Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2016/2727(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Kies een document :

Ingediende teksten :

RC-B8-0623/2016

Debatten :

PV 25/05/2016 - 18
CRE 25/05/2016 - 18

Stemmingen :

PV 26/05/2016 - 6.6
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2016)0233

Aangenomen teksten
PDF 177kWORD 76k
Donderdag 26 mei 2016 - Brussel Definitieve uitgave
Transatlantische gegevensstromen
P8_TA(2016)0233RC-B8-0623/2016

Resolutie van het Europees Parlement van 26 mei 2016 over trans-Atlantische gegevensstromen (2016/2727(RSP))

Het Europees Parlement,

–  gezien het Verdrag betreffende de Europese Unie (VEU), het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU) en de artikelen 6, 7, 8, 11, 16, 47 en 52 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie,

–  gezien Richtlijn 95/46/EG van het Europees Parlement en de Raad van 24 oktober 1995 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens(1) (hierna "richtlijn gegevensbescherming"),

–  gezien Kaderbesluit 2008/977/JBZ van de Raad van 27 november 2008 over de bescherming van persoonsgegevens die worden verwerkt in het kader van de politiële en justitiële samenwerking in strafzaken(2),

–  gezien Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens, en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG (algemene richtlijn gegevensbescherming)(3) en gezien Richtlijn (EU) 2016/680 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens door bevoegde autoriteiten met het oog op de voorkoming, het onderzoek, de opsporing en de vervolging van strafbare feiten of de tenuitvoerlegging van straffen, en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Kaderbesluit 2008/977/JBZ van de Raad(4),

–  gezien Besluit 2000/520/EG van de Commissie van 26 juli 2000 (het veiligehavenbesluit),

–  gezien de mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad van 27 november 2013 over het herstel van vertrouwen in de gegevensstromen tussen de EU en de VS (COM(2013)0846),

–  gezien de mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad van 27 november 2013 betreffende de werking van de veiligehavenregeling ("Safe Harbour") uit het oogpunt van EU-burgers en in de EU gevestigde ondernemingen (COM(2013)0847) (de veiligehavenmededeling),

–  gezien het arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie van 6 oktober 2015 in zaak C-362/14, Maximillian Schrems tegen Data Protection Commissioner (EU:C:2015:650),

–  gezien de mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad van 6 november 2015 over de doorgifte van persoonsgegevens van de EU naar de Verenigde Staten van Amerika krachtens Richtlijn 95/46/EG, naar aanleiding van het arrest van het Hof van Justitie in zaak C-362/14 (Schrems) (COM(2015)0566),

–  gezien de verklaring van de Groep artikel 29 van 3 februari 2016 over de gevolgen van het arrest-Schrems,

–  gezien de Judicial Redress Act van 2015, die op 24 februari 2016 door president Obama werd bekrachtigd (H.R.1428),

–  gezien de USA Freedom Act van 2015(5),

–  gezien de hervormde inlichtingen uit berichtenverkeer in de VS, zoals bepaald in presidentiële richtlijn 28 (PPD-28)(6),

–  gezien de mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad van maandag 29 februari 2016 getiteld "Trans-Atlantische gegevensstromen: herstel van vertrouwen door solide waarborgen" (COM(2016)0117),

–  gezien Advies 01/2016 van de Groep artikel 29 van 13 april 2016 over het ontwerp van adequaatheidsbesluit met betrekking tot het Europees-Amerikaanse privacyschild,

–  gezien zijn resolutie van 12 maart 2014 over het surveillanceprogramma van de NSA in de VS, toezichthoudende instanties in verschillende lidstaten en gevolgen voor de grondrechten van EU-burgers en voor de trans-Atlantische samenwerking op het gebied van justitie en binnenlandse zaken(7), en zijn resolutie van 29 oktober 2015 over de follow-up van de resolutie van het Europees Parlement van 12 maart 2014 over grootschalig elektronisch toezicht op EU-burgers(8),

–  gezien artikel 123, leden 2 en 4, van zijn Reglement,

A.  overwegende dat het Europees Hof van Justitie de veiligehavenregeling ongeldig heeft verklaard in zijn uitspraak van 6 oktober 2015 in zaak C-362/14, Maximillian Schrems tegen Data Protection Commissioner, en dat het heeft verduidelijkt dat een passend beschermingsniveau in een derde land "in wezen moet overeenstemmen" met de bescherming waarin is voorzien in de Unie, zodat de onderhandelingen over het privacyschild tussen de EU en de VS dringend afgerond moeten worden, om rechtszekerheid te bieden over de manier waarop persoonsgegevens van de EU naar de VS moeten worden overgedragen;

B.  overwegende dat gegevensbescherming betekent dat de mensen worden beschermd op wie de verwerkte informatie betrekking heeft en overwegende dat deze bescherming een van de door de Unie erkende grondrechten is (artikel 8 van het Handvest van de grondrechten en artikel 16 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie);

C.  overwegende dat de bescherming van persoonsgegevens, eerbiediging van het privéleven en van privécommunicatie, het recht op veiligheid, het recht om informatie te ontvangen en te verspreiden en de vrijheid van ondernemerschap allemaal grondrechten zijn die gewaarborgd en met elkaar verzoend moeten worden;

D.  overwegende dat de Commissie bij de beoordeling van het in een derde land geboden beschermingsniveau verplicht is de inhoud te beoordelen van de in dat land toepasselijke regels die afgeleid zijn van zijn nationale wetgeving of internationale verbintenissen, alsook de praktijken die zijn ingevoerd ter garantie van de naleving van deze regels, aangezien zij volgens artikel 25, lid 2, van de richtlijn gegevensbescherming rekening moet houden met alle omstandigheden die op de doorgifte van persoonsgegevens aan een derde land van invloed zijn; overwegende dat bij deze beoordeling niet alleen naar de wetgeving en praktijken met betrekking tot de gegevensbescherming voor persoonlijke en commerciële doeleinden moet worden gekeken, maar naar alle aspecten van het kader dat van toepassing is op dat land of die sector, in het bijzonder maar niet uitsluitend, nationale veiligheid, rechtshandhaving en de eerbieding van grondrechten;

E.  overwegende dat kleine en middelgrote ondernemingen (kmo's) de snelst groeiende sector zijn van de economie van de EU en dat zij steeds meer afhangen van kosteloze gegevensstromen; overwegende dat kmo's 60 % uitmaakten van de bedrijven die vielen onder het veiligehavenakkoord, dat hen de voordelen liet genieten van de gestroomlijnde en kostenefficiënte nalevingsprocedures;

F.  overwegende dat de economieën van de VS en de EU goed zijn voor meer dan 50 % van het mondiale bbp, 25 % van de mondiale export en meer dan 30 % van de mondiale import; overwegende dat de hoogst gewaardeerde economische relatie wereldwijd die tussen de VS en de EU is, met in 2014 een totale trans-Atlantische handel die 1,09 biljoen USD beliep, ten opzichte van 741 miljard USD en 646 miljard USD voor de handel van de VS met respectievelijk Canada en China;

G.  overwegende dat de grensoverschrijdende gegevensstromen tussen de Verenigde Staten en Europa de grootste ter wereld zijn (50 % groter dan de gegevensstromen tussen de VS en Azië en bijna het dubbele van de gegevensstromen tussen de VS en Latijns-Amerika) en overwegende dat de doorgifte en uitwisseling van persoonsgegevens een essentiële component is van de nauwe banden tussen de Europese Unie en de Verenigde Staten met betrekking tot commerciële activiteiten en de sector van de rechtshandhaving;

H.  overwegende dat de Groep artikel 29 zich in zijn Advies 01/2016 tevreden heeft verklaard met de verbeteringen als gevolg van het privacyschild ten opzichte van het veiligehavenbesluit, met name de invoering van belangrijke definities, de mechanismen die zijn ingesteld om toezicht op de privacyschildlijst te garanderen en de externe en interne nalevingscontroles die voortaan verplicht zijn, en overwegende dat de Groep ook zijn grote bezorgdheid heeft geuit zowel over de commerciële aspecten als over de toegang van overheidsinstanties tot gegevens die in het kader van het privacyschild worden doorgegeven;

I.  overwegende dat momenteel het niveau van gegevensbescherming in de landen/gebieden Andorra, Argentinië, de Faeröer, Guernsey, het eiland Man, Jersey, Uruguay, Israël, Zwitserland en Nieuw-Zeeland als passend werd erkend en dat deze landen/gebieden bevoorrechte toegang krijgen tot de EU-markt;

1.  is tevreden met de inspanningen van de Commissie en de regering van de VS om aanzienlijke verbeteringen te realiseren in het privacyschild ten opzichte van het veiligehavenbesluit, in het bijzonder de invoering van belangrijke definities zoals "persoonsgegevens", "verwerking" en "verwerkingsverantwoordelijke", de mechanismen die zijn ingesteld om toezicht op de privacyschildlijst te garanderen en de externe en interne nalevingscontroles die voortaan verplicht zijn;

2.  benadrukt het belangrijke karakter van de trans-Atlantische betrekkingen, die van vitaal belang zijn voor beide partijen; beklemtoont dat er een globale oplossing tussen de EU en de VS moet worden gevonden waarin het recht op gegevensbescherming en het recht op privacy worden geëerbiedigd; herinnert eraan dat een van de fundamentele doelstellingen van de EU de bescherming van persoonsgegevens is, inclusief bij doorgifte ervan naar haar belangrijkste internationale handelspartner;

3.  benadrukt het feit dat de privacyschildregeling in overeenstemming moet zijn met de primaire en secundaire wetgeving van de EU en met de relevante uitspraken zowel van het Europees Hof van Justitie als van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens;

4.  merkt op dat bijlage VI (brief van Robert S. Litt, kabinet van de directeur van de Nationale Inlichtingendienst (ODNI)) verduidelijkt dat het op grond van presidentiële richtlijn 28 (hierna "PPD-28") in zes gevallen nog steeds is toegestaan om persoonsgegevens en communicatie van niet-Amerikanen op grote schaal te verzamelen; wijst erop dat dit grootschalig verzamelen slechts "zo specifiek als haalbaar" en "redelijk" moet zijn, en dus niet beantwoordt aan de strengere criteria van noodzakelijkheid en evenredigheid, zoals vastgelegd in het handvest;

5.  herinnert eraan dat rechtszekerheid, in het bijzonder duidelijke en uniforme voorschriften, van cruciaal belang is voor de ontwikkeling en groei van bedrijven, vooral kmo's, om te voorkomen dat zij te maken krijgen met rechtsonzekerheid en dat zij ernstige gevolgen ondervinden voor hun werking en voor hun vermogen zaken te doen over de oceaan;

6.  is tevreden met de invoering in het kader van het privacyschild van het beroepsmechanisme voor individuen; verzoekt de Commissie en de regering van de VS de huidige complexiteit aan te pakken, om de procedure gebruiksvriendelijk en doeltreffend te maken;

7.  verzoekt de Commissie opheldering te verkrijgen over de wettelijke status van de door de VS verstrekte "schriftelijke garanties";

8.  is tevreden met de benoeming bij het Amerikaanse Ministerie van Buitenlandse Zaken van een ombudsman, die zal samenwerken met onafhankelijke instanties om toezichtautoriteiten van de EU die dienen als kanaal voor individuele verzoeken in verband met overheidstoezicht, van antwoord te dienen; is evenwel van mening dat deze nieuwe instelling onvoldoende onafhankelijk is en niet beschikt over passende bevoegdheden om haar taak effectief uit te oefenen en op te leggen;

9.  is tevreden met de prominente rol die de autoriteiten voor gegevensbescherming in de lidstaten op grond van het privacyschild krijgen voor het onderzoek naar klachten in verband met de bescherming van persoonsgegevens overeenkomstig het EU-Handvest van de grondrechten en voor de opschorting van gegevensstromen, en met de verplichting voor het Amerikaanse Ministerie van Handel om deze klachten op te lossen;

10.  erkent dat het privacyschild deel uitmaakt van een ruimere dialoog tussen de EU en derde landen, met inbegrip van de Verenigde Staten, over gegevensbescherming, handel, veiligheid en daarmee samenhangende rechten en doelstellingen van gemeenschappelijk belang; verzoekt alle partijen daarom samen te werken voor de totstandbrenging en voortdurende verbetering van werkbare, gemeenschappelijke internationale kaders en binnenlandse wetgeving om deze doelstellingen te realiseren;

11.  benadrukt het feit dat rechtszekerheid met betrekking tot de doorgifte van persoonsgegevens tussen de EU en de VS een essentieel element is voor het consumentenvertrouwen, de trans-Atlantische bedrijfsontwikkeling en de samenwerking op het gebied van rechtshandhaving, zodat het voor de doeltreffendheid en de tenuitvoerlegging op lange termijn van de instrumenten die deze doorgifte mogelijk maken, nodig is dat deze instrumenten zowel stroken met de primaire als met de secundaire EU-wetgeving;

12.  verzoekt de Commissie de aanbevelingen die de Groep artikel 29 in zijn Advies 01/2016 over het ontwerp van adequaatheidsbesluit met betrekking tot het Europees-Amerikaanse privacyschild heeft geformuleerd, volledig uit te voeren;

13.  verzoekt de Commissie haar verantwoordelijkheid in het kader van het privacyschild na te komen door op gezette tijden een grondige evaluatie uit te voeren van haar vaststelling van adequaatheid en de juridische gronden hiervoor, met name gezien de toepassing van de nieuwe algemene richtlijn gegevensbescherming over twee jaar;

14.  verzoekt de Commissie de dialoog met de regering van de VS voort te zetten om via onderhandelingen bijkomende verbeteringen in de privacyschildregeling aan te brengen, gezien de huidige tekortkomingen ervan;

15.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie en de regeringen en parlementen van de lidstaten, en aan het Congres en de regering van de VS.

(1) PB L 281 van 23.11.1995, blz. 31.
(2) PB L 350 van 30.12.2008, blz. 60.
(3) PB L 119 van 4.5.2016, blz. 1.
(4) PB L 119 van 4.5.2016, blz. 89.
(5) https://www.congress.gov/114/plaws/publ23/PLAW-114publ23.pdf
(6) https://www.whitehouse.gov/the-press-office/2014/01/17/presidential-policy-directive-signals-intelligence-activities
(7) Aangenomen teksten, P7_TA(2014)0230.
(8) Aangenomen teksten, P8_TA(2015)0388.

Juridische mededeling