Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2016/2004(BUD)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A8-0036/2016

Ingediende teksten :

A8-0036/2016

Debatten :

PV 08/03/2016 - 17
CRE 08/03/2016 - 17

Stemmingen :

PV 09/03/2016 - 11.6
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2016)0080

Aangenomen teksten
PDF 294kWORD 100k
Woensdag 9 maart 2016 - Straatsburg Definitieve uitgave
Richtsnoeren voor de begroting 2017 - Afdeling III
P8_TA(2016)0080A8-0036/2016

Resolutie van het Europees Parlement van 9 maart 2016 over de algemene richtsnoeren voor de voorbereiding van de begroting 2017, afdeling III – Commissie (2016/2004(BUD))

Het Europees Parlement,

–  gezien artikel 314 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien artikel 106 bis van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie,

–  gezien Verordening (EU, Euratom) nr. 1311/2013 van de Raad van 2 december 2013 tot bepaling van het meerjarig financieel kader voor de jaren 2014-2020(1),

–  gezien het Interinstitutioneel Akkoord van 2 december 2013 tussen het Europees Parlement, de Raad en de Commissie betreffende de begrotingsdiscipline, de samenwerking in begrotingszaken en een goed financieel beheer(2),

–  gezien Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002(3),

–  gezien zijn wetgevingsresolutie van 25 november 2015 over het gemeenschappelijk ontwerp van algemene begroting van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2016, goedgekeurd door het bemiddelingscomité in het kader van de begrotingsprocedure(4),

–  gezien de algemene begroting van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2016(5) en de twee daarmee verband houdende gemeenschappelijke verklaringen van het Parlement, de Raad en de Commissie(6),

–  gezien de gezamenlijke verklaring over een betalingsplan voor 2015-2016(7) van 19 mei 2015,

–  gezien de Europese economische prognose 2015 van de Commissie (najaar 2015)(8),

–  gezien de jaarlijkse groeianalyse van de Commissie voor 2016(9),

–  gezien titel II, hoofdstuk 8, van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Begrotingscommissie (A8-0036/2016),

A.  overwegende dat de begroting 2017 de weg moet vrijmaken voor economische groei en het creëren van banen, tegen de achtergrond van een kwetsbaar economisch herstel dat wordt bedreigd door de situatie in opkomende markten en aanhoudende geopolitieke spanningen;

B.  overwegende dat de begroting 2017 de gevolgen zal ondervinden van de zich ontwikkelende migratie- en vluchtelingencrisis;

C.  overwegende dat de begroting 2017 zal samenvallen met de tussentijdse herziening van het meerjarig financieel kader (MFK);

D.  overwegende dat het evenwicht tussen binnenlandse vraag en externe handel inhoudt dat de EU in zekere mate economisch afhankelijk is van mondiale ontwikkelingen;

Algemene opmerkingen

1.  wijst erop dat de begroting van de Unie heeft bewezen een belangrijk instrument te zijn voor de aanpak van recente crises en voor het inspringen op behoeften die niet noodzakelijkerwijs waren voorzien tijdens de onderhandelingen over het MFK 2014-2020, zoals het Europees fonds voor strategische investeringen (EFSI), de migratie- en vluchtelingencrisis of de geopolitieke spanningen in het Europese nabuurschap, leidend tot een aantal ernstige uitdagingen en noodsituaties, terwijl binnen de EU het tempo van economisch herstel en investeringen achterblijft bij hetgeen potentieel mogelijk is, en nog altijd sprake is van een investeringskloof;

2.  benadrukt dat de beperkte capaciteit van de begroting van de Unie om deze crises aan te pakken in dit stadium voornamelijk het resultaat is van de gebruikmaking van alle beschikbare middelen waarover bij de MFK-onderhandelingen overeenstemming is bereikt, en in het bijzonder van speciale instrumenten zoals het flexibiliteitsinstrument; herinnert aan de beslissende rol van het Parlement bij de vormgeving van deze instrumenten tijdens de MFK-onderhandelingen; benadrukt echter dat indien de crises erger blijven worden zelfs de volledige gebruikmaking van de bestaande bepalingen voor flexibiliteit onvoldoende zal zijn om de problemen aan te pakken; dringt er bij de Raad in dit verband op aan zijn standpunt over het in de begroting opnemen van de speciale MFK-instrumenten te heroverwegen, om de last die op de begroting van de Unie drukt te verlichten; herinnert in dit verband aan zijn vaste standpunt dat de betalingskredieten voor de speciale instrumenten (het flexibiliteitsinstrument, het Solidariteitsfonds van de EU, het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering en de reserve voor noodhulp) buiten de MFK-plafonds om moeten worden berekend, zoals dat ook het geval is voor de vastleggingen; verwacht dat deze kwestie in het kader van de tussentijdse herziening van het MFK zal worden opgelost;

Bij het budgetteren rekening houden met economische prognoses en aansluiten bij het Europees semester voor economische beleidscoördinatie

3.  neemt kennis van de Europese economische prognose van de Commissie (najaar 2015), waarin een bescheiden herstel wordt voorspeld, dat echter nog steeds achterblijft bij het groeipotentieel van de EU; benadrukt echter dat op dit herstel moet worden voortgebouwd door de basisvoorwaarden voor groei te verbeteren, om het scheppen van banen en de terugkeer naar volledige werkgelegenheid te stimuleren; wijst erop dat langdurige en zeer langdurige werkloosheid, met name in de armste regio’s van de Unie en onder jongeren, nog steeds op een verontrustend hoog niveau verkeren, en dat de EU moeite heeft met industriële herstructurering; wijst erop dat de verschillen op het gebied van economische ontwikkeling tussen Europese regio’s en lidstaten blijven bestaan, en wijst op de kloof tussen de armste en de rijkste Europeanen; wijst verder op het opdoemen van nieuwe uitdagingen, zoals het risico op vertraging van de groei van opkomende economische markten en de wereldhandel, met de druk die specifiek wordt veroorzaakt door de schommelingen op Chinese markten, de noodzaak van het aanpakken van de migranten- en vluchtelingencrisis en de aanhoudende geopolitieke spanningen;

4.  wijst tevens op de jaarlijkse groeianalyse van de Commissie voor 2016; is er sterk van overtuigd dat een beleid gericht op het stimuleren van investeringen, onder meer door een gecoördineerde verhoging van overheids- en particuliere investeringen met het oog op de Europa 2020-doelstellingen, een passende beleidsoplossing is voor het verwezenlijken van een evenwichtiger economisch beleid; is van mening dat met deze twee elementen rekening moet worden gehouden bij de voorbereiding van de ontwerpbegroting voor 2017, om bij te dragen aan het vaststellen van prioriteiten binnen een economisch kader; roept derhalve op tot meer synergieën tussen de Uniedimensie van het Europees semester voor coördinatie van het economisch beleid en de begroting van de Unie, dat ook de hoeksteen vormt van een stabiele eurozone;

5.  verwelkomt in dit verband de inspanningen van de Commissie om meer gebruik te maken van de Europese structuur- en investeringsfondsen ter ondersteuning van de hoofdprioriteiten als aangegeven in de landenspecifieke aanbevelingen; neemt nota van het Commissievoorstel tot vaststelling van het steunprogramma voor structurele hervormingen, en dringt er bij de Commissie op aan ervoor te zorgen dat de financiering wordt ingezet met het oog op het versterken van de economische, sociale en territoriale samenhang, overeenkomstig artikel 174 VWEU;

6.  betreurt dat de begroting van de Unie in recente jaren onbedoeld slachtoffer is geworden van het onbetrouwbare gedrag van de lidstaten, wat ertoe geleid heeft dat zij hun bijdrage aan de begroting van de Unie als een last zijn gaan beschouwen, en deze zijn gaan zien als variabele die aangepast kan worden; benadrukt dat de EU-begroting als investeringsbegroting een bijzonder sterke meerwaarde kan bieden door het stimuleren van groei, concurrentievermogen en het scheppen van banen in de lidstaten; wijst erop dat de bijdrage van de lidstaten aan de EU-begroting niet beschouwd mag worden als variabele die aangepast kan worden aan de macro-economische omstandigheden; wijst tevens op de toegevoegde waarde van de EU-begroting in de vorm van synergieën en schaalvoordelen; benadrukt de bijzondere situatie van geïsoleerde en perifere regio’s

7.  neemt kennis van en betreurt het feit dat de ontduiking van vennootschapsbelasting heeft geleid tot omvangrijke derving van belastinginkomsten voor de lidstaten, en daardoor tot een verlaging van hun bijdrage aan de EU-begroting; is bovendien van mening dat dergelijke oneerlijke belastingconcurrentie in sommige gevallen betekent dat bbp wordt overgedragen van de ene lidstaat naar de andere en dat bni wordt overgedragen naar belastingparadijzen buiten de EU, leidend tot lagere totale bijdragen van de lidstaten aan de EU-begroting;

De crises overwinnen

8.  benadrukt het feit dat de Unie de afgelopen jaren met een groot aantal crises te maken heeft gehad, waarvoor een holistische oplossing moet worden gevonden; wijst erop dat de vluchtelingencrisis in de Unie en in haar buurlanden, die voortvloeit uit het conflict in Syrië, nog niet is opgelost; constateert dat deze crisis in 2015 is geëscaleerd en zich in 2016 heeft doorgezet, met een plotselinge massale stijging van het aantal vluchtelingen en migranten die naar de Unie vluchten om asiel aan te vragen; benadrukt dat dit ook gevolgen heeft gehad voor de interne crisis; onderstreept dat de begroting van de Unie een onmiddellijke reactie op de crisis mogelijk heeft gemaakt en sterk moet worden verhoogd om de tenuitvoerlegging van het beleid van de EU om het hoofd te bieden aan de crisis doeltreffend te financieren, en deel moet uitmaken van een Europese oplossing om deze noodsituatie in de toekomst te boven te komen;

9.  onderstreept dat de begroting voor 2017 beïnvloed zal worden door de interne en externe uitdagingen op het gebied van veiligheid, dieook de vorm kunnenaannemen van terroristische dreigingen of extremisme, en door de uitvoering van de gemeenschappelijke agenda tussen de Unie en de lidstaten, gericht op het waarborgen van een Europese ruimte van vrijheid, veiligheid en rechtvaardigheid; benadrukt in dit verband het belang van de budgettaire instrumenten van de EU, zoals het Fonds voor interne veiligheid (ISF), om de belangrijkste uitdagingen aan te pakken, onder meer door middel van versterking van preventieve maatregelen en grensoverschrijdende operationele samenwerking;

10.  verwelkomt de goedkeuring van het EFSI, dat zal dienen als een van de belangrijkste instrumenten ter versterking van de investeringen op EU-niveau en dat zal bijdragen aan het stimuleren van de werkgelegenheid; stelt met tevredenheid vast dat een belangrijk aantal projecten en EIF-verrichtingen reeds is goedgekeurd en dat synergieën tussen het EFSI en Horizon 2020 konden worden vastgesteld; roept de Commissie op actief synergieën tussen de verschillende Europese fondsen te bevorderen en een volgsysteem op te zetten om voorbeelden te vinden waarbij verschillende vormen van EU-financiering worden gecombineerd; dringt erop aan dat het scorebord correct wordt toegepast; moedigt de lidstaten en particuliere entiteiten aan ten volle gebruik te maken van de financiële middelen die beschikbaar zijn via het EFSI; herinnert eraan dat de begroting van de Unie de ruggengraat levert van het investeringsplan door de toewijzing van de vereiste 8 miljard EUR aan vastleggings- en betalingskredieten aan het garantiefonds van het Europees Fonds voor strategische investeringen (EFSI), waarvan 3,38 miljard EUR reeds beschikbaar is gesteld op de begrotingen 2015 en 2016; herinnert eraan dat de overkoepelende marge voor vastleggingen voor dit doel in 2016 volledig werd benut, en wijst erop dat volgens het financieel memorandum bij het EFSI, de Commissie voor de ontwerpbegroting 2017 een soortgelijk scenario verwacht; herhaalt zijn voornemen Horizon 2020 en de Connecting Europe Facility te versterken door middel van de jaarlijkse begrotingsprocedure, om de verlagingen die zijn overeengekomen bij de onderhandelingen over het EFSI zoveel mogelijk te compenseren;

11.  benadrukt het belang van Horizon 2020, COSME, programma's ter financiering van kmo's, Erasmus+, en programma's en beleidsmaatregelen ter ondersteuning van de ontwikkeling van een innovatievriendelijk klimaat, die bijdragen tot het welslagen van de Europa 2020-strategie; neemt met tevredenheid nota van het hoge absorptiepercentage van de Horizon 2020-programma’s, maar is bezorgd over het alarmerend lage gemiddelde succespercentage van projectfinanciering, met als gevolg dat vele uitstekende projecten niet gefinancierd worden; roept de lidstaten op de mogelijkheden te onderzoeken om Horizon 2020-projecten over te nemen die positief zijn beoordeeld, maar niet kunnen worden medegefinancierd omdat er geen begrotingsmiddelen beschikbaar zijn; herinnert aan de belangrijke rol van kmo's, die de ruggengraat vormen van de Europese economie; onderstreept dat de EU-begroting de markttoegang en financiering voor kmo's verder moet verbeteren door middel van bestaande programma’s als Cosme; wijst er nogmaals op dat toekomst van de Unie afhankelijk is van haar vermogen om te innoveren in de voornaamste strategische sectoren, om ervoor te zorgen dat Europa concurrerend kan zijn in de mondiale economie;

12.  beschouwt met name het Jongerenwerkgelegenheidsinitiatief (YEI) als een fundamentele bijdrage aan de prioritaire doelstelling van de Unie voor groei en werkgelegenheid; herhaalt zijn voornemen om dit programma te blijven financieren en het uit te breiden, om een groter aantal jongeren, met inbegrip van jonge migranten die de EU binnenkomen, het vooruitzicht te bieden op feitelijke betreding van de arbeidsmarkt, door het aanbieden van hoogwaardige werkgelegenheid, voortgezette opleidingen of stageplaatsen; betreurt dat er tijdens de onderhandelingen over de EU-begroting voor 2016 geen nieuwe vastleggingen zijn toegewezen aan de verdere financiering van het YEI, terwijl de jeugdwerkloosheid in de EU zo hoog is als nooit tevoren; wijst erop dat deze doelstelling moet worden beschouwd in samenhang met de noodzaak van bevordering van de mobiliteit van jongeren, ondersteund door het Erasmus+ programma; benadrukt het belang van de gezamenlijke verklaring van de drie instellingen (Parlement, Raad en Commissie) over de begroting voor 2016 waarin wordt aangegeven dat "het terugdringen van de jeugdwerkloosheid voor elk van de drie instellingen hoog op de politieke agenda staat" en dat zij daarom "nogmaals hun vastberadenheid [uiten] om de daartoe beschikbare middelen, en in het bijzonder het jongerenwerkgelegenheidsinitiatief, optimaal te benutten"; wijst erop dat, ondanks de aanvankelijke vertraging in de uitvoering van dit initiatief en het voortdurend treuzelen bij het aanwijzen van autoriteiten voor de operationele YEI-programma’s in veel lidstaten, de huidige cijfers van de uitvoering wijzen op een volledige absorptiecapaciteit; verzoekt de Commissie haar evaluatie van het YEI uiterlijk eind april 2016 te presenteren, en in ieder geval op tijd om verlenging van het programma op de begroting 2017 mogelijk maken; onderstreept dat een permanente oplossing voor de financiering van het YEI in de vorm van nieuwe vastleggingskredieten tot 2020 deel zal uitmaken van de tussentijdse herziening van het MFK; onderstreept in dit verband dat het van belang is om in regio's met een hoge jeugdwerkloosheid het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering (EFG) in gelijke mate beschikbaar te stellen aan jongeren tot 25 jaar die geen werk hebben of geen onderwijs of opleiding volgen (NEET’s), als aan andere werknemers die steun ontvangen;

13.  wijst erop dat volgens het meest recente verslag van Save the Children, momenteel 27 miljoen kinderen in de EU het risico lopen in armoede te vervallen; brengt de resolutie van het Parlement van 24 november 2015(10) in herinnering waarin wordt opgeroepen tot de invoering van een kindergarantie, om kinderen aan armoede te helpen ontsnappen, een omgeving te bieden die hun persoonlijke ontwikkeling mogelijk maakt, en het gevaar op uitbuiting en sociale uitsluiting te verminderen; is ingenomen met de inspanningen van de lidstaten die recentelijk strategieën hebben vastgesteld voor de vermindering van armoede onder kinderen, met het oog op vermindering van de armoede in algemene zin, ook voor kinderen en jongeren; verzoekt de Commissie ervoor te zorgen dat de lidstaten zich houden aan het VN-Verdrag inzake de rechten van het kind en de beginselen van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie; beschouwt onderwijs, kinderopvang, gezondheidsdiensten, huisvesting en veiligheid als basisbehoeften waar elk Europees kind recht op heeft, met inbegrip van vluchtelingen- en migrantenkinderen die naar Europa reizen;

14.  herinnert aan het belang van de Europese agentschappen voor het waarborgen van de uitvoering van Europese wetgeving en daarmee het verwezenlijken van de beleidsdoelstellingen van de EU op het gebied van concurrentievermogen, groei en werkgelegenheid enerzijds, en voor de beheersing van de huidige vluchtelingen- en migratiecrisis anderzijds; dringt er daarom op aan dat adequate financiële en personele middelen worden vrijgemaakt ten behoeve van administratieve en operationele uitgaven, om de agentschappen in staat te stellen hun taken te vervullen en de best mogelijke resultaten te leveren; herinnert in verband met de migratie- en vluchtelingencrisis aan de toename van personeel en kredieten voor de agentschappen voor Justitie en Binnenlandse Zaken in de begrotingen 2015 en 2016; onderstreept echter dat een verdere stijging op de begroting 2017 noodzakelijk zal zijn om deze agentschappen in staat te stellen hun toegenomen werklast en bijkomende taken op te vangen; vraagt de Commissie voorts actuele en geconsolideerde informatie te verstrekken en een strategie voor de middellange en lange termijn met betrekking tot deze agentschappen op te stellen;

15.  is bezorgd over de aanhoudende sociaaleconomische ongelijkheden en de problemen bij het verwezenlijken van de EU-doelstelling van sociaaleconomische convergentie; benadrukt dat de begroting van de Unie beleid moet stimuleren gericht op convergentie, integratie en cohesie, uitgaand van het behoud en de bevordering van ondernemerschap, het scheppen van fatsoenlijke, hoogwaardige en stabiele banen, duurzaam gebruik van natuurlijke hulpbronnen en de bescherming van het milieu, door het nastreven van zijn doelstellingen in het kader van de Europa 2020-strategie voor slimme, duurzame en inclusieve groei; is met name bezorgd over de lager dan verwachte uitvoeringsgraad van betalingskredieten ten behoeve van het Fonds voor Europese hulp aan de meest behoeftigen (FEAD);

16.  wijst op het belang van de schoolmelk- en schoolfruitprogramma’s en stelt voor te onderzoeken in hoeverre een verhoging van de financiering voor die programma's mogelijk is; herinnert aan de talrijke crises van de laatste jaren, zoals de crisis in de landbouw, die vooral het gevolg was het Russische embargo; dringt aan op verdere inspanningen om de Europese landbouw klimaatbestendig te maken, de totale broeikasgasemissies door de landbouw terug te dringen en de economische levensvatbaarheid van de visserijsector te waarborgen;

17.  merkt op dat ondanks de beschikbaarstelling van aanzienlijke begrotingsmiddelen in de loop van 2015 en 2016 om de migratie- en vluchtelingencrisis aan te pakken, nog altijd geen oplossing is gevonden, noch binnen de Unie, noch in de herkomstlanden van de vluchtelingen; benadrukt echter dat de begrotingsmiddelen ontoereikend zijn en dat nog veel meer bijkomende financiering nodig is om deze crisis aan te pakken, omdat de toename van het aantal vluchtelingen en migranten niet als tijdelijk fenomeen kan worden beschouwd; benadrukt dat gezocht moet worden naar oplossingen voor de langere termijn, niet alleen tijdens de jaarlijkse begrotingsprocedure, maar ook bij de komende tussentijdse herziening van het MFK; dringt er bij de Commissie op aan een politiek en financieel plan voor de middellange en lange termijn te presenteren voor het aanpakken van de migratiecrisis en de gevolgen daarvan voor de begroting 2017; merkt op dat alle door de EU gefinancierde maatregelen beschouwd moeten worden als investeringen om het hoofd te bieden aan de vluchtelingen- en migratieproblematiek; benadrukt de noodzaak van het aanpakken van de onderliggende oorzaken van migratie door de levensomstandigheden te verbeteren, in het bijzonder door betere onderwijs- en gezondheidsdiensten, alsook een versterkte ondersteuning van investeringen in infrastructuur in de landen van herkomst van de migranten of landen waar zij voor het eerst een heenkomen zoeken; benadrukt dat de financiering van de migratie- en vluchtelingencrisis geen belemmering mag vormen voor de tenuitvoerlegging van ander belangrijk EU-beleid; benadrukt in dit verband dat solidariteit een beginsel is dat ten grondslag ligt aan de EU-begroting; is bezorgd over het feit dat er in de vluchtelingencrisis sprake is van ongelijke solidariteit tussen de lidstaten; herhaalt het verzoek aan de Commissie om een voorstel in te dienen over de wijze waarop de EU-begroting de lidstaten kan aansporen tot een meer evenwichtige visie op solidariteit;

18.  uit zijn ernstige bezorgdheid over het gebrek aan behoorlijke bescherming voor onbegeleide minderjarigen langs de hele route naar een veilige plek en dringt aan op een grondig onderzoek naar de zaak van de 10 000 vermiste kinderen waar Europol melding van heeft gemaakt;

19.  benadrukt het belang van meer financiering voor hervestiging, herplaatsing en terugkeeroperaties, met name uit hoofde van het Fonds voor asiel, migratie en integratie (AMIF), teneinde te komen tot een daadwerkelijk Europees asiel- en migratiebeleid, en illegale migratie te voorkomen en terug te dringen; onderstreept de noodzaak om binnen de EU-begroting mogelijkheden te scheppen om herhuisvestingsgebieden en veilige zones op het Afrikaanse continent en het Midden-Oosten te creëren, in samenwerking met de Afrikaanse Unie, de Arabische Liga en de UNHCR;

20.  is ingenomen met de oprichting van een Regionaal Trustfonds van de Europese Unie in respons op de Syrische crisis en van het Noodtrustfonds voor stabiliteit en de aanpak van de diepere oorzaken van irreguliere migratie en ontheemding in Afrika; dringt er bij de lidstaten op aan hun beloftes gestand te doen en in gelijke mate aan deze fondsen bij te dragen als de EU, oftewel 2,3 miljard EUR; is uiterst bezorgd over het lage niveau van de financiële bijdragen van de lidstaten; benadrukt dat meer financiering nodig zal zijn voor het bieden van humanitaire hulp langs de doorvoerroutes en voor de aanpak van de uitdagingen die het groeiend aantal vluchtelingen met zich meebrengt; wijst erop dat het gebrek aan voldoende financiële middelen voor humanitaire hulp, met inbegrip van maatregelen op het gebied van gezondheid en onderwijs in kampen, meer vluchtelingen heeft aangezet tot het ondernemen van de gevaarlijke reis naar de EU; herinnert eraan dat bovengenoemde fondsen zijn opgezet als reactie op het gebrek aan flexibiliteit van de middelen op de begroting van de EU; benadrukt dat de acties die zijn ondernomen om het migratie- en vluchtelingenprobleem aan te pakken niet ten koste mogen gaan van het vluchtelingenbeleid van de EU op andere terreinen, en dat de regels inzake de verantwoordingsplicht voor alle EU-acties op dit terrein gevolgd moeten worden;

21.  benadrukt dat de lidstaten hun toezeggingen opnieuw hebben bevestigd op de informele bijeenkomst van de staatshoofden en regeringsleiders van de EU ter bespreking van migratie op 23 september 2015, de Europese Raad van 15 oktober 2015 en de top van Valletta op 11 en 12 november 2015; hecht het grootste belang aan de publieke verklaringen van de Raad over de reactie op de ongekende migratie- en vluchtelingencrisis; verwacht dat de Raad zal voldoen aan de verwachtingen die zijn eigen verklaringen en besluiten hebben gewekt, met name in verband met de bijdragen van de lidstaten ter aanvulling van de EU-begrotingssteun aan de trustfondsen Madad en Afrika, en daarnaast het voorstel van de Commissie betreffende de faciliteit voor Turkije volledig zal uitvoeren; wijst erop dat sommige lidstaten extra bijdragen via andere humanitaire hulpprogramma's, zoals het Wereldvoedselprogramma en de UNHCR;

22.  is ingenomen met het beginsel en de doelstellingen van de geplande faciliteit van 3 miljard EUR voor vluchtelingen in Turkije, en dringt er bij elke lidstaat op aan de politieke toezeggingen na te komen en voldoende financiële steun te leveren aan het pakket van de faciliteit voor vluchtelingen in Turkije; is vastbesloten om gebruik te maken van alle politieke en institutionele pressiemiddelen om te waarborgen dat de lidstaten hun toezeggingen nakomen met betrekking tot hun bijdrages aan het regionaal trustfonds voor Syrië, het noodtrustfonds voor Afrika en de faciliteit voor vluchtelingen in Turkije; verwacht dat de Commissie zal uitleggen hoe de bijdrage van de Unie beschikbaar moet worden gesteld binnen de respectieve plafonds van de begrotingen van de Unie voor 2016 en 2017; bekritiseert het feit dat de Raad en de Commissie het Parlement hebben uitgesloten van de besprekingen over de opzet van de faciliteit en de beschikbaarstelling van de bijdrage van de Unie, zoals blijkt uit de mededeling van de Commissie inzake haar voornemen om de bijdrage van de Unie te financieren door herschikking van de recent vastgestelde begroting 2016 van de Unie en door een voorschot te nemen op de marges van de begroting 2017; onderstreept daarnaast de noodzaak om de impact van de externe uitgaven van de EU te vergroten; roept de Commissie op voorstellen te formuleren over manieren om de synergieën tussen de externe financieringsinstrumenten van de EU te versterken en hun strategische opzet coherenter te maken; is van mening dat deze fondsen, alsmede de faciliteit voor vluchtelingen, zich noch binnen noch buiten de EU-begroting bevinden, om welke reden het ontbreekt aan de noodzakelijke verantwoordingsplicht en het democratische proces, als voorgeschreven door de communautaire methode, en is daarom van plan nauw toe te zien op de oprichting van de fondsen en de faciliteit, en op de uitvoering daarvan; beschouwt bovengenoemde stappen als duidelijke schendingen van de rechten van het Parlement als tak van de begrotingsautoriteit;

23.  vestigt de aandacht op het feit dat de geopolitieke situatie in de oostelijke buurlanden kwetsbaar is en roept de EU op om meer steun te bieden aan landen die thans bezig zijn met de uitvoering van associatieovereenkomsten, om vaart te zetten achter de hervormingen en de verdieping van de betrekkingen tussen de EU en de betrokken landen;

Betalingen

24.  herinnert eraan dat de Commissie op de begrotingen 2015 en 2016 in veel gevallen naliet om aanvullende betalingskredieten te vragen voor een aantal crisismaatregelen (vervroegde financiering van 2 miljard EUR voor Griekenland, eerste initiatieven op het gebied van migratie) en in plaats daarvan herschikking toepaste van reeds aanwezige middelen; benadrukt dat hierdoor de druk op de betalingskredieten in 2016 en daarna is toegenomen en mogelijkerwijs opnieuw een situatie wordt bereikt waarbij kredieten ontoereikend zijn om te voldoen aan de feitelijke behoeften van de financiële programma's in de verschillende rubrieken, wat directe gevolgen heeft voor projectbeheerders en burgers; is bezorgd dat deze situatie, opgeteld bij de vertraging met de start van de tenuitvoerlegging van de programma’s onder gedeeld beheer, kan leiden tot het opnieuw doen ontstaan van de omstandigheden die aan het einde van het vorige MFK hebben geleid tot een ongekend niveau van RAL en een onhoudbare achterstand van niet afgewikkelde betalingen; herhaalt zijn traditionele standpunt dat onvoorziene betalingen moeten worden gefinancierd met nieuwe kredieten;

25.  roept op tot volledige tenuitvoerlegging van de gezamenlijke verklaringen over betalingen van het Parlement, de Raad en de Commissie in 2015 en 2016; herinnert aan de verbintenis om in de loop van dit jaar ten minste drie interinstitutionele bijeenkomsten te beleggen over de betalingsproblematiek, teneinde de balans te kunnen opmaken van de uitgevoerde betalingen en de bijgestelde prognoses; merkt op dat de Commissie voor eind 2015 een achterstand heeft aangekondigd van 8,2 miljard EUR, wat bijna de helft is van het oorspronkelijk voorziene bedrag; is van plan deze kwestie aan de orde te stellen tijdens de eerste interinstitutionele vergadering over betalingen in maart 2016, om de oorzaken van deze verschillen te bepalen en de mogelijke langetermijneffecten op de betalingsprognoses vast te stellen; verwacht dat de Raad in zijn lezing van de begroting 2017 van de Unie de bedragen vastgelegd op de bijeenkomst van april 2016 zal overnemen en volledig zal respecteren; dringt er bij de Commissie op aan het Parlement en de Raad ramingen voor de langere termijn te leveren van de verwachte ontwikkeling van betalingen tot het einde van het MFK 2014-2020, zoals overeengekomen in de gemeenschappelijke verklaring goedgekeurd in het kader van de begrotingsprocedure 2016, om een achterstand met de betalingen tijdens de tweede helft van het MFK te voorkomen;

26.  benadrukt dat de tenuitvoerlegging van de Europese structuur- en investeringsfondsen naar verwachting op kruissnelheid zal komen in 2017, en waarschuwt voor een te lage begroting van betalingskredieten om dit hogere absorptieniveau op te vangen; spoort de Commissie aan om de betalingen in haar ontwerpbegroting op de benodigde niveaus vast te stellen; spreekt zijn bezorgdheid uit over de late vaststelling van de operationele programma's en over het risico van een nieuwe toename van het aantal achterstallige rekeningen tijdens de tweede helft van het MFK; moedigt de Commissie aan zich actief samen met de lidstaten in te zetten en moedigt de lidstaten aan alles in het werk te stellen om zo snel mogelijk programmeringsinstanties aan te wijzen, omdat het ontbreken daarvan de belangrijkste reden was van de huidige vertragingen; is ingenomen met de bereidheid van de Commissie om op verzoek nauw samen te werken met de lidstaten, met name wat betreft de eventuele aanpassing van de operationele programma’s om te zorgen voor een sterkere synergie tussen de Europese structuur- en investeringsfondsen en de binnenlandse problemen in verband met de vluchtelingencrisis;

Andere kwesties van bijzonder belang

27.  herinnert aan het belang van gendermainstreaming, dat als horizontaal beginsel bij alle beleidsmaatregelen van de Unie moet worden toegepast; roept de Commissie op het beginsel van gendermainstreaming waar passend in praktijk te brengen bij de opstelling van de ontwerpbegroting voor 2017;

28.  verwelkomt het akkoord dat op 12 december 2015 in Parijs is bereikt door de 196 partijen bij het Raamverdrag van de Verenigde Naties inzake klimaatverandering inzake een algemeen, verbindend, dynamisch en gedifferentieerd akkoord om de uitdaging van klimaatverandering aan te kunnen gaan; betreurt echter dat er nog geen duidelijkheid is over de wijze waarop donorlanden het jaarlijkse streefdoel van 100 miljard USD steun aan ontwikkelingslanden gaan halen, en hoe zij een gemeenschappelijke methodologie zullen vaststellen om de financiering op klimaatgebied te bepalen; wijst erop dat deze kwestie vóór COP 22 in Marrakesh opgelost moet worden, en verwacht dat de Commissie een geconsolideerd regelgevend EU-kader zal presenteren, dat volledig aansluit bij alle in Parijs gedane toezeggingen, en dat zij voor deze financiering ruimte maakt in haar ontwerpbegroting 2017; herinnert eraan dat de EU ermee heeft ingestemd dat minstens 20% van haar begroting voor 2014-2020, met andere woorden een bedrag van 180 miljard EUR, besteed moet worden aan klimaatgerelateerde acties en dat een op het klimaat gerichte verfijning van de EU-begroting nodig is; verzoekt de Commissie steun te blijven geven aan de EU-uitgaven voor duurzame en efficiënte infrastructuur en duurzame vervoerswijzen; spoort de Commissie aan om spoedig uitvoering te geven aan de conclusies van de Raad van 17 november 2015 met betrekking tot het klimaat en de fondsen voor het cohesiebeleid;

29.  verwelkomt de inspanningen van de Commissie ter ontwikkeling van de strategie voor "een resultaatgerichte EU-begroting"; verzoekt de Commissie om te laten zien dat vooruitgang is geboekt op het gebied van vereenvoudiging van de EU-financiering, met name wat betreft de vermindering van de last van de uitvoering en het beheer van door de EU gefinancierde projecten; benadrukt dat bijzondere aandacht moet worden besteed aan de prestaties van de financiële instrumenten waarmee belangrijke doelgroepen bereikt kunnen worden, zoals kmo’s, innovatieve ondernemingen en micro-ondernemingen, in het kader van de financieringsprogramma’s van de Unie; is verder van mening dat, naast de instellingen van de Unie, ook de lidstaten een aanzienlijke verantwoordelijkheid hebben, omdat 80% van de begroting wordt uitgevoerd onder "gedeeld beheer"; roept de lidstaten daarom op hun uiterste best te doen om een goed financieel beheer en een daling van het aantal fouten te waarborgen, en om vertragingen bij de uitvoering van programma's onder hun verantwoordelijkheid te vermijden; benadrukt de noodzaak om meer aandacht te besteden aan de ontwikkeling van passende kwantitatieve en kwalitatieve indicatoren voor het meten van resultaten en om een concreet beeld te ontwikkelen van het effect van de EU-uitgaven in de reële economie; verzoekt alle lidstaten concrete maatregelen te bevorderen en uit te voeren voor een actieve bestrijding van corruptie op het gebied van openbare aanbestedingen en inschrijvingen;

30.  bevestigt zijn steun voor het internationale ITER-programma voor onderzoek en techniek en is vastbesloten te zorgen voor toereikende financiering ervan; is evenwel bezorgd dat dit programma te maken kan krijgen met verdere vertragingen en extra kosten, en dat dit negatieve gevolgen kan hebben voor de begroting van de Unie; betreurt dan ook dat het niet in staat was het niveau van de ITER-kredieten voor 2016 te toetsen aan het geactualiseerde betalings- en tijdschema; verwacht dat dit herziene plan zal worden meegenomen bij de voorbereiding van de ontwerpbegroting 2017; dringt aan op een passend verantwoordingsmechanisme waarbij een duidelijk overzicht wordt gegeven van de omvang van de financiële middelen die worden uitgetrokken voor het internationale project en waarbij het efficiënt gebruik ervan wordt beoordeeld;

31.  herinnert eraan dat het definitieve akkoord over het MFK 2014-2020, vastgelegd in artikel 2 van de MFK-verordening, een voorstel omvat voor een verplichte herziening van het MFK 2014-2020, vergezeld van een wetgevingsvoorstel voor de herziening van het MFK tegen het einde van 2016; benadrukt dat deze evaluatie/herziening tot doel heeft om de kwalitatieve en kwantitatieve werking van het MFK te beoordelen en systemische tekortkomingen van de Uniebegroting aan te pakken, alsook om te waarborgen dat de Unie voldoende middelen tot haar beschikking krijgt om interne en externe crises doeltreffend aan te pakken en financiering te kunnen leveren ten behoeve van veranderende beleidsprioriteiten voor de tweede helft van het huidige MFK; benadrukt dat de Raad moet voldoen aan de verwachtingen die zijn gewekt door de verklaringen en besluiten van de Europese Raad; benadrukt in dit verband dat de Raad de verantwoordelijkheid op zich moeten nemen om ervoor te zorgen dat de nodige kredieten ter beschikking worden gesteld om in te kunnen springen op de noodzaak tot financiering van nieuwe taken en onvoorziene omstandigheden, onder meer door een opwaartse herziening van de plafonds van het MFK; is voornemens een samenhangende aanpak te volgen in het kader van de onderhandelingen over de begroting 2017 en de herziening van het MFK; betwijfelt ten zeerste of de crises in kwestie kunnen worden gefinancierd binnen de beperkingen van het huidige MFK; benadrukt voorts dat de herziening van het MFK in 2016 een gelegenheid is om de middelen van het MFK aan te passen en de flexibiliteit ervan te vergroten;

32.  herhaalt zijn standpunt ten faveure van een grondige hervorming van het stelsel van eigen middelen van de Unie, en kent het hoogste politieke belang toe aan de werkzaamheden van de Groep op hoog niveau eigen middelen, opgezet als onderdeel van het akkoord over het MFK 2014-2020; verwacht dat de Commissie en de Raad zullen instemmen met het definitieve resultaat, dat tegen eind 2016 wordt verwacht, met inbegrip van nieuwe eigen middelenbronnen; wijst er opnieuw op dat de hoofdgedachte achter de hervorming van het stelsel van eigen middelen is om de ontvangstenkant van de begroting van de Unie autonomer, stabieler, eenvoudiger, eerlijker, houdbaarder en voorspelbaarder te maken, en daarnaast de last van excessieve uitgaven op nationale begrotingen te verlichten en de transparantie en zichtbaarheid voor de burgers te verbeteren, zonder de totale belastingdruk voor de burgers te verhogen; is van mening dat de invoering van werkelijke eigen middelen onontbeerlijk is voor een volledig onafhankelijke EU-begroting;

o
o   o

33.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie en de Europese Rekenkamer.

(1) PB L 347 van 20.12.2013, blz. 884.
(2) PB C 373 van 20.12.2013, blz. 1.
(3) PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1.
(4) Aangenomen teksten, P8_TA(2015)0407.
(5) PB L 48 van 24.2.2016.
(6) Zie Bijlage II bij de wetgevingsresolutie van het Parlement van 25 november 2015 (Aangenomen teksten, P8_TA(2015)0407).
(7) Zie Bijlage II bij de resolutie van het Parlement van 8 juli 2015 (Aangenomen teksten, P8_TA(2015)0263).
(8) http://ec.europa.eu/economy_finance/publications/eeip/pdf/ip011_en.pdf
(9) http://ec.europa.eu/europe2020/pdf/2016/ags2016_annual_growth_survey.pdf
(10) Aangenomen teksten, P8_TA(2015)0401.

Juridische mededeling