Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2015/2940(DEA)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : B8-1337/2015

Ingediende teksten :

B8-1337/2015

Debatten :

Stemmingen :

Aangenomen teksten :

P8_TA(2015)0449

Aangenomen teksten
PDF 251kWORD 64k
Woensdag 16 december 2015 - Straatsburg Definitieve uitgave
Besluit om geen bezwaar te maken tegen een gedelegeerde handeling: financiële modelregeling voor publiek-private partnerschapsorganen
P8_TA(2015)0449B8-1337/2015

Besluit van het Europees Parlement om geen bezwaar te maken tegen de gedelegeerde verordening van de Commissie van 30 oktober 2015 tot wijziging van Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 110/2014 tot vaststelling van de financiële modelregeling voor publiek-private partnerschapsorganen bedoeld in artikel 209 van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad (C(2015)07554 – 2015/2940(DEA))

Het Europees Parlement,

–  gezien de gedelegeerde verordening van de Commissie (C(2015)07554),

–  gezien het schrijven van de Commissie van 12 november 2015, waarin zij het Parlement verzoekt te verklaren dat het geen bezwaar zal maken tegen de gedelegeerde verordening,

–  gezien de brief van de Begrotingscommissie en de Commissie begrotingscontrole van 27 november 2015 aan de voorzitter van de Conferentie van commissievoorzitters,

–  gezien artikel 290 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002(1), en met name artikel 210,

–  gezien Verordening (EU, Euratom) nr. 2015/1929 van het Europees Parlement en de Raad van 28 oktober 2015 tot wijziging van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012(2),

–  gezien de aanbeveling voor een besluit van de Begrotingscommissie en de Commissie begrotingscontrole,

–  gezien artikel 105, lid 6, van zijn Reglement,

–  gezien er geen bezwaar werd gemaakt binnen de in artikel 105, lid 6, derde en vierde streepjes, van zijn Reglement gestelde termijn, die op 15 december 2015 verstreek,

A.  overwegende dat het Europees Parlement, de Raad en de Commissie in hun gezamenlijke verklaring over de afzonderlijke kwijtingverlening aan gemeenschappelijke ondernemingen uit hoofde van artikel 209 van het Financieel Reglement(3) met name hebben verklaard voornemens te zijn "de noodzakelijke wijzigingen in artikel 209 en artikel 60, lid 7, van het Financieel Reglement voor te stellen in het kader van de toekomstige herziening van het Financieel Reglement";

B.  overwegende dat Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 op 28 oktober 2015 is gewijzigd bij Verordening (EU, Euratom) nr. 2015/1929, waardoor niet alleen eerstgenoemde verordening is aangepast aan de Richtlijnen 2014/23/EU(4) en 2014/24/EU(5) en het systeem voor de bescherming van de EU-begroting is versterkt, maar ook de artikelen 209 en 60 van die verordening zodanig zijn gewijzigd dat de regels inzake kwijting, externe controle en jaarlijkse rapportage van de organen waarvoor artikel 209 van het Financieel Reglement geldt, parallel lopen met de regels die van toepassing zijn op de organen waarvoor artikel 208 geldt;

C.  overwegende dat de Commissie op 30 oktober 2015 gedelegeerde verordening (C(2015)07554) heeft vastgesteld ter actualisering van Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 110/2014 tot vaststelling van de financiële modelregeling voor publiek-private partnerschapsorganen bedoeld in artikel 209 van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 (waardoor deze wordt aangepast aan de overeenkomstige bepalingen van Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 1271/2013 die gelden voor de organen bedoeld in artikel 208 van het Financieel Reglement), zodat deze vanaf het begin van het begrotingsjaar geldt en er een duidelijke overgang naar de nieuwe regels plaatsvindt;

D.  overwegende dat overeenkomstig artikel 210 van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012, dat de Commissie de bevoegdheid geeft tot het vaststellen van dergelijke gedelegeerde handelingen, gedelegeerde verordening (C(2015)07554) in beginsel pas in werking kan treden na afloop van de toetsingsperiode van Parlement en Raad, die twee maanden duurt vanaf de datum van de kennisgeving - d.w.z. tot 30 december 2015 - en met nog eens twee maanden kan worden verlengd;

E.  overwegende dat de Commissie het Parlement evenwel op 12 november 2015 heeft verzocht om, mocht het niet voornemens zijn bezwaar te maken tegen de gedelegeerde handeling, de Commissie hiervan uiterlijk op 21 december 2015 in kennis te stellen, omdat de gedelegeerde handeling uiterlijk op die datum naar het Publicatiebureau dient te worden gezonden om te verzekeren dat zij nog voor 31 december 2015 in het Publicatieblad verschijnt en, zoals beoogd, op 1 januari 2016 van kracht kan worden;

1.  verklaart geen bezwaar te maken tegen de gedelegeerde verordening;

2.  verzoekt zijn Voorzitter dit besluit te doen toekomen aan de Raad en de Commissie.

(1) PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1.
(2) PB L 286 van 30.10.2015, blz. 1.
(3) PB L 163 van 29.5.2014, blz. 21.
(4) Richtlijn 2014/23/EU van het Europees Parlement en de Raad van 26 februari 2014 betreffende het plaatsen van concessieovereenkomsten (PB L 94 van 28.3.2014, blz. 1).
(5) Richtlijn 2014/24/EU van het Europees Parlement en de Raad van 26 februari 2014 betreffende het plaatsen van overheidsopdrachten en tot intrekking van Richtlijn 2004/18/EG (PB L 94 van 28.3.2014, blz. 65).

Juridische mededeling