Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2015/2190(DEC)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A8-0096/2016

Ingediende teksten :

A8-0096/2016

Debatten :

PV 27/04/2016 - 17
CRE 27/04/2016 - 17

Stemmingen :

PV 28/04/2016 - 4.45
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2016)0181

Aangenomen teksten
PDF 187kWORD 84k
Donderdag 28 april 2016 - Brussel Definitieve uitgave
Kwijting 2014: Europese Autoriteit voor effecten en markten (ESMA)
P8_TA(2016)0181A8-0096/2016
Besluit
 Besluit
 Resolutie

1. Besluit van het Europees Parlement van 28 april 2016 over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van de Europese Autoriteit voor effecten en markten voor het begrotingsjaar 2014 (2015/2190(DEC))

Het Europees Parlement,

–  gezien de definitieve jaarrekening van de Europese Autoriteit voor effecten en markten voor het begrotingsjaar 2014,

–  gezien het verslag van de Rekenkamer over de jaarrekening van de Europese Autoriteit voor effecten en markten voor het begrotingsjaar 2014 vergezeld van de antwoorden van de Autoriteit(1),

–  gezien de verklaring van de Rekenkamer(2) voor het begrotingsjaar 2014 waarin de betrouwbaarheid van de rekeningen en de wettigheid en regelmatigheid van de onderliggende verrichtingen worden bevestigd, overeenkomstig artikel 287 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien de aanbeveling van de Raad van 12 februari 2016 betreffende de aan de Autoriteit te verlenen kwijting voor de uitvoering van de begroting voor het begrotingsjaar 2014 (05584/2016 – C8-0088/2016),

–  gezien artikel 319 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002(3), en met name artikel 208,

–  gezien Verordening (EU) nr. 1095/2010 van het Europees Parlement en de Raad van 24 november 2010 tot oprichting van een Europese toezichthoudende autoriteit (Europese Autoriteit voor effecten en markten), tot wijziging van Besluit nr. 716/2009/EG en tot intrekking van Besluit 2009/77/EG(4), van de Commissie, en met name artikel 64,

–  gezien Verordening (EG, Euratom) nr. 2343/2002 van de Commissie van 19 november 2002 houdende de financiële kaderregeling van de organen zoals bedoeld in artikel 185 van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 van de Raad houdende het Financieel Reglement van toepassing op de algemene begroting van de Europese Gemeenschappen(5),

–  gezien Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 1271/2013 van de Commissie van 30 september 2013 houdende de financiële kaderregeling van de organen, bedoeld in artikel 208 van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad(6), en met name artikel 108,

–  gezien artikel 94 en bijlage V van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole en het advies van de Commissie economische en monetaire zaken (A8-0096/2016),

1.  verleent de uitvoerend directeur van de Europese Autoriteit voor effecten en markten kwijting voor de uitvoering van de begroting van de Autoriteit voor het begrotingsjaar 2014;

2.  formuleert zijn opmerkingen in bijgaande resolutie;

3.  verzoekt zijn Voorzitter dit besluit en de resolutie die daarvan een integrerend deel uitmaakt, te doen toekomen aan de uitvoerend directeur van de Europese Autoriteit voor effecten en markten, de Raad, de Commissie en de Rekenkamer, en te zorgen voor publicatie ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie (serie L).

(1) PB C 409 van 9.12.2015, blz. 255.
(2) PB C 409 van 9.12.2015, blz. 255.
(3) PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1.
(4) PB L 331 van 15.12.2010, blz. 84.
(5) PB L 357 van 31.12.2002, blz. 72.
(6) PB L 328 van 7.12.2013, blz. 42.


2. Besluit van het Europees Parlement van 28 april 2016 over de afsluiting van de rekeningen van de Europese Autoriteit voor effecten en markten voor het begrotingsjaar 2014 (2015/2190(DEC))

Het Europees Parlement,

–  gezien de definitieve jaarrekening van de Europese Autoriteit voor effecten en markten voor het begrotingsjaar 2014,

–  gezien het verslag van de Rekenkamer over de jaarrekening van de Europese Autoriteit voor effecten en markten voor het begrotingsjaar 2014 vergezeld van de antwoorden van de Autoriteit(1),

–  gezien de verklaring van de Rekenkamer(2) voor het begrotingsjaar 2014 waarin de betrouwbaarheid van de rekeningen en de wettigheid en regelmatigheid van de onderliggende verrichtingen worden bevestigd, overeenkomstig artikel 287 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien de aanbeveling van de Raad van 12 februari 2016 betreffende de aan de Autoriteit te verlenen kwijting voor de uitvoering van de begroting voor het begrotingsjaar 2014 (05584/2016 – C8-0088/2016),

–  gezien artikel 319 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002(3), en met name artikel 208,

–  gezien Verordening (EU) nr. 1095/2010 van het Europees Parlement en de Raad van 24 november 2010 tot oprichting van een Europese toezichthoudende autoriteit (Europese Autoriteit voor effecten en markten), tot wijziging van Besluit nr. 716/2009/EG en tot intrekking van Besluit 2009/77/EG(4), van de Commissie, en met name artikel 64,

–  gezien Verordening (EG, Euratom) nr. 2343/2002 van de Commissie van 19 november 2002 houdende de financiële kaderregeling van de organen zoals bedoeld in artikel 185 van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 van de Raad houdende het Financieel Reglement van toepassing op de algemene begroting van de Europese Gemeenschappen(5),

–  gezien Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 1271/2013 van de Commissie van 30 september 2013 houdende de financiële kaderregeling van de organen, bedoeld in artikel 208 van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad(6), en met name artikel 108,

–  gezien artikel 94 en bijlage V van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole en het advies van de Commissie economische en monetaire zaken (A8-0096/2016),

1.  stelt vast dat de definitieve jaarrekening van de Europese Autoriteit voor effecten en markten overeenkomt met de weergave in de bijlage bij het verslag van de Rekenkamer;

2.  hecht zijn goedkeuring aan de afsluiting van de rekeningen van de Europese Autoriteit voor effecten en markten voor het begrotingsjaar 2014;

3.  verzoekt zijn Voorzitter dit besluit te doen toekomen aan de uitvoerend directeur van de Europese Autoriteit voor effecten en markten, de Raad, de Commissie en de Rekenkamer, en te zorgen voor publicatie ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie (serie L).

(1) PB C 409 van 9.12.2015, blz. 255.
(2) PB C 409 van 9.12.2015, blz. 255.
(3) PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1.
(4) PB L 331 van 15.12.2010, blz. 84.
(5) PB L 357 van 31.12.2002, blz. 72.
(6) PB L 328 van 7.12.2013, blz. 42.


3. Resolutie van het Europees Parlement van 28 april 2016 met de opmerkingen die een integrerend deel uitmaken van het besluit over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van de Europese Autoriteit voor effecten en markten voor het begrotingsjaar 2014 (2015/2190(DEC))

Het Europees Parlement,

–  gezien zijn besluit over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van de Europese Autoriteit voor effecten en markten voor het begrotingsjaar 2014,

–  gezien artikel 94 en bijlage V van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole en het advies van de Commissie economische en monetaire zaken (A8-0096/2016),

A.  overwegende dat de definitieve begroting van de Europese Autoriteit voor effecten en markten (hierna: "de Autoriteit") voor het begrotingsjaar 2014 volgens haar jaarrekening 33 267 143 EUR bedroeg, hetgeen een toename van 18,02 % betekent ten opzichte van 2013, als gevolg van de bijkomende taken die de Autoriteit zijn toevertrouwd;

B.  overwegende dat de Rekenkamer in haar verslag over de jaarrekening van de Europese Autoriteit voor effecten en markten voor het begrotingsjaar 2014 (hierna: "het verslag van de Rekenkamer") verklaard heeft redelijke zekerheid te hebben gekregen dat de jaarrekening van de Autoriteit betrouwbaar is en de onderliggende verrichtingen wettig en regelmatig zijn;

1.  herinnert eraan dat het Parlement bij de totstandbrenging van een nieuw en omvattend Europees systeem voor financieel toezicht (ESFS) in de nasleep van de financiële crisis, en bij de oprichting van de Autoriteit als onderdeel van het ESFS in 2011, een belangrijke stuwende kracht is geweest;

2.  onderstreept dat de rol van de Autoriteit bij de bevordering van een gemeenschappelijke toezichtsregeling voor de gehele interne markt essentieel is voor het waarborgen van een financiële stabiliteit, een beter geïntegreerde, transparantere, meer doelmatige en veiligere financiële markt, alsook voor een hoger niveau van consumentenbescherming in de Unie;

3.  benadrukt dat de werkzaamheden van de Autoriteit van zuiver technische aard zijn en dat belangrijke politieke besluiten voorbehouden zijn aan de wetgever van de Unie;

Opmerkingen over de betrouwbaarheid van de rekeningen

4.  maakt uit het verslag van de Rekenkamer op dat de vergoedingen die de onder toezicht staande entiteiten werden aangerekend en als ontvangsten voorkomen in de voorlopige staat van de financiële resultaten, waren gebaseerd op ramingen in plaats van op de werkelijke kosten voor de verrichte toezichtactiviteiten; stelt vast dat de Autoriteit in 2014 een op activiteiten gebaseerd kostenmodel ontwikkeld heeft waarmee de uitgaven voor haar toezichtactiviteiten nauwkeurig gevolgd kunnen worden; stelt voorts vast dat de Autoriteit dit model met ingang van 2015 toepast met als gevolg dat de vergoedingen voor toezicht aan de hand van de werkelijke kosten berekend worden;

Opmerkingen over de wettigheid en regelmatigheid van de verrichtingen

5.  maakt uit het verslag van de Rekenkamer op dat de Autoriteit van haar voorganger, het Comité van Europese effectenregelgevers (CEER), een aantal IT-kadercontracten heeft geërfd; merkt op dat die contracten verband hielden met de hosting van haar datacentra, alsook met de ontwikkeling en het onderhoud van haar systemen; stelt met bezorgdheid vast dat niet tijdig werd opgeroepen tot inschrijving voor de vervanging van deze IT-contracten en als gevolg daarvan twee contracten na hun aanvankelijke looptijd moesten worden verlengd; acht het zorgelijk dat dit ertoe geleid heeft dat de Autoriteit voor het jaar 2014 bepaalde IT-diensten moest verwerven via een Franse aankoopcentrale (Union de Groupements d'Achats Publics - UGAP), voor het bedrag van 956 000 EUR; wijst erop dat het inhuren van UGAP strijdig was met het Financieel Reglement; onderkent dat de Autoriteit voor verwerving het gebruik van de kadercontracten van UGAP heeft stopgezet en alle IT-kadercontracten van het CEER door eigen contracten heeft vervangen;

Financieel en begrotingsbeheer

6.  merkt op dat inspanningen op het gebied van begrotingstoezicht gedurende het begrotingsjaar 2014 hebben geresulteerd in een uitvoeringspercentage van de begroting van 98,89 %, hetgeen ten opzichte van 2013 een verhoging van 5,71 % betekent en erop wijst dat vastleggingen tijdiger werden gedaan; merkt op dat het uitvoeringspercentage van de kredieten voor betalingen 81,16 % bedroeg;

7.  stelt vast dat het totale annuleringspercentage voor uit 2013 overgedragen vastlegde kredieten 19 % bedroeg; onderkent dat deze annuleringen vooral verband hielden met vertragingen bij de levering van diensten door de contractanten, de geannuleerde aankoop van licenties voor een geschrapt project, problemen bij de uitvoering van een contract voor tijdelijk personeel en de omschakeling van het vorige naar het nieuwe kadercontract voor IT-consultancy;

Vastleggingen en overdrachten

8.  verneemt uit het verslag van de Rekenkamer dat het niveau van de naar 2015 overgedragen vastgelegde kredieten voor titel III (administratieve uitgaven) 45 % bedroeg, een afname van 13 % ten opzichte van 2013; onderkent dat die overdrachten hoofdzakelijk het gevolg waren van IT- en andere in 2014 geleverde diensten die aan het eind van het jaar nog niet betaald waren, alsook van het meerjarig karakter van gesloten overeenkomsten;

Overschrijvingen

9.  stelt met tevredenheid vast dat de Autoriteit het aantal overschrijvingen in 2014 heeft verlaagd door elk kwartaal een grondige herziening van de begroting uit te voeren, alsook door middel van maandelijkse rapportages aan de uitvoerend directeur en kwartaalrapportages aan de raad van bestuur, teneinde een beter en meer transparant begrotingstoezicht te waarborgen;

Aanbestedings- en aanwervingsprocedures

10.  merkt op dat de Autoriteit aan het eind van het jaar 167 personeelsleden had, in vergelijking met 139 in het voorgaande jaar; verneemt van de Autoriteit dat een optimaal gender- en geografisch evenwicht nagestreefd wordt, met als gevolg dat 24 verschillende nationaliteiten uit de Unie en de Europese Economische Ruimte vertegenwoordigd zijn, met een verhouding van 55 % mannelijke en 45 % vrouwelijke personeelsleden;

Preventie van en omgang met belangenconflicten en transparantie

11.  onderkent dat de Autoriteit, tezamen met de Europese Bankautoriteit (EBA) en de Europese Autoriteit voor verzekeringen en bedrijfspensioenen (Eiopa), voor haar personeelsleden een beleid inzake het beheer van belangenconflicten heeft ontwikkeld; merkt op dat dit beleid in maart 2015 vastgesteld is; merkt voorts op dat de raad van toezichthouders van de Autoriteit in september 2014 voor niet-personeelsleden een beleid inzake het beheer van belangenconflicten heeft vastgesteld; stelt vast dat de Autoriteit de belangenverklaringen van haar personeelsleden jaarlijks zal verzamelen en beoordelen, bewustmakingssessies voor personeel en nieuwkomers zal organiseren, alsook ad-hocverklaringen van haar personeelsleden zal beoordelen om het besef te verhogen van het belang om belangenconflicten te voorkomen;

12.  merkt op dat de cv's en belangenverklaringen van de hogere leiding van de Autoriteit, de leden met stemrecht van de raad van toezichthouders, en de leden van de Stakeholdergroep effecten en markten, op de website van de Autoriteit beschikbaar zijn gesteld;

13.  onderkent dat de Autoriteit in 2014, in nauwe samenwerking met de EBA en de Eiopa, een fraudebestrijdingsstrategie heeft ontwikkeld voor de periode 2015-2017 en dat de uitvoering daarvan de capaciteit van de Autoriteit zal verhogen om eventuele fraudezaken te voorkomen, op te sporen, te onderzoeken en te bestraffen;

14.  verzoekt de Autoriteit in navolging van de EBA te zorgen voor meer transparantie door al haar bijeenkomsten met belanghebbende derde partijen bekend te maken;

Interne audit

15.  merkt op dat de dienst Interne Audit van de Commissie (IAS) een audit heeft uitgevoerd van "IT-governance en projectbeheer" en een audit gestart is van "stakeholderbeheer en externe communicatie"; stelt vast dat in juni 2014 de IAS een vervolgbezoek heeft afgelegd en de uitvoering van de internecontrolenormen van de Autoriteit heeft geëvalueerd; onderkent de vaststelling van de IAS dat zeven van veertien aanbevelingen reeds uitgevoerd waren en dat enkele lopende aanbevelingen voor afronding naar de IAS gezonden zijn en opnieuw geëvalueerd worden;

Overige opmerkingen

16.  merkt op dat de Autoriteit verschillende maatregelen heeft getroffen om de kwestie van te late betalingen aan te pakken, die in 2013 27 % betrof van alle betalingen voor ontvangen goederen en diensten; onderkent dat deze maatregelen in 2015 hebben geleid tot de verlaging van het percentage te late betalingen tot minder dan 1 %;

17.  stelt dat de jaarverslagen van de Autoriteit een belangrijke rol zouden kunnen vervullen bij de naleving van de normen inzake transparantie, verantwoordingsplicht en integriteit; dringt er bij de Autoriteit op aan in zijn jaarverslag een standaardhoofdstuk over deze punten op te nemen;

18.  merkt op dat de Autoriteit, na besprekingen met het gastland, is begonnen met het terugvorderen van btw, overeenkomstig het Protocol nr. 7 betreffende de voorrechten en immuniteiten van de Europese Unie en de btw-richtlijn van de Raad(1); onderkent dat in 2013 een procedure voor btw-vorderingen is ingevoerd met deelname van de financiële actoren die aan het begin staan van de betreffende circuits; stelt vast dat als gevolg van deze maatregel met ingang van 2014 een kwartaalprocedure voor de vordering en terugbetaling van btw is ingevoerd, die tot de feitelijke oplossing van de kwestie van terugvordering van btw heeft geleid;

19.  wijst erop dat de Autoriteit bij de uitvoering van haar werkzaamheden bijzondere aandacht moet besteden aan de handhaving van de veiligheid en deugdelijkheid van de financiële sector, het waarborgen van de verenigbaarheid met het Unierecht, de inachtneming van het evenredigheidsbeginsel en de naleving van de basisbeginselen van de interne markt voor financiële diensten; onderstreept dat de Autoriteit, op die basis, moet streven naar ondubbelzinnige, consistente en coherente uitkomsten die niet nodeloos ingewikkeld zijn;

20.  wijst erop dat het van bijzonder belang is dat de door de Autoriteit opgestelde bepalingen zodanig zijn opgezet dat deze ook door kleinere entiteiten kunnen worden toegepast;

21.  benadrukt dat, bij alle aangelegenheden in verband met de middelen van de Autoriteit, ervoor moet worden gezorgd dat het mandaat consistent moet kunnen worden uitgeoefend en dat de praktische beperkingen van onafhankelijk, betrouwbaar en doeltreffend toezicht niet van budgettaire aard zijn;

22.  onderkent dat de opbouwfase van het ESFS nog steeds niet voltooid is en wijst er in dit verband op dat voor de reeds aan de Autoriteit toevertrouwde taken alsook voor in de lopende wetgeving beoogde taken voldoende personeel, wat zowel de omvang als opleidingsniveau en financiële middelen betreft, nodig is om de voorwaarden voor een adequaat toezicht te scheppen; onderstreept dat, om de kwaliteit van de toezichtswerkzaamheden te handhaven, de uitbreiding van het takenpakket in zeer veel gevallen gepaard moet gaan met de beschikbaarstelling van meer middelen; benadrukt niettemin dat iedere eventuele verhoging van de aan de Autoriteit toegewezen middelen terdege moet worden onderbouwd en waar mogelijk vergezeld moet gaan van rationaliseringsmaatregelen;

23.  benadrukt dat de Autoriteit zich zorgvuldig moet houden aan de haar door de wetgever van de Unie toegekende taken en niet mag proberen haar mandaat de facto daarbuiten uit te breiden, en er tegelijkertijd voor moet zorgen dat alle taken volledig worden uitgevoerd; onderstreept dat de Autoriteit, bij de uitvoering van haar taken en in het bijzonder bij de opstelling van technische normen en technisch advies, het Europees Parlement stelselmatig en uitgebreid op de hoogte dient te houden van haar werkzaamheden; betreurt het dat dit in het verleden niet altijd is gebeurd;

24.  benadrukt dat de Autoriteit bij het opstellen van uitvoeringswetgeving, richtsnoeren, vragen en antwoorden of soortgelijke maatregelen altijd het door de wetgever van de Unie toegekende mandaat moet eerbiedigen en niet mag proberen normen vast te stellen op gebieden waar nog wetgevingsprocedures lopen;

25.  betreurt het te moeten erkennen dat de Autoriteit niet in staat is geweest om de wetgever van de Unie over alle details van haar lopende werkzaamheden voldoende en uitgebreid op de hoogte te houden;

26.  betreurt het dat in verschillende gevallen informatie van de Autoriteit beschikbaar was voor lidstaten of belanghebbende derde partijen, die niet aan het Parlement verstrekt was; verzoekt de Autoriteit doeltreffende maatregelen te nemen om aan dit wanbeheer een einde te maken en het Parlement en de lidstaten op gelijke voet te behandelen zowel met betrekking tot de inhoud als tot de tijdigheid van de bekendgemaakte informatie;

27.  concludeert dat de gemengde financieringsregeling van de Autoriteit, die sterk afhankelijk is van bijdragen van bevoegde nationale autoriteiten, ontoereikend, inflexibel en omslachtig is, en een potentiële bedreiging vormt voor haar onafhankelijkheid; dringt er daarom bij de Commissie op aan, in het voor het tweede kwartaal van 2016 geplande witboek en in een uiterlijk 2017 in te dienen wetgevingsvoorstel, een andere financieringsregeling voor te stellen die gebaseerd is op een afzonderlijke begrotingslijn in de Uniebegroting en op de volledige vervanging van de bijdragen van nationale autoriteiten door vergoedingen die door marktdeelnemers betaald worden;

28.  verzoekt de Autoriteit de communicatie met het Parlement over ontwerpadviezen of technische normen in verband met de kalibratie van prudentiële formules aan te vullen met een volledige omschrijving van de in dergelijke kalibraties gebruikte gegevens en methodologie;

o
o   o

29.  verwijst voor andere, horizontale opmerkingen bij zijn kwijtingsbesluit naar zijn resolutie van 28 april 2016(2) over het functioneren en het financiële beheer van en de controle op de agentschappen.

(1) Richtlijn 2006/112/EG van de Raad van 28 november 2006 betreffende het gemeenschappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde waarde (PB L 347 van 11.12.2006, blz. 1).
(2) Aangenomen teksten van die datum, P8_TA(2016)0159.

Juridische mededeling