Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2016/2696(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : B8-0583/2016

Ingediende teksten :

B8-0583/2016

Debatten :

Stemmingen :

PV 12/05/2016 - 9.7
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2016)0224

Aangenomen teksten
PDF 266kWORD 73k
Donderdag 12 mei 2016 - Straatsburg Definitieve uitgave
Follow-up en stand van zaken van de Agenda 2030 en de doelstellingen inzake duurzame ontwikkeling
P8_TA(2016)0224B8-0583/2016

Resolutie van het Europees Parlement van 12 mei 2016 over de follow-up en stand van zaken van de Agenda 2030 en de doelstellingen inzake duurzame ontwikkeling (2016/2696(RSP))

Het Europees Parlement,

–  gezin het document getiteld "Onze wereld transformeren: Agenda 2030 voor duurzame ontwikkeling" dat op 25 september 2015 werd goedgekeurd op de VN-wereldtop inzake duurzame ontwikkeling te New York,

–  gezien de derde internationale conferentie over financiering voor ontwikkeling die van 13 tot 16 juli 2015 in Addis Abeba plaatsvond,

–  gezien het verslag van de deskundigengroep van VN-organisaties voor indicatoren voor duurzame-ontwikkelingsdoelstellingen (Inter-Agency Expert Group on Sustainable Development Goal Indicators (IAEG-SDG)), dat op 17 december 2015 werd gepubliceerd en op de 47e zitting van de Statistische Commissie van de VN in maart 2016 werd goedgekeurd,

–  gezien de bijeenkomst op hoog niveau van de Economische en Sociale Raad van de VN (ECOSOC), die van 18 tot 22 juli 2016 zal worden gehouden met als thema "Tenuitvoerlegging van de ontwikkelingsagenda voor de periode na 2015: van beloften naar resultaten",

–  gezien zijn resolutie van 19 mei 2015 over financiële middelen voor ontwikkeling(1),

–   gezien zijn resolutie van 25 november 2014 over de EU en het mondiaal ontwikkelingskader voor de periode na 2015(2),

–  gezien de Overeenkomst van Parijs, goedgekeurd op de 21e Conferentie van de Partijen (COP21) te Parijs op 12 december 2015,

–  gezien artikel 7 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU), waarin is vastgelegd dat de EU toeziet "op de samenhang tussen haar verschillende beleidsmaatregelen en optredens, rekening houdend met het geheel van haar doelstellingen",

–  gezien de in voorbereiding zijnde globale EU-strategie voor het buitenlands en veiligheidsbeleid, die als leidraad zal dienen voor het wereldwijde optreden van de Europese Unie,

–  gezien zijn resolutie van 24 november 2015 over de rol van de EU binnen de VN – hoe kunnen de doelstellingen van het buitenlands beleid van de EU beter worden verwezenlijkt?(3),

–  gezien de conclusies van de Raad van 26 oktober 2015 over beleidscoherentie voor ontwikkeling,

–  gezien de herziening van de Europa 2020-strategie – "De nieuwe aanpak na 2020",

–  gezien de Verklaring van Parijs over de doeltreffendheid van ontwikkelingshulp, de Actieagenda van Accra en de verklaring en het actieplan van het forum op hoog niveau inzake de doeltreffendheid van steun, dat in december 2011 in Busan plaatsvond,

–  gezien de Europese consensus inzake ontwikkeling en de aanstaande herziening daarvan,

–  gezien artikel 208 van het VWEU, waarin wordt bepaald dat het beginsel van beleidscoherentie voor ontwikkeling in aanmerking moet worden genomen bij alle externe beleidsmaatregelen van de EU,

–  gezien de resultaten van de wereldtop over humanitaire hulp die op 23 en 24 mei 2016 te Istanbul (Turkije) zal worden gehouden,

–  gezien het schrijven van 29 maart 2016 van zijn Commissie ontwikkelingssamenwerking aan de commissaris voor Internationale Samenwerking en Ontwikkeling over de follow-up en de toetsing van de doelstellingen inzake duurzame ontwikkeling,

–  gezien artikel 123, lid 2, van zijn Reglement,

A.  overwegende dat in Resolutie 70/1 van de Algemene Vergadering van de VN wordt opgeroepen tot follow-up en toetsing van de doelstellingen en streefcijfers aan de hand van een reeks mondiale indicatoren; overwegende dat de secretaris-generaal van de VN de opdracht heeft gekregen een jaarlijks voortgangsverslag over de doelstellingen inzake duurzame ontwikkeling (SDG's) op te stellen ter ondersteuning van de follow-up en toetsing op het politiek forum op hoog niveau (HLPF) inzake duurzame ontwikkeling; overwegende dat het SDG-voortgangsverslag gebaseerd moet worden op door nationale statistische systemen geproduceerde gegevens en op diverse niveaus verzamelde informatie;

B.  overwegende dat de Statistische Commissie op haar 46e vergadering (3-6 maart 2015) haar goedkeuring heeft gehecht aan de routekaart voor de ontwikkeling en tenuitvoerlegging van een mondiaal indicatorenkader;

C.  overwegende dat de Inter-Agency and Expert Group on Sustainable Development Goal Indicators (IAEG-SDG), die belast is met de volledige ontwikkeling van een voorstel voor het indicatorenkader voor de monitoring van de doelstellingen en streefcijfers voor de Ontwikkelingsagenda voor de periode na 2015, indicatoren heeft voorgesteld voor de toetsing van de Agenda voor 2030 waarover op de 47e vergadering van de Statistische Commissie in maart 2016 overeenstemming werd bereikt;

D.  overwegende dat de voorgestelde reeks van 230 indicatoren voor doelstellingen inzake duurzame ontwikkeling een goed uitgangspunt en een robuust kader vormt voor de follow-up en de toetsing van de vooruitgang die is geboekt met de verwezenlijking van de 17 duurzame-ontwikkelingsdoelstellingen;

E.  overwegende dat meerdere indicatoren nog niet af zijn en dat de ondertekenende lidstaten tegelijkertijd hun eigen nationale indicatoren zullen moeten vaststellen, die afgestemd moeten zijn op de globale indicatoren en toegesneden op hun nationale omstandigheden;

F.  overwegende dat over het mondiaal indicatorenkader in juli 2016 overeenstemming moet worden bereikt door de Economische en Sociale Raad (ECOSOC) en in september 2016 door de Algemene Vergadering;

G.  overwegende dat de Raad Buitenlandse Zaken, onderdeel Ontwikkelingssamenwerking, op 12 mei 2016 bijeen zal komen en dan het standpunt van de EU voor de HLPF-vergadering van juli 2016 zal moeten voorbereiden en zal moeten bepalen in welke context een thematische discussie over handel en ontwikkeling zal worden gehouden die toegespitst is op de EU-bijdrage aan de private sector bij de tenuitvoerlegging van de Agenda 2030;

H.  overwegende dat systeembrede strategische planning, tenuitvoerlegging en verslaglegging noodzakelijk zijn om een samenhangende en geïntegreerde ondersteuning van de tenuitvoerlegging van de nieuwe Agenda door het VN-ontwikkelingssysteem te waarborgen;

I.  overwegende dat het nieuwe universele kader voor duurzame ontwikkeling meer samenhang vereist tussen beleidsdomeinen en EU-spelers, wat betekent dat er meer coördinatie, dialoog en gezamenlijk werk op alle niveaus en binnen en tussen EU-instellingen nodig is om de integratie van de drie pijlers van duurzame ontwikkeling (milieu, economie en maatschappij) in het interne en externe EU-beleid zeker te stellen;

J.  overwegende dat er op de HLPF-bijeenkomst in juli 2016 onder meer vrijwillige toetsingen van 22 landen, waaronder vier Europese landen (Estland, Finland, Frankrijk en Duitsland) zullen worden gehouden, alsook thematische toetsingen van de vooruitgang die ten aanzien van de duurzame-ontwikkelingsdoelstellingen is geboekt, met inbegrip van horizontale kwesties, ondersteund door toetsingen van de functionele commissies van ECOSOC en andere intergouvernementele organen en fora;

1.  verzoekt de afdeling Ontwikkelingssamenwerking van de Raad Buitenlandse Zaken om voorafgaand aan de HLPF-bijeenkomst in juli 2016 een coherent en gemeenschappelijk EU-standpunt te bepalen, met inachtneming van het standpunt van het Parlement zoals dat in deze resolutie is verwoord; is van mening dat het voor de geloofwaardigheid en de leidende positie van de EU cruciaal is dat er een gemeenschappelijk standpunt wordt gepresenteerd; vindt het jammer dat de Commissie niet de door de leden van de commissie Ontwikkelingssamenwerking gevraagde mededeling over de follow-up en de toetsing van de Agenda 2030 heeft gepubliceerd met het oog op de HLPF-bijeenkomst, die als uitgangspunt zou dienen voor het gemeenschappelijke EU-standpunt;

2.  is ingenomen met het verslag van de IAEG over de indicatoren voor duurzame-ontwikkelingsdoelstellingen; is van mening dat dit een opmerkelijk resultaat is en een goed uitgangspunt vormt voor onderhandelingen, aangezien de voorgestelde indicatoren de aandacht vestigen op een veel breder scala aan structurele zorgpunten;

3.  is ingenomen met het aparte hoofdstuk over gegevensuitsplitsing en over het belang dat gehecht wordt aan de versterking van de nationale statistische capaciteit;

4.  beseft dat het HLPF een doorslaggevende rol speelt bij de toetsing van de tenuitvoerlegging van de duurzame-ontwikkelingsdoelstellingen; benadrukt dat dit orgaan moet zorgen voor een gecoördineerde en efficiënte beoordeling van behoeften en voor de vaststelling van de benodigde routekaarten voor de doeltreffende tenuitvoerlegging van de Agenda 2030;

5.  benadrukt dat de Agenda 2030 en de duurzame-ontwikkelingsdoelstellingen een hernieuwd internationaal engagement betekenen voor het uitbannen van armoede, het herdefiniëren en moderniseren van onze ontwikkelingsstrategieën voor de komende vijftien jaar en voor het waarborgen van resultaten;

6.  verzoekt de Commissie een voorstel in te dienen voor een overkoepelende strategie inzake duurzame ontwikkeling die alle relevante interne en externe beleidsterreinen beslaat, met een gedetailleerd tijdspad voor de periode tot 2030, een tussentijdse herziening en een specifieke procedure die ervoor zorgt dat het Parlement volledig erbij betrokken wordt, met inbegrip van een concreet implementatieplan waarin de verwezenlijking van de 17 doelstellingen, 169 streefcijfers en 230 mondiale indicatoren gecoördineerd wordt en waarin consistentie met en verwezenlijking van de doelstellingen van het Akkoord van Parijs gewaarborgd wordt; benadrukt het belang van het universele karakter van de doelstellingen en het feit dat de EU en haar lidstaten hebben toegezegd alle doelstellingen en streefcijfers volledig ten uitvoer te zullen leggen, naar de letter en de geest;

7.  wijst er nadrukkelijk op dat over de nieuwe EU-strategie inzake duurzame ontwikkeling en het bijbehorende implementatiebeleid breed overleg moet plaatsvinden met alle belanghebbenden, waaronder de nationale parlementen, de plaatselijke autoriteiten en het maatschappelijk middenveld, via een inclusief proces;

8.  verzoekt om een mededeling van de Commissie over de follow-up en de toetsing van de Agenda 2030, met duidelijke informatie over de implementatiestructuur van de Agenda op EU- en lidstaatniveau; benadrukt dat alle betrokken directoraten-generaal van de Commissie en de Europese Dienst voor Extern Optreden (EDEO) volledig betrokken moeten worden bij de integratie van de Agenda 2030 in de aanstaande toetsing van de Europa 2020-strategie en de op handen zijnde globale EU-strategie voor het buitenlands en veiligheidsbeleid, zodat er gezorgd wordt voor sterke beleidscoherentie voor duurzame ontwikkeling;

9.  benadrukt dat de toetsing van de Europese consensus inzake ontwikkeling de nieuwe Agenda 2030 volledig moet weerspiegelen, wat onder meer betekent dat er een paradigmaverschuiving moet plaatsvinden en dat het EU-ontwikkelingsbeleid volledig op de schop moet; herinnert eraan dat een passende en doelgerichte programmering van ontwikkelingshulp binnen de ontwikkelingssamenwerking, met inachtneming van de beginselen van doeltreffende ontwikkelingshulp, essentieel is voor de verwezenlijking van de doelstellingen en de daaraan verbonden streefcijfers;

10.  benadrukt dat de EU de aanstaande tussentijdse herziening van het meerjarig financieel kader (MFK) met beide handen moet aangrijpen om te waarborgen dat de financieringsmechanismen en begrotingslijnen alle verplichtingen uit hoofde van de Agenda 2030 weerspiegelen waarmee de EU heeft ingestemd; verzoekt de EU en haar lidstaten zich onverwijld opnieuw ertoe te verbinden dat zij 0,7 % van het bni voor officiële ontwikkelingshulp (ODA) zullen bestemmen en een tijdschema in te dienen voor de wijze waarop zij de ODA geleidelijk zullen opvoeren om dat streefcijfer van 0,7 % te halen;

11.  dringt aan op een regelmatige dialoog tussen het HLPF en de Commissie over de geboekte vooruitgang, met regelmatige verslagen aan het Parlement, in overeenstemming met de beginselen van transparantie en wederzijdse verantwoordingsplicht; wijst nadrukkelijk op de noodzaak van meer dialoog tussen de Commissie en het Parlement over de tenuitvoerlegging van de Agenda 2030, met name op het stuk van ontwikkelingsbeleid en beleidscoherentie voor ontwikkeling;

12.  verzoekt de Commissie en de EDEO om, in nauw overleg met andere partners, concrete voorstellen te doen over hoe beleidscoherentie voor ontwikkeling beter kan worden geïntegreerd in de aanpak die de EU volgt voor de uitvoering van de Agenda 2030 en roept ertoe op deze nieuwe aanpak in alle instellingen van de EU over te nemen, teneinde doeltreffende samenwerking te waarborgen en een einde te maken aan de "silo"-benadering;

13.  wijst erop dat het van belang is het concept beleidscoherentie voor ontwikkeling gestalte te geven; verzoekt de Commissie en de EDEO om, in nauw overleg met andere partners, concrete voorstellen te doen over hoe beleidscoherentie voor ontwikkeling beter kan worden geïntegreerd in de aanpak die de EU volgt voor de uitvoering van de Agenda 2030 voor duurzame ontwikkeling, en roept ertoe op deze nieuwe aanpak in alle instellingen van de EU over te nemen;

14.  verzoekt de Commissie doeltreffende mechanismen voor toezicht, toetsing en verantwoording te ontwikkelen voor de tenuitvoerlegging van de Agenda 2030 en daarover regelmatig verslag uit te brengen aan het Parlement; herinnert er in dit verband aan dat de democratische controle door het Parlement moet worden versterkt, mogelijk via een interinstitutioneel akkoord met een bindend karakter krachtens artikel 295 van het VWEU;

15.  verzoekt de Commissie en de gespecialiseerde agentschappen, fondsen en programma's van de VN een dialoog op hoog niveau op gang te brengen over de verwezenlijking van de doelstellingen inzake duurzame ontwikkeling, om het beleid, de programma's en de activiteiten van de EU en de VN en andere donoren op elkaar af te stemmen; benadrukt het belang van uitgesplitste en toegankelijke gegevens voor het monitoren van vorderingen en het beoordelen van resultaten;

16.  verzoekt de VN-agentschappen en -organen om grotere beleidscoherentie voor ontwikkeling binnen de werkingsstructuren van de VN, zodat alle dimensies van duurzame ontwikkeling effectief worden geïntegreerd;

17.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de vicevoorzitter van de Europese Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor Buitenlandse Zaken en Veiligheidsbeleid, en de secretaris-generaal van de Verenigde Naties.

(1) Aangenomen teksten, P8_TA(2015)0196.
(2) Aangenomen teksten, P8_TA(2014)0059.
(3) Aangenomen teksten, P8_TA(2015)0403.

Juridische mededeling