Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2016/2699(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Kies een document :

Ingediende teksten :

RC-B8-0700/2016

Debatten :

Stemmingen :

PV 08/06/2016 - 12.17
CRE 08/06/2016 - 12.17
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2016)0269

Aangenomen teksten
PDF 242kWORD 76k
Woensdag 8 juni 2016 - Straatsburg Definitieve uitgave
Situatie in Venezuela
P8_TA(2016)0269RC-B8-0700/2016

Resolutie van het Europees Parlement van 8 juni 2016 over de situatie in Venezuela (2016/2699(RSP))

Het Europees Parlement,

–  gezien zijn vele eerdere en recente resoluties over de situatie in Venezuela, met name die van 27 februari 2014 over de situatie in Venezuela(1), die van 18 december 2014 over de vervolging van de democratische oppositie in Venezuela(2) en die van 12 maart 2015 over de situatie in Venezuela(3),

–  gezien de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens van 1948,

–  gezien het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten, waarbij Venezuela partij is,

–  gezien het Inter-Amerikaans Democratisch Handvest, goedgekeurd op 11 september 2001,

–  gezien de grondwet van Venezuela, en met name de artikelen 72 en 233,

–  gezien de verklaring van de Hoge Commissaris van de Verenigde Naties voor de mensenrechten van 20 oktober 2014 over de detentie van demonstranten en politici in Venezuela,

–  gezien de verklaring van de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid (VV/HV), Federica Mogherini, van 7 december 2015 over de verkiezingen in Venezuela,

–  gezien de verklaring van 5 januari 2016 van de EDEO-woordvoerder over de installatie van de nieuwe Nationale Vergadering van Venezuela,

–  gezien de verklaring van de woordvoerder van de Hoge Commissaris van de Verenigde Naties voor de mensenrechten, Ravina Shamdasani, van 12 april 2016,

–  gezien de verklaring van de VV/HV van 10 mei 2016 over de situatie in Venezuela,

–  gezien de brief van 16 mei 2016 van Human Rights Watch aan Luis Almagro, secretaris-generaal van de Organisatie van Amerikaanse Staten, over Venezuela(4),

–  gezien de verklaring van 18 mei 2016 van de permanente raad van de Organisatie van Amerikaanse Staten,

–  gezien de officiële mededelingen van de secretaris-generaal van de Unie van Zuid-Amerikaanse Naties (UNASUR) van 23 mei(5) en 28 mei(6) 2016 over de verkennende gesprekken voor het opstarten van een dialoog tussen vertegenwoordigers van de Venezolaanse regering en de oppositiecoalitie MUD,

–  gezien de verklaring van de G7-leiders te Ise-Shima van 26-27 mei 2016 (7),

–  gezien de verklaring van de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken, John Kerry, van 27 mei 2016 betreffende zijn telefoongesprek met de voormalige Spaanse premier José Luis Rodríguez Zapatero(8),

–  gezien artikel 123, leden 2 en 4, van zijn Reglement,

A.  overwegende dat de Venezolaanse oppositiecoalitie MUD 112 zetels van de 167 zetels in de uit één kamer bestaande Nationale Assemblee heeft gewonnen, en dus over een twee derde meerderheid beschikt, tegenover 55 zetels voor de PSUV; overwegende dat het Hooggerechtshof vervolgens vier nieuwverkozen leden van de Nationale Vergadering, waarvan drie van MUD, belette hun ambt te aanvaarden, waardoor de oppositie haar twee derde meerderheid kwijtraakte;

B.  overwegende dat het hooggerechtshof in de vijf maanden waarin de nieuwe Nationale Vergadering, waar de democratische oppositie in de meerderheid is, wetgevend actief was, 13 politiek gemotiveerde uitspraken heeft gedaan ten gunste van de regering, die alle het in een rechtsstaat vereiste machtsevenwicht in gevaar brengen;

C.  overwegende dat beslissingen zoals die betreffende de uitvaardiging en bevestiging van het economische nooddecreet, de intrekking van de bevoegdheid van de Nationale Vergadering om toezicht te houden op het beleid, de weigering om de grondwettelijke bevoegdheid van de Nationale Vergadering te erkennen om rechters van het hooggerechtshof uit hun ambt te ontheffen, het ongrondwettelijk verklaren van de hervorming van de wet betreffende de centrale bank van Venezuela, de opschorting van de bepalingen van het huishoudelijk reglement van de Nationale Vergadering en de bevestiging van de uitzonderlijke economische noodtoestand werden genomen in strijd met de wetgevingsbevoegdheden van de Nationale Vergadering en zonder inachtneming van het in een rechtsstaat essentiële machtsevenwicht;

D.  overwegende dat er ongeveer 2 000 mensen in de gevangenis zitten, onder huisarrest zijn geplaatst of een voorlopige straf opgelegd hebben gekregen om politieke redenen, waaronder belangrijke politieke leiders als Leopoldo López, Antonio Ledezma en Daniel Ceballos; overwegende dat het Venezolaanse parlement op 30 maart 2016 een wet heeft aangenomen waardoor aan bovengenoemde gevangenen amnestie zou worden verleend, en waarmee de weg werd geëffend voor dialoog en nationale verzoening; overwegende dat deze wet strookt met artikel 29 van de Venezolaanse grondwet, niettegenstaande de ongrondwettelijkverklaring door het Hooggerechtshof; overwegende dat de Hoge Commissaris van de VN voor de mensenrechten, Zeid Ra'ad Al-Hussein, openlijk heeft verklaard dat de amnestie- en nationaleverzoeningswet in overeenstemming is met het internationaal recht, en zijn teleurstelling heeft uitgesproken over de verwerping ervan;

E.  overwegende dat de rechtsstaat en het beginsel van de scheiding der machten in Venezuela niet naar behoren worden geëerbiedigd; overwegende dat de huidige feiten erop duiden dat de regering invloed op en controle over justitie en de Nationale Kiesraad uitoefent, hetgeen het wetgevingsproces en de mogelijkheden om oppositie te voeren, die de hoekstenen van elk democratisch stelsel zijn, schade toebrengt, en neerkomt op een duidelijke schending van de beginselen van de onafhankelijkheid en de scheiding der machten, die kenmerkend zijn voor democratieën en rechtsstaten;

F.  overwegende dat de democratische oppositie een door de grondwet erkend proces in gang heeft gezet waardoor ambtenaren middels een speciaal referendum uit hun ambt kunnen worden ontzet nadat zij de helft van hun mandaat hebben vervuld; overwegende dat de Nationale Kiesraad 1,8 miljoen handtekeningen van Venezolaanse burgers ter ondersteuning van dit proces heeft ontvangen, wat beduidend meer is dan de 198 000 aanvankelijk vereiste handtekeningen opdat het proces wettig en in overeenstemming met de grondwet zou zijn;

G.  overwegende dat Venezuela te kampen heeft met een ernstige humanitaire crisis, die wordt veroorzaakt door een tekort aan voedsel en geneesmiddelen; overwegende dat het parlement, gezien het algemene gebrek aan geneesmiddelen, medische apparatuur en benodigdheden, heeft verklaard dat er sprake is van een humanitaire, gezondheids- en voedselcrisis, en dat het de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) om humanitaire hulp heeft gevraagd alsook een om technisch bezoek teneinde de hierboven beschreven omstandigheden te bevestigen;

H.  overwegende dat – hoewel officiële gegevens ontbreken – het armoedecijfer in Venezuela volgens ENCOVI (Encuesta de Condiciones de Vida) verdubbeld is van 30 % in 2013 naar 60 % in 2016; overwegende dat 75 % van de geneesmiddelen die door de Wereldgezondheidsorganisatie onontbeerlijk worden geacht, in Venezuela niet verkrijgbaar is;

I.  overwegende dat de regering de toegang van humanitaire hulp tot het land verhindert en diverse internationale initiatieven ten behoeve van het maatschappelijk middenveld boycot, zoals in het geval van Caritas en andere ngo's;

J.  overwegende dat de Venezolaanse economie volgens het Internationaal Monetair Fonds (IMF) in 2016 naar verwachting met 8 % zal krimpen, na in 2015 al met 5,7 % te zijn afgenomen; overwegende dat hoewel het minimumloon met 30 % is gestegen, er bij een inflatiecijfer van 180,9 % geen enkel vooruitzicht op betaalbare basisgoederen voor Venezolanen is; overwegende dat de ramingen van het IMF een gemiddeld inflatiecijfer van 700 % tot eind 2016 en van 2 200 % in 2017 voorspellen;

K.  overwegende dat het gebrek aan planning op het gebied van basisinfrastructuur en inefficiënt bestuur tot een grootschalige economische en maatschappelijke crisis hebben geleid, hetgeen blijkt uit het langdurige tekort aan hulpbronnen, grondstoffen, productiemiddelen, basislevensmiddelen en onontbeerlijke geneesmiddelen, bij nul productie, en overwegende dat het land grote sociale onrust te wachten staat en een humanitaire crisis met onvoorspelbare gevolgen;

L.  overwegende dat het zeer hoge misdaadcijfer en de volledige straffeloosheid in Venezuela het land tot een van de gevaarlijkste landen ter wereld hebben gemaakt en dat Caracas het hoogste percentage gewelddaden ter wereld heeft, met meer dan 119,87 doden door geweld per 100 000 inwoners;

M.  overwegende dat gevechten om de controle over illegale mijnen schering en inslag zijn in het mineralenrijke gebied aan de grens met Guyana en Brazilië; overwegende dat er op 4 maart 2016 een massamoord heeft plaatsgevonden in Tumeremo in de deelstaat Bolívar, waarbij 28 mijnwerkers eerst verdwenen waren en vervolgens vermoord bleken; overwegende dat er nog steeds geen bevredigend antwoord is ontvangen van de autoriteiten, en overwegende dat de journaliste Lucía Suárez, die de zaak recentelijk had onderzocht, op 28 april 2016 in haar huis in Tumeremo werd doodgeschoten;

N.  overwegende dat de G7-landen op 27 mei 2016 een verklaring hebben uitgebracht waarin Venezuela met klem wordt verzocht de voorwaarden te scheppen voor een dialoog tussen de regering en haar burgers om een oplossing te vinden voor de steeds ernstiger wordende economische en politieke crisis, en overwegende dat de permanente raad van de Organisatie van Amerikaanse Staten (OAS) op 1 juni 2016 een verklaring over de situatie in Venezuela heeft uitgebracht;

O.  overwegende dat er recentelijk in het kader van UNASUR verkennende gesprekken hebben plaatsgevonden in de Dominicaanse Republiek, onder leiding van de voormalige Spaanse premier José Luis Rodríguez Zapatero, de voormalige president van de Dominicaanse Republiek Leonel Fernández en de voormalige president van Panama Martín Torrijos, met het doel een nationale dialoog op gang te brengen tussen vertegenwoordigers van de regering van de Bolivariaanse Republiek Venezuela en de door MUD vertegenwoordigde oppositiepartijen;

P.  overwegende dat een oplossing voor de crisis alleen kan worden gevonden via een dialoog met alle geledingen van de overheid, de democratische oppositie en de samenleving;

1.  maakt zich ernstige zorgen over de sterk verslechterende democratie-, mensenrechten- en sociaal-economische situatie in Venezuela, en over de toenemende politieke en maatschappelijke instabiliteit;

2.  spreekt ook zijn verontrusting uit over de huidige institutionele impasse en de controle van de uitvoerende macht over het Hooggerechtshof en de Nationale Kiesraad die tot doel heeft de uitvoering van door de Nationale Assemblee aangenomen wetten en initiatieven tegen te houden; roept de Venezolaanse regering op tot eerbiediging van de rechtsstaat en het beginsel van de scheiding der machten; herinnert eraan dat scheiding en niet-inmenging tussen gelijkwaardige legitieme machten een basisbeginsel is van democratische staten die gegrondvest zijn op het rechtsstaatbeginsel;

3.  dringt er bij de Venezolaanse regering op aan de kritieke situatie waarin Venezuela momenteel verkeert, te overwinnen door middel van een constructieve opstelling, teneinde via dialoog een grondwettelijke, vreedzame en democratische oplossing tot stand te brengen;

4.  is ingenomen met de op verzoek van UNASAR gestarte bemiddelingsinspanningen om een proces van nationale dialoog tot stand te brengen tussen de uitvoerende macht en de oppositie, vertegenwoordigd door de MUD-meerderheid;

5.  neemt kennis van de verklaring van de G7-leiders over Venezuela; verzoekt de Europese Raad van juni met een politieke verklaring te komen over de situatie in het land en steun te verlenen aan de onlangs van start gegane bemiddelingsinspanningen, zodat er overeenstemming bereikt kan worden over democratische en politieke oplossingen voor Venezuela;

6.  dringt er bij de Venezolaanse regering op aan alle politieke gevangenen onmiddellijk vrij te laten; herinnert eraan dat de vrijlating van politieke gevangenen door de oppositie als voorwaarde is gesteld voor het starten van onderhandelingen, en roept beide partijen op tot een compromisoplossing te komen die gericht is op het ondersteunen van de lopende bemiddelingsinspanningen; verzoekt de EU en de VV/HV de Venezolaanse regering aan te sporen politieke gevangenen en personen die willekeurig worden vastgehouden onmiddellijk vrij te laten, in overeenstemming met de oproepen van diverse VN-instanties en internationale organisaties en met de amnestie- en nationaleverzoeningswet;

7.  verzoekt de autoriteiten het constitutionele recht van vreedzame betoging te eerbiedigen en te waarborgen; roept daarnaast de oppositieleiders op hun bevoegdheden op verantwoordelijke wijze uit te oefenen; verzoekt de Venezolaanse autoriteiten de veiligheid en de vrije uitoefening van rechten te waarborgen voor alle burgers, en met name mensenrechtenactivisten, journalisten, politieke activisten en leden van onafhankelijke niet-gouvernementele organisaties;

8.  dringt er bij president Maduro en zijn regering op aan dringend economische hervormingen door te voeren in samenwerking met het democratisch verkozen parlement, teneinde een constructieve oplossing te vinden voor de recessie en de energiecrisis, en met name voor het gebrek aan voedsel en geneesmiddelen;

9.  maakt zich ernstig zorgen over de toenemende maatschappelijke spanningen die veroorzaakt worden door het tekort aan basisgoederen zoals levensmiddelen en geneesmiddelen; verzoekt de VV/HV een plan voor hulp voor Venezuela te ontwikkelen en de Venezolaanse autoriteiten op te roepen humanitaire hulp tot het land toe te laten en de internationale organisaties, die de zwaarst getroffen maatschappelijke sectoren willen helpen en daarmee in de grootste behoeften van de bevolking willen helpen voorzien, in de gelegenheid te stellen hun werk te doen;

10.  verzoekt de regering en de overheid van Venezuela zich te houden aan de grondwet, inclusief de rechts- en de erkende mechanismen en -procedures voor het activeren van de in de Venezolaanse grondwet voorziene procedure voor het - voor eind 2016 - afzetten van de president;

11.  verzoekt de VV/HV met klem met de Latijns-Amerikaanse landen en regionale en internationale organisaties samen te werken om ervoor te zorgen dat er in Venezuela mechanismen voor dialoog, nationale verzoening en bemiddeling tot stand komen teneinde een vreedzame, democratische en grondwettelijke oplossing te ondersteunen voor de crisis waarin het land momenteel verkeert;

12.  beschouwt het als absolute prioriteit om de hoge mate van straffeloosheid, die de toename van het geweld en de onveiligheid in het land versterkt en in de hand werkt, terug te dringen en om te zorgen voor eerbiediging van het bestaande rechtsstelsel, dat vraagt om gerechtigheid voor de slachtoffers van ontvoering, moord en andere misdrijven die elke dag weer gepleegd worden, alsook voor hun familie;

13.  verzoekt de Venezolaanse autoriteiten onderzoek te verrichten naar de massamoord in Tumeremo, waar 28 mijnwerkers zijn vermoord, teneinde de daders en aanstichters voor de recht te brengen, waaronder ook degenen die achter de recente moord op journaliste Lucía Suárez zitten, die op dezelfde plaats werd gedood en waarvan vermoed wordt dat er sprake was van samenhang met de overige moorden;

14.  herhaalt zijn verzoek om zo spoedig mogelijk een delegatie van het Europees Parlement naar Venezuela te sturen en in dialoog te treden met alle bij het conflict betrokken partijen;

15.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid, de regering en Nationale Vergadering van de Bolivariaanse Republiek Venezuela, de Euro-Latijns-Amerikaanse Parlementaire Vergadering en de secretaris-generaal van de Organisatie van Amerikaanse Staten.

(1) Aangenomen teksten, P7_TA(2014)0176.
(2) Aangenomen teksten, P8_TA(2014)0106.
(3) Aangenomen teksten, P8_TA(2015)0080.
(4) https://www.hrw.org/news/2016/05/16/letter-human-rights-watch-secretary-general-almagro-about-venezuela
(5) http://www.unasursg.org/es/node/719
(6) http://www.unasursg.org/es/node/779
(7) http://www.mofa.go.jp/files/000160266.pdf
(8) http://www.state.gov/r/pa/prs/ps/2016/05/257789.htm

Juridische mededeling