Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2012/0010(COD)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A8-0138/2016

Ingediende teksten :

A8-0138/2016

Debatten :

Stemmingen :

PV 14/04/2016 - 7.2
CRE 14/04/2016 - 7.2
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2016)0126

Aangenomen teksten
PDF 248kWORD 61k
Donderdag 14 april 2016 - Straatsburg Definitieve uitgave
Verwerking van persoonsgegevens met het oog op misdaadpreventie ***II
P8_TA(2016)0126A8-0138/2016

Wetgevingsresolutie van het Europees Parlement van 14 april 2016 betreffende het standpunt van de Raad in eerste lezing met het oog op de vaststelling van een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens door bevoegde autoriteiten met het oog op de voorkoming, het onderzoek, de opsporing en de vervolging van strafbare feiten of de tenuitvoerlegging van straffen, en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Kaderbesluit 2008/977/JBZ van de Raad (05418/1/2016 – C8-0139/2016 – 2012/0010(COD))

(Gewone wetgevingsprocedure: tweede lezing)

Het Europees Parlement,

–  gezien het standpunt van de Raad in eerste lezing (05418/1/2016 – C8-0139/2016),

–  gezien de gemotiveerde adviezen die in het kader van Protocol nr. 2 betreffende de toepassing van de beginselen van subsidiariteit en evenredigheid zijn ingediend door de Duitse Bondsraad en de Zweedse Rijksdag, en waarin wordt gesteld dat het ontwerp van wetgevingshandeling niet strookt met het subsidiariteitsbeginsel,

–  gezien het advies van 10 oktober 2012 van het Comité van de Regio's(1),

–  gezien de adviezen van de Europese toezichthouder voor gegevensbescherming van 7 maart 2012(2) en 19 november 2015(3),

–  gezien het advies van de Commissie (COM(2016)0213),

–  gezien zijn standpunt in eerste lezing(4) inzake het voorstel van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad (COM(2012)0010),

–  gezien artikel 294, lid 7, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien artikel 76 van zijn Reglement,

–  gezien de aanbeveling voor de tweede lezing van de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken (A8-0138/2016),

1.  hecht zijn goedkeuring aan het standpunt van de Raad in eerste lezing;

2.  constateert dat het besluit is vastgesteld overeenkomstig het standpunt van de Raad;

3.  verzoekt zijn Voorzitter het besluit samen met de voorzitter van de Raad overeenkomstig artikel 297, lid 1, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie te ondertekenen;

4.  verzoekt zijn secretaris-generaal het besluit te ondertekenen nadat is nagegaan of alle procedures naar behoren zijn uitgevoerd, en met de secretaris-generaal van de Raad zorg te dragen voor publicatie ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie;

5.  verzoekt zijn Voorzitter het standpunt van het Parlement te doen toekomen aan de Raad en aan de Commissie alsmede aan de nationale parlementen.

(1) PB C 391 van 18.12.2012, blz. 127.
(2) PB C 192 van 30.6.2012, blz. 7.
(3) PB C 67 van 20.2.2016, blz. 13.
(4) Aangenomen teksten van 12.3.2014, P8_TA(2014)0219.

Juridische mededeling