Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2015/2175(DEC)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A8-0095/2016

Ingediende teksten :

A8-0095/2016

Debatten :

PV 27/04/2016 - 17
CRE 27/04/2016 - 17

Stemmingen :

PV 28/04/2016 - 4.29
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2016)0165

Aangenomen teksten
PDF 281kWORD 87k
Donderdag 28 april 2016 - Brussel Definitieve uitgave
Kwijting 2014: Europees Agentschap voor de veiligheid van de luchtvaart (EASA)
P8_TA(2016)0165A8-0095/2016
Besluit
 Besluit
 Resolutie

1. Besluit van het Europees Parlement van 28 april 2016 over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van het Europees Agentschap voor de veiligheid van de luchtvaart voor het begrotingsjaar 2014 (2015/2175(DEC))

Het Europees Parlement,

–  gezien de definitieve jaarrekening van het Europees Agentschap voor de veiligheid van de luchtvaart voor het begrotingsjaar 2014,

–  gezien het verslag van de Rekenkamer over de jaarrekening van het Europees Agentschap voor de veiligheid van de luchtvaart betreffende het begrotingsjaar 2014vergezeld van het antwoord van het Agentschap(1),

–  gezien de verklaring van de Rekenkamer(2) voor het begrotingsjaar 2014 waarin de betrouwbaarheid van de rekeningen en de wettigheid en regelmatigheid van de onderliggende verrichtingen worden bevestigd, overeenkomstig artikel 287 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien de aanbeveling van de Raad van 12 februari 2016 betreffende de aan het Agentschap te verlenen kwijting voor de uitvoering van de begroting voor het begrotingsjaar 2014 (05584/2016 – C8-0073/2016),

–  gezien artikel 319 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van donderdag 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002(3), en met name artikel 208,

–  gezien Verordening (EG) nr. 216/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 20 februari 2008 tot vaststelling van gemeenschappelijke regels op het gebied van burgerluchtvaart en tot oprichting van een Europees Agentschap voor de veiligheid van de luchtvaart, houdende intrekking van Richtlijn 91/670/EEG van de Raad, Verordening (EG) nr. 1592/2002 en Richtlijn 2004/36/EG(4), en met name artikel 60,

–  gezien Verordening (EG, Euratom) nr. 2343/2002 van de Commissie van 19 november 2002 houdende de financiële kaderregeling van de organen zoals bedoeld in artikel 185 van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 van de Raad houdende het Financieel Reglement van toepassing op de algemene begroting van de Europese Gemeenschappen(5),

–  gezien Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 1271/2013 van de Commissie van 30 september 2013 houdende de financiële kaderregeling van de organen, bedoeld in artikel 208 van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad(6), en met name artikel 108,

–  gezien artikel 94 en bijlage V van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole en het advies van de Commissie vervoer en toerisme (A8-0095/2016),

1.  verleent de uitvoerend directeur van het Europees Agentschap voor de veiligheid van de luchtvaart kwijting voor de uitvoering van de begroting van het Agentschap voor het begrotingsjaar 2014;

2.  formuleert zijn opmerkingen in bijgaande resolutie;

3.  verzoekt zijn Voorzitter dit besluit en de resolutie die daarvan een integrerend deel uitmaakt, te doen toekomen aan de uitvoerend directeur van het Europees Agentschap voor de veiligheid van de luchtvaart, de Raad, de Commissie en de Rekenkamer, en te zorgen voor publicatie ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie (serie L).

(1) PB C 409 van 9.12.2015, blz. 81.
(2) PB C 409 van 9.12.2015, blz. 81.
(3) PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1.
(4) PB L 79 van 19.3.2008, blz. 1.
(5) PB L 357 van 31.12.2002, blz. 72.
(6) PB L 328 van 7.12.2013, blz. 42.


2. Besluit van het Europees Parlement van 28 april 2016 over de afsluiting van de rekeningen van het Europees Agentschap voor de veiligheid van de luchtvaart voor het begrotingsjaar 2014 (2015/2175(DEC))

Het Europees Parlement,

–  gezien de definitieve jaarrekening van het Europees Agentschap voor de veiligheid van de luchtvaart voor het begrotingsjaar 2014,

–  gezien het verslag van de Rekenkamer over de jaarrekening van het Europees Agentschap voor de veiligheid van de luchtvaart betreffende het begrotingsjaar 2014vergezeld van het antwoord van het Agentschap(1),

–  gezien de verklaring van de Rekenkamer(2) voor het begrotingsjaar 2014 waarin de betrouwbaarheid van de rekeningen en de wettigheid en regelmatigheid van de onderliggende verrichtingen worden bevestigd, overeenkomstig artikel 287 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien de aanbeveling van de Raad van 12 februari 2016 betreffende de aan het Agentschap te verlenen kwijting voor de uitvoering van de begroting voor het begrotingsjaar 2014 (05584/2016 – C8-0073/2016),

–  gezien artikel 319 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van donderdag 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002(3), en met name artikel 208,

–  gezien Verordening (EG) nr. 216/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 20 februari 2008 tot vaststelling van gemeenschappelijke regels op het gebied van burgerluchtvaart en tot oprichting van een Europees Agentschap voor de veiligheid van de luchtvaart, houdende intrekking van Richtlijn 91/670/EEG van de Raad, Verordening (EG) nr. 1592/2002 en Richtlijn 2004/36/EG(4), en met name artikel 60,

–  gezien Verordening (EG, Euratom) nr. 2343/2002 van de Commissie van 19 november 2002 houdende de financiële kaderregeling van de organen zoals bedoeld in artikel 185 van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 van de Raad houdende het Financieel Reglement van toepassing op de algemene begroting van de Europese Gemeenschappen(5),

–  gezien Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 1271/2013 van de Commissie van 30 september 2013 houdende de financiële kaderregeling van de organen, bedoeld in artikel 208 van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad(6), en met name artikel 108,

–  gezien artikel 94 en bijlage V van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole en het advies van de Commissie vervoer en toerisme (A8-0095/2016),

1.  stelt vast dat de definitieve jaarrekening van het Europees Agentschap voor de veiligheid van de luchtvaart overeenkomt met de weergave in de bijlage bij het verslag van de Rekenkamer;

2.  hecht zijn goedkeuring aan de afsluiting van de rekeningen van het Europees Agentschap voor de veiligheid van de luchtvaart voor het begrotingsjaar 2014;

3.  verzoekt zijn Voorzitter dit besluit te doen toekomen aan de uitvoerend directeur van het Europees Agentschap voor de veiligheid van de luchtvaart, de Raad, de Commissie en de Rekenkamer, en te zorgen voor publicatie ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie (serie L).

(1) PB C 409 van 9.12.2015, blz. 81.
(2) PB C 409 van 9.12.2015, blz. 81.
(3) PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1.
(4) PB L 79 van 19.3.2008, blz. 1.
(5) PB L 357 van 31.12.2002, blz. 72.
(6) PB L 328 van 7.12.2013, blz. 42.


3. Resolutie van het Europees Parlement van 28 april 2016 met de opmerkingen die een integrerend deel uitmaken van het besluit over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van het Europees Agentschap voor de veiligheid van de luchtvaart voor het begrotingsjaar 2014 (2015/2175(DEC))

Het Europees Parlement,

–  gezien zijn besluit over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van het Europees Agentschap voor de veiligheid van de luchtvaart voor het begrotingsjaar 2014,

–  gezien artikel 94 en bijlage V van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole en het advies van de Commissie vervoer en toerisme (A8-0095/2016),

A.  overwegende dat de definitieve begroting van het Europees Agentschap voor de veiligheid van de luchtvaart ("het Agentschap") voor het begrotingsjaar 2014 volgens zijn financiële staten 181 179 098 EUR bedroeg, hetgeen een toename van 8,47% ten opzichte van 2013 betekent; overwegende dat 21,1% van de begroting van het Agentschap wordt gefinancierd met middelen van de begroting van de Unie;

B.  overwegende dat de Rekenkamer in haar verslag over de jaarrekening van het Europees Agentschap voor de veiligheid van de luchtvaart voor het begrotingsjaar 2014 ("het verslag van de Rekenkamer") verklaard heeft redelijke zekerheid te hebben gekregen dat de jaarrekening van het Agentschap betrouwbaar is en de onderliggende verrichtingen wettig en regelmatig zijn;

Follow-up van de kwijting voor 2013

1.  erkent op basis van informatie van het agentschap dat:

   het corrigerende maatregelen heeft getroffen met betrekking tot het formaliseren en documenteren van de criteria voor het uitbesteden van een deel van zijn certificeringsdiensten aan nationale luchtvaartautoriteiten en gekwalificeerde instanties; wijst erop dat het Agentschap de modellen voor ondersteunende documenten heeft bijgewerkt om de transparantie van het proces van uitbesteding te verbeteren;
   het een groot aantal belangenverklaringen heeft bestudeerd en geverifieerd om naleving van het interne beleid inzake de voorkoming en het beheer van belangenconflicten te waarborgen; wijst er verder op dat geen draaideurgevallen zijn vastgesteld; betreurt evenwel dat diverse belangenverklaringen van leden van de raad van bestuur en van leidinggevend personeel nog ontbreken of nog niet geverifieerd zijn; wijst er met klem op dat dit probleem met het oog op het verbeteren van de transparantie onverwijld moet worden opgelost;

Financieel en begrotingsbeheer

2.  merkt op dat inspanningen op het gebied van begrotingstoezicht gedurende het begrotingsjaar 2014 hebben geresulteerd in een uitvoeringspercentage van de begroting van 97,1 %, een daling van 0,9 % ten opzichte van 2013; merkt daarnaast op dat het uitvoeringspercentage van de betalingskredieten 91,1 % bedroeg, een daling van 6,17 % ten opzichte van 2013;

3.  stelt vast dat slechts een derde van de begroting van het Agentschap afkomstig is van de openbare sector en dat de overige twee derde bestaat uit bijdragen van de sector; maakt zich zorgen over het feit dat deze financiële banden met de sector de onafhankelijkheid van het Agentschap negatief zouden kunnen beïnvloeden; dringt er bij het Agentschap op aan waarborgen in te bouwen om de onafhankelijkheid van het Agentschap te garanderen en belangenconflicten te voorkomen;

Vastleggingen en overdrachten

4.  stelt met tevredenheid vast dat het Agentschap het totale niveau van de overdrachten van vastgelegde kredieten heeft verlaagd van 10 100 000 EUR (11 %) in 2012 en 7 200 000 EUR (7,7 %) in 2013 tot 5 900 000 EUR (6,2 %) in 2014; wijst erop dat de overdrachten voor titel II (administratieve uitgaven) 600 000 EUR (22 %) bedroegen en voor titel III (beleidsuitgaven) 2 000 000 EUR (38,1 %); verneemt uit het verslag van de Rekenkamer dat deze overdrachten verband hielden met het meerjarige karakter van de verrichtingen van het Agentschap; merkt verder op dat de overdrachten in de steekproef van de Rekenkamer naar behoren gemotiveerd waren;

5.  wijst het Agentschap erop dat de omvang van de naar het volgend jaar over te dragen vastleggingskredieten ook in de toekomst zo laag mogelijk moet worden gehouden, om de transparantie en de controleerbaarheid te versterken;

Aanbestedings- en aanwervingsprocedures

6.  neemt met bezorgdheid kennis van de opmerking van de Rekenkamer in haar verslag dat de aanbestedingsplanning van het Agentschap verbeterd moet worden, met name wat betreft kaderovereenkomsten; wijst erop dat in 2014 met drie aanbestedingsprocedures te laat werd gestart om de bestaande kaderovereenkomsten te vervangen op het moment dat deze afliepen; wijst er verder op dat twee bestaande kaderovereenkomsten zijn verlengd tot de nieuwe overeenkomsten waren afgesloten en in een ander geval ter overbrugging een procedure van gunning via onderhandelingen werd gestart ter waarborging van de bedrijfscontinuïteit; stelt met bezorgdheid vast dat het Agentschap zich niet hield aan zijn financieel reglement(1) door de aanvankelijke looptijd van de overeenkomsten te wijzigen en een procedure van gunning via onderhandelingen te gebruiken, hetgeen de eerlijke mededinging heeft beïnvloed; verneemt van het Agentschap dat het een herzien aanbestedingsplan heeft ingevoerd om deze kwesties aan te pakken; verzoekt het Agentschap de kwijtingsautoriteit verslag uit te brengen van de voortgang op dit terrein;

7.  wijst erop dat het Agentschap begin 2014 zijn door de begrotingsautoriteit goedgekeurde personeelsformatie voor 2014 heeft herzien en concludeerde dat de verdeling van AST's en AD's en de onderverdeling in rangen aangepast moest worden om de behoeften van het Agentschap beter te weerspiegelen; wijst erop dat de raad van bestuur van het Agentschap overeenkomstig artikel 38 van het financieel regelement van het Agentschap de gewijzigde personeelsformatie heeft goedgekeurd, waardoor de verdeling van AD's en AST's en de onderverdeling in rangen van 64 posten werd gewijzigd, maar niet het totale aantal posten of de hoeveelheid kredieten voor personeel als opgenomen op de begroting 2014;

8.  wijst op de resultaten van de eerste benchmarking van de posten van het Agentschap, waaruit blijkt dat 14 % van de functies gericht was op administratieve ondersteuning, 78,7 % op operationele taken en 7,3 % op financiële en controletaken; is van mening dat een uitsplitsing van personeel naar categorie en sector evenals naar financieringsbronnen voor hun activiteiten (vergoedingen en rechten tegenover subsidies van de Unie) ook moet worden opgenomen in het volgende jaarverslag om een beter beeld te geven van de benodigde middelen die gevolgen hebben voor de EU-begroting;

9.  herinnert aan zijn standpunt, als vastgelegd in het kader van de begrotingsprocedure, over personeel waarvan de activiteiten betaald worden uit vergoedingen van het bedrijfsleven en dus niet uit de EU-begroting, op grond waarvan deze werknemers van het Agentschap niet getroffen mogen worden door de jaarlijkse inkrimping van 2 % die elk jaar wordt doorgevoerd door de Commissie;

Preventie en beheer van belangenconflicten en transparantie

10.  wijst erop dat in de antifraudestrategie van het Agentschap de verantwoordelijkheden, doelstellingen en acties van het Agentschap zijn vastgesteld op het gebied van preventie, opsporing, onderzoek en correctie van fraude; wijst erop dat in 2014 een antifraudefunctionaris is aangesteld en dat in het kader van de antifraudestrategie een actieplan is ingevoerd met maatregelen die in 2015 en 2016 moeten zijn ingevoerd; wijst erop dat in het kader van de antifraudestrategie geen gevallen van fraude zijn vastgesteld in 2014;

11.  wijst erop dat het Agentschap in 2014 een procedure heeft ingevoerd voor vertrouwelijke veiligheidsrapportage, die betrekking heeft op informatie van klokkenluiders over vermeende wanpraktijken en onregelmatigheden op het gebied van luchtvaartveiligheid, gemeld door externe personen; merkt op dat er in 2014 in het kader van deze procedure 66 gevallen zijn gemeld; wijst erop dat het Agentschap over een klokkenluidersprocedure beschikt en dat in 2014 één geval is geregistreerd, waartegen geen beroep is aangetekend;

12.  wijst erop dat de cv's en belangenverklaringen van alle directeuren en afdelingshoofden van het Agentschap op zijn website zijn gepubliceerd; wijst er verder op dat de cv's en belangenverklaringen van de leden van de raad van beroep en de raad van bestuur van het Agentschap ook op de website zijn gepubliceerd;

13.  wijst erop dat het Agentschap reeds een omvattend beleid heeft vastgesteld en ingevoerd inzake de preventie en beperking van belangenconflicten, alsmede inzake "geschenken en gastvrijheid", in zijn "Gedragscode voor het personeel van EASA" (CC); wijst erop dat dit beleid onder meer de oprichting omvat van een ethische commissie, om de ingevulde belangenverklaringen te beoordelen en kwesties in verband met de CC te behandelen, alsmede om te zorgen voor verplichte training inzake de CC voor alle personeelsleden van het Agentschap; merkt op dat ook een gedragscode voor de leden van de raad van beroep en de raad van bestuur van het Agentschap is vastgesteld waarin een beleid inzake de preventie en beperking van belangenconflicten is opgenomen; wijst erop dat het Agentschap zijn beleid inzake het beheer van belangenconflicten binnenkort zal herzien en actualiseren en roept het Agentschap op de begrotingsautoriteit op de hoogte te houden van de voortgang met deze herziening;

14.  spoort voorts het Agentschap aan het beleid inzake belangenconflicten onder de aandacht van zijn personeel te brengen, naast de lopende bewustmakingsactiviteiten en de opname van integriteit en transparantie als verplichte onderwerpen in aanwervingsprocedures en beoordelingsgesprekken;

15.  roept op tot een algehele verbetering van de preventie en bestrijding van corruptie door middel van een holistische benadering, te beginnen bij betere toegankelijkheid van documenten voor het publiek en striktere regels voor belangenconflicten, invoering of versterking van transparantieregisters en beschikbaarstelling van voldoende middelen voor wetshandhavingsmaatregelen, alsook door middel van verbeterde samenwerking tussen de lidstaten onderling en met betrokken derde landen;

Interne controle

16.  merkt op dat de dienst Interne Audit (IAS) van de Commissie in 2014 een controle heeft uitgevoerd en zeven aanbevelingen heeft gedaan; stelt vast dat de IAS bij het onderzoek geen bevindingen geclassificeerd als "kritiek" heeft gemeld en dat bij drie controles tussen 2009 en 2013 vier bevindingen geclassificeerd als "zeer belangrijk" werden gemeld; wijst erop dat het Agentschap corrigerende maatregelen heeft getroffen met betrekking tot de aanbevelingen van de IAS en ze heeft aangemerkt als "klaar voor controle" bij de voorbereiding van de follow-upcontrole door de IAS; wijst erop dat de IAS in 2014 geen formele evaluatie heeft uitgevoerd van de voortgang bij het Agentschap inzake de uitvoering van de aanbevelingen; merkt op basis van informatie van het Agentschap op dat de IAS in februari 2016 heeft gemeld dat alle vier als "zeer belangrijk" geclassificeerde aanbevelingen op basis van de bevindingen zijn aangemerkt als "uitgevoerd";

Interne controles

17.  wijst erop dat de dienst Interne Controle van het Agentschap acht controleopdrachten heeft uitgevoerd, 56 aanbevelingen heeft gedaan en drie inherente risico's heeft vastgesteld waarvan de kans op plaatsvinden als "hoog" werd aangemerkt, en de mogelijke impact als "aanzienlijk"; wijst er verder op dat van de zes door het Agentschap aangekondigde acties ter beperking van het risiconiveau er twee zijn afgesloten en de resterende vier volgens de planning uiterlijk september 2016 moeten worden uitgevoerd; verzoekt het Agentschap de kwijtingsautoriteit in te lichten over het verdere verloop van de uitvoering van de resterende maatregelen;

Resultaten

18.  merkt op dat het Agentschap in 2014 grondige wijzigingen heeft doorgevoerd in zijn wijze van functioneren om een meer evenredige en op prestaties gerichte benadering van veiligheid mogelijk te maken, en dat het zijn organisatorische structuur heeft herzien als voorbereiding op de vele uitdagingen waarmee het de komende jaren te maken zal krijgen;

Overige opmerkingen

19.  verwelkomt het initiatief van het Agentschap om diensten te delen met en te leveren aan andere agentschappen, om zo synergieën te bewerkstelligen; wijst er met name op dat het Agentschap gratis licenties verleent voor de ontwikkeling van instrumenten op het gebied van personeelsbeheer en dat het permanente secretariaat van het netwerk van agentschappen van de Unie bij het Agentschap is gehuisvest; wijst erop dat het Agentschap de kadercontracten, IT- en aanverwante diensten van de Commissie gebruikt, en dat het tevens gebruikmaakt van een aantal andere diensten van de Commissie; moedigt het Agentschap aan om waar mogelijk gezamenlijke aanbestedingen te plaatsen met andere agentschappen van de Unie, om zo kosten te besparen;

20.  wijst op de maatregelen die het Agentschap heeft genomen om de efficiëntie te verhogen en besparingen te verwezenlijken; wijst met name op het reorganisatieproject van het Agentschap dat het personeel zelf gedurende zeven maanden heeft uitgevoerd, terwijl een soortgelijk project uitgevoerd door een extern bedrijf heel veel duurder zou zijn geweest;

21.  stelt met bezorgdheid vast dat het Agentschap, sinds het in 2004 operationeel werd, slechts op basis van briefwisseling en uitwisselingen met de gastlidstaat werkt; wijst er verder op dat er tot op heden geen alomvattende zetelovereenkomst met de gastlidstaat is gesloten; wijst er echter op dat een dergelijke overeenkomst de transparantie en veiligheid zou bevorderen ten aanzien van de omstandigheden waaronder het Agentschap en zijn personeel opereren; merkt op dat de regering van de gastlidstaat onlangs over deze kwestie informele besprekingen met het Agentschap is begonnen; roept het Agentschap en de gastlidstaat op deze kwestie zo snel mogelijk op te lossen en de kwijtingsautoriteit op de hoogte te brengen van de vorderingen met de onderhandelingen;

22.  verzoekt het Agentschap informatie te verstrekken over de vraag of de verplaatsing van het Agentschap zal leiden tot kostenefficiëntie;

23.  verzoekt de Commissie van de gelegenheid die zich dit jaar voordeed gebruik te maken om Verordening (EG) nr. 216/2008 van het Europees Parlement en de Raad tot oprichting van het Agentschap(2) te wijzigen teneinde tot een akkoord over de plaats van vestiging te komen, op grond waarvan het Agentschap onbelemmerd kan functioneren; verzoekt het Agentschap dan ook om het van het definitieve besluit over de plaats van vestiging van het Agentschap in kennis te stellen;

24.  wijst erop dat de doelstelling van het Agentschap de veiligheid van de luchtvaart is, hetgeen aan te merken is als een openbaar goed; dringt er bij het Agentschap op aan te waarborgen dat deze doelstelling ten behoeve van de belanghebbenden als leidend beginsel deel uit blijft maken van de strategie, resultaatgericht begroten en managementbesluiten van het Agentschap, en dat dit uitgangspunt nooit mag wijken om redenen van mededinging, doeltreffendheid of deregulering;

25.  wijst op de essentiële rol van het Agentschap bij het waarborgen van een zo hoog mogelijk veiligheidsniveau van de luchtvaart in heel Europa; beseft dat 2014, gezien de verdwijning van de MH370, het dramatische ongeval met de MH17, het neerstorten van Air Asia QZ8501 en de radarinterferenties boven Centraal-Europa, een moeilijk jaar was voor het Agentschap en voor de veiligheid van de luchtvaart in het algemeen, waaronder het zich moest bezighouden met de uitvoering van en het toezicht op een nieuwe bepaling inzake vliegtijdbeperkingen; benadrukt tegen de achtergrond van een zich snel ontwikkelende burgerluchtvaartsector dat het Agentschap de beschikking moet krijgen over de nodige financiële, materiële en personele middelen om zijn regelgevende en uitvoerende taken op het gebied van veiligheid en milieubescherming naar behoren uit te kunnen voeren, zonder daarbij afbreuk te doen aan zijn onafhankelijkheid en onpartijdigheid;

26.  benadrukt de betrokkenheid van het Agentschap bij de ondersteuning van de ontwikkeling van de instrumenten die nodig zijn voor de praktische tenuitvoerlegging van de bilaterale overeenkomsten tussen de lidstaten en derde landen inzake veiligheid van de luchtvaart;

o
o   o

27.  verwijst voor andere opmerkingen van horizontale aard bij het kwijtingsbesluit naar zijn resolutie van 28 april 2016(3) over het functioneren en het financiële beheer van en de controle op de agentschappen.

(1) https://easa.europa.eu/system/files/dfu/EASA%20MB%20Decision%2014-2013%20amending%20the%20FR_Final_signed_Annex.pdf
(2) Verordening (EG) nr. 216/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 20 februari 2008 tot vaststelling van gemeenschappelijke regels op het gebied van burgerluchtvaart en tot oprichting van een Europees Agentschap voor de veiligheid van de luchtvaart, houdende intrekking van Richtlijn 91/670/EEG, Verordening (EG) nr. 1592/2002 en Richtlijn 2004/36/EG, PB L 79 van 19.3.2008, blz. 1.
(3) Aangenomen teksten van die datum, P8_TA(2016)0159.

Juridische mededeling