Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2016/2609(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Kies een document :

Ingediende teksten :

RC-B8-0342/2016

Debatten :

Stemmingen :

PV 10/03/2016 - 7.3

Aangenomen teksten :

P8_TA(2016)0085

Aangenomen teksten
PDF 181kWORD 78k
Donderdag 10 maart 2016 - Straatsburg Definitieve uitgave
Democratische Republiek Congo
P8_TA(2016)0085RC-B8-0342/2016

Resolutie van het Europees Parlement van 10 maart 2016 over de Democratische Republiek Congo (2016/2609(RSP))

Het Europees Parlement,

–  gezien zijn eerdere resoluties over de Democratische Republiek Congo (DRC), met name die van 9 juli 2015(1) en van 17 december 2015(2),

–  gezien de gezamenlijke persmededeling van 16 februari 2016 van de Afrikaanse Unie, de Verenigde Naties, de Europese Unie en de Internationale Organisatie van de Francofonie over de noodzaak van een inclusieve politieke dialoog in de DRC, waarin deze organisaties toezeggen de Congolese actoren te steunen in hun streven naar consolidatie van democratie in het land,

–  gezien de plaatselijke verklaring van de EU van 19 november 2015 naar aanleiding van de start van de nationale dialoog in de DRC,

–  gezien de verklaring van de voorzitter van de VN-Veiligheidsraad van 9 november 2015 over de situatie betreffende de DRC,

–  gezien de plaatselijke verklaring van de EU van 21 oktober 2015 over de mensenrechtensituatie in de DRC,

–  gezien de verklaring van de woordvoerder van de Europese Dienst voor extern optreden van 12 oktober 2015 over het aftreden van het hoofd van de verkiezingscommissie van de DRC,

–  gezien de resoluties van de VN-Veiligheidsraad over de DRC, met name resolutie 2198(2015) over verlenging van het sanctieregime inzake Congo en het mandaat van de groep van deskundigen, en resolutie 2211(2013) waarbij het mandaat van de Stabilisatiemissie van de VN in de DRC (Monusco) werd verlengd,

–  gezien de gezamenlijke persverklaring van 2 september 2015 van de groep van internationale gezanten en vertegenwoordigers voor het gebied van de Grote Meren in Afrika over de verkiezingen in de DRC,

–  gezien het jaarverslag van de Hoge Commissaris van de VN voor de mensenrechten van 27 juli 2015 over de mensenrechtensituatie en de activiteiten van het gezamenlijke mensenrechtenkantoor van de Verenigde Naties in de DRC (UNJHRO),

–  gezien de verklaring van de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid (VV/HV), Federica Mogherini, van 25 januari 2015 naar aanleiding van de vaststelling van de nieuwe kieswet in de DRC,

–  gezien het verslag van de VN-groep van deskundigen van 12 januari 2015 over de DRC,

–  gezien de verklaringen van Nairobi van december 2013,

–  gezien de kaderovereenkomst voor vrede, veiligheid en samenwerking voor de DRC en de regio, die in februari 2013 in Addis Abeba werd ondertekend,

–  gezien het Afrikaans Handvest van de rechten van de mens en de volkeren van juni 1981,

–  gezien het Afrikaans Handvest voor democratie, verkiezingen en bestuur,

–  gezien de Congolese grondwet van 18 februari 2006,

–  gezien de Overeenkomst van Cotonou,

–  gezien artikel 135, lid 5, en artikel 123, lid 4, van zijn Reglement,

A.  overwegende dat de komende presidents- en parlementsverkiezingen, die in november 2016 moeten plaatsvinden, een mogelijkheid kunnen bieden voor een democratische machtsoverdracht;

B.  overwegende dat de grondwet het mandaat van de president van de DRC beperkt tot twee termijnen;

C.  overwegende dat president Joseph Kabila, die sinds 2001 aan de macht is, er door zijn tegenstanders van wordt beschuldigd pogingen te ondernemen om het verkiezingsproces door middel van administratieve en technische manoeuvres te vertragen en ook na het einde van zijn mandaat aan de macht te blijven, en nog niet publiekelijk heeft aangekondigd dat hij na afloop van zijn mandaat zal aftreden; overwegende dit heeft geleid tot toenemende politieke spanningen, onrust en geweld in het hele land;

D.  overwegende dat er twijfel is gerezen over de onafhankelijkheid en onpartijdigheid van de onafhankelijke nationale verkiezingscommissie (CENI);

E.  overwegende dat medewerkers van Congolese veiligheids- en inlichtingendiensten zich sinds januari 2015 schuldig maken aan onderdrukking van vreedzame activisten, politieke leiders en anderen die zich verzetten tegen pogingen om het president Kabila mogelijk te maken de grondwet te wijzigen, zodat hij ook na zijn grondwettelijk vastgelegde maximale mandaatstermijn van twee jaar aan de macht kan blijven; overwegende dat mensenrechtengroeperingen onophoudelijk berichten over de verslechterende situatie op het gebied van de mensenrechten, vrijheid van meningsuiting en vrijheid van vergadering in de DRC en melding maken van excessief geweld tegen vreedzame demonstranten en een toename van het aantal rechtszaken om politieke redenen; overwegende dat Monusco het afgelopen jaar meer dan 260 gevallen van mensenrechtenschendingen heeft geregistreerd die verband hielden met de verkiezingen, met name schendingen van de rechten van politieke tegenstanders, het maatschappelijk middenveld en journalisten; overwegende dat het UNJHRO in de DRC heeft verklaard sinds begin 2016 meer dan 400 gevallen van mensenrechtenschendingen te hebben geregistreerd, waaronder 52 arrestaties;

F.  overwegende dat president Kabila in juni 2015 de start van een nationale dialoog heeft aangekondigd; overwegende dat de formele voorbereidingen voor die dialoog nog niet van start zijn gegaan, omdat twee belangrijke oppositiegroeperingen hebben besloten niet aan deze dialoog deel te nemen omdat zij deze beschouwen als een vertragingstactiek;

G.  overwegende dat in september 2015 zeven invloedrijke politici uit de regeringscoalitie van de DRC zijn gezet, omdat zij een brief hadden ondertekend waarin president Kabila werd verzocht de grondwet te eerbiedigen en na afloop van zijn mandaat niet aan de macht te blijven; overwegende dat er diezelfde maand in Kinshasa gewelddadige botsingen plaatsvonden toen een groep demonstranten die protesteerden tegen een eventuele ongrondwettelijke derde termijn met geweld werd aangevallen;

H.  overwegende dat burgers willekeurig worden gevangen gehouden, waaronder Fred Bauma en Yves Makwambala, mensenrechtenactivisten die deel uitmaken van de Filimbi-beweging, die beiden werden gearresteerd voor deelname aan een workshop met als doel het stimuleren van Congolese jongeren om op vreedzame en verantwoordelijke wijze hun burgerplichten te vervullen, en die nu 11 maanden gevangen zitten, en op wier vrijlating het Europees Parlement in zijn resolutie van 9 juli 2015 reeds heeft aangedrongen;

I.  overwegende dat leiders van de belangrijkste Congolese oppositiepartijen, niet-gouvernementele organisaties en jeugdorganisaties voor democratie er bij de Congolese burgers op hebben aangedrongen op 16 februari 2016 in het kader van de "ville morte" ("dag van de dode stad") niet naar hun werk of school te gaan, om de mensen te herdenken die op 16 februari 1992 gedood zijn tijdens een mars voor de democratie, en om te protesteren tegen de vertragingen bij de organisatie van de presidentiële verkiezingen en het niet eerbiedigen van de grondwet door de regering;

J.  overwegende dat acht jeugdactivisten en ten minste 30 aanhangers van de politieke oppositie op of rond 16 februari 2016 in verband met deze nationale staking gevangen zijn gezet en dat andere activisten per sms bedreigingen hebben ontvangen, afkomstig van onbekende telefoonnummers, en dat de minister van Werkgelegenheid, Willy Makiashi, ambtenaren heeft verboden aan de staking deel te nemen; overwegende dat zes leden van de LUCHA-beweging zijn veroordeeld tot zes maanden gevangenisstraf; overwegende dat de winkels van winkeliers die hadden meegedaan aan de "dag van de dode stad" werden verzegeld en ambtenaren die hadden meegedaan disciplinair werden gestraft;

K.  overwegende dat de Afrikaanse Unie, de VN, de EU en de Internationale Organisatie van de Francofonie gezamenlijk hebben gewezen op het belang van dialoog en het streven naar een akkoord tussen de politieke actoren dat de beginselen van de democratie en de rechtsstaat eerbiedigt, en er bij alle Congolese politieke actoren op hebben aangedrongen hun volledige medewerking te verlenen aan de door de internationale gemeenschap benoemde bemiddelaars;

L.  overwegende dat de situatie is verslechterd vanwege het feit dat straffeloosheid in de DRC nog altijd blijft voortbestaan; overwegende dat de veiligheidssituatie in de DRC steeds slechter wordt, met name in het oostelijk deel van het land, vanwege geweld dat wordt veroorzaakt door meer dan 30 buitenlandse en binnenlandse gewapende groeperingen, en dat er onophoudelijk berichten zijn over mensenrechtenschendingen en schendingen van het internationale recht, zoals gerichte aanvallen tegen burgers, grootschalig seksueel en gendergerelateerd geweld, systematische rekrutering en misbruik van kinderen door gewapende groepen en buitengerechtelijke executies;

M.  overwegende dat de situatie op het gebied van de vrijheid van de media in de DRC de laatste tijd is verslechterd; overwegende dat regeringsambtenaren de vrijheid van meningsuiting blokkeren door mediabedrijven te sluiten, waarbij zij zich vooral richten tegen media die berichten over protesten naar buiten hebben gebracht, alsmede sms- en internetdienstverleners; overwegende dat de regering in februari 2016 twee particuliere tv-kanalen in Lubumbashi heeft verboden; overwegende dat "Journalists in Danger", de partnerorganisatie van "Reporters Without Borgers" in haar laatste jaarverslag, gepubliceerd in november 2015, melding maakt van 72 aanvallen op journalisten en de media in de DRC en verklaart dat 60 % van alle schendingen van de persvrijheid gepleegd wordt door militairen, veiligheidsdiensten, de nationale inlichtingendienst (ANR) of de politie; overwegende dat de uitzendingen van Radio France International tijdens de protesten in het kader van "dag van de dode stad" werden onderbroken;

N.  overwegende dat in het nationaal indicatief programma voor de DRC voor 2014-2020, dat 620 miljoen euro heeft gekregen uit het 11de Europees Ontwikkelingsfonds, voorrang wordt gegeven aan het versterken van het bestuur en de rechtsstaat, onder meer hervormingen van het gerechtelijke apparaat, de politie en het leger;

1.  dringt er bij de autoriteiten van de DRC op aan uitdrukkelijk toe te zeggen de grondwet te zullen eerbiedigen en te garanderen dat er tijdig, uiterlijk eind 2016, verkiezingen worden gehouden, in volledige overeenstemming met het Afrikaanse Handvest voor democratie, verkiezingen en bestuur, en tevens te zorgen voor een klimaat dat bevorderlijk is voor transparante, geloofwaardige en inclusieve verkiezingen; benadrukt dat een succesvol verloop van de verkiezingen essentieel is voor de stabiliteit op de lange termijn en voor de ontwikkeling van het land;

2.  uit zijn grote bezorgdheid over de verslechterende veiligheids- en mensenrechtensituatie in de DRC en met name over de aanhoudende berichten over toenemend politiek geweld en de ernstige beperkingen die worden opgelegd aan en intimidatie van mensenrechtenactivisten, politieke tegenstanders en journalisten in de aanloop naar de komende verkiezingscyclus; wijst er met nadruk op dat het de verantwoordelijkheid is van de regering om verdere verergering van de huidige politieke crisis en verdere escalatie van geweld te voorkomen, en om de burgerrechten en politieke rechten van de Congolese burgers te bevorderen en te beschermen;

3.  veroordeelt ten sterkste ieder gebruik van geweld tegen vreedzame, ongewapende demonstranten; herinnert eraan dat de vrijheid van meningsuiting en de vrijheid van vereniging en vergadering de basis vormen van een dynamisch politiek en democratisch bestel; veroordeelt ten sterkste de toenemende beperkingen ten aanzien van de democratische ruimte en de doelgerichte repressie van leden van de oppositie, maatschappelijke organisaties en de media; dringt aan op de onmiddellijke en onvoorwaardelijke vrijlating van alle politieke gevangenen, waaronder Yves Makwambala en Fred Bauma en andere activisten en aanhangers van Filimbi en LUCHA, en van de mensenrechtenactivist Christopher Ngoyi;

4.  is van mening dat er alleen weer vrede in de DRC kan heersten indien straffeloosheid wordt bestreden; vraagt de regering van de DRC om samen met internationale partners een volledig, grondig en transparant onderzoek te starten naar de mensenrechtenschendingen die plaatsvonden tijdens de protesten in verband met de verkiezingen, met als doel om illegale handelingen of schendingen van rechten of vrijheden vast te stellen; dringt erop aan maatregelen te nemen om te waarborgen dat degenen die zich schuldig hebben gemaakt aan mensenrechtenschendingen, oorlogsmisdaden, misdaden tegen de menselijkheid en seksueel geweld tegen vrouwen, alsmede ronselaars van kindsoldaten, worden geregistreerd, geïdentificeerd, vervolgd en veroordeeld in overstemming met het nationale en internationale strafrecht;

5.  roept de VV/HV en de lidstaten op ten volle gebruik te maken van alle beleidsinstrumenten, met inbegrip van de aanbevelingen in het definitieve verslag van de verkiezingswaarnemingsmissie van de EU van 2011 en in het verslag van de follow-upmissie van 2014, en om op het hoogste niveau politieke druk uit te oefenen om de uitbreiding van het geweld rond de verkiezingen in de DRC en een verdere destabilisering van het Grote Merengebied te voorkomen;

6.  neemt kennis van de bereidheid van de EU en de internationale gemeenschap om het Congolese verkiezingsproces te ondersteunen, mits een bindende verkiezingskalender wordt gepubliceerd en de constitutionele bepalingen worden nageleefd; is van mening dat deze steun vooral gericht moet zijn op registratie van kiezers, training en beveiliging; benadrukt dat de aard en de hoeveelheid van de EU-steun voor het verkiezingsproces in de DRC moet afhangen van de vooruitgang die wordt geboekt bij de tenuitvoerlegging van de aanbevelingen van de verkiezingswaarnemingsmissies van 2011 en 2014, in het bijzonder wat betreft garanties voor de onafhankelijkheid van de CENI, de herziening van het kiezersregister, financiële vereisten en de naleving van het grondwettelijk vastgelegde tijdskader;

7.  dringt er bij de Congolese overheid op aan het Afrikaans Handvest voor democratie, verkiezingen en goed bestuur zo spoedig mogelijk te ratificeren;

8.  benadrukt de cruciale rol die de Afrikaanse Unie (AU) speelt bij de voorkoming van een politieke crisis in Centraal-Afrika, en verzoekt de AU-lidstaten, en met name Zuid-Afrika, aan te dringen op eerbiediging van de grondwet van de DRC; dringt er bij de EU op aan al haar diplomatieke en economische instrumenten, waaronder de komende ondertekening van de economische partnerschapsovereenkomsten, te gebruiken om dit doel te bereiken;

9.  herinnert eraan dat volwaardige participatie van de oppositie en onafhankelijke vertegenwoordigers van maatschappelijke organisatie en verkiezingsdeskundigen in de CENI van groot belang is om het verkiezingsproces legitimiteit te verlenen; herinnert eraan dat de CENI onpartijdig moet zijn; benadrukt dat de autoriteiten de CENI moeten voorzien van de nodige financiële middelen om een omvattend en transparant proces mogelijk te maken;

10.  roept de VV/HV op de dialoog met de autoriteiten van de DCR uit hoofde van artikel 8 van de overeenkomst van Cotonou te intensiveren, om eindelijk duidelijkheid te krijgen over het verkiezingsproces; herinnert aan de toezegging die de DRC in het kader van de overeenkomst van Cotonou heeft gedaan om de beginselen inzake democratie, rechtsstaat en mensenrechten te zullen eerbiedigen, met inbegrip van de vrijheid van meningsuiting en de media, goed bestuur en transparantie met betrekking tot politieke functies; dringt er bij de regering van de DRC op aan deze bepalingen na te leven overeenkomstig de artikelen 11b, 96 en 97 van de overeenkomst van Cotonou; verzoekt de Commissie om de relevante procedure overeenkomstig de artikelen 8, 9 en 96 van de overeenkomst van Cotonou te starten indien de DRC op dit punt in gebreke blijft;

11.  roept de EU op het opleggen van gerichte sancties, zoals reisverboden en bevriezing van tegoeden, te overwegen tegen degenen die verantwoordelijk zijn voor de gewelddadige onderdrukking in de DRC, om bij te dragen aan het voorkomen van verder geweld;

12.  dringt er bij de delegatie van de EU op aan de ontwikkelingen in het oog te houden en alle passende middelen en instrumenten, waaronder het Europees instrument voor democratie en mensenrechten, in te zetten ter ondersteuning van mensenrechtenactivisten en democratiseringsbewegingen;

13.  verzoekt de EU om opnieuw een rapporteur voor de mensenrechten in de DRC aan te wijzen;

14.  herinnert eraan dat vrede en veiligheid voorwaarden zijn voor succesvolle verkiezingen; wijst in dit verband op de hernieuwing van het mandaat van Monusco, en roept op tot het uitbreiden van de bevoegdheden van deze missie op het gebied van de bescherming van burgers rond de verkiezingen;

15.  herhaalt ernstig bezorgd te zijn over de alarmerende humanitaire situatie in de DRC, met name veroorzaakt door de gewelddadige gewapende conflicten in de oostelijke provincies van het land; roept de EU en haar lidstaten op steun te blijven verlenen aan de bevolking van de DRC, om de levensomstandigheden van de kwetsbaarste bevolkingsgroepen te verbeteren en de gevolgen van ontheemding, voedselgebrek, epidemieën en natuurrampen op te vangen;

16.  veroordeelt de aanhoudende seksuele gewelddaden in Oost-Congo; wijst erop dat de Congolese autoriteiten de afgelopen maanden 20 rechtszaken hebben gehouden met betrekking tot seksueel geweld in Oost-Congo, waarbij 19 legerofficieren zijn veroordeeld, en dat op dit terrein nog veel meer moet worden gedaan; dringt er bij de Congolese autoriteiten sterk op aan door te gaan met de bestrijding van straffeloosheid, door onderzoek te doen naar gevallen van seksueel geweld en de daders te vervolgen;

17.  verwelkomt het besluit van de Congolese autoriteiten om de behandeling van de sinds 25 september 2013 geblokkeerde adoptiedossiers voort te zetten; neemt kennis van de werkzaamheden van het Congolese interministeriële comité inzake de sporadische afgifte van uitreisvergunningen voor geadopteerde kinderen; roept het interministeriële comité op zijn werkzaamheden op zorgvuldige, coherente en kalme wijze voort te zetten; roept de EU-delegatie en de lidstaten op de situatie nauwlettend in het oog te houden;

18.  roept de Afrikaanse Unie en de EU op te zorgen voor een permanente politieke dialoog tussen de landen van het Grote Merengebied, om verdere destabilisatie te voorkomen;

19.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de vicevoorzitter van de Commissie / hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid, de Afrikaanse Unie, de president, de premier en het parlement van de DRC, de secretaris-generaal van de Verenigde Naties, de VN-Mensenrechtenraad en de Paritaire Parlementaire Vergadering ACS-EU.

(1) Aangenomen teksten, P8_TA(2015)0278.
(2) Aangenomen teksten, P8_TA(2015)0475.

Juridische mededeling