Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2016/2556(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Kies een document :

Ingediende teksten :

RC-B8-0173/2016

Debatten :

Stemmingen :

PV 04/02/2016 - 8.1
CRE 04/02/2016 - 8.1

Aangenomen teksten :

P8_TA(2016)0043

Aangenomen teksten
PDF 174kWORD 73k
Donderdag 4 februari 2016 - Straatsburg Definitieve uitgave
De mensenrechtensituatie op de Krim, met name van de Krim-Tataren
P8_TA(2016)0043RC-B8-0173/2016

Resolutie van het Europees Parlement van 4 februari 2016 over de mensenrechtensituatie in de Krim, in het bijzonder van de Krim-Tataren (2016/2556(RSP))

Het Europees Parlement,

–  gezien zijn vorige resoluties over het oostelijke partnerschap, Oekraïne en de Russische Federatie,

–  gezien het rapport van de Human Rights Assessment Mission naar de Krim van het Bureau voor Democratische Instellingen en Mensenrechten (ODIHR) van de OVSE, en het rapport van de hoge commissaris voor de nationale minderheden (HCNM) van de OVSE,

–  gezien de besluiten van de Europese Raad (van 21 maart, 27 juni en 16 juli 2014) betreffende het opleggen van sancties aan de Russische Federatie naar aanleiding van de illegale annexatie van de Krim,

–  gezien het "Report on the human rights situation in Ukraine - 16 augustus to 15 november 2015" van het Bureau van de hoge commissaris van de Verenigde Naties voor de mensenrechten,

–  gezien resolutie 68/262 van de Algemene Vergadering van de VN van 27 maart 2014 getiteld "Territorial integrity of Ukraine",

–  gezien het rapport "Freedom in the World in 2016" van Freedom House, waarin de situatie van de politieke en burgerlijke vrijheden in de illegaal geannexeerde Krim als "niet vrij" wordt beoordeeld,

–  gezien artikel 135, lid 5, en artikel 123, lid 4, van zijn Reglement,

A.  overwegende dat de Russische Federatie de Krim en Sevastopol illegaal heeft geannexeerd en daarmee het internationaal recht, met inbegrip van het VN-Handvest, de Slotakte van Helsinki, het Memorandum van Boedapest van 1994 en het Verdrag inzake vriendschap, samenwerking en partnerschap tussen de Russische Federatie en Oekraïne van 1997, heeft geschonden;

B.  overwegende dat de Oekraïners, met inbegrip van de Krim-Tataren, en het Oekraïense leger tijdens de illegale annexatie van de Krim door de Russische Federatie in maart 2014 hebben getuigd van veel moed en trouw aan Oekraïne, en zich vreedzaam tegen deze daad van oorlog hebben verzet; overwegende dat meerdere internationale organisaties en mensenrechtengroeperingen de ernstige schendingen van de mensenrechten op het schiereiland sinds de illegale annexatie ervan door de Russische Federatie in het begin van 2014 aan de kaak hebben gesteld;

C.  overwegende dat melding is gemaakt van gerichte aanvallen op de Tataren, waarvan de meesten zich tegen de Russische overname hebben verzet en het zogenaamde referendum op 16 maart 2014 hebben geboycot, met name door de implementatie van Ruslands vage en buitensporig brede "anti-extremisten"-wetgeving, die erop is gericht critici te intimideren of het zwijgen op te leggen; overwegende dat het in dit verband tot ontvoeringen, gedwongen verdwijningen, geweld, foltering en buitengerechtelijke executies komt, en dat de de facto autoriteiten deze niet onderzoeken en vervolgen;

D.  overwegende dat verscheidene leiders van de Krim-Tataren, zoals Mustafa Dzhemiliev, lid van de Verkhovna Rada van Oekraïne, en Refat Chubarov, de voorzitter van de Mejlis, de toegang tot de Krim is ontzegd; overwegende dat zij op dit moment wel naar de Krim mogen, maar dan het gevaar lopen onder huisarrest te worden geplaatst; overwegende dat een Russische rechtbank een arrestatiebevel heeft uitgevaardigd tegen Mustafa Dzhemiliev, die eerder reeds 15 jaar in Sovjet-gevangenissen heeft doorgebracht vanwege zijn inspanningen om de Tataren naar het land van hun voorvaderen in de Krim te kunnen laten terugkeren;

E.  overwegende dat alle religieuze gemeenschappen, met inbegrip van christelijke kerken die onafhankelijk zijn van Moskou, in hun activiteiten worden beperkt; overwegende dat de problemen zich manifesteren in de vorm van ernstige inperkingen van de vrijheid van vereniging, onteigeningen, de weigering om de geldigheidsduur van documenten te verlengen en regelmatige huiszoekingen in de nog bestaande gebouwen van de religieuze organisaties in kwestie;

F.  overwegende dat personen die na de annexatie hebben geweigerd het Russische staatsburgerschap te aanvaarden, worden gediscrimineerd en op alle terreinen van het politieke, sociale en economische leven moeilijkheden ondervinden;

G.  overwegende dat de OVSE, de VN en de Raad van Europa, en eerst en vooral mensenrechten-ngo's en onafhankelijke journalisten, door Rusland de toegang tot de Krim wordt ontzegd; overwegende dat dit het erg moeilijk maakt om de mensenrechtensituatie in de Krim in kaart te brengen en er verslag over uit te brengen;

H.  overwegende dat de totale bevolking van Krim-Tataren, een inheemse bevolkingsgroep in de Krim, in 1944 naar andere delen van de USSR is gedeporteerd en pas in 1989 werd toegestaan terug te keren; overwegende dat de Verkhovna Rada van Oekraïne op 12 november 2015 een resolutie heeft aangenomen waarin de deportatie van de Krim-Tataren in 1944 als genocide wordt erkend en 18 mei tot een dag van herinnering wordt uitgeroepen;

1.  herhaalt dat het de soevereiniteit en territoriale integriteit van Oekraïne binnen zijn internationaal erkende grenzen, alsook het recht van Oekraïne om vrij en soeverein voor een Europees pad te kiezen, krachtig steunt; herinnert eraan dat het de illegale annexatie van het Krim-schiereiland door Rusland met klem veroordeelt, en dat de EU, haar lidstaten en de internationale gemeenschap onverminderd vasthouden aan het beleid van niet-erkenning van de illegale annexatie van de Krim; herinnert er daarnaast aan dat herstel van de controle van Oekraïne over het schiereiland een van de voorwaarden is voor het opnieuw aangaan van coöperatieve betrekkingen met de Russische Federatie, en voor het opheffen van de sancties die naar aanleiding van de illegale annexatie van de Krim zijn opgelegd;

2.  veroordeelt met klem de ongekende mensenrechtenschendingen die worden begaan tegen inwoners van de Krim, met name Krim-Tataren, die de macht van de zogenaamde plaatselijke autoriteiten niet accepteren, waarbij vooral het voorwendsel van bestrijding van extremisme of terrorisme wordt gebruikt;

3.  veroordeelt de ernstige inperking van de vrijheid van meningsuiting, van vereniging en van vreedzame vergadering, waaronder in het kader van traditionele herinneringsmanifestaties zoals de herdenking van de deportatie van de Krim-Tataren door het totalitaire Sovjet-regime van Stalin, en van culturele bijeenkomsten van de Krim-Tataren; onderstreept dat de Tataren, als een inheems volk van de Krim, in overeenstemming met het internationaal recht het recht hebben hun onderscheiden politieke, wettelijke, economische, sociale en culturele instituties te bewaren en te versterken; dringt erop aan de Mejlis, als de wettelijke vertegenwoordiging van de Krim-Tataren, te eerbiedigen, en de leden ervan niet te intimideren en stelselmatig te vervolgen; maakt zich zorgen over de schending van de eigendomsrechten en vrijheden van de Krim-Tataren, alsook over het feit dat deze groep wordt geïntimideerd en gevangen gezet, en over het feit dat hun burger-, politieke en culturele rechten met voeten worden getreden; vindt het ook zorgwekkend dat media en organisaties van het maatschappelijk middenveld aan restrictieve herregistratievereisten worden onderworpen;

4.  verzoekt de Russische en de de facto plaatselijke autoriteiten alle gevallen van verdwijning, foltering en mensenrechtenschending door de politie en de paramilitaire troepen die sinds februari 2014 in de Krim actief zijn, doeltreffend, onafhankelijk en transparant te onderzoeken;

5.  herinnert eraan dat de Russische Federatie, als bezettingsmacht, de plicht heeft ervoor te zorgen dat de veiligheid van de hele bevolking en de eerbiediging van de mensen-, culturele en religieuze rechten van de inheemse Tataren en alle andere minderheden in de Krim worden gerespecteerd, en dat de rechtsstaat in de Krim wordt gehandhaafd;

6.  herinnert eraan dat vertegenwoordigers en onafhankelijke deskundigen van de OVSE, de Verenigde Naties en de Raad van Europa hetzij geheel, hetzij gedeeltelijk de toegang tot het Krim-schiereiland is ontzegd en derhalve niet in staat zijn geweest de mensenrechtensituatie aldaar in kaart te brengen, ondanks hun desbetreffende mandaat;

7.  verzoekt de Russische Federatie en de de facto plaatselijke autoriteiten van de Krim, die gehouden zijn aan het internationale humanitaire recht en de internationale mensenrechtenwetgeving, vertegenwoordigers en onafhankelijke deskundigen van de OVSE, de Verenigde Naties en de Raad van Europa, alsook mensenrechten-ngo's en media die het gebied willen bezoeken om de situatie in de Krim te beoordelen en er verslag over uit te brengen, onbeperkte toegang tot het schiereiland te geven; verzoekt de Raad en de EDEO met het oog hierop druk op Rusland uit te oefenen; verwelkomt het besluit van de secretaris-generaal van de Raad van Europa zijn speciale afgezant voor de mensenrechten naar de Krim te sturen, hetgeen het eerste bezoek na de Russische annexatie was, op basis waarvan de situatie ter plekken naar verwachting aan een nieuwe beoordeling kan worden onderworpen; is benieuwd naar zijn bevindingen; benadrukt dat elke internationale aanwezigheid op het terrein met Oekraïne moet worden gecoördineerd;

8.  verwelkomt het dat Oekraïne het initiatief heeft genomen voor een internationaal mechanisme - in "Genève plus-formaat", waarbij ook in rechtstreekse betrokkenheid van de EU is voorzien - voor onderhandelingen over herstel van de soevereiniteit van Oekraïne over de Krim; roept Rusland op met Oekraïne en andere partijen onderhandelingen te starten over beëindiging van de bezetting van de Krim en opheffing van de handels- en energie-embargo's, en een eind te maken aan de staat van beleg in de Krim;

9.  betreurt het dat leiders van de Tataren worden verhinderd naar de Krim terug te keren en worden vervolgd, en ook dat andere leden van de Mejlis steeds meer en op onaanvaardbare wijze onder druk worden gezet; betreurt verder de onterechte sluiting van het mediabedrijf ATR, dat door veel Tataren werd gevolgd; verzoekt de Commissie de noodzakelijke financiële hulp ter beschikking te stellen om dit mediabedrijf en andere naar Oekraïne uitgeweken mediabedrijven in staat te stellen te blijven functioneren; beschouwt de sluiting van scholen en klassen van Krim-Tataren en de beperkingen op het gebruik van het Tataars een grove schending van de grondrechten van de leden van deze bevolkingsgroep, en veroordeelt ook het feit dat het Oekraïens uit de publieke ruimte is verdwenen;

10.  dringt erop aan het multiculturele karakter van de Krim te handhaven en het Oekraïens, Tataars en andere minderheidstalen en culturen volledig te respecteren;

11.  betreurt dat het de facto bestuur de werking van de Mejlis van de Krim-Tataren, het hoogste uitvoerende en vertegenwoordigende orgaan van deze bevolkingsgroep, belemmert door de sluiting van het hoofdkantoor en de inbeslagname van zijn eigendommen, alsook andere vormen van intimidatie;

12.  veroordeelt de stelselmatige aanvallen op de onafhankelijke media, journalisten en activisten van het maatschappelijk middenveld in de Krim; betreurt de gedwongen afgifte van Russische paspoorten aan Oekraïense burgers van de Krim door de Russische Federatie; veroordeelt het verder dat de de facto autoriteiten de inwoners van de Krim het Russische staatsburgerschap opdringen;

13.  steunt eens te meer het besluit van de EU importen vanuit de Krim te verbieden, tenzij deze worden vergezeld door een certificaat van oorsprong van de Oekraïense autoriteiten, alsook het besluit betreffende restrictieve maatregelen voor de export van bepaalde goederen en technologieën naar, investeringen in, en handel en diensten met de Krim; verzoekt de Raad deze sancties te handhaven zolang als de Krim niet opnieuw volledig in het staatsbestel van Oekraïne is geïntegreerd;

14.  vraagt de Russische Federatie een onderzoek in te stellen naar alle gevallen van foltering van personen die illegaal in de Krim zijn gearresteerd, gevangenen zoals Oleg Sentsov en Oleksander Kolchenko, alsook Ahtem Chiigoz, de ondervoorzitter van de Mejlis, en Mustafa Degermendzhi en Ali Asanov, die in de Krim voor hun vreedzame protest tegen de bezetting zijn gearresteerd, vrij te laten en hun een veilige aftocht naar Oekraïne te garanderen; verzoekt de Russische Federatie met klem een eind te maken aan de politiek gemotiveerde vervolging van dissidenten en burgerrechtenactivisten; veroordeelt het dat zij in dat kader naar Rusland worden overgebracht en het feit dat zij worden gedwongen het Russische staatsburgerschap aan te nemen;

15.  veroordeelt de militarisering van het Krim-schiereiland met alle negatieve gevolgen van dien voor het sociaal-economische leven, alsook het dreigement van Rusland om in de Krim kernwapens te plaatsen, die een ernstige bedreiging vormen voor de regionale, Europese en mondiale veiligheid; roept nog eens op tot terugtrekking van alle Russische troepen van de Krim en uit het oosten van Oekraïne;

16.  beklemtoont dat economische samenwerking, alsook de levering van goederen en diensten, tussen Oekraïne en het tijdelijk bezette Krim-schiereiland, moeten plaatsvinden binnen het wettelijk en door alle partijen te respecteren kader van Oekraïne, waarmee eventuele negatieve gevolgen voor de bevolking in de Krim worden vermeden; verzoekt de autoriteiten eventuele inbreuken op dit beginsel te onderzoeken en te beëindigen;

17.  uit zijn grote bezorgdheid over de situatie van de LGBTI-gemeenschap in de Krim, die na de Russische annexatie aanzienlijk is verslechterd, alsook over de repressie en bedreigingen door de de facto autoriteiten en paramilitaire groeperingen;

18.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de VV/HV, de Raad, de Commissie, de parlementen en regeringen van de lidstaten, de president, de regering en het parlement van Oekraïne, de Raad van Europa, de OVSE, de president, de regering en het parlement van de Russische Federatie, en de Mejlis van de Krim-Tataren.

Juridische mededeling