Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2016/2607(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Kies een document :

Ingediende teksten :

RC-B8-0337/2016

Debatten :

Stemmingen :

PV 10/03/2016 - 7.1

Aangenomen teksten :

P8_TA(2016)0083

Aangenomen teksten
PDF 180kWORD 76k
Donderdag 10 maart 2016 - Straatsburg Definitieve uitgave
Vrijheid van meningsuiting in Kazachstan
P8_TA(2016)0083RC-B8-0337/2016

Resolutie van het Europees Parlement van 10 maart 2016 over de vrijheid van meningsuiting in Kazachstan (2016/2607(RSP))

Het Europees Parlement,

–  gezien zijn eerdere resoluties met betrekking tot Kazachstan, onder meer die van 18 april 2013(1), van 15 maart 2012(2), van 22 november 2012 met de aanbevelingen van het Europees Parlement aan de Raad, de Commissie en de Europese Dienst voor extern optreden over de onderhandelingen voor een versterkte partnerschaps- en samenwerkingsovereenkomst tussen de EU en Kazachstan(3), de resolutie van 15 december 2011 over de staat van de uitvoering van de EU-strategie voor Centraal-Azië(4), en van 17 september 2009 over de zaak Yevgeni Zhovtis in Kazachstan(5),

–  gezien de opmerkingen van de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid, Federica Mogherini, naar aanleiding van de ondertekening van de versterkte partnerschaps- en samenwerkingsovereenkomst tussen de EU en Kazachstan (EPCA) op 21 december 2015,

–  gezien de zevende ronde van de jaarlijkse mensenrechtendialoog tussen de EU en Kazachstan van 26 november 2015 in Astana,

–  gezien de conclusies van de Raad van 22 juni 2015 over de EU-strategie voor Centraal-Azië,

–  gezien het vierde voortgangsverslag van 13 januari 2015 over de tenuitvoerlegging van de in 2007 aangenomen EU-strategie voor Centraal-Azië,

–  gezien het op 16 juni 2015 voorgestelde verslag van de speciale rapporteur van de VN voor vrijheid van vreedzame vergadering en vereniging, Maina Kiai, naar aanleiding van zijn missie naar Kazachstan,

–  gezien de op 21 december 2015 ondertekende versterkte partnerschaps- en samenwerkingsovereenkomst,

–  gezien artikel 19 van het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten,

–  gezien de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens van 1948,

–  gezien artikel 20 van de grondwet van Kazachstan,

–  gezien artikel 135, lid 5, en artikel 123, lid 4, van zijn Reglement,

A.  overwegende dat de Europese Unie en Kazachstan op 21 december 2015 een versterkte partnerschaps- en samenwerkingsovereenkomst (EPCA) hebben ondertekend, gericht op het bieden van een uitgebreid kader voor versterkte politieke dialoog, samenwerking op het gebied van binnenlandse zaken en justitie en vele andere domeinen; overwegende dat in deze overeenkomst sterk de nadruk wordt gelegd op democratie, de rechtsstaat, mensenrechten, fundamentele vrijheden en duurzame ontwikkeling, alsook op samenwerking met het maatschappelijk middenveld;

B.  overwegende dat Kazachstan een belangrijke internationale speler is en van groot belang is voor de politieke en sociaal-economische ontwikkeling en de veiligheidssituatie in de gehele regio; overwegende dat Kazachstan een positieve rol heeft gespeeld in Centraal-Azië en zich heeft ingespannen voor de ontwikkeling van goede betrekkingen met zijn buurlanden, voor de hervatting van de regionale samenwerking en voor een vreedzame oplossing van alle bilaterale kwesties; overwegende dat het voor de EU van vitaal belang is om de samenwerking op politiek, economisch en veiligheidsvlak met de Centraal-Aziatische regio te intensiveren via hechte, open en strategische betrekkingen tussen de EU en Kazachstan;

C.  overwegende dat de EPCA geratificeerd moet worden door de parlementen van alle 28 EU-lidstaten en door het Europees Parlement; overwegende dat deze overeenkomst tot een sterkere politieke dialoog tussen de EU en Kazachstan en de bevordering van onderlinge handel en investeringen zal leiden, maar dat er ook een sterke nadruk wordt gelegd op internationale verplichtingen; overwegende dat erkend moet worden dat in de loop van de onderhandelingen over de EPCA vooruitgang is geboekt op het gebied van de rol van het maatschappelijk middenveld door maatregelen om het maatschappelijk middenveld te betrekken bij openbare beleidsvorming;

D.  overwegende dat de algemene toestand met betrekking tot de vrijheid van meningsuiting de voorbije jaren is verslechterd; overwegende dat de Kazakse overheid in december 2015 Guzjal Bajdalinova in hechtenis heeft genomen, een journaliste en de eigenares van de online nieuwssite nakanune.kz, in verband met een strafzaak op beschuldiging van "het opzettelijk publiceren van onjuiste informatie"; overwegende dat er na de aanhouding van Guzjal Bajdalinova bezorgdheid werd geuit over pesterijen ten aanzien van onafhankelijke media in Kazachstan; overwegende dat een rechtbank op 29 februari 2016 de journaliste Joelija Kozlova, die voor nakanune.kz schrijft, heeft vrijgesproken;

E.  overwegende dat er een strafrechtelijk onderzoek loopt naar Sejtkazy Matajev, hoofd van de nationale persvereniging en de journalistenbond, die ervan wordt beschuldigd miljoenen Kazakse tenge in openbare fondsen te hebben verduisterd; overwegende dat Sejtkazy Matajev, die de beschuldigingen ontkent, en zijn zoon Aset Matajev, die directeur is van het onafhankelijke persbureau KazTag, op 22 februari 2016 in hechtenis zijn genomen; overwegende dat Aset Matajev na ondervraging is vrijgelaten;

F.  overwegende dat Jermek Narymbajev en Serikzjan Mambetalin – bloggers die in oktober 2015 zijn gearresteerd op beschuldiging van "aanzetten tot nationale tweedracht" – op 22 januari 2016 door een rechtbank zijn veroordeeld tot respectievelijk drie en twee jaar gevangenisstraf; overwegende dat de blogger Bolatbek Bljalov onder beperkt huisarrest is geplaatst;

G.  overwegende dat de Kazakse overheid onafhankelijke en oppositiegezinde media heeft opgedoekt, waaronder de Assandi Times, de Pravdivaja Gazeta en de tijdschriften ADAM bol en ADAM; overwegende dat de Kazakse overheid in het najaar van 2012 onafhankelijke en oppositiegezinde media heeft vervolgd, met name de kranten Golos Respubliki en Vzgljad, alsook hun zusterkranten en websites, en de online televisieportalen K+ en Stan.TV;

H.  overwegende dat Havas Worldwide Kazakhstan in oktober 2014 door een rechtbank in Almaty werd veroordeeld tot een boete van 34 miljoen KZT;

I.  overwegende dat het Europees instrument voor democratie en mensenrechten (EIDHR) een belangrijk financieringsinstrument vormt, gericht op de ondersteuning van organisaties uit het maatschappelijk middenveld en democratisering, zowel in het land als in de regio;

J.  overwegende dat LGBTI's in Kazachstan volgens de ILGA (International Lesbian, Gay, Bisexual, Trans and Intersex Association) geconfronteerd worden met gerechtelijke maatregelen en discriminatie die niet-LGBTI's niet ondervinden; overwegende dat zowel mannelijke als vrouwelijke seksuele betrekkingen tussen personen van hetzelfde geslacht legaal zijn in Kazachstan, maar dat koppels van hetzelfde geslacht en huishoudens met een koppel van hetzelfde geslacht aan het hoofd geen aanspraak kunnen maken op dezelfde rechtsbescherming die getrouwde heterokoppels genieten;

K.  overwegende dat er op 20 maart 2016 in Kazachstan vervroegde parlementsverkiezingen worden gehouden, die moeten worden voorafgegaan door garanties met betrekking tot de vrijheid van meningsuiting in de maatschappij en de eenvoudige en transparante registratie van politieke partijen die als vrij en eerlijk worden beschouwd; overwegende dat de verkiezingen van 2012, volgens het eindrapport van de verkiezingswaarnemingsmissie van de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa (OVSE) van 3 april 2012, werden ontsierd door "significante onregelmatigheden"(6);

L.  overwegende dat op 1 januari 2015 een nieuw strafwetboek, een nieuw wetboek administratieve delicten en een nieuw wetboek van strafvordering van kracht zijn geworden;

M.  overwegende dat de index voor persvrijheid 2015 van verslaggevers zonder grenzen 180 landen omvat en dat Kazachstan de 160e plaats inneemt;

N.  overwegende dat de EU consistent met Kazachstan heeft samengewerkt in het toetredingsproces voor de WHO en dat als resultaat daarvan de onderhandelingen om tot de WHO toe treden nu worden afgerond; overwegende dat het van belang is dat Kazachstan de beginselen van de rechtstaat naleeft, zijn internationale verplichtingen handhaaft en wettelijke zekerheid voor internationale bedrijven die in het land werkzaam zijn, alsook bescherming van hun investeringen garandeert;

O.  overwegende dat in de ontwikkelingssamenwerking met Kazachstan nadruk wordt gelegd op capaciteitsopbouw van de regionale en plaatselijke overheden, ondersteuning van hervormingen in justitie en de verbetering van de capaciteit van de openbare sector om sociale en economische hervormingen door te voeren;

1.  benadrukt dat de betrekkingen tussen de EU en Kazachstan en de intensivering van de economische en politieke samenwerking op alle gebieden van groot belang zijn; onderstreept het grote belang dat de EU heeft bij een duurzame relatie met Kazachstan in termen van politieke en economische samenwerking;

2.  uit zijn bezorgdheid over het mediaklimaat en de vrije meningsuiting in Kazachstan; maakt zich ernstige zorgen over de druk op onafhankelijke media en over de mogelijke negatieve gevolgen van nieuwe ontwerpwetgeving met betrekking tot de financiering van organisaties uit het maatschappelijk middenveld; wijst erop dat vrijheid van meningsuiting voor onafhankelijke media, bloggers, en individuele burgers een universele waarde is waarover niet kan worden onderhandeld;

3.  betreurt dat nieuwssites, sociale media en andere websites lukraak geblokkeerd worden op grond van de aanwezigheid van onwettige inhoud, en verzoekt de Kazakse overheid te waarborgen dat elke maatregel ter beperking van de toegang tot internetbronnen een wettelijke basis heeft; maakt zich zorgen over de in 2014 aangenomen amendementen op de wetgeving inzake communicatie;

4.  maakt zich ernstige zorgen over het gebrek aan respect voor en de schending van de rechten van gedetineerden in het gevangeniswezen van Kazachstan; is bezorgd over het fysieke en mentale welzijn van de gedetineerden Vladimir Kozlov, Vadim Kuramsjin (die in 2013 de internationale mensenrechtenprijs Ludovic Trarieux won) en Aron Atabek, die veroordeeld zijn op politieke gronden, en eist dat zij onmiddellijke toegang tot de nodige medische behandeling krijgen en dat hen regelmatig bezoek wordt toegestaan, onder meer door familieleden, wettelijke vertegenwoordigers en vertegenwoordigers van organisaties voor mensenrechten en de rechten van gedetineerden;

5.  erkent dat het honderdstappenprogramma een poging vormt om dringende hervormingen in Kazachstan door te voeren; verzoekt Kazachstan het nationale mechanisme ter preventie van foltering ten uitvoer te leggen en een debat te openen over de nieuwe strafwetboeken;

6.  benadrukt dat hechtere politieke en economische betrekkingen met de EU, zoals beoogd in de onlangs ondertekende versterkte partnerschaps- en samenwerkingsovereenkomst, gebaseerd moeten zijn op gedeelde waarden en gepaard moeten gaan met een actief en concreet engagement van Kazachstan om vanuit zijn internationale verplichtingen en verbintenissen politieke en democratische hervormingen door te voeren;

7.  is verheugd dat sinds de laatste mensenrechtendialoog een aantal gevangengenomen mensenrechten- en arbeidsactivisten is vrijgelaten;

8.  benadrukt dat de legitieme bestrijding van terrorisme en extremisme niet mag worden aangewend als excuus om oppositieactiviteiten te verbieden, de vrijheid van meningsuiting te belemmeren of de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht te ondermijnen;

9.  dringt aan op een herziening van de artikelen in het strafwetboek die kunnen worden gebruikt om rechtmatig gedrag dat door de wetgeving inzake de mensenrechten wordt beschermd te criminaliseren, met name artikel 174 met betrekking tot "het aanzetten tot sociale, nationale, clangebonden, raciale, klassengebonden of religieuze tweedracht";

10.  verzoekt de Kazakse overheid de veroordeling van bloggers, met inbegrip van Jermek Narymbajev, Serikzjan Mambetalin en Bolatbek Bljalov, te vernietigen; dringt aan op de vrijlating van Guzjal Bajdalinova; dringt erop aan dat de pesterijen ten aanzien van Sejtkazy en Aset Matajev worden stopgezet; wijst er in dit verband op dat zaken waarbij journalisten betrokken zijn openbaar moeten zijn en dat er tijdens de procesgang geen sprake mag zijn van pesterijen;

11.  dringt aan op de vrijlating van oppositieleider Vladimir Kozlov, die momenteel onder strenge voorwaarden gevangen wordt gehouden, in afwachting van een onafhankelijke en onpartijdige beoordeling van zijn zaak;

12.  uit zijn diepe bezorgdheid over de wetgeving inzake ngo's, waarmee de aanwezigheid en de onafhankelijkheid van ngo's in Kazachstan worden ondermijnd; dringt er bij de Kazakse overheid op aan in alle omstandigheden te waarborgen dat alle mensenrechtenactivisten en ngo's in Kazachstan hun legitieme mensenrechtenactiviteiten kunnen uitvoeren zonder wraakacties te moeten vrezen en vrij van alle beperkingen;

13.  is verheugd over de ambitie van Kazachstan om zich actief als mediator/facilitator op te werpen in internationale veiligheidskwesties die de hele regio aangaan; dringt er bij de Kazakse overheid op aan zich te houden aan de internationale verbintenissen die zij zijn aangegaan, met inbegrip van de verbintenissen die verband houden met de rechtsstaat en de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht;

14.  is verheugd over de regelmatige mensenrechtendialogen tussen de EU en Kazachstan; onderstreept het belang van mensenrechtendialogen tussen de EU en de Kazakse overheid; dringt aan op versterking van de dialogen, opdat ze zouden bijdragen aan de totstandkoming van een forum waar kwesties openlijk kunnen worden besproken; benadrukt dat deze dialogen doeltreffend en resultaatgericht moeten zijn;

15.  dringt er bij de EU, en met name bij de Europese Dienst voor extern optreden, op aan om nauwlettend toe te zien op de ontwikkelingen in Kazachstan, zo nodig punten van zorg aan de orde te stellen bij de Kazakse overheid, bijstand aan te bieden en regelmatig verslag uit te brengen aan het Europees Parlement; verzoekt de EU-delegatie in Astana een actieve rol te blijven vervullen bij het toezicht op de situatie en de kwestie van de vrijheid van meningsuiting in alle desbetreffende bilaterale contacten met Kazachstan ter sprake te brengen;

16.  dringt er bij de Kazakse overheid op aan de aanbevelingen van het OVSE-Bureau voor Democratische Instellingen en Mensenrechten volledig ten uitvoer te leggen vóór de volgende parlementsverkiezingen, en concrete maatregelen te nemen om de aanbevelingen van de speciale rapporteur van de VN voor vrijheid van vreedzame vergadering en vereniging ten uitvoer te leggen; herinnert Kazachstan aan zijn ambitie om zich kandidaat te stellen als niet-permanent lid van de Veiligheidsraad van de VN in 2017-2018;

17.  verzoekt de Kazakse overheid zich achter de resultaten van de onlangs op internationaal niveau aangenomen doelstellingen inzake duurzame ontwikkeling te scharen;

18.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de vicevoorzitter van de Europese Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid, de Raad, de Commissie, de speciale vertegenwoordiger van de EU voor de mensenrechten, de regeringen en parlementen van de lidstaten, de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa, de VN-Mensenrechtenraad en de regering en het parlement van Kazachstan.

(1) PB C 45 van 5.2.2016, blz. 85.
(2) PB C 251 E van 31.8.2013, blz. 93.
(3) PB C 419 van 16.12.2015, blz. 159.
(4) PB C 168 E van 14.6.2013, blz. 91.
(5) PB C 224 E van 19.8.2010, blz. 30.
(6) http://www.osce.org/odihr/elections/89401?download=true

Juridische mededeling