Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2013/0157(COD)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A8-0023/2016

Ingediende teksten :

A8-0023/2016

Debatten :

PV 07/03/2016 - 14
CRE 07/03/2016 - 14
PV 12/12/2016 - 11
CRE 12/12/2016 - 11

Stemmingen :

PV 08/03/2016 - 6.3
CRE 08/03/2016 - 6.3
Stemverklaringen
PV 14/12/2016 - 9.12
CRE 14/12/2016 - 9.12
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2016)0069
P8_TA(2016)0499

Aangenomen teksten
PDF 711kWORD 356k
Dinsdag 8 maart 2016 - Straatsburg Definitieve uitgave
Toegang tot de markt voor havendiensten en financiële transparantie van havens ***I
P8_TA(2016)0069A8-0023/2016

Amendementen van het Europees Parlement aangenomen op 8 maart 2016 op het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van een kader voor de toegang tot de markt voor havendiensten en de financiële transparantie van havens (COM(2013)0296 – C7-0144/2013 – 2013/0157(COD))(1)

(Gewone wetgevingsprocedure: eerste lezing)

Door de Commissie voorgestelde tekst   Amendement
Amendement 1
Voorstel voor een verordening
Titel
Voorstel voor een
Voorstel voor een
VERORDENING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD
VERORDENING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD
tot vaststelling van een kader voor de toegang tot de markt voor havendiensten en de financiële transparantie van havens
tot vaststelling van een kader voor de organisatie van havendiensten en voor de financiële transparantie van havens
Amendement 2
Voorstel voor een verordening
Overweging 1 bis (nieuw)
(1 bis)  Havens kunnen bijdragen tot het concurrentievermogen van de Europese industrie op de wereldmarkt op lange termijn en tegelijk banen creëren in alle kustregio's van de Unie. Om de uitdagingen van de sector zeevervoer aan te pakken, zoals de inefficiëntie in de keten van duurzaam vervoer en logistiek, is het van essentieel belang dat de in de mededeling van de Commissie getiteld "Havens: een motor voor groei" genoemde maatregelen voor administratieve vereenvoudiging tegelijk met deze verordening worden uitgevoerd. De complexiteit van de administratieve procedures voor inklaring, die in havens voor vertragingen zorgt, vormt een belangrijke belemmering voor het concurrentievermogen van de korte vaart en de efficiëntie van havens in de Unie.
Amendement 3
Voorstel voor een verordening
Overweging 3 bis (nieuw)
(3 bis)  Een sterke vereenvoudiging van de douaneprocedures kan voor een haven een belangrijk economisch voordeel in de zin van concurrentievermogen opleveren. Om oneerlijke concurrentie van havens te voorkomen en de douaneformaliteiten die de financiële belangen van de Unie ernstig kunnen schaden, te beperken, moeten de havenautoriteiten voor een gedegen en doeltreffende, risicogebaseerde beleidsaanpak kiezen teneinde concurrentieverstoring tegen te gaan. De lidstaten en de Commissie dienen deze procedures regelmatig en doeltreffend te controleren en de Commissie dient na te gaan of het nodig is om passende maatregelen tegen oneerlijke concurrentie te nemen.
Amendement 4
Voorstel voor een verordening
Overweging 4
(4)  De overgrote meerderheid van het maritieme handelsverkeer van de Unie loopt via de zeehavens die deel uitmaken van het trans-Europees vervoersnetwerk. Om het doel van deze verordening op evenredige wijze te verwezenlijken zonder aan andere havens onnodige lasten op te leggen, moet deze verordening van toepassing zijn op de havens van het trans-Europees vervoersnetwerk, die allemaal een belangrijke rol spelen in het Europese vervoerssysteem, hetzij omdat ze meer dan 0,1 % van de totale EU-vracht of het totale aantal passagiers afhandelen, hetzij omdat ze de regionale toegankelijkheid van insulaire of perifere gebieden verbeteren. Lidstaten kunnen ervoor kiezen deze verordening ook op andere havens toe te passen. Loodsdiensten op volle zee hebben geen rechtstreeks effect op de efficiëntie van havens, aangezien ze niet worden gebruikt om haven binnen te varen of te verlaten en derhalve niet in het toepassingsgebied van deze verordening moeten worden opgenomen.
(4)  De overgrote meerderheid van het maritieme handelsverkeer van de Unie loopt via de maritieme havens die deel uitmaken van het trans-Europees vervoersnetwerk. Om het doel van deze verordening op evenredige wijze te verwezenlijken zonder aan andere havens onnodige lasten op te leggen, moet deze verordening alleen van toepassing zijn op de maritieme havens van het trans-Europees vervoersnetwerk, die allemaal een belangrijke rol spelen in het Europese vervoerssysteem, hetzij omdat ze meer dan 0,1 % van de totale EU-vracht of het totale aantal passagiers afhandelen, hetzij omdat ze de regionale toegankelijkheid van insulaire of perifere gebieden verbeteren. Deze verordening moet de lidstaten evenwel de mogelijkheid bieden te kiezen of deze verordening al dan niet van toepassing is op maritieme havens die deel uitmaken van het uitgebreide trans-Europese vervoersnetwerk in de ultraperifere regio's. Ook dienen de lidstaten afwijkingen te kunnen invoeren ter voorkoming van onevenredige administratieve lasten voor maritieme havens die deel uitmaken van het uitgebreide trans-Europese vervoersnetwerk, en waarvan het jaarlijkse scheepvaartvolume geen rechtvaardiging biedt voor volledige toepassing van deze verordening. Loodsdiensten op volle zee hebben geen rechtstreeks effect op de efficiëntie van havens, aangezien ze niet worden gebruikt om haven binnen te varen of te verlaten en derhalve niet in het toepassingsgebied van deze verordening moeten worden opgenomen.
Amendement 5
Voorstel voor een verordening
Overweging 4 bis (nieuw)
(4 bis)  Deze verordening legt de havenbeheerders geen specifiek havenbeheermodel op. Vooropgesteld dat de regels betreffende financiële transparantie en markttoegang worden nageleefd, kunnen de bestaande havenbeheermodellen die in de lidstaten op nationaal niveau zijn ingevoerd, behouden blijven, overeenkomstig Protocol nr. 26 bij het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie.
Amendement 6
Voorstel voor een verordening
Overweging 5
(5)  Het doel van artikel 56 van het Verdrag betreffende werking van de Europese Unie is de beperkingen voor het vrij verrichten van diensten binnen de Unie op te heffen. Overeenkomstig artikel 58 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie moet dit worden verwezenlijkt in het kader van de bepalingen onder de titel vervoer en met name artikel 100, lid 2.
Schrappen
Amendement 7
Voorstel voor een verordening
Overweging 6
(6)  In een aantal lidstaten is het zelf verrichten van diensten, hetgeen inhoudt dat scheepvaartmaatschappijen of aanbieders van havendiensten personeel naar eigen keuze in dienst nemen en zelf havendiensten verrichten, om veiligheids- of sociale redenen gereguleerd. De belanghebbenden die door de Commissie tijdens het opstellen van haar voorstel zijn geraadpleegd, hebben erop gewezen dat het op het niveau van de Unie algemeen toestaan van het zelf verrichten van diensten aanvullende voorschriften inzake veiligheids- en sociale kwesties nodig zou maken teneinde mogelijke negatieve effecten op dit gebied te voorkomen. Het lijkt daarom passend om deze kwestie in dit stadium niet op het niveau van de Unie te reguleren en om het aan de lidstaten over te laten om het zelf verrichten van havendiensten al dan niet te reguleren. Deze verordening dient derhalve uitsluitend betrekking te hebben op het verlenen van havendiensten die tegen betaling worden verricht
Schrappen
Amendement 8
Voorstel voor een verordening
Overweging 7
(7)  In het belang van een efficiënt, veilig en milieuverantwoord havenbeheer moet de havenbeheerder kunnen vereisen dat aanbieders van havendiensten kunnen aantonen dat ze voldoen aan de minimumvereisten om de dienst op passende wijze te verrichten. Deze minimumvereisten moeten worden beperkt tot een duidelijk omschreven reeks voorwaarden betreffende de beroepskwalificaties van de exploitanten, met inbegrip van hun opleidingsniveau, en de benodigde uitrusting, voor zover deze vereisten transparant, niet-discriminerend, objectief en relevant voor de verrichting van de havendienst zijn.
(7)  In het belang van een efficiënt, veilig en milieuverantwoord havenbeheer moet de havenbeheerder kunnen vereisen dat aanbieders van havendiensten kunnen aantonen dat ze voldoen aan de minimumvereisten om de dienst op passende wijze te verrichten. Deze minimumvereisten moeten worden beperkt tot een duidelijk omschreven reeks voorwaarden betreffende de beroepskwalificaties van de exploitanten, de uitrusting die nodig is voor het verrichten van de betrokken havendiensten, de beschikbaarheid van de dienst en de naleving van de vereisten inzake maritieme veiligheid. Bij deze minimumvereisten moet ook rekening worden gehouden met de milieuvereisten alsmede met de nationale sociale normen en de goede reputatie van de aanbieder van de havendienst.
Amendement 9
Voorstel voor een verordening
Overweging 7 bis (nieuw)
(7 bis)  Alle aanbieders van diensten en met name nieuwkomers op de markt moeten aantonen dat zij een minimumaantal vaartuigen met hun eigen personeel en uitrusting kunnen bedienen. De aanbieder van havendiensten moet de toepasselijke bepalingen en regels toepassen, waaronder het toepasselijke arbeidsrecht, de toepasselijke collectieve arbeidsovereenkomsten en de kwaliteitseisen van de betrokken haven.
Amendement 10
Voorstel voor een verordening
Overweging 7 ter (nieuw)
(7 ter)  Bij de vaststelling of een dienstverlener aan het vereiste van een goede reputatie voldoet dient de lidstaat na te gaan of er dwingende redenen zijn om de goede reputatie van de aanbieder van havendiensten, de beheerder of andere door de lidstaat als zodanig aangemerkte relevante personen in twijfel te trekken, zoals veroordelingen of sancties in om het even welke lidstaat wegens ernstige misdrijven of overtreding van de toepasselijke nationale of Uniewetgeving, onder meer op de volgende gebieden: sociale en arbeidswetgeving, wetgeving inzake veiligheid op het werk, gezondheids- en milieuwetgeving.
Amendement 11
Voorstel voor een verordening
Overweging 7 quater (nieuw)
(7 quater)  Overeenkomstig Verordening (EEG) nr. 3577/92 van de Raad1bis en het arrest van het Hof van Justitie van 11 januari 2007 in Zaak C-251/04, Commissie/Helleense Republiek1ter, volgens welk niet kan worden geconcludeerd dat sleepdiensten gelijkgesteld kunnen worden met vervoersdiensten op zee, is het in verband met de veiligheid op zee en de bescherming van het milieu mogelijk in minimumvereisten te bepalen dat de vaartuigen die voor sleepdiensten of aan- of afmeeractiviteiten in de lidstaat van de desbetreffende haven moeten zijn geregistreerd en onder de vlag van die lidstaat varen.
_______________
1bis Verordening (EEG) nr. 3577/92 van de Raad van 7 december 1992 houdende toepassing van het beginsel van het vrij verrichten van diensten op het zeevervoer binnen de lidstaten (cabotage in het zeevervoer) (PB L 364 van 12.12.1992, blz. 7).
1ter Arrest van het Hof van Justitie van 11 januari 2007 in Zaak C-251/04, Commissie/Helleense Republiek, C-251/04, ECLI:EU:C:2007:5.
Amendement 12
Voorstel voor een verordening
Overweging 10
(10)  Aangezien havens afgebakende geografische gebieden vormen, kan de toegang tot de markt in bepaalde gevallen worden beperkt vanwege een gebrek aan ruimte of omdat de beschikbare ruimte is gereserveerd voor bepaalde types activiteiten door middel van een bestemmingsplan waarin het landgebruik op transparante wijze wordt geregeld en overeenkomstig de in de nationale wetgeving opgenomen doelstellingen op het gebied van ruimtelijke ordening en stedenbouw.
Schrappen
Amendement 13
Voorstel voor een verordening
Overweging 10 bis (nieuw)
(10 bis)  Het havensysteem van de Unie is uitermate divers en omvat veel verschillende modellen voor de organisatie van havendiensten. Eén enkel systeem zou dan ook niet gepast zijn. De havenbeheerder of de bevoegde instantie moet in staat zijn het aantal aanbieders van havendiensten te beperken, als de omstandigheden zulks vereisen.
Amendement 14
Voorstel voor een verordening
Overweging 11
(11)  Elk voornemen om het aantal aanbieders van havendiensten te beperken moet vooraf door de bevoegde instanties bekend worden gemaakt en moet volledig worden gemotiveerd om belangstellende partijen de mogelijkheid te bieden om opmerkingen in te dienen. De criteria voor elke beperking moeten objectief, transparant en niet-discriminerend zijn.
(11)  Elk voornemen om het aantal aanbieders van havendiensten te beperken moet vooraf door de havenbeheerder of de bevoegde instanties bekend worden gemaakt. De criteria voor elke beperking moeten objectief, transparant en niet-discriminerend zijn.
Amendement 15
Voorstel voor een verordening
Overweging 12
(12)   Om open en transparant te zijn, moeten de selectieprocedure voor aanbieders van havendiensten en de resultaten ervan openbaar worden gemaakt en moeten de belangstellende partijen alle documenten ter zake ontvangen.
(12)   De procedure voor het selecteren van aanbieders van havendiensten en de resultaten ervan moeten openbaar worden gemaakt, niet-discriminerend en transparant zijn en openstaan voor alle belangstellende partijen.
Amendement 16
Voorstel voor een verordening
Overweging 13
(13)  Indien het aantal aanbieders van havendiensten wordt beperkt, moet de selectieprocedure plaatsvinden volgens de in Richtlijn ../../… [concessieopdrachten] vastgelegde beginselen en aanpak, met inbegrip van de drempel en de methode om de waarde van de opdrachten te bepalen, de definitie van materiële wijzigingen en de elementen die verband houden met de looptijd van de opdracht.
Schrappen
__________________
7 Voorstel voor een richtlijn betreffende de gunning van concessieopdrachten (COM(2011) 897 final.
Amendement 17
Voorstel voor een verordening
Overweging 13 bis (nieuw)
(13 bis)  In haar interpretatieve mededeling van 1 augustus 2006 over de Gemeenschapswetgeving die van toepassing is op het plaatsen van opdrachten die niet of slechts gedeeltelijk onder de richtlijnen inzake overheidsopdrachten1 vallen, heeft de Commissie een duidelijk kader gegeven voor de selectieprocedures die buiten het toepassingsgebied van de richtlijnen inzake overheidsopdrachten vallen en niet in de vorm van concessies worden toegekend.
____________________
1 PB C 179 van 1.8.2006, blz. 2.
Amendement 18
Voorstel voor een verordening
Overweging 14
(14)  De toepassing van een openbaredienstverplichting die leidt tot een beperking van het aantal aanbieders van een havendienst hoeft alleen te worden gerechtvaardigd om redenen van algemeen belang, d.w.z. om de toegankelijkheid van de havendienst voor alle gebruikers, de beschikbaarheid van de havendienst gedurende het hele jaar of de betaalbaarheid van de havendienst voor bepaalde categorieën gebruikers te waarborgen.
(14)  De toepassing van een openbaredienstverplichting die leidt tot een beperking van het aantal aanbieders van een havendienst hoeft alleen te worden gerechtvaardigd om redenen van algemeen belang, d.w.z. om de toegankelijkheid van de havendienst voor alle gebruikers, de beschikbaarheid van de havendienst gedurende het hele jaar of de betaalbaarheid van de havendienst voor een bepaalde categorie gebruikers of veilige, betrouwbare of ecologisch duurzame havenactiviteiten te waarborgen.
Amendement 19
Voorstel voor een verordening
Overweging 18
(18)  De in een lidstaat aangewezen bevoegde instantie moet de keuze hebben om zelf havendiensten met openbaredienstverplichtingen te verrichten of een interne exploitant rechtstreeks met de verrichting van deze diensten te belasten. Wanneer de bevoegde instantie ervoor opteert de diensten zelf te verrichten, kan zij daarvoor een beroep doen op eigen werknemers of op werknemers die in opdracht van die bevoegde instantie werken. Wanneer deze beperking wordt toegepast in alle TEN-T-havens op het grondgebied van een lidstaat, moet de Commissie daarvan in kennis worden gesteld. Wanneer de bevoegde instanties in een lidstaat een dergelijke keuze maken, moet de verrichting van havendiensten door de interne exploitanten worden beperkt tot de haven of havens waarvoor deze interne exploitanten zijn aangewezen. Bovendien moet op de heffingen die deze exploitanten voor havendiensten in rekening brengen toezicht worden gehouden door een onafhankelijke toezichthoudende instantie.
(18)  De havenbeheerder of de in een lidstaat aangewezen bevoegde instantie moet de keuze hebben om zelf havendiensten te verrichten of een interne exploitant rechtstreeks met de verrichting van deze diensten te belasten. Wanneer de bevoegde instantie ervoor opteert de diensten zelf te verrichten, kan zij daarvoor een beroep doen op eigen werknemers of op werknemers die in opdracht van die bevoegde instantie werken. Wanneer deze beperking wordt toegepast in alle maritieme TEN-T-havens op het grondgebied van een lidstaat, moet de Commissie daarvan in kennis worden gesteld. Wanneer de bevoegde instanties in een lidstaat een havendienst verrichten die onder de openbaredienstverplichting valt, moet de verrichting van havendiensten door de interne exploitanten worden beperkt tot de haven of havens waarvoor deze interne exploitanten zijn aangewezen. Bovendien moet op de heffingen die deze exploitanten voor havendiensten in rekening brengen, onafhankelijk toezicht worden uitgeoefend.
Amendement 20
Voorstel voor een verordening
Overweging 19
(19)  De lidstaten moeten de bevoegdheid behouden om een passende sociale bescherming te waarborgen voor het personeel van ondernemingen die havendiensten aanbieden. Deze verordening laat de toepassing van de sociale en arbeidsregelgeving van de lidstaten onverlet. In geval van een beperking van het aantal aanbieders van havendiensten moet het voor de bevoegde instanties mogelijk zijn, wanneer de sluiting van een contract voor het verrichten van havendiensten een verandering van de exploitant van de havendiensten met zich mee kan brengen, om de geselecteerde dienstverrichter te verzoeken de bepalingen van Richtlijn 2001/23/EG van de Raad inzake de onderlinge aanpassing van de wetgevingen der lidstaten betreffende het behoud van de rechten van de werknemers bij overgang van ondernemingen, vestigingen of onderdelen van ondernemingen of vestigingen toe te passen11.
(19)  De lidstaten moeten de bevoegdheid behouden om een passende sociale bescherming te waarborgen voor het personeel van ondernemingen die havendiensten aanbieden. Deze verordening dient de toepassing van de sociale en arbeidsregelgeving van de lidstaten onverlet te laten en moet rekening houden met artikel 28 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie. Wanneer de sluiting van een contract voor het verrichten van havendiensten een verandering van de exploitant van de havendiensten met zich mee kan brengen, verlangen de bevoegde instanties – in het geval van overplaatsing van personeel – dat de geselecteerde dienstverrichter de bepalingen van Richtlijn 2001/23/EG van de Raad van 12 maart 2001 inzake de onderlinge aanpassing van de wetgevingen der lidstaten betreffende het behoud van de rechten van de werknemers bij overgang van ondernemingen, vestigingen of onderdelen van ondernemingen of vestigingen11 toepast.
__________________
__________________
11 PB L 82 van 22.3.2001, blz. 16.
11 PB L 82 van 22.3.2001, blz. 16.
Amendement 21
Voorstel voor een verordening
Overweging 19 bis (nieuw)
(19 bis)  In een uitermate complexe en concurrerende sector als de havendiensten is de opleiding van nieuwe medewerkers en de permanente bijscholing van het personeel van essentieel belang om de gezondheid en de veiligheid van de havenarbeiders en de veiligheid, de kwaliteit van de diensten en het concurrentievermogen van de EU-havens te waarborgen. De lidstaten dienen de nodige maatregelen te treffen om te waarborgen dat elke werknemer in de havensector relevante opleiding krijgt. Het comité voor sociale dialoog in de havensector op EU-niveau moet in staat zijn richtsnoeren te ontwikkelen voor de vaststelling van opleidingsvereisten om een hoog niveau van onderwijs en opleiding van havenarbeiders te waarborgen, om het gevaar van ongevallen te minimaliseren en om toekomstige behoeften van de sector in acht te nemen in verband met technologische en logistieke veranderingen ten gevolge van de vraag onder klanten.
Amendement 22
Voorstel voor een verordening
Overweging 19 ter (nieuw)
(19 ter)  De Europese havensector wordt geconfronteerd met een aantal uitdagingen die van invloed kunnen zijn op zowel zijn concurrentiepositie als de sociale dimensie. Die uitdagingen bestaan met name uit: de toenemende afmetingen van vaartuigen, de concurrentie van havens buiten de EU, de toenemende machtspositie ten gevolge van allianties tussen scheepvaartondernemingen, de noodzaak om tijdig te onderhandelen over nieuwe arbeidspatronen en te voorzien in passende opleidingen voor technologische innovaties, alsmede minimalisering van de sociale gevolgen ervan, de toenemende volumes die steeds vaker worden geclusterd, het gebrek aan afdoende investeringen in infrastructuur voor het hinterland, het wegnemen van administratieve belemmeringen voor toegang tot de interne markt, het veranderende energielandschap en de toenemende druk vanuit de maatschappij en op het milieu. De lidstaten moeten samen met de sociale partners deze uitdagingen aangaan en maatregelen treffen ter waarborging van de concurrentiepositie van de sector en ter voorkoming van precaire arbeidsomstandigheden in havens, ondanks de fluctuerende vraag naar havenarbeid.
Amendement 23
Voorstel voor een verordening
Overweging 19 quater (nieuw)
(19 quater)  Alle modellen voor de organisatie van havenwerkzaamheden waarin hoogwaardige werkgelegenheid en veilige arbeidsomstandigheden worden gewaarborgd, moeten door de Commissie en de lidstaten worden ondersteund. Eventuele noodzakelijke aanpassingen moeten alleen worden gestimuleerd via onderhandelingen tussen de sociale partners, en de Commissie moet terdege rekening houden met de uitkomsten van dergelijke onderhandelingen.
Amendement 24
Voorstel voor een verordening
Overweging 19 quinquies (nieuw)
(19 quinquies)  Automatisering en technologische innovatie bieden de gelegenheid om de efficiëntie en de veiligheid van havens te verbeteren. Vóór de invoering van aanzienlijke veranderingen moeten werkgevers en vakbonden van havenarbeiders overleg plegen, teneinde de nodige opleidingen en omscholing te waarborgen en gezamenlijke oplossingen te vinden die de negatieve effecten van dergelijke ontwikkelingen op de gezondheid en veiligheid op het werk en de inzetbaarheid van personeel tegengaan.
Amendement 25
Voorstel voor een verordening
Overweging 20
(20)   In veel havens wordt de markttoegang voor aanbieders van vrachtafhandelings- en passagiersterminaldiensten verleend door middel van de gunning van openbare concessieopdrachten. Op dit soort opdrachten zal Richtlijn …/…[concessieopdrachten] van toepassing zijn. Bijgevolg mag hoofdstuk II van deze verordening niet van toepassing zijn op de verrichting van vrachtafhandelings- en passagiersdiensten, maar de lidstaten moeten wel de vrijheid behouden om de voorschriften van dit hoofdstuk toch op die twee diensten toe te passen. Voor andere soorten opdrachten die door overheden worden gebruikt om toegang tot de markt voor vrachtafhandelings- en passagiersterminaldiensten te verlenen heeft het Hof van Justitie van de Europese Unie bevestigd dat de bevoegde instanties bij het gunnen van deze opdrachten de beginselen van transparantie en non-discriminatie dienen na te leven. Deze beginselen zijn volledig van toepassing op de verrichting van elke havendienst.
(20)  Hoofdstuk II van deze verordening mag niet van toepassing zijn op de verrichting van vrachtafhandelings- en passagiersdiensten. Voor andere soorten opdrachten dan openbare concessiecontracten die door overheden worden gebruikt om toegang tot de markt voor vrachtafhandelings- en passagiersterminaldiensten te verlenen heeft het Hof van Justitie van de Europese Unie bevestigd dat de bevoegde instanties bij het gunnen van deze opdrachten de beginselen van transparantie en non-discriminatie dienen na te leven. Deze beginselen zijn volledig van toepassing op de verrichting van elke havendienst.
Amendement 26
Voorstel voor een verordening
Overweging 20 bis (nieuw)
(20 bis)  Krachtens resolutie A.960 van de Internationale Maritieme Organisatie (IMO) is voor ieder loodsgebied zeer gespecialiseerde ervaring en plaatselijke kennis vereist van de kant van de loods. Aangezien de IMO erkent dat het loodsen regionaal of plaatselijk moet worden beheerd, mag het loodsen niet onder hoofdstuk II van onderhavige verordening vallen.
Amendement 27
Voorstel voor een verordening
Overweging 21 bis (nieuw)
(21 bis)  De Connecting Europe-faciliteit voorziet erin dat de havens van het trans-Europees vervoersnetwerk in de lopende periode 2014-2020 EU-steun kunnen ontvangen. Daarnaast is de Commissie voornemens om een herzien kader voor staatssteun aan havens vast te stellen, en aangezien Richtlijn 2014/23/EU van het Europees Parlement en de Raad1bis eveneens een nieuw wetgevingskader voor concessiecontracten vaststelt dat betrekking zal hebben op aan te besteden havendiensten, moeten in deze verordening strikte normen wat betreft de transparantie van financiële stromen worden opgenomen om oneerlijke concurrentie tussen havens van de Unie of dumping te voorkomen.
_______________
1bis Richtlijn 2014/23/EU van het Europees Parlement en de Raad van 26 februari 2014 betreffende het plaatsen van concessieovereenkomsten, PB L 94 van 28.3.2014, blz. 1).
Amendement 28
Voorstel voor een verordening
Overweging 22
(22)  Aan havenbeheerders die publieke middelen ontvangen en tevens als dienstverrichter optreden, moet de verplichting worden opgelegd om gescheiden boekhoudingen te voeren voor de activiteiten die zij uitvoeren in hun hoedanigheid van havenbeheerder en de activiteiten die zij uitvoeren op concurrerende basis, teneinde een gelijk speelveld en transparantie inzake de besteding van overheidsmiddelen te creëren en marktverstoringen te voorkomen. In ieder geval moet de naleving van de staatssteunregels worden verzekerd.
(22)  Aan havenbeheerders die publieke middelen ontvangen en tevens als dienstverrichter optreden, moet de verplichting worden opgelegd om gescheiden boekhoudingen te voeren voor de activiteiten die zij met behulp van openbare middelen uitvoeren in hun hoedanigheid van havenbeheerder en de activiteiten die zij uitvoeren op concurrerende basis, teneinde een gelijk speelveld en transparantie inzake de besteding van overheidsmiddelen te creëren en marktverstoringen te voorkomen. In ieder geval moet de naleving van de staatssteunregels worden verzekerd.
Amendement 29
Voorstel voor een verordening
Overweging 22 bis (nieuw)
(22 bis)  Maritieme havens met een omzet beneden de in Richtlijn 2006/111/EG van de Commissie vastgestelde drempelwaarde moeten op evenredige wijze voldoen aan de in artikel 12 van onderhavige verordening vastgestelde transparantieverplichtingen, zonder dat dit leidt tot onevenredig hoge administratieve lasten.
Amendement 30
Voorstel voor een verordening
Overweging 22 ter (nieuw)
(22 ter)  Om eerlijke concurrentie te waarborgen en de administratieve belasting te verminderen zou de Commissie het begrip staatssteun met betrekking tot de financiering van haveninfrastructuur schriftelijk moeten toelichten, rekening houdend met het feit dat openbare toegang en defensie-infrastructuur, zij het ter zee of te land, die voor alle potentiële gebruikers toegankelijk is op gelijke en niet-discriminerende voorwaarden, en infrastructuur die verband houdt met de exploitatie van diensten van algemeen niet-economisch belang, van niet-economische aard zijn daar hun doelstellingen voornamelijk van publieke aard zijn; dergelijke infrastructuur valt onder de verantwoordelijkheid van de overheid om te voorzien in de algemene behoeften van de bevolking.
Amendement 31
Voorstel voor een verordening
Overweging 22 quater (nieuw)
(22 quater)  Bovendien moet de Commissie tijdig en in overleg met de sector aangeven welke overheidsfinanciering van investeringen in haveninfrastructuur onder Verordening (EU) nr. 651/2014 van de Commissie (Algemene Groepsvrijstellingsverordening)1bis valt.
_________________
1bis Verordening (EU) nr. 651/2014 van de Commissie van 17 juni 2014 waarbij bepaalde categorieën steun op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag met de interne markt verenigbaar worden verklaard (PB L 187 van 26.6.2014, blz. 1).
Amendement 32
Voorstel voor een verordening
Overweging 23
(23)  Bij heffingen voor havendiensten die worden opgelegd door aanbieders van havendiensten die niet zijn aangewezen volgens een open, transparante en niet-discriminerende procedure is het risico op prijsmisbruik groter vanwege de monopolie- of oligopoliesituatie waarin zij zich bevinden en omdat hun markt niet kan worden betwist. Hetzelfde geldt voor heffingen die worden toegepast door interne exploitanten als bedoeld in deze verordening. Voor dergelijke diensten moeten, bij ontstentenis van eerlijke marktmechanismen, regelingen worden vastgesteld die waarborgen dat de heffingen die deze aanbieders instellen een weerspiegeling zijn van de normale omstandigheden in de desbetreffende markt en op transparante en niet-discriminerende wijze zijn bepaald.
(23)  Bij heffingen voor havendiensten die worden opgelegd door aanbieders van havendiensten die niet zijn aangewezen overeenkomstig een open, transparante en niet-discriminerende procedure en de heffingen die worden opgelegd door aanbieders van loodsdiensten die niet zijn blootgesteld aan daadwerkelijke mededinging, is het risico op prijsmisbruik groter. Voor dergelijke diensten moeten, bij ontstentenis van eerlijke marktmechanismen, regelingen worden vastgesteld die waarborgen dat de toegepaste heffingen niet onevenredig zijn ten opzichte van de economische waarde van de geleverde diensten en op transparante en niet-discriminerende wijze zijn bepaald.
Amendement 33
Voorstel voor een verordening
Overweging 24
(24)  Om efficiënt te zijn moeten de heffingen op het gebruik van haveninfrastructuur van elke afzonderlijke haven op transparante en autonome wijze zijn vastgesteld in overeenstemming met de eigen commerciële en investeringsstrategie van de haven.
(24)   De rol van de havenbeheerder is onder meer om handel te vergemakkelijken en om als bemiddelaar op te treden tussen de regionale industrie en vervoersexploitanten. Bijgevolg moeten de heffingen op het gebruik van haveninfrastructuur van elke afzonderlijke haven in het belang van de efficiëntie op transparante en autonome wijze zijn vastgesteld in overeenstemming met de eigen commerciële en investeringsstrategie van de haven.
Amendement 34
Voorstel voor een verordening
Overweging 25
(25)  Differentiatie van de heffingen voor het gebruik van haveninfrastructuur moet worden toegestaan om de korte vaart te bevorderen en vaartuigen aan te trekken waarvan de milieuprestaties of de energie- en koolstofefficiëntie van de vervoersactiviteiten, in het bijzonder van de off-shore- of on-shore-zeevervoersactiviteiten, beter zijn dan het gemiddelde. Dit moet bijdragen tot de verwezenlijking van het milieu- en klimaatbeleid en de duurzame ontwikkeling van de haven en haar omgeving, voornamelijk door de ecologische voetafdruk van de vaartuigen die de haven aandoen en er voor anker liggen te helpen drukken.
(25)  Differentiatie van de heffingen op het gebruik van haveninfrastructuur is een belangrijk instrument voor havenbeheerders en moet worden toegestaan. De heffingen op het gebruik van haveninfrastructuur kunnen bijvoorbeeld variëren om de korte vaart te bevorderen en vaartuigen aan te trekken waarvan de milieuprestaties of de energie- en koolstofefficiëntie van de vervoersactiviteiten, in het bijzonder van de offshore- of onshore-zeevervoersactiviteiten, beter zijn dan het gemiddelde. Dit moet bijdragen tot de verwezenlijking van het milieu- en klimaatbeleid en de duurzame ontwikkeling van de haven en haar omgeving, voornamelijk door de ecologische voetafdruk van de vaartuigen die de haven aandoen en er voor anker liggen te helpen drukken.
Amendement 35
Voorstel voor een verordening
Overweging 26
(26)   Havens moeten over toereikende faciliteiten beschikken om ervoor te zorgen dat de havengebruikers die een heffing voor het gebruik van haveninfrastructuur en/of een heffing voor havendiensten dienen te betalen, worden geraadpleegd bij de vaststelling of wijziging van de heffingen voor het gebruik van haveninfrastructuur of havendiensten. De havenbeheerders moeten ook regelmatig overleg plegen met andere belanghebbenden over belangrijke onderwerpen die verband houden met de gezonde ontwikkeling van de haven, de werking van de haven en haar mogelijkheden om economische activiteiten aan te trekken en te genereren, zoals de coördinatie van havendiensten binnen het havengebied en de efficiëntie van de hinterlandverbindingen en de administratieve procedures in de haven.
(26)   Er moet voor worden gezorgd dat de havengebruikers die een heffing voor het gebruik van haveninfrastructuur en/of een heffing voor havendiensten dienen te betalen, worden geraadpleegd bij de vaststelling of wijziging van de heffingen voor het gebruik van haveninfrastructuur of havendiensten. De havenbeheerders moeten ook regelmatig overleg plegen met andere belanghebbenden over belangrijke onderwerpen die verband houden met de gezonde ontwikkeling van de haven, de werking van de haven en haar mogelijkheden om economische activiteiten aan te trekken en te genereren, zoals de coördinatie van havendiensten binnen het havengebied en de efficiëntie van de hinterlandverbindingen en de administratieve procedures in de haven. De havenbeheerder dient particuliere investeerders aan te trekken die belangrijke investeringen doen in havens, in duurzaam overleg wat betreft ontwikkelingsplannen voor havens.
Amendement 36
Voorstel voor een verordening
Overweging 27
(27)   Met het oog op een goede en effectieve werking van deze verordening moet in elke lidstaat een onafhankelijk toezichthoudende instantie worden aangewezen. Die opdracht mag aan een reeds bestaande instantie worden toevertrouwd.
(27)   Om te waarborgen dat er een onafhankelijke klachtenregeling wordt ingesteld, moeten er in elke lidstaat een of meer instanties worden aangewezen voor het uitvoeren van onafhankelijk toezicht. Reeds bestaande instanties, zoals mededingingsautoriteiten, rechtbanken, ministeries of afdelingen van ministeries, kunnen hiervoor worden aangewezen, mits ze geen banden hebben met de havenbeheerder.
Amendement 37
Voorstel voor een verordening
Overweging 28
(28)  De verschillende toezichthoudende instanties moeten informatie over hun werkzaamheden uitwisselen en samenwerken om een uniforme toepassing van deze verordening te waarborgen.
(28)   In geval van grensoverschrijdende geschillen of klachten moeten de verschillende instanties die onafhankelijk toezicht houden met elkaar samenwerken en informatie uitwisselen over hun werkzaamheden.
Amendement 38
Voorstel voor een verordening
Overweging 28 bis (nieuw)
(28 bis)  De arbeidsverhoudingen in havens zijn van grote invloed op het functioneren van de havens. Het sectorale EU-comité voor de sociale dialoog in de havensector biedt de sociale partners dan ook een kader om resultaat te boeken op het vlak van werkorganisatie en arbeidsomstandigheden zoals gezondheid en veiligheid, scholing en kwalificaties, het EU-beleid inzake zwavelarme brandstoffen, en de aantrekkelijkheid van werk in de havensector voor jongeren en vrouwen.
Amendement 39
Voorstel voor een verordening
Overweging 29
(29)  Teneinde bepaalde niet-essentiële elementen van deze verordening aan te vullen en te wijzigen, en met name om de uniforme toepassing van milieuheffingen te bevorderen, de samenhang van de milieuheffingen in de hele Unie te versterken en gemeenschappelijke heffingsbeginselen ter bevordering van de korte vaart toe te passen, moet aan de Commissie de bevoegdheid worden verleend om overeenkomstig artikel 290 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie handelingen vast te stellen inzake de gemeenschappelijke classificatie van vaartuigen, brandstoffen en typen activiteiten op basis waarvan de heffingen voor het gebruik van haveninfrastructuur kunnen worden gedifferentieerd en inzake de gemeenschappelijke heffingsbeginselen voor het vaststellen van die heffingen. Het is van bijzonder belang dat de Commissie tijdens haar voorbereidende werkzaamheden passende raadplegingen verricht, ook op deskundigenniveau. De Commissie moet bij de voorbereiding en opstelling van de gedelegeerde handelingen ervoor zorgen dat de desbetreffende documenten tijdig en op gepaste wijze gelijktijdig worden toegezonden aan het Europees Parlement en de Raad.
Schrappen
Amendement 40
Voorstel voor een verordening
Overweging 30
(30)  Om eenvormige voorwaarden voor de uitvoering van deze verordening te waarborgen, moeten aan de Commissie uitvoeringsbevoegdheden worden toegekend met betrekking tot passende regelingen voor de uitwisseling van informatie tussen onafhankelijke toezichthoudende instanties. Deze bevoegdheden moeten worden uitgeoefend overeenkomstig Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 16 februari 2011 tot vaststelling van de algemene voorschriften en beginselen die van toepassing zijn op de wijze waarop de lidstaten de uitoefening van de uitvoeringsbevoegdheden door de Commissie controleren13.
Schrappen
__________________
13 PB L 55 van 28.2.2011, blz. 13
Amendement 41
Voorstel voor een verordening
Overweging 30 bis (nieuw)
(30 bis)  De Commissie wordt verzocht een wetgevingsvoorstel in te dienen betreffende ontheffingsbewijzen inzake loodsdiensten (Pilotage Exemption Certificates (PECs)), om het gebruik daarvan in alle lidstaten aan te moedigen en daarmee de efficiëntie in havens te verbeteren, en met name de korte vaart te bevorderen, voor zover de veiligheid dit toestaat. De specifieke criteria op basis waarvan PECs worden afgegeven dienen door de lidstaten te worden vastgesteld na een risicobeoordeling en rekening houdend met de plaatselijke omstandigheden. De vereisten moeten transparant, niet-discriminerend en evenredig zijn.
Amendement 42
Voorstel voor een verordening
Overweging 31
(31)  Aangezien de doelstellingen van deze verordening, namelijk zorgen voor de modernisering van havendiensten en de randvoorwaarden creëren om de noodzakelijke investeringen aan te trekken in alle havens van het trans-Europees vervoersnetwerk, onvoldoende door de lidstaten kunnen worden verwezenlijkt, gezien de Europese dimensie en de internationale en grensoverschrijdende aard van haven- en daaraan gerelateerde maritieme activiteiten, en dus, vanwege de noodzaak om gelijke concurrentievoorwaarden op Europees niveau tot stand te brengen, beter op EU-niveau kunnen worden verwezenlijkt, kan de Unie maatregelen nemen, in overeenstemming met het in artikel 5 van het Verdrag betreffende de Europese Unie neergelegde subsidiariteitsbeginsel. Overeenkomstig het in dat artikel neergelegde evenredigheidsbeginsel gaat deze verordening niet verder dan nodig is om deze doelstellingen te verwezenlijken.
(31)  Aangezien de doelstellingen van deze verordening, namelijk zorgen voor een kader voor de organisatie van havendiensten en de randvoorwaarden creëren om de noodzakelijke investeringen aan te trekken in alle maritieme havens van het trans-Europees vervoersnetwerk, onvoldoende door de lidstaten kunnen worden verwezenlijkt, gezien de Europese dimensie en de internationale en grensoverschrijdende aard van haven- en daaraan gerelateerde maritieme activiteiten, en dus, vanwege de noodzaak om gelijke concurrentievoorwaarden op Europees niveau tot stand te brengen, beter op EU-niveau kunnen worden verwezenlijkt, kan de Unie maatregelen nemen, in overeenstemming met het in artikel 5 van het Verdrag betreffende de Europese Unie neergelegde subsidiariteitsbeginsel. Overeenkomstig het in dat artikel neergelegde evenredigheidsbeginsel gaat deze verordening niet verder dan nodig is om deze doelstellingen te verwezenlijken. De havens in de Unie moeten worden beschermd tegen havens in derde landen, waarop niet dezelfde criteria inzake organisatie en exploitatie van toepassing zijn als vermeld in deze verordening.
Amendement 43
Voorstel voor een verordening
Overweging 31 bis (nieuw)
(31 bis)  De arbeidsverhoudingen in havens zijn van aanzienlijke invloed op de activiteiten en het functioneren van de havens. Het sectorale EU-comité voor de sociale dialoog in de havensector zou de Europese sociale partners dan ook een kader kunnen bieden om mogelijk gemeenschappelijke resultaten te boeken op het vlak van sociale aspecten van de arbeidsverhoudingen. De Commissie moet waar nodig het overleg faciliteren en steunen en hieraan technische bijstand verlenen, en daarbij de autonomie van de sociale partners eerbiedigen. De sociale partners in de Unie moeten de mogelijkheid hebben om desgewenst verslag uit te brengen over eventueel gemaakte vorderingen, zodat de Commissie bij de verslaglegging over de effecten van deze verordening rekening kan houden met de resultaten.
Amendement 44
Voorstel voor een verordening
Artikel 1 – lid 1 – letter a
(a)  een duidelijk kader voor toegang tot de markt voor havendiensten;
a)  een duidelijk kader voor de organisatie van havendiensten;
Amendement 45
Voorstel voor een verordening
Artikel 1 – lid 1 – letter b
b)  gemeenschappelijke voorschriften inzake de financiële transparantie en door beheerders of aanbieders van havendiensten toe te passen heffingen.
b)  gemeenschappelijke voorschriften inzake de financiële transparantie en door onder deze verordening vallende beheerders of aanbieders van havendiensten toe te passen heffingen.
Amendement 46
Voorstel voor een verordening
Artikel 1 – lid 2 – letter c
c)  baggeren;
Schrappen
Amendement 47
Voorstel voor een verordening
Artikel 1 – lid 2 – alinea 2 bis (nieuw)
Daarnaast is artikel 12, lid 2, van deze verordening ook van toepassing op baggerwerkzaamheden.
Amendement 48
Voorstel voor een verordening
Artikel 1 – lid 3
3.  Deze verordening is van toepassing op alle zeehavens die deel uitmaken van het trans-Europees vervoersnetwerk, als omschreven in bijlage I bij Verordening XXX [verordening betreffende de richtsnoeren inzake het TEN-T].
3.  Deze verordening is van toepassing op alle maritieme havens die deel uitmaken van het trans-Europees vervoersnetwerk zoals opgenomen in bijlage II bij Verordening (EU) nr. 1315/2013 van het Europees Parlement en de Raad 1bis
________________
1bisVerordening (EU) nr. 1315/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2013 betreffende richtsnoeren van de Unie voor de ontwikkeling van het trans-Europees vervoersnetwerk en tot intrekking van Besluit nr. 661/2010/EU (PB L 348 van 20.12.2013, blz. 1).
Amendement 49
Voorstel voor een verordening
Artikel 1 – lid 3 bis (nieuw)
3 bis.  Deze verordening laat havenstructuren die de beginselen als bedoeld in paragrafen 1 (a) en 1 (b) eerbiedigen onverlet.
Amendement 50
Voorstel voor een verordening
Artikel 1 – lid 3 ter (nieuw)
3 ter.  De lidstaten kunnen besluiten deze verordening geheel of gedeeltelijk niet toe te passen op maritieme havens van het uitgebreide trans-Europese vervoersnetwerk in de in artikel 349 VWEU genoemde ultraperifere gebieden. Indien lidstaten besluiten om deze verordening niet toe te passen op die maritieme havens, stellen zij de Commissie in kennis van dat besluit.
Amendement 51
Voorstel voor een verordening
Artikel 2 – lid 1 – punt 2
2.   "vrachtafhandelingsdiensten": de organisatie en behandeling van vracht tussen het vaartuig dat de vracht vervoert en de wal, voor de invoer, uitvoer of doorvoer van de vracht, met inbegrip van de verwerking, het vervoer en de tijdelijke opslag van de vracht in de desbetreffende vrachtafhandelingsterminal, en rechtstreeks gerelateerd aan het vervoer van de vracht, maar met uitzondering van de opslag, ontmanteling, herverpakking of enige andere dienst met toevoegende waarde die verband houdt met de afgehandelde vracht;
2.   "vrachtafhandelingsdiensten": de organisatie en behandeling van vracht tussen het vaartuig dat de vracht vervoert en de wal, voor de invoer, uitvoer of doorvoer van de vracht, met inbegrip van de verwerking, het vastsjorren, de stuwage, het vervoer en de tijdelijke opslag van de vracht in de desbetreffende vrachtafhandelingsterminal, en rechtstreeks gerelateerd aan het vervoer van de vracht, maar met uitzondering – tenzij de lidstaat anders bepaalt – van de opslag, ontmanteling, herverpakking of enige andere dienst met toevoegende waarde die verband houdt met de afgehandelde vracht;
Amendement 52
Voorstel voor een verordening
Artikel 2 – lid 1 – punt 2 bis (nieuw)
2 bis.  "bevoegde instantie": een openbare of particuliere instantie die op lokaal, regionaal of nationaal niveau gerechtigd is krachtens nationale wetgeving of rechtsinstrumenten samen met of in plaats van de havenbeheerder activiteiten te verrichten in verband met de organisatie en het beheer van havenactiviteiten;
Amendement 53
Voorstel voor een verordening
Artikel 2 – lid 1 – punt 3
3.   "baggeren": het verwijderen van zand, slib of andere materie van de bodem van een waterweg om vaartuigen toegang tot die haven te verschaffen, met inbegrip van zowel initiële verwijdering (kapitaalbaggerwerken) als onderhoudsbaggerwerken om de waterweg toegankelijk te houden;
3.   "baggeren": het verwijderen van zand, slib of andere materie van de bodem van een waterweg om vaartuigen toegang tot die haven te verschaffen, met inbegrip van zowel initiële verwijdering (kapitaalbaggerwerken) als onderhoudsbaggerwerken om de waterweg toegankelijk te houden; baggeren is geen havendienst die aan de gebruikers wordt aangeboden;
Amendement 54
Voorstel voor een verordening
Artikel 2 – lid 1 – punt 5
5.   "havenbeheerder": een publieke of particuliere instantie die, al dan niet in combinatie met andere activiteiten, aan de nationale wetgeving of rechtsinstrumenten de doelstelling ontleent om de haveninfrastructuur, het havenverkeer, de coördinatie en, voor zover van toepassing, de controle van de werkzaamheden van de in de betrokken haven aanwezige exploitanten te beheren;
5.   "havenbeheerder": een publieke of particuliere instantie die, al dan niet in combinatie met andere activiteiten, krachtens de nationale wetgeving of rechtsinstrumenten de doelstelling heeft om de haveninfrastructuur, de coördinatie en, voor zover van toepassing, de uitvoering, de organisatie of de controle van de werkzaamheden van de in de betrokken haven aanwezige exploitanten te beheren en het havenverkeer alsmede de ontwikkeling van het havengebied te beheren;
Amendement 55
Voorstel voor een verordening
Artikel 2 – lid 1 – punt 6
6.   "afmeren": het aan- en afmeren van een vaartuig dat met een anker of op een andere manier moet worden vastgemaakt aan de kade in de haven of in de waterweg die toegang tot de haven verschaft;
6.   "afmeren": het veilig aan- en afmeren en verplaatsen van een vaartuig;
Amendement 56
Voorstel voor een verordening
Artikel 2 – lid 1 – punt 8
8.   "loodsen": het begeleiden van een vaartuig door een loods of loodsstation met het oog op het veilig in of uit varen van de waterweg naar de haven door het vaartuig;
8.   "loodsen": het begeleiden van een vaartuig door een loods of loodsstation met het oog op het veilig in of uit varen van de waterweg naar de haven of het veilig varen in de haven door het vaartuig;
Amendement 57
Voorstel voor een verordening
Artikel 2 – lid 1 – punt 9
9.   "heffing op het gebruik van haveninfrastructuur": een vergoeding die wordt geïnd en direct of indirect ten goede komt aan de havenbeheerder en die door de exploitanten van vaartuigen of eigenaars van vracht wordt betaald voor het gebruik van installaties en diensten die het voor vaartuigen mogelijk maken om de haven in en uit te varen, met inbegrip van waterwegen die toegang tot de haven bieden, en om toegang te verkrijgen tot de verwerking van passagiers en vracht;
9.   "heffing op het gebruik van haveninfrastructuur": een vergoeding die wordt geïnd en direct of indirect ten goede komt aan de havenbeheerder en die door de exploitanten van vaartuigen of eigenaars van vracht wordt betaald voor het gebruik van infrastructuur, installaties en diensten die het voor vaartuigen mogelijk maken om de haven in en uit te varen, met inbegrip van waterwegen die toegang bieden tot de haven wanneer dergelijke waterwegen onder de wettelijke bevoegdheid van de havenbeheerder vallen, en om toegang te verkrijgen tot de verwerking van passagiers en vracht, maar met uitzondering van vergoedingen voor landpacht en heffingen van gelijke werking;
Amendement 58
Voorstel voor een verordening
Artikel 2 – lid 1 – punt 12
12.   "havendienstovereenkomst": een formele en wettelijk bindende overeenkomst tussen een aanbieder van havendiensten en een bevoegde instantie in het kader waarvan deze instantie na een procedure om het aantal aanbieders van havendiensten te beperken een aanbieder van havendiensten aanwijst;
12.   "havendienstovereenkomst": een formele en wettelijk bindende overeenkomst tussen een aanbieder van havendiensten en de havenbeheerder of een bevoegde instantie in het kader waarvan deze beheerder of instantie na een procedure om het aantal aanbieders van havendiensten te beperken een aanbieder van havendiensten aanwijst;
Amendement 59
Voorstel voor een verordening
Artikel 2 – lid 1 – punt 16
16.   "zeehaven": een uit land en water bestaand gebied met terreinen en voorzieningen die voornamelijk dienen voor de ontvangst van schepen, het laden en lossen daarvan, de opslag van goederen, het in ontvangst nemen en leveren van die goederen en het in- en ontschepen van passagiers, evenals enige andere infrastructuur die voor vervoersexploitanten in het havengebied noodzakelijk is;
16.   "maritieme haven": een begrensd uit land en water bestaand gebied, beheerd door de havenbeheerder en voorzien van infrastructuur en faciliteiten die voornamelijk dienen voor de ontvangst van schepen, het laden en lossen daarvan, de opslag van goederen, het in ontvangst nemen en leveren van die goederen en het in- en ontschepen van passagiers en personeel,
Amendement 60
Voorstel voor een verordening
Artikel 2 – punt 17
17.   "slepen": met behulp van een sleepboot aan een vaartuig bijstand bieden bij het manoeuvreren met het oog op het veilig in of uit varen van de haven;
17.   "slepen": met behulp van een sleepboot aan een vaartuig bijstand bieden bij het manoeuvreren met het oog op het veilig in of uit varen van de haven of het veilig varen in de haven;
Amendement 61
Voorstel voor een verordening
Artikel 2 – lid 1 – punt 18
18.   "waterweg naar de haven": een toegang over het water tot de haven vanaf de open zee, zoals toegangsvaarwegen, vaargeulen, rivieren, zeekanalen en fjorden.
18.   "waterweg naar de haven": een toegang over het water tot de haven vanaf de open zee, zoals toegangsvaarwegen, vaargeulen, rivieren, zeekanalen en fjorden, indien die waterweg onder de wettelijke bevoegdheid van de havenbeheerder valt.
Amendement 62
Voorstel voor een verordening
Hoofdstuk II – titel
Markttoegang
Organisatie van havendiensten
Amendement 63
Voorstel voor een verordening
Artikel 3
Artikel 3
Schrappen
Vrij verrichten van diensten
1.  De vrijheid om diensten te verrichten in zeehavens die onder deze verordening vallen is van toepassing op in de Unie gevestigde aanbieders van havendiensten onder de in dit hoofdstuk omschreven voorwaarden.
2.  Aanbieders van havendiensten hebben toegang tot essentiële haveninstallaties voor zover dit noodzakelijk is om hun werkzaamheden uit te voeren. De toegangsvoorwaarden zijn billijk, redelijk en niet-discriminerend.
Amendement 64
Voorstel voor een verordening
Artikel 3 bis (nieuw)
Artikel 3 bis
Vrij organiseren van havendiensten
1.  Wat onderhavige verordening betreft kan voor de organisatie van havendiensten die onder dit hoofdstuk vallen, het volgende gelden:
a)  minimumvereisten voor aanbieders van havendiensten;
b)  beperking van het aantal aanbieders;
c)  openbare dienstverplichtingen;
d)  interne exploitanten;
e)  gratis en open toegang tot de markt voor havendiensten.
2.  Bij het organiseren van havendiensten als bedoeld in lid 1 worden de in dit hoofdstuk genoemde voorwaarden in acht genomen.
Amendement 65
Voorstel voor een verordening
Artikel 4 – alinea 1
1.  Havenbeheerders kunnen eisen dat aanbieders van havendiensten voldoen aan minimumeisen voor de verrichting van de desbetreffende havendienst.
1.   Onverminderd de mogelijkheid om openbaredienstverplichtingen op te leggen zoals bepaald in artikel 8, kunnen havenbeheerders of de bevoegde instanties eisen dat aanbieders van havendiensten, met inbegrip van onderaannemers, voldoen aan minimumeisen voor de verrichting van de desbetreffende havendienst.
Amendement 66
Voorstel voor een verordening
Artikel 4 – lid 2 – inleidende formule
2.  De in lid 1 bedoelde minimumeisen mogen, indien van toepassing, alleen betrekking hebben op:
2.  De in lid 1 bedoelde minimumeisen hebben betrekking op:
Amendement 67
Voorstel voor een verordening
Artikel 4 – lid 2 – letter b
(b)  de uitrusting die nodig is om de desbetreffende havendienst te verrichten in normale en veilige omstandigheden en het vermogen om deze uitrusting adequaat te onderhouden;
b)  de uitrusting die nodig is om de desbetreffende havendienst op continue wijze te verrichten in normale en veilige omstandigheden en de technische en financiële capaciteit om deze uitrusting op het vereiste niveau te onderhouden;
Amendement 68
Voorstel voor een verordening
Artikel 4 – lid 2 – letter b bis (nieuw)
b bis)  de beschikbaarheid van de dienst voor alle gebruikers, op alle ligplaatsen, zonder onderbreking dag en nacht en het hele jaar door;
Amendement 69
Voorstel voor een verordening
Artikel 4 – lid 2 – letter c
(c)  de naleving van eisen ten aanzien van de maritieme veiligheid of de veiligheid en beveiliging van de haven of de toegang tot de haven, de installaties, uitrusting en personen;
c)  de naleving van eisen ten aanzien van de maritieme veiligheid of de veiligheid en beveiliging van de haven of de toegang tot de haven, de installaties, uitrusting, werknemers en andere personen;
Amendement 70
Voorstel voor een verordening
Artikel 4 – lid 2 – letter d bis (nieuw)
d bis)  de naleving van de nationale sociale en arbeidswetgeving van de lidstaat van de desbetreffende haven, met inbegrip van de voorwaarden van collectieve arbeidsovereenkomsten;
Amendement 71
Voorstel voor een verordening
Artikel 4 – lid 2 – letter d ter (nieuw)
d ter)  de goede reputatie van de aanbieder van de havendienst, zoals bepaald door de lidstaat.
Amendement 72
Voorstel voor een verordening
Artikel 4 – lid 3 bis (nieuw)
3 bis.  De tenuitvoerlegging van deze verordening vormt onder geen beding een reden voor verlaging van de minimumeisen voor de verrichting van havendiensten die al door de lidstaten of bevoegde instanties worden gesteld.
Amendement 73
Voorstel voor een verordening
Artikel 4 – lid 4
4.  Indien de minimumeisen specifieke lokale kennis of bekendheid met lokale omstandigheden omvatten, waarborgt de havenbeheerder de toegang tot de nodige opleiding, tegen transparante en niet-discriminerende voorwaarden, tenzij de lidstaat de toegang tot de nodige opleiding waarborgt.
4.  Indien de minimumeisen specifieke lokale kennis of bekendheid met lokale omstandigheden omvatten, waarborgt de havenbeheerder de toegang tot informatie, tegen transparante en niet-discriminerende voorwaarden.
Amendement 74
Voorstel voor een verordening
Artikel 4 – lid 5
5.  In de in lid 1 bedoelde gevallen zijn de in lid 2 bedoelde minimumeisen en de procedure voor het verlenen van het recht om met inachtneming van deze eisen havendiensten te verrichten door de havenbeheerder bekendgemaakt vóór 1 juli 2015, of, voor minimumeisen die van kracht worden na die datum, ten minste drie maanden voorafgaand aan de datum waarop deze minimumeisen van kracht worden. Aanbieders van havendiensten worden van tevoren in kennis gesteld van wijzigingen in de criteria en de procedure.
5.  In de in lid 1 bedoelde gevallen zijn de in lid 2 bedoelde minimumeisen en de procedure voor het verlenen van het recht om met inachtneming van deze eisen havendiensten te verrichten door de havenbeheerder bekendgemaakt vóór ...*, of, voor minimumeisen die van kracht worden na die datum, ten minste drie maanden voorafgaand aan de datum waarop deze minimumeisen van kracht worden. Aanbieders van havendiensten worden van tevoren in kennis gesteld van wijzigingen in de criteria en de procedure.
__________________
*24 maanden na de inwerkingtreding van deze verordening.
Amendement 75
Voorstel voor een verordening
Artikel 4  lid 5 bis (nieuw)
5 bis.  Om de veiligheid op zee en de bescherming van het milieu te waarborgen kunnen de lidstaat of de bevoegde instantie voorschrijven dat de voor sleepdiensten of aan- of afmeeractiviteiten gebruikte vaartuigen in de lidstaat van de desbetreffende haven zijn geregistreerd en onder de vlag van die lidstaat varen.
Amendement 76
Voorstel voor een verordening
Artikel 5 – lid 1
1.  De havenbeheerder behandelt aanbieders van havendiensten gelijk en handelt op transparante wijze.
1.  De havenbeheerder of de bevoegde instantie behandelt aanbieders van havendiensten gelijk en handelt op transparante, objectieve, niet-discriminerende en evenredige wijze.
Amendement 77
Voorstel voor een verordening
Artikel 5 – lid 2
2.  De havenbeheerder verleent of weigert het recht om havendiensten te verrichten op grond van de overeenkomstig artikel 4 vastgestelde minimumeisen binnen een maand na de ontvangst van een verzoek om verlening van een dergelijk recht. Weigeringen worden naar behoren gemotiveerd op basis van objectieve, transparante, niet-discriminerende en evenredige criteria.
2.  De havenbeheerder of de bevoegde instantie verleent of weigert het recht om havendiensten te verrichten op grond van de overeenkomstig artikel 4 vastgestelde minimumeisen. Dit gebeurt binnen een redelijke termijn, die in geen geval de vier maanden mag overschrijden, na de ontvangst van een verzoek om verlening van een dergelijk recht. Weigeringen worden naar behoren gemotiveerd op basis van objectieve, transparante, niet-discriminerende en evenredige criteria.
Amendement 78
Voorstel voor een verordening
Artikel 6 – lid -1 (nieuw)
-1.  In de in artikel 9 van onderhavige verordening vermelde gevallen, wanneer de havenbeheerder geen aanbestedende instantie in de zin van Richtlijn 2014/24/EU van het Europees Parlement en de Raad is1a, is dit artikel niet van toepassing.
________________
1 bis Richtlijn 2014/24/EU van het Europees Parlement de Raad van 26 februari 2014 betreffende het plaatsen van overheidsopdrachten en tot intrekking van Richtlijn 2004/18/EG (PB L 94 van 28.3.2014, blz. 65).).
Amendement 79
Voorstel voor een verordening
Artikel 6 – lid 1 – inleidende formule
1.   In afwijking van artikel 3 kan de havenbeheerder het aantal aanbieders van een havendienst voor een gegeven havendienst beperken om een of meerdere van de volgende redenen:
1.   Onverminderd de bestaande verschillende modellen voor de organisatie van havendiensten, kan de havenbeheerder of de bevoegde instantie het aantal aanbieders van een havendienst voor een gegeven havendienst beperken om een of meerdere van de volgende redenen:
Amendement 80
Voorstel voor een verordening
Artikel 6 – lid 1 – letter a
(a)  de schaarste of het gereserveerde gebruik van de beschikbare ruimte, op voorwaarde dat de havenbeheerder kan aantonen dat die ruimte een essentiële haveninstallatie vormt en dat de beperking in overeenstemming is met een formeel bestemmingsplan voor de haven dat is goedgekeurd door de havenbeheerder en, indien van toepassing, door een andere op grond van de nationale regelgeving bevoegde instantie;
a)  de schaarste of het gereserveerde gebruik van de beschikbare ruimte, op voorwaarde dat de havenbeheerder kan aantonen dat die ruimte een haveninstallatie vormt die essentieel is voor het verrichten van havendiensten en dat de beperking, in voorkomend geval, in overeenstemming is met besluiten of plannen voor de haven die zijn goedgekeurd door de havenbeheerder en, indien van toepassing, door een andere, overeenkomstig de nationale regelgeving bevoegde instantie;
Amendement 81
Voorstel voor een verordening
Artikel 6 – lid 1 – letter a bis (nieuw)
a bis)  de schaarste aan beschikbare ruimte aan de waterzijde, wanneer dit een essentieel onderdeel vormt van het vermogen om op een veilige en efficiënte manier de desbetreffende havendienst te verrichten;
Amendement 82
Voorstel voor een verordening
Artikel 6 – lid 1 – letter a ter (nieuw)
a ter)  een zodanig havenverkeer dat het niet mogelijk is dat meerdere aanbieders van havendiensten in vanuit economisch oogpunt bevredigende omstandigheden in de haven werkzaam zijn;
Amendement 83
Voorstel voor een verordening
Artikel 6 – lid 1 – letter a quater (nieuw)
a quater)  de noodzaak om veilige, betrouwbare en ecologisch duurzame havenactiviteiten te waarborgen;
Amendement 84
Voorstel voor een verordening
Artikel 6 – lid 3 bis (nieuw)
3 bis.  Elke beperking van aanbieders van een havendienst wordt voorafgegaan door een selectieprocedure die openstaat voor alle belangstellende partijen en die niet-discriminerend en transparant is. De havenbeheerder doet alle belangstellende partijen alle noodzakelijke informatie toekomen betreffende de organisatie van de selectieprocedure en de uiterste termijn voor de indiening, alsook alle relevante criteria en vereisten voor de toewijzing. De uiterste termijn voor de indiening is ruim genoeg om de belangstellende partijen in staat te stellen een degelijke evaluatie uit te voeren en hun aanvraag voor te bereiden, waarbij de minimale termijn gewoonlijk 30 dagen bedraagt.
Amendement 85
Voorstel voor een verordening
Artikel 6 – lid 4
4.  Wanneer een havenbeheerder zelf of via een juridisch zelfstandige entiteit waarover hij rechtstreeks of onrechtstreeks zeggenschap uitoefent havendiensten verricht, kan de lidstaat het nemen van een besluit tot beperking van het aantal aanbieders van havendiensten delegeren aan een instantie die onafhankelijk is van de havenbeheerder. Indien de lidstaat het nemen van een besluit tot beperking van het aantal aanbieders van havendiensten aan een dergelijke instantie toevertrouwt, mag het aantal aanbieders niet kleiner zijn dan twee.
4.  Wanneer een havenbeheerder zelf of via een juridisch zelfstandige entiteit waarover hij rechtstreeks of onrechtstreeks zeggenschap uitoefent havendiensten verricht, neemt de lidstaat de nodige maatregelen om belangenconflicten te voorkomen. Indien dergelijke maatregelen uitblijven, mag het aantal aanbieders niet kleiner zijn dan twee, tenzij een van de in het eerste lid genoemde redenen beperking tot een enkele aanbieder rechtvaardigt.
Amendement 86
Voorstel voor een verordening
Artikel 7
Artikel 7
Schrappen
Beperkingen van het aantal aanbieders van havendiensten
1.  Elke beperking van het aantal aanbieders van een havendienst overeenkomstig artikel 6 wordt voorafgegaan door een selectieprocedure die openstaat voor alle belangstellende partijen en die niet-discriminerend en transparant is.
2.  Indien de geschatte waarde van de havendienst hoger is dan de in lid 3 omschreven drempelwaarde, zijn de voorschriften inzake de gunningsprocedure, de procedurele waarborgen en de maximale looptijd van de concessies als omschreven in Richtlijn …/… [concessieopdrachten] van toepassing.
3.  De drempelwaarde en de methode om de waarde van de havendienst te bepalen zijn die van de desbetreffende en toepasselijke bepalingen van Richtlijn …/… [concessieopdrachten].
4.  De geselecteerde aanbieder of aanbieders en de havenbeheerder sluiten een havendienstovereenkomst.
5.  Voor de toepassing van deze verordening wordt een materiële wijziging in de zin van Richtlijn …/… [concessieopdrachten] van de bepalingen van een havendienstovereenkomst tijdens de looptijd ervan beschouwd als een nieuwe havendienstovereenkomst, waardoor een nieuwe procedure als bedoeld in lid 2 vereist is.
6.  In de in artikel 9 bedoelde gevallen zijn de leden 1 tot en met 5 van dit artikel niet van toepassing.
7.  Deze verordening doet geen afbreuk aan Richtlijn …/… [concessieopdrachten]15, Richtlijn .…/….[openbare diensten]16 en Richtlijn …/… [overheidsopdrachten]17.
__________________
15Voorstel voor een richtlijn betreffende de gunning van concessieopdrachten (COM 2011) 897 definitief.
16 Voorstel voor een richtlijn betreffende het gunnen van opdrachten in de sectoren water- en energievoorziening, vervoer en postdiensten(COM(2011) 0895 final).
17 Voorstel voor een richtlijn betreffende het gunnen van overheidsopdrachten (COM/2011/0896 final).
Amendement 87
Voorstel voor een verordening
Artikel 8 – lid 1 – inleidende formule
1.  De lidstaten kunnen besluiten om aan havendiensten gerelateerde openbaredienstverplichtingen op te leggen om het volgende te waarborgen:
1.  De lidstaten wijzen de op hun grondgebied bevoegde instantie aan – mogelijkerwijs de havenbeheerder – die gemachtigd is om aan havendiensten gerelateerde openbaredienstverplichtingen op te leggen om ten minste een van de volgende zaken te waarborgen:
Amendement 88
Voorstel voor een verordening
Artikel 8 – lid 1 – letter b
b)  de beschikbaarheid van de dienst voor alle gebruikers;
b)  de beschikbaarheid van de dienst voor alle gebruikers, in voorkomend geval onder gelijke voorwaarden;
Amendement 89
Voorstel voor een verordening
Artikel 8 – lid 1 – letter c bis (nieuw)
c bis)  de veiligheid, betrouwbaarheid of ecologische duurzaamheid van de havenactiviteiten;
Amendement 90
Voorstel voor een verordening
Artikel 8 – lid 1 – letter c ter (nieuw)
c ter)  het aan het publiek aanbieden van passende vervoersdiensten en territoriale samenhang.
Amendement 91
Voorstel voor een verordening
Artikel 8 – lid 3
3.  De lidstaten wijzen bevoegde instanties aan om op hun grondgebied dergelijke openbaredienstverplichtingen op te leggen. De havenbeheerder kan de bevoegde instantie zijn.
Schrappen
Amendement 92
Voorstel voor een verordening
Artikel 8 – lid 4
4.  Indien de overeenkomstig lid 3 aangewezen bevoegde instantie een andere is dan de havenbeheerder, oefent die bevoegde instantie de bevoegdheden uit waarin de artikelen 6 en 7 voorzien met betrekking tot de beperking van het aantal aanbieders van havendiensten op basis van openbaredienstverplichtingen.
4.  Indien de overeenkomstig lid 1 van dit artikel aangewezen bevoegde instantie een andere is dan de havenbeheerder, oefent die bevoegde instantie de bevoegdheden uit waarin artikel 6 voorziet met betrekking tot de beperking van het aantal aanbieders van havendiensten op basis van openbaredienstverplichtingen.
Amendement 93
Voorstel voor een verordening
Artikel 8 – lid 5
5.  Indien een bevoegde instantie besluit openbaredienstverplichtingen op te leggen in alle zeehavens in een lidstaat die onder deze verordening vallen, stelt zij de Commissie in kennis van die verplichtingen.
5.  Indien een lidstaat besluit openbaredienstverplichtingen op te leggen in alle maritieme havens in een lidstaat die onder deze verordening vallen, stelt hij de Commissie in kennis van die verplichtingen.
Amendement 94
Voorstel voor een verordening
Artikel 8 – lid 6
6.  In geval van een verstoring van havendiensten waarvoor openbaredienstverplichtingen zijn opgelegd of wanneer er een direct risico op een dergelijke situatie bestaat, kan de bevoegde instantie een noodmaatregel treffen. De noodmaatregel kan de vorm aannemen van een directe gunning om de dienst voor een termijn van maximaal een jaar aan een andere aanbieder toe te wijzen. In deze tijdsperiode start de bevoegde instantie een nieuwe procedure om een aanbieder van een havendienst te selecteren overeenkomstig artikel 7 of past zij artikel 9 toe.
6.  In geval van een verstoring van havendiensten waarvoor openbaredienstverplichtingen zijn opgelegd of wanneer er een direct risico op een dergelijke situatie bestaat, kan de bevoegde instantie een noodmaatregel treffen. De noodmaatregel kan de vorm aannemen van een directe gunning om de dienst voor een termijn van maximaal een jaar aan een andere aanbieder toe te wijzen. In deze tijdsperiode start de bevoegde instantie een nieuwe procedure om een aanbieder van een havendienst te selecteren of past zij artikel 9 toe. Collectieve vakbondsacties die overeenkomstig de nationale wetgeving van de desbetreffende lidstaat en/of overeenkomstig toepasselijke akkoorden tussen de sociale partners worden ondernomen, worden niet beschouwd als onderbreking van de havendiensten waarvoor noodmaatregelen kunnen worden getroffen.
Amendement 95
Voorstel voor een verordening
Artikel 9 – lid 1
1.   In de gevallen als bedoeld in artikel 6, lid 1, onder b), kan de bevoegde instantie besluiten om een havendienst waarvoor openbaredienstverplichtingen gelden zelf te verrichten of om deze verplichtingen direct op te leggen aan een juridisch zelfstandige entiteit waarover zij een zeggenschap uitoefent die vergelijkbaar is met de zeggenschap die zij uitoefent over haar diensten. In dat geval wordt de aanbieder van de havendienst voor de toepassing van deze verordening als een interne exploitant beschouwd.
1.  De havenbeheerder of de bevoegde instantie kan besluiten om een havendienst zelf te verrichten dan wel via een juridisch zelfstandige entiteit waarover hij/zij een zeggenschap uitoefent die vergelijkbaar is met de zeggenschap die hij uitoefent over zijn eigen diensten, mits artikel 4 op gelijke wijze van toepassing is op alle exploitanten die de dienst in kwestie verrichten. In dat geval wordt de aanbieder van de havendienst voor de toepassing van deze verordening als een interne exploitant beschouwd.
Amendement 96
Voorstel voor een verordening
Artikel 9 – lid 2
2.  De bevoegde instantie wordt alleen geacht zeggenschap over een juridisch zelfstandige entiteit uit te oefenen die vergelijkbaar is met de zeggenschap die zij over haar eigen diensten uitoefent indien zij een beslissende invloed uitoefent op zowel de strategische doelstellingen als de belangrijke beslissingen van de gecontroleerde rechtspersoon.
2.  De havenbeheerder of de bevoegde instantie wordt alleen geacht zeggenschap over een juridisch zelfstandige entiteit uit te oefenen die vergelijkbaar is met de zeggenschap die hij over zijn eigen diensten uitoefent, indien hij een beslissende invloed uitoefent op zowel de strategische doelstellingen als de belangrijke beslissingen van de betrokken rechtspersoon.
Amendement 97
Voorstel voor een verordening
Artikel 9 – lid 3
3.  De interne exploitant mag de hem toegewezen havendienst slechts uitvoeren in de haven(s) waarvoor hij als aanbieder van havendiensten is aangewezen.
3.   In de gevallen als bedoeld in artikel 8 mag de interne exploitant de hem toegewezen havendienst slechts uitvoeren in de haven(s) waarvoor hij als aanbieder van havendiensten is aangewezen.
Amendement 98
Voorstel voor een verordening
Artikel 10 – lid 2
2.  Onverminderd het nationale recht en het Unierecht, met inbegrip van collectieve arbeidsovereenkomsten tussen sociale partners, kunnen havenbeheerders verlangen dat de aangewezen aanbieder van havendiensten die is geselecteerd volgens de procedure van artikel 7, indien deze aanbieder een andere is dan de gevestigde aanbieder van havendiensten, personeel dat eerder door de gevestigde aanbieder van de havendiensten in dienst is genomen de rechten verleent waarover ze zouden beschikken indien er een overdracht in de zin van Richtlijn 2001/23/EG had plaatsgevonden.
2.  Onverminderd het nationale recht en het Unierecht, met inbegrip van representatieve collectieve arbeidsovereenkomsten tussen sociale partners, kan de bevoegde instantie verlangen dat de aangewezen aanbieder van havendiensten zijn personeel arbeidsomstandigheden biedt die berusten op bindende nationale, regionale of plaatselijke sociale normen. In geval van overdracht van personeel als gevolg van een wijziging van de dienstverlener worden aan personeel dat eerder door de gevestigde aanbieder van de havendiensten in dienst was genomen dezelfde rechten verleend waarover zij zouden beschikken indien er een overdracht in de zin van Richtlijn 2001/23/EG had plaatsgevonden.
Amendement 99
Voorstel voor een verordening
Artikel 10 – lid 3
3.   Indien havenbeheerders van aanbieders van havendiensten verlangen dat zij voldoen aan bepaalde sociale normen met betrekking tot de verrichting van de desbetreffende havendiensten, worden in de aanbestedingsdocumenten en de havendienstovereenkomsten de betrokken personeelsleden opgesomd en transparante details verstrekt over hun contractuele rechten en de voorwaarden waaronder werknemers geacht worden te zijn verbonden aan de havendiensten.
3.   De havenbeheerders of de bevoegde instantie verlangen van alle aanbieders van havendiensten dat zij voldoen aan alle sociale en arbeidsnormen zoals bepaald in de nationale en/of EU-wetgeving, met inbegrip van toepasselijke collectieve overeenkomsten overeenkomstig de nationale gebruiken en tradities. Indien er in het kader van de verlening van relevante havendiensten een overdracht van personeel plaatsvindt, worden in de aanbestedingsdocumenten en de havendienstovereenkomsten de betrokken personeelsleden opgesomd en transparante details verstrekt over hun contractuele rechten en de voorwaarden waaronder werknemers geacht worden te zijn verbonden aan de havendiensten.
Amendement 100
Voorstel voor een verordening
Artikel 10 bis (nieuw)
Artikel 10 bis
Opleiding en bescherming van werknemers
1.  De werkgever zorgt ervoor dat zijn werknemers de vereiste opleiding krijgen om een goede kennis te verwerven over de omstandigheden waaronder hun werk wordt verricht en dat zij op juiste wijze worden opgeleid om de gevaren die het werk met zich mee kan brengen het hoofd te bieden.
2.  Met volledige inachtneming van de autonomie van de sociale partners wordt het EU-comité voor sociale dialoog in de havensector verzocht richtsnoeren te ontwikkelen voor de vaststelling van opleidingsvereisten om ongevallen te voorkomen en te zorgen voor een hoog niveau van veiligheid en gezondheid van de havenarbeiders. Deze opleidingsvereisten worden regelmatig bijgewerkt om ongevallen op de werkplek op permanente basis terug te dringen.
3.  De sociale partners worden verzocht modellen te ontwikkelen die zorgen voor een balans tussen de fluctuerende vraag naar werk in de haven en de flexibiliteit die vereist wordt door de havenactiviteiten, enerzijds, en continuïteit en de bescherming van de werkgelegenheid, anderzijds.
Amendement 101
Voorstel voor een verordening
Artikel 11
Dit hoofdstuk en de overgangsbepalingen van artikel 24 zijn niet van toepassing op vrachtafhandelings- en passagiersdiensten.
Dit hoofdstuk, met uitzondering van artikel 10 bis, en de overgangsbepalingen van artikel 24 zijn niet van toepassing op vrachtafhandelings- en passagiersdiensten, en het loodsen.
Amendement 102
Voorstel voor een verordening
Artikel 12 – lid 2 – inleidende formule
2.  Indien de havenbeheerder die publieke middelen ontvangt zelf havendiensten verricht, houdt hij gescheiden boekhoudingen bij voor elke afzonderlijke havendienst, op een zodanige wijze dat:
2.  Indien de havenbeheerder die publieke middelen ontvangt zelf havendiensten verricht of baggert, houdt hij gescheiden boekhoudingen bij voor die met openbare middelen gefinancierde activiteit of investering, op een zodanige wijze dat:
Amendement 103
Voorstel voor een verordening
Artikel 12 – lid 2 – alinea 1 bis (nieuw)
Indien een havenbeheerder of een vereniging van havens zelf baggeractiviteiten uitvoert en daarvoor publieke middelen ontvangt, voert hij geen baggeractiviteiten uit in andere lidstaten.
Amendement 104
Voorstel voor een verordening
Artikel 12 – lid 3
3.  De in lid 1 bedoelde publieke middelen omvatten aandelenkapitaal of kapitaalmiddelen van dezelfde aard als aandelenkapitaal, niet of slechts onder bepaalde omstandigheden terug te betalen subsidies, verstrekte leningen, met inbegrip van overdisposities en voorschotten op kapitaalinbreng, door overheden aan de havenbeheerder verstrekte garanties, uitgekeerd dividend en ingehouden winst en elke andere vorm van financiële overheidssteun.
3.  De in lid 1 bedoelde publieke middelen omvatten aandelenkapitaal of kapitaalmiddelen van dezelfde aard als aandelenkapitaal, niet of slechts onder bepaalde omstandigheden terug te betalen subsidies, verstrekte leningen, met inbegrip van overdisposities en voorschotten op kapitaalinbreng, door overheden aan de havenbeheerder verstrekte garanties en elke andere vorm van financiële overheidssteun.
Amendement 105
Voorstel voor een verordening
Artikel 12 – lid 4
4.  De havenbeheerder zorgt ervoor dat de in de leden 1 en 2 van dit artikel bedoelde gegevens over de financiële betrekkingen gedurende vijf jaar, gerekend vanaf het einde van het boekjaar waarop de gegevens betrekking hebben, ter beschikking blijven van de Commissie en de bevoegde onafhankelijke toezichthoudende instantie als bedoeld in artikel 17.
4.  De havenbeheerder zorgt ervoor dat de in de leden 1 en 2 van dit artikel bedoelde gegevens over de financiële betrekkingen gedurende vijf jaar, gerekend vanaf het einde van het boekjaar waarop de gegevens betrekking hebben, ter beschikking blijven van de Commissie en de krachtens artikel 17 aangewezen instantie.
Amendement 106
Voorstel voor een verordening
Artikel 12 – lid 5
5.  De havenbeheerder stelt de Commissie en de bevoegde onafhankelijke toezichthoudende instantie op verzoek alle aanvullende informatie ter beschikking die zij noodzakelijk achten voor een grondige analyse van de ingediende gegevens en om te beoordelen of deze verordening wordt nageleefd. De informatie wordt verstrekt binnen twee maanden na de datum van het verzoek.
5.  De havenbeheerder stelt in geval van een formele klacht en op verzoek de Commissie en de krachtens artikel 17 aangewezen instantie alle aanvullende informatie ter beschikking die zij noodzakelijk achten voor een grondige analyse van de ingediende gegevens en om te beoordelen of deze verordening wordt nageleefd. De informatie wordt verstrekt binnen twee maanden na de datum van het verzoek.
Amendement 107
Voorstel voor een verordening
Artikel 12 – lid 7 bis (nieuw)
7 bis.  De lidstaten kunnen beslissen dat lid 2 van dit artikel niet geldt voor hun havens van het uitgebreide netwerk die niet voldoen aan de criteria in punt a) of b) van artikel 20, lid 2, van Verordening (EU) nr. 1315/2013 indien de administratieve belasting onevenredig groot is, mits alle ontvangen publieke middelen en het gebruik daarvan voor het verrichten van havendiensten, volledig transparant blijven in het boekhoudingssysteem. Indien lidstaten zulks besluiten stellen zij de Commissie daarvan in kennis voordat hun besluit van kracht wordt.
Amendement 108
Voorstel voor een verordening
Artikel 13 – lid 1
1.  Heffingen voor diensten die worden verleend door een interne exploitant als bedoeld in artikel 9 en heffingen die worden opgelegd door aanbieders van havendiensten wanneer het aantal aanbieders is beperkt en die niet op basis van open, transparante en niet-discriminerende procedures zijn aangewezen, worden op transparante en niet-discriminerende wijze vastgesteld. Het niveau van deze heffingen vormt een weerspiegeling van de normale omstandigheden in de desbetreffende markt en de heffingen worden zodanig vastgesteld dat ze gemiddeld niet hoger zijn dan de gemiddelde kosten van het verrichten van de dienst plus een redelijke winstmarge.
1.  Heffingen voor diensten die worden verleend door een interne exploitant waarvoor een openbaredienstverpliching geldt, heffingen voor loodsdiensten die niet zijn blootgesteld aan daadwerkelijke mededinging, en heffingen die overeenkomstig artikel 6, lid 1, onder b), worden opgelegd door aanbieders van havendiensten, worden op transparante en niet-discriminerende wijze vastgesteld. Het niveau van deze heffingen vormt zoveel mogelijk een weerspiegeling van de normale omstandigheden in de desbetreffende markt en de heffingen worden zodanig vastgesteld dat ze gemiddeld niet hoger zijn dan de gemiddelde kosten van het verrichten van de dienst plus een redelijke winstmarge.
Amendement 109
Voorstel voor een verordening
Artikel 13 – lid 3
3.  De aanbieder van de havendiensten stelt de bevoegde onafhankelijke toezichthoudende instantie als bedoeld in artikel 17 op verzoek informatie ter beschikking over de elementen die als basis dienen voor het bepalen van de structuur en het niveau van de heffingen op havendiensten die binnen het toepassingsgebied van lid 1 van dit artikel vallen. Deze informatie omvat de methode die is gebruikt om de heffingen op havendiensten voor het gebruik van installaties en diensten vast te stellen.
3.  De aanbieder van de havendiensten stelt in geval van een formele klacht en op verzoek de krachtens artikel 17 aangewezen instantie informatie ter beschikking over de elementen die als basis dienen voor het bepalen van de structuur en het niveau van de heffingen op havendiensten die binnen het toepassingsgebied van lid 1 van dit artikel vallen. Deze informatie omvat de methode die is gebruikt om de heffingen op havendiensten voor het gebruik van installaties en diensten vast te stellen.
Amendement 110
Voorstel voor een verordening
Artikel 14 – lid 3
3.  Om bij te dragen tot een efficiënt systeem voor het opleggen van heffingen op het gebruik van haveninfrastructuur, worden de structuur en het niveau van de heffingen op het gebruik van haveninfrastructuur op autonome wijze vastgesteld door de havenbeheerder op basis van zijn eigen commerciële strategie en investeringsplan en als weerspiegeling van de concurrerende omstandigheden op de desbetreffende markt en overeenkomstig de regels inzake staatssteun.
3.  Om bij te dragen tot een efficiënt systeem voor het opleggen van heffingen op het gebruik van haveninfrastructuur, worden de structuur en het niveau van de heffingen op het gebruik van haveninfrastructuur op autonome wijze vastgelegd door de havenbeheerder op basis van zijn eigen commerciële strategie en investeringsplan en in overeenstemming met de regels inzake staatssteun en mededinging.
Amendement 111
Voorstel voor een verordening
Artikel 14 – lid 4
4.  Onverminderd lid 3, mogen heffingen op het gebruik van haveninfrastructuur worden gedifferentieerd overeenkomstig commerciële praktijken ten aanzien van frequente gebruikers of om een efficiënter gebruik van de haveninfrastructuur, de korte vaart of goede milieuprestaties, dan wel energie- of koolstofefficiënt vervoer te bevorderen. De criteria voor een dergelijke differentiatie zijn relevant, objectief, transparant, niet-discriminerend in overeenstemming met de regelgeving inzake mededinging. Alle betrokken gebruikers kunnen onder dezelfde voorwaarden een beroep doen op de resulterende differentiatie.
4.  Onverminderd lid 3, mogen heffingen op het gebruik van haveninfrastructuur met betrekking tot onder meer bepaalde categorieën gebruikers worden gedifferentieerd overeenkomstig de economische strategie en de strategie inzake ruimtelijke ordening van de haven of om een efficiënter gebruik van de haveninfrastructuur, de korte vaart of goede milieuprestaties, dan wel energie- of koolstofefficiënt vervoer te bevorderen. De criteria voor een dergelijke differentiatie zijn eerlijk, niet-discriminerend op grond van nationaliteit en voldoen aan de regelgeving inzake staatssteun en mededinging. De havenbeheerder mag bij het bepalen van de hoogte van de heffingen rekening houden met externe kosten. De heffingen voor het gebruik van infrastructuur kunnen door de havenbeheerder worden gedifferentieerd overeenkomstig commerciële praktijken.
Amendement 112
Voorstel voor een verordening
Artikel 14 – lid 5
5.  De Commissie is bevoegd om in voorkomend geval overeenkomstig de in artikel 21 bedoelde procedure gedelegeerde handelingen vast te stellen met betrekking tot de gemeenschappelijke classificatie van vaartuigen, brandstoffen en typen activiteiten op basis waarvan de heffingen op het gebruik van haveninfrastructuur kunnen worden gedifferentieerd, en met betrekking tot gemeenschappelijke heffingsbeginselen voor heffingen op het gebruik van haveninfrastructuur.
Schrappen
Amendement 113
Voorstel voor een verordening
Artikel 14 – lid 6
6.  De havenbeheerder stelt de gebruikers van de haven en de vertegenwoordigers of verenigingen van havengebruikers in kennis van de structuur van de heffingen op het gebruik van haveninfrastructuur en de criteria die zijn gehanteerd om het niveau ervan vast te stellen, met inbegrip van de totale kosten en inkomsten die als basis dienen voor het bepalen van de structuur en het niveau van de heffingen. Hij stelt gebruikers van haveninfrastructuur ten minste drie maanden van tevoren in kennis van wijzigingen in het niveau van de heffingen op het gebruik van haveninfrastructuur of in de structuur van de heffingen of de criteria die zijn gehanteerd om het niveau ervan vast te stellen.
6.  De havenbeheerder stelt de gebruikers van de haven en de vertegenwoordigers of verenigingen van havengebruikers op transparante wijze in kennis van de structuur van de heffingen op het gebruik van haveninfrastructuur en de criteria die zijn gehanteerd om het niveau ervan vast te stellen. Hij stelt gebruikers van haveninfrastructuur ten minste drie maanden van tevoren in kennis van wijzigingen in het niveau van de heffingen op het gebruik van haveninfrastructuur of in de structuur van de heffingen of de criteria die zijn gehanteerd om het niveau ervan vast te stellen. De havenbeheerder hoeft geen inzage te geven in gedifferentieerde heffingen die het gevolg zijn van individuele onderhandelingen.
Amendement 114
Voorstel voor een verordening
Artikel 14 – lid 7
7.  De havenbeheerder stelt de Commissie en de bevoegde onafhankelijke toezichthoudende instantie op verzoek de in artikel 4 bedoelde informatie ter beschikking, alsmede gedetailleerde informatie over de kosten en inkomsten die als basis hebben gediend voor het bepalen van de structuur en het niveau van de heffingen op het gebruik van haveninfrastructuur en de gebruikte methode om het niveau van die heffingen voor het gebruik van installaties en diensten waarop deze betrekking hebben vast te stellen.
7.  De havenbeheerder stelt in geval van een formele klacht en op verzoek de krachtens artikel 17 aangewezen instantie en de Commissie de in lid 4 bedoelde informatie ter beschikking die als basis heeft gediend voor het bepalen van de structuur en het niveau van de heffingen op het gebruik van haveninfrastructuur en de gebruikte methode om het niveau van die heffingen op het gebruik van installaties en diensten waarop deze betrekking hebben vast te stellen.
Amendement 115
Voorstel voor een verordening
Artikel 15 – lid 1
1.  De havenbeheerder stelt een commissie in van vertegenwoordigers van exploitanten van vaartuigen, eigenaars van vracht of andere havengebruikers die een heffing op het gebruik van haveninfrastructuur en/of een heffing op een havendienst dienen te betalen. Deze commissie wordt de "adviescommissie van havengebruikers" genoemd.
Schrappen
Amendement 116
Voorstel voor een verordening
Artikel 15 – lid 2
2.  De havenbeheerder raadpleegt de adviescommissie van havengebruikers jaarlijks, voorafgaand aan de vaststelling van de heffingen op het gebruik van haveninfrastructuur, over de structuur en het niveau van deze heffingen. De aanbieders van havendiensten als bedoeld in de artikelen 6 en 9 raadplegen de adviescommissie van havengebruikers jaarlijks, voorafgaand aan de vaststelling van de heffingen op havendiensten, over de structuur en het niveau van deze heffingen. De havenbeheerder verstrekt toereikende faciliteiten voor deze raadpleging en wordt door de aanbieders van havendiensten in kennis gesteld van de resultaten van de raadpleging.
2.  De havenbeheerder zorgt ervoor dat er passende regelingen zijn om havengebruikers te raadplegen, met inbegrip van relevante onderling verbonden vervoersexploitanten. In geval van aanzienlijke wijzigingen van de heffingen op het gebruik van haveninfrastructuur raadpleegt hij de havengebruikers. De aanbieders van de havendiensten stellen de havengebruikers passende informatie ter beschikking over de structuur van de heffingen op havendiensten en de voor het bepalen hiervan gehanteerde criteria. Interne exploitanten die havendiensten aanbieden waarvoor een openbaredienstverplichting geldt en de aanbieders van havendiensten als bedoeld in de artikelen 6, lid 1, letter b) raadplegen de havengebruikers jaarlijks en voorafgaand aan de vaststelling van de heffingen op havendiensten, over de structuur en het niveau van deze heffingen. De havenbeheerder treft toereikende regelingen voor deze raadpleging en wordt door de aanbieders van havendiensten in kennis gesteld van de resultaten van de raadpleging.
De in dit lid vermelde verplichtingen kunnen worden opgelegd aan exploitanten die reeds in de haven gevestigd zijn, waaronder exploitanten met een andere opzet.
Amendement 117
Voorstel voor een verordening
Artikel 16 – lid 1 – inleidende formule
1.  De havenbeheerder raadpleegt regelmatig belanghebbenden, zoals in de haven gevestigde ondernemingen, aanbieders van havendiensten, exploitanten van vaartuigen, eigenaars van vracht, exploitanten van vervoer over land en overheidsinstanties die in het havengebied actief zijn, over het volgende:
1.  De havenbeheerder raadpleegt de in haven gevestigde relevante belanghebbenden en de overheidsdiensten die verantwoordelijk zijn voor de planning van vervoersinfrastructuur waar nodig regelmatig over de volgende kwesties:
Amendement 118
Voorstel voor een verordening
Artikel 16 – lid 1 – letter c bis (nieuw)
c bis)  de gevolgen van de planning en besluiten over de ruimtelijke ordening in termen van milieuprestaties;
Amendement 119
Voorstel voor een verordening
Artikel 16 – lid 1 – letter c ter (nieuw)
c ter)  maatregelen die de veiligheid in het havengebied waarborgen en verbeteren, met inbegrip van de gezondheid en veiligheid van havenarbeiders en informatie over toegang tot opleiding voor havenarbeiders.
Amendement 120
Voorstel voor een verordening
Artikel 17 – titel
Onafhankelijke toezichthoudende instantie
Onafhankelijk toezicht
Amendement 121
Voorstel voor een verordening
Artikel 17 – lid 1
1.  De lidstaten zorgen ervoor dat een onafhankelijke toezichthoudende instantie toezicht uitoefent op de toepassing van deze verordening in alle zeehavens op het grondgebied van de lidstaten die onder deze verordening vallen.
1.  De lidstaten zorgen ervoor dat er effectieve regelingen zijn om klachten te behandelen voor alle maritieme havens op het grondgebied van de lidstaten die onder deze verordening vallen. Hiertoe wijzen de lidstaten een of meer instanties aan.
Amendement 122
Voorstel voor een verordening
Artikel 17 – lid 2
2.   De onafhankelijke toezichthoudende instantie is een juridisch zelfstandige entiteit en is functioneel onafhankelijk van havenbeheerders en aanbieders van havendiensten. Lidstaten die de eigendom van of de zeggenschap over havens of havenbeheerders behouden, zorgen voor een daadwerkelijke structurele scheiding tussen de in deze verordening omschreven toezichthoudende taken en de met eigendom of zeggenschap verband houdende activiteiten. De onafhankelijke toezichthoudende instantie oefent haar bevoegdheden onpartijdig en op transparante wijze uit en met inachtneming van de vrijheid van ondernemen.
2.   Het onafhankelijk toezicht wordt uitgeoefend op een manier die belangenconflicten voorkomt en juridisch gescheiden en functioneel onafhankelijk is van havenbeheerders en aanbieders van havendiensten. Lidstaten die de eigendom van of de zeggenschap over havens of havenbeheerders behouden, zorgen ervoor dat er een daadwerkelijke structurele scheiding is tussen de taken in verband met de behandeling van klachten en de met eigendom of zeggenschap verband houdende activiteiten. Het onafhankelijk toezicht wordt onpartijdig en transparant uitgevoerd, met inachtneming van de vrijheid van ondernemen.
Amendement 123
Voorstel voor een verordening
Artikel 17 – lid 3
3.  De onafhankelijke toezichthoudende instantie neemt klachten die zijn ingediend door partijen met een rechtmatig belang en geschillen die aan haar zijn voorgelegd in verband met de toepassing van deze verordening in behandeling.
3.  De lidstaten zorgen ervoor dat havengebruikers en andere relevante belanghebbenden op de hoogte worden gesteld van de plaats waar en de wijze waarop een klacht kan worden ingediend, met inbegrip van een vermelding van de instanties die verantwoordelijk zijn voor de behandeling van klachten als bedoeld in artikel 12, lid 5, artikel 13, lid 3, en artikel 14, lid 7.
Amendement 124
Voorstel voor een verordening
Artikel 17 – lid 4
4.  Indien een geschil ontstaat tussen in verschillende lidstaten gevestigde partijen, is de onafhankelijke toezichthoudende instantie van de lidstaat van de haven waar het geschil verondersteld wordt te zijn ontstaan bevoegd om het geschil te beslechten.
4.  Indien een geschil ontstaat tussen in verschillende lidstaten gevestigde partijen, is de lidstaat van de haven waar het geschil verondersteld wordt te zijn ontstaan bevoegd om het geschil te beslechten. De betrokken lidstaten werken met elkaar samen en wisselen informatie met elkaar uit betreffende hun werkzaamheden.
Amendement 125
Voorstel voor een verordening
Artikel 17 – lid 5
5.  De onafhankelijke toezichthoudende instantie heeft het recht om havenbeheerders, aanbieders van havendiensten en havengebruikers te verplichten om alle informatie te verstrekken die nodig is om toezicht op de toepassing van deze verordening te kunnen houden.
5.   Ingeval er een formele klacht wordt ingediend door een partij met een rechtmatig belang, heeft de relevante instantie die onafhankelijk toezicht houdt, het recht om havenbeheerders, aanbieders van havendiensten en havengebruikers te verplichten om alle informatie te verstrekken die nodig is om toezicht op de toepassing van deze verordening te kunnen houden.
Amendement 126
Voorstel voor een verordening
Artikel 17 – lid 6
6.  De onafhankelijke toezichthoudende instantie kan op eigen initiatief of op verzoek van een bevoegde instantie in de lidstaat adviezen uitbrengen over alle kwesties die verband houden met de toepassing van deze verordening.
Schrappen
Amendement 127
Voorstel voor een verordening
Artikel 17 – lid 7
7.  De onafhankelijke toezichthoudende instantie kan de betrokken adviescommissie van havengebruikers raadplegen over de behandeling van klachten of de beslechting van geschillen.
Schrappen
Amendement 128
Voorstel voor een verordening
Artikel 17 – lid 8
8.  De besluiten van de onafhankelijke toezichthoudende instantie hebben bindende rechtsgevolgen, rechterlijke toetsing onverlet latend.
8.  De besluiten van de relevante instantie die onafhankelijk toezicht houdt hebben bindende rechtsgevolgen, rechterlijke toetsing onverlet latend.
Amendement 129
Voorstel voor een verordening
Artikel 17 – lid 9
9.  De lidstaten delen de Commissie uiterlijk op 1 juli 2015 de identiteit van de onafhankelijke toezichthoudende instantie mee, en vervolgens elke wijziging daarvan. De Commissie maakt de lijst van onafhankelijke toezichthoudende instanties bekend en werkt deze bij op haar website.
9.  De lidstaten delen de Commissie uiterlijk op ...* de regelingen en procedures mee die zijn ingesteld ter naleving van de leden 1 en 2 van dit artikel, en vervolgens onverwijld elke wijziging daarvan. De Commissie maakt de lijst van de relevante instanties bekend en werkt deze bij op haar website.
__________________
* 24 maanden na de inwerkingtreding van deze verordening.
Amendement 130
Voorstel voor een verordening
Artikel 18
Artikel 18
Schrappen
Samenwerking tussen onafhankelijke toezichthoudende instanties
1.  De onafhankelijke toezichthoudende instanties wisselen informatie uit over hun werkzaamheden en besluitvormingsbeginselen en -praktijken teneinde een uniforme tenuitvoerlegging van deze verordening te vergemakkelijken. Voor dit doel nemen zij deel aan en werken zij samen in een netwerk dat op regelmatige tijdstippen en ten minste eenmaal per jaar bijeenkomt. De Commissie neemt deel aan, coördineert en ondersteunt de werkzaamheden van het netwerk.
2.  De onafhankelijke toezichthoudende instanties werken nauw samen met het oog op het verlenen van wederzijdse bijstand bij de uitvoering van hun taken, waaronder het verrichten van het benodigde onderzoek in het kader van de behandeling van klachten en de beslechting van geschillen waarbij havens in verschillende lidstaten zijn betrokken. Voor dit doel stelt een onafhankelijke toezichthoudende instantie aan een andere onafhankelijke toezichthoudend instantie, na een gemotiveerd verzoek daartoe, de informatie ter beschikking die voor die instantie nodig heeft om haar verantwoordelijkheden krachtens deze verordening te vervullen.
3.  De lidstaten zorgen ervoor dat de onafhankelijke toezichthoudende instanties de Commissie, na een met redenen omkleed verzoek, de informatie verstrekken die zij nodig heeft om haar taken te vervullen. De door de Commissie gevraagde informatie dient in evenredig te zijn met die taken.
4.  Wanneer informatie door de onafhankelijke toezichthoudende instantie in overeenstemming met de nationale en EU-regelgeving betreffende vertrouwelijke bedrijfsgegevens als vertrouwelijk wordt beschouwd, garanderen de andere onafhankelijke toezichthoudende instanties en de Commissie het vertrouwelijke karakter van de verstrekte informatie. Deze informatie mag alleen worden gebruikt voor de behandeling van de klacht of het geschil waarop het verzoek betrekking heeft.
5.  Op basis van de ervaringen van de onafhankelijke toezichthoudende instanties en de werkzaamheden van het netwerk als bedoeld in lid 1, en met het oog op een efficiënte samenwerking, kan de Commissie gemeenschappelijke beginselen voor passende regelingen voor de informatie-uitwisseling tussen de onafhankelijke toezichthoudende instanties vaststellen. Deze uitvoeringshandelingen worden vastgesteld volgens de in artikel 22, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure.
Amendement 131
Voorstel voor een verordening
Artikel 19 – lid 1
1.  Elke partij met een rechtmatig belang heeft het recht om beroep aan te tekenen tegen de besluiten of afzonderlijke maatregelen die krachtens deze verordening door de bevoegde instanties, de havenbeheerder of de onafhankelijke toezichthoudende instantie worden genomen bij een beroepsinstantie die onafhankelijk is van de betrokken partijen. Deze beroepsinstantie kan een rechtbank zijn.
1.  Elke partij met een rechtmatig belang heeft het recht om beroep aan te tekenen tegen de besluiten of afzonderlijke maatregelen die krachtens deze verordening door de bevoegde instanties, de havenbeheerder of een krachtens artikel 17 aangewezen instantie worden genomen bij een beroepsinstantie die onafhankelijk is van de betrokken partijen. Deze beroepsinstantie kan een rechtbank zijn.
Amendement 132
Voorstel voor een verordening
Artikel 20 – lid 1
De lidstaten stellen de regels vast betreffende de sancties die van toepassing zijn op schendingen van de bepalingen van deze verordening en nemen alle maatregelen die nodig zijn om ervoor te zorgen dat de bepalingen worden uitgevoerd. De aldus vastgestelde sancties moeten doeltreffend, evenredig en afschrikkend zijn. De lidstaten delen de Commissie de desbetreffende bepalingen uiterlijk op 1 juli 2015 mee en stellen haar onverwijld in kennis van alle eventuele latere wijzigingen.
De lidstaten stellen de regels vast betreffende de sancties die van toepassing zijn op schendingen van de bepalingen van deze verordening en nemen alle maatregelen die nodig zijn om ervoor te zorgen dat de bepalingen worden uitgevoerd. De aldus vastgestelde sancties moeten doeltreffend, evenredig en afschrikkend zijn. De lidstaten stellen de Commissie uiterlijk op ...* van die bepalingen in kennis en delen haar onverwijld alle latere wijzigingen van die bepalingen mede.
__________________
* 24 maanden na de inwerkingtreding van deze verordening.
Amendement 133
Voorstel voor een verordening
Artikel 21
Artikel 21
Schrappen
Uitoefening van de delegatie
1.  De bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt overeenkomstig de voorwaarden van dit artikel verleend aan de Commissie.
2.  De in artikel 14 bedoelde bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie verleend voor onbepaalde tijd.
3.  De in artikel 14 bedoelde bevoegdheidsdelegatie kan te allen tijde door het Europees Parlement of door de Raad worden ingetrokken. Een besluit tot intrekking maakt een einde aan de bevoegdheidsdelegatie die in het besluit wordt vermeld. Dit treedt in werking op de dag volgend op de publicatie van dat besluit in het Publicatieblad van de Europese Unie of een latere datum die daarin nader wordt bepaald. Het laat de geldigheid van de reeds van kracht zijnde gedelegeerde handelingen onverlet.
4.  Zodra de Commissie een gedelegeerde handeling vaststelt, doet zij daarvan gelijktijdig kennisgeving aan het Europees Parlement en de Raad.
5.  Een gedelegeerde handeling uit hoofde van artikel 14 treedt uitsluitend in werking als geen bezwaar is geuit door het Europees Parlement of de Raad binnen een periode van 2 maanden na de mededeling van die handeling aan het Europees Parlement en de Raad of wanneer het Europees Parlement en de Raad de Commissie, vóór het verstrijken van die periode, ervan in kennis hebben gesteld dat zij geen bezwaar zullen uiten. Deze periode kan op initiatief van het Europees Parlement of de Raad met 2 maanden worden verlengd.
Amendement 134
Voorstel voor een verordening
Artikel 22
Artikel 22
Schrappen
Comitéprocedure
1.  De Commissie wordt bijgestaan door een comité. Dat comité is een comité in de zin van Verordening (EU) nr. 182/2011.
2.  Wanneer naar dit lid wordt verwezen, is artikel 5 van Verordening (EU) nr. 182/2011 van toepassing.
Amendement 135
Voorstel voor een verordening
Artikel 23
De Commissie brengt binnen drie jaar na de inwerkingtreding van deze verordening aan het Europees Parlement en de Raad verslag uit over de werking en de effecten van de verordening, desgevallend vergezeld van relevante voorstellen.
Ter beoordeling van de werking en de effecten van deze verordening worden bij het Europees Parlement en de Raad periodieke verslagen ingediend. De Commissie brengt uiterlijk op …* een eerste verslag uit en om de drie jaar periodieke verslagen, in voorkomend geval vergezeld van relevante voorstellen. De verslagen van de Commissie houden rekening met de vorderingen van het EU-comité voor sociale dialoog in de havensector.
________________
* vier jaar na de datum van inwerkingtreding van deze verordening.
Amendement 136
Voorstel voor een verordening
Artikel 25
Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag volgend op die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag volgend op die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Zij is van toepassing met ingang van 1 juli 2015.
Zij is van toepassing met ingang van ...* .
__________________
* 24 maanden na de inwerkingtreding van deze verordening.

(1) De zaak werd voor een nieuwe behandeling terugverwezen naar de bevoegde commissie op grond van artikel 61, lid 2, tweede alinea, van het Reglement (A8-0023/2016).

Juridische mededeling