligheidsarchitectuur en de doelstelling van het Verdrag van Lissabon om het Europese buitenlandse beleid te versterken, aan de langetermijndoelstelling dat de EU een zetel zou hebben in een uitgebreide VN-Veiligheidsraad, en herhaalt zijn pleidooi voor een Europees debat over de hervorming van deze raad; verzoekt de vicevoorzitter/hoge vertegenwoordiger (hv/vv) opnieuw zich in te zetten voor gezamenlijke EU-standpunten over kwesties die onder de bevoegdheid van de VN-Veiligheidsraad vallen, en voor de verbetering van de bestaande samenwerkingsmechanismen die ervoor moeten zorgen dat EU-lidstaten die zitting hebben in de VN-Veiligheidsraad op dit forum gezamenlijke EU-standpunten verdedigen; wijst erop dat de EU-leden in de VN-Veiligheidsraad overeenkomstig artikel 34 VEU de andere lidstaten en de hoge vertegenwoordiger op de hoogte dienen te houden en de standpunten en belangen van de EU dienen te verdedigen; wijst er tevens op dat, indien de EU een gemeenschappelijk standpunt heeft bepaald over een onderwerp op de agenda van de VNVR, de desbetreffende staten moeten vragen dat de hoge vertegenwoordiger wordt uitgenodigd om het standpunt van de Unie toe te lichten;

15.  brengt in herinnering dat in hoofdstuk VIII van het Handvest van de VN een grotere rol voor regionale en subregionale organisaties binnen de VN wordt bevorderd, en vraagt de EU en de OVSE om te streven naar meer betrokkenheid van hun en andere regionale organisaties bij het mondiaal bestuur;

16.  is van oordeel dat de EU via nauwere samenwerking met de VN meer zou moeten profiteren van partnerschappen met de gespecialiseerde organen, fondsen, programma's, commissies en comités van de VN, pleit voor betere EU-coördinatie in de besturen van deze organen om te verzekeren dat de EU met één stem spreekt;

17.  benadrukt dat, om de doelstellingen op het gebied van het buitenlands beleid van de EU, met inbegrip van de bevordering van de fundamentele waarden, beter te kunnen verwezenlijken, niet alleen deze noodzakelijke hervormingen binnen de VN moeten worden doorgevoerd, maar ook een doeltreffender coördinatie vereist is van de verschillende dimensies van het volledige externe beleid, zowel bilateraal als multilateraal; herhaalt zijn oproep tot een grotere zichtbaarheid van het optreden van de EU en van de steun die de EU ter plaatse en in het kader van alle multilaterale fora biedt;

18.  roept de EU op haar werkzaamheden in het kader van humanitaire hulp, bijvoorbeeld via ECHO, beter af te stemmen met de desbetreffende VN-agentschappen teneinde de beperkte middelen optimaal te kunnen inzetten en onnodige overlapping te voorkomen;

19.  roept de betrokken EU- en VN-instellingen op de Financiële en Administratieve Kaderovereenkomst (FAFA) volledig te eerbiedigen en ten uitvoer te leggen; verzoekt de Commissie verslag uit te brengen aan het Parlement over de tenuitvoerlegging van de overeenkomst en daaraan gerelateerde richtsnoeren, in kaart te brengen welke gebieden verbetering behoeven en in het licht hiervan met relevante voorstellen te komen;

20.  benadrukt het belang van de samenwerking tussen de EU en het UNDP met betrekking tot de doeltreffendheid van ontwikkelingshulp; onderstreept de verbintenis van het mondiaal partnerschap voor doeltreffende ontwikkelingssamenwerking en moedigt alle landen en particuliere actoren aan zich hiertoe te verbinden;

21.  is van oordeel dat het Europees Hof voor de Rechten van de Mens een zeer geslaagde bijdrage heeft geleverd aan de vooruitgang die Europa heeft geboekt op het vlak van eerbiediging van de mensenrechten en als voorbeeld kan dienen voor andere regio's;

22.  roept op tot de verbetering van instrumenten voor preventieve en vroege waarschuwing en grotere bemiddelingscapaciteiten van de VN, en tot samenhangende en haalbare mandaten voor vredesopbouw- en vredeshandhavingsoperaties, die een mensenrechtencomponent en duidelijke exitstrategieën omvatten; moedigt de EU-lidstaten aan meer substantiële steun te bieden voor vredesopbouw- en vredeshandhavingsoperaties, en roept de EU op meer werk te maken van haar bemiddelingspogingen bij het oplossen van conflicten; spoort de Veiligheidsraad, gezien de wreedheden en mensenrechtenschendingen die recentelijk door enkele extremistische en terroristische groeperingen zijn begaan en het aanhoudende gebruik in conflicten van seksueel geweld – met inbegrip van verkrachting – als oorlogswapen, ertoe aan in overeenstemming met de doctrine inzake de verantwoordelijkheid om te beschermen een ambitieuze reeks instrumenten en middelen te definiëren om deze gruweldaden doeltreffend te kunnen voorkomen en de rechtsstaat en het internationaal humanitair recht te waarborgen, en om de lidstaten van de VN ertoe aan te sporen mensensmokkel te bestrijden en op te treden tegen het werven voor en het financieren van terroristische groeperingen door het rekruteren, organiseren, vervoeren en uitrusten van terroristische strijders alsook het financieren van hun bewegingen en activiteiten te voorkomen en te bestrijden;

23.  verzoekt de EU om steun te verlenen voor de versterking van de samenhang, synergie en complementariteit tussen de evaluaties van vredesoperaties, de VN-architectuur voor vredesopbouw en Resolutie 1325 van de VN-Veiligheidsraad over vrouwen, vrede en veiligheid; benadrukt het belang van een actieve rol van vrouwen bij en gelijke en volwaardige deelname van vrouwen aan conflictpreventie en -oplossing, vredesonderhandelingen, vredesopbouw, vredeshandhaving, humanitaire respons en wederopbouw na conflicten; is in dit verband ingenomen met het feit dat de Commissie haar beleid inzake humanitaire hulp heeft herzien, en dat nu is vastgelegd dat het volgens het internationaal humanitair recht en/of de internationale mensenrechtenwetgeving gerechtvaardigd kan zijn vrouwelijke slachtoffers van oorlogsverkrachting de gelegenheid te bieden een veilige abortus te laten uitvoeren;

24.  dringt er bij de EU op aan een ruime definitie van het begrip menselijke veiligheid te bevorderen, waardoor dit nauwer aansluit bij de mensenrechten, gendergelijkheid en de menselijke ontwikkeling;

25.  is van oordeel dat de EU het Internationaal Strafhof krachtig en nadrukkelijk dient te ondersteunen, met name door haar betrekkingen met de VN en in het bijzonder de Veiligheidsraad te versterken en uit te breiden, en door erop toe te zien dat de EU-lidstaten spoedig overgaan tot ratificatie van de in Kampala overeengekomen wijzigingen van het Statuut van Rome, waarin het misdrijf agressie wordt gedefinieerd; wijst erop dat de verantwoordelijkheid om daders voor de rechter te brengen in eerste instantie bij de staten zelf berust en steunt de rechtsmacht van het Internationaal Strafhof in gevallen waarin de nationale autoriteiten niet in staat of niet bereid zijn tot daadwerkelijke vervolging van de ernstigste misdrijven die de internationale gemeenschap zorgen baren;

26.  is voorstander van versterking van de operationele samenwerking tussen de EU en de VN op het gebied van crisisbeheersing, mede door onderling analyses uit te wisselen (om zo tot een gezamenlijke analyse te komen) en door samen vredes- en veiligheidsoperaties te plannen (om de operationele aspecten ervan te vereenvoudigen);

27.  is van oordeel dat er meer moet worden gedaan om ervoor te zorgen dat de VN-lidstaten hun toezeggingen om humanitaire hulp te bieden ook echt nakomen, bijvoorbeeld door regelmatig overzichten te publiceren van de mate waarin de verplichtingen worden nageleefd;

28.  juicht het toe dat de EU zich inzet voor meer transparantie en een groter verantwoordelijkheidsbesef bij de handel in wapens en steunt het bevorderen van de universalisering en volledige tenuitvoerlegging van het Wapenhandelsverdrag en de toepassing van de resultaten van de eerste conferentie van de staten; vraagt de EU om het Verdrag inzake de niet-verspreiding van kernwapens (Non-Proliferatieverdrag, NPV) te blijven erkennen als de hoeksteen van de alomvattende regeling voor de niet-verspreiding van kernwapens, en dus de wezenlijke fundering voor de verdere nucleaire ontwapening, in overeenstemming met artikel VI van dat verdrag; vraagt de EU om actief stappen te ondernemen ten behoeve van de wereldwijde ontwapening;

29.  onderstreept dat het van groot belang is dat de EU gelijkheid en non-discriminatie actief blijft bevorderen; is ingenomen met de allereerste vergadering van de VN-Veiligheidsraad over LGBTI-rechten, die plaatsvond op 24 augustus 2015 en waarin de aanvallen en moorden op LGBTI in het Midden-Oosten door IS werden veroordeeld; moedigt de VN-Veiligheidsraad aan ook in de toekomst rekening te houden met schendingen van LGBTI-rechten;

30.  verwijst naar het onverbiddelijk afwijzende standpunt van de EU ten aanzien van de doodstraf; onderstreept dat het van groot belang is dat de EU blijft ijveren voor een moratorium op de doodstraf;

31.  is ervan overtuigd dat de economische, sociale, milieu- en ontwikkelingsdimensies van het VN-stelsel aanzienlijk moeten worden versterkt, door ervoor te zorgen dat de VN-organen voor een meer politieke aanpak kiezen en hun onderlinge samenwerking verbeteren, en door toe te zien op een effectiever en transparanter gebruik van de beschikbare middelen; meent dat dit op de eerste plaats bereikt moet worden door een structurele en functionele hervorming van het conform het statuut van de VN hiervoor verantwoordelijke hoofdorgaan, de Economische en Sociale Raad; verzoekt de EU-instellingen en de lidstaten de mogelijkheid te overwegen hun rol in de Economische en Sociale Raad te versterken door deze om te vormen tot een Raad voor duurzame ontwikkeling;

32.  is ingenomen met de oprichting van het politiek forum op hoog niveau over duurzame ontwikkeling, dat tot taak heeft te zorgen voor politiek leiderschap, sturing en aanbevelingen op het gebied van ontwikkelingsbeleid ten aanzien van de drie pijlers (maatschappij, economie en milieu) van duurzame ontwikkeling; is ervan overtuigd dat het politiek forum op hoog niveau het voornaamste besluitvormingsorgaan voor alle kwesties op het gebied van ontwikkelingsbeleid moet worden, met het oog op een gecoördineerde en efficiënte evaluatie van de behoeften en de aanneming van de noodzakelijke routekaarten, besluiten en bindende maatregelen in verband met het kader voor duurzame ontwikkeling voor de periode na 2015; houdt vol dat dit noodzakelijk is om de in september 2015 door de VN-top aangenomen doelstellingen inzake duurzame ontwikkeling doeltreffend ten uitvoer te leggen;

33.  is er, gezien de terugkerende humanitaire rampen in verband met vluchtelingen en migranten, die veel menselijk leed veroorzaken, en gezien het feit dat duurzame ontwikkeling in de landen van herkomst op termijn een oplossing zou kunnen bieden voor de migratieproblematiek, van overtuigd dat de werkzaamheden van alle op dit terrein actieve agentschappen gecoördineerd zouden moeten worden;

34.  stelt zich op het standpunt dat de uitdagingen als gevolg van de humanitaire crisis in verband met vluchtelingen op een alomvattende manier moeten worden aangepakt, in een geest van solidariteit binnen de EU en in nauwe samenwerking met de VN en hun agentschappen;

35.  verzoekt de EU en de VN hun gezamenlijke inspanningen te verhogen om zo tijdens de VN-conferentie over klimaatverandering 2015 (COP21) in Parijs een ambitieuze en wettelijk bindende overeenkomst te bereiken, en om ervoor te zorgen dat de COP21 vervolgens spoedig ten uitvoer wordt gelegd;

36.  is van mening dat de werkzaamheden van de Wereldbankgroep, het Internationaal Monetair Fonds en de Wereldhandelsorganisatie ook gecoördineerd zouden kunnen worden als onderdelen van het VN-stelsel, met behoud van hun huidige besluitvormingsprocedures, om ervoor te zorgen dat hun respectieve besluiten en maatregelen op een verantwoordelijke, efficiënte en consistente manier worden genomen en uitgevoerd, zonder dat er sprake is van overlapping;

37.  steunt de doelstelling om op multilateraal niveau een regeling voor de bescherming van investeringen in te voeren, met een nieuw systeem waarbij de jurisdictie van nationale rechtbanken geëerbiedigd wordt, en verzoekt de Commissie deze doelstelling op te nemen in haar onderhandelingsagenda voor het opstellen van investeringsovereenkomsten; is van oordeel dat, indien er een permanent internationaal hof voor de beslechting van investeringsgeschillen zou worden opgericht, dit binnen het VN-stelsel zou kunnen worden geplaatst en gebaseerd zou moeten zijn op de rechten en plichten van wie aan het hof onderworpen wordt, met nadruk op de OESO-beginselen voor multinationale ondernemingen en op de VN-beginselen inzake bedrijfsleven en mensenrechten; is van mening dat het VN-stelsel nuttige modellen biedt voor een dergelijke regeling, in het bijzonder wat de financiering betreft;

38.  meent dat de WTO-ontwikkelingsronde van Doha moet worden afgerond en dat de VN hun unieke positie kunnen gebruiken om van deze onderhandelingen een succes te maken voor ontwikkelingslanden; is in dit verband van oordeel dat de VN kunnen samenwerken met de WTO, en ontwikkelingslanden kunnen adviseren en begeleiden ten aanzien van een strategie voor handel en investeringen, met de EU als belangrijke speler;

39.  is zich ervan bewust dat de VN-richtsnoeren voor het bedrijfsleven en de mensenrechten moeten worden aangescherpt en toegepast; verzoekt de EU met klem bij te dragen aan een geslaagde uitkomst van de werkzaamheden van de intergouvernementele werkgroep voor transnationale ondernemingen en mensenrechten;

40.  gelooft dat de VN zich meer moeten inspannen voor alle kwesties die verband houden met het menselijk welzijn; vindt dat culturele duurzaamheid en de bescherming en de bevordering van de diversiteit van cultuuruitingen daaronder vallen, en dat in dit verband onderwijs, toerisme, culturele diplomatie, bescherming van het erfgoed, de creatieve sector en wetenschappelijk onderzoek bij het beleidsvormingsproces moeten worden betrokken;

41.  is stellig van mening dat de EU en de VN in het geval van humanitaire crises, gewapende conflicten en natuurrampen moeten samenwerken als het gaat om het onderwijs dat in het kader van noodhulpprogramma's wordt aangeboden, voornamelijk door ondersteuning te blijven bieden aan programma's zoals het Unicef-programma voor onderwijs in noodsituaties en in overgangsperioden na een crisis, het UNHCR-programma voor kwaliteitsonderwijs in vluchtelingenkampen en de UNRWA-werkzaamheden op onderwijsgebied;

42.  is in dit verband ingenomen met de verdeling in clusters van de werkzaamheden van de in 2014 verkozen Commissie, waarbij de hv/vv een grotere verantwoordelijkheid krijgt voor de coördinatie van het extern beleid van de EU, in nauwe samenwerking met andere EU-instellingen; benadrukt dat beleid met een mondiale dimensie de kern moet vormen van de werkzaamheden van deze specifieke cluster;

43.  verzoekt de hv/vv in haar/zijn jaarverslag over het GBVB een alomvattend onderdeel op te nemen over de bevordering van de doelstellingen op het gebied van het buitenlands beleid van de EU;

44.  meent dat het Parlement deze mondiale uitdagingen op dezelfde brede en alomvattende manier als de Commissie moet kunnen aangaan, en zijn werkzaamheden dienovereenkomstig moet kunnen organiseren; spoort alle parlementaire commissies die bevoegd zijn voor beleidsterreinen met een externe en mondiale dimensie ertoe aan hun standpunten over het desbetreffende onderdeel van het verslag van de hv/vv te doen toekomen aan de Commissie buitenlandse zaken, die bevoegd is voor dit verslag;

o
o   o

45.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad en de Commissie, alsmede aan de Europese Dienst voor extern optreden, de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties en de secretaris-generaal van de Verenigde Naties.

(1) Aangenomen teksten, P7_TA(2014)0259.
(2) PB C 377 E van 7.12.2012, blz. 66.
(3) A/RES/65/276 van 3 mei 2011 over de deelname van de Europese Unie aan de werkzaamheden van de Verenigde Naties.
(4) Document S/PRST/2014/4 van 14 februari 2014 – verklaring van de voorzitter van de Veiligheidsraad over de samenwerking tussen de Verenigde Naties en regionale en subregionale organisaties bij de handhaving van de internationale vrede en veiligheid.
(5) FAO: Voedsel- en Landbouworganisatie; IFAD: Internationaal Fonds voor agrarische ontwikkeling; ILO: Internationale Arbeidsorganisatie; IMF: Internationaal Monetair Fonds; UNESCO: Organisatie van de VN voor onderwijs, wetenschap en cultuur; UNIDO: Organisatie van de VN voor industriële ontwikkeling; WHO: Wereldgezondheidsorganisatie; UNCTAD: Conferentie van de VN over handel en ontwikkeling; UNDP: Ontwikkelingsprogramma van de VN; UNEP: Milieuprogramma van de VN; UNFPA: Bevolkingsfonds van de VN; UNHCR: Bureau van de Hoge Commissaris van de VN voor Vluchtelingen; UNICEF: Kinderfonds van de VN; WFP: Wereldvoedselprogramma.

Juridische mededeling