Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2015/2268(IMM)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A8-0005/2016

Ingediende teksten :

A8-0005/2016

Debatten :

Stemmingen :

Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2016)0002

Aangenomen teksten
PDF 249kWORD 66k
Dinsdag 19 januari 2016 - Straatsburg Definitieve uitgave
Verzoek om opheffing van de immuniteit van Czesław Adam Siekierski
P8_TA(2016)0002A8-0005/2016

Besluit van het Europees Parlement van 19 januari 2016 over het verzoek om opheffing van de immuniteit van Czesław Adam Siekierski (2015/2268(IMM))

Het Europees Parlement,

–  gezien het aan het Parlement voorgelegde verzoek om opheffing van de immuniteit van Czesław Adam Siekierski, op 7 september 2015 ingediend door de Procureur-Generaal van de Republiek Polen in verband met een door het Poolse inspectoreur-generaal voor het wegvervoer in te stellen procedure (zaak CAN-PST-SCW.7421.35493.2015.5.A.0475), welk verzoek op 5 oktober 2015 ter plenaire vergadering werd aangekondigd,

–  gezien het feit dat Czesław Adam Siekierski afstand heeft gedaan van zijn recht te worden gehoord, overeenkomstig artikel 9, lid 5, van zijn Reglement,

–  gezien artikel 9 van Protocol nr. 7 betreffende de voorrechten en immuniteiten van de Europese Unie, en artikel 6, lid 2, van de Akte van 20 september 1976 betreffende de verkiezing van de leden van het Europees Parlement door middel van rechtstreekse algemene verkiezingen,

–  gezien de arresten van het Hof van Justitie van de Europese Unie van 12 mei 1964, 10 juli 1986, 15 en 21 oktober 2008, 19 maart 2010, 6 september 2011 en 17 januari 2013(1),

–  gezien artikelen 105, lid 2, en artikel 108 van de grondwet van de Republiek Polen en artikel 7b, lid 1, en artikel 7c, lid 1, juncto artikel 10b, van de Poolse wet van 9 mei 1996 betreffende de uitvoering van het mandaat van parlementslid en senator,

–  gezien artikel 5, lid 2, artikel 6, lid 1, en artikel 9 van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie juridische zaken (A8-0005/2016),

A.  overwegende dat de procureur-generaal van de Republiek Polen een verzoek heeft doorgezonden van de Poolse inspecteur-generaal voor het wegvervoer om opheffing van de immuniteit van Czesław Adam Siekierski, lid van het Europees Parlement, wegens het strafbare feit bedoeld in artikel 92a van het Wetboek kleine overtredingen van 20 mei 1971 juncto artikel 20, lid 1, van de wegenverkeerswet van 20 juni 1997; overwegende dat het concreet gaat om een snelheidsovertreding binnen de bebouwde kom;

B.  overwegende dat in artikel 9 van Protocol nr. 7 betreffende de voorrechten en immuniteiten van de Europese Unie bepaald is dat de leden van het Europees Parlement op hun eigen grondgebied dezelfde immuniteiten genieten welke aan de leden van de volksvertegenwoordiging in hun land zijn verleend,

C.  overwegende dat ingevolge artikel 105, lid 2, en artikel 108 van de grondwet van de Republiek Polen leden van het parlement of van de Senaat tijdens de parlementaire zittingsperiode strafrechtelijk niet aansprakelijk kunnen gesteld worden zonder voorafgaande toestemming van de Sejm respectievelijk de Senaat;

D.  overwegende dat het dus aan het Europees Parlement staat om te beslissen of de immuniteit van of Czesław Adam Siekierski al dan niet dient te worden opgeheven;

E.  overwegende dat de Commissie juridische zaken zich ingevolge artikel 9, lid 7 van het Reglement in geen geval mag uitspreken over de vraag of het betrokken lid al dan niet schuldig is;

F.  overwegende dat in het onderhavige geval in het Parlement niet is gebleken van fumus persecutionis, dat wil zeggen een voldoende ernstig en nauwkeurig vermoeden dat de het verzoek is gedaan om de het lid van het Parlement vanuit politiek oogpunt te beschadigen;

1.  besluit de immuniteit van Czesław Adam Siekierski op te heffen;

2.  verzoekt zijn Voorzitter dit besluit en het verslag van zijn bevoegde commissie onmiddellijk te doen toekomen aan de de bevoegde autoriteit van de Republiek Polen en aan Czesław Adam Siekierski.

(1) Arrest van het Hof van Justitie van 12 mei 1964, Wagner/Fohrmann en Krier, 101/63, ECLI:EU:C:1964:28; arrest van het Hof van Justitie van 10 juli 1986, Wybot/Faure e.a., 149/85, ECLI:EU:C:1986:310; arrest van het Gerecht van 15 oktober 2008, Mote/Parlement, T-345/05, ECLI:EU:T:2008:440; arrest van het Hof van Justitie van 21 oktober 2008, Marra/De Gregorio en Clemente, C-200/07 en C-201/07, ECLI:EU:C:2008:579; arrest van het Gerecht van 19 maart 2010, Gollnisch/Parlement, T-42/06, ECLI:EU:T:2010:102; arrest van het Hof van Justitie van 6 september 2011, Patriciello, C-163/10, ECLI: EU:C:2011:543; arrest van het Gerecht van 17 januari 2013, Gollnisch/Parlement, T-346/11 en T-347/11, ECLI:EU:T:2013:23.

Juridische mededeling