Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2015/3006(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : B8-1365/2015

Ingediende teksten :

B8-1365/2015

Debatten :

PV 14/12/2015 - 15
CRE 14/12/2015 - 15

Stemmingen :

PV 16/12/2015 - 11.7

Aangenomen teksten :

P8_TA(2015)0456

Aangenomen teksten
PDF 174kWORD 72k
Woensdag 16 december 2015 - Straatsburg Definitieve uitgave
Bezwaar op grond van artikel 106: verlening van een vergunning voor de genetisch gemodificeerde mais NK603xT25
P8_TA(2015)0456B8-1365/2015

Resolutie van het Europees Parlement van 16 december 2015 over Uitvoeringsbesluit (EU) 2015/2279 van de Commissie van 4 december 2015 tot verlening van een vergunning voor het in de handel brengen van producten die geheel of gedeeltelijk bestaan uit of zijn geproduceerd met de genetisch gemodificeerde mais NK603 × T25 (MON‑ØØ6Ø3‑6 × ACS‑ZMØØ3‑2) krachtens Verordening (EG) nr. 1829/2003 van het Europees Parlement en de Raad (2015/3006(RSP))

Het Europees Parlement,

–  gezien Uitvoeringsbesluit (EU) 2015/2279 van de Commissie van 4 december 2015 tot verlening van een vergunning voor het in de handel brengen van producten die geheel of gedeeltelijk bestaan uit of zijn geproduceerd met de genetisch gemodificeerde mais NK603 × T25 (MON‑ØØ6Ø3‑6 × ACS‑ZMØØ3‑2) krachtens Verordening (EG) nr. 1829/2003 van het Europees Parlement en de Raad(1),

–  gezien Verordening (EG) nr. 1829/2003 van het Europees Parlement en de Raad van 22 september 2003 inzake genetisch gemodificeerde levensmiddelen en diervoeders(2), en met name artikel 7, lid 3, en artikel 19, lid 3,

–  gezien de artikelen 11 en 13 van Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 16 februari 2011 tot vaststelling van de algemene voorschriften en beginselen die van toepassing zijn op de wijze waarop de lidstaten de uitoefening van de uitvoeringsbevoegdheden door de Commissie controleren(3),

–  gezien het advies van de Europese Autoriteit voor voedselveiligheid van 15 juli 2015(4),

–  gezien de ontwerpresolutie van de Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid,

–  gezien artikel 106, leden 2 en 3, van zijn Reglement,

A.  overwegende dat Monsanto Europe nv op 17 mei 2010 bij de bevoegde instantie van Nederland overeenkomstig de artikelen 5 en 17 van Verordening (EG) nr. 1829/2003 een aanvraag heeft ingediend voor het in de handel brengen van levensmiddelen, levensmiddeleningrediënten en diervoeders die geheel of gedeeltelijk bestaan uit of zijn geproduceerd met mais NK603 × T25;

B.  overwegende dat de in de aanvraag beschreven genetisch gemodificeerde mais MON‑ØØ531‑6 × ACS‑ZMØØ3‑2 het CP4 EPSPS-eiwit tot expressie brengt, dat tolerantie geeft voor glyfosaatherbiciden, en het PAT-eiwit tot expressie brengt, dat tolerantie geeft voor glufosinaat-ammoniumherbiciden, en overwegende dat het Internationaal Instituut voor Kankeronderzoek – het gespecialiseerde kankerinstituut van de Wereldgezondheidsorganisatie – glyfosaat op 20 maart 2015 heeft ingedeeld als waarschijnlijk kankerverwekkend voor de mens(5);

C.  overwegende dat de Commissie, ongeacht het feit dat de parlementaire Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid op 1 december 2015 een ontwerpresolutie heeft goedgekeurd waarin zij bezwaar aantekende tegen het ontwerpuitvoeringsbesluit tot verlening van een vergunning voor het in de handel brengen van producten die geheel of gedeeltelijk bestaan uit of zijn geproduceerd met de genetisch gemodificeerde mais NK603 × T25 (MON-ØØ6Ø3-6 × ACS-ZMØØ3-2), heeft besloten het beginsel van loyale samenwerking tussen de EU-instellingen te negeren door het uitvoeringsbesluit op 4 december 2015 vast te stellen, d.w.z. tien dagen voor de opening van de eerste plenaire vergadering van het Parlement na de goedkeuring van de ontwerpresolutie in de commissie waarop het Parlement hierover kon stemmen;

D.  overwegende dat de Commissie op 22 april 2015 in de toelichting bij haar wetgevingsvoorstel tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1829/2003 betreurde dat sinds de inwerkingtreding van Verordening (EG) nr. 1829/2003 de vergunningsbesluiten door de Commissie in overeenstemming met de toepasselijke wetgeving zijn vastgesteld zonder gesteund te worden door het advies van het comité van de lidstaten, en dat terugzending van het dossier aan de Commissie voor een definitieve beslissing, zeer ongebruikelijk voor de procedure in het algemeen, de norm is geworden voor de besluitvorming rond het verlenen van vergunningen voor genetisch gemodificeerde levensmiddelen en diervoeders;

E.  overwegende dat de Commissie is aangesteld op basis van een reeks politieke richtsnoeren, die aan het Europees Parlement zijn voorgelegd, en dat die richtsnoeren een verbintenis omvatten om de wetgeving inzake de toelating van genetisch gemodificeerde organismen (ggo's) te herzien;

F.  overwegende dat het wetgevingsvoorstel van 22 april 2015 tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1829/2003 op 28 oktober 2015 door het Parlement is verworpen(6) omdat, hoewel de teelt noodzakelijkerwijs plaatsvindt op het grondgebied van een lidstaat, de handel in ggo's grensoverschrijdend is, wat betekent dat een nationaal verbod op verkoop en gebruik, zoals de Commissie voorstelt, onmogelijk kan worden gehandhaafd zonder opnieuw grenscontroles op import in te voeren;

G.  overwegende dat het huidige goedkeuringssysteem voor genetisch gemodificeerde levensmiddelen en diervoeders niet goed functioneert, aangezien, zoals de Franse krant Le Monde op 14 oktober 2015 aan het licht bracht(7), zes genetisch gemodificeerde maisvariëteiten voor invoer in de EU zijn goedgekeurd terwijl zij genetische modificaties bevatten die niet zijn opgenomen in de beoordeling toen de gewassen zijn goedgekeurd, en terwijl Syngenta de Europese Autoriteit voor voedselveiligheid en de Commissie pas in juli 2015 van de extra genetische modificaties in kennis heeft gesteld, hoewel de variëteiten tussen 2008 en 2011 voor invoer zijn goedgekeurd;

H.  overwegende dat het Parlement het wetgevingsvoorstel tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1829/2003 weliswaar heeft verworpen, maar de Commissie heeft verzocht haar voorstel in te trekken en een nieuw voorstel in te dienen;

1.  is van mening dat Uitvoeringsbesluit (EU) 2015/2279 van de Commissie de in Verordening (EC) nr. 1829/2003 bedoelde uitvoeringsbevoegdheden overschrijdt;

2.  is van mening dat het besluit van de Commissie om ondanks de verwerping van haar ontwerp door de bevoegde parlementaire commissie over te gaan tot vaststelling van Uitvoeringsbesluit (EU) 2015/2279 voordat het Parlement hierover stemt, indruist tegen artikel 13, lid 2, van het Verdrag betreffende de Europese Unie over de loyale samenwerking tussen de instellingen;

3.  is van oordeel dat alle besluiten tot verlening van een vergunning voor het in de handel brengen van producten die geheel of gedeeltelijk bestaan uit of zijn geproduceerd met genetisch gemodificeerde organismen overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1829/2003 in zijn huidige, niet-functionerende versie, moeten worden opgeschort totdat er op grond van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie een nieuwe verordening is vastgesteld;

4.  is van mening dat het uitvoeringsbesluit van de Commissie niet in overeenstemming is met het recht van de Unie, omdat het niet verenigbaar is met het doel van Verordening (EG) nr. 1829/2003 en Verordening (EG) nr. 396/2005(8), namelijk, overeenkomstig de algemene beginselen die in Verordening (EG) nr. 178/2002(9) zijn vastgesteld, de basis leggen voor het waarborgen van een hoog beschermingsniveau voor het leven en de gezondheid van de mens, de gezondheid en het welzijn van dieren, het milieu en de belangen van de consument met betrekking tot genetisch gemodificeerde levensmiddelen en diervoeders, waarbij de goede werking van de interne markt gewaarborgd is;

5.  verzoekt de Commissie haar Uitvoeringsbesluit (EU) 2015/2279 in te trekken;

6.  verzoekt de Commissie op grond van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie een nieuw wetgevingsvoorstel tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1829/2003 in te dienen, rekening houdend met vaak geuite nationale punten van zorg die niet uitsluitend betrekking hebben op kwesties in verband met de veiligheid van ggo's voor de gezondheid of het milieu;

7.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad en de Commissie, alsmede aan de regeringen en parlementen van de lidstaten.

(1) PB L 322 van 8.12.2015, blz. 58.
(2) PB L 268 van 18.10.2003, blz. 1.
(3) PB L 55 van 28.2.2011, blz. 13.
(4) EFSA GMO Panel (EFSA Panel on Genetically Modified Organisms), 2015. Scientific Opinion on application (EFSA-GMO-NL-2010-80) for the placing on the market of herbicide tolerant genetically modified maize NK603 x T25 for food and feed uses, import and processing under Regulation (EC) No 1829/2003 from Monsanto. EFSA Journal: 2015; 13(7):4165, 23 pp. doi:10.2903/j.efsa.2015.4165.
(5) IARC Monographs Volume 112: evaluation of five organophosphate insecticides and herbicides 20 March 2015 http://www.iarc.fr/en/media-centre/iarcnews/pdf/MonographVolume112.pdf
(6) Aangenomen teksten, P8_TA(2015)0379.
(7) http://www.lemonde.fr/planete/article/2015/10/14/failles-dans-l-homologation-de-six-mais-ogm-en-europe_4788853_3244.html
(8) Verordening (EG) nr. 396/2005 van het Europees Parlement en de Raad van 23 februari 2005 tot vaststelling van maximumgehalten aan bestrijdingsmiddelenresiduen in of op levensmiddelen en diervoeders van plantaardige en dierlijke oorsprong en houdende wijziging van Richtlijn 91/414/EEG van de Raad (PB L 70 van 16.3.2005, blz. 1).
(9) Verordening (EG) nr. 178/2002 van het Europees Parlement en de Raad van 28 januari 2002 tot vaststelling van de algemene beginselen en voorschriften van de levensmiddelenwetgeving, tot oprichting van een Europese Autoriteit voor voedselveiligheid en tot vaststelling van procedures voor voedselveiligheidsaangelegenheden (PB L 31 van 1.2.2002, blz. 1).

Juridische mededeling