Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2015/2321(INI)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A8-0204/2016

Ingediende teksten :

A8-0204/2016

Debatten :

PV 04/07/2016 - 14
CRE 04/07/2016 - 14

Stemmingen :

PV 05/07/2016 - 4.3
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2016)0297

Aangenomen teksten
PDF 253kWORD 135k
Dinsdag 5 juii 2016 - Straatsburg Definitieve uitgave
Vluchtelingen: sociale inclusie en integratie op de arbeidsmarkt
P8_TA(2016)0297A8-0204/2016

Resolutie van het Europees Parlement van 5 juli 2016 over vluchtelingen: sociale inclusie en integratie op de arbeidsmarkt (2015/2321(INI))

Het Europees Parlement,

–  gezien het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie,

–  gezien artikel 78 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU),

–  gezien het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden,

–  gezien de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens van 1948,

–  gezien het Verdrag van Genève van 1951 en het aanvullende protocol hierbij,

–  gezien zijn resolutie van 29 april 2015 over de recente tragedies op de Middellandse Zee en het migratie- en asielbeleid van de EU(1),

–  gezien zijn resolutie van 10 september 2015 over migratie en vluchtelingen in Europa(2),

–  gezien het tienpuntenplan inzake migratie van de Commissie, gepresenteerd tijdens de gezamenlijke Raad van ministers van Buitenlandse en Binnenlandse Zaken van 20 april 2015,

–  gezien de mededeling van de Commissie "Een Europese migratieagenda" (COM(2015)0240),

–  gezien de mededeling van de Commissie van dinsdag 7 juni 2016 over het Europese actieplan voor de integratie van onderdanen van derde landen (COM(2016)0377),

–  gezien het voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad betreffende de voorwaarden voor toegang en verblijf van onderdanen van derde landen met het oog op een hooggekwalificeerde baan (COM(2016)0378),

–  gezien de mededeling van de Commissie van vrijdag 10 juni 2016 met als titel "Een nieuwe agenda voor vaardigheden voor Europa" (COM(2016)0381),

–  gezien het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van een gemeenschappelijke EU-lijst van veilige landen van herkomst voor de toepassing van Richtlijn 2013/32/EU van het Europees Parlement en de Raad betreffende gemeenschappelijke procedures voor de toekenning en intrekking van de internationale bescherming, en tot wijziging van Richtlijn 2013/32/EU (COM(2015)0452),

–  gezien Richtlijn 2013/33/EU van het Europees Parlement en de Raad van 26 juni 2013 tot vaststelling van normen voor de opvang van verzoekers om internationale bescherming (de richtlijn opvangvoorzieningen),

–  gezien de mededeling van de Commissie "EU-actieplan inzake terugkeer" (COM(2015)0453),

–  gezien de aanbeveling van de Commissie tot vaststelling van een gemeenschappelijk "terugkeerhandboek" voor gebruik door de bevoegde autoriteiten van de lidstaten bij het uitvoeren van terugkeergerelateerde taken (C(2015)6250),

–  gezien de mededeling van de Commissie over de regels inzake overheidsopdrachten in verband met de huidige asielcrisis (COM(2015)0454),

–  gezien de gezamenlijke mededeling van de Commissie en hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid over de aanpak van de vluchtelingencrisis in Europa: de rol van het externe optreden van de EU (JOIN(2015)0040),

–  gezien het besluit van de Commissie tot oprichting van een EU-noodtrustfonds voor stabiliteit en de aanpak van de diepere oorzaken van irreguliere migratie en ontheemding in Afrika (C(2015)7293),

–  gezien de mededeling van de Commissie over de aanpak van de vluchtelingencrisis: nu te nemen operationele, budgettaire en wetgevende maatregelen in het kader van de Europese migratieagenda (COM(2015)0490),

–  gezien de mededeling van de Commissie van 27 mei 2015 getiteld "EU-actieplan tegen migrantensmokkel (2015 - 2020)" (COM(2015)0285),

–  gezien de mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio's over de Europese Agenda voor de integratie van onderdanen van derde landen,

–  gezien de mededeling van de Commissie over de aanpak van de vluchtelingencrisis: voortgang van de uitvoering van de prioritaire maatregelen van de Europese migratieagenda (COM(2015)0510),

–  gezien de conclusies van de Europese Raad van de bijeenkomst in juni 2014, de buitengewone bijeenkomst van 23 april 2015, de bijeenkomst van 25 en 26 juni 2015, de informele bijeenkomst van de staatshoofden en regeringsleiders van de EU over migratie van 23 september 2015, de bijeenkomst van 15 oktober 2015 en de bijeenkomsten van 17 en 18 december 2015 en 18 en 19 februari 2016,

–  gezien de conclusies van de Raad van 20 juli 2015 over veilige landen van herkomst, van 20 juli 2015 over migratie, van 8 oktober 2015 over de toekomst van het terugkeerbeleid, van 12 oktober 2015 over migratie, van 9 november 2015 over maatregelen om de vluchtelingen- en migratiecrisis te beheersen en van 4 december 2015 over staatloosheid,

–  gezien de conclusies van 20 juli 2015 van de vertegenwoordigers van de regeringen van de lidstaten, in het kader van de Raad bijeen, betreffende het hervestigen middels multilaterale en nationale regelingen van 20 000 personen die duidelijk internationale bescherming behoeven,

–  gezien het gezamenlijk actieplan EU-Turkije van 15 oktober 2015,

–  gezien de verklaring naar aanleiding van de Conferentie op hoog niveau over de oostelijke route door het Middellandse Zeegebied en de Westelijke Balkanroute die op 8 oktober 2015 is aangenomen, evenals de verklaring van de regeringsleiders die tijdens de bijeenkomst over vluchtelingenstromen via de Westelijke Balkanroute op 25 oktober 2015 is aangenomen,

–  gezien het actieplan en de politieke verklaring, goedgekeurd tijdens de top EU-Afrika over migratie in Valletta op 11 en 12 november 2015,

–  gezien Richtlijn 2003/86/EG van de Raad van 22 september 2003 inzake het recht op gezinshereniging,

–  gezien het gemeenschappelijk verslag over de werkgelegenheid van de Commissie en de Raad bij de mededeling over de jaarlijkse groeianalyse 2016,

–  gezien Resolutie 1994 (2014) van de Parlementaire Assemblee van de Raad van Europa,

–  gezien het werk en de verslagen van het Europees Ondersteuningsbureau voor asielzaken (EASO), en met name het jaarverslag over de asielsituatie in de Europese Unie 2014,

–  gezien artikel 33, lid 1, en artikel 33, lid 2, van het VN-Verdrag van 1984 tegen foltering en andere wrede, onmenselijke of onterende behandeling of bestraffing,

–  gezien het werk, de jaarverslagen en de studies van het Bureau van de Europese Unie voor de grondrechten (FRA), en met name de studies over ernstige vormen van arbeidsuitbuiting,

–  gezien de studie van de beleidsondersteunende afdeling A over de integratie van migranten en haar gevolgen voor de arbeidsmarkt, de studies van beleidsondersteunende afdeling C over de tenuitvoerlegging van artikel 80 VWEU, over nieuwe methoden, alternatieve wegen en middelen om toegang te krijgen tot asielprocedures voor personen die om internationale bescherming verzoeken, over het verkennen van nieuwe wegen voor wetgeving op het gebied van arbeidsmigratie naar de EU, over versterking van het gemeenschappelijk Europees asielstelsel en alternatieven voor Dublin en over samenwerking van de EU met derde landen op het gebied van migratie, en de nota's en papers van beleidsondersteunende afdelingen A en D over EU-fondsen voor migratiebeleid en integratie van vluchtelingen: analyse van doelmatigheid en goede praktijken voor de toekomst, en de studie van de beleidsondersteunende afdeling van DG EXPO over migranten in het Middellandse Zeegebied: bescherming van de mensenrechten,

–  gezien de studies van het Europees migratienetwerk (EMN), en met name de studie over beleid, praktijk en gegevens inzake niet-begeleide minderjarigen,

–  gezien de werkzaamheden en de rapporten van de Hoge Commissaris van de Verenigde Naties voor vluchtelingen,

–  gezien de werkzaamheden en de rapporten van de speciale rapporteur van de Verenigde Naties voor de mensenrechten van migranten,

–  gezien de werkzaamheden en de rapporten van de Internationale Organisatie voor Migratie,

–  gezien de werkzaamheden en de verslagen van de Europese Raad voor vluchtelingen en ballingen,

–  gezien het advies van het Europees Comité van de Regio's – Europese migratieagenda, goedgekeurd tijdens de 115e zitting van 3-4 december 2015,

–  gezien de adviezen van 10 december 2015 van het Europees Economisch en Sociaal Comité over de Europese migratieagenda en over het EU-actieplan tegen migrantensmokkel,

–  gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité van 27 april 2016 over de integratie van vluchtelingen in de EU,

–  gezien zijn resolutie van 17 december 2014 over de situatie in het Middellandse Zeegebied en de noodzaak van een holistische EU-aanpak van migratie(3),

–  gezien de ervaring die is opgedaan via het Equal-programma en de geleerde lessen,

–  gezien de gemeenschappelijke basisbeginselen voor het beleid inzake de integratie van immigranten in de Europese Unie, aangenomen door de Raad Justitie en Binnenlandse Zaken in november 2004, met name beginselen 3, 5 en 7,

–  gezien zijn resolutie van 14 maart 2013 over integratie van migranten, gevolgen voor de arbeidsmarkt en externe dimensie van de coördinatie van de sociale zekerheid(4),

–  gezien de relevante publicaties van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO), in het bijzonder "Indicators of Immigrant Integration 2015: Settling In", "Making Integration Work: Refugees and others in need of protection", en "A New Profile of Migrants in the Aftermath of the Recent Economic Crisis",

–  gezien de relevante publicaties van Eurofound, in het bijzonder "Challenges of policy coordination for third-country nationals" en "Approaches towards the labour market integration of refugees in the EU",

–  gezien de discussienota van het personeel van het Internationaal Monetair Fonds "The Refugee Surge in Europe: Economic Challenges",

–  gezien het jaarverslag van de Asylum Information Database van 2014-2015 getiteld "Common Asylum System at a turning point: Refugees caught in Europe's solidarity crisis",

–  gezien het document "International Protection Considerations with regard to people fleeing the Syrian Arab Republic, Update II" van de UNHCR van 22 oktober 2013,

–  gezien zijn resolutie van 19 januari 2016 over op vaardigheden gerichte beleidsmaatregelen voor de bestrijding van de jeugdwerkloosheid(5),

–  gezien zijn resolutie van 10 september 2015 over sociaal ondernemerschap en sociale innovatie bij de bestrijding van werkloosheid(6),

–  gezien zijn resolutie van 8 maart 2016 over de situatie van vrouwelijke vluchtelingen en asielzoekers in de EU(7),

–  gezien de studie van het beleidsdepartement C van het Europees Parlement van februari 2016 over "Female refugees and asylum seekers: the issue of integration",

–  gezien de conclusies van de Europese tripartiete sociale top van 16 maart 2016, met name de verklaring van de Europese economische en sociale partners over de vluchtelingencrisis,

–  gezien de internationale verplichtingen krachtens het Verdrag betreffende de status van vluchtelingen van 1951 en het VN-Verdrag inzake de rechten van het kind, en met het oog op het grondrecht van ieder kind op toegang tot gratis basisonderwijs, ongeacht zijn geslacht, ras dan wel etnische of maatschappelijke achtergrond,

–  gezien zijn resolutie van 26 november 2015 over onderwijs aan kinderen in noodsituaties en aanhoudende crises(8),

–  gezien artikel 52 van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie werkgelegenheid en sociale zaken en het advies van de Commissie cultuur en onderwijs (A8-0204/2016),

A.  overwegende dat de vluchtelingencrisis in de eerste plaats een humanitaire crisis is die onder meer het gevolg is van de destabilisering van landen in het nabuurschap van de EU, en die ook effecten op lange termijn heeft op de arbeidsmarkt en de samenleving in de EU en dus oplossingen op lange termijn en weloverwogen tegenmaatregelen vergt om sociale cohesie op lokaal niveau en een succesvolle integratie van nieuwkomers in onze samenlevingen te kunnen verzekeren;

B.  overwegende dat het Verdrag van Genève in het leven is geroepen om de Europese vluchtelingen na de Tweede Wereldoorlog te beschermen en dat er in dit verdrag wordt bepaald wie een vluchteling is en een aantal rechten worden neergelegd die vluchtelingen genieten, evenals de verplichtingen van staten;

C.  overwegende dat er drie soorten juridische status bestaan waaronder personen internationale bescherming genieten of kunnen genieten, te weten de status van vluchteling, de asielzoekersstatus en de status van personen die subsidiaire bescherming genieten; overwegende dat het beleid inzake sociale inclusie en integratie op de arbeidsmarkt moet worden afgestemd op hun specifieke behoeften;

D.  overwegende dat de oorzaken van de vluchtelingencrisis moeten worden geanalyseerd om doeltreffend en onmiddellijk te kunnen optreden; voorts overwegende dat conflicten de belangrijkste oorzaken van de vluchtelingencrisis zijn en dat een oplossing van deze conflicten zou betekenen dat er veel minder nieuwe vluchtelingen zouden zijn en dat de overige naar hun eigen land zouden kunnen terugkeren;

E.  overwegende dat er in 2014 en 2015 in Europa een ongekend hoog aantal vluchtelingen werd geregistreerd, wat het gevolg is van de moeilijke humanitaire situatie in bepaalde buurlanden van de EU; overwegende dat betere toegang tot informatie door middel van nieuwe technologieën zou kunnen helpen voorkomen dat mensensmokkelaars en smokkelaars floreren;

F.  overwegende dat het actieplan en de politieke verklaring, goedgekeurd tijdens de top EU-Afrika over migratie in Valletta op 11 en 12 november 2015, niet tot concrete, baanbrekende maatregelen hebben geleid;

G.  overwegende dat de integratie van vluchtelingen zowel in de samenleving als op de arbeidsmarkt alleen kan worden bereikt als alle lidstaten en hun samenlevingen solidair zijn en zich daar gezamenlijk voor inzetten;

H.  overwegende dat de beroepsbevolking in de EU tussen nu en 2020 naar verwachting met 7,5 miljoen personen zal dalen; overwegende dat er volgens prognoses inzake de ontwikkeling van de behoeften van de arbeidsmarkt in de EU in de toekomst op bepaalde gebieden tekorten zullen ontstaan;

I.  overwegende dat arbeidsintegratie een springplank is naar sociale inclusie;

J.  overwegende dat sociale inclusie en integratie van vluchtelingen in de samenlevingen van de gastlanden, en met name op hun arbeidsmarkt, een dynamisch tweerichtingsproces is, alsook een tweedimensionaal proces (met rechten en plichten), dat zowel een uitdaging als een kans vormt waarbij de inclusie van vluchtelingen op elkaar afgestemde maar uiteenlopende verantwoordelijkheden en inspanningen vergt van de zijde van de vluchtelingen zelf en van die van de lidstaten, hun lokale en, indien van toepassing, hun regionale overheden en gastgemeenschappen, alsook de betrokkenheid en steun van sociale partners, het maatschappelijk middenveld en vrijwilligersorganisaties;

K.  overwegende dat voor geslaagde integratie niet alleen inclusie op de arbeidsmarkt nodig is, maar ook toegang tot passende taalopleidingen bij aankomst en tot huisvesting, onderwijs en opleiding, sociale bescherming en gezondheidszorg, met inbegrip van geestelijke gezondheidszorg;

L.  overwegende dat de arbeidsmarktsituatie in gastlanden een doorslaggevende factor is voor een succesvolle integratie van vluchtelingen; overwegende dat de werkloosheid in de EU, met name de jeugdwerkloosheid en langdurige werkloosheid, nog steeds alarmerend hoog is en dat het op elkaar afstemmen van vraag en aanbod op de arbeidsmarkt een aanhoudende uitdaging vormt;

M.  overwegende dat elke vluchteling een individu is met zijn of haar persoonlijke achtergrond, kennis, vaardigheden, kwalificaties, werk- en levenservaring en behoeften, die alle erkenning verdienen; overwegende dat vluchtelingen economische activiteiten kunnen uitoefenen en genereren die positieve effecten zouden kunnen hebben op de gastgemeenschappen;

N.  overwegende dat bovendien 24,4 % van de totale bevolking van de EU het risico loopt op armoede en sociale uitsluiting en dat bijna 10 % te maken heeft met ernstige materiële deprivatie;

O.  overwegende dat onderdanen van derde landen veel problemen ondervinden met de erkenning van hun vaardigheden en kwalificaties; overwegende dat de erkenning van kwalificaties uit een derde land hand in hand gaat met het screenen van vaardigheden;

P.  overwegende dat de erkenning van de opleiding en de kwalificaties van volwassen vluchtelingen en specifieke voorzieningen die hen in staat stellen academische kwalificaties en specifieke vaardigheden te verwerven, van essentieel belang zijn voor hun intrede op de arbeidsmarkt;

Q.  overwegende dat het verlenen van effectieve toegang tot de arbeidsmarkt aan vluchtelingen en asielzoekers belangrijk is om hun menselijke waardigheid en zelfwaarde te herstellen en dat dit ook rendabel is, en dat het ook een verantwoorde benadering is vanuit het oogpunt van de overheidsfinanciën omdat het door de lidstaten en de lokale autoriteiten gedragen kosten verlicht en ervoor zorgt dat zij zo ook belasting kunnen gaan betalen;

R.  overwegende dat vrouwen en kinderen, of het nu vluchtelingen of asielzoekers zijn, specifieke beschermingsbehoeften hebben; benadrukt dat elk beleid inzake sociale inclusie en integratie op de arbeidsmarkt een gender- en een kinderbeschermingsperspectief moet omvatten;

S.  overwegende dat er volgens Europolgegevens uit 2015 ten minste 10 000 niet-begeleide kinderen na hun aankomst in Europa verdwenen zijn;

T.  overwegende dat gedwongen verplaatsingen, conflicten, schendingen van de mensenrechten en oorlogen een aanzienlijke impact kunnen hebben op de lichamelijke en geestelijke gezondheid van de mensen die erdoor worden getroffen; overwegende dat vrouwelijke vluchtelingen en asielzoekers bovendien zeer vaak gendergerelateerd geweld ervaren;

U.  overwegende dat een groot deel van de asielzoekers die in Europa zijn aangekomen in mensonwaardige en precaire omstandigheden leeft, in kampen waar zij geen toegang hebben tot voorzieningen en diensten van goede kwaliteit om in hun basisbehoeften te voorzien;

V.  overwegende dat in artikel 33, lid 1, van het Verdrag betreffende de status van vluchtelingen van de Verenigde Naties van 1951 wordt bepaald dat "[g]een der Verdragsluitende Staten […], op welke wijze ook, een vluchteling [zal] uitzetten of terugleiden ("refouler") naar de grenzen van een grondgebied waar zijn leven of vrijheid bedreigd zou worden op grond van zijn ras, godsdienst, nationaliteit, het behoren tot een bepaalde sociale groep of zijn politieke overtuiging";

W.  overwegende dat in artikel 3, leden 1 en 2, van het Verdrag tegen foltering en andere wrede, onmenselijke of onterende behandeling of bestraffing (1984) wordt bepaald dat "[g]een enkele Staat die partij is bij dit Verdrag, […] een persoon [mag] uitzetten of terugzenden ("refouler") naar of uitleveren aan een andere Staat wanneer er gegronde redenen zijn om aan te nemen dat hij daar gevaar zou lopen te worden onderworpen aan foltering" en dat "[...] de bevoegde autoriteiten rekening [dienen] te houden met alle van belang zijnde overwegingen waaronder, waar van toepassing, het bestaan in de betrokken Staat van een samenhangend patroon van grove, flagrante of massale schendingen van mensenrechten";

X.  overwegende dat discriminatie, naast taalkundige, educatieve en institutionele factoren, in het algemeen een van de belangrijkste obstakels vormt voor een volwaardige deelname van migranten aan de arbeidsmarkt en de samenleving(9);

Y.  overwegende dat de helft van de asielzoekers en vluchtelingen die in 2015 de EU binnenkwamen, tussen 18 en 34 jaar oud is en dat het in één op de vier gevallen om kinderen gaat; overwegende dat deze kinderen afkomstig zijn uit conflictgebieden waar zij niet langer of slechts beperkt naar school konden gaan, soms gedurende langere periodes, of uit vluchtelingenkampen waar slechts een minderheid van hen een vorm van onderwijs kon genieten of naar een plaatselijk school kon gaan;

Z.  overwegende dat in Richtlijn 2003/86/EG met betrekking tot gezinshereniging van vluchtelingen wordt bepaald dat de landen van de EU "ten aanzien van een vluchteling niet [mogen] eisen dat hij gedurende een bepaalde periode op hun grondgebied heeft verbleven voordat zijn gezinsleden zich bij hem kunnen voegen";

1.  benadrukt dat de EU haar onmiddellijke respons op de situatie moet baseren op solidariteit en billijke verdeling van de verantwoordelijkheid, zoals bepaald in artikel 80 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU), en op een alomvattende aanpak die rekening houdt met de behoefte aan verbeterde veilige en legale migratiekanalen en waarborgt dat bestaande wetten en fundamentele Europese rechten en waarden onverkort geëerbiedigd worden; wijst erop dat het nodig is onmiddellijk een permanent herplaatsingsmechanisme in te voeren voor alle lidstaten om de instroom van vluchtelingen en asielzoekers te kunnen beheren;

2.  neemt nota van de grote verschillen en het gebrek aan duidelijkheid in de wijze waarop de term "vluchteling" wordt gebruikt in het openbare en politieke debat; benadrukt dat het belangrijk is vluchtelingen duidelijk te benoemen in overeenstemming met de wettelijke definitie zoals die is neergelegd in het Verdrag van Genève van 28 juli 1951, zoals gewijzigd bij het Protocol van New York van 31 januari 1967, en in de EU-wetgeving, met name de erkenningsrichtlijn (2011/95/EU)(10), artikel 2, onder c) t/m g), en de richtlijn opvangvoorzieningen, artikel 2, onder a), b) en c); benadrukt dat het van belang is om voor de uitvoering van de verschillende Europese en internationale beleidsmaatregelen duidelijk onderscheid te maken tussen vluchtelingen en economische migranten;

3.  wijst erop dat een persoon die in aanmerking komt voor subsidiaire bescherming een onderdaan van een derde land of een staatloze is die niet wordt erkend als vluchteling, maar die niettemin een reëel risico loopt op ernstige schade, foltering of onmenselijke of vernederende behandeling of bestraffing, of een burger die wordt geconfronteerd met een ernstige en individuele bedreiging van zijn leven als gevolg van willekeurig geweld in het kader van een internationaal of binnenlands gewapend conflict (zie erkenningsrichtlijn);

4.  benadrukt dat er tussen de lidstaten grote verschillen bestaan met betrekking tot de termijnen waarbinnen en de wijze waarop verzoeken om internationale bescherming worden behandeld; wijst erop dat trage en al te bureaucratische procedures een belemmering kunnen vormen voor de toegang van vluchtelingen en asielzoekers tot onderwijs en opleiding, beroepsadvies en de arbeidsmarkt, de inwerkingstelling van programma's van de EU en de lidstaten en het doeltreffend en gecoördineerd gebruik van fondsen op dit gebied, en ertoe kunnen leiden dat vluchtelingen en asielzoekers meer worden blootgesteld aan zwartwerk en precaire werkomstandigheden; wijst erop dat het dringend noodzakelijk is een gemeenschappelijk asielstelsel op te zetten om de erkenningsprocedures te verbeteren en tegelijkertijd het hoogste veiligheidsniveau te garanderen voor vluchtelingen en Europese burgers; beveelt aan dat de noodzakelijke maatregelen worden genomen om de lidstaten die om geografische redenen het meest betrokken zijn bij de primaire opvang, te ondersteunen; erkent dat de duur van de verleende verblijfsvergunning (vooral voor personen met subsidiaire bescherming), als die slechts van relatief korte duur is, de integratie op de arbeidsmarkt belemmert;

5.  dringt er voorts op aan dat buiten het Europese grondgebied efficiënte maatregelen worden genomen, zowel om degenen die daartoe het recht hebben, in staat te stellen de gastlanden veilig te bereiken, als om de verzoeken om internationale bescherming te beheren en onbestemde migratiestromen in te dammen;

6.  benadrukt dat het, om de sociale inclusie en de integratie van vluchtelingen op de arbeidsmarkt te vergemakkelijken, nodig is een op aanpasbaarheid en samenwerking gebaseerde aanpak te ontwikkelen en een aantal ernstige en complexe problemen aan te pakken, zoals alle vormen van discriminatie, taalbarrières, die de belangrijkste hinderpaal voor integratie vormen, de validering van vaardigheden, verschillen qua sociaal-economische, educatieve en culturele achtergrond, huisvesting, gezondheidsbehoeften, waaronder psychosociale en posttraumatische ondersteuning, gezinshereniging en het feit dat veel van de vluchtelingen tot kwetsbare groeperingen behoren, in het bijzonder het verontrustend hoge aantal kinderen, waaronder niet-begeleide kinderen, gehandicapten, ouderen en vrouwen(11), die alle aan hun specifieke behoeften aangepaste maatregelen behoeven;

7.  verwerpt het idee om speciale arbeidsmarkten voor vluchtelingen te creëren;

8.  pleit ervoor dat het respectievelijke nationale minimumloon ook voor vluchtelingen geldt;

9.  herinnert aan de uiterst zorgwekkende situatie van vrouwen in vluchtelingenkampen in Europa en in het bijzonder aan hun hygiënische en leefomstandigheden, die van dien aard zijn dat urgente sanitaire maatregelen geboden zijn; benadrukt dat vrouwen andere zorgbehoeften hebben dan mannen omdat ze vaker worden blootgesteld aan meerdere risico's, waaronder gendergerelateerd geweld, complicaties bij reproductieve gezondheid en culturele belemmeringen bij de toegang tot gezondheidszorg; is daarom van mening dat de beleidslijnen op dit gebied niet genderneutraal kunnen zijn;

10.  onderstreept dat het van belang is onderscheid te maken tussen spoedmaatregelen en maatregelen voor de middellange tot lange termijn teneinde op doeltreffende wijze te kunnen inspelen op de uiteenlopende behoeften;

11.  herhaalt dat het belangrijk is bij de behandeling van aanvragen voor de vluchtelingenstatus van meet af aan de genderdimensie te erkennen en rekening te houden met de behoeften van vrouwen die internationale bescherming aanvragen, alsook met de specifieke problemen die vrouwen ondervinden op het gebied van sociale inclusie en integratie op de arbeidsmarkt; dringt aan op gelijke kansen voor mannen en vrouwen in alle beleidsmaatregelen en procedures in verband met sociale inclusie en integratie op de arbeidsmarkt en inzake asiel en migratie, waarbij rekening moet worden gehouden met het feit dat vrouwen vaker dan mannen de verantwoordelijkheid dragen voor de zorg voor kinderen en oudere, zieke of anderszins afhankelijke familieleden; herinnert eraan dat kwaliteitsvolle en betaalbare zorg voor kinderen en andere verwanten, alsook flexibele arbeidsregelingen, cruciale voorbeelden zijn van hoe de toegang tot de arbeidsmarkt voor alle ouders kan worden verbeterd en hoe zij economisch en sociaal gezien zelfredzaam kunnen worden gemaakt;

12.  benadrukt de voordelen van voorlichting over sociale inclusie en integratie op de arbeidsmarkt; benadrukt dat het belangrijk is om alle vluchtelingen, in het bijzonder meisjes en vrouwen, toegang te verlenen tot formeel, informeel en niet-formeel onderwijs en tot langdurige opleidingen in combinatie met werkervaring(12); vraagt voorts om solide en transparante procedures voor de erkenning van in niet EU-landen verworven kwalificaties;

13.  dringt er bij de lidstaten op aan een taalonderwijsstelsel op te zetten in het kader waarvan algemeen en beroepsgericht taalonderwijs nauw op elkaar worden afgestemd;

14.  benadrukt het belang van een op maat gesneden integratieaanpak op basis van gelijke kansen, met de nodige aandacht voor de behoeften en specifieke uitdagingen van de verschillende doelgroepen; benadrukt in dit verband dat er een grote behoefte bestaat aan alfabetiseringsprogramma's;

Uitdagingen en kansen

15.  meent dat het faciliteren voor vluchtelingen van effectieve toegang tot huisvesting, gezondheidszorg, onderwijs, sociale bescherming en de arbeidsmarkt, met eerbiediging van hun grondrechten, en het inclusiever maken van de arbeidsmarkten op lokaal en nationaal niveau, belangrijk zou kunnen zijn om hun menselijke waardigheid en zelfwaarde te herstellen, en benadrukt dat dit ook rendabel is omdat ze dan voor zichzelf kunnen zorgen, financieel onafhankelijk worden en een positieve bijdrage kunnen leveren aan de maatschappij, wat een essentiële stap is voor hun succesvolle integratie in die samenleving, en ook een verantwoorde benadering is vanuit het oogpunt van de overheidsfinanciën, omdat het de kosten voor de lidstaten en lokale autoriteiten verlicht, aangezien het betekent dat vluchtelingen geïntegreerd worden en tegelijkertijd ook belasting kunnen gaan betalen, wat als positief kan worden gezien voor hun persoonlijke groei, ontwikkeling en zelfvertrouwen en voor hun erkenning in de samenleving, alsook voor die samenleving en gemeenschap in hun geheel; wijst erop dat niet alle vluchtelingen die in de EU aankomen, kunnen werken om gezondsheids-, leeftijds- of andere redenen; herinnert eraan dat de erkenningsrichtlijn en de richtlijn opvangvoorzieningen voorzien in het recht op toegang tot de arbeidsmarkt en tot beroepsopleiding, zowel voor asielzoekers als voor personen die internationale bescherming genieten;

16.  verzoekt de lidstaten te werken aan de tenuitvoerlegging van de landenspecifieke aanbevelingen die in het kader van het Europees semester zijn opgesteld;

17.  wijst erop dat vroegtijdige en voortgezette maatregelen essentieel zijn voor het streven om de sociale inclusie en integratie van vluchtelingen op de arbeidsmarkt en in de plaatselijke gemeenschap zo doeltreffend mogelijk te laten verlopen, zodat er minder kans bestaat dat zij zich later geïsoleerd voelen en het gevoel hebben tekort te schieten en niet in de samenleving te passen; herinnert eraan dat die vroegtijdige maatregelen onder meer zouden kunnen bestaan in participatie in een vroeg stadium door middel van vrijwilligerswerk, stages, begeleiding en inzet voor de gemeenschap;

18.  onderkent het belang van het ondersteunende werk van maatschappelijke en vrijwilligersorganisaties voor de zelfredzaamheid, de integratie en de weerbaarheid van alle asielzoekers en vluchtelingen vóór en tijdens hun deelname aan de arbeidsmarkt; onderstreept dat de nodige maatregelen moeten worden getroffen om degenen die zich als vrijwilliger inzetten voor de integratie van en het onderwijs aan vluchtelingen, een gedegen opleiding te bieden; wijst erop dat het belangrijk is om sociale en gemeenschapsnetwerken tussen en met vluchtelingen- en migrantengemeenschappen op te bouwen om hun toegang tot de arbeidsmarkt te vergemakkelijken;

19.  benadrukt dat de toestand van de arbeidsmarkt in gastlanden een van de doorslaggevende factoren is voor een duurzame en succesvolle integratie van vluchtelingen; is zich ervan bewust dat vluchtelingen qua leeftijd, vaardigheden en kennis een heterogene groep vormen; benadrukt dat de werkloosheid in de EU, in het bijzonder de jeugdwerkloosheid en de langdurige werkloosheid, nog steeds alarmerend hoog is en dat de Commissie en de lidstaten beleidsmaatregelen en investeringen moeten blijven prioriteren die gericht zijn op het scheppen van kwaliteitsvolle banen voor de hele samenleving, met bijzondere nadruk op de meest kwetsbare personen, en op economische groei; herinnert eraan dat maatregelen om hoogwaardige werkgelegenheid te scheppen, actieve arbeidsmarkten te bevorderen en werkloosheid te bestrijden in de lokale context moeten passen, omdat zij anders niet doeltreffend zullen zijn;

20.  wijst er voorts op dat de sociale en economische omstandigheden binnen de Unie sterk verschillen; benadrukt dat het van belang is dat hiermee rekening wordt gehouden bij de herplaatsing van vluchtelingen, teneinde hun vooruitzichten op integratie in de arbeidsmarkt te optimaliseren, want zij worden te vaak eerst herplaatst in plaatsen waar zij geen werk kunnen vinden;

21.  verzoekt de lidstaten ervoor te zorgen dat het verwelkomen van migranten hand in hand gaat met een solide integratiebeleid, zoals taal- en inburgeringscursussen, die een volledig inzicht geven in de fundamentele rechten en waarden van de EU en de betekenis van sociale inclusie; benadrukt dat het verwerven van taalvaardigheden een essentiële rol speelt bij de succesvolle integratie van vluchtelingen, met name op de arbeidsmarkt; verzoekt de lidstaten van vluchtelingen die waarschijnlijk een verblijfsvergunning zullen krijgen en werk zullen vinden in het gastland, te eisen dat zij omvattende, zowel algemene als werkgerelateerde taalcursussen volgen, en hun die cursussen aan te bieden; is van mening dat al in de hotspots en de opvangcentra met het taalonderwijs moet worden begonnen;

22.  benadrukt dat het nodig is de formele en niet-formele vaardigheden van vluchtelingen en asielzoekers vroegtijdig, eerlijk, transparant en gratis te beoordelen en hun kwalificaties te erkennen en te valideren , zodat hun toegang tot actief marktbeleid wordt vergemakkelijkt, met name door middel van opleiding en beroepsoriëntatie, waaronder maatregelen om hun toegang tot de arbeidsmarkt en tot niet-discriminerende arbeidsomstandigheden te waarborgen, en op maat gesneden maatregelen die hen in staat e stellen hun potentieel optimaal te benutten en die zijn afgestemd op de vraag en het aanbod van de arbeidsmarkt in de gastlanden; benadrukt in dit verband dat het van belang is een grotere rol toe te kennen aan het Europees kwalificatiekader en snel doeltreffendere regelingen in te voeren voor de erkenning en validering van kwalificaties, ervaringen en bekwaamheden; herinnert eraan dat alle burgers van de Unie baat zouden hebben bij dergelijke doeltreffende regelingen; benadrukt evenwel dat deze beoordeling in geen geval mag leiden tot discriminatie met betrekking tot de kwalificaties van asielzoekers en dat vaardigheden en mogelijke inzetbaarheid op de arbeidsmarkt geen criteria mogen zijn bij het nemen van beslissingen over asielaanvragen; wijst erop dat de schaarse beschikbare middelen zorgvuldig moeten worden besteed voor de tijdige behandeling van asielprocedures en de snelle en effectieve integratie van vluchtelingen;

23.  benadrukt dat overheidsuitgaven voor buitengewone investeringen in maatregelen en programma's voor sociale inclusie en integratie op de arbeidsmarkt vaak een positief effect hebben op het nationale bbp op korte termijn, terwijl de gevolgen op middellange of lange termijn voor de overheidsfinanciën afhankelijk zullen zijn van de doeltreffendheid van deze maatregelen;

24.  is in dit kader verheugd over het besluit van de Commissie om bij de beoordeling van mogelijke tijdelijke afwijkingen van de voorschriften van het Stabiliteits- en Groeipact(13) rekening te houden met de begrotingsgevolgen van de uitzonderlijke instroom van vluchtelingen in verband met de buitengewone uitgaven van de lidstaten in het kader van het preventieve en corrigerende deel het pact;

25.  benadrukt dat de belangrijkste fondsen die beschikbaar zijn voor sociale inclusie en integratie op de arbeidsmarkt, met name het Europees Sociaal Fonds (ESF), het Fonds voor asiel, migratie en integratie (AMIF), het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling (EFRO) en het Fonds voor Europese hulp aan de meest behoeftigen (FEAD), verschillende doelen en doelgroepen hebben en op lidstaatniveau op verschillende wijzen worden beheerd; benadrukt dat deze fondsen steun geven aan gerichte initiatieven om taal- en beroepsvaardigheden te versterken, de toegang tot diensten en tot de arbeidsmarkt te bevorderen en voorlichtingscampagnes voor zowel gastgemeenschappen als migranten te bevorderen; herinnert aan het belang van integratiefondsen voor echte integratiemaatregelen en herinnert de lidstaten aan het belang van het partnerschapsbeginsel voor een doeltreffende en beter gecoördineerde aanwending van deze fondsen; wijst er evenwel op dat de doelstelling van integratie van vluchtelingen op de arbeidsmarkt tot uiting moet komen in het feit dat het Europees Sociaal Fonds een grotere rol krijgt toebedeeld;

26.  benadrukt dat deze fondsen ontoereikend zijn en dat er dus extra overheidsinvesteringen en financiële middelen nodig zijn om in de eerste plaats lokale overheden, sociale partners, sociale en economische actoren, het maatschappelijk middenveld en vrijwilligersorganisaties te voorzien van rechtstreekse financiële steun voor maatregelen die zijn gericht op een snelle integratie van vluchtelingen en asielzoekers in de samenleving en op de arbeidsmarkt, niet in de laatste plaats om sociale spanningen te voorkomen, vooral in gebieden waar de werkloosheid het hoogst is;

27.  is zich bewust van de inspanningen van de Commissie om de beschikbare financieringsinstrumenten te vereenvoudigen en de synergieën ertussen te vergroten; benadrukt niettemin dat de toegankelijkheid, de complementariteit en de transparantie van deze instrumenten verder moeten worden ontwikkeld om het vermogen van de lidstaten om vluchtelingen en asielzoekers op te vangen en te integreren, te versterken;

28.  onderstreept in dit verband dat alle middelen van het AMIF zijn gebruikt; dringt er daarom op aan dat dit fonds bij de herziening van het meerjarig financieel kader wordt gehandhaafd;

29.  benadrukt dat de beginselen van gelijke behandeling, non-discriminatie, gelijke kansen en gendergelijkheid altijd gewaarborgd moeten worden bij het uitstippelen en uitvoeren van beleid en maatregelen ten behoeve van sociale inclusie en integratie;

30.  wijst er ook op dat integratie- en inclusiemaatregelen voor vluchtelingen en asielzoekers niet mogen worden gefinancierd met middelen van programma's die voor andere benadeelde groepen bestemd zijn, maar dat ze noodzakelijkerwijs bijkomende sociale investeringen vereisen die de behoefte aan aanvullende maatregelen weerspiegelen; benadrukt voorts dat de beschikbare EU-middelen doelmatiger en doeltreffender moeten worden besteed; verzoekt de Commissie om gegevens over de arbeidsmarkt en de sociale situatie in aanmerking te nemen bij het ontwerpen van dat integratiebeleid om te waarborgen dat het integratieproces de sociale en economische situatie in gastregio's niet verslechtert;

31.  verzoekt de Commissie derhalve te overwegen bij de herziening van het meerjarig financieel kader (MFK) ten minste 25 % van de begroting voor het cohesiebeleid voor het ESF te bestemmen om te zorgen voor voldoende middelen voor de integratie op de arbeidsmarkt op lange termijn; verzoekt de Raad in het kader van de komende herziening van het MFK de bovengrenzen voor de in totaal toegewezen middelen en de afzonderlijke rubrieken aan te passen om rekening te houden met de interne en externe uitdagingen die ontstaan zijn in verband met de vluchtelingencrisis en de middelen af te stemmen op de behoeften van de lidstaten die met de grootste integratieproblemen kampen(14);

32.  wijst erop dat de lidstaten, om een passende toewijzing binnen het toepassingsgebied van het ESF zeker te stellen, waar nodig de desbetreffende nationale regels moeten bijstellen om ervoor te zorgen dat asielzoekers op dezelfde wijze behandeld worden als EU-burgers en onderdanen van derde landen die toegang hebben tot de arbeidsmarkt;

Integratie tot een succes maken

33.  wijst op de behoefte aan een strikte correlatie tussen alle wetgevingshandelingen die deel uitmaken van de Europese migratieagenda(15) teneinde een goed beheer van vluchtelingen en migranten te waarborgen;

34.  merkt op dat de deelname van alle bij de samenleving betrokken actoren cruciaal is en beveelt derhalve aan om, met inachtneming van de bevoegdheden van de lidstaten met betrekking tot integratiemaatregelen, de uitwisseling van goede praktijken op dit gebied te versterken; onderstreept dat integratiemaatregelen voor alle legaal verblijvende onderdanen van derde landen inclusie moeten bevorderen in plaats van tot isolement te leiden; merkt op dat lokale en regionale autoriteiten, waaronder stadsbesturen, een belangrijke rol spelen in integratieprocessen;

35.  is er stellig van overtuigd dat de integratie van vluchtelingen op de arbeidsmarkt moeilijk zal zijn zonder actieve en massale ondersteuning van de zeer kleine, kleine en middelgrote ondernemingen in de EU; is van mening dat de desbetreffende bevoegde instanties in de lidstaten de kmo's uitgebreide en passende steun en advies moeten bieden in verband met oor de integratie van vluchtelingen op de arbeidsmarkt;

36.  ondersteunt de inspanningen van de Commissie om de Europese migratieagenda bij te werken, in het bijzonder door de Dublin III-verordening te herzien teneinde de solidariteit, het delen van verantwoordelijkheden en de harmonisatie van beschermingsnormen tussen de lidstaten te bevorderen; benadrukt de positieve impact die mobiliteit van vluchtelingen zou hebben voor het voorzien in de behoeften en het aanpakken van tekorten aan arbeidskrachten, alsook voor de inclusie van vluchtelingen op de arbeidsmarkt, waarbij ook aspecten zoals het aanmoedigen van lidstaten om gezinshereniging toe te staan, een rol spelen; benadrukt dat er verder moet worden gewerkt aan een werkelijk eenvormig gemeenschappelijk Europees asielstelsel en een alomvattend en houdbaar wettelijk migratiebeleid in de EU dat beantwoordt aan de vraag naar vaardigheden op de arbeidsmarkt, waarbij beleidsmaatregelen ten behoeve van sociale inclusie en actieve integratie een centrale rol spelen;

37.  betreurt dat de Commissie 40 inbreukprocedures moest instellen tegen tal van lidstaten, omdat ze hebben verzuimd belangrijke beleidsmaatregelen van het gemeenschappelijk Europees asielstelsel ten uitvoer te leggen, en dat zij onder meer aan 19 lidstaten aanmaningsbrieven heeft moeten sturen omdat ze geen mededeling hadden gedaan van de noodzakelijke maatregelen voor de omzetting van de richtlijn opvangvoorzieningen, die de minimumnormen bevat op punten zoals toegang tot werk, scholen en onderwijs voor minderjarigen, voedsel, huisvesting, gezondheidszorg, medische en psychologische zorg en voorzieningen voor kansarme personen; is stellig van mening dat de Commissie meer moet doen om ervoor te zorgen dat de bestaande voorschriften onverkort en effectief ten uitvoer worden gelegd; dringt er bij de lidstaten op aan deze situatie recht te zetten in overeenstemming met de mensenrechtennormen en met de in de Verdragen neergelegde Europese beginselen van solidariteit, billijke verdeling van verantwoordelijkheid en oprechte samenwerking;

38.  neemt kennis van de verklaring van voorzitter Juncker(16) in de Staat van de Unie 2015 waarin hij verklaarde er voorstander van te zijn dat asielzoekers toegang krijgen tot de arbeidsmarkt terwijl hun aanvragen worden behandeld; betreurt echter de geringe doortastendheid van de Commissie bij het uitvoeren van de genomen besluiten; geeft uiting aan zijn verontrusting over het feit dat enkele lidstaten hebben besloten hun binnengrenzen te sluiten of tijdelijk grenscontroles in te voeren, wat het vrije verkeer in het Schengengebied in gevaar brengt;

39.  betreurt dat het akkoord van september 2015 over de herverdeling van vluchtelingen tussen de lidstaten niet naar behoren wordt uitgevoerd; onderstreept dat de vluchtelingenquota in de meeste lidstaten niet worden gehaald; dringt er bij de Commissie en de lidstaten op aan om de akkoorden zo snel mogelijk ten uitvoer te leggen en vaart te zetten achter de procedures rond de opvang en hervestiging van vluchtelingen;

40.  wijst erop dat wanneer de verwerking van aanvragen tot internationale bescherming lang duurt en asielzoekers bij hun aankomst niet worden geregistreerd, dit niet alleen de tijdige en rechtmatige toegang van vluchtelingen en asielzoekers tot de arbeidsmarkt belemmert, maar ook de voorwaarden schept voor de ontwikkeling van zwartwerk en allerlei vormen van uitbuiting; onderstreept de noodzaak om de frontlijnlidstaten te ondersteunen bij het beheer van de registratie van asielzoekers;

41.  benadrukt dat toegang tot de rechter en bescherming moet worden gewaarborgd voor alle slachtoffers van uitbuiting en discriminatie; wijst op het essentiële werk van de sociale partners, het maatschappelijk middenveld, plaatselijke autoriteiten, economische en sociale actoren en vrijwilligersorganisaties die contacten leggen met deze werkenden en hun informatie verstrekken, vooral over hun rechten en plichten, en hun de bescherming bieden waar ze recht op hebben en de steun die ze nodig hebben, mede gezien de mogelijk tijdelijke aard van het verblijf van de vluchteling;

42.  wijst erop dat gettovorming moet worden voorkomen om een doeltreffende integratie van vluchtelingen in de samenleving te realiseren;

43.  is tevreden met de invoering van een "instrument voor het opstellen van een vaardigheidsprofiel van onderdanen van derde landen" in het kader van de nieuwe agenda voor vaardigheden voor Europa van de Commissie, om de vroege identificering en documentering van de vaardigheden en kwalificaties van onderdanen van derde landen te versterken, een gids in te voeren inzake beste praktijken ter ondersteuning van de integratie op de arbeidsmarkt in de lidstaten en het online leren van talen voor pas gearriveerde vluchtelingen en asielzoekers te verbeteren door middel van de onlinetaalcursussen van Erasmus +;

44.  is tevreden met het actieplan van de Commissie voor de integratie van onderdanen van derde landen, met daarin maatregelen vóór vertrek en vóór aankomst, onderwijs, werk en beroepsopleiding, toegang tot basisdiensten, actieve participatie en sociale inclusie;

Aanbevelingen en beste praktijken

45.  verzoekt de lidstaten te zorgen voor een snelle en volledige integratie op de arbeidsmarkt en sociale inclusie van vluchtelingen, overeenkomstig het beginsel van gelijke behandeling, de nationale arbeidsmarktsituatie en de nationale en EU-wetgeving, en hen voor te lichten over en toegang te verlenen tot openbare diensten, met name huisvesting, gezondheidszorg en sociale bescherming, integratiecursussen, taalcursussen en andere maatregelen op het gebied van onderwijs en opleiding;

46.   verzoekt de Commissie een gerichte herziening van de richtlijn opvangvoorzieningen te overwegen om ervoor te zorgen dat aanvragers van internationale bescherming zo snel mogelijk nadat ze hun aanvraag hebben ingediend, toegang krijgen tot de arbeidsmarkt; vraagt de Commissie om in de lidstaten opwaartse convergentie van de socialebeschermingsregels en een snelle afgifte van werkvergunningen te bevorderen;

47.   verzoekt de Commissie er intensiever naar te streven dat vluchtelingen en asielzoekers daadwerkelijk toegang krijgen tot de arbeidsmarkt, met name door te verifiëren dat de lidstaten geen te restrictieve voorwaarden voor de toegang tot arbeid opleggen, die de toegang tot de arbeidsmarkt onnodig moeilijk zouden maken; verzoekt de lidstaten de administratieve formaliteiten te beperken opdat arbeidsgeschikte mensen gemakkelijker de weg naar de arbeidsmarkt vinden; herinnert eraan dat dergelijke maatregelen zowel de integratie van de vluchtelingen als meer in het algemeen de burgers van de Unie ten goede zouden komen;

48.  moedigt de lidstaten aan om de termijnen voor de behandeling van aanvragen tot internationale bescherming in te korten, met inachtneming van de rechten van de betrokken personen en zonder de kwaliteit van de besluitvorming in het gedrang te brengen, om reeds in de centra voor eerste opvang opleidingsniveaus en kwalificaties vast te stellen en zo meer gericht vroegtijdige maatregelen zoals taalcursussen, beoordeling van vaardigheden en inburgeringscursussen aan te bieden, met inbegrip van cursussen over de Europese grondrechten, waarden en cultuur, in het bijzonder voor asielzoekers die een goede kans maken om internationale bescherming te krijgen, en dringt aan op gelijke behandeling ten aanzien van de toegang tot die maatregelen; verzoekt de Commissie met klem de lidstaten te ondersteunen met specifieke en doeltreffende maatregelen om de behandeling van aanvragen te helpen stroomlijnen;

49.  verzoekt de lidstaten te waarborgen dat vluchtelingen en asielzoekers in een vroeg stadium gemakkelijke en gelijke toegang krijgen tot opleiding, met inbegrip van stages, om te zorgen voor een snelle, doeltreffende en volledige integratie in onze samenlevingen en op de arbeidsmarkt, onder meer door hun de vaardigheden aan te reiken die nodig zijn om bij terugkeer in hun land van herkomst een nieuwe toekomst op te bouwen; benadrukt dat dit moet gebeuren in de vorm van initiatieven die samen met de particuliere sector, de vakbonden en het maatschappelijk middenveld worden genomen; verzoekt de lidstaten tevens de bestaande vaardigheden en formele en niet-formele capaciteiten, talenten en knowhow op individuele basis te erkennen en te valideren; herinnert eraan dat de taalbarrière de eerste hindernis is die vluchtelingen moeten nemen; beveelt daarom doeltreffende maatregelen aan om hen in staat te stellen niet alleen de taal van het gastland te leren en te begrijpen, maar ook een proces te bevorderen om elkaars cultuur te leren kennen teneinde de verspreiding van xenofobe en racistische sentimenten te voorkomen;

50.  verlangt de instelling van een taskforce van DG EMPL van de Commissie die zo snel mogelijk voor heel Europa geldende normen voor "zachte vaardigheden" en methoden voor de catalogisering ervan moet uitwerken;

51.  is ingenomen met initiatieven in het kader waarvan meertalige informatie wordt aangeboden over mogelijkheden op het gebied van formeel en niet-formeel onderwijs, beroepsopleiding, stageplaatsen en vrijwilligerswerk voor migranten, vluchtelingen en asielzoekers; dringt erop aan dat dergelijke diensten worden uitgebreid;

52.  wijst erop dat innovatieve instrumenten op basis van nieuwe media, zoals sociale media en app's, een centrale rol zouden kunnen spelen bij het vergemakkelijken van de toegang tot diensten - en de uitwisseling van informatie - in verband met de registratie van vluchtelingen, de beoordeling van vaardigheden, het zoeken van werk en taalopleidingen, alsook bij het verlenen van directe bijstand aan personen in nood; moedigt de lidstaten aan specifieke platforms en meertalige internetportalen op te zetten met beknopte en gemakkelijk toegankelijke informatie over de mogelijkheden van erkenning, de bestaande integratieprogramma's en lijsten van bevoegde instanties, en herinnert eraan dat elk EU- en EER-land een specifiek nationaal informatiecentrum voor academische erkenning heeft dat academische kwalificaties helpt vergelijken; moedigt de lidstaten in dit verband aan deze dienst te promoten;

53.  herinnert aan de verschillende opleidings- en nascholingsmogelijkheden en -modellen in de lidstaten en wijst met name op het duale opleidingsmodel, dat in veel lidstaten en bij vluchtelingen en asielzoekers nauwelijks of helemaal niet bekend is, maar dat in aanzienlijke mate kan bijdragen aan de integratie van vluchtelingen op de arbeidsmarkt en in de samenleving doordat zij de overgang van school en opleiding naar het beroepsleven versoepelen, waardoor arbeidskrachten ook doelgericht kunnen worden opgeleid voor beroepen met een tekort aan starters op de arbeidsmarkt;

54.  roept de Commissie op richtsnoeren voor te stellen voor hoe de bestaande kwalificaties en vaardigheden van vluchtelingen kunnen worden erkend; wijst er in dit verband op dat de opleiding en de wijze waarop kwalificaties worden verkregen in de landen van herkomst van de vluchtelingen in veel gevallen niet voldoen aan de Europese normen; stelt voor dat de Commissie aanbevelingen opstelt aan de hand waarvan lidstaten de vaardigheden, capaciteiten, talenten en kennis van vluchtelingen eenvoudiger, sneller en beter kunnen vaststellen; wijst in dit verband op de verschillen tussen en de uiteenlopende behoeften van de arbeidsmarkten van de lidstaten en hoopt dat, als hiermee rekening wordt gehouden, gemakkelijker en efficiënter in de behoefte aan arbeidskrachten op bepaalde gebieden kan worden voorzien en dat vluchtelingen zo sneller op de arbeidsmarkt kunnen worden geïntegreerd;

55.  verzoekt de Commissie een herziening van de Blauwekaartrichtlijn voor te stellen;

56.  benadrukt dat de Commissie en de lidstaten er intensiever naar moeten streven om alle vormen van discriminatie, xenofobie en racisme te bestrijden, onder meer door bewustmaking over antidiscriminatiewetgeving, door plaatselijke autoriteiten, maatschappelijke organisaties, de sociale partners en nationale gelijkheidsorganen te steunen bij hun werk en door hun inspanningen op het gebied van communicatie naar de media en de Europese burgers op te voeren om elke vorm van desinformatie of xenofobie die in schril contrast staat met de Europese waarden, te bestrijden; is van mening dat al deze inspanningen in hoge mate zullen bijdragen tot de aanvaarding en inclusie van vluchtelingen in de maatschappij; moedigt de lidstaten aan om financiering uit het programma Rechten, gelijkheid en burgerschap te gebruiken voor opleidingen op het gebied van diversiteit en om vluchtelingen en migranten die de arbeidsmarkt betreden voor te lichten en te informeren over hun rechten als werknemer, om op die manier te voorkomen dat ze het slachtoffer worden van uitbuitingspraktijken of van werkgevers; benadrukt dat meervoudige discriminatie in aanmerking moet worden genomen in al het migratie- en integratiebeleid;

57.  is verheugd over de gemeenschappelijke verklaring van 16 maart 2016 over de vluchtelingencrisis van de sociale partners die aan de tripartiete sociale top deelnamen, waarin ze hun engagement en bereidheid uitspraken om samen te werken met de regeringen en andere betrokken partijen om een beleid ter bevordering van de inclusie uit te stippelen en uit te werken; is van mening dat de sociale partners en de maatschappelijke organisaties onmisbare tussenschakels zijn die een belangrijke rol te spelen hebben bij de inclusie van de vluchtelingen op de arbeidsmarkt en in de samenleving in haar geheel; spoort de Commissie aan om de dialoog met de sociale partners te versterken op basis van een evenwichtige vertegenwoordiging van belangen teneinde vast te stellen waar de arbeidsmarkt- en banenkansen voor vluchtelingen liggen;

58.  vraagt de lidstaten om te leren van de op het niveau van de steden opgebouwde ervaringen en praktijken en om het delen daarvan te vergemakkelijken teneinde inclusieve arbeidsmarkten te bevorderen voor alle inwoners, inclusief begunstigden van internationale bescherming, en om steden en lokale overheden te betrekken bij het ontwerpen en uitvoeren van beleid inzake sociale en economische inclusie; merkt op dat daarvoor een effectiever partnerschap tussen de verschillende bestuursniveaus nodig is, en dat nationale en EU-initiatieven maatregelen van steden moeten aanvullen en versterken en gericht moeten zijn op de werkelijke behoeften van onze burgers; is van mening dat goede praktijken van de lidstaten op het gebied van het doeltreffend coördineren met en het bij de beleidsvorming betrekken van steden moeten worden erkend en zichtbaar moeten worden gemaakt;

59.  acht het noodzakelijk passende opleidingen op het gebied van arbeids- en non-discriminatiewetgeving aan te bieden aan vluchtelingen, alsook aan overheidsautoriteiten, om ervoor te zorgen dat vluchtelingen niet worden uitgebuit door middel van zwartwerk en andere vormen van ernstige arbeidsuitbuiting en niet gediscrimineerd worden op het werk;

60.  verzoekt de Commissie financiële steun te verlenen voor transnationale regelingen die de overdraagbaarheid en aanpasbaarheid van goede praktijken - zoals peer-to-peer-begeleidings- en coachingprojecten waarbij alle bestuursniveaus en diverse belanghebbende partijen zijn betrokken en die worden opgezet en uitgevoerd door verschillende belanghebbenden op EU-niveau - en de effectieve toepassing ervan in de praktijk te waarborgen;

61.  roept de lidstaten op het Kaderbesluit betreffende de bestrijding van bepaalde vormen en uitingen van racisme en vreemdelingenhaat en de nieuwe richtlijn betreffende slachtoffers van strafbare feiten ten uitvoer te leggen en ervoor te zorgen dat aanzetting tot geweld, waaronder gendergerelateerd geweld, tegen migranten en asielzoekers ongeacht hun verblijfsstatus onverwijld wordt onderzocht en vervolgd;

62.  wijst erop dat er zowel bij instellingen als onder individuele personen steeds vaker sprake is van haatzaaiende uitlatingen, negatieve gevoelens tegenover migranten en xenofoob geweld;

63.  verzoekt de Commissie en de lidstaten de diplomatieke betrekkingen te versterken en alle economische en sociale maatregelen te treffen die nodig zijn om de landen van herkomst van de vluchtelingen te stabiliseren, opdat zij in hun eigen land kunnen blijven of daarnaar kunnen terugkeren;

64.  wenst dat er zo snel mogelijk wordt overgegaan tot herschikking van middelen binnen het ESF, het AMIF, het EFRO en het Fonds voor Europese hulp aan de meest behoeftigen (FEAD), zodat de lidstaten die de grootste last van de vluchtelingencrisis dragen effectiever ondersteund kunnen worden;

Cultuur, onderwijs en sport

65.  wijst op de dringende noodzaak te waarborgen dat niet-begeleide minderjarigen bijzondere bescherming genieten tegen uitbuiting op het werk, geweld en mensenhandel; onderstreept de noodzaak van mentoren en specifieke maatregelen voor met name meisjes, die vaak kwetsbaarder zijn en blootgesteld zijn aan verschillende vormen van uitbuiting, mensenhandel en seksueel misbruik, en vaker onderwijskansen ontberen;

66.  verzoekt de Commissie om grotere aandacht voor cultuur, onderwijs en opleiding bij de operationele maatregelen die als onderdeel van de Europese agenda voor migratie worden getroffen; verzoekt de Commissie een specifiek beleid inzake interculturele dialoog vast te stellen;

67.  verzoekt de EU en de lidstaten voorrang te geven aan economische integratie via vroegtijdige, gerichte maatregelen op het gebied van onderwijs, opleiding, cultuur en sport, alsmede aan de uitdagingen waarmee de ontvangende samenlevingen worden geconfronteerd als zij met name het recht van kinderen op onderwijs willen garanderen, ongeacht hun verblijfsstatus, zoals bepaald in artikel 22 van het VN-Verdrag inzake de rechten van het kind, en aldus de belangen van kinderen voorop te stellen;

68.  benadrukt dat er behoefte is aan een grondige analyse in e vorm van studies, onderzoek en statistieken, waaruit optimale aanbevelingen voor beleidsinitiatieven en -maatregelen kunnen worden afgeleid teneinde vast te stellen wat de onderwijsstrategie voor vluchtelingen zou moeten zijn, met name wat volwassenenonderwijs betreft, rekening houdend met de kwalificaties die zij al bezitten;

69.  benadrukt de cruciale rol van gratis openbaar onderwijs, cultuur, interculturele en interreligieuze dialoog, niet-formele en informele scholing, een leven lang leren, en van een jeugd- en sportbeleid voor de bevordering van de integratie en de sociale inclusie van vluchtelingen en asielzoekers in Europa alsmede van begrip en solidariteit van de kant van de gastlanden bij het bestrijden van racisme, vreemdelingenhaat en extremisme, en voor het helpen opbouwen van een hechtere en inclusievere samenleving die stoelt op culturele verscheidenheid, bevordering van gemeenschappelijke Europese waarden en bescherming van de grondrechten; benadrukt dat gezorgd moet worden voor culturele en taalkundige bemiddeling wanneer vluchtelingen en asielzoekers kennis opdoen van de taal en de culturele en maatschappelijke waarden van het gastland;

70.  onderstreept de belangrijke rol van sport als instrument om de sociale en interculturele dialoog te bevorderen door te stimuleren dat er positieve contacten ontstaan tussen de plaatselijke bevolking en de vluchtelingen en asielzoekers, en verzoekt de Europese instellingen en de lidstaten programma's uit te voeren die gericht zijn op de maatschappelijke integratie van vluchtelingen door middel van gezamenlijke culturele en sportactiviteiten; steunt derhalve de bestaande initiatieven van sportorganisaties en moedigt de verschillende entiteiten die zich bezighouden met sportactiviteiten ten behoeve van de maatschappelijke integratie van vluchtelingen aan optimale benaderingen uit te wisselen;

71.  betreurt ten zeerste dat culturele netwerken aan het verdwijnen zijn als gevolg van de nieuwe koers van het programma Creatief Europa;

72.  benadrukt dat er behoefte is aan doeltreffende procedures voor een soepele overgang tussen de onderwijsfaciliteiten in vluchtelingenkampen en het onderwijssysteem van lidstaten waar die kampen gelegen zijn;

73.  benadrukt dat de lidstaten de instroom van vluchtelingenkinderen op alle niveaus van het onderwijssysteem moeten vergemakkelijken en dringt aan op grotere inspanningen om leerlingen te verdelen en op doeltreffende wijze in het nationale onderwijssysteem te plaatsen;

74.  verzoekt de EU en de lidstaten "onderwijscorridors" in het leven te roepen door overeenkomsten met Europese universiteiten en de Unie van Mediterrane Universiteiten (Unimed) over het opnemen van studenten uit conflictgebieden te bevorderen, teneinde hun betere toegang te verlenen en collegiale ondersteuning en vrijwilligerswerk te stimuleren; verwelkomt de initiatieven die in dit verband door een aantal Europese universiteiten en hun partners zijn genomen;

75.  is ingenomen met de Europese en nationale programma's en de door instellingen zonder winstoogmerk gelanceerde particuliere initiatieven die hulp bieden aan gemigreerde academici op het gebied van wetenschap en andere vakgebieden en pleit ervoor dat die programma's en initiatieven worden uitgebreid en ondersteund;

76.  roept de lidstaten op te waarborgen dat de integratie onmiddellijk van start gaat en daartoe oplossingen te voorzien voor praktijkgerichte, begrijpelijke voorbereidende onderwijsinformatie in meerdere talen;

77.  verzoekt de lidstaten gerichte steun te verlenen aan gevluchte en asielzoekende kinderen en jongeren die in het onderwijssysteem instromen, onder meer via intensieve taallessen en algemene introductieprogramma's, met inbegrip van pedagogische ondersteuning, zodat zij zo snel mogelijk aan de gewone lessen kunnen deelnemen; benadrukt dat het noodzakelijk is in te spelen op de uiteenlopende behoeften en kwetsbare punten van specifieke groepen, met name niet-begeleide minderjarigen en volwassenen die geen basisonderwijs hebben genoten;

78.  herinnert de EU en de lidstaten aan hun plicht om overeenkomstig de internationale bepalingen te voorzien in bijzondere bescherming van minderjarigen, met inbegrip van vluchtelingenkinderen, in noodsituaties, en met name te garanderen dat zij toegang hebben tot scholen en onderwijsfaciliteiten; is ingenomen met het streven om 4 % van de totale EU-begroting voor humanitaire bijstand voor 2016 toe te wijzen aan onderwijs en verzoekt de Commissie en de lidstaten op internationaal niveau te blijven pleiten voor verhoging van de kredieten voor onderwijs in noodsituaties in het kader van bestaande hulpprogramma's, met het oog op de wereldtop over humanitaire hulp in mei 2016 te Istanbul;

79.  beveelt aan te voorzien in aanvullende taallessen voor vluchtelingenkinderen in de taal van hun thuisland;

80.  benadrukt hoe belangrijk het is om maatregelen voor educatieve ondersteuning te lanceren, met name met het doel om passende faciliteiten in EU-hotspots en -knooppunten in te richten ter ondersteuning van de inspanningen van humanitaire organisaties en ngo's die reeds begonnen zijn met het organiseren van onderwijs- en andere activiteiten in de kampen, en om stimulansen en steun te bieden voor de ontwikkeling van officiële onderwijsstructuren in vluchtelingenkampen, ook in derde landen;

81.  is ingenomen met de nieuwe oproepen tot het indienen van voorstellen voor programma's en projecten in het kader van Creatief Europa en Erasmus op het gebied van cultuur, onderwijs, sport en jongerenmobiliteit die gericht zijn op interculturele dialoog, culturele en sociale inclusie en integratie; wijst op de noodzaak om obstakels en barrières die projecten ten behoeve van de integratie van vluchtelingen belemmeren, uit de weg te ruimen en de toegang tot de programma's voor iedereen te vergemakkelijken;

82.  verzoekt de lidstaten steun te verlenen aan initiatieven ten behoeve van meer samenwerking, beleidscoherentie en dialoog tussen de overheid, de betrokken ngo's, de sociale partners, de middenveldorganisaties en vluchtelingengemeenschappen, met het doel elkaar beter te leren kennen en begrijpen en verdere mogelijke initiatieven te verkennen om gelijke toegang tot kwaliteitsonderwijs te waarborgen, zodat migranten en vluchtelingen in een positieve leeromgeving worden opgenomen;

83.  wijst op de essentiële rol van docenten bij de integratie van minderjarige vluchtelingen en migranten in het onderwijssysteem, en benadrukt de behoefte aan gespecialiseerd onderwijspersoneel en aan geavanceerde bijscholing voor docenten; verzoekt de EU en de lidstaten in dit verband te overwegen samenwerkingsstructuren voor docenten op te zetten zodat zij ervaringen kunnen uitwisselen, optimale methodes kunnen delen en collegiale ondersteuning kunnen krijgen;

84.  verzoekt de lidstaten gemigreerde docenten en professoren te helpen om werk in het onderwijs te vinden, om zowel hun omstandigheden te verbeteren als hun taal- en onderwijsvaardigheden en ervaring te benutten in de onderwijssystemen;

85.  steunt het idee om helpdesks voor docenten op te zetten die tijdig hulp bieden bij het omgaan met verschillende soorten diversiteit in de klas en het bevorderen van interculturele dialoog en begeleiding als zij geconfronteerd worden met conflicten of leerlingen die dreigen te radicaliseren; verzoekt de lidstaten de mogelijkheden voor politieke scholing uit te breiden en adequate verdere scholingsmogelijkheden en onderwijsmateriaal te verstrekken als middel om inzicht te krijgen in de redenen waarom mensen vluchten en om extremisme te bestrijden;

86.  wijst op de rol van scholen bij het aanbieden van advies en taalkundige en culturele bemiddeling, ook met betrekking tot democratische waarden door middel van maatschappijleer en programma's voor actief burgerschap, en bij het bespoedigen en waarborgen van maatschappelijke en culturele inclusie en integratie van niet alleen leerlingen maar ook hun families;

87.  is ingenomen met het besluit van de Raad om in het werkplan voor cultuur 2015-2018 specifieke maatregelen te wijden aan de rol van cultuur, kunst en interculturele dialoog bij de integratie van migranten en bestaande optimale benaderingen in de lidstaten te inventariseren;

88.  benadrukt dat het inzetten van kunst als instrument voor integratie meer gestimuleerd moet worden en dat de deelname van vluchtelingen aan activiteiten op het gebied van kunst vergemakkelijkt en aangemoedigd moet worden;

89.  verwelkomt de door de Commissie opgezette nieuwe deskundigenwerkgroep voor interculturele dialoog en de integratie van migranten en vluchtelingen door middel van kunst en dialoog(17), die naar verwachting eind 2017 een handboek met optimale benaderingen zal publiceren;

90.  benadrukt het belang van bevordering en verdere ontwikkeling van educatieve app's, video's en oefeningen alsmede onderwijsplatforms voor vluchtelingen waarmee onderwijs en scholing voor deze groep worden gefaciliteerd en aangevuld;

o
o   o

91.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad en de Commissie.

(1) Aangenomen teksten, P8_TA(2015)0176.
(2) Aangenomen teksten, P8_TA(2015)0317.
(3) Aangenomen teksten, P8_TA(2014)0105.
(4) PB C 36 van 29.1.2016, blz. 91.
(5) Aangenomen teksten, P8_TA(2016)0008.
(6) Aangenomen teksten, P8_TA(2015)0320.
(7) Aangenomen teksten, P8_TA(2016)0073.
(8) Aangenomen teksten, P8_TA(2015)0418.
(9) http://www.europarl.europa.eu/RegData/etudes/note/join/2014/518768/IPOL-EMPL_NT%282014%29518768_EN.pdf
(10) PB L 337 van 20.12.2011, blz. 9.
(11) http://www.keepeek.com/Digital-Asset-Management/oecd/social-issues-migration-health/making-integration-work-humanitarian-migrants_9789264251236-en
(12) Zie aangenomen teksten van 8.3.2016, P8_TA(2016)0073.
(13) http://europa.eu/rapid/press-release_IP-15-6067_nl.htm
(14) http://www.europarl.europa.eu/news/en/news-room/20131118IPR25534/MEPs-approve-new-cohesion-policy-%E2%82%AC325bn-to-invest-in-Europe’s-regions
(15) COM(2015)0240.
(16) http://ec.europa.eu/avservices/video/player.cfm?ref=I107934
(17) http://data.consilium.europa.eu/doc/document/ST-14444-2015-INIT/nl/pdf

Juridische mededeling