Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2016/2019(BUD)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A8-0131/2016

Ingediende teksten :

A8-0131/2016

Debatten :

PV 13/04/2016 - 23
CRE 13/04/2016 - 23

Stemmingen :

PV 14/04/2016 - 7.8
CRE 14/04/2016 - 7.8
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2016)0132

Aangenomen teksten
PDF 269kWORD 96k
Donderdag 14 april 2016 - Straatsburg Definitieve uitgave
Raming van de inkomsten en uitgaven van het Europees Parlement voor het begrotingsjaar 2017
P8_TA(2016)0132A8-0131/2016

Resolutie van het Europees Parlement van 14 april 2016 over de raming van de inkomsten en uitgaven van het Europees Parlement voor het begrotingsjaar 2017 (2016/2019(BUD))

Het Europees Parlement,

–  gezien artikel 314 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002(1), en met name artikel 36,

–  gezien Verordening (EU, Euratom) nr. 1311/2013 van de Raad van 2 december 2013 tot bepaling van het meerjarig financieel kader voor de jaren 2014-2020(2),

–  gezien het Interinstitutioneel Akkoord van 2 december 2013 tussen het Europees Parlement, de Raad en de Commissie over de begrotingsdiscipline, de samenwerking in begrotingszaken en een goed financieel beheer(3),

–  gezien Verordening (EU, Euratom) nr. 1023/2013 van het Europees Parlement en de raad van 22 oktober 2013 tot wijziging van het Statuut van de ambtenaren van de Europese Unie en de regeling welke van toepassing is op de andere personeelsleden van de Europese Unie(4),

–  gezien zijn resolutie van 28 oktober 2015 over het standpunt van de Raad inzake het ontwerp van algemene begroting van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2016(5),

–  gezien zijn resolutie van 25 november 2015 over het gemeenschappelijk ontwerp van algemene begroting van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2016, goedgekeurd door het bemiddelingscomité in het kader van de begrotingsprocedure(6),

–  gezien het verslag van de secretaris-generaal aan het Bureau met het oog op de opstelling van het voorontwerp van raming van het Parlement voor het begrotingsjaar 2017,

–  gezien het voorontwerp van raming, opgesteld door het Bureau op 11 april 2016, overeenkomstig artikel 25, lid 7, en artikel 96, lid 1, van het Reglement van het Parlement,

–  gezien de ontwerpraming, opgesteld door de Begrotingscommissie overeenkomstig artikel 96, lid 2, van het Reglement van het Parlement,

–  gezien de artikelen 96 en 97 van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Begrotingscommissie (A8-0131/2016),

A.  overwegende dat deze procedure de tweede volledige begrotingsprocedure is tijdens de nieuwe zittingsperiode en het vierde jaar van het meerjarig financieel kader 2014-2020;

B.  overwegende dat de begroting 2017, zoals voorgesteld in het verslag van de secretaris-generaal, gekenmerkt zal worden door het voortzetten en versterken van het beleid van de instelling ter verwezenlijking van een grotere efficiency op alle terreinen waar dat mogelijk is, zonder de kwaliteit van de werkomgeving voor de leden en het personeel te verslechteren;

C.  overwegende dat de secretaris-generaal voor de begroting 2017 vier prioritaire doelstellingen heeft voorgesteld, te weten: veiligheid en cyberveiligheid, geleidelijke afschaffing van de uitzondering voor de Ierse taal, lopende maatregelen om de leden verder bij te staan bij de uitoefening van hun mandaat, en het aantrekkelijk maken van het Parlement voor het publiek en voor bezoekers;

D.  overwegende dat de begrotingsprocedure 2017 moet leiden tot een verhoging van de veiligheid en cyberveiligheid van het Parlement, gezien de huidige politieke en veiligheidsomgeving als gevolg van de terroristische aanslagen in Europa;

E.  overwegende dat de secretaris-generaal voor het voorontwerp van raming van het Parlement een begroting heeft voorgesteld van 1 910 073 000 EUR, oftewel een stijging van 3,9 % ten opzichte van de begroting 2016, waarvan 1,7 % wordt beschouwd als gewone uitgaven, en 19,26 % middelen zou betreffen van rubriek V van het MFK 2014-2020;

F.  overwegende dat de uitzondering voor het niet vertalen van alle officiële documenten naar het Iers geleidelijk zal worden afgeschaft tussen 2017 en 2022, leidend tot het vertalen van alle officiële documenten in het Iers, en dat bijkomende bijzondere uitgaven van 3,7 miljoen EUR worden gevraagd om aan deze nieuwe taalkundige behoefte tegemoet te komen, neerkomend op 0,2 % van de totale stijging;

G.  overwegende dat bijkomende bijzondere investeringen ter hoogte van 47,6 miljoen EUR vereist zijn ter versterking van de veiligheid en cyberveiligheid, oftewel 2,6 % van de totale stijging;

H.  overwegende dat het inflatieniveau sinds 2011 voortdurend is gedaald; overwegende dat de daadwerkelijke inflatie in de vergaderplaatsen van het Parlement in 2015 en 2016 lager was dan de feitelijke verhoging van zijn begroting;

I.  overwegende dat bijna 60 % van de begroting bestaat uit geïndexeerde uitgaven die voor het grootste deel betrekking hebben op salarissen voor leden en personeel, aangepast overeenkomstig het personeelsstatuut, en contractuele verplichtingen, met toepassing van sectorspecifieke indexeringen die gewoonlijk hoger zijn dan het standaard inflatiepercentage;

J.  overwegende dat het Parlement in zijn resolutie van 29 april 2015 over de raming van de ontvangsten en uitgaven van het Parlement voor het begrotingsjaar 20161(7) heeft beklemtoond dat de begroting 2016 op een realistische leest gestoeld moet zijn en volledig in overeenstemming met de beginselen van begrotingsdiscipline en goed financieel beheer;

K.  overwegende dat de geloofwaardigheid van het Europees Parlement als tak van de begrotingsautoriteit in hoge mate afhangt van zijn vermogen om de eigen uitgaven te beheersen;

L.  overwegende dat het Bureau op 26 oktober 2015 een nieuwe reeks regels voor het beheer van de vergoedingen voor parlementaire bijstand heeft goedgekeurd, waarmee de voorschriften voor de vergoedingen voor plaatselijke medewerkers werden versterkt, namelijk door ten minste 25 % van de toelage voor parlementaire medewerkers toe te wijzen aan uitgaven voor geaccrediteerde medewerkers;

Algemeen kader

1.  benadrukt dat de begroting van het Parlement voor 2017 gehandhaafd moet blijven op minder dan 20 % van rubriek V; wijst erop dat het niveau van het voorontwerp van raming voor 2017, opgenomen in het standpunt van het Bureau van 9 maart 2016, 19,26 % bedroeg, wat lager is dan het in 2016 verwezenlijkte niveau (19,39 %) en het op een na laagste onderdeel van rubriek V van de afgelopen acht jaar; verlaagt zijn aandeel in rubriek V verder tot 19,17 % voor 2017;

2.  is echter van mening dat, rekening houdend met de economische teruggang in lidstaten, het voorspelde inflatieniveau voor 2017 niet beschouwd moet worden als voornaamste benchmark voor de verhoging van de gewone uitgaven;

3.  bevestigt dat bijzondere uitgaven overeenkomend met een stijging van 0,2 % ten opzichte van de begroting 2016 zijn gevraagd voor de geleidelijke afschaffing van de tijdelijke uitzonderingsmaatregelen voor het gebruik de Ierse taal, die waren vastgesteld bij Verordening (EG) nr. 920/2005 van de Raad van 13 juni 2005(8);

4.  neemt kennis van het verzoek om een verhoging met 2,6 % voor veiligheid en cyberveiligheid, hetgeen tot meer dan een verdubbeling van de in 2016 toegewezen middelen zou leiden; verzoekt de secretaris-generaal met klem de Begrotingscommissie gedetailleerd en op transparante wijze te infomeren over de huidige en geplande veiligheids- en cyberveiligheidsmaatregelen, en de commissie in kwestie ook een gedetailleerd kostenoverzicht te doen toekomen;

5.  hecht zijn goedkeuring aan het totaalbedrag aan buitengewone uitgaven voor investeringen op veiligheidsgebied in 2017, naar aanleiding van de analyse die in februari 2016 aan het Bureau is gepresenteerd en is aangevuld met de screening na de gebeurtenissen van 22 maart 2016 (47,6 miljoen EUR) en het totaalbedrag aan buitengewone uitgaven in verband met de geleidelijke afschaffing van de tijdelijke uitzondering voor het gebruik van de Ierse taal (3,7 miljoen EUR);

6.  beperkt de verhoging van zijn gewone uitgaven voor 2017, zonder de twee buitengewone totaalbedragen, tot 1,4 % ten opzichte van de gewone uitgaven van de begroting 2016 en 0,6 % ten opzichte van de begroting 2016;

7.  stelt het totale niveau van zijn raming voor 2017 op 1 900 873 000 EUR, neerkomend op een verhoging van 3,4 % ten opzichte van de begroting 2016;

8.  benadrukt dat het Parlement moet worden voorzien van afdoende middelen om zijn kerntaken als medewetgever en begrotingsautoriteit te kunnen uitoefenen; onderstreept dat deze middelen in de huidige economische context zorgvuldig, pragmatisch en efficiënt beheerd moeten worden; wijst erop dat het Parlement over voldoende financiële middelen moet beschikken om democratie op Europees niveau te waarborgen, maar dat sterk moet worden aangeraden om te streven naar besparingen en een verdere verhoging van de doeltreffendheid van de besteding van publieke middelen;

9.  beklemtoont dat het grootste deel van de begroting van het Parlement en de jaarlijkse indexering ervan vastliggen op grond van statutaire of contractuele verplichtingen, waarop het Parlement in de begrotingsprocedure geen invloed heeft;

Transparantie, toegankelijkheid en leesbaarheid

10.  verzoekt de secretaris-generaal een voorstel te doen voor het presenteren van de begroting aan het publiek, waarbij de informatie voldoende gedetailleerd en op begrijpelijke en gebruikersvriendelijke wijze wordt aangeboden op de website van het Parlement, om alle burgers in staat te stellen een beter inzicht te krijgen in de activiteiten, prioriteiten en bijbehorende uitgavenpatronen van het Parlement; is van mening dat als eerste stap de grafische informatie die momenteel op het intranet beschikbaar is ook op de website van het Parlement gezet kan worden;

11.  is van mening dat alle relevante informatie met betrekking tot alle stadia van de begrotingsprocedure op tijdige, duidelijke en voldoende gedetailleerde en gespecificeerde wijze aan de leden van het Bureau en de Begrotingscommissie gepresenteerd moet worden, om het Bureau, de Begrotingscommissie en de fracties in staat te stellen goed overleg te voeren en hun besluiten te baseren op een volledig beeld van de situatie en de behoeften van de begroting van het Parlement;

12.  benadrukt dat met betrekking tot de ontwikkeling van de begroting van jaar tot jaar nauwkeurigheid en transparantie betracht moeten worden; is van mening dat bepaalde buitengewone uitgaven, zoals voor veiligheid, voor de begroting 2017 gerechtvaardigd zijn, maar dat het toenemende gebruik elk jaar van buitengewone uitgaven een probleem is in het licht van begrotingstoezicht en -stabiliteit; vraagt om een nauwkeuriger definitie van buitengewone uitgaven; is van mening dat, met het oog op controleerbaarheid en vergelijkbaarheid van de gegevens in de algemene begroting, een beoordeling moet gedaan worden over de vraag of de buitengewone uitgaven opgenomen moeten worden in de grondslag voor de berekening van het percentage aan verschil tussen de begrotingen van jaar tot jaar;

13.  roept nogmaals op tot een begrotingsplanning op middellange en lange termijn, met een duidelijk onderscheid tussen uitgaven voor investeringen en operationele uitgaven in verband met de werking van het Parlement en zijn statutaire verplichtingen (waaronder huur en aankopen), in overeenstemming met zijn resolutie van 29 april 2015 over de raming van de ontvangsten en uitgaven van het Europees Parlement voor het begrotingsjaar 2016(9), en verzoekt in die zin om een wijziging van de nomenclatuur waardoor de uitgaven voor investeringen en de bestedingen duidelijk van elkaar worden onderscheiden;

14.  prijst het Bureau en DG ITEC voor de nieuwe lay-out van de persoonlijke pagina's van de leden op de officiële website van het Parlement, die transparanter is over de samenstelling en de status van hun team (toevoeging van een nieuwe tab 'medewerkers' met de volgende subcategorieën: medewerkers, geaccrediteerde medewerkers, (groep) plaatselijke medewerkers, dienstverleners, derdebetalenden, stagiairs); verzoekt de secretaris-generaal erop toe te zien dat de nieuwe regels betreffende de vergoedingen voor parlementaire medewerkers, die op 26 oktober 2015 door het Bureau zijn vastgesteld, daadwerkelijk worden toegepast;

15.  vraagt dat minstens eenmaal per vijf jaar een begroting wordt opgesteld op basis van de reële behoeften voor de afzonderlijke begrotingsonderdelen en niet met het systeem van coëfficiënten;

Veiligheid en cyberveiligheid

16.  dringt aan op begrotingsplanning op de middellange en lange termijn, met inbegrip van informatie betreffende de uitgaven voor veiligheid en cyberveiligheid; verzoekt het Bureau daarnaast - tegen de achtergrond van de recente gebeurtenissen - het algemene veiligheidsconcept te actualiseren en de geactualiseerde versie op zo kort mogelijke termijn, maar ten laatste in juni 2016, openbaar te maken;

17.  is van mening dat iedere maatregel op dit gebied gebaseerd moet zijn op een duidelijke evaluatie van de behoeften van het Parlement en proportioneel moet zijn met de gelopen risico's; verzoekt de secretaris-generaal en het Bureau om tijdig vóór de lezing van het Parlement over de begroting 2017 aan de Begrotingscommissie een algemeen veiligheidsconcept, inclusief een algemene evaluatie van de waargenomen risico's en de beoogde veiligheidsmaatregelen, te presenteren, alsmede alternatieve mogelijkheden, vergezeld van een uitvoerige evaluatie van de gevolgen daarvan voor de begroting 2017 en de begrotingen voor de jaren daarna, met een duidelijk onderscheid tussen investeringen en vaste uitgaven, en aan te geven welke maatregelen worden genomen voor het vergroten van de veiligheid in en rondom de gebouwen van het Parlement, en uiteen te zetten wat de gevolgen van die maatregelen zijn voor de begroting voor 2017; verzoekt om informatie over de financiële gevolgen van de interinstitutionele administratieve samenwerkingsovereenkomsten op het gebied van beveiliging;

18.  verzoekt de secretaris-generaal te beoordelen of er, gezien de terroristische dreigingen, behoefte is aan herziening van de bestaande verzekeringscontracten (voor leden en personeel) en indien nodig voorstellen te doen om eventuele tekortkomingen te verhelpen;

19.  is van mening dat de veiligheid buiten de gebouwen van het Parlement door de Belgische autoriteiten gewaarborgd moet blijven worden;

Ondersteuning van het mandaat van de leden

20.  neemt nota van de lopende maatregelen om de leden te ondersteunen bij de vervulling van hun mandaat;

21.  is ingenomen met de uitbreiding van het digitale portaal van de leden (e-Portal), maar verzoekt de secretaris-generaal om in het licht van het "papierloze initiatief", het huidige systeem van het toezenden van betaalbewijzen op papier aan de leden te verbeteren, en ernaar te streven dit systeem uiterlijk eind 2017 af te schaffen; is van mening dat het e-Portal deze mogelijkheid standaard elektronisch aan alle leden moet aanbieden, hetgeen aanzienlijke tijds- en financiële besparingen zou opleveren;

22.  is ingenomen met de toenemende kwaliteit van het advies en het onderzoek ten behoeve van de leden en commissies; herinnert eraan dat bij de oprichting van de Onderzoeksdienst van het Europees Parlement (EPRS) in 2013 een tussentijdse evaluatie was voorzien van de doeltreffendheid van de samenwerking tussen de EPRS en de beleidsondersteunende afdelingen; verzoekt de secretaris-generaal daarom een dergelijke evaluatie uit te voeren en de resultaten uiterlijk eind 2016 te presenteren aan de Begrotingscommissie; is van mening dat deze evaluatie voorstellen moet bevatten om ervoor te zorgen dat de ondersteuning door de EPRS zo goed mogelijk is afgestemd op de ontwikkelingen in de respectievelijke thematische commissies, waarbij tevens wordt tegemoet gekomen aan de behoeften van individuele leden, en geen overlappingen vertoont met hun activiteiten of concurrentie tussen diensten in de hand werkt;

23.  is van oordeel dat de behoeften van de leden in hun kiesdistricten in kaart moeten worden gebracht, met inachtneming van de verschillen tussen kiesdistricten, teneinde de leden bij hun werk op kiesdistrictniveau beter te kunnen ondersteunen; is van oordeel dat het aanbieden van mobiele werkruimtes voor leden en ondersteuning in de kiesdistricten gebaseerd moet zijn op een beoordeling van de reële behoeften en het gebruik, en geen aanzienlijke of herhaalde kosten voor het Parlement met zich mee moet brengen; dringt erop aan dat er geen hardware moet worden aangeboden aangezien de vergoeding voor algemene uitgaven toereikend is voor de aankoop van moderne apparatuur; plaatst vraagtekens bij de noodzaak van de ontwikkeling van een particuliere mobiele werkruimte voor leden, aangezien dit niet lijkt overeen te stemmen met de wijze waarop de leden en hun kantoren zijn georganiseerd;

24.  is het ermee eens dat de IT-instrumenten voor de leden van groot belang zijn om hun taken te kunnen verrichten; wijst er echter nogmaals op dat het mogelijk moet zijn free-source software te installeren, wat aanzienlijke kostenbesparingen op het gebied van communicatiekosten kan opleveren, en de workflow van de kantoren van de leden kan verbeteren, met inachtneming van cyberveiligheid en waarborging van gegevensbescherming;

25.  verlangt dat de mogelijkheid van digitale ondertekening van interne documenten routine wordt in alle gevallen, zoals het ondertekenen van formulieren, schriftelijke verklaringen, enz., waarbij de betrouwbaarheid en veiligheid gewaarborgd moeten zijn; verzoekt te onderzoeken of het mogelijk is een TAN-verificatiesysteem op de gsm's van de leden te installeren; is bovendien van mening dat het gebruik van faxapparaten moet worden ontmoedigd en geleidelijk moet worden beëindigd, op basis van een besluit van het individuele lid;

26.  verwelkomt de nieuwe hervorming van aanvullende schriftelijke vragen, zoals op 3 september 2015 vastgesteld door de Commissie constitutionele zaken op verzoek van de Begrotingscommissie na de goedkeuring van de begroting van het Parlement voor 2016; verzoekt de secretaris-generaal te voorzien in de nodige controles op de toepassing van de nieuwe interpretatie; verzoekt de Conferentie van voorzitters de nieuwe regels betreffende schriftelijke vragen wat betreft aanvullende vragen, te analyseren om vast te stellen welke besparingen er mee werden gerealiseerd, en de Begrotingscommissie ten laatste in augustus 2016 en in ieder geval vóór de lezing in het Parlement van de begroting in het najaar van 2016 van de resultaten van deze analyse op de hoogte te stellen;

27.  acht het wenselijk de kredieten voor de uitgaven voor parlementaire medewerkers voor 2017 te handhaven op hetzelfde niveau als voor 2016, op voorwaarde dat de wettelijk verplichte indexering zoals bedoeld in het personeelsstatuut wordt toegepast;

28.  is van mening dat de huidige weergave van de parlementaire werkzaamheden van de leden op de website van het Parlement niet nauwkeurig is en geen weerspiegeling vormt van de daadwerkelijke activiteiten en betrokkenheid van de leden; stelt voor om het huidige gebruik van websites met rankings af te schaffen en de informatie over de activiteiten van de afzonderlijke leden op de officiële website van het Parlement te verbeteren; vraagt om de weergave van de stemverklaringen en interventies van één minuut te evalueren, met name ook de optie om deze afzonderlijk van de plenaire interventies te plaatsen, en een beoordeling uit te voeren van de meerwaarde van stemverklaringen en van mogelijke alternatieven; verwacht dat de werkgroep van het Bureau die zich hiermee bezighoudt haar agenda en bevindingen zodra deze beschikbaar zijn aan de Begrotingscommissie presenteert;

Uitgaven van de leden

29.  herhaalt zijn verzoek aan het Bureau om preciezere regels vast te stellen inzake het afleggen van verantwoording over de uitgaven die zijn goedgekeurd in het kader van de vergoeding voor algemene uitgaven, waarbij maatregelen genomen kunnen worden inzake kosteneffectiviteit, zoals het bekendmaken door de leden van hun uitgaven, zoals reeds wordt gedaan door een toenemend aantal leden, hetgeen vergezeld kan gaan van een vereenvoudigd systeem voor de terugbetaling van niet-gebruikte middelen; herhaalt dat voor dergelijke maatregelen geen extra personeel van de administratie van het Parlement moet worden ingezet;

Gebouwenbeleid

30.  herinnert eraan dat de strategie voor het gebouwenbeleid op de middellange termijn, die het Bureau in 2010 heeft vastgesteld, momenteel wordt herzien; betreurt dat het Bureau zijn beraadslagingen over de tussentijdse strategie voor de gebouwen van het Parlement nog niet heeft afgerond; verzoekt de secretaris-generaal de nieuwe strategie voor het gebouwenbeleid op de middellange termijn zo spoedig mogelijk en uiterlijk in augustus 2016, vóór de lezing van de begroting door het Parlement in het najaar van 2016, aan de Begrotingscommissie voor te leggen;

31.  roept het Bureau nogmaals op om een langetermijnstrategie voor de gebouwen van het Parlement te presenteren; wijst er nogmaals op dat langetermijninvesteringen, zoals de vastgoedprojecten van het Parlement, op zorgvuldige en transparante wijze moeten worden aangepakt; dringt aan op een strikt kostenbeheer en een strikte planning van en controle op projecten; herhaalt zijn standpunt dat er behoefte is aan een transparant besluitvormingsproces voor het gebouwenbeleid, op basis van vroegtijdige informatie, met inachtneming van artikel 203 van het Financieel Reglement; is van mening dat een verslag over de redenen voor de vertraging en de hogere kosten van het Huis van de Europese geschiedenis moet worden opgesteld, zodat hier bij het formuleren van de strategie voor het gebouwenbeleid op lange termijn rekening mee kan worden gehouden;

32.  verzoekt om de situatie van het onroerend goed van het Europees Parlement op getrouwe wijze op de begroting weer te geven; dringt er in dit verband op aan dat de kosten van het KAD-gebouw duidelijk in de definitieve begroting van het Parlement worden opgenomen, en dat investeringen in onroerend goed in de toekomst in de begroting worden opgenomen zodat er geen gebruik hoeft te worden gemaakt van collectieve overschrijvingen;

33.  is van mening dat in de huidige economische context geen nieuwe Parlementarium-projecten mogen worden gestart zonder voorafgaand overleg met en goedkeuring door de Begrotingscommissie;

34.  stelt daarom voor om met ingang van 2018 een specifieke lijn in te voeren voor investeringen in bouwprojecten, waarbij voor de financiering ervan in 2018 middelen worden gebruikt die in 2017 worden voorgesteld voor buitengewone uitgaven;

35.  stelt voor om, gezien de buitengewone omstandigheden in 2017 die hogere investeringen in de veiligheidsinfrastructuur nodig maken, middelen die eind 2017 niet zijn benut, te gebruiken voor bouwwerkzaamheden aan het KAD-gebouw, ter voorkoming van rentebetalingen aan banken voor leningen die afgesloten moeten worden om de bouw te financieren;

36.  dringt aan op meer informatie over de stand van zaken van het project voor de renovatie van het PHS-gebouw; dringt erop aan een studie over de renovatie uit te voeren en ter bestudering aan het Bureau voor te leggen; verwacht van het Bureau dat het bij het vaststellen van het tijdskader voor de renovatie rekening houdt met de noodzaak van gezonde en veilige arbeidsomstandigheden; verzoekt het Bureau de Begrotingscommissie telkens van elke nieuwe stap op de hoogte te houden; verzoekt het Bureau in dit verband de basis te leggen voor de transformatie van het PHS-gebouw als voorbeeld van een gebouw met de modernste technieken op het gebied van energie-efficiëntie, en snel over te gaan tot de modernisering van het gebouw;

37.  verzoekt de bevoegde ondervoorzitters de Begrotingscommissie een voortgangsverslag over het KAD-gebouw te doen toekomen;

38.  is van oordeel dat de structurele en organisatorische hervormingen met het oog op grotere doelmatigheid, milieuduurzaamheid en effectiviteit moeten worden voortgezet door middel van een grondig onderzoek van mogelijke synergieën en besparingen; herinnert aan de aanzienlijke besparingen die gerealiseerd kunnen worden door slechts één werklocatie in plaats van drie (Brussel, Straatsburg, Luxemburg) te hebben; benadrukt dat dit proces moet plaatsvinden zonder afbreuk te doen aan het hoge niveau van wetgeven, de begrotings- en controlebevoegdheden van het Parlement en de kwaliteit van de arbeidsomstandigheden van de leden, medewerkers en het personeel;

Personeel

39.  verwelkomt het voorstel om de personeelsformatie in 2017 in te krimpen met 60 posten, overeenkomstig het akkoord met de Raad over het ontwerp van algemene begroting van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2016, op 14 november 2015 goedgekeurd door het bemiddelingscomité in het kader van de begrotingsprocedure;

40.  herinnert eraan dat het totale personeelsbestand van de fracties wordt vrijgesteld van de doelstelling tot vermindering van de personeelsformatie met 5 %, in overeenstemming met de beslissingen die zijn genomen met betrekking tot de begrotingsjaren 2014, 2015 en 2016;

41.  steunt de extra posten voor vertaling en vertolking naar het Iers; stelt deze extra posten vrij van de reductiedoelstelling van 5 %, in overeenstemming met de aanbeveling van de Commissie; verzoekt de secretaris-generaal overleg te plegen met Ierse leden met het oog op een mogelijke rationalisering van het gebruik van de Ierse taal zonder dat dit ten koste gaat van de gewaarborgde rechten van de leden;

42.  steunt de oprichting van een doventolkendienst voor alle debatten in de plenaire vergadering zodat deze ook werkelijk toegankelijk worden voor alle Europese burgers;

43.  is ingenomen met de efficiëntieverbeteringen die zijn verwezenlijkt op het gebied van vertaling en vertolking; erkent de kwaliteit en de meerwaarde van de diensten van de tolken; vindt dat op korte termijn een duurzaam akkoord tussen de secretaris-generaal en de vertegenwoordigers van de tolken moet worden gesloten, met bepalingen betreffende zowel kwalitatief hoogwaardige arbeidsomstandigheden als doeltreffend beheer, teneinde onevenwichtige arbeidstijden en algehele onzekerheid bij de tolken te vermijden, rekening houdend met sociale rechten; verzoekt de secretaris-generaal voorstellen voor verdere rationalisering te doen, zoals voor meer vertaling en vertolking op verzoek, met name voor de activiteiten van de interfractiewerkgroepen van het Parlement; beschouwt het systeem voor taalkundige profiling zoals dat sinds oktober 2014 voor amendementen in het commissiestadium bestaat een goed voorbeeld van de verbeteringen die op het gebied van efficiëntie kunnen worden gerealiseerd en die verder ontwikkeld kunnen worden; is van mening dat vertolking en vertaling centraal staan in een Europese democratie die openstaat voor allen, en dringt er in die zin op aan geen hervormingen door te voeren die afbreuk doen aan een zo breed en inclusief mogelijke toegankelijkheid van de activiteiten en documenten van het Europees Parlement;

44.  verzoekt het Bureau de regels betreffende het statuut van stagiairs tegen het licht te houden en in voorkomend geval te wijzigen, waaronder door de invoering van een minimumsalaris en harmonisatie van de prijzen van aan catering gerelateerde diensten voor alle stagiairs in zowel de administratie van het Parlement als de kantoren van de leden, teneinde te bewerkstelligen dat alle stagiairs gelijk worden behandeld en hun sociale rechten zijn gewaarborgd;

45.  verzoekt het Bureau de regels betreffende de vergoeding van de reiskosten die geaccrediteerde parlementaire medewerkers maken voor verplaatsingen tussen de werklocaties van het Parlement te herzien, teneinde deze gelijk te trekken met de regels die voor de andere personeelsleden gelden;

46.  is van mening dat er een derde procedure moet worden ingevoerd om een contract tussen een EP-lid en een medewerker met wederzijds goedvinden te beëindigen;

Chauffeursdiensten/mobiliteit

47.  plaatst vraagtekens bij het voorstel tot internalisering van de chauffeursdienst, door de externe dienstverlening te vervangen door arbeidscontractanten van het Parlement, wat zal overeenkomen met ongeveer 3,7 miljoen EUR ogenblikkelijke bijkomende kosten; is van mening dat een goed georganiseerd extern contract, gesloten op grond van toepasselijke regels inzake overheidsopdrachten, waarbij duidelijk is dat de externe dienstverlener verantwoordelijkheid is voor veiligheids- en antecedentenonderzoek, alsmede voor fatsoenlijke arbeidsomstandigheden en lonen, als alternatieve optie moet worden overwogen; zou internalisering slechts willen overwegen indien de kosten daarvan de kosten van het huidige systeem niet overschrijden, en indien fatsoenlijke arbeidsomstandigheden en lonen voor chauffeurs, een beter genderevenwicht en het gebruik van milieuvriendelijker auto's daarbij mogelijk zijn; vindt dat de Begrotingscommissie gedetailleerde informatie moet krijgen alvorens hierover enig besluit kan worden genomen;

48.  verzoekt de secretaris-generaal overleg te plegen met de Belgische autoriteiten teneinde te zorgen voor gemakkelijke toegang tot en een optimaal gebruik van de nieuwe rechtstreekse treinverbinding tussen treinstation Brussel-Luxemburg en de luchthaven van Zaventem, onder meer door het accepteren van de toegangspasjes van de leden in plaats van het huidige "laissez passer"-systeem;

49.  is van mening dat het wagenpark meer zuinige en veilige auto’s moet bevatten; beklemtoont dat de voorkeur moet uitgaan naar een systeem waarbij minibussen en bussen op vaste tijden de verbinding met het vliegveld onderhouden; verzoekt de secretaris-generaal een verslag op te stellen over de mogelijkheid om voor het einde van het decennium een volledige overschakeling op elektrische aandrijving te realiseren;

50.  verzoekt de secretaris-generaal overleg te plegen met het reisbureau van het Parlement; moedigt het reisbureau aan een intensievere prijsvergelijking te hanteren; roept het reisbureau op actief op zoek te gaan naar goedkopere tickets en in algemene zin aan de leden en alle personeelscategorieën prijzen te bieden die concurrerender zijn, met waarborging van passende voorwaarden voor het omwisselen van tickets;

Communicatie

51.  verzoekt om het voorleggen van de resultaten van de ex-post evaluatie van de algemene strategie en methodologie van de voorlichtings- en communicatiestrategie voor 2014 (het evaluatieverslag had uiterlijk de 2e helft van 2015 gepresenteerd moeten worden);

52.  herhaalt zijn verzoek aan de secretaris-generaal nogmaals aan de Begrotingscommissie verslag uit te brengen over de evaluatie van de campagne voor de Europese verkiezingen van 2014, alsook over de doeltreffendheid van de op het grote publiek gerichte communicatiemaatregelen van het Parlement;

53.  wijst op de rol van de informatiebureaus van het Parlement voor de bewustmaking over de activiteiten van het Parlement en van de Unie als geheel; is van mening dat maatregelen moeten worden genomen om de efficiency van de informatiebureaus te vergroten; is van mening dat de informatiebureaus zoveel mogelijk gebouwen en ondersteunende kantoordiensten moeten delen met vertegenwoordigingen van de Commissie; verzoekt om een evaluatie van de doelstellingen, taken en prestaties van de informatiebureaus, op basis waarvan prioriteiten moeten worden vastgesteld;

54.  dringt erop aan te bekijken of nauwer kan worden samengewerkt met ARTE in Straatsburg, teneinde een Europees mediaknooppunt tot stand te brengen voor opleiding voor jonge journalisten;

55.  verzoekt de secretaris-generaal een verslag op te stellen over de ondernemingen en organisaties aan wie toegang tot het Europees Parlement is verleend om er fora te kunnen houden die verband houden met hun activiteiten; verzoekt de secretaris-generaal te streven naar een balans tussen de verschillende sectoren en de verschillende soorten organisaties waaraan toegang tot het Europees Parlement wordt verleend;

Andere punten

56.  dringt er bij de secretaris-generaal op aan een gedetailleerd verslag te presenteren over de implementatie van de administratieve onderdelen van de samenwerkingsovereenkomsten tussen het Parlement, het Comité van de Regio’s en het Europees Economisch en Sociaal Comité, en op basis daarvan te werken aan mogelijke regelingen voor verdere administratieve samenwerking op gebieden als logistiek, infrastructuur en/of veiligheid;

57.  verzoekt de secretaris-generaal met klem opheldering te geven over het huidige beheer van de sportfaciliteiten van het Parlement en de inzet van personeel van het Parlement aldaar; verzoekt daarnaast om informatie over de aanhangig gemaakte zaak en over de mogelijke opties om in de toekomst een doeltreffend en kostenefficiënt beheer van de faciliteiten in kwestie te verwezenlijken;

58.  is van mening dat bijkomende besparingen kunnen worden gerealiseerd op de uitgaven voor meubilair, omdat het een verhoging met 3 589 832 EUR voor 2016 en een soortgelijke verhoging voor 2017 ten opzichte van 2 415 168 EUR in 2015 allesbehalve redelijk acht;

59.  verwelkomt een beperkter en efficiënter gebruik van reiskisten (cantines); moedigt het delen van kisten aan voor de reizen naar Straatsburg;

60.  verzoekt de secretaris-generaal om volledige uitvoering te geven aan de letter en de geest van het financieel reglement inzake groene en economisch efficiënte overheidsopdrachten door de aankoopstrategie van het Parlement op dit punt te versterken;

61.  is van mening dat het streven naar energiebesparing, in het bijzonder bij de verlichting en verwarming van de gebouwen, moet worden voortgezet, aangezien de besprekingen over de begroting 2016 hebben aangetoond dat er ruimte is voor verbetering;

62.  vindt dat gezond en biologisch voedsel sterker moet worden aangemoedigd; dringt er in dit verband bij het Bureau op aan om bij het streven naar het aanbieden van gezond voedsel niet alleen te kijken naar een diversificatie van de diensten, maar ook en vooral naar het aanbieden van vers fruit en verse groenten tegen betaalbaardere prijzen;

o
o   o

63.  stelt de raming voor het begrotingsjaar 2017 vast;

64.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie en de raming te doen toekomen aan de Raad en de Commissie.

(1) PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1.
(2) PB L 347 van 20.12.2013, blz. 884.
(3) PB C 373 van 20.12.2013, blz. 1.
(4) PB L 287 van 29.10.2013, blz. 15.
(5) Aangenomen teksten, P8_TA(2015)0376.
(6) Aangenomen teksten, P8_TA(2015)0407.
(7) Aangenomen teksten, P8_TA(2015)0172.
(8) PB L 156 van 18.6.2005, blz. 3.
(9) Aangenomen teksten, P8_TA(2015)0172.

Juridische mededeling