Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2015/2932(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : B8-0250/2016

Ingediende teksten :

B8-0250/2016

Debatten :

Stemmingen :

PV 25/02/2016 - 7.13
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2016)0064

Aangenomen teksten
PDF 175kWORD 71k
Donderdag 25 februari 2016 - Brussel Definitieve uitgave
Opening van onderhandelingen over vrijhandelsovereenkomsten met Australië en Nieuw-Zeeland
P8_TA(2016)0064B8-0250/2016

Resolutie van het Europees Parlement van 25 februari 2016 over de opening van onderhandelingen over vrijhandelsovereenkomsten met Australië en Nieuw-Zeeland (2015/2932(RSP))

Het Europees Parlement,

–  gezien de mededeling van de Commissie van 14 oktober 2015 getiteld "Handel voor iedereen - Naar een meer verantwoordelijk handels- en investeringsbeleid" (COM(2015)0497),

–  gezien de gezamenlijke verklaringen van de voorzitter van de Commissie, Jean-Claude Juncker en de voorzitter van de Europese Raad, Donald Tusk, met premier Key van Nieuw-Zeeland van 29 oktober 2015 en met premier Turnbull van Australië van 15 november 2015,

–  gezien het partnerschapskader EU-Australië van 29 oktober 2008 en de gezamenlijke verklaring van de EU en Nieuw Zeeland van 21 september 2007 over betrekkingen en samenwerking,

–  gezien andere bilaterale overeenkomsten tussen de EU en Australië, met name de overeenkomst inzake wederzijdse erkenning van overeenstemmingsbeoordeling, certificaten en markeringen en de overeenkomst inzake de handel in wijn,

–  gezien andere bilaterale overeenkomsten tussen de EU en Nieuw-Zeeland, met name de overeenkomst inzake sanitaire maatregelen voor de handel in levende dieren en dierlijke producten en de overeenkomst inzake wederzijdse erkenning van overeenstemmingsbeoordeling,

–  gezien zijn eerdere resoluties en met name zijn standpunt van 12 september 2012 over het ontwerpbesluit van de Raad tot sluiting van de Overeenkomst tussen de Europese Unie en Australië tot wijziging van de Overeenkomst inzake wederzijdse erkenning(1) en die van 12 september 2012 over het ontwerpbesluit van de Raad tot sluiting van de Overeenkomst tussen de Europese Unie en Nieuw-Zeeland tot wijziging van de Overeenkomst inzake wederzijdse erkenning(2),

–  gezien het communiqué naar aanleiding van de G20-vergadering van de staatshoofden en regeringsleiders in Brisbane van 15-16 november 2014,

–  gezien de gemeenschappelijke verklaring van 22 april 2015 van de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid en de minister van Buitenlandse Zaken van Australië getiteld "Towards a closer EU-Australia Partnership" en de gemeenschappelijke verklaring van 25 maart 2014 van de voorzitters Van Rompuy en Barroso en premier Key over verdieping van de betrekkingen tussen Nieuw-Zeeland en de Europese Unie,

–  gezien de kwetsbaarheid van bepaalde landbouwsectoren in deze onderhandelingen,

–  gezien het grote aantal overeenkomsten waarover momenteel al tussen de EU en haar belangrijkste handelspartners wordt onderhandeld,

–  gezien artikel 207, lid 3, en artikel 218 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien de vraag aan de Commissie over de opening van onderhandelingen over vrijhandelsovereenkomsten met Australië en Nieuw-Zeeland (O-000154/2015 – B8‑0101/2016),

–  gezien artikel 128, lid 5, en artikel 123, lid 2, van zijn Reglement,

A.  overwegende dat Australië en Nieuw-Zeeland tot de oudste en meest naaste partners van de EU behoren, gemeenschappelijke waarden delen en zich toeleggen op de bevordering van welvaart en veiligheid wereldwijd binnen een op regels gebaseerd systeem;

B.  overwegende dat de EU, Australië en Nieuw-Zeeland de handen ineenslaan bij het aanpakken van gemeenschappelijke uitdagingen op zeer uiteenlopende gebieden, en samenwerken binnen een aantal internationale fora;

C.  overwegende dat de EU en Nieuw-Zeeland partij zijn bij de Overeenkomst inzake overheidsopdrachten, en Australië zich in het toetredingsproces bevindt;

D.  overwegende dat de EU, Australië en Nieuw-Zeeland plurilaterale onderhandelingen voeren om de handel in groene goederen (de overeenkomst inzake milieugoederen) en de handel in diensten (TiSA) verder te liberaliseren;

E.  overwegende dat Australië en Nieuw-Zeeland beide partij zijn bij de onlangs afgesloten onderhandelingen over een trans-Pacifische partnerschapsovereenkomst (TTP) en bij de lopende onderhandelingen over een regionaal alomvattend economisch partnerschap (RCEP) in Oost-Azië, waaraan ook de belangrijkste handelspartners van Australië en Nieuw-Zeeland deelnemen;

F.  overwegende dat Australië en Nieuw-Zeeland twee van slechts zes WTO-landen zijn die geen preferentiële toegang hebben tot de EU-markt en daarover ook niet in onderhandeling zijn;

G.  overwegende dat Australië en Nieuw-Zeeland twee landen zijn waar de rechtsstaat ten volle wordt geëerbiedigd en waar zowel het milieu als de mensenrechten en sociale en arbeidsrechten terdege worden beschermd;

H.  overwegende dat de sluiting van vrijhandelsovereenkomsten tussen de EU en Australië en tussen de EU en Nieuw-Zeeland met het oog op een verdere verdieping van de handels- en investeringsbetrekkingen met deze landen, niet had kunnen worden overwogen indien deze overeenkomsten afbreuk zouden doen aan het recht van partijen om sociale, milieu- en arbeidsnormen in te voeren, te handhaven of te verscherpen;

I.  overwegende dat de EU op 30 juli 2014 de onderhandelingen over de Partnerschapsovereenkomst tussen de EU en Nieuw-Zeeland op het gebied van betrekkingen en samenwerking heeft afgerond, en op 22 april 2015 die over de kaderovereenkomst tussen de EU en Australië;

J.  overwegende dat de EU de op twee na belangrijkste handelspartner is voor zowel Australië als Nieuw-Zeeland, die respectievelijk de 22e en 55e handelspartners zijn van de EU (2014);

K.  overwegende dat Nieuw-Zeeland een van de weinige landen is die volgens de Europese Commissie een passend niveau biedt voor de bescherming van persoonsgegevens;

L.  meent dat de sluiting van moderne, ambitieuze, evenwichtige en brede overeenkomsten de economische betrekkingen naar een hoger niveau zou tillen;

M.  overwegende dat het Parlement moet beslissen of het zijn goedkeuring hecht aan de mogelijke vrijhandelsovereenkomsten tussen de EU en Australië en tussen de EU en Nieuw-Zeeland;

1.  onderstreept dat de verdieping van de betrekkingen tussen de EU en de regio Azië/Stille Oceaan belangrijk is voor economische groei binnen Europa en benadrukt dat dit tot uiting moet komen in het handelsbeleid van de Europese Unie; erkent dat Australië en Nieuw-Zeeland een sleutelrol spelen in deze strategie en dat bredere en nauwere handelsbetrekkingen met deze partners tot deze doelstelling kunnen bijdragen;

2.  prijst zowel Australië als Nieuw-Zeeland voor hun krachtige en consistente inzet voor de multilaterale handelsagenda;

3.  is van oordeel dat het volledige potentieel van de bilaterale en regionale samenwerkingsstrategieën van de Unie enkel kan worden benut door kwalitatief hoogwaardige vrijhandelsovereenkomsten te sluiten met zowel Australië als Nieuw-Zeeland, in een geest van wederkerigheid en wederzijds voordeel, zonder daarbij afbreuk te doen aan de middelen en inspanningen voor multilaterale vooruitgang of de tenuitvoerlegging van eerder gesloten multilaterale en bilaterale overeenkomsten;

4.  is van oordeel dat de onderhandelingen over twee afzonderlijke, moderne, ambitieuze, evenwichtige en alomvattende vrijhandelsovereenkomsten met Australië en Nieuw-Zeeland, overeenkomstig de specifieke kenmerken van deze economieën, een pragmatische stap zijn in de verdieping van de bilaterale partnerschappen, zorgen voor een verdere versterking van reeds lang bestaande bilaterale handels- en investeringsbetrekkingen, en tegenwicht helpen bieden aan de mogelijk afleidende effecten van de onlangs gesloten trans-Pacifische partnerschapsovereenkomst; meent dat het resultaat van de onderhandelingen model kan staan voor toekomstige vrijhandelsovereenkomsten;

5.  verzoekt de Commissie tijdens het verkennend onderzoek een grondige analyse te maken van alle aanvullende kansen voor markttoegang die de mogelijke vrijhandelsovereenkomsten met Australië en Nieuw-Zeeland zouden bieden voor Europese marktdeelnemers, met name kmo's, en deze af te wegen tegen eventuele defensieve belangen gezien het feit dat zowel Australië als Nieuw-Zeeland al een relatief open markt en naar internationale maatstaven zeer lage tarieven hebben;

6.  onderstreept dat investeringen, handel in goederen en diensten (voortbordurend op de recente aanbevelingen van het Europees Parlement op het gebied van het behoud van beleidsruimte en kwetsbare sectoren), e-handel, openbare aanbestedingen, energie, overheidsbedrijven, concurrentie, corruptiebestrijding, regelgevende kwesties zoals belemmeringen op sanitair en fytosanitair gebied, technologisch onderzoek, en met name de behoeften van kleine en middelgrote ondernemingen, op zinvolle wijze aan bod moeten komen in ambitieuze overeenkomsten tussen de drie geavanceerde economieën; benadrukt dat dergelijke overeenkomsten gunstig kunnen zijn voor de governance van de wereldeconomie door intensievere convergentie en samenwerking op het vlak van internationale normen, zonder afbreuk te doen aan consumentenbescherming (bijv. voedselveiligheid), milieubescherming (bijv. diergezondheid en dierwelzijn en de gezondheid van planten), arbeids- of sociale bescherming;

7.  onderstreept dat de potentiële overeenkomsten, in een apart hoofdstuk, ten volle rekening moeten houden met de behoeften en belangen van kleine en middelgrote ondernemingen wat markttoegangskwesties betreft, teneinde concrete kansen voor bedrijven te creëren;

8.  beschouwt een robuust en ambitieus hoofdstuk over duurzame ontwikkeling, dat onder meer fundamentele arbeidsnormen, de vier prioritaire ILO-verdragen inzake governance en multilaterale milieuovereenkomsten omvat, als een onmisbaar onderdeel van iedere potentiële vrijhandelsovereenkomst; meent dat de overeenkomsten ook moeten voorzien in de oprichting van een gezamenlijk forum voor het maatschappelijk middenveld, dat toeziet op de tenuitvoerlegging ervan en op de manier waarop de partijen hun verplichtingen inzake mensenrechten, arbeidsnormen en milieubescherming nakomen, en hierover verslag uitbrengt;

9.  merkt op dat landbouw een gevoelige sector is en dat een definitieve, evenwichtige uitkomst in de landbouw- en visserijhoofdstukken naar behoren rekening moet houden met de belangen van alle Europese producenten, bijvoorbeeld van vlees, zuivel, suiker, granen en textiel, en de producenten in de ultraperifere regio's, door bijvoorbeeld overgangsperioden of passende quota in te voeren of geen verbintenissen aan te gaan voor de meest gevoelige sectoren; merkt op dat slechts dan de concurrentie gestimuleerd kan worden en gunstig is voor zowel consumenten als producenten; pleit voor de opname van doeltreffende bilaterale vrijwaringsmaatregelen om te voorkomen dat er zich pieken in de invoer van producten voordoen waardoor Europese producenten in gevoelige sectoren ernstige schade lijden of dreigen te lijden en voor de tenuitvoerlegging van specifieke maatregelen voor de bescherming van kwetsbare producties van de ultraperifere gebieden, met name de uitsluiting van bijzondere suikers;

10.  benadrukt dat de onderhandelingen moeten leiden tot krachtige en afdwingbare bepalingen over de bescherming van intellectuele-eigendomsrechten, waaronder geografische aanduidingen;

11.  verzoekt de Commissie zo spoedig mogelijk alomvattende duurzaamheidseffectbeoordelingen uit te voeren van de potentiële overeenkomsten, om de mogelijke voor- en nadelen van het verbeteren van de handels- en investeringsbetrekkingen tussen de EU en respectievelijk Australië en Nieuw-Zeeland voor de bevolking en het bedrijfsleven van beide partijen, waaronder de ultraperifere regio's en de landen en gebieden overzee, grondig te kunnen evalueren;

12.  verzoekt de Commissie om voor de opening van de onderhandelingen met Australië en Nieuw-Zeeland als voorwaarde te stellen dat alle partijen zich er vanaf het begin toe verbinden zo transparant mogelijk te onderhandelen, de optimale werkwijzen zoals die tijdens andere onderhandelingen zijn vastgesteld daarbij volledig in acht te nemen, voortdurend de dialoog met de sociale partners en het maatschappelijk middenveld te onderhouden, en het verwachte ambitieniveau in dit verband ook voor de onderhandelingen over het toepassingsgebied te tonen;

13.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de regeringen en parlementen van de lidstaten, alsmede de regeringen en parlementen van Australië en Nieuw Zeeland.

(1) PB C 353 E van 3.12.2013, blz. 210.
(2) PB C 353 E van 3.12.2013, blz. 210.

Juridische mededeling