Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2013/0177(NLE)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A8-0018/2016

Ingediende teksten :

A8-0018/2016

Debatten :

Stemmingen :

PV 25/02/2016 - 7.1
CRE 25/02/2016 - 7.1
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2016)0052

Aangenomen teksten
PDF 247kWORD 61k
Donderdag 25 februari 2016 - Brussel Definitieve uitgave
Machtiging van Oostenrijk tot het ondertekenen en bekrachtigen van, en Malta tot het het toetreden tot, het Verdrag van 's-Gravenhage van 15 november 1965 ***
P8_TA(2016)0052A8-0018/2016

Wetgevingsresolutie van het Europees Parlement van 25 februari 2016 over het ontwerpbesluit van de Raad waarbij de Republiek Oostenrijk wordt gemachtigd tot het ondertekenen en bekrachtigen van, en Malta tot het toetreden tot, het Verdrag van ’s-Gravenhage van 15 november 1965 inzake de betekening en de kennisgeving in het buitenland van gerechtelijke en buitengerechtelijke stukken in burgerlijke of in handelszaken, in het belang van de Europese Unie (13777/2015 – C8-0401/2015 – 2013/0177(NLE))

(Goedkeuring)

Het Europees Parlement,

–  gezien het ontwerp van besluit van de Raad (13777/2015),

–  gezien het Verdrag van 's-Gravenhage van 15 november 1965 inzake de betekening en de kennisgeving in het buitenland van gerechtelijke en buitengerechtelijke stukken in burgerlijke zaken en handelszaken (13777/15/ADD1),

–  gezien het verzoek om goedkeuring dat de Raad heeft ingediend krachtens artikel 81, lid 2, en artikel 218, lid 6, tweede alinea, onder a), v), van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (C8–0401/2015),

–  gezien het advies van het Hof van Justitie van 14 oktober 2014(1),

–  gezien artikel 99, lid 1, eerste en derde alinea, en lid 2, en artikel 108, lid 7, van zijn Reglement,

–  gezien de aanbeveling van de Commissie juridische zaken (A8-0018/2016),

1.  hecht zijn goedkeuring aan het ontwerpbesluit van de Raad waarbij de Republiek Oostenrijk wordt gemachtigd tot het ondertekenen en bekrachtigen van, en Malta tot het toetreden tot, het Verdrag van ’s-Gravenhage van 15 november 1965 inzake de betekening en de kennisgeving in het buitenland van gerechtelijke en buitengerechtelijke stukken in burgerlijke of in handelszaken, in het belang van de Europese Unie;

2.  verzoekt zijn Voorzitter het standpunt van het Parlement te doen toekomen aan de Raad en aan de Commissie, de regeringen en parlementen van de lidstaten alsook aan het Permanent Bureau van de Haagse Conferentie voor Internationaal Privaatrecht.

(1) Advies van het Hof van Justitie van 14 oktober 2014, 1/13, ECLI:EU:C:2014:2303.

Juridische mededeling