Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2016/2074(BUD)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A8-0207/2016

Ingediende teksten :

A8-0207/2016

Debatten :

Stemmingen :

PV 23/06/2016 - 8.6
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2016)0285

Aangenomen teksten
PDF 267kWORD 74k
Donderdag 23 juni 2016 - Brussel Definitieve uitgave
Beschikbaarstelling van middelen uit het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering: aanvraag EGF/2015/012 BE/Henegouwen machines
P8_TA(2016)0285A8-0207/2016
Resolutie
 Bijlage

Resolutie van het Europees Parlement van 23 juni 2016 over het voorstel voor een besluit van het Europees Parlement en de Raad betreffende de beschikbaarstelling van middelen uit het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering (aanvraag van België – EGF/2015/012 BE/Henegouwen machines) (COM(2016)0242 – C8-0170/2016 – 2016/2074(BUD))

Het Europees Parlement,

–  gezien het voorstel van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad (COM(2016)0242) – C8-0170/2016),

–  gezien Verordening (EU) nr. 1309/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 betreffende het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering (2014-2020) en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1927/2006(1) (EFG-verordening),

–  gezien Verordening (EU, Euratom) nr. 1311/2013 van de Raad van 2 december 2013 tot bepaling van het meerjarig financieel kader voor de jaren 2014-2020(2), en met name artikel 12 hiervan,

–  gezien het Interinstitutioneel Akkoord van 2 december 2013 tussen het Europees Parlement, de Raad en de Commissie betreffende de begrotingsdiscipline, de samenwerking in begrotingszaken en een goed financieel beheer(3) (IIA van 2 december 2013), en met name punt 13,

–  gezien de trialoogprocedure als bedoeld in punt 13 van het IIA van 2 december 2013,

–  gezien de brief van de Commissie werkgelegenheid en sociale zaken,

–  gezien de brief van de Commissie regionale ontwikkeling,

–  gezien het verslag van de Begrotingscommissie (A8-0207/2016),

A.  overwegende dat de Unie wetgevings- en begrotingsinstrumenten in het leven heeft geroepen om extra steun te geven aan werknemers die de gevolgen van grote structurele veranderingen in de wereldhandelspatronen of de wereldwijde financiële en economische crisis ondervinden, en hen te helpen bij hun terugkeer op de arbeidsmarkt;

B.  overwegende dat financiële steun van de Unie aan ontslagen werknemers flexibel moet zijn en zo snel en efficiënt mogelijk ter beschikking moet worden gesteld, overeenkomstig de gezamenlijke verklaring van het Europees Parlement, de Raad en de Commissie die is goedgekeurd tijdens het overleg van 17 juli 2008, en met inachtneming van het IIA van 2 december 2013 met betrekking tot het nemen van besluiten om middelen beschikbar te stellen uit het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering (EFG);

C.  overwegende dat België aanvraag EGF/2015/012 BE/Henegouwen machines heeft ingediend voor een financiële bijdrage van het EFG naar aanleiding van ontslagen in de economische sector die is ingedeeld in NACE Rev. 2 - afdeling 28 (Vervaardiging van machines, apparaten en werktuigen, n.e.g.) in de regio van NUTS-niveau 2 van Henegouwen (BE32) in België, evenals 300 jongeren uit de regio Henegouwen die geen werk hebben en evenmin onderwijs of een opleiding volgen ("NEET's") van jonger dan 25, naar verwachting zullen deelnemen aan de maatregelen; overwegende dat de ontslagen hebben plaatsgevonden bij Carwall NV, Caterpillar Belgium NV en Doosam NV;

D.  overwegende dat de aanvraag weliswaar niet aan de subsidiabiliteitscriteria zoals bedoeld in artikel 4, lid 1, van de EFG-verordening voldoet, maar ingediend is onder de interventiecriteria zoals bedoeld in artikel 4, lid 2, dat voorziet in een afwijking op basis van het aantal ontslagen werknemers;

1.  is het met de Commissie eens dat is voldaan aan de voorwaarden die zijn vastgelegd in artikel 4, lid 2, van de EFG-verordening, en dat België bijgevolg recht heeft op een financiële bijdrage ter hoogte van 1 824 041 EUR, wat overeenkomt met 60 % van de totale kosten van 3 040 069 EUR;

2.  stelt vast dat de Commissie de termijn van twaalf weken na de ontvangst van de ingevulde aanvraag van de Belgische autoriteiten op 11 februari 2016 heeft gerespecteerd, aangezien zij haar beoordeling van de naleving van de voorwaarden voor het verlenen van een financiële bijdrage afrondde op 4 mei 2016 en het Parlement nog dezelfde dag hiervan in kennis stelde;

3.  stelt vast dat na de ernstige problemen van de afgelopen jaren in de handel in bouwmachines op de Europese markt, de vraag naar de producten die door de drie onder deze aanvraag vallende ondernemingen worden vervaardigd dienovereenkomstig is afgenomen;

4.  stelt vast dat na de aankondiging van Caterpillar Belgium NV op 23 februari 2013 van een collectieve ontslagprocedure voor de fabriek in Gosselies voor de meeste van de 1 399 werknemers aanvraag EGF/2014/011 BE/Caterpillar werd ingediend en wijst erop dat de onderhavige aanvraag een follow-up van die aanvraag is aangezien het onderdeel uitmaakt van dezelfde ontslagprocedure; benadrukt daarnaast dat de werkgelegenheidssituatie in Henegouwen moeilijk is, met een werkloosheidspercentage van 14,5 % (5,9% hoger dan het nationale gemiddelde), een verlies van 1 236 banen in 2013 en van 1 878 banen in 2014 in de productiesector, een daling van het aantal vacatures met 13 % sinds 2012 en een groot aantal ongeschoolde werknemers, daar meer dan de helft van de werkzoekenden de bovenbouw van het middelbaar onderwijs niet heeft afgerond, evenals hoge percentages langdurig werklozen, die in de regio Henegouwen 39 % van alle werklozen uitmaken;

5.  is ingenomen met het feit dat de Belgische autoriteiten op 1 januari 2015 zijn begonnen met het verlenen van de individuele diensten aan de beoogde begunstigden, ruimschoots vóór de aanvraag voor de toekenning van EFG-steun;

6.  wijst erop dat België de volgende soorten maatregelen plant voor ontslagen werknemers voor wie in deze aanvraag steun wordt aangevraagd: ondersteuning/begeleiding/integratie; hulp bij het zoeken van werk; geïntegreerde opleidingen; ondersteuning bij het opzetten van een bedrijf; ondersteuning voor collectieve projecten, vergoedingen voor het zoeken van werk en het volgen van opleidingen;

7.  is ingenomen met het feit dat de toelagen en stimulansen, waarvan België heeft bevestigd dat zij afhankelijk zijn van de actieve participatie van de beoogde begunstigden aan het zoeken van werk of opleidingsactiviteiten (maatregelen overeenkomstig artikel 7, lid 1, onder b), van de EFG-verordening), beperkt blijven tot 5 % van de totale kosten, ruim onder de in de verordening in kwestie voorziene drempel van 35 % van de totale kosten voor het pakket van individuele dienstverlening;

8.  wijst erop dat werknemers in de leeftijdsgroep van 55 tot 64 jaar 35,9 % van de beoogde begunstigden uitmaken; is van mening dat deze werknemers een hoger risico lopen op langdurige werkloosheid en sociale uitsluiting en specifieke behoeften hebben in verband met het aanbieden van individuele dienstverlening overeenkomstig artikel 7 van de EFG-verordening;

9.  dringt er bij de Commissie op aan informatie te verschaffen over de huidige steun voor de ontslagen werknemers van Caterpillar, aangezien een deel van deze aanvraag een vervolg vormt op de eerdere aanvraag EGF/2014/011 BE/Caterpillar;

10.  is ingenomen met het feit dat naast de 488 ontslagen werknemers 300 jongeren onder de 25 jaar uit dezelfde regio die geen werk hebben en evenmin onderwijs of een opleiding volgen ("NEET's") naar verwachting zullen deelnemen aan de maatregelen en door het EFG medegefinancierde individuele diensten zullen ontvangen, waaronder: mobilisering en begeleiding, zowel voor aanvullend onderwijs of een aanvullende opleiding als voor een introductieprogramma waar deelnemers kunnen verkennen waar hun interesses liggen; specifieke opleidingsprogramma's; gepersonaliseerde bijscholing; zoeken naar werk, opleidings- en mobiliteitstoelagen;

11.  is ingenomen met de verlengde toegang tot het EFG voor NEET's; wijst er evenwel op dat in de EFG-verordening momenteel is bepaald dat deze toegang slechts geldt tot 31 december 2017; dringt aan op een herziening van de EFG-verordening, in het kader van de herziening van het meerjarig financieel kader, opdat de toegang voor NEET's na 2017 kan blijven bestaan;

12.  is ingenomen met het feit dat de Belgische autoriteiten speciale maatregelen voor NEET's voorstellen, om zo specifieker op hun behoeften te kunnen inspringen;

13.  wijst op het belang van de opzet van een informatiecampagne om NEET's te bereiken die voor deze maatregelen in aanmerking kunnen komen; wijst nogmaals op zijn standpunt dat de steun aan NEET's op permanente en duurzame wijze gehandhaafd dient te worden;

14.  is ingenomen met het feit dat het gecoördineerde pakket van individuele dienstverlening werd opgezet na verder overleg met alle betrokken partijen, inclusief de sociale partners, het bedrijfsleven en de openbare diensten voor arbeidsbemiddeling, die via een toezichtscommissie de tenuitvoerlegging van de voorgestelde maatregelen tevens zullen volgen;

15.  is met name verheugd over de benadering van de Belgische autoriteiten om, in samenwerking met de sociale partners, steun te verlenen aan collectieve projecten voor werknemers die overwegen als groep een "sociale onderneming" op te zetten, en beschouwt dit als een maatregel met een hoge potentiële toegevoegde waarde;

16.  wijst erop dat de voorgestelde maatregelen actieve arbeidsmarktmaatregelen zijn die onder de in artikel 7 van de EFG-verordening opgenomen subsidiabele acties vallen en herinnert eraan dat overeenkomstig dat artikel in de verstrekte individuele dienstverlening rekening moet worden gehouden met toekomstperspectieven op de arbeidsmarkt en de vereiste vaardigheden, en dat zij gericht moet zijn op de overgang naar een grondstoffenefficiënte en duurzame economie, en rekening moeten houden met de ervaring die tot nu toe is opgedaan met de steun voor de ontslagen werknemers in het kader van aanvraag EGF/2014/011 BE/Caterpillar; wijst er tegelijkertijd op dat deze acties niet in de plaats komen van maatregelen die gericht zijn op een passieve sociale bescherming;

17.  dringt er bij de lidstaten op aan om samen met de sociale partners strategieën te ontwikkelen om in te springen op de verwachte veranderingen op de arbeidsmarkt en om banen en vaardigheden in de Unie te beschermen, met name bij de onderhandelingen over handelsverdragen, teneinde regels voor eerlijke mededinging en gemeenschappelijke maatregelen tegen economische, sociale en milieudumping te waarborgen; herinnert aan zijn oproep tot een deugdelijke herziening van de handelsbeschermingsinstrumenten van de Unie;

18.  benadrukt dat de inzetbaarheid van alle werknemers moet worden verbeterd door aangepaste opleidingen en verwacht dat de opleiding die in het gecoördineerde pakket wordt aangeboden aan zowel de behoeften van de werknemers voldoet als aan het ondernemingsklimaat in de regio en de naburige regio's;

19.  verzoekt de Commissie de regels inzake staatssteun zo te herzien dat die steun mag worden verleend om projecten die sociale en milieuvoordelen opleveren te versterken, en noodlijdende kmo's en industrieën te helpen door bij te dragen aan de wederopbouw van hun productiecapaciteit, die ernstig aangetast is door de mondiale financiële en economische crisis;

20.  herhaalt zijn oproep aan de Commissie om in toekomstige voorstellen meer details te geven over de sectoren met groeipotentieel, waarin dus mensen in dienst kunnen worden genomen, alsook onderbouwde gegevens over de impact van de EFG-financiering te verzamelen, waaronder over de kwaliteit van de banen en het herintredingspercentage dat dankzij het EFG bereikt is;

21.  wijst erop dat de Belgische autoriteiten bevestigen dat voor de subsidiabele maatregelen geen steun uit andere financieringsinstrumenten van de Unie wordt ontvangen; herhaalt zijn oproep aan de Commissie om in haar jaarverslag een vergelijkende evaluatie van deze gegevens op te nemen zodat bestaande regelingen volledig in acht worden genomen en wordt voorkomen dat door de Unie gefinancierde diensten dubbel worden aangeboden;

22.  stelt vast dat tot op heden voor de sector "Vervaardiging van machines, apparaten en werktuigen, n.e.g." 14 EFG-aanvragen zijn ingediend, waarvan 8 gebaseerd op handelsgerelateerde globalisering en 6 op de wereldwijde financiële en economische crisis;

23.  herhaalt dat uit het EFG afkomstige steun niet in de plaats mag komen van maatregelen waartoe ondernemingen verplicht zijn krachtens de nationale wetgeving of collectieve overeenkomsten, noch van maatregelen voor de herstructurering van ondernemingen of sectoren;

24.  waardeert de verbeterde procedure die de Commissie op verzoek van het Parlement heeft ingevoerd om de toekenning van subsidies te versnellen; wijst op de tijdsdruk die het nieuwe tijdschema met zich brengt, en op de mogelijke gevolgen voor de doeltreffendheid van de afhandeling van het dossier;

25.  herhaalt zijn oproep aan de Commissie ervoor te zorgen dat alle documenten in verband met EFG-dossiers openbaar toegankelijk zijn;

26.  hecht zijn goedkeuring aan het bij deze resolutie gevoegde besluit;

27.  verzoekt zijn Voorzitter dit besluit samen met de voorzitter van de Raad te ondertekenen en zorg te dragen voor publicatie ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie;

28.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie, met inbegrip van de bijlage, te doen toekomen aan de Raad en de Commissie.

(1) PB L 347 van 20.12.2013, blz. 855.
(2) PB L 347 van 20.12.2013, blz. 884.
(3) PB C 373 van 20.12.2013, blz. 1.


BIJLAGE

BESLUIT VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

betreffende de beschikbaarstelling van middelen uit het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering (aanvraag van België – EGF/2015/012 BE/Henegouwen machines)

(De tekst van de bijlage wordt hier niet weergegeven, aangezien deze overeenkomt met de definitieve handeling: Besluit (EU) 2016/1145.)

Juridische mededeling