Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2016/2090(INI)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A8-0246/2016

Ingediende teksten :

A8-0246/2016

Debatten :

Stemmingen :

PV 13/09/2016 - 4.3
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2016)0322

Aangenomen teksten
PDF 160kWORD 43k
Dinsdag 13 september 2016 - Straatsburg Definitieve uitgave
Onderzoek naar emissiemetingen in de automobielsector
P8_TA(2016)0322A8-0246/2016

Resolutie van het Europees Parlement van 13 september 2016 over het onderzoek naar emissiemetingen in de automobielsector (2016/2090(INI))

Het Europees Parlement,

–  gezien artikel 226 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU),

–  gezien Besluit 95/167/EG, Euratom, EGKS van het Europees Parlement, de Raad en de Commissie van 19 april 1995 tot vaststelling van de wijze van uitoefening van het enquêterecht van het Europees Parlement(1),

–  gezien zijn besluit (EU) 2016/34 van 17 december 2015 over de instelling, de bevoegdheden, het aantal leden en de duur van het mandaat van de enquêtecommissie naar emissiemetingen in de automobielsector(2),

–  gezien artikel 198 van zijn Reglement,

–  gezien het interimverslag van de enquêtecommissie naar emissiemetingen in de automobielsector (A8-0246/2016),

A.  overwegende dat artikel 226 van het VWEU een juridische basis verschaft voor de instelling door het Europees Parlement van een tijdelijke enquêtecommissie voor het onderzoeken van vermeende inbreuken of gevallen van wanbeheer bij de toepassing van het recht van de Unie, onverminderd de jurisdictie van nationale of Unierechtbanken, en overwegende dat dit een belangrijk element vormt van de toezichthoudende bevoegdheden van het Parlement;

B.  overwegende dat het Parlement op basis van een voorstel van de Conferentie van voorzitters op 17 december 2015 heeft besloten een enquêtecommissie in te stellen voor het onderzoeken van vermeende tekortkomingen bij de toepassing van het recht van de Unie met betrekking tot emissiemetingen in de automobielsector, en dat deze commissie aanbevelingen zou doen die zij in dit verband noodzakelijk acht;

C.  overwegende dat de enquêtecommissie haar activiteiten uitvoert aan de hand van een werkprogramma, dat de volgende elementen bevat:

   een programma van hoorzittingen waarvoor getuigen en deskundigen worden uitgenodigd met het oog op het verzamelen van relevante mondelinge getuigenissen;
   verzoeken om schriftelijke getuigenissen van getuigen en deskundigen die voor hoorzittingen worden uitgenodigd;
   het opvragen van documenten met het oog op het verzamelen van relevante schriftelijke getuigenissen van de Commissie, autoriteiten van de lidstaten en andere betrokken partijen;
   twee werkbezoeken om ter plaatse informatie te verzamelen;
   aan derden uitbestede briefings en studies gefinancierd uit de expertisebegroting van de commissie;
   een formeel, schriftelijk advies van de juridische dienst van het Parlement inzake het uitnodigen als getuigen van gasten die mogelijk rechtsonderhorigen zijn;

D.  overwegende dat de enquêtecommissie meerdere vragenlijsten naar de lidstaten, Unie-instellingen en andere organen heeft gestuurd en een openbare oproep tot het indienen van bewijsmateriaal op zijn website heeft geplaatst;

E.  overwegende dat de resultaten van het lopende onderzoek een toegevoegde waarde kunnen hebben voor het kader voor typegoedkeuring van de Unie;

F.  overwegende dat het Parlement de enquêtecommissie in zijn besluit van 17 december 2015 verzocht binnen zes maanden na aanvang van haar werkzaamheden een interimverslag te presenteren;

G.  overwegende dat het niet verenigbaar zou zijn met de aard van een enquêtecommissie slotconclusies uit haar onderzoek naar voren te brengen voordat zij meent volledig aan haar mandaat te hebben voldaan; overwegende dat het daarom voor de commissie prematuur is om in dit interimverslag uitspraken te doen over de verschillende aspecten van haar mandaat;

H.  overwegende dat de mondelinge en schriftelijke getuigenissen die zijn ingediend en door de commissie zijn geanalyseerd, bevestigen dat het noodzakelijk is alle punten die in haar mandaat zijn opgenomen verder te onderzoeken;

1.  moedigt de enquêtecommissie aan haar werk voort te zetten en het haar door het Parlement in zijn besluit van 17 december 2015 verleende mandaat volledig ten uitvoer te leggen en steunt alle acties en initiatieven die de commissie in staat stellen haar mandaat te vervullen;

2.  verzoekt de Conferentie van voorzitters en het bureau alle nodige maatregelen te ondersteunen om de enquêtecommissie in staat te stellen aan haar mandaat te voldoen, met name wat betreft de goedkeuring van hoorzittingen en buitengewone bijeenkomsten, de vergoeding van de onkosten van deskundigen en getuigen, werkbezoeken en andere technische middelen die naar behoren zijn gemotiveerd;

3.  verzoekt de Commissie de enquêtecommissie bij te staan in haar werkzaamheden door onmiddellijke ondersteuning en volledige transparantie te garanderen, met volledige eerbiediging van het beginsel van loyale samenwerking, en alle mogelijke technische en politieke steun te bieden, met name door de gevraagde documentatie sneller te overhandigen; verwacht volledige samenwerking van de desbetreffende huidige commissarissen en directoraten-generaal, alsook van de personen die in het verleden verantwoordelijk waren; verzoekt de lidstaten de enquêtecommissie, met volledige eerbiediging van het beginsel van loyale samenwerking, de nodige technische en politieke ondersteuning te bieden, met name door de Commissie in staat te stellen de opgevraagde documenten sneller te overhandigen indien hiervoor toestemming van de lidstaten nodig is, door de interne procedures voor het geven van een dergelijke toestemming te versnellen;

4.  eist dat de regeringen, parlementen en bevoegde autoriteiten van de lidstaten de enquêtecommissie ondersteunen in haar taken met volledige eerbiediging van het beginsel van loyale samenwerking, zoals vastgesteld in het Unierecht;

5.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, alsmede de regeringen en de parlementen van de lidstaten.

(1) PB L 113 van 19.5.1995, blz. 2.
(2) PB L 10 van 15.1.2016, blz. 13.

Juridische mededeling