Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2015/2177(DEC)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A8-0103/2016

Ingediende teksten :

A8-0103/2016

Debatten :

PV 27/04/2016 - 17
CRE 27/04/2016 - 17

Stemmingen :

PV 28/04/2016 - 4.32
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2016)0168

Aangenomen teksten
PDF 185kWORD 81k
Donderdag 28 april 2016 - Brussel Definitieve uitgave
Kwijting 2014: Europees Centrum voor ziektepreventie en -bestrijding (ECDC)
P8_TA(2016)0168A8-0103/2016
Besluit
 Besluit
 Resolutie

1. Besluit van het Europees Parlement van 28 april 2016 over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van het Europees Centrum voor ziektepreventie en -bestrijding voor het begrotingsjaar 2014 (2015/2177(DEC))

Het Europees Parlement,

–  gezien de definitieve jaarrekening van het Europees Centrum voor ziektepreventie en ‑bestrijding voor het begrotingsjaar 2014,

–  gezien het verslag van de Rekenkamer over de jaarrekening van het Europees Centrum voor ziektepreventie en ‑bestrijding voor het begrotingsjaar 2014 vergezeld van het antwoord van het Centrum(1),

–  gezien de verklaring van de Rekenkamer(2) voor het begrotingsjaar 2014 waarin de betrouwbaarheid van de rekeningen en de wettigheid en regelmatigheid van de onderliggende verrichtingen worden bevestigd, overeenkomstig artikel 287 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien de aanbeveling van de Raad van 12 februari 2016 over de aan de Centrum te verlenen kwijting voor de uitvoering van de begroting voor het begrotingsjaar 2014 (05584/2016 – C8‑0075/2016),

–  gezien artikel 319 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002(3), en met name artikel 208,

–  gezien Verordening (EG) nr. 851/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 21 april 2004 tot oprichting van een Europees Centrum voor ziektepreventie en ‑bestrijding(4) en met name artikel 23,

–  gezien Verordening (EG, Euratom) nr. 2343/2002 van de Commissie van 19 november 2002 houdende de financiële kaderregeling van de organen zoals bedoeld in artikel 185 van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 van de Raad houdende het Financieel Reglement van toepassing op de algemene begroting van de Europese Gemeenschappen(5),

–  gezien Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 1271/2013 van de Commissie van 30 september 2013 houdende de financiële kaderregeling van de organen, bedoeld in artikel 208 van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad(6), en met name artikel 108,

–  gezien artikel 94 en bijlage V van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole en het advies van de Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid (A8‑0103/2016),

1.  verleent de directeur van het Europees Centrum voor ziektepreventie en ‑bestrijding kwijting voor de uitvoering van de begroting van het Centrum voor het begrotingsjaar 2014;

2.  formuleert zijn opmerkingen in bijgaande resolutie;

3.  verzoekt zijn Voorzitter dit besluit en de resolutie die daarvan een integrerend deel uitmaakt, te doen toekomen aan de directeur van het Europees Centrum voor ziektepreventie en ‑bestrijding, de Raad, de Commissie en de Rekenkamer, en te zorgen voor publicatie ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie (serie L).

(1) PB C 409 van 9.12.2015, blz. 122.
(2) PB C 409 van 9.12.2015, blz. 122.
(3) PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1.
(4) PB L 142 van 30.4.2004, blz. 1.
(5) PB L 357 van 31.12.2002, blz. 72.
(6) PB L 328 van 7.12.2013, blz. 42.


2. Besluit van het Europees Parlement van 28 april 2016 over de afsluiting van de rekeningen van het Europees Centrum voor ziektepreventie en ‑bestrijding voor het begrotingsjaar 2014 (2015/2177(DEC))

Het Europees Parlement,

–  gezien de definitieve jaarrekening van het Europees Centrum voor ziektepreventie en ‑bestrijding voor het begrotingsjaar 2014,

–  gezien het verslag van de Rekenkamer over de jaarrekening van het Europees Centrum voor ziektepreventie en ‑bestrijding voor het begrotingsjaar 2014 vergezeld van het antwoord van het Centrum(1),

–  gezien de verklaring van de Rekenkamer(2) voor het begrotingsjaar 2014 waarin de betrouwbaarheid van de rekeningen en de wettigheid en regelmatigheid van de onderliggende verrichtingen worden bevestigd, overeenkomstig artikel 287 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien de aanbeveling van de Raad van 12 februari 2016 over de aan de Centrum te verlenen kwijting voor de uitvoering van de begroting voor het begrotingsjaar 2014 (05584/2016 – C8‑0075/2016),

–  gezien artikel 319 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002(3), en met name artikel 208,

–  gezien Verordening (EG) nr. 851/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 21 april 2004 tot oprichting van een Europees Centrum voor ziektepreventie en ‑bestrijding(4) en met name artikel 23,

–  gezien Verordening (EG, Euratom) nr. 2343/2002 van de Commissie van 19 november 2002 houdende de financiële kaderregeling van de organen zoals bedoeld in artikel 185 van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 van de Raad houdende het Financieel Reglement van toepassing op de algemene begroting van de Europese Gemeenschappen(5),

–  gezien Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 1271/2013 van de Commissie van 30 september 2013 houdende de financiële kaderregeling van de organen, bedoeld in artikel 208 van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad(6), en met name artikel 108,

–  gezien artikel 94 en bijlage V van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole en het advies van de Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid (A8‑0103/2016),

1.  stelt vast dat de definitieve jaarrekening van het Europees Centrum voor ziektepreventie en ‑bestrijding overeenkomt met de weergave in de bijlage bij het verslag van de Rekenkamer;

2.  hecht zijn goedkeuring aan de afsluiting van de rekeningen van het Europees Centrum voor ziektepreventie en ‑bestrijding voor het begrotingsjaar 2014;

3.  verzoekt zijn Voorzitter dit besluit te doen toekomen aan de directeur van het Europees Centrum voor ziektepreventie en ‑bestrijding, de Raad, de Commissie en de Rekenkamer, en te zorgen voor publicatie ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie (serie L).

(1) PB C 409 van 9.12.2015, blz. 122.
(2) PB C 409 van 9.12.2015, blz. 122.
(3) PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1.
(4) PB L 142 van 30.4.2004, blz. 1.
(5) PB L 357 van 31.12.2002, blz. 72.
(6) PB L 328 van 7.12.2013, blz. 42.


3. Resolutie van het Europees Parlement van 28 april 2016 met de opmerkingen die een integrerend deel uitmaken van het besluit over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van het Europees Centrum voor ziektepreventie en ‑bestrijding voor het begrotingsjaar 2014 (2015/2177(DEC))

Het Europees Parlement,

–  gezien zijn besluit over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van het Europees Centrum voor ziektepreventie en ‑bestrijding voor het begrotingsjaar 2014,

–  gezien artikel 94 en bijlage V van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole en het advies van de Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid (A8‑0103/2016),

A.  overwegende dat volgens de financiële staten de definitieve begroting van het Europees Centrum voor ziektepreventie en bestrijding (hierna "het Centrum") voor het begrotingsjaar 2014 60 486 000 EUR bedroeg, een stijging van 3,72 % ten opzichte van 2013; overwegende dat 97 % van de begroting van het Centrum wordt gefinancierd met middelen van de begroting van de Unie;

B.  overwegende dat de Rekenkamer in haar verslag over de jaarrekening van het Europees Centrum voor ziektepreventie en bestrijding voor het begrotingsjaar 2014 (hierna "het verslag van de Rekenkamer") verklaard heeft redelijke zekerheid te hebben gekregen dat de jaarrekening van het Bureau voor 2014 betrouwbaar is en de onderliggende verrichtingen wettig en regelmatig zijn;

Follow‑up van de kwijting voor 2013

1.  verneemt van het Centrum dat:

   een strategie voor verificatie achteraf is ontwikkeld en dat de controles achteraf voor de periode 2012‑2013 in 2014 zijn uitgevoerd met gebruikmaking van het interinstitutioneel kadercontract voor controles;
   in 2014 in het kader van het grote verificatieplan twee controles zijn geselecteerd en afgerond; neemt ter kennis dat in het kader van één controle 2,9% van de betaalde uitgaven is teruggevorderd en dat in het kader van de andere controle geen terugvordering nodig was;

Financieel en begrotingsbeheer

2.  merkt op dat de inspanningen op het gebied van begrotingstoezicht gedurende het begrotingsjaar 2014 hebben geresulteerd in een hoog uitvoeringspercentage van de begroting (van 98,77%), hetgeen neerkomt op een stijging van 5,81 % ten opzichte van het jaar 2013; neemt ter kennis dat het uitvoeringspercentage van de betalingskredieten 80,37 % bedroeg, een stijging van 6,23 % ten opzichte van het voorgaande jaar;

3.  neemt er nota van dat, aangezien de vergrootte wegingsfactor voor Zweden tussen 2010 en 2013 een totale begrotingsimpact van 5 miljoen EUR op de begroting van het Centrum voor 2014 heeft had, het Centrum om 2 miljoen EUR extra van de Unie-begroting had gevraagd ter dekking van de toegenomen kosten en dat als gevolg daarvan in 2014 bij wijze van uitzondering 2 miljoen EUR extra, afkomstig van het positieve resultaat van het Centrum in 2013, aan het Centrum werd toegekend;

Vastleggingen en overdrachten

4.  stelt vast dat het niveau van overgedragen vastgelegde kredieten 25% was (1 600 000 EUR) voor titel II (administratieve uitgaven) en 49% (8 100 000 EUR) voor titel III (beleidsuitgaven); neemt ter kennis dat de overdrachten voor titel II vooral betrekking hadden op de geplande aankoop van IT-apparatuur en ‑software in de tweede helft van 2014, die pas in 2015 moest worden betaald; neemt daarnaast ter kennis dat de overdrachten voor titel III betrekking hadden op de meerjarenprojecten van het Centrum, ict ter ondersteuning van beleidsactiviteiten en deskundigenadvies;

5.  neemt ter kennis dat bij de begrotingsplanning en ‑uitvoering van beleidsbijeenkomsten verbeteringen zijn doorgevoerd, met name in de vorm van het gebruik van de daadwerkelijke gemiddelde ticketprijs in plaats van begrotingsplafonds voor evenementen en de implementatie van een systeem voor snelle annuleringen na vergaderingen; stelt vast dat het Centrum de uitgaven voor beleidsbijeenkomsten goed in de gaten moet houden, teneinde onnodige overdrachten en annuleringen te voorkomen, door middel van de implementatie van driemaandelijkse toetsingen van het vergaderrooster van het Centrum en de invoering van een goedkeuringsproces voor het beheer van wijzigingen in en toevoegingen aan dat rooster;

6.  dringt er bij het Centrum op aan het volume van de naar het volgende jaar over te hevelen gebonden middelen in de toekomst door de toepassing van alle ter beschikking staande maatregelen, zoals de implementatie van de goede praktijken van andere agentschappen, zo veel mogelijk te reduceren;

Aanbestedings- en aanwervingsprocedures

7.  neemt ter kennis dat het Centrum in 2014 16 personeelsleden heeft aangeworven en dat tien mensen het Centrum hebben verlaten; neemt ter kennis dat het Centrum aan het eind van het jaar 182 tijdelijke ambtenaren had, 92 mensen met een contract en drie gedetacheerde nationale deskundigen; heeft van het Centrum vernomen dat alle lidstaten, met uitzondering van Luxemburg en Kroatië, in het personeelsbestand van het Centrum zijn vertegenwoordigd;

8.  neemt ter kennis dat het Centrum in zijn aanbestedingsprocedures met name aandacht heeft besteed aan consistentie in de documenten; onderstreept dat de Commissie voor aanbestedingen, contracten en subsidies van het Centrum een aanvullend mechanisme voor kwaliteitscontrole vormt; dringt er bij het Centrum op aan in het bijzonder scherp te letten op mogelijke belangenverstrengelingen bij aanbestedingen, opdrachten, aanwervingen en contracten, teneinde voor meer transparantie te zorgen;

9.  verzoekt het Centrum om de maatregelen inzake discretie en uitsluiting bij openbare aanbestedingen strikt toe te passen, en erop toe te zien dat in alle gevallen een grondig achtergrondonderzoek wordt verricht, en om de uitsluitingsgronden toe te passen zodat ondernemingen in geval van belangenconflicten worden geweerd, aangezien dit van essentieel belang is om de financiële belangen van de EU te beschermen;

10.  neemt er nota van dat het aantal vaste personeelsleden in 2014 van 287 tot 277 is gedaald als gevolg van de vereiste reducering van het aantal posten in de lijst van het aantal ambten met 10 % in de periode tot 2018;

11.  merkt op dat het Centrum 75,5 % van zijn personeel inzet voor operationele activiteiten; spoort het Centrum aan op deze weg verder te gaan;

Preventie van en omgang met belangenconflicten en transparantie

12.  is verheugd over de vaststelling – in 2014 – van een antifraudestrategie, waarbij rekening is gehouden met de richtsnoeren van het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF);

Interne-controlemaatregelen

13.  neemt ter kennis dat het Centrum in 2014 de implementatie van zijn normen voor interne controles tegen het licht heeft gehouden; stelt met tevredenheid vast dat drie normen voor interne controles bijna volledig worden geïmplementeerd, en dat de overige normen volledig worden geïmplementeerd;

Interne controle

14.  neemt ter kennis dat de dienst Interne Audit (IAS) van de Commissie in 2014 een auditonderzoek heeft verricht naar opleiding met betrekking tot volksgezondheid en hierover een rapport heeft opgesteld met aanbevelingen, waarvan er één werd aangemerkt als "zeer belangrijk" en zes als "belangrijk"; stelt vast dat het actieplan van het Centrum door de IAS is geaccepteerd en op dit moment ten uitvoer wordt gelegd;

Overige opmerkingen

15.  juicht de ontwikkeling en lancering – op de website van het Centrum – van de Surveillance Atlas of Infectious Diseases ("de Atlas") toe; neemt ter kennis dat het Centrum eind 2014 in die Atlas gegevens op Europees en soms internationaal niveau over vier ziekten publiceerde, en spoort het Centrum aan met dit project door te gaan; betreurt het overigens dat het Centrum zich wat communicatie-activiteiten betreft hoofdzakelijk heeft beperkt tot publicaties op zijn webportaal en dat het door de media in de EU niet als een belangrijke bron van informatie is aangemerkt; verzoekt het Centrum maatregelen te nemen om zijn zichtbaarheid in de media te vergroten;

16.  stelt vast dat alle door het Centrum opgestelde en gepubliceerde rapporten als down te loaden documenten op de website van het Centrum openbaar zijn gemaakt, alsook dat het Centrum steeds vaker gegevens, grafieken, kaarten en infographics in downloadbare vorm openbaar maakt; stelt vast dat in 2014 een nieuw onderdeel, "Data and Tools" aan de website van het Centrum is toegevoegd als centraal punt van toegang tot interactieve gegevens, kaarten en vergelijkbaar bronnenmateriaal; betreurt het dat de informatie op het webportaal niet in alle talen van de Unie bekend wordt gemaakt;

17.  dringt er bij het Centrum op aan zijn procedures en vaste praktijken ter bescherming van de financiële belangen van de Unie te versterken en actief mee te werken aan een resultaatgerichte kwijtingsprocedure;

18.  herinnert eraan dat het Centrum, als EU-agentschap, een begroting heeft die is uitgedrukt in euro's, maar veel uitgaven doet in een andere munteenheid (de Zweedse kroon) aangezien het in een land is gevestigd dat geen onderdeel van de eurozone uitmaakt; merkt op dat het Centrum begin 2014 een herziene omrekenkoers voor de convertering van euro's in Zweedse kronen moest toepassen en de kosten in euro's van uitgaven in Zweedse kronen teruggaand tot 2011 moest aanpassen, hetgeen resulteerde in een aantal herzieningen van zijn werkprogramma; is er verheugd over dat het Centrum eind 2014 bijna 85 % van zijn werkprogramma voor 2014 ten uitvoer had gelegd, alsook 117 noodacties had geïmplementeerd op het gebied van ziektebestrijding, in concreto met betrekking tot de ongekende ebola-epidemie in West-Afrika en daarna in meerdere delen van de wereld;

19.  onderkent dat het algemene beheer in de tweede helft van 2014 in het teken van bedrijfscontinuïteitskwesties heeft gestaan, zoals de noodzaak om evenwichtige keuzes te maken en de planning aan te passen aan bedreigingen met een hoge prioriteit, terwijl er tegelijkertijd voor moest worden gezorgd dat belangrijke diensten en projecten door konden gaan; is er verheugd over dat het Centrum de kwaliteit van zijn diensten desondanks in grote lijnen op een hoog niveau heeft weten te houden;

20.  neemt er nota van dat tijdens de ebolacrisis meer dan 100 personeelsleden van het Centrum steun hebben verleend aan de Unie-reactie op de ziekte, en is tevreden over de flexibiliteit, servicegerichtheid en toegewijdheid aan wetenschappelijke excellentie die het Centrum bij deze gelegenheid aan de dag heeft gelegd;

o
o   o

21.  verwijst voor andere, horizontale opmerkingen bij zijn kwijtingsbesluit naar zijn resolutie van 28 april 2016(1) over het functioneren en het financiële beheer van en de controle op de agentschappen.

(1) Aangenomen teksten van die datum, P8_TA(2016)0159.

Juridische mededeling