Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2015/2132(BUD)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A8-0333/2015

Ingediende teksten :

A8-0333/2015

Debatten :

PV 24/11/2015 - 11
CRE 24/11/2015 - 11

Stemmingen :

PV 25/11/2015 - 9.4
CRE 25/11/2015 - 9.4
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2015)0407

Aangenomen teksten
PDF 390kWORD 183k
Woensdag 25 november 2015 - Straatsburg Definitieve uitgave
Begrotingsprocedure 2016: gemeenschappelijke tekst
P8_TA(2015)0407A8-0333/2015
Resolutie
 Bijlage

Wetgevingsresolutie van het Europees Parlement van 25 november 2015 over het gemeenschappelijk ontwerp van algemene begroting van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2016, goedgekeurd door het bemiddelingscomité in het kader van de begrotingsprocedure (14195/2015 – C8-0353/2015 – 2015/2132(BUD))

Het Europees Parlement,

–  gezien het door het bemiddelingscomité goedgekeurde gemeenschappelijke ontwerp en de verklaringen van het Europees Parlement, de Raad en de Commissie (14195/2015 – C8-0353/2015),

–  gezien het ontwerp van algemene begroting van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2016, goedgekeurd door de Commissie op 24 juni 2015 (COM(2015)0300),

–  gezien het standpunt inzake het ontwerp van algemene begroting van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2016, vastgesteld door de Raad op 4 september 2015 en toegezonden aan het Europees Parlement op 17 september 2015 (11706/2015 – C8-0274/2015),

–  gezien de nota's van wijzigingen nrs. 1/2016 (COM(2015)0317) en 2/2016 (COM(2015)0513) bij het ontwerp van algemene begroting van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2016,

–  gezien zijn resolutie van 28 oktober 2015 over het standpunt van de Raad inzake het ontwerp van algemene begroting van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2016(1) en de daarin opgenomen begrotingsamendementen,

–  gezien artikel 314 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien artikel 106 bis van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie,

–  gezien Besluit 2007/436/EG, Euratom van de Raad van 7 juni 2007 betreffende het stelsel van eigen middelen van de Europese Gemeenschappen(2),

–  gezien Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002(3),

–  gezien Verordening (EU, Euratom) nr. 1311/2013 van de Raad van 2 december 2013 tot bepaling van het meerjarig financieel kader voor de jaren 2014-2020(4),

–  gezien het Interinstitutioneel Akkoord van 2 december 2013 tussen het Europees Parlement, de Raad en de Commissie betreffende de begrotingsdiscipline, de samenwerking in begrotingszaken en een goed financieel beheer(5),

–  gezien de artikelen 90 en 91 van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van zijn delegatie in het bemiddelingscomité (A8-0333/2015),

1.  hecht zijn goedkeuring aan de door het bemiddelingscomité goedgekeurde gemeenschappelijke tekst, die uit de volgende documenten bestaat:

   een lijst van ongewijzigde begrotingslijnen ten opzichte van de ontwerpbegroting of het standpunt van de Raad;
   samenvattende cijfers per rubriek van het financieel kader;
   cijfers per lijn voor alle begrotingsonderdelen;
   een geconsolideerd document met de cijfers en de definitieve tekst van alle lijnen die tijdens de bemiddeling werden gewijzigd;

2.  bevestigt de aan deze resolutie gehechte gemeenschappelijke verklaringen van het Europees Parlement, de Raad en de Commissie;

3.  bevestigt zijn verklaring over de toepassing van punt 27 van het Interinstitutioneel Akkoord;

4.  verzoekt zijn Voorzitter te constateren dat de algemene begroting van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2016 definitief is vastgesteld en zorg te dragen voor publicatie ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie;

5.  verzoekt zijn Voorzitter deze wetgevingsresolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de overige instellingen en de betrokken organen, alsmede aan de nationale parlementen.

(1) Aangenomen teksten, P8_TA(2015)0376.
(2) PB L 163 van 23.6.2007, blz. 17.
(3) PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1.
(4) PB L 347 van 20.12.2013, blz. 884.
(5) PB C 373 van 20.12.2013, blz. 1.


BIJLAGE

DEFINITIEVE VERSIE 14.11.2015

Begroting 2016 – Gezamenlijke conclusies

Deze gezamenlijke conclusies hebben betrekking op de volgende onderwerpen:

1.  Begroting 2016

2.  Begroting 2015 – Gewijzigde begroting 8/2015

3.  Gezamenlijke verklaringen

Samenvatting

A.  Begroting 2016

Volgens de elementen voor gezamenlijke conclusies:

—  De totale hoogte van de vastleggingskredieten in de begroting 2016 bedraagt 155 004,2 miljoen EUR. Daardoor resteert onder de MFK-plafonds voor 2016 een marge van in totaal 2 331,4 miljoen EUR aan vastleggingskredieten.

—  De totale hoogte van de betalingskredieten in de begroting 2016 bedraagt 143 885,3 miljoen EUR.

—  Uit het flexibiliteitsinstrument voor 2016 wordt een bedrag beschikbaar gesteld van 1 506 miljoen EUR aan vastleggingskredieten voor rubriek 3 "Veiligheid en burgerschap" en van 24 miljoen EUR aan vastleggingskredieten voor rubriek 4 "Europa als wereldspeler".

—  De betalingskredieten voor 2016 in verband met de beschikbaarstelling van middelen uit het flexibiliteitsinstrument in 2014, 2015 en 2016 worden door de Commissie geraamd op 832,8 miljoen EUR.

B.  Begroting 2015

Volgens de elementen voor gezamenlijke conclusies:

—  Het ontwerp van gewijzigde begroting 8/2015 als voorgesteld door de Commissie wordt zonder wijzigingen aanvaard.

1.  Begroting 2016

1.1.  "Afgesloten" lijnen

Tenzij verder in deze conclusies anders is vermeld, worden alle begrotingslijnen bevestigd die noch de Raad noch het Parlement in hun respectieve lezing hebben geamendeerd en waarvoor het Parlement met de amendementen van de Raad heeft ingestemd.

Voor de overige begrotingslijnen heeft het bemiddelingscomité overeenstemming bereikt over de conclusies in de punten 1.2 tot 1.6 hierna.

1.2.  Horizontale kwesties

Gedecentraliseerde agentschappen

De bijdrage van de EU (vastleggings- en betalingskredieten) en het aantal posten voor alle gedecentraliseerde agentschappen wordt bepaald op de hoogte die de Commissie heeft voorgesteld in de ontwerpbegroting, als gewijzigd bij nota's van wijzigingen nrs.1 en 2/2016 , met de volgende aanpassingen, als overeengekomen door het bemiddelingscomité:

—  Verhoging van het aantal posten (uit vergoedingen betaald) voor het Europees Agentschap voor chemische stoffen (ECHA Biociden, + 3 posten) en verlaging van de kredieten met 1 350 000 EUR;

—  Verhoging van het aantal posten (uit vergoedingen betaald) voor het Europees Agentschap voor de veiligheid van de luchtvaart (EASA, + 6 posten);

—  Verhoging van het aantal posten (uit vergoedingen betaald) voor het Europees Geneesmiddelenbureau (EMA, + 3 posten);

—  Verhoging van het aantal posten en daarmee verband houdende kredieten voor het Agentschap voor de samenwerking tussen energieregulators (ACER, + 5 posten en + 325 000 EUR);

—  Verhoging van het aantal posten en daarmee verband houdende kredieten voor het Bureau van de Europese Unie voor de grondrechten (FRA, + 2 posten en + 130 000 EUR);

—  Verhoging van het aantal posten en daarmee verband houdende kredieten voor Eurojust (+ 2 posten en + 130 000 EUR);

—  Verhoging van de kredieten voor de Europese Bankautoriteit (EBA, + 928 000 EUR);

—  Verlaging van de kredieten voor het Europees Agentschap voor het operationeel beheer van grootschalige IT-systemen op het gebied van vrijheid, veiligheid en recht (eu.LISA, - 260 000 EUR).

Uitvoerende agentschappen

De EU-bijdrage (in vastleggings- en betalingskredieten) en het aantal posten voor de uitvoerende agentschappen worden vastgesteld op het door de Commissie in de ontwerpbegroting, als gewijzigd bij nota's van wijzigingen nrs. 1 en 2/2016, voorgestelde niveau.

Proefprojecten / Voorbereidende acties

Er is overeenstemming bereikt over een omvattend pakket van 89 proefprojecten/voorbereidende acties (PP/VA) voor een bedrag van 64,9 miljoen EUR aan vastleggingskredieten, zoals voorgesteld door het Parlement.

Wanneer een proefproject of een voorbereidende actie gedekt blijkt te zijn door een bestaande rechtsgrond, kan de Commissie voorstellen de kredieten over te schrijven naar de overeenkomstige rechtsgrond om de uitvoering van de actie te vergemakkelijken.

Dit pakket laat de maxima voor proefprojecten en voorbereidende acties waarin het Financieel Reglement voorziet volledig onverlet.

1.3.  Uitgavenrubrieken van het financieel kader - vastleggingskredieten

Met inachtneming van de bovenstaande conclusies betreffende de "afgesloten" begrotingslijnen, de agentschappen en de proefprojecten en voorbereidende acties, heeft het bemiddelingscomité overeenstemming bereikt over de volgende punten:

Rubriek 1a

De vastleggingskredieten worden vastgesteld op het niveau dat de Commissie in de ontwerpbegroting heeft voorgesteld, als gewijzigd bij nota's van wijzigingen nrs. 1 en 2/2016, maar met de volgende wijzigingen waarover het bemiddelingscomité overeenstemming heeft bereikt:

—  De vastleggingen voor "Horizon 2020" worden verhoogd, met de volgende onderverdeling:

In EUR

Begrotingsonderdeel

Naam

OB 2016 (incl. Nvw 1&2)

Begroting 2016

Verschil

02 04 02 01

Leiderschap in de ruimte

158 446 652

159 792 893

1 346 241

02 04 02 03

Stimuleren van innovatie in kleine en middelgrote ondernemingen (mkb/kmo)

35 643 862

35 738 414

94 552

02 04 03 01

Een hulpbronefficiënte en klimaatbestendige economie en een duurzame grondstoffenbevoorrading tot stand brengen

74 701 325

75 016 498

315 173

05 09 03 01

Een toereikend aanbod van veilige en hoogwaardige voedsel- en andere producten van biologische origine verzekeren

212 854 525

214 205 269

1 350 744

06 03 03 01

Realiseren van een hulpbronefficiënt, milieuvriendelijk, veilig en naadloos geïntegreerd Europees vervoerssysteem

109 250 820

110 916 737

1 665 917

08 02 01 03

Versterken van Europese onderzoeksinfrastructuren, waaronder e-infrastructuren

183 108 382

183 905 321

796 939

08 02 02 01

Leiderschap in nanotechnologie, geavanceerde materialen, lasers, biotechnologie en geavanceerde fabricage- en verwerkingsprocessen

502 450 912

504 175 361

1 724 449

08 02 02 03

Stimuleren van innovatie in kleine en middelgrote ondernemingen (mkb/kmo)

35 967 483

36 120 567

153 084

08 02 03 01

Verbeteren van gezondheid en welzijn gedurende het hele leven

522 476 023

524 745 272

2 269 249

08 02 03 02

Een toereikend aanbod van veilige, gezonde en kwalitatief hoogwaardige voedselproducten en andere biogebaseerde producten verzekeren

141 851 093

142 233 804

382 711

08 02 03 03

Overschakelen naar een betrouwbaar, duurzaam en concurrerend energiesysteem

333 977 808

335 369 074

1 391 266

08 02 03 04

Realiseren van een hulpbronefficiënt, milieuvriendelijk, veilig en naadloos geïntegreerd Europees vervoerssysteem

330 992 583

331 555 393

562 810

08 02 03 05

Een hulpbronefficiënte en klimaatbestendige economie en een duurzame grondstoffenbevoorrading tot stand brengen

283 265 173

284 530 369

1 265 196

08 02 03 06

Inclusieve, innovatieve en reflexieve Europese samenlevingen bevorderen

111 929 624

112 411 389

481 765

08 02 06

Wetenschap met en voor de samenleving

53 267 640

53 497 266

229 626

09 04 01 01

Stimuleren van onderzoek in toekomstige en opkomende technologieën

213 825 023

215 400 890

1 575 867

09 04 01 02

Versterken van Europese onderzoeksinfrastructuur, waaronder e-infrastructuur

97 173 367

97 889 261

715 894

09 04 02 01

Leiderschap op het gebied van de informatie- en communicatietechnologie

718 265 330

723 681 812

5 416 482

09 04 03 01

Verbeteren van gezondheid en welzijn gedurende het hele leven

117 323 526

118 188 002

864 476

09 04 03 02

Inclusieve, innovatieve en reflexieve Europese samenlevingen bevorderen

36 289 820

36 564 471

274 651

09 04 03 03

Veilige Europese samenlevingen bevorderen

45 457 909

45 791 092

333 183

10 02 01

Horizon 2020 — Klantgestuurde wetenschappelijke en technische ondersteuning van EU-beleid

24 646 400

25 186 697

540 297

15 03 05

Europees Instituut voor innovatie en technologie — De kennisdriehoek van hoger onderwijs, onderzoek en innovatie integreren

219 788 046

224 938 881

5 150 835

18 05 03 01

Veilige Europese samenlevingen bevorderen

134 966 551

136 092 171

1 125 620

32 04 03 01

Overschakelen naar een betrouwbaar, duurzaam en concurrerend energiesysteem

322 875 370

324 676 361

1 800 991

Totaal

31 828 018

—  De vastleggingen voor "COSME" worden verhoogd, met de volgende onderverdeling:

In EUR

Begrotingsonderdeel

Naam

OB 2016 (incl. Nvw 1&2)

Begroting 2016

Verschil

02 02 01

Ondernemerschap bevorderen en het concurrentievermogen en de toegang tot markten van ondernemingen in de Unie verbeteren

108 375 000

110 264 720

1 889 720

02 02 02

Kleine en middelgrote ondernemingen meer toegang geven tot financiering in de vorm van eigen vermogen en schuld

160 447 967

172 842 972

12 395 005

Totaal

14 284 725

—  De vastleggingen voor "Erasmus+" worden verhoogd, met de volgende onderverdeling:

In EUR

Begrotingsonderdeel

Naam

OB 2016 (incl. Nvw 1&2)

Begroting 2016

Verschil

15 02 01 01

Bevordering van uitmuntendheid en samenwerking in de Europese onderwijs- en opleidingssector en het belang daarvan voor de arbeidsmarkt

1 451 010 600

1 457 638 273

6 627 673

Totaal

6 627 673

Bijgevolg, en rekening houdend met de gecentraliseerde agentschappen en de proefprojecten en voorbereidende acties, is de overeengekomen hoogte van de vastleggingskredieten 19 010 miljoen EUR, zonder resterende marge onder het uitgavenplafond van rubriek 1a en met gebruikmaking van de overkoepelende marge voor vastleggingen voor een bedrag van 543 miljoen EUR.

Rubriek 1b

De vastleggingskredieten worden vastgesteld op het niveau als voorgesteld in de ontwerpbegroting, als gewijzigd bij nota's van wijzigingen nrs. 1 en 2/2016.

Rekening houdend met de proefprojecten en de voorbereidende acties, is de overeengekomen hoogte van de vastleggingskredieten bepaald op 50 831,2 miljoen EUR, waardoor er een marge van 5,8 miljoen EUR onder het uitgavenplafond van rubriek 1b overblijft.

Rubriek 2

De vastleggingskredieten worden vastgesteld op het niveau dat de Commissie heeft voorgesteld in de ontwerpbegroting, als gewijzigd bij nota's van wijzigingen nrs. 1 en 2/2016, met een bijkomende verlaging van 140 miljoen EUR voortvloeiend uit een stijging van de bestemmingsontvangsten van het ELGF en een verhoging van begrotingslijn 11 06 62 01. Bijgevolg heeft het bemiddelingscomité overeenstemming bereikt over het volgend:

In EUR

Begrotingsonderdeel

Naam

OB 2016 (incl. Nvw 1&2)

Begroting 2016

Verschil

05 03 01 10

Basisbetalingsregeling (BBR)

16 067 000 000

15 927 000 000

-140 000 000

11 06 62 01

Wetenschappelijk advies en wetenschappelijke kennis

8 485 701

8 680 015

194 314

Totaal

-139 805 686

Rekening houdend met de gedecentraliseerde agentschappen en de proefprojecten en voorbereidende acties, is de overeengekomen hoogte van de vastleggingskredieten bepaald op 62 484,2 miljoen EUR, waardoor er een marge van 1 777,8 miljoen EUR onder het uitgavenplafond van rubriek 2 overblijft.

Rubriek 3

De vastleggingskredieten worden vastgesteld op het niveau dat de Commissie in de ontwerpbegroting heeft voorgesteld, als gewijzigd bij nota's van wijzigingen nrs. 1 en 2/2016, maar met de volgende wijziging waarover het bemiddelingscomité overeenstemming heeft bereikt:

In EUR

Begrotingsonderdeel

Naam

OB 2016 (incl. Nvw 1&2)

Begroting 2016

Verschil

09 05 05

Multimedia-acties

24 186 500

26 186 500

2 000 000

17 04 01

Een hogere diergezondheidsstatus en een hoog niveau van bescherming van dieren in de Unie garanderen

177 000 000

171 925 000

-5 075 000

17 04 02

De tijdige detectie en uitroeiing van voor planten schadelijke organismen garanderen

14 000 000

12 000 000

-2 000 000

17 04 03

Doeltreffende, doelmatige en betrouwbare controles garanderen

50 401 000

47 401 000

-3 000 000

17 04 04

Fonds voor noodmaatregelen in verband met dier- en plantgezondheid

20 000 000

19 000 000

-1 000 000

Totaal

-9 075 000

Bijgevolg, en rekening houdend met de gecentraliseerde agentschappen, de proefprojecten en voorbereidende acties en de beschikbaarstelling van middelen uit het flexibiliteitsinstrument voor migratie, is de overeengekomen hoogte van de vastleggingskredieten 4 052 miljoen EUR, zonder resterende marge onder het uitgavenplafond van rubriek 3 en met de beschikbaarstelling van middelen ter hoogte van 1 506 miljoen EUR uit het flexibiliteitsinstrument.

Rubriek 4

De vastleggingskredieten worden vastgesteld op het niveau dat de Commissie in de ontwerpbegroting heeft voorgesteld, als gewijzigd bij nota's van wijzigingen nrs. 1 en 2/2016, maar met de volgende wijzigingen waarover het bemiddelingscomité overeenstemming heeft bereikt:

In EUR

Begrotingsonderdeel

Naam

OB 2016 (incl. Nvw 1&2)

Begroting 2016

Verschil

13 07 01

Financiële steun ten behoeve van de bevordering van de economische ontwikkeling van de Turks-Cypriotische gemeenschap

31 212 000

33 212 000

2 000 000

21 02 07 03

Menselijke ontwikkeling

161 633 821

163 633 821

2 000 000

21 02 07 04

Voedsel- en voedingszekerheid en duurzame landbouw

187 495 232

189 495 232

2 000 000

21 02 07 05

Migratie en asiel

45 257 470

57 257 470

12 000 000

22 02 01 01

Steun voor politieke hervormingen en een daarmee verband houdende geleidelijke afstemming op het acquis van de Unie

188 000 000

190 000 000

2 000 000

22 02 01 02

Steun voor economische, sociale en territoriale ontwikkeling en een daarmee verband houdende geleidelijke afstemming op het acquis van de Unie

326 960 000

327 960 000

1 000 000

22 02 03 01

Steun voor politieke hervormingen en een daarmee verband houdende geleidelijke afstemming op het acquis van de Unie

240 300 000

255 300 000

15 000 000

22 02 03 02

Steun voor economische, sociale en territoriale ontwikkeling en een daarmee verband houdende geleidelijke afstemming op het acquis van de Unie

321 484 000

340 484 000

19 000 000

22 04 01 01

Mediterrane landen — Goed bestuur, mensenrechten en mobiliteit

135 000 000

144 000 000

9 000 000

22 04 01 02

Mediterrane landen — Armoedebestrijding en duurzame ontwikkeling

636 900 000

640 900 000

4 000 000

22 04 01 03

Mediterrane landen — Vertrouwensopbouw, veiligheid en het voorkomen en oplossen van conflicten

116 000 000

131 000 000

15 000 000

22 04 01 04

Ondersteuning van het vredesproces en financiële bijstand aan Palestina en aan de Organisatie van de Verenigde Naties voor hulpverlening aan Palestijnse vluchtelingen (UNRWA)

272 100 000

290 100 000

18 000 000

22 04 02 03

Oostelijk Partnerschap — Vertrouwensopbouw, veiligheid en het voorkomen en oplossen van conflicten

8 000 000

9 300 000

1 300 000

22 04 03 03

Steun aan andere op meerdere landen gerichte samenwerking in de nabuurschap — Overkoepelend programma

189 500 000

193 500 000

4 000 000

23 02 01

Verstrekking van snelle, doeltreffende en op behoeften gebaseerde humanitaire hulp en voedselhulp

1 035 818 000

1 061 821 941

26 003 941

Totaal

132 303 941

Bijgevolg, en rekening houdend met de proefprojecten en voorbereidende acties, is de overeengekomen hoogte van de vastleggingskredieten 9 167 miljoen EUR, zonder resterende marge onder het uitgavenplafond van rubriek 4 en met de beschikbaarstelling van middelen ter hoogte van 24 miljoen EUR uit het flexibiliteitsinstrument.

Rubriek 5

Het aantal posten in de personeelsformatie van de instellingen en de kredieten als voorgesteld door de Commissie in de ontwerpbegroting, als gewijzigd bij nota's van wijzigingen nrs. 1 en 2/2016, worden goedgekeurd, met de volgende uitzonderingen:

—  Het Europees Parlement, wiens lezing wordt goedgekeurd, met een vermindering van 9 posten;

—  De Raad, wiens lezing wordt goedgekeurd;

—  Het Hof van Justitie, aan wie 7 bijkomende posten worden toegekend (+ 300 000 EUR);

—  Het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio's, waarvoor de lezing van het Europees Parlement wordt goedgekeurd.

Op 26 november 2015 zal de Commissie naar verwachting het verslag over de budgettaire gevolgen van de salarisaanpassing van 2015 goedkeuren, die gevolgen met terugwerkende kracht zal hebben vanaf 1 juli 2015 op de bezoldiging van het personeel van alle EU-instellingen, alsmede op de pensioenen.

Bijgevolg, en rekening houdend met de proefprojecten en de voorbereidende acties, is de overeengekomen hoogte van de vastleggingskredieten bepaald op 8 935,2 miljoen EUR, waardoor er een marge van 547,8 miljoen EUR onder het uitgavenplafond van rubriek 5 overblijft.

Solidariteitsfonds van de Europese Unie

De vastleggingskredieten worden vastgesteld op het niveau dat de Commissie heeft voorgesteld in de ontwerpbegroting, als gewijzigd bij nota's van wijzigingen nrs. 1 en 2/2016, met inbegrip van de beschikbaarstelling van 50 miljoen EUR van het Solidariteitsfonds van de Europese Unie voor de betaling van voorschotten.

1.4.  Betalingskredieten

De totale hoogte van de betalingskredieten in de begroting 2016 bedraagt 143 885,3 miljoen EUR, met inbegrip van 832,8 miljoen EUR in verband met de beschikbaarstelling van middelen uit het flexibiliteitsinstrument.

De onderverdeling van de betalingskredieten wordt vastgesteld op het niveau dat de Commissie in de ontwerpbegroting heeft voorgesteld, als gewijzigd bij nota's van wijzigingen nrs. 1 en 2/2016, maar met de volgende wijzigingen waarover het bemiddelingscomité overeenstemming heeft bereikt:

1.  In de eerste plaats wordt rekening gehouden met het overeengekomen niveau van vastleggingskredieten voor niet-gesplitste uitgaven, waarvoor het niveau van betalingskredieten gelijk is aan dat van de vastleggingen. Dit omvat ook de gedecentraliseerde agentschappen, waarvoor de EU-bijdrage in betalingskredieten is vastgesteld op het in punt 1.2 hierboven voorgestelde niveau. Het gezamenlijk gevolg is een verlaging van 140 miljoen EUR.

2.  De betalingskredieten voor alle nieuwe proefprojecten en voorbereidende acties worden vastgesteld op 50% van de overeenkomstige vastleggingskredieten of op het door het Parlement voorgestelde niveau indien dit lager is. Bij verlenging van bestaande proefprojecten en voorbereidende acties is het niveau van de betalingen het niveau dat in de ontwerpbegroting is vastgelegd plus 50% van de overeenkomstige nieuwe vastleggingen, of het door het Parlement voorgestelde niveau indien dit lager is. Het gezamenlijk gevolg is een verhoging van 29,5 miljoen EUR.

3.  De uitgaven voor betalingskredieten worden verlaagd met 460,1 miljoen EUR, en wel als volgt:

In EUR

Begrotingsonderdeel

Naam

OB 2016 (incl. Nvw 1&2)

Begroting 2016

Verschil

02 05 01

Ontwikkeling en levering van mondiale satellietnavigatie-infrastructuur en -diensten (Galileo) tegen 2020

308 000 000

297 000 000

-11 000 000

02 05 02

Levering van satellietdiensten die de prestaties van het gps-systeem verbeteren om tegen 2020 geleidelijk de hele regio van de Europese Burgerluchtvaartconferentie (European Civil Aviation Conference — ECAC) te bestrijken (Egnos)

215 000 000

207 000 000

-8 000 000

02 05 51

Voltooiing van Europese programma’s voor navigatie per satelliet (Egnos en Galileo)

17 000 000

16 000 000

-1 000 000

02 06 01

Operationele diensten leveren die op observaties vanuit de ruimte en in-situgegevens berusten (Copernicus)

125 000 000

121 000 000

-4 000 000

02 06 02

Bouwen aan een autonome aardobservatiecapaciteit van de Unie (Copernicus)

475 000 000

459 000 000

-16 000 000

04 02 19

Voltooiing van het Europees Sociaal Fonds — Regionaal concurrentievermogen en werkgelegenheid (2007-2013)

1 130 000 000

1 109 595 811

-20 404 189

04 02 61

Europees Sociaal Fonds — Overgangsregio's — Doelstelling investeren in groei en werkgelegenheid

930 000 000

927 965 850

-2 034 150

04 02 62

Europees Sociaal Fonds — Meer ontwikkelde regio's — Doelstelling investeren in groei en werkgelegenheid

2 200 000 000

2 178 091 258

-21 908 742

04 02 63 01

Europees Sociaal Fonds — Operationele technische bijstand

12 000 000

7 200 000

-4 800 000

05 04 05 01

Programma's voor plattelandsontwikkeling

3 268 000 000

3 235 000 000

-33 000 000

05 04 60 01

Bevordering van de duurzame ontwikkeling van het platteland en van een territoriaal en ecologisch evenwichtigere, klimaatvriendelijkere en innovatievere landbouwsector van de Unie

8 574 000 000

8 487 000 000

-87 000 000

13 03 18

Voltooiing van het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling (EFRO) — Regionaal concurrentievermogen en werkgelegenheid

2 345 348 000

2 302 998 509

-42 349 491

13 03 61

Europees Fonds voor regionale ontwikkeling (EFRO) — Overgangsregio's — Doelstelling investeren in groei en werkgelegenheid

1 863 122 000

1 860 036 800

-3 085 200

13 03 62

Europees Fonds voor regionale ontwikkeling (EFRO) — Meer ontwikkelde regio's — Doelstelling investeren in groei en werkgelegenheid

2 775 630 000

2 750 605 336

-25 024 664

13 03 64 01

Europees Fonds voor regionale ontwikkeling (EFRO) — Europese territoriale samenwerking

328 430 000

284 930 000

-43 500 000

13 03 65 01

Europees Fonds voor regionale ontwikkeling (EFRO) — Operationele technische bijstand

66 215 941

57 415 941

-8 800 000

13 03 66

Europees Fonds voor regionale ontwikkeling (EFRO) — Innovatieve acties op het gebied van duurzame stedelijke ontwikkeling

53 149 262

48 649 262

-4 500 000

13 04 01

Voltooiing van projecten van het Cohesiefonds (van vóór 2007)

90 000 000

70 000 000

-20 000 000

13 04 60

Cohesiefonds — Doelstelling investeren in groei en werkgelegenheid

4 100 000 000

4 077 806 436

-22 193 564

13 04 61 01

Cohesiefonds — Operationele technische bijstand

22 106 496

20 606 496

-1 500 000

32 05 01 02

Bouw, inbedrijfstelling en exploitatie van de ITER-faciliteiten — Europese gemeenschappelijke onderneming voor ITER en de ontwikkeling van fusie-energie — Fusion for Energy (F4E)

150 000 000

131 000 000

-19 000 000

32 05 51

Voltooiing van Europese Gemeenschappelijke Onderneming voor ITER — Fusion for Energy (F4E) (2007-2013)

350 000 000

289 000 000

-61 000 000

Totaal

-460 100 000

4.  Het gezamenlijke niveau van de betalingskredieten vastgesteld in de paragrafen 1-3 hierboven is 570,6 miljoen EUR lager dan door de Commissie voorgesteld in haar ontwerpbegroting, als gewijzigd bij nota's van wijzigingen 1 en 2/2016, voor de desbetreffende uitgavenposten.

1.5.  Toelichtingen

Wijzigingen van de tekst van de toelichtingen als voorgesteld door het Europees Parlement en de Raad worden goedgekeurd, mits daarmee de reikwijdte van de bestaande rechtsgronden niet wordt gewijzigd of uitgebreid, de administratieve autonomie van de instellingen niet wordt aangetast, geen operationele problemen ontstaan, en op voorwaarde dat er geen reeds bestaande alternatieven voor zijn (als aangegeven in de bijlage bij de uitvoerbaarheidsnota).

1.6.  Nieuwe begrotingslijnen

Tenzij anders vermeld in de gezamenlijke conclusies waarover het bemiddelingscomité overeenstemming heeft bereikt of in gezamenlijke overeenkomsten van beide takken van de begrotingsautoriteit in het kader van hun respectieve lezing, blijft de begrotingsnomenclatuur die de Commissie in haar OB, als gewijzigd bij nota's van wijzigingen nrs. 1 en 2/2016, heeft voorgesteld ongewijzigd, met uitzondering van proefprojecten en voorbereidende acties en de opsplitsing van artikel 18 04 01 Europees burgerinitiatief in twee posten: 18 04 01 01 Europa voor de burger — Het gedenken en de capaciteit voor burgerparticipatie op het niveau van de Unie versterken, en 18 04 01 02 Europees burgerinitiatief.

2.  Begroting 2015

Het ontwerp van gewijzigde begroting (OGB) 8/2015 als voorgesteld door de Commissie wordt zonder wijzigingen goedgekeurd.

3.  Gezamenlijke verklaringen

3.1.  Gezamenlijke verklaring van het Parlement, de Raad en de Commissie over het jongerenwerkgelegenheidsinitiatief

Het Europees Parlement, de Raad en de Commissie brengen in herinnering dat het terugdringen van de jeugdwerkloosheid voor elk van de drie instellingen hoog op de politieke agenda staat, en uiten daarom nogmaals hun vastberadenheid om de daartoe beschikbare middelen, en in het bijzonder het jongerenwerkgelegenheidsinitiatief, optimaal te benutten.

Zij wijzen erop dat, overeenkomstig artikel 14, lid 1, van Verordening (EU, Euratom) nr. 1311/2013 van de Raad van 2 december 2013 tot bepaling van het meerjarig financieel kader voor de jaren 2014-2020, "marges die beschikbaar blijven onder de MFK-maxima voor vastleggingskredieten voor de jaren 2014-2017 een overkoepelende MFK-marge vormen voor vastleggingen, die beschikbaar worden gesteld boven de maxima die in het MFK zijn vastgesteld voor de jaren 2016 tot en met 2020 voor beleidsdoelstellingen met betrekking tot groei en werkgelegenheid, in het bijzonder voor jongeren".

In het kader van de tussentijdse evaluatie/herziening van het MFK zal de Commissie lering trekken uit de resultaten van de evaluatie van het jongerenwerkgelegenheidsinitiatief die, in voorkomend geval, gepaard gaan met voorstellen voor de voortzetting van het initiatief tot 2020.

De Raad en het Parlement zullen de voorstellen die de Commissie in dit verband heeft gedaan, spoedig onderzoeken.

3.2.  Gezamenlijke verklaring over een betalingsprognose 2016-2020

Voortbouwend op de bestaande overeenkomst inzake een betalingsplan 2015-2016 onderkennen het Europees Parlement, de Raad en de Commissie de stappen die zijn genomen om de achterstand op het gebied van uitstaande betalingsaanvragen in het kader van de cohesieprogramma's voor de periode 2007-2013 geleidelijk aan weg te werken en om mogelijke betalingsachterstand in alle rubrieken beter te volgen. Zij bevestigen ernaar te streven een dergelijke opbouw van betalingsachterstand in de toekomst te voorkomen, onder meer door een systeem van vroegtijdige waarschuwing op te zetten.

Het Europees Parlement, de Raad en de Commissie zullen, in overeenstemming met het overeengekomen betalingsplan, gedurende het gehele jaar actief toezien op de stand van uitvoering van de begroting 2016; met name door de in de begroting 2016 opgenomen kredieten zal de Commissie de achterstand op het eind van het jaar wat betreft uitstaande betalingsaanvragen voor de cohesieprogramma's voor de periode 2007-2013 kunnen terugbrengen tot een niveau van ongeveer 2 miljard EUR aan het eind van 2016.

Overeenkomstig punt 36 van de bijlage bij het Interinstitutioneel Akkoord zullen het Europees Parlement, de Raad en de Commissie de uitvoering van de betalingen en de geactualiseerde prognoses blijven inventariseren tijdens specifieke interinstitutionele bijeenkomsten, die in 2016 ten minste drie keer op politiek niveau moeten plaatsvinden.

In deze context wijzen het Europees Parlement, de Raad en de Commissie erop dat tijdens dergelijke bijeenkomsten ook moet worden gesproken over de prognoses op langere termijn inzake de verwachte evolutie van de betalingen tot het einde van het MFK 2014-2020.

3.3.  Verklaring van het Europees Parlement over de toepassing van punt 27 van het Interinstitutioneel Akkoord

Het Europees Parlement verbindt zich ertoe de vermindering van het totaal aantal posten in zijn personeelsbestand voort te zetten en dit proces in 2019 te zullen afronden, overeenkomstig onderstaand tijdschema, rekening houdend met een netto vermindering met 18 posten in 2016:

Jaarlijkse netto vermindering van het totaal aantal goedgekeurde posten in het personeelsbestand van het Europees Parlement ten opzichte van het voorgaande jaar

Nog te verwezenlijken vermindering voor het bereiken van het streefdoel van 5%(1)

2017

2018

2019

2017-2019

179

-60

-60

-59

-179

(1) Het Europees Parlement is van mening dat de vermindering met 5% niet van toepassing is op tijdelijke posten van fracties zoals aangegeven in zijn personeelsbestand.

Juridische mededeling