Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2015/2173(DEC)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A8-0116/2016

Ingediende teksten :

A8-0116/2016

Debatten :

PV 27/04/2016 - 17
CRE 27/04/2016 - 17

Stemmingen :

PV 28/04/2016 - 4.46
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2016)0182

Aangenomen teksten
PDF 298kWORD 77k
Donderdag 28 april 2016 - Brussel Definitieve uitgave
Kwijting 2014: Europese Stichting voor opleiding (ETF)
P8_TA(2016)0182A8-0116/2016
Besluit
 Besluit
 Resolutie

1. Besluit van het Europees Parlement van 28 april 2016 over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van de Europese Stichting voor opleiding voor het begrotingsjaar 2014 (2015/2173(DEC))

Het Europees Parlement,

–  gezien de definitieve jaarrekening van de Europese Stichting voor opleiding voor het begrotingsjaar 2014,

–  gezien het verslag van de Rekenkamer over de jaarrekening van de Europese Stichting voor opleiding betreffende het begrotingsjaar 2014 vergezeld van de antwoorden van de Stichting(1),

–  gezien de verklaring van de Rekenkamer(2) voor het begrotingsjaar 2014 waarin de betrouwbaarheid van de rekeningen en de wettigheid en regelmatigheid van de onderliggende verrichtingen worden bevestigd, overeenkomstig artikel 287 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien de aanbeveling van de Raad van 12 februari 2016 betreffende de aan de Stichting te verlenen kwijting voor de uitvoering van de begroting voor het begrotingsjaar 2014 (05584/2016 – C8-0071/2016),

–  gezien artikel 319 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002(3), en met name artikel 208,

–  gezien Verordening (EG) nr. 1339/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 2008 tot oprichting van de Europese Stichting voor opleiding(4), en met name artikel 17,

–  gezien Verordening (EG, Euratom) nr. 2343/2002 van de Commissie van 19 november 2002 houdende de financiële kaderregeling van de organen zoals bedoeld in artikel 185 van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 van de Raad houdende het Financieel Reglement van toepassing op de algemene begroting van de Europese Gemeenschappen(5),

–  gezien Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 1271/2013 van de Commissie van 30 september 2013 houdende de financiële kaderregeling van de organen, bedoeld in artikel 208 van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad(6), en met name artikel 108,

–  gezien artikel 94 van en bijlage V bij zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole en het advies van de Commissie werkgelegenheid en sociale zaken (A8-0116/2016),

1.  verleent de directeur van de Europese Stichting voor opleiding kwijting voor de uitvoering van de begroting van de Stichting voor het begrotingsjaar 2014;

2.  formuleert zijn opmerkingen in bijgaande resolutie;

3.  verzoekt zijn Voorzitter dit besluit en de resolutie die daarvan een integrerend deel uitmaakt, te doen toekomen aan de directeur van de Europese Stichting voor opleiding, de Raad, de Commissie en de Rekenkamer, en te zorgen voor publicatie ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie (serie L).

(1) PB C 409 van 9.12.2015, blz. 266.
(2) PB C 409 van 9.12.2015, blz. 266.
(3) PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1.
(4) PB L 354 van 31.12.2008, blz. 82.
(5) PB L 357 van 31.12.2002, blz. 72.
(6) PB L 328 van 7.12.2013, blz. 42.


2. Besluit van het Europees Parlement van 28 april 2016 over de afsluiting van de rekeningen van de Europese Stichting voor opleiding voor het begrotingsjaar 2014 (2015/2173(DEC))

Het Europees Parlement,

–  gezien de definitieve jaarrekening van de Europese Stichting voor opleiding voor het begrotingsjaar 2014,

–  gezien het verslag van de Rekenkamer over de jaarrekening van de Europese Stichting voor opleiding betreffende het begrotingsjaar 2014 vergezeld van de antwoorden van de Stichting(1),

–  gezien de verklaring van de Rekenkamer(2) voor het begrotingsjaar 2014 waarin de betrouwbaarheid van de rekeningen en de wettigheid en regelmatigheid van de onderliggende verrichtingen worden bevestigd, overeenkomstig artikel 287 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien de aanbeveling van de Raad van 12 februari 2016 betreffende de aan de Stichting te verlenen kwijting voor de uitvoering van de begroting voor het begrotingsjaar 2014 (05584/2016 – C8-0071/2016),

–  gezien artikel 319 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002(3), en met name artikel 208,

–  gezien Verordening (EG) nr. 1339/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 2008 tot oprichting van de Europese Stichting voor opleiding(4), en met name artikel 17,

–  gezien Verordening (EG, Euratom) nr. 2343/2002 van de Commissie van 19 november 2002 houdende de financiële kaderregeling van de organen zoals bedoeld in artikel 185 van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 van de Raad houdende het Financieel Reglement van toepassing op de algemene begroting van de Europese Gemeenschappen(5),

–  gezien Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 1271/2013 van de Commissie van 30 september 2013 houdende de financiële kaderregeling van de organen, bedoeld in artikel 208 van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad(6), en met name artikel 108,

–  gezien artikel 94 van en bijlage V bij zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole en het advies van de Commissie werkgelegenheid en sociale zaken (A8-0116/2016),

1.  stelt vast dat de definitieve jaarrekening van de Europese Stichting voor opleiding overeenkomt met de weergave in de bijlage bij het verslag van de Rekenkamer;

2.  hecht zijn goedkeuring aan de afsluiting van de rekeningen van de Europese Stichting voor opleiding voor het begrotingsjaar 2014;

3.  verzoekt zijn Voorzitter dit besluit te doen toekomen aan de directeur van de Europese Stichting voor opleiding, de Raad, de Commissie en de Rekenkamer, en te zorgen voor publicatie ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie (serie L).

(1) PB C 409 van 9.12.2015, blz. 266.
(2) PB C 409 van 9.12.2015, blz. 266.
(3) PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1.
(4) PB L 354 van 31.12.2008, blz. 82.
(5) PB L 357 van 31.12.2002, blz. 72.
(6) PB L 328 van 7.12.2013, blz. 42.


3. Resolutie van het Europees Parlement van 28 april 2016 met de opmerkingen die een integrerend deel uitmaken van het besluit over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van de Europese Stichting voor opleiding voor het begrotingsjaar 2014 (2015/2173(DEC))

Het Europees Parlement,

–  gezien zijn besluit over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van de Europese Stichting voor opleiding voor het begrotingsjaar 2014,

–  gezien artikel 94 van en bijlage V bij zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole en het advies van de Commissie werkgelegenheid en sociale zaken (A8-0116/2016),

A.  overwegende dat de begroting van de Europese Stichting voor opleiding (de "Stichting") voor het begrotingsjaar 2014 volgens de jaarrekening 20 158 053 EUR bedroeg, wat een stijging van 0,07 % betekent ten opzichte van 2013; overwegende dat de begroting van de Stichting volledig wordt gefinancierd uit de begroting van de Unie;

B.  overwegende dat de Rekenkamer in haar verslag over de jaarrekening van de Stichting voor het begrotingsjaar 2014 (hierna "het verslag van de Rekenkamer") verklaard heeft redelijke zekerheid te hebben gekregen dat de jaarrekening van de Stichting betrouwbaar is en de onderliggende verrichtingen wettig en regelmatig zijn;

Follow-up van de kwijting voor 2013

1.  is ingenomen met het feit dat, nadat in maart 2013 een overeenkomst over de kantoorruimten van de Stichting was bereikt met de autoriteiten van de regio Piemonte, Italië, de Stichting buitengewoon onderhoud van de kantoorruimten heeft uitgevoerd en de rechtstreekse controle over interne systemen als de water-, gas- en elektriciteitsvoorziening op zich heeft genomen, terwijl de gemeenschappelijke systemen blijven vallen onder het algemene beheer van de regio, die ook verantwoordelijk is voor het onderhoud; merkt met genoegen op dat de Stichting en de regio Piemonte in juli 2015 een nieuwe overeenkomst over de kantoorruimten hebben gesloten, die de periode 2016-2018 bestrijkt;

Financieel en begrotingsbeheer

2.  merkt op dat inspanningen op het gebied van begrotingstoezicht gedurende het begrotingsjaar 2014 hebben geresulteerd in een uitvoeringspercentage van de begroting van 99,9 %, waaruit blijkt dat de vastleggingen tijdig werden verricht, en dat het uitvoeringspercentage van de betalingskredieten met 94,8 % hoog was;

3.  erkent dat de Stichting heeft deelgenomen aan de interinstitutionele aanbesteding voor banken, wat heeft geresulteerd in de sluiting van een contract met een nieuwe bank; maakt uit het verslag van de Rekenkamer op dat de Stichting het bij de Italiaanse bank met een lage kredietrating (F3, BBB) aangehouden bedrag heeft verlaagd van 7 500 000 EUR in 2013 tot 1 800 000 EUR in 2014; neemt kennis van het feit dat, als gevolg van specifieke bancaire aangelegenheden, de Stichting verplicht is om een Italiaanse bank aan te houden;

Vastleggingen en overdrachten

4.  maakt uit het verslag van de Rekenkamer op dat het totale bedrag aan vastgelegde kredieten dat naar 2015 is overgedragen, 940 119 EUR bedroeg (4,7 % van de totale kredieten); neemt kennis van het feit dat de overdrachten 756 768 EUR (36,2 %) bedroegen voor titel II (administratieve uitgaven), wat een toename is van 6,2 % ten opzichte van het voorgaande jaar; erkent dat deze overdrachten voornamelijk verband hielden met de aanschaf van nieuwe software, hardware en meubilair;

5.  constateert dat een bedrag van 2 618 494 EUR werd overgedragen vanuit het begrotingsjaar 2013; merkt op dat 85 129 EUR (3,25 %) van de overdrachten vanuit 2013 is geannuleerd; neemt kennis van het feit dat de annulering van overdrachten uit 2013 met 15,9 % voor titel I (personeelsuitgaven) en met 7,6 % voor titel II (administratieve uitgaven) hoog was, wat wijst op een overschatting van de financiële behoeften; merkt op dat, volgens de Stichting, deze annuleringen voornamelijk betrekking hadden op onverwachte vertragingen en onvoorziene personeelskwesties;

Overschrijvingen

6.  merkt met voldoening op dat zowel uit het jaarverslag van de Stichting als uit de controlebevindingen van de Rekenkamer blijkt dat het niveau en de aard van de kredietoverschrijvingen in 2014 binnen de grenzen van de financiële regels zijn gebleven;

Aanbestedings- en aanwervingsprocedures

7.  merkt op dat de Stichting zich sinds de vaststelling van haar herschikte mandaat in 2008 heeft ingespannen om het aantal personeelsleden in centrale administratieve functies te verminderen en tegelijkertijd het aantal gebruikte deskundigen te maximaliseren, waardoor het aantal personeelsleden van haar operationele afdeling met 19 % is toegenomen, van 64 in 2008 tot 76 in 2014;

Preventie van en omgang met belangenconflicten en transparantie

8.  merkt op dat de Stichting in 2014 de leden van haar raad van bestuur, de directeur en senior managers heeft verzocht om cv's en belangenverklaringen over te leggen; merkt voorts op dat de meeste ontvangen cv's en belangenverklaringen zijn gepubliceerd op de website van de Stichting; neemt kennis van het feit dat de Stichting actief streeft naar de publicatie van de resterende cv's en belangenverklaringen, die na ontvangst zullen worden gepubliceerd, mits daarvoor toestemming wordt gegeven; verzoekt de Stichting de kwijtingsautoriteit op de hoogte te houden van de vorderingen inzake aanwerving van hogere leidinggevenden;

9.  spoort de Stichting voorts aan het beleid inzake belangenconflicten onder de aandacht van haar personeel te brengen, naast de lopende bewustmakingsactiviteiten en de opname van integriteit en transparantie als verplichte onderwerpen in aanwervingsprocedures en beoordelingsgesprekken;

10.  merkt op dat de jaarverslagen van de Stichting een belangrijke rol kunnen vervullen bij de naleving van de normen inzake transparantie, verantwoordingsplicht en integriteit; dringt er bij de Stichting op aan in haar jaarverslag een standaardhoofdstuk over deze punten op te nemen;

11.  verzoekt de Stichting haar procedures en praktijken ter bescherming van de financiële belangen van de Unie te verstevigen en actief mee te werken aan een resultaatgerichte kwijtingsprocedure;

Resultaten

12.  merkt op dat 2014 het eerste jaar betrof van het tussentijds perspectief 2014-2017 en prijst de Stichting voor de geraamde effectiviteit van haar prestaties van meer dan 97 %, wanneer de geplande resultaten vergeleken worden met de bereikte resultaten ten aanzien van de drie strategische doelstellingen: 1) versterking van de onderbouwde beleidsanalyses voor beroepsonderwijs en -opleiding ("vocational education and training - VET"), 2) modernisering van de desbetreffende systemen vanuit het oogpunt van een leven lang leren, 3) verhoging van de relevantie van aangeboden beroepsonderwijs en -opleiding in het kader van de arbeidsmarkt en de economische en sociale cohesie;

Interne audit

13.  merkt op dat de dienst Interne Audit van de Commissie (IAS) in overeenstemming met het controleplan in de loop van 2014 geen audit heeft uitgevoerd; heeft zich ervan vergewist dat alle zes door de IAS na de audit van 2013 gedane aanbevelingen inzake deskundigenbeheer en missies eind 2014 door de Stichting ten uitvoer waren gelegd; merkt voorts op dat bewijs is verstrekt voor de jaarlijkse evaluatie van de IAS in 2014 en dat de IAS in juli 2015 vijf van de zes aanbevelingen formeel heeft gesloten en één aanbeveling heeft afgewaardeerd van "zeer belangrijk" tot "belangrijk";

Overige opmerkingen

14.  wijst op de toenemende vraag om ondersteuning van de Stichting in de externe betrekkingen van de Unie, van 78 aanvragen in 2013 tot 82 in 2014, en is van mening dat hiermee de waarde van haar bijdrage aan het wereldwijde optreden van de Unie wordt bevestigd;

15.  wijst erop dat de Stichting in een dynamische omgeving functioneert die een hoge mate van flexibiliteit vergt om haar activiteiten continu bij te werken en aan te passen, teneinde de verwachte resultaten te behalen in de steunverlening aan partnerlanden; herinnert eraan dat 2014 met name gekenmerkt is door de aanhoudende politieke instabiliteit in het zuidelijke en oostelijke Middellandse Zeegebied en in Oost-Europa door de crisis in Oekraïne; stelt voor volledig gebruik te maken van de werkzaamheden van de Stichting op het gebied van migratie en vaardigheden;

o
o   o

16.  verwijst voor andere opmerkingen van horizontale aard bij het kwijtingsbesluit naar zijn resolutie van 28 april 2016(1) over het functioneren en het financiële beheer van en de controle op de agentschappen.

(1) Aangenomen teksten van die datum, P8_TA(2016)0159.

Juridische mededeling