Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2015/2106(INI)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A8-0360/2015

Ingediende teksten :

A8-0360/2015

Debatten :

PV 18/01/2016 - 18
CRE 18/01/2016 - 18

Stemmingen :

PV 19/01/2016 - 5.6
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2016)0006

Aangenomen teksten
PDF 280kWORD 117k
Dinsdag 19 januari 2016 - Straatsburg Definitieve uitgave
Inventaris en uitdagingen van de EU-verordening financiële diensten
P8_TA(2016)0006A8-0360/2015

Resolutie van het Europees Parlement van 19 januari 2016 over de inventarisatie en uitdagingen van de EU-verordening financiële diensten: impact en op weg naar een efficiënter en doeltreffender EU-kader voor financiële regelgeving en een kapitaalmarktenunie (2015/2106(INI))

Het Europees Parlement,

–  gezien het Groenboek van de Commissie getiteld "Het opbouwen van een kapitaalmarktenunie" (COM(2015)0063) en de resolutie van het Parlement van 9 juli 2015 hierover(1),

–  gezien het verslag van 25 februari 2009 van de door Jacques de Larosière voorgezeten groep van deskundigen op hoog niveau inzake financieel toezicht in de EU,

–  gezien het verslag van het Bazels Comité voor bankentoezicht (BCBS) van juli 2015 getiteld "Report on the impact and accountability of banking supervision" (verslag over het effect en de verantwoordingsstructuur van het bankentoezicht),

–  gezien het werkdocument van de diensten van de Commissie getiteld "Initial reflections on the obstacles to the development of deep and integrated EU capital markets" (SWD(2015)0013),

–  gezien de conclusies van de Raad inzake een kapitaalmarktenunie, die op 19 juni 2015 door de Raad Economische en Financiële Zaken zijn goedgekeurd,

–  gezien de mededeling van de Commissie van 26 november 2014 getiteld "Een investeringsplan voor Europa" (COM(2014)0903),

–  gezien het informele ECON-verslag(2) getiteld "Enhancing the coherence of EU financial services legislation", dat op 30 januari 2014 door de commissie werd goedgekeurd,

–  gezien de mededeling van de Commissie van 15 mei 2014 getiteld "Een hervormde financiële sector voor Europa" (COM(2014)0279),

–  gezien het werkdocument van de diensten van de Commissie getiteld "Economic Review of the Financial Regulation Agenda" (SWD(2014)0158),

–  gezien zijn resolutie van 11 maart 2014 over de evaluatie van het Europees systeem voor financieel toezicht (ESFS)(3),

–  gezien het verslag van de Commissie betreffende de taken en de organisatie van het Europees Comité voor systeemrisico's (ESRB) (COM(2014)0508),

–  gezien het verslag van de Commissie betreffende de werking van de Europese toezichthoudende autoriteiten (ETA's) en het Europees Systeem voor financieel toezicht (ESFS) (COM(2014)0509),

–  gezien zijn resolutie van 26 februari 2014 over langetermijnfinanciering van de Europese economie(4),

–  gezien de mededeling van de Commissie van 27 maart 2014 getiteld "Langetermijnfinanciering van de Europese economie" (COM(2014)0168),

–  gezien de mededeling van de Commissie van 19 mei 2015 getiteld "Betere regelgeving voor betere resultaten - Een EU-agenda" (COM(2015)0215),

–  gezien de mededeling van de Commissie van 19 mei 2015 getiteld "Voorstel voor een interinstitutioneel akkoord over betere regelgeving" (COM(2015)0216),

–  gezien het verslag van het Europees Comité voor systeemrisico's over de wettelijke behandeling van blootstellingen aan staatsschulden van maart 2015(5),

–  gezien het eindverslag van de Britse parlementaire commissie voor banknormen, getiteld "Changing banking for good",

–  gezien artikel 52 van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie economische en monetaire zaken en het advies van de Commissie industrie, onderzoek en energie (A8-0360/2015),

A.  overwegende dat de financiële crisis van 2007-2008 en de wijdverbreide negatieve effecten ervan onder meer werden veroorzaakt door een gebrek aan toepassing van adequate en doeltreffende regelgeving inzake financiële diensten voor in toenemende mate complexe markten en producten; overwegende dat in de afgelopen jaren een ambitieuze agenda voor de hervorming van de financiële sector van de EU is gelanceerd teneinde de financiële regelgeving en het financieel toezicht te versterken, de financiële stabiliteit te herstellen, het financiële systeem weerbaarder te maken tegen schokken, de risico´s voor belastingbetalers te verkleinen en beter in te spelen op de behoeften van beleggers en de financieringsbehoeften van de reële economie; overwegende dat, ondanks de verbetering van de groeivooruitzichten in Europa, er nog geen sprake is van een volledig herstel;

B.  overwegende dat zich in alle financiële sectoren, met inbegrip van het bankwezen, het verzekeringswezen, effectenmarkten, investeringsfondsen en de infrastructuur van de financiële markten, diepgaande veranderingen hebben voorgedaan en zich nog steeds voordoen;

C.  overwegende dat de omzetting en tenuitvoerlegging van de hervorming van de financiële regelgeving nog loopt en dat een aantal belangrijke hervormingen nog op zich laat wachten en in het bijzonder veel gedelegeerde handelingen en uitvoeringshandelingen nog moeten worden voltooid; overwegende dat de situatie in het bankwezen, in het verzekeringswezen en op de financiële markten wordt gekenmerkt door voortdurende veranderingen en innovaties, hetgeen betekent dat de regelgeving met betrekking tot deze sectoren onderhevig moet zijn aan een permanente evaluatie met het oog op proportionaliteit en doeltreffendheid, en dat deze regelgeving bijgevolg voortdurend moet worden aangepast;

D.  overwegende dat de kapitaalmarkt in de Unie nog steeds versnipperd is; overwegende dat de kapitaalmarktenunie een waardevol kader zou kunnen vormen om kmo's in de hele EU gelijke toegang tot financiering te bieden en innovatieve platforms voor marktfinanciering te bevorderen; overwegende dat specifieke tekorten aan kredieten voor kmo´s en micro-ondernemingen eveneens te wijten zijn aan een gebrek aan gerichte oplossingen voor de reële economie; overwegende dat de kapitaalmarktgebaseerde omgeving in de Verenigde Staten vaak wordt genoemd, maar fundamenteel verschilt van de op het bankwezen gebaseerde omgeving in de Europese Unie en niet dient te worden gekopieerd of als model dient te fungeren; overwegende dat de kapitaalmarktenunie gelegenheid biedt om de kapitaalmarkten in de Europese Unie te versterken als aanvulling op financiering via banken; overwegende dat in de VS na de financiële crisis leningen door banken aan ondernemingen een grotere vlucht hebben genomen dan kapitaalmarktgebaseerde financiering;

Inventarisatie en uitdagingen van het huidige kader

1.  wijst erop dat in de mededeling van de Commissie getiteld "Een hervormde financiële sector voor Europa" een eerste inventarisatie van de hervormingen van de financiële sector wordt opgemaakt, doch dat hierin geen volledige evaluatie of kwantitatieve analyse van de totaaleffecten en de interactie met afzonderlijke maatregelen wordt gegeven;

2.  is verheugd over het door de Commissie voorgestelde investeringspakket, met inbegrip van de kapitaalmarktenunie; onderstreept de behoefte aan aanvullende niet-bancaire financiering en benadrukt voorts dat een van de kernbeginselen van een kapitaalmarktenunie gelegen is in meer aandacht voor de eindgebruikers van kapitaalmarkten, dat wil zeggen ondernemingen en beleggers; benadrukt dat een efficiënt en effectief kader voor financiële diensten dat financiële stabiliteit waarborgt een eerste vereiste is om de (langetermijn)investeringen te vergroten en de groei in een concurrerende Europese economie te bevorderen; benadrukt het verband tussen economische en financiële stabiliteit; benadrukt voorts dat een betrouwbaar economisch beleid, doeltreffende structurele hervormingen en een solide begrotingsbeleid bevorderlijk zijn voor de gezondheid en het groeipotentieel van de reële economie in de lidstaten en in de EU als geheel; erkent dat de kapitaalmarkten een belangrijk rol kunnen vervullen als het erom gaat in de financieringsbehoeften van de economieën van de lidstaten te voorzien;

3.  erkent dat de aanhoudende financiële en schuldencrisis ongekende negatieve gevolgen heeft, met name voor de reële economie en het geld van de belastingbetalers; erkent in dit verband dat de financiële regelgeving waarover de Europese instellingen de afgelopen vijf jaar overeenstemming hebben bereikt het Europese financiële stelsel in structureel opzicht beter bestand heeft gemaakt tegen toekomstige crises; is ingenomen met het actieplan van de Commissie inzake de kapitaalmarktenunie; is verheugd over het feit dat de Commissie aandacht besteedt aan een doeltreffende bescherming van consumenten en beleggers als een van de beginselen waarop de kapitaalmarktenunie moet zijn gebaseerd;

4.  erkent de resultaten die dankzij de financiële regelgeving zijn behaald bij de bestrijding van de gevolgen van de financiële crisis; neemt kennis van de bezorgdheid over de toegenomen complexiteit, die tot uiting komt in de gegroeide hoeveelheid wetgeving en toezicht en de details en het aantal lagen hiervan, waarbij sprake is van vereisten op internationaal, Europees en nationaal niveau; wijst erop dat ingewikkelde regelgeving eveneens een weerspiegeling vormt van het complexe karakter van financiële markten, met inbegrip van financiële instrumenten, marktinfrastructuur en instellingen; onderstreept dat buitensporig complexe regelgeving en strakkere voorwaarden een nadelig effect op investeringen kunnen hebben; is van mening dat de complexiteit van de regelgeving eveneens moet worden aangepakt wat betreft de toepassing ervan op niet tot de financiële sector behorende eindgebruikers van financiële producten; benadrukt de noodzaak van internationale samenwerking op regelgevingsgebied binnen een mondiaal kader van betere samenwerking en meer verantwoordingsplicht;

5.  wijst erop dat in het kader van een gezonde en solide kapitaalmarktenunie de onderlinge afhankelijkheid ten aanzien van andere financiële sectoren erkend moet worden en aanvullende marktgebaseerde financieringsbronnen voor de reële economie moeten worden verkend, en dat zij eerst en vooral moet worden gebaseerd op stevig verankerde bestaande structuren; benadrukt de noodzaak van een holistische kijk op de EU-regelgeving inzake financiële diensten, waarbij de kapitaalmarktenunie een bijdrage levert aan de aanvulling van financiering door banken; dringt erop aan dat in de kapitaalmarktenunie, naast de oriëntatie op bedrijfsfinanciering, het perspectief van consumenten en investeerders in aanmerking wordt genomen; is van mening dat de Commissie daartoe nauw dient samen te werken met het ESRB, de ETA's en de nationale bevoegde autoriteiten om eventuele discrepanties in het beleid te corrigeren die de doelstellingen van de kapitaalmarktenunie zouden kunnen ondermijnen; verzoekt de Commissie zich bij de ontwikkeling van een kapitaalmarkt voor de gehele Unie op goed functionerende beste praktijken te baseren;

6.  meent dat wetgeving niet altijd de meest geschikte beleidsrespons is en dat niet-wetgevende, op de markt gebaseerde benaderingen terdege in aanmerking moeten worden genomen;

7.  verzoekt de Commissie een geïntegreerde benadering met betrekking tot de kapitaalmarktenunie te hanteren en aandacht te besteden aan andere beleidsagenda's, zoals de ontwikkeling van een digitale interne markt en de lopende hervormingen op het gebied van het vennootschapsrecht en ondernemingsbestuur; is van mening dat de Commissie rekening moet houden met de nieuwste technologische ontwikkelingen; uit in dit verband zijn bezorgdheid over de bedreiging van de cyberveiligheid en verzoekt de Commissie ervoor te zorgen dit een integraal onderdeel van de EU-strategie wordt;

8.  is van mening dat effectieve en efficiënte EU-regelgeving inzake financiële diensten coherent, consistent (ook op sectoroverschrijdend niveau), evenredig, niet-overlappend en niet nodeloos ingewikkeld dient te zijn, en dat rechtsonzekerheid, regelgevingsarbitrage en hoge transactiekosten moeten worden voorkomen; is voorts van mening dat deze wetgeving bemiddelaars in staat moet stellen hun rol te vervullen bij de kanalisering van financiële middelen naar de reële economie om zo de financiering ervan te vergemakkelijken, in dienst moet staan van spaarders en investeerders en risico´s voor de financiële stabiliteit en de belastingbetaler op doeltreffende wijze moet aanpakken, zodat financiële crises zich niet opnieuw kunnen voordoen en er bescherming wordt geboden tegen systeemrisico´s; vindt dat zij de verdieping van de interne markt moet ondersteunen en gericht moet zijn op concrete doelstellingen die beter op Europees niveau te verwezenlijken zijn en tegelijkertijd voldoende ruimte moet laten voor innovatieve financiering met een lokale focus;

9.  uit zijn bezorgdheid over de aanhoudende problemen rond IBAN-nummers, die nog altijd als ongeldig worden beschouwd in het geval van automatische afschrijvingen van bankrekeningen in een andere lidstaat dan die van de begunstigde;

10.  onderstreept dat het kader voor financiële diensten moet worden geëvalueerd, waarbij zowel een kwantitatieve als een kwalitatieve aanpak moet worden gevolgd; wijst erop dat soortgelijke evaluaties plaatsvinden in andere rechtsgebieden, bijvoorbeeld in de VS; benadrukt dat deze evaluatie moet bijdragen tot de totstandbrenging van beter functionerende financiële markten in dienst van de financieringsbehoeften van de reële economie, onder meer door mazen, hiaten, inconsistenties, incoherentie en onevenredigheid aan te pakken; onderstreept voorts dat zij de tot dusver behaalde resultaten op het gebied van wetgeving niet mag ondermijnen, daarbij rekening houdend met de in de herzieningsbepalingen van ieder specifiek wetgevingsbesluit opgenomen verzoeken, en zonder dat op de resultaten vooruit wordt gelopen, en dat zij niet gezien moet worden als een poging tot deregulering;

11.  is van mening dat ondernemingen baat hebben bij een interne markt voor financiële diensten, maar dat zij uiteindelijk ten goede moet komen aan klanten en investeerders; benadrukt nogmaals dat er nog steeds sprake is van talrijke belemmeringen en obstakels voor grensoverschrijdende toegang, handel en investeringen en dat deze moeten worden onderzocht, aangepakt en weggenomen, terwijl een zo hoog mogelijk niveau van bescherming voor beleggers moet worden gehandhaafd; herinnert eraan dat alleen met zekerheid kan worden gesteld dat de vermindering van belemmeringen voor kapitaalstromen tot een verbetering van de groeivooruitzichten voor de lange termijn zal leiden wanneer voor ondernemingen over de hele linie de juiste stimulansen worden vastgesteld; wijst voorts op het belang van een goed ontwikkeld lokaal ecosysteem dat kleine ondernemingen in staat stelt kapitaal aan te trekken om te groeien;

12.  is van mening dat consumentenbescherming niet noodzakelijkerwijs grote hoeveelheden informatie met zich meebrengt en dat de nadruk juist op de kwaliteit en de begrijpelijkheid van informatie moet liggen, om een gedegen besluitvorming mogelijk te maken – informatie moet relevant, nauwkeurig, vergelijkbaar, gebruiksvriendelijk en betrouwbaar zijn en op tijd worden verstrekt; vreest dat de veelvoudigheid en complexiteit van klantinformatie wellicht niet beantwoordt aan de behoeften van de klant; pleit ervoor een evenwicht te vinden tussen de verplichting om consumenten te voorzien van de informatie die zij nodig hebben om een weloverwogen keuze te kunnen maken en de aan de transactie verbonden risico's te begrijpen, en de noodzaak om ondernemingen, met name kmo's, te vrijwaren van onnodige lasten; pleit voor een verdere digitalisering van informatie; benadrukt dat financieel adviseurs en werknemers die consumentenadvies verstrekken bij financiële instellingen de opleiding en tijd moeten krijgen die zij nodig hebben om cliënten naar behoren van dienst te zijn; wijst op het belang van doeltreffende toezichtsbevoegdheden om, indien nodig, in te kunnen grijpen bij de handel in producten; wijst erop dat voor het einde van 2016 een Europees initiatief voor meer en beter financieel onderwijs moet worden ontplooid, daarbij rekening houdend met de specifieke behoeften van iedere lidstaat, mede om te zorgen voor volledig inzicht in de voor- en nadelen van het beleggen in kapitaalmarkten; onderstreept eveneens dat financieel onderwijs gericht moet zijn op kmo's, teneinde hen te leren hoe ze kapitaalmarkten kunnen gebruiken; gelooft dat meer transparantie van belang is om bedrijven, investeerders en consumenten in staat te stellen de vergelijkende kosten en baten van verschillende door de marktdeelnemers verstrekte diensten te begrijpen, maar wijst er eveneens op dat meer transparantie gepaard moet gaan met een meerwaarde voor de klanten of de bevoegde toezichthouders en gericht moet zijn op het praktische gebruik van de informatie en de gegevens;

13.  wijst met klem op de voordelen van activadiversificatie zowel wat betreft activaklassen als wat betreft de herkomst van de activa, om betere risicodiversificatie mogelijk te maken en beter in te springen op de behoeften van beleggers; benadrukt dat prudentiële regelgeving niet ten doel heeft bepaalde activatypen te bevoordelen; dringt aan op een op risico's gebaseerde benadering van regelgeving, waarbij dezelfde regels van toepassing zijn op dezelfde risico's, en die wordt aangevuld door andere gestandaardiseerde maatregelen: is van mening dat een fijnmazigere indeling van activatypen wenselijk is, met name door categorieën zoals infrastructuur in het leven te roepen; erkent dat infrastructuurprojecten niet per se minder risico met zich meebrengen en dringt aan op passende prudentiële regelgeving; is voorstander van nader onderzoek naar risico's en voordelen van infrastructuur, waarbij de toegepaste methoden bekend worden gemaakt, teneinde op feiten gebaseerde conclusies te kunnen trekken;

14.  benadrukt dat de op risico's gebaseerde benadering consistent dient te zijn en dat de mogelijkheden voor regelgevingsarbitrage derhalve aan banden dienen te worden gelegd; benadrukt dat de koppeling tussen overheden en banken op nationaal niveau doorbroken moet worden door middel van de volledige en consistente tenuitvoerlegging in de lidstaten van de richtlijn herstel en afwikkeling van banken en de bepalingen van het gemeenschappelijk afwikkelingsmechanisme (GAM) en het gemeenschappelijk afwikkelingsfonds (GAF); neemt kennis van de bijdragen van het Bazels Comité voor bankentoezicht (BCBS) en het Europees Comité voor systeemrisico's (ESRB) inzake door banken aangehouden posities in staatsobligaties, met inbegrip van de zorgvuldige bestudering van de volgende stappen; benadrukt dat bij het beleid uitdrukkelijk rekening moet worden gehouden met de wisselwerking tussen individuele en endogene risico's, in het bijzonder wanneer financiële instellingen gebruik maken van dezelfde door toezichthouders goedgekeurde standaardrisicomodellen;

15.  wijst op de mogelijke onbedoelde gevolgen van veelvoudige kapitaal-, liquiditeits- en hefboomfinancieringsvereisten op looptijdtransformatie, de verstrekking van langetermijnfinanciering en marketmaking en liquiditeitsverstrekking, en herinnert er tegelijkertijd aan dat deze vereisten werden opgesteld in antwoord op de financiële crisis; maakt zich zorgen over het feit dat de onevenredigheid van vereisten een risico kan vormen voor het bedrijfsmodel van kleine en middelgrote banken en zodoende onbedoelde gevolgen kan hebben voor de structuur van de financiële sector; dringt er bij de Commissie op aan om, in samenwerking met de toezichthouders, deze gevolgen voor het bank- en het verzekeringswezen en mogelijke complementariteiten zo snel mogelijk te analyseren;

16.  uit zijn bezorgdheid over de wisselwerking tussen marktwetgeving en kapitaalvereisten nu bij de herziening van de richtlijn markten voor financiële instrumenten (MiFID) nieuwe entiteiten als gereglementeerde entiteiten onder het toepassingsgebied van die richtlijn zijn komen te vallen, terwijl de verordening kapitaalvereisten niet is aangepast om rekening te houden met een grotere verscheidenheid aan ondernemingen;

17.  uit zijn bezorgdheid over het feit dat de in het kader van de verordening Europese marktinfrastructuur (EMIR-verordening) geldende vrijstellingen voor niet-financiële ondernemingen deels ongedaan zijn gemaakt in de richtlijn en de verordening inzake kapitaalvereisten met betrekking tot de toepassing van de vereiste inzake de aanpassing van de kredietwaardering (CVA-vereiste); dringt er bij de Commissie op aan zich beter van haar taak te kwijten om tussen haar verschillende wetgevingsvoorstellen voor consistentie van aanpak en resultaten van het beleid te zorgen;

18.  is van oordeel dat specifieke bepalingen in de bestaande verordening die betrekking hebben op niet-financiële ondernemingen, moeten worden uitgebreid en evenrediger moeten worden om de administratieve lasten terug te dringen en het in de economie voor toekomstige investeringen beschikbare kapitaal niet te verminderen; verzoekt de Commissie om bij de herziening van de EMIR-verordening de problemen bij de toepassing van complexe regelingen aan te pakken door de procedures te vereenvoudigen, maar wel in gedachten te houden dat de vrijstelling ten doel heeft te waarborgen dat niet-financiële ondernemingen geen lasten ondervinden van wetgeving die gericht is op financiële-marktdeelnemers;

19.  verzoekt de Commissie bij de herziening van de EMIR-verordening te onderzoeken welk effect de verlaging van de kwaliteit van de door centrale tegenpartijen (ctp's) geaccepteerde zekerheden kan hebben voor de veerkracht van ctp's, en verzoekt haar te overwegen of bepaalde marktdeelnemers zoals pensioenfondsen permanent dienen te worden vrijgesteld van centrale clearing indien hun deelname ertoe leidt dat de stabiliteit van het financiële systeem als geheel wordt verminderd als gevolg van het feit dat alternatieve, niet-contante zekerheden worden aanvaard;

20.  is bezorgd over het gebrek aan beschikbare en aantrekkelijke aan het risico aangepaste (langetermijn)beleggingsproducten en kostenefficiënte en geschikte spaarproducten voor consumenten; herhaalt dat verscheidenheid in beleggings- en consumentenkeuzen noodzakelijk is, aangezien beleggersvertrouwen van groot belang is voor meer investeringen; benadrukt dat een omgeving moet worden gecreëerd waarin de innovatie van financiële producten wordt gestimuleerd, zodat meer diversiteit en voordelen voor de reële economie worden bewerkstelligd en wordt voorzien in sterkere investeringsprikkels, en die eveneens kan bijdragen tot de waarborging van adequate, veilige en duurzame pensioenen, bijvoorbeeld door middel van de ontwikkeling van een Pan-Europees pensioenproduct (PEPP), met een eenvoudige en transparante opzet; verzoekt de ETA's om, in overeenstemming met hun mandaat, analyses te maken en verslag te doen van consumententrends, vooral met betrekking tot retailproducten;

21.  is verheugd over de diversiteit van bedrijfsmodellen; dringt erop aan deze diversiteit tot uitdrukking te laten komen in de regelgeving en het toezicht, waarbij volledig rekening dient te worden gehouden met de aard, de omvang, de risicograad en de complexiteit van de desbetreffende entiteiten, met inachtneming van de beginselen van eerlijke concurrentie en doeltreffend toezicht; wijst er nogmaals op dat diversiteit van financieringsinstrumenten een voordeel is;

22.  is van mening dat een doeltreffende kapitaalmarktenunie zowel kleine als grote EU-ondernemingen in verschillende groeifasen in staat moet stellen om op gebruiksvriendelijke, efficiënte en goedkope wijze toegang te verkrijgen tot de kapitaalmarkten in de Unie; is van mening dat regelgeving beursnoteringen niet mag compliceren en geen belemmering voor niet-beursgenoteerde ondernemingen mag vormen om een beursgenoteerde onderneming te worden; benadrukt de noodzaak van een gestroomlijnd regelgevingsstelsel voor de primaire markt om het aantrekken van financiële middelen te vergemakkelijken, waarbij tegelijkertijd voor een passend niveau van beleggersbescherming moet worden gezorgd; onderstreept het potentieel van innovatieve op de markt gebaseerde financiering, in het bijzonder de mogelijkheden die financiële technologieën, waaronder crowdfunding en peer-to-peer leningen, bieden, en benadrukt dat de respectievelijke wettelijke voorschriften moeten worden gestroomlijnd; verzoekt de Commissie ruimte te bieden voor de ontwikkeling van dergelijke nieuwe modellen en deze te verkennen en te promoten, en daarbij prioriteit te verlenen aan de grensoverschrijdende dimensie ervan en te zorgen voor een vermindering van de belemmeringen voor markttoegang; verzoekt de Commissie met behulp van haar dienst ter ondersteuning van structurele hervormingen (Structural Reform Support Service) bijstand te verlenen aan alle lidstaten waar de kapitaalmarkt zich in de ontwikkelingsfase bevindt;

23.  dringt aan op een adequate en duidelijke bevoegdheidsverdeling tussen de EU en de nationale overheden, waarbij in gedachte moet worden gehouden dat nationale toezichthouders beter op de hoogte zijn van de kenmerken van lokale markten; onderstreept dat de doeltreffendheid van het gemeenschappelijk toezichtsmechanisme (GTM), een gelijk speelveld en transparantie moeten worden gewaarborgd en dat belangenconflicten tussen de toezichthoudende autoriteiten en de onder toezicht staande entiteiten moeten worden vermeden; is bezorgd over de gevolgen van een "one-size-fits-all-benadering" in het toezicht op kleinere en hoofdzakelijk op nationaal niveau actieve entiteiten binnen het gemeenschappelijk toezichtsmechanisme (GTM);

24.  wijst op de resultaten die zijn geboekt bij de opzet van een bankenunie en wijst op de cruciale rol die zij vervult bij de aanpak van de onderlinge afhankelijkheid tussen risico´s van landen en risico´s van banken en bij de vermindering van systeemrisico´s door gemeenschappelijk optreden; neemt kennis van de stapsgewijze voltooiing van de bankenunie; benadrukt dat de volledige en tijdige tenuitvoerlegging van de bestaande wetgeving noodzakelijk is; neemt kennis van de gesprekken over een Europees depositoverzekeringsstelsel (EDIS), waarover het Parlement als medewetgever medezeggenschap heeft; onderstreept dat ernaar gestreefd moet worden morele risico's te vermijden en het beginsel van aansprakelijkheid als rode draad te handhaven; bekritiseert het feit dat bij de berekening van de bijdragen aan het GAF te weinig rekening wordt gehouden met risicofactoren; erkent de inspanningen om de verordening inzake structurele hervorming van banken te voltooien;

25.  onderstreept de noodzaak om vastgestelde wetgeving ten uitvoer te leggen en te handhaven voordat een ingrijpende herziening van deze wetgeving in overweging wordt genomen; benadrukt dat een snelle omzetting van Richtlijn 2014/59/EU in het nationaal recht en toereikende financiering en doeltreffendheid van het GAM de hoogste prioriteit moeten krijgen, en dringt er bijgevolg op aan dat de volledige tenuitvoerlegging van deze maatregelen wordt voltooid binnen het passende regelgevingskader; benadrukt in dit verband dat de opheffing van directe en wederzijdse verbindingen tussen nationale begrotingen en bankenrisico's, die een grote bedreiging voor de financiële stabiliteit vormen, van fundamenteel belang is; wijst erop dat door het ontbreken van regels voor de omgang met landen die als gevolg van grote schulden hun toegang tot de financiële markten verliezen, vaak te laat wordt gehandeld, wat ongunstige gevolgen voor de financiële stabiliteit kan hebben;

26.  wijst nogmaals op de noodzaak van een gelijk speelveld binnen de EU, ook ten aanzien van banken die onder het toezicht van het GTM staan en banken in niet-deelnemende lidstaten, en pleit voor de volledige opname van niet tot de eurozone behorende lidstaten in de bankenunie, daarbij rekening houdend met het feit dat voor bepaalde onderdelen momenteel vrijwillige deelname geldt; dringt er bij de Commissie op aan ervoor te zorgen dat de interne markt verder wordt ontwikkeld, rekening houdend met specifieke nationale omstandigheden; dringt er bij de Commissie op aan om, wat wetgeving en toezicht betreft, een krachtige aanpak te blijven nastreven ten aanzien van parallel bankieren en schaduwbankieren, teneinde systeemrisico´s te verminderen en de transparantie te verbeteren; is ingenomen met de grote stappen die in de Europese verzekeringswetgeving zijn gezet door de toepassing, per 1 januari 2016, van de Solvabiliteit II-richtlijn, die moet worden geëvalueerd en mogelijk verder moet worden ontwikkeld, waarbij rekening moet worden gehouden met het internationale kader voor mondiale systeemrelevante verzekeraars;

27.  erkent dat kmo's traditioneel afhankelijk zijn van financiering door banken vanwege hun specifieke aard, hun afwijkende risicoprofiel en hun verscheidenheid binnen Europa; dringt er bij de Commissie op aan om, in samenwerking met de ETA's, de ECB en de nationale autoriteiten, de toereikendheid van kmo-financiering te beoordelen, de obstakels voor en voordelen van de diversifiëring van financieringskanalen te analyseren en na te gaan hoe banken en niet-bancaire instellingen in staat kunnen worden gesteld de financiering voor kmo's te vergroten, om de keuze voor ondernemingen uit verschillende financieringsmethoden in hun respectieve ontwikkelingsfase te verruimen; herinnert aan het belang van instrumenten zoals de "ondersteuningsfactor voor kmo’s "; stelt voor de initiatieven voor verbeterde financiering van kmo's uit te breiden tot start-ups, micro-ondernemingen en midcap-ondernemingen; benadrukt het potentieel van innovatieve en nog nauwelijks benutte mogelijkheden voor de financiering van kmo's, zoals peer-to-peer leningen, crowdfunding en onderhandse leningen, en onderstreept dat de desbetreffende wettelijke voorschriften moeten worden gestroomlijnd;

28.  onderstreept het belang van een snelle tenuitvoerlegging van reeds vastgestelde maatregelen die de verwezenlijking van de doelstellingen van de kapitaalmarktenunie ondersteunen; verzoekt de Commissie om in toekomstige regelgeving inzake financiële diensten actief gebruik te maken van de categorie "kmo-groeimarkt";

29.  is van mening dat ondernemingen de mogelijkheid moeten hebben om naargelang hun grootte, complexiteit en financieringsbehoeften een passend markttype in de EU te kiezen, en benadrukt dat diepere, sterker geïntegreerde pan-Europese kapitaalmarkten tot stand moeten worden gebracht die gescheiden zijn van, maar compatibel zijn met essentiële regionale en lokale markten;

30.  ziet uit naar de komende herziening van de prospectusrichtlijn; benadrukt dat de herziening moet zijn gericht op de vermindering van de kosten en de vereenvoudiging van procedures voor kmo's, waarbij het juiste evenwicht moet worden gevonden wat betreft de bescherming van beleggers;

31.  erkent de voortgaande inspanningen voor de totstandbrenging van een transparantere securitisatiemarkt die hoge procedurenormen, rechtszekerheid en vergelijkbaarheid van securitisatie-instrumenten waarborgt; benadrukt dat een gegevensregister moet worden opgezet; benadrukt dat er strikte vereisten dienen te gelden voor onderliggende kwalitatief hoogwaardige activa evenals ijkingen overeenkomstig het daadwerkelijke risicoprofiel en het risicobewustzijn van alle deelnemers op de securitisatiemarkten, rekening houdend met de risicograad van securitisatie, met name synthetische securitisatie, zoals die tijdens de crisis is gebleken, maar ook met de uiteenlopende ervaringen die in de EU en de VS zijn opgedaan; benadrukt nogmaals dat de risicobehoudvereisten niet verlaagd mogen worden, teneinde morele risico´s te vermijden; benadrukt dat een onafhankelijke certificering van de vervulling van de toepasselijke criteria moet worden overwogen; verzoekt de Commissie om zo spoedig mogelijk een grondige analyse te maken van de risico's en voordelen van securitisatie voor kmo's, beleggers en de financiële stabiliteit en van de verhandelbaarheid van securitisatie-instrumenten, en hierover verslag uit te brengen aan het Parlement;

32.  is van mening dat een aanpak die gericht is op meer standaardisatie van producten en procedures, de complexiteit kan verminderen, maar ook het concentratierisico kan verhogen; uit zijn bezorgdheid over het gevaar dat marktdeelnemers in geval van spanningen op de markten allemaal dezelfde kant op bewegen, en dringt aan op de vaststelling van passende waarborgen en toezicht op het bevoegde niveau met het oog op de ontwikkeling van een kwalitatief hoogwaardige securitisatiemarkt;

33.  onderstreept dat het noodzakelijk is de inhoud en de frequentie van verslagleggingsvereisten en de gegevensvelden voor de rapportage te stroomlijnen, onder meer door entiteiten één contactpunt te bieden, teneinde duplicatie van vereisten en verslagleggingskanalen te voorkomen; verzoekt de Commissie, de ETA's en het GTM te onderzoeken welke gegevens daadwerkelijk nodig zijn, modellen op elkaar af te stemmen en te voorzien in vereenvoudigingen en, voor kmo's, uitzonderingen; onderstreept dat de rapportage van gegevens voor de toezichthouders van het meeste nut is indien de gegevens kunnen worden nagetrokken en overeenstemmen met internationale normen; acht het noodzakelijk om een evenredige aanpak te volgen bij de ontwikkeling van de Analytical Credit Dataset (AnaCredit); is van mening dat de gewenste mate van granulariteit nader moet worden bepaald in het licht van de kosten en baten;

34.  verzoekt de Commissie en de toezichthouders om zich te buigen over de wisselwerking tussen de internationale standaarden voor financiële verslaglegging (IFRS) en prudentiële vereisten, aangezien meer coherentie zowel de economie als de prudentiële toezichthouder ten goede zou komen, en om het effect van fiscale verslaglegging met betrekking tot eigen kapitaal te evalueren; spreekt zijn steun uit voor de inspanningen om de definitie van oninbare leningen te harmoniseren;

35.  dringt erop aan het gebrek aan evenwicht tussen schuld en eigen vermogen aanzienlijke te verminderen teneinde de economische veerkracht en de allocatie van kapitaal aanzienlijk te verbeteren, en de kapitaalmarktenunie te versterken, zodat kapitaal aantrekkelijker wordt voor uitgevende instellingen en beleggers; onderstreept dat een belasting op financiële transacties gevolgen heeft voor de marktliquiditeit, met name op de korte termijn, terwijl zij eveneens bijdraagt tot de vermindering van buitensporige speculatie;

36.  benadrukt dat, naast regelgeving en toezicht, de inspanningen om een culturele omslag in de financiële sector teweeg te brengen moeten worden geïntensiveerd; roept alle actoren in de financiële sector, waaronder banken, niet-bancaire instellingen, nationale centrale banken en de ECB, op om zich in te zetten voor een cultuuromslag en de totstandbrenging van een "nalevingscultuur" binnen hun organisaties, waarin de belangen van de consument op de eerste plaats komen, een aansprakelijkheidssysteem voor belangrijke verantwoordelijke managers wordt gewaarborgd, wordt voorzien in een langeretermijnbenadering van financiële-marktdeelnemers, en wordt bijgedragen aan de diversiteit van financieringsbronnen; benadrukt de voordelen van langdurige financieringspartnerschappen en een gediversifieerde Europese bancaire sector, waarin een belangrijke rol is weggelegd voor relatiebankieren voor consumenten, micro-ondernemingen en kleine en middelgrote ondernemingen, in het bijzonder wat betreft de vermindering van informatie-asymmetrieën, mede dankzij instrumenten die voortkomen uit nieuwe digitale technologieën;

37.  pleit voor de bevordering van alternatieve aanbieders van kredietbeoordelingen, teneinde de concurrentie op een sterk geconcentreerde markt te vergroten; herinnert eraan dat de Commissie uiterlijk eind 2016 een verslag dient te publiceren over de vraag of het passend en mogelijk is steun te geven aan een publiek Europees ratingbureau voor staatschuld en/of een Europese kredietbeoordelingsinstelling; uit kritiek op het hoge kostenniveau waarmee kmo's zich geconfronteerd zien wanneer zij een externe kredietrating willen verkrijgen; benadrukt dat nader moet worden onderzocht hoe kmo's vergelijkbare en betaalbare ratings kunnen verkrijgen, waarbij ook dient te worden gekeken naar de "geavanceerde interne ratingbenadering" (AIRB); verzoekt de Commissie zich te blijven inspannen om informatie-asymmetrieën te ondervangen;

38.  pleit ervoor dat bij de beleidsontwikkeling een sterkere nadruk wordt gelegd op het mondiale concurrentievermogen van de financiële sectoren van de EU, zonder dat dit op regelgevingsgebied leidt tot een "race to the bottom" en zonder nadelige gevolgen voor de financiële stabiliteit en consumentenbescherming; onderstreept dat een kapitaalmarktenunie die de gehele EU omvat moet worden gezien in de context van de verbetering van het concurrentievermogen van het Europese bedrijfsleven en de economie van de EU; benadrukt dat een doeltreffende financiële sector een noodzakelijke voorwaarde is voor een doeltreffende allocatie van kapitaal en daarmee voor groei;

39.  onderstreept het belang van het internationaal kader wat betreft het toepassingsgebied en de methodologieën ervan en de gevolgen ervan voor het EU-kader; dringt bij de lidstaten, de Raad, de Commissie en de ETA's aan op een stroomlijning van het standpunt van de EU, om haar invloed te vergroten en ervoor te zorgen dat haar wetgeving, die zij in een democratisch proces heeft vastgesteld, wordt overgenomen; benadrukt dat nieuwe regelgeving consistent moet zijn, zowel met het Europese acquis als met internationale richtsnoeren, en dat moet worden gestreefd naar een evenredige toepassing ervan, onder meer wat betreft het toepassingsgebied, om onnodige divergentie en duplicatie van wetgeving te voorkomen; is van mening dat dit voorwaarden zijn voor de verwezenlijking van de overkoepelende doelstellingen om mondiale stabiliteit op de lange termijn te bevorderen, Europa aantrekkelijk te houden voor internationale investeerders en onnodige nadelige effecten op het concurrentievermogen van de financiële sectoren van de EU te voorkomen; herinnert aan het beginsel van loyale samenwerking tussen de Unie en de lidstaten als bedoeld in artikel 4, lid 3, van het Verdrag betreffende de Europese Unie; is van mening dat de ETA's moeten worden betrokken bij de gesprekken over mondiale regelgevingsbeginselen in de internationale normalisatie-organen; benadrukt dat de regelgevingsdialoog met de VS verder moet worden geïntensiveerd; herhaalt in dit verband dat regelgevingsvraagstukken op het gebied van financiële diensten in voorkomend geval onderdeel moeten uitmaken van internationale onderhandelingen;

40.  onderstreept dat gelijkwaardigheidsbesluiten nodig zijn bij de aanpak van obstakels voor markttoegang en de desbetreffende regelgevingskaders, waarbij in gedachte moet worden gehouden dat dergelijke unilaterale besluiten Europese ondernemingen en consumenten ten goede dienen te komen en dat de gelijkwaardigheid van de regelgeving met die van andere rechtsgebieden kan bijdragen tot een grotere instroom van kapitaal en het aantrekken van meer investeringen in Europa; onderstreept dat een consistent en coherent systeem moet worden ontwikkeld waarin sprake is van redelijke wederzijdse erkenning van identieke of vergelijkbare normen;

41.  verzoekt de Commissie met een voorstel te komen voor een consistent, coherent, transparant en praktisch kader voor procedures en besluiten inzake de gelijkwaardigheid van derde landen, daarbij rekening houdend met een resultaatgerichte analyse en internationale normen of overeenkomsten; dringt erop aan dat alle gelijkwaardigheidsbesluiten middels gedelegeerde handelingen worden vastgesteld; is van mening dat de ETA´s een passende rol zouden moeten vervullen bij de harmonisering van de beoordelingen van derde landen met het oog op gelijkwaardigheidsbesluiten;

Betere EU-regelgeving inzake financiële diensten

42.  gelooft dat betere financiële regelgeving een robuust kader vergt en begint bij de toepassing door de lidstaten van het huidige acquis; benadrukt dat een doeltreffende, efficiënte en consequente toepassing van de wetgeving van essentieel belang is en verzoekt de Commissie op gezette tijden verslag uit te brengen aan het Parlement over de stand van de omzetting en tenuitvoerlegging van de wetgeving alsook, waar nodig, over de inbreukprocedures die zij tegen lidstaten heeft ingeleid; dringt er bij de lidstaten op aan de wetgeving naar behoren te handhaven; is van mening dat overregulering de werking van de interne markt en de concurrentie niet ten goede komt; is van mening dat het aantrekken van ondernemingen door het willekeurig gebruik van lagere normen de werking van de interne markt eveneens niet ten goede komt; verzoekt de Commissie om met een grondige analyse en een verslag te komen over alle te sterk regulerende wetgevingsmaatregelen van de lidstaten op het gebied van financiële diensten, en deze uiterlijk eind 2016 aan het Parlement te doen toekomen;

43.  roept de lidstaten op zich ertoe te verbinden zich aan de termijnen voor de omzetting van richtlijnen te houden, aangezien dit niet alleen een wettelijke plicht is, maar ook van cruciaal belang is ter voorkoming van onnodige vertraging bij de volledige tenuitvoerlegging van de wetgeving, evenals van een gedeeltelijke of ongelijke toepassing in verschillende lidstaten, waardoor geen gelijk speelveld voor de betrokken actoren kan worden gewaarborgd en andere verstoringen kunnen ontstaan;

44.  benadrukt de noodzaak van betere kwaliteit en sectoroverschrijdende coördinatie in de ontwerpen en de ontwerpprocessen van de Commissie of de ETA´s, met aandacht voor timing, prioriteitstelling en het voorkomen van overlapping; benadrukt dat er hierbij elke vorm van duplicatie van de basishandeling in gedelegeerde handelingen moet worden voorkomen, maar dat tevens moet worden vermeden dat politieke besluiten die in het kader van de basishandeling zouden moeten worden genomen, worden overgelaten aan de gedelegeerde handelingen;

45.  dringt er bij de Commissie op aan mogelijkheden te bieden voor de betrokkenheid in een vroeg stadium van alle belanghebbenden, ook op het niveau van deskundigengroepen; dringt er bij de Commissie op aan een evenwichtige deelname aan de raadplegingen te waarborgen, door ervoor te zorgen dat de diversiteit van de belanghebbenden wordt weerspiegeld, en door de deelname van kleine belanghebbenden die het bedrijfsleven, consumenten of het maatschappelijk middenveld vertegenwoordigen, te bevorderen en de omstandigheden hiervoor te verbeteren, ook wat betreft de wijze waarop raadplegingen zijn georganiseerd en vragen worden gesteld;

46.  neemt kennis van de doelstellingen van de agenda voor betere regelgeving; erkent de algemene noodzaak om regelgeving nu en in de toekomst op haar geschiktheid te toetsen; meent evenwel dat deze geschiktheid niet los kan worden gezien van het functioneren van de financiële sector als geheel; onderstreept de rol van het programma voor gezonde en resultaatgerichte regelgeving (REFIT) bij de totstandbrenging van een efficiënte en effectieve verordening financiële diensten waarbij het evenredigheidsbeginsel in acht wordt genomen, en bij de inventarisatie; dringt aan op een grotere rol van het Parlement bij de besluitvorming en bij de met het REFIT-programma gepaard gaande evaluaties; herinnert eraan dat de nadruk moet liggen op de verbetering van de regulering, en niet op deregulering; benadrukt dat het waarborgen van transparantie, eenvoud, toegankelijkheid en eerlijkheid op de gehele interne markt onderdeel moet uitmaken van de agenda voor betere regelgeving ten bate van de consumenten; onderstreept eveneens dat de EU in haar streven om in het kader van de kapitaalmarktenunie een sterkere harmonisatie te bereiken, geen onbedoelde nalevingslasten mag creëren;

47.  is van mening dat voor de ETA's en het GTM een cruciale rol is weggelegd bij de verwezenlijking van de doelstellingen inzake betere regelgeving en beter toezicht; onderstreept de rol van de ETA´s en het GTM bij het waarborgen van samenhang en consistentie tussen verschillende wetgevingsonderdelen, het verminderen van de onzekerheid en regelgevingsarbitrage en de bevordering van wederzijds voordelige samenwerking tussen marktdeelnemers; benadrukt dat de ETA´s en het GTM over voldoende financiële en personele middelen moeten beschikken om de hun door de medewetgevers toebedeelde taken uit te voeren;

48.  benadrukt dat in de herziening van de ETA-verordeningen de bepalingen betreffende verantwoordingsplicht en transparantie voor versterkte controle door het Parlement moeten worden opgenomen, zoals vastgelegd in de GTM-verordening en de GAM-verordening, en de onafhankelijkheid van de ETA´s ten opzichte van de Commissie moet worden versterkt; acht het noodzakelijk de mogelijkheden te onderzoeken voor de bevordering van een grotere adviserende rol van de ETA´s tijdens de niveau 1-fase, waarbij de bevoegdheden van de medewetgevers moeten worden geëerbiedigd;

49.  onderstreept dat de wisselwerking, consistentie en coherentie tussen de basishandelingen en gedelegeerde en uitvoeringshandelingen geëerbiedigd dienen te worden; benadrukt nogmaals dat politieke besluiten door de medewetgevers genomen moeten worden in het kader van de basishandeling, en niet aan de gedelegeerde handelingen moeten worden overgelaten, die bedoeld zijn om "bepaalde niet-essentiële onderdelen van de wetgevingshandeling" aan te vullen of te wijzigen (artikel 290 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie); herhaalt met klem dat de Commissie en de ETA's bij de opstelling van gedelegeerde en uitvoeringshandelingen en richtsnoeren, zich aan de in de basishandeling vastgelegde bevoegdheden dienen te houden en de overeenkomst tussen de medewetgevers moeten eerbiedigen; betreurt dat de ETA's zich bij de uitwerking van uitvoeringshandelingen in het verleden niet altijd aan het door de Europese wetgevers voorgeschreven mandaat hebben gehouden; betreurt dat de coördinatie tussen de Commissie (gedelegeerde handelingen) en de ETA's (technische normen) ontoereikend is en daarom een negatieve effect zou kunnen hebben op de kwaliteit van de naleving, met name wanneer gedetailleerde vereisten pas kort voor de tenuitvoerleggingstermijn worden vastgesteld;

50.  verzoekt de Commissie gedelegeerde handelingen en uitvoeringshandelingen volledig te ontvlechten en pakketbenaderingen te vermijden, teneinde de tijdige vaststelling van deze handelingen mogelijk te maken;

51.  verzoekt de Commissie de medewetgevers en de belanghebbenden op de hoogte te houden van eventuele wijzigingen van de ontwerpen van technische reguleringsnormen en de technische uitvoeringsnormen die door de ETA's worden ingediend;

52.  benadrukt dat een vroegtijdige juridische toetsing door de Commissie noch de transparantie van de procedure ten aanzien van het Parlement mag verminderen noch ten koste mag gaan van het recht op raadpleging van het Parlement; verlangt dat de ETA's het Parlement gedurende het opstellingsproces proactief, regelmatig, volledig en onverwijld voorlopige ontwerpen en tussentijdse informatie over de vorderingen van de werkzaamheden verstrekken en het Parlement hierover raadplegen;

53.  dringt er bij de Commissie en de ETA's op aan de door de medewetgevers vastgestelde termijnen voor indiening volledig te eerbiedigen en de medewetgevers onmiddellijk uitleg te verschaffen wanneer een termijn naar verwachting niet zal worden gehaald;

54.  herinnert de ETA's eraan dat technische normen, richtsnoeren en aanbevelingen gebonden zijn aan het proportionaliteitsbeginsel; dringt er bij de ETA's op aan een zorgvuldige benadering te hanteren met betrekking tot de reikwijdte en het aantal richtsnoeren, met name wanneer zij in de basishandeling niet expliciet bevoegdheden krijgen toegekend; merkt op dat een dergelijke restrictieve benadering eveneens vereist is met het oog op de beperkte middelen van de ETA's en de noodzaak om hun taken te prioriteren, waarbij de doeltreffendheid van het toezicht niet mag afhangen van het al dan niet beschikbaar zijn van begrotingsmiddelen; verlangt dat wordt gezorgd voor toereikende middelen voor de ETA´s, om hen in staat te stellen betrouwbaar, onafhankelijk en doeltreffend toezicht uit te voeren bij de vervulling van hun mandaat;

55.  dringt er bij de ETA's op aan gebruik te maken van hun recht om informatie te vragen over de toepassing van basishandelingen door de lidstaten en vaker collegiale toetsingen uit te voeren ten aanzien van nationale bevoegde autoriteiten, teneinde de convergentie van het toezicht in de verschillende lidstaten te versterken;

56.  dringt er bij de Commissie en de ETA's op aan geregeld geconsolideerde versies van de EU-verordeningen inzake financiële diensten op hun website te publiceren, met inbegrip van een samenvatting die toegankelijk en begrijpelijk is voor ondernemingen, consumenten, maatschappelijke organisaties en anderen; is van mening dat de totstandbrenging van een gemeenschappelijk register met daarin verwijzingen naar nationale tenuitvoerlegging een optie zou zijn die het onderzoeken waard is;

De weg vooruit

57.  dringt er bij de Commissie en de ETA's op aan om geregeld (ten minste jaarlijks) coherentie- en consistentiecontroles uit te voeren, onder meer op sectoroverschrijdende basis en met betrekking tot ieder ontwerp van wetgevingshandeling, alsook met betrekking tot de tenuitvoerlegging van aangenomen wetgeving, met inbegrip van technische reguleringsnormen en technische uitvoeringsnormen, en om hiervoor middelen vrij te maken;

58.  dringt er bij de Commissie en de ETA's op aan om geregeld (ten minste jaarlijks) evenredigheids- en effectiviteitscontroles uit te voeren, met name met betrekking tot vereisten die van toepassing zijn op kleine en middelgrote marktdeelnemers en met betrekking tot ieder ontwerp van wetgevingshandeling, en om hiervoor middelen vrij te maken; dringt er bij de Commissie op aan een groenboek te publiceren ter verkenning van nieuwe benaderingen voor de bevordering van evenredigheid in de financiële regelgeving;

59.  benadrukt dat er een verschil bestaat tussen het effect van afzonderlijke wetgevingsmaatregelen en het cumulatieve effect van deze maatregelen; dringt er bij de diensten van de Commissie op aan om, in samenwerking met de ETA's, het GTM en het ESRB, elke vijf jaar een alomvattende kwantitatieve en kwalitatieve beoordeling uit te voeren van het cumulatieve effect van EU-wetgeving inzake financiële diensten op de financiële markten en de marktdeelnemers op EU- en nationaal niveau, teneinde tekortkomingen en mazen in de wetgeving vast te stellen, de resultaten, effectiviteit en efficiëntie van de verordening inzake financiële diensten te beoordelen en ervoor te zorgen dat zij geen belemmering vormt voor eerlijke concurrentie en de ontwikkeling van de economie, en hierover verslag uit te brengen aan het Europees Parlement; benadrukt dat voor alle toekomstige wetgeving uitvoerige effectbeoordelingen en kosten/baten-analyses moeten worden uitgevoerd teneinde de toegevoegde waarde ervan aan te tonen, met name wat betreft economische groei en het scheppen van banen; onderstreept dat effectbeoordelingen en kosten/baten-analyses grondige evaluaties moeten omvatten van het effect van de niveau 2-maatregelen, die een belangrijk onderdeel vormen van het regelgevingskader van de EU voor financiële diensten; herinnert eraan dat de kwantificatie van het effect van wetgevingsmaatregelen wellicht moeilijk is, in het bijzonder aangezien de voordelen ervan moeilijk te meten zijn, doch dat niettemin gebruik gemaakt moet worden van kwantificatiemethoden;

60.  dringt er bij de diensten van de Commissie op aan de eerste beoordeling voor het einde van 2016 af te ronden en verslag uit brengen over het totale effect en, in afzonderlijke hoofdstukken, mede op basis van onafhankelijk onderzoek, over de volgende aspecten:

   de effecten op de verschillende financiële sectoren, met inbegrip van een op passende wijze gedifferentieerd overzicht van de marktdeelnemers, uitgesplitst naar omvang, complexiteit en bedrijfsmodel, en de effecten op niet-financiële entiteiten;
   mogelijke kloven en mazen, daarbij rekening houdend met de mogelijke ontwikkeling van nieuwe bedreigingen en risico´s alsook met overlappingen en onbedoelde gevolgen;
   de daadwerkelijke en verwachte economische effecten alsook het mondiale concurrentievermogen van de Europese financiële sector;
   de mogelijkheden om voordelen te creëren voor de reële economie, met inbegrip van kmo´s, consumenten en de werkgelegenheid;
   de noodzaak om bestaande financieringskanalen verder te verbeteren en aanvullende financieringskanalen uit te breiden, met inbegrip van het effect op de toegang tot financiering voor kmo's en midcap-ondernemingen;
   de effecten van langetermijnfinanciering op vraag en aanbod;
   de effecten op de verdeling en diversifiëring van activa en risico's, en op de ontwikkeling van tier 1-kernkapitaalratio van financiële instellingen;
   de doeltreffendheid en geschiktheid van het kader voor niet-professionele beleggers, institutionele beleggers en consumenten en klanten, met inbegrip van het kader inzake transparantie;
   de doeltreffendheid van het wegnemen van obstakels voor de interne markt, de beperking van regelgevingsarbitrage en de bevordering van concurrentie;
   het totale effect op de financiële stabiliteit en de morele risico´s, met inbegrip van een beoordeling van de mogelijke kosten en risico´s van ontbrekende wetgeving, daarbij rekening houdend met de doeltreffende tenuitvoerlegging van de G 20-aanbevelingen, en de mate van onderlinge verwevenheid van financiële ondernemingen;
   het effect op de financiële stabiliteit van verslaglegging op basis van reële waarde volgens de standaarden van de IFRS in vergelijking met de toepassing van prudentiële boekhoudkundige normen;
   de doeltreffendheid en geschiktheid van het kader voor macroprudentieel toezicht in de EU;
   het vermogen van de ETA's om de hun opgedragen taken in het bestaande wetgevingskader te vervullen, en stappen die eventueel nodig zijn om het wetgevingskader te verbeteren, met name wat betreft de financiering van de ETA's in de nabije toekomst;
   de onderlinge afhankelijkheid met internationale normen en de effecten op het mondiale concurrentievermogen van Europese ondernemingen, daarbij een vergelijking makend tussen de EU en andere grote rechtsgebieden wat betreft bestaande wetgeving en de mate van uitvoering ervan;

61.  verzoekt de Commissie haar bevindingen voor te leggen aan het Parlement en de Raad en om, indien van toepassing, maatregelen voor te stellen;

o
o   o

62.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad en de Commissie.

(1) Aangenomen teksten, P8_TA(2015)0268.
(2) http://www.europarl.europa.eu/document/activities/cont/201402/20140210ATT79138/20140210ATT79138EN.pdf.
(3) Aangenomen teksten, P7_TA(2014)0202.
(4) Aangenomen teksten, P7_TA(2014)0161.
(5) http://www.esrb.europa.eu/pub/pdf/other/esrbreportregulatorytreatmentsovereignexposures032015.en.pdf?29664e3495a886d806863aac942fcdae.

Juridische mededeling