Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2016/2037(BUD)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A8-0130/2016

Ingediende teksten :

A8-0130/2016

Debatten :

Stemmingen :

PV 13/04/2016 - 11.3
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2016)0113

Aangenomen teksten
PDF 254kWORD 69k
Woensdag 13 april 2016 - Straatsburg Definitieve uitgave
Ontwerp van gewijzigde begroting nr. 1/2016: Een nieuw instrument voor de verstrekking van noodhulp binnen de Unie
P8_TA(2016)0113A8-0130/2016

Resolutie van het Europees Parlement van 13 april 2016 over het standpunt van de Raad inzake het ontwerp van gewijzigde begroting nr. 1/2016 van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2016, Een nieuw instrument voor het verlenen van noodsteun binnen de Unie (07068/2016 – C8-0122/2016 – 2016/2037(BUD))

Het Europees Parlement,

–  gezien artikel 314 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien artikel 106 bis van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie,

–  gezien Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002(1), met name artikel 41,

–  gezien de algemene begroting van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2016, zoals definitief vastgesteld op 25 november 2015(2),

–  gezien Verordening (EU, Euratom) nr. 1311/2013 van de Raad van 2 december 2013 tot bepaling van het meerjarig financieel kader voor de jaren 2014-2020(3),

–  gezien het Interinstitutioneel Akkoord van 2 december 2013 tussen het Europees Parlement, de Raad en de Commissie betreffende de begrotingsdiscipline, de samenwerking in begrotingszaken en een goed financieel beheer(4),

–  gezien Besluit 2007/436/EG, Euratom van de Raad van 7 juni 2007 betreffende het stelsel van eigen middelen van de Europese Gemeenschappen(5),

–  gezien Verordening (EU) 2016/369 van de Raad van 15 maart 2016 betreffende de verstrekking van noodhulp binnen de Unie(6),

–  gezien het ontwerp van gewijzigde begroting nr. 1/2016, dat de Commissie op 9 maart 2016 heeft goedgekeurd (COM(2016)0152),

–  gezien het standpunt inzake het ontwerp van gewijzigde begroting nr. 1/2016 dat de Raad op 16 maart 2016 heeft goedgekeurd en op 17 maart 2016 heeft toegezonden aan het Europees Parlement (07068/2016 – C8-0122/2016),

–  gezien de brief van de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken,

–  gezien de artikelen 88 en 91 van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Begrotingscommissie (A8-0130/2016),

A.  overwegende dat de massale instroom van vluchtelingen en migranten in Europa heeft geleid tot een uitzonderlijke situatie waarin een groot aantal mensen in de Unie dringend behoefte hebben aan humanitaire hulp; overwegende dat deze noodsituatie de responscapaciteit van de lidstaten die het sterkst met deze instroom te maken hebben, te boven gaat; overwegende dat er op Unieniveau geen adequaat instrument bestond om binnen de Unie te voorzien in de behoeften van mensen die door een ramp zijn getroffen;

B.  overwegende dat de Commissie op 2 maart 2016 met een voorstel is gekomen voor een verordening van de Raad die een leemte in het beschikbare instrumentarium moet opvullen, zodat op het grondgebied van de Unie kan worden voorzien in humanitaire behoeften; overwegende dat de verordening is gebaseerd op artikel 122, lid 1, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, dat geen rol aan het Europees Parlement toekent; overwegende dat Verordening (EU) 2016/369 op 15 maart 2016 door de Raad is goedgekeurd;

C.  overwegende dat de Commissie vervolgens een ontwerp van gewijzigde begroting heeft voorgesteld om de begrotingsstructuur voor dat instrument tot stand te brengen en via een herschikking binnen rubriek 3 van het meerjarig financieel kader (MFK) 100 miljoen EUR aan vastleggingskredieten en 80,2 miljoen EUR aan betalingskredieten beschikbaar te stellen om in de onmiddellijke financieringsbehoefte te voorzien;

D.  overwegende dat de Commissie ervan uitgaat dat voor dit instrument in 2016 300 miljoen EUR nodig zal zijn (en vervolgens 200 miljoen EUR in 2017 en 200 miljoen EUR in 2018), maar dat er waarschijnlijk meer geld bij zal moeten als de migranten- en vluchtelingenstromen op het huidige niveau blijven;

E.  overwegende dat de Commissie ook voorstelt het personeel bij het Europees Centrum voor terrorismebestrijding van Europol uit te breiden en hiervoor uit het Fonds voor interne veiligheid 2,0 miljoen EUR aan vastleggings- en betalingskredieten te verstrekken;

1.  is verheugd over het voorstel van de Commissie om de mogelijkheid te scheppen dat uit de begroting van de Unie noodsteun op het grondgebied van de Unie wordt verleend om de humanitaire gevolgen van de huidige vluchtelingencrisis te verzachten; wijst op de verslechterende situatie van migranten en asielzoekers, vooral als gevolg van het ongecoördineerde optreden van Europese landen, dat deze noodsteun des te noodzakelijker en dringender maakt; onderstreept dat er blijk moet worden gegeven van solidariteit met de lidstaten die op hun grondgebied met een dergelijke noodsituatie worden geconfronteerd;

2.  neemt kennis van de oplossing die de Commissie als noodmaatregel voorstelt; merkt op dat er na de twee trustfondsen en de faciliteit voor vluchtelingen in Turkije een nieuw ad-hocmechanisme is opgezet, zonder dat er een globale strategie voor de aanpak van de vluchtelingencrisis bestaat en zonder dat wordt toegezien op de volledige inachtneming van de prerogatieven van het Parlement als medewetgever; wijst op het probleem dat het nieuwe instrument niet berust op een voorstel van de Commissie voor een verordening volgens de gewone wetgevingsprocedure; benadrukt dat het Parlement altijd constructief en snel heeft gehandeld bij de ondersteuning van alle initiatieven in verband met de vluchtelingencrisis, en dat ook nu weer doet met de snelle goedkeuring van deze gewijzigde begroting;

3.  is van mening dat er moet worden nagedacht over een duurzamer juridisch en budgettair kader, zodat er in de toekomst humanitaire steun binnen de Unie beschikbaar kan worden gesteld, wanneer de omstandigheden daarom vragen; merkt op dat dergelijke noodfinanciering, die bedoeld is om te reageren op crises en onvoorziene situaties, uit de aard der zaak geput moet worden uit speciale instrumenten en niet mag worden meegerekend in de maximumbedragen die in het MFK gelden;

4.  is verheugd over de toezegging van de Commissie dat er geen kredieten worden weggehaald uit het budget voor externe humanitaire hulp; merkt op dat de Commissie voorstelt om de eerste tranche voor dit nieuwe instrument te financieren door middel van een herschikking van kredieten voor het Fonds voor asiel, migratie en integratie (AMIF), die toch al bedoeld waren voor de lastenverdeling tussen de lidstaten bij de opvang van vluchtelingen; is van mening dat het gehele bedrag niet via herschikkingen kan worden gedekt zonder dat dit van invloed is op het functioneren van het AMIF, dat dit jaar ongetwijfeld onder druk zal komen te staan en wellicht verder versterkt moet worden, mocht de uitvoering van het herplaatsingsprogramma op volle snelheid komen; beschouwt dit bedrag van 100 miljoen EUR daarom als een voorschot dat in een later stadium moet worden gecompenseerd; merkt op dat er in rubriek 3 geen marge over is en dat de middelen van het flexibiliteitsinstrument voor 2016 al geheel zijn verbruikt; pleit er daarom voor om voor het resterende bedrag voor dit jaar gebruik te maken van de marge voor onvoorziene uitgaven, zodra dit noodzakelijk wordt, en verzoekt de Commissie een voorstel daartoe in te dienen; voorziet dat het onvermijdelijk zal blijken het MFK-plafond voor rubriek 3 naar boven bij te stellen, teneinde al het nodige in verband met de vluchtelingen- en migratiecrisis te doen;

5.  hecht, gelet op de huidige veiligheidssituatie in de Europese Unie, zijn goedkeuring aan de voorgestelde personeelsuitbreiding bij het Europees Centrum voor terrorismebestrijding van Europol; merkt op dat het hierbij gaat om een extra uitbreiding naast de personeelsuitbreiding die reeds bij de recente herziening van het rechtskader van Europol is overeengekomen;

6.  dringt er bij de Commissie op aan om alle agentschappen die in bredere zin met migratie en veiligheid te maken hebben, uit te zonderen van de beoogde personeelsinkrimping met 5 %, omdat zij als gevolg van de enorme toename van de werklast en de taken in de afgelopen twee jaar allemaal onderbezet zijn; verzoekt de Commissie voor een evenwicht te zorgen tussen de op het gebied van justitie en binnenlandse zaken actieve agentschappen voor wat betreft hun werklast en hun taken;

7.  bevestigt bereid te zijn het ontwerp van gewijzigde begroting nr. 1/2016, zoals gepresenteerd door de Commissie, goed te keuren, gezien de spoedeisendheid van de situatie;

8.  keurt daarom het standpunt van de Raad inzake het ontwerp van gewijzigde begroting nr. 1/2016 goed;

9.  verzoekt zijn Voorzitter te verklaren dat gewijzigde begroting nr. 1/2016 definitief is vastgesteld en te zorgen voor de publicatie ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie;

10.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de Rekenkamer en de nationale parlementen.

(1) PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1.
(2) PB L 48 van 24.2.2016.
(3) PB L 347 van 20.12.2013, blz. 884.
(4) PB C 373 van 20.12.2013, blz. 1.
(5) PB L 163 van 23.6.2007, blz. 17.
(6) PB L 70 van 16.3.2016, blz. 1.

Juridische mededeling