Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2016/2770(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Kies een document :

Ingediende teksten :

RC-B8-0801/2016

Debatten :

PV 22/06/2016 - 16
CRE 22/06/2016 - 16

Stemmingen :

PV 23/06/2016 - 8.11
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2016)0290

Aangenomen teksten
PDF 174kWORD 74k
Donderdag 23 juni 2016 - Brussel Definitieve uitgave
Bloedbaden in Oost-Congo
P8_TA(2016)0290RC-B8-0801/2016

Resolutie van het Europees Parlement van 23 juni 2016 over de bloedbaden in Oost-Congo (2016/2770(RSP))

Het Europees Parlement,

–  gezien zijn eerdere resoluties over de Democratische Republiek Congo (DRC), met name die van 10 maart 2016(1) en van 9 juli 2015(2),

–  gezien de resolutie van de Paritaire Parlementaire Vergadering ACS-EU van 15 juni 2016 over de situatie aan de vooravond van de verkiezingen en de veiligheidssituatie in de DRC,

–  gezien de verklaringen van de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid (VV/HV) en haar woordvoerder over de situatie in de Democratische Republiek Congo,

–  gezien de verklaringen van de EU-delegatie naar de Democratische Republiek Congo over de mensenrechtensituatie in het land,

–  gezien de conclusies van de Raad van 23 mei 2016 over de Democratische Republiek Congo,

–  gezien het jaarverslag van de EU inzake mensenrechten en democratie in de wereld in 2014, dat op 22 juni 2015 door de Raad is aangenomen,

–  gezien de open brief van maatschappelijke groeperingen in de gebieden Beni, Butembo en Lubero van 14 mei 2016 aan de president van de Democratische Republiek Congo,

–  gezien de verklaringen van Nairobi van december 2013,

–  gezien het Kader voor vrede, veiligheid en samenwerking voor de DRC en de regio, dat in februari 2013 in Addis Abeba werd ondertekend,

–  gezien de resoluties van de VN-Veiligheidsraad over de DRC, met name Resolutie 2198(2015) over verlenging van het sanctieregime inzake de DRC en het mandaat van de groep van deskundigen, en Resolutie 2277(2016) waarbij het mandaat van de Stabilisatiemissie van de Verenigde Naties in de DRC (Monusco) met een jaar werd verlengd,

–  gezien het verslag van de groep van deskundigen van de VN inzake de DRC van 23 mei 2016,

–  gezien het jaarverslag van de Hoge Commissaris van de VN voor de mensenrechten van 27 juli 2015 over de mensenrechtensituatie en de activiteiten van het gezamenlijke mensenrechtenkantoor van de Verenigde Naties in de DRC,

–  gezien de besluiten en bevelen van het Internationaal Strafhof,

–  gezien de gezamenlijke persverklaring van de groep van internationale gezanten en vertegenwoordigers voor het gebied van de Grote Meren in Afrika van 2 september 2015 over de verkiezingen in de DRC,

–  gezien de verklaring van 9 november 2015 van de voorzitter van de VN-Veiligheidsraad over de situatie in de DRC,

–  gezien de verslagen van de secretaris-generaal van de VN van 9 maart 2016 over de Stabilisatiemissie van de Verenigde Naties en de tenuitvoerlegging van het Kader voor vrede, veiligheid en samenwerking voor de DRC en de regio,

–  gezien de herziene Partnerschapsovereenkomst van Cotonou,

–  gezien het Afrikaans Handvest van de rechten van de mens en de volkeren van juni 1981,

–  gezien het Afrikaans Handvest voor democratie, verkiezingen en bestuur,

–  gezien de Congolese grondwet van 18 februari 2006,

–  gezien artikel 123, leden 2 en 4, van zijn Reglement,

A.  overwegende dat de veiligheidssituatie in de Democratische Republiek Congo blijft verslechteren in het noordoosten van het land, waar nog steeds tientallen gewapende groeperingen opereren, waarbij er herhaaldelijk sprake is van bloedbaden, het ronselen en inzetten van kinderen door gewapende groepen, en wijdverspreide seksuele en op gender gebaseerde gewelddaden;

B.  overwegende dat tussen oktober 2014 en mei 2016 in de gebieden Beni, Lubero en Butembo meer dan 1 160 mensen op gewelddadige wijze om het leven zijn gebracht, meer dan 1 470 mensen zijn verdwenen, talloze huizen, gezondheidscentra en scholen werden platgebrand en veel vrouwen, mannen en kinderen het slachtoffer waren van seksueel geweld;

C.  overwegende dat veel dorpen in deze gebieden nu bezet zijn door gewapende groepen;

D.  overwegende dat er steeds meer ongenoegen heerst over het feit dat de regering van de DRC niet ingrijpt en zich niet uitspreekt over deze gruweldaden, die naar verluidt zowel door gewapende rebellengroepen als door staatstroepen worden gepleegd;

E.  overwegende dat er bijzonder gewelddadige moorden zijn begaan, in sommige gevallen in de onmiddellijke nabijheid van stellingen van het nationale leger (FARDC) en bases van de VN-vredeshandhavingsmissie in de DRC (Monusco);

F.  overwegende dat deze bloedbaden op onverschilligheid van de internationale gemeenschap en stilzwijgen van de media stuiten;

G.  overwegende dat de president van de DRC op basis van het bepaalde in de grondwet garant staat voor de nationale integriteit, de nationale onafhankelijkheid, de veiligheid van mensen en goederen en de normale werking van de instellingen van het land, en de opperbevelhebber van de strijdkrachten van het land is;

H.  overwegende dat de politieke spanningen in de DRC hoog oplopen omdat president Kabila, die sinds 2001 aan de macht is, volgens de grondwet op 20 december 2016 zou moeten aftreden, maar nog niet heeft aangekondigd dat ook inderdaad te zullen doen;

I.  overwegende dat het Congolese leger en Monusco in de regio aanwezig zijn om de stabiliteit te handhaven, gewapende groepen te bestrijden en burgers te beschermen;

J.  overwegende dat het mandaat van Monusco verlengd en uitgebreid is;

K.  overwegende dat het wijdverbreide onvermogen om de daders van mensenrechtenschendingen te berechten ertoe heeft geleid dat een klimaat van straffeloosheid wordt bevorderd en nieuwe misdaden worden gepleegd;

L.  overwegende dat de aarzelende inspanningen van de DRC om duizenden rebellenstrijders te demobiliseren, ofwel door hen op te nemen in het nationale leger ofwel door hun integratie in de burgerlijke samenleving te bevorderen, een grote belemmering voor de vrede is geweest;

M.  overwegende dat er volgens schattingen van humanitaire actoren momenteel 7,5 miljoen mensen hulp nodig hebben; overwegende dat het lopende conflict en de militaire operaties ook tot interne ontheemding van 1,5 miljoen mensen hebben geleid en meer dan 400 000 mensen het land hebben doen ontvluchten;

N.  overwegende dat het Bureau van de Verenigde Naties voor de coördinatie van humanitaire aangelegenheden (OCHA) meldt dat er steeds vaker hulpverleners worden ontvoerd en hulpkonvooien worden aangevallen, waardoor de humanitaire organisaties zich gedwongen hebben gezien hun steunverlening uit te stellen en hun activiteiten tijdelijk stop te zetten;

O.  overwegende dat de bloedbaden in Oost-Congo het gevolg zijn van banden tussen de regionale en nationale politiek, de instrumentalisering van etnische spanningen en de exploitatie van grondstoffen;

1.  spreekt zijn ernstige bezorgdheid uit over de escalatie van het geweld en over de alarmerende en verslechterende humanitaire situatie in de DRC, die het gevolg zijn van de gewapende conflicten in de oostelijke provincies, die nu al meer dan 20 jaar aanslepen; betreurt het verlies van mensenlevens en spreekt zijn medeleven uit met de bevolking van de DRC;

2.  herhaalt zijn oproep aan alle bij het conflict betrokken partijen om onmiddellijk een einde te maken aan het geweld, de wapens neer te leggen, alle kinderen te laten gaan en een dialoog met het oog op een vreedzame en duurzame oplossing van het conflict te bevorderen; dringt met name aan op snelle en actieve hervatting van de samenwerking tussen Monusco en de strijdkrachten van de RDC (FARDC), op basis van de militaire-samenwerkingsovereenkomst die op 28 januari 2016 in Kinshasa is ondertekend, teneinde de vrede en veiligheid in zowel de oostelijke regio als het land in zijn geheel te herstellen en te consolideren;

3.  herinnert eraan dat de neutralisering van alle gewapende groepen in de regio aanzienlijk zal bijdragen tot vrede en stabiliteit, en dringt er bij de regering van de DRC op aan hier een prioriteit van te maken en voor alle burgers de veiligheid te herstellen evenals de stabiliteit in de gebieden Beni, Lubero en Butembo;

4.  verzoekt de internationale gemeenschap met klem zo snel mogelijk een diepgravend, onafhankelijk en transparant onderzoek naar de bloedbaden te verrichten, en ervoor te zorgen dat de regering van de DRC en Monusco daaraan volledig meewerken; dringt aan op een spoedbijeenkomst van de groep van internationale gezanten en vertegenwoordigers voor het gebied van de Grote Meren in Afrika over de verkiezingen in de DRC, teneinde hiertoe passende maatregelen te nemen, zoals het mobiliseren van de VN-Veiligheidsraad;

5.  benadrukt dat de huidige situatie geen belemmering mag vormen voor het houden van verkiezingen, zoals overeenkomstig de bepalingen van de grondwet gepland; benadrukt dat regelmatig verlopen en op tijd gehouden verkiezingen cruciaal zullen zijn voor de stabiliteit en de ontwikkeling van het land op lange termijn;

6.  verzoekt de openbaar aanklager van het Internationaal Strafhof informatie te verzamelen over en te kijken naar de misstanden, teneinde vast te stellen of een onderzoek van het Internationaal Strafhof naar de vermeende misdaden in het Beni-gebied gerechtvaardigd is;

7.  herhaalt dat er geen sprake kan zijn van straffeloosheid voor personen die zich schuldig hebben gemaakt aan mensenrechtenschendingen, oorlogsmisdaden, misdaden tegen de menselijkheid, seksueel geweld tegen vrouwen en meisjes, en voor degenen die verantwoordelijk zijn voor het ronselen van kindsoldaten; benadrukt dat degenen die verantwoordelijk zijn voor dergelijke daden moeten worden aangegeven, geïdentificeerd, vervolgd en gestraft overeenkomstig het nationale en internationale strafrecht;

8.  verzoekt om de opstelling en openbaarmaking van een evaluatieverslag over het optreden van Monusco; is ingenomen met resolutie 2277(2016) van de VN-Veiligheidsraad, waarbij het mandaat van Monusco werd verlengd en haar bevoegdheden op het gebied van burgerbescherming en mensenrechten, inclusief gendergebaseerd geweld en geweld tegen kinderen, werden uitgebreid;

9.  verzoekt Monusco met klem door middel van "machtstransformatie" invulling te geven aan zijn mandaat om de burgerbevolking te beschermen, en te zorgen voor meer operationele capaciteit om burgers te beschermen door middel van snelle-interventiemechanismen en luchtverkenning in Oost-Congo, waaronder via patrouilles en mobiele bases;

10.  roept de AU en de EU op te zorgen voor een permanente politieke dialoog tussen de landen van het Grote Merengebied, om verdere destabilisatie te voorkomen; betreurt dat er slechts beperkte vooruitgang is geboekt bij de tenuitvoerlegging van de kaderovereenkomst voor vrede, veiligheid en samenwerking van februari 2013, en verzoekt alle partijen actief bij te dragen aan de stabilisatie-inspanningen;

11.  benadrukt dat het maatschappelijk middenveld moet worden betrokken bij alle maatregelen om burgers te beschermen en conflicten op te lossen, en dat mensenrechtenverdedigers moeten worden beschermd en een platform aangereikt moeten krijgen van de regering van de DRC en de internationale gemeenschap;

12.  erkent de door de Congolese autoriteiten geleverde inspanningen ter bestrijding van straffeloosheid en ter voorkoming van seksueel geweld en geweld tegen kinderen, maar is van mening dat deze inspanningen traag vorderen;

13.  herinnert de EU eraan dat haar beleid, waaronder met betrekking tot de wapenhandel en de handel in grondstoffen, coherent moet zijn en dat de onderhandelingen over overeenkomsten in de regio vrede, stabiliteit, ontwikkeling en mensenrechten moeten bevorderen;

14.  verzoekt de EU te overwegen gerichte sancties op te leggen, met inbegrip van reisverboden en bevriezing van tegoeden, aan degenen die verantwoordelijk zijn voor de bloedbaden in Oost-Congo het gewelddadige optreden in de DRC, teneinde verder geweld te helpen voorkomen;

15.  verzoekt de EU en haar lidstaten hun steun aan de bevolking van de DRC te handhaven, teneinde de levensomstandigheden van de meest kwetsbare bevolkingsgroepen te verbeteren, met name van de intern ontheemden;

16.  veroordeelt alle aanvallen op humanitaire actoren en elke belemmering van humanitaire toegang; verzoekt alle bij het conflict betrokken partijen met klem de onafhankelijkheid, neutraliteit en onpartijdigheid van humanitaire actoren te respecteren;

17.  herhaalt dat bedrijven ervoor moeten zorgen dat hun activiteiten volledig in overeenstemming zijn met de internationale mensenrechtennormen; verzoekt de lidstaten derhalve erop toe te zien dat bedrijven onder hun nationale jurisdictie de mensenrechten en de internationale normen niet schenden bij hun activiteiten in derde landen;

18.  is verheugd dat de Congolese autoriteiten zich inspannen om de wetgeving toe te passen die de handel in en verwerking van mineralen verbiedt in gebieden waar mineralen illegaal worden geëxploiteerd, zoals gebieden die door gewapende groeperingen worden gecontroleerd; verzoekt de Congolese autoriteiten de toepassing van de wetgeving te verbeteren en ervoor te zorgen dat strikter toezicht wordt uitgeoefend op mijnbouwovereenkomsten en het gebruik van de inkomsten uit mijnbouwactiviteiten; vraagt de EU de DRC hierbij te helpen via haar ontwikkelingssamenwerkingsbeleid; verwelkomt het dat Europa onlangs overeenstemming heeft bereikt over verplichte "due diligence"-controles van de leveranciers van conflictmineralen als een eerste stap in de richting van het bij de Europese bedrijven neerleggen van een grotere verantwoordelijkheid op dit vlak, en spoort de EU aan deze overeenstemming zo snel mogelijk te vertalen in ambitieuze wetgeving;

19.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid, de Afrikaanse Unie, de ACS-EU-Raad, de secretaris-generaal van de VN, de VN-Mensenrechtenraad en de president, de premier en het parlement van de DRC.

(1) Aangenomen teksten, P8_TA(2016)0085.
(2) Aangenomen teksten, P8_TA(2015)0278.

Juridische mededeling