Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2015/2324(INI)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A8-0226/2016

Ingediende teksten :

A8-0226/2016

Debatten :

PV 12/09/2016 - 19
CRE 12/09/2016 - 19

Stemmingen :

PV 13/09/2016 - 4.17
CRE 13/09/2016 - 4.17
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2016)0336

Aangenomen teksten
PDF 213kWORD 55k
Dinsdag 13 september 2016 - Straatsburg Definitieve uitgave
Een EU-strategie voor het Alpengebied
P8_TA(2016)0336A8-0226/2016

Resolutie van het Europees Parlement van 13 september 2016 over een EU-strategie voor het Alpengebied (2015/2324(INI))

Het Europees Parlement,

–  gezien artikel 192, artikel 265, lid 5, en artikel 174 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU),

–  gezien de mededeling van de Commissie van 28 juli 2015 betreffende een strategie van de Europese Unie voor het Alpengebied (COM(2015)0366), het bijbehorende actieplan en het ondersteunend analytisch document (SWD(2015)0147,

–  gezien Verordening (EU) nr. 1303/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 houdende gemeenschappelijke bepalingen inzake het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds, het Cohesiefonds, het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling en het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij en algemene bepalingen inzake het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds, het Cohesiefonds en het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij, en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1083/2006 van de Raad(1) (de "verordening houdende gemeenschappelijke bepalingen" of "GB-verordening"),

–  gezien Verordening (EU) nr. 1299/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 betreffende specifieke bepalingen voor steun uit het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling ter verwezenlijking van de doelstelling "Europese territoriale samenwerking"(2),

–  gezien Verordening (EU) nr. 1302/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1082/2006 betreffende een Europese groepering voor territoriale samenwerking (EGTS), wat de verduidelijking, vereenvoudiging en verbetering van de oprichting en werking van dergelijke groeperingen betreft(3),

–  gezien de conclusies van de Raad van 19 en 20 december 2013 inzake de strategie van de Europese Unie voor het Alpengebied,

–  gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité van 8 oktober 2015 over de mededeling van de Commissie betreffende een strategie van de Europese Unie voor het Alpengebied(4),

–  gezien het advies van het Comité van de Regio's van 3 december 2014 getiteld "Een macroregionale EU-strategie voor het Alpengebied"(5),

–  gezien zijn resolutie van 3 juli 2012 over de ontwikkeling van de macroregionale strategieën van de EU: huidige praktijk en vooruitzichten, vooral in het Middellandse Zeegebied(6),

–  gezien zijn resolutie van 23 mei 2013 over een macroregionale strategie voor de Alpen(7),

–  gezien het verslag van de Commissie van 20 mei 2014 aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio's betreffende het bestuur van macroregionale strategieën (COM(2014)0284),

–  gezien de mededeling van de Commissie van 26 januari 2011 getiteld "Bijdrage van het regionaal beleid aan duurzame groei in het kader van de Europa 2020-strategie" (COM(2011)0017),

–  gezien Richtlijn 2014/52/EU van het Europees Parlement en de Raad van 16 april 2014 tot wijziging van Richtlijn 2011/92/EU betreffende de milieueffectbeoordeling van bepaalde openbare en particuliere projecten,

–  gezien Richtlijn 2001/42/EG van het Europees Parlement en de Raad van 27 juni 2001 betreffende de beoordeling van de gevolgen voor het milieu van bepaalde plannen en programma's,

–  gezien Besluit 2005/370/EG van de Raad van 17 februari 2005 betreffende het sluiten, namens de Europese Gemeenschap, van het Verdrag betreffende toegang tot informatie, inspraak bij besluitvorming en toegang tot de rechter inzake milieuaangelegenheden (Verdrag van Aarhus),

–  gezien de openingsconferentie over de EU-strategie voor het Alpengebied, die op 25 en 26 januari 2016 plaatsvond in Brdo (Slovenië),

–  gezien de stakeholderconferentie over de EU-strategie voor het Alpengebied, die op 17 september 2014 plaatsvond in Innsbruck,

–  gezien de stakeholderconferentie over de EU-strategie voor het Alpengebied, die op 1 en 2 december 2014 plaatsvond in Milaan,

–  gezien Besluit 96/191/EG van de Raad van 26 februari 1996 betreffende de sluiting van de Overeenkomst inzake de bescherming van de Alpen (Alpenovereenkomst),

–  gezin het samenvattend verslag van de Commissie over de openbare raadpleging inzake de EU-strategie voor het Alpengebied,

–  gezien de standpunten van de stakeholders die zijn opgenomen in het document getiteld "Political Resolution towards a European Strategy for the Alpine Region", goedgekeurd te Grenoble op 18 oktober 2013,

–  gezien de studie over de nieuwe rol van macroregio's in de Europese territoriale samenwerking die in januari 2015 gepubliceerd werd door het directoraat-generaal Intern Beleid (beleidsondersteunende afdeling B: Structuur- en Cohesiebeleid) van het Europees Parlement,

–  gezien het witboek van de Commissie van 1 april 2009 getiteld "Aanpassing aan de klimaatverandering: naar een Europees actiekader" (COM(2009)0147),

–  gezien het EU-innovatiescorebord van de Commissie voor 2015,

–  gezien de mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio’s inzake Groene Infrastructuur (GI) — Versterking van Europa’s natuurlijke kapitaal (COM(2013)0249),

–  gezien het richtsnoer van de Commissie van 2014 getiteld "Bevordering van synergieën tussen de Europese structuur- en investeringsfondsen, Horizon 2020 en andere programma's van de Unie op het gebied van onderzoek, innovatie en concurrentievermogen",

–  gezien de mededeling van de Commissie van 26 november 2014 aan het Europees Parlement, de Raad, de Europese Centrale Bank, het Europees Economisch en Sociaal Comité, het Comité van de regio's en de Europese Investeringsbank — Een investeringsplan voor Europa (COM(2014)0903),

–  gezien artikel 52 van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie regionale ontwikkeling en de adviezen van de Commissie werkgelegenheid en sociale zaken, de Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid, de Commissie vervoer en toerisme en de Commissie landbouw en plattelandsontwikkeling (A8-0226/2016),

A.  overwegende dat het voor de bevordering van een algehele harmonische ontwikkeling noodzakelijk is de economische, sociale en territoriale cohesie binnen de hele EU te versterken;

B.  overwegende dat macroregionale strategieën momenteel het essentiële hulpmiddel zijn om bij te dragen aan de verwezenlijking van de doelstelling van economische, sociale en territoriale cohesie; overwegende deze strategieën worden gesteund met inachtneming van het beginsel van de "drie negatieven", te weten geen nieuwe wetgeving, geen nieuwe financiering en geen nieuwe instellingen;

C.  overwegende dat de macroregionale strategie voor de Alpen een ommekeer kan helpen teweegbrengen in de economische achteruitgang dankzij investeringen in onderzoek, innovatie en bedrijfsondersteuning, met inachtneming van de unieke kenmerken en troeven van de regio;

D.  overwegende dat macroregionale strategieën tot doel moeten hebben de gemeenschappelijke doelstellingen van verschillende regio's beter te verwezenlijken dankzij een vrijwillige en gecoördineerde benadering zonder dat daar aanvullende regelgeving aan te pas komt;

E.  overwegende dat de klimaatverandering zich in het Alpengebied sneller dan het mondiale gemiddelde manifesteert en steeds vaker tot natuurrampen zoals lawines en overstromingen leidt;

F.  overwegende dat de macroregionale strategie ernaar streeft hulpmiddelen te vinden en het gezamenlijke ontwikkelingspotentieel van de regio te benutten;

G.  overwegende dat macroregionale strategieën staan voor een meerlagig bestuursmodel waarin de betrokkenheid van stakeholders die het lokale, regionale en nationale niveau vertegenwoordigen essentieel is voor het welslagen van de strategieën; overwegende dat onderlinge samenwerking tussen verschillende macroregio's moet worden aangemoedigd om de beleidssamenhang te verbeteren, in overeenstemming met Europese doelstellingen;

H.  overwegende dat macroregionale strategieën kunnen bijdragen tot de ontwikkeling van grensoverschrijdende strategieën en internationale projecten voor de oprichting van samenwerkingsnetwerken die de gehele regio ten goede komen;

I.  overwegende dat de regionale identiteit en het culturele erfgoed, met name de volkscultuur en folklore van het Alpengebied, bijzondere bescherming verdienen;

J.  overwegende dat de sterke bottom-up gerichte aanpak die de regio's van het Alpengebied volgen geleid heeft tot de ontwikkeling van de strategie van de Europese Unie voor het Alpengebied (EUSALP), die tot doel heeft problemen aan te pakken die voor het hele Alpengebied gelden;

K.  overwegende dat het Alpengebied een belangrijke rol speelt in de economische ontwikkeling van de lidstaten en tal van ecosysteemdiensten verleent voor de naburige stedelijke en voorstedelijke gebieden;

L.  overwegende dat de macrostrategie voor het Alpengebied ongeveer 80 miljoen mensen betreft in 48 regio's in zeven landen, zijnde vijf EU-lidstaten (Oostenrijk, Frankrijk, Duitsland, Italië en Slovenië) en twee niet-EU-lidstaten (Liechtenstein en Zwitserland);

M.  overwegende dat de EU-strategie voor het Alpengebied een duurzaam milieu moet combineren met economische ontwikkeling, in een natuurlijke omgeving die ook een belangrijke toeristische bestemming is;

N.  overwegende dat ontvolking het grootste probleem is van bepaalde regio's in de Alpen en dat de meeste inwoners van het Alpengebied niet kunnen overleven van toerisme alleen, en daarom land- en bosbouw en andere milieuvriendelijke sectoren en diensten verder moeten ontwikkelen;

O.  overwegende dat de gebieden waarop de strategie betrekking heeft sterk van elkaar verschillen en dat er daarom moet worden gezorgd voor beleids- en sectorale coördinatie, zowel tussen de verschillende gebieden (horizontaal) als binnen de afzonderlijke gebieden zelf (verticaal);

P.  overwegende dat het Alpengebied unieke geografische en natuurlijke kenmerken heeft en een geïnterconnecteerde macroregio en transitzone met een groot ontwikkelingspotentieel is; overwegende dat er echter specifieke oplossingen nodig zijn voor uitdagingen op het gebied van milieu, demografie, vervoer, toerisme en energie, seizoensgebondenheid en multi-activiteit, en dat er met gecoördineerde territoriale planning betere resultaten en een grotere meerwaarde voor de territoriale cohesie van de alpiene en peri-alpiene gebieden zouden kunnen worden bereikt;

Q.  overwegende dat het Alpengebied fungeert als de "watertoren" van Europa en dat de Alpen in de zomer tot wel 90 % van de watervoorziening van de aan de voet van de bergen gelegen regio's voor hun rekening nemen; overwegende dat water belangrijk is voor waterkrachtcentrales, de bevloeiing van landbouwgrond, het duurzame beheer van bossen, het behoud van de biodiversiteit en het landschap en de drinkwatervoorziening; overwegende dat het van vitaal belang is om de kwaliteit van het water en de lage waterstand van de rivieren in de Alpen te behouden en het juiste evenwicht te vinden tussen de belangen van de plaatselijke bevolking en de milieubehoeften;

R.  overwegende dat in het Alpengebied veel grenzen liggen en dat het wegwerken van deze hinderpalen een eerste voorwaarde is voor samenwerking in dit gebied, voor het vrije verkeer van personen, diensten, goederen en kapitaal, en daardoor ook voor economische, sociale en ecologische interactie; overwegende dat de strategie voor het Alpengebied ook de mogelijkheid biedt om de grensoverschrijdende samenwerking te versterken en om contacten en netwerken tussen personen en bedrijven tot stand te brengen en zo de grenzen en de belemmeringen die zij veroorzaken uit de weg te ruimen;

S.  overwegende dat de Commissie in haar mededeling over de strategie voor het Alpengebied benadrukt dat het zowel noodzakelijk is de gevolgen van het vervoer door de Alpen te verkleinen om het alpiene milieu-erfgoed te beschermen als een strategie toe te passen om voor een gezonder en beter beheerd milieu voor de plaatselijke bevolking te zorgen;

T.  overwegende dat het vrije personenverkeer, in het bijzonder in grensgebieden, een eerste vereiste is voor de verwezenlijking van de doelstellingen inzake economische, sociale, territoriale en milieucohesie, voor een sterk en duurzaam concurrentievermogen en voor gelijke toegang tot werk;

U.  overwegende dat het EUSALP-grondgebied in de eerste plaats de berggebieden omvat, maar ook de peri-alpiene gebieden met daarin ook stedelijke gebieden, en dat die twee onderling verbonden zijn door sterke wisselwerkingen en functionele betrekkingen, die alle van invloed zijn op de economische, sociale en ecologische ontwikkeling;

V.  overwegende dat dit gebied met beschermde ecosystemen en de ecosysteemdiensten die zij aanbieden een basis kan vormen voor tal van economische activiteiten, vooral op het gebied van landbouw, bosbouw, toerisme en energie, rekening houdend met het culturele en natuurlijke erfgoed van dit gebied;

W.  overwegende dat de strategie van de Europese Unie voor het Alpengebied, als eerste macroregionale strategie voor een berggebied, kan dienen als model en inspiratie voor andere berggebieden in de EU;

X.  overwegende dat eerdere macroregionale strategieën van de EU het succes van een dergelijk samenwerkingsverband hebben bewezen en nuttige ervaring hebben opgeleverd voor het opstellen van nieuwe macroregionale strategieën;

Algemene overwegingen en bestuurlijke aspecten

1.  is ingenomen met de mededeling van de Commissie betreffende de strategie van de Europese Unie voor het Alpengebied en het bijbehorende actieplan; is van mening dat dit een stap vooruit betekent voor de ontwikkeling van de regio overeenkomstig de Europa 2020-doelstelling inzake slimme, duurzame en inclusieve groei; merkt op dat de strategie en het actieplan een belangrijke rol kunnen spelen bij inspanningen om de ontvolking van dit gebied, met name de uitstroom van jongeren, tegen te gaan;

2.  benadrukt de waardevolle ervaring die is opgedaan bij de tenuitvoerlegging van de Alpenovereenkomst waarin economische, sociale en milieubelangen met elkaar in evenwicht worden gebracht; verzoekt de deelnemende landen om de reeds gesloten overeenkomsten te eerbiedigen en zich sterk te blijven maken voor duurzame ontwikkeling en bescherming van de Alpen;

3.  is ingenomen met het feit dat de Europese structuur- en investeringsfondsen (ESI-fondsen) potentieel aanzienlijke middelen en een breed scala aan hulpmiddelen en opties bieden voor de strategie; vraagt om meer synergie ter bevordering van de coördinatie en complementariteit tussen de ESI-fondsen en andere fondsen en instrumenten die relevant zijn voor de pijlers van de strategie, zoals Horizon 2020, de Connecting Europe Facility, het LIFE-programma, het COSME-programma voor kmo's, het Interreg-programma voor het Alpengebied en het Europees Fonds voor strategische investeringen (EFSI), met betrekking waartoe de Commissie zou moeten nagaan wat de meerwaarde zou kunnen zijn van specifieke, op de bijzondere uitdagingen van het Alpengebied afgestemde oproepen tot het indienen van projectvoorstellen;

4.  verzoekt de Commissie en de nationale, regionale en plaatselijke instanties die verantwoordelijk zijn voor de voorbereiding, het beheer en de tenuitvoerlegging van ESIF-programma's de nadruk te leggen op het belang van macroregionale projecten en maatregelen; pleit voor meer co-activiteit door middel van coördinatie van de beleidsmaatregelen, programma's en strategieën van de EU die een rol spelen in de Alpen, en vraagt de Commissie om de praktische toepassing van de programma's in kwestie onder de loep te nemen om overlappingen te voorkomen en de complementariteit en meerwaarde ervan te optimaliseren; verzoekt de Commissie eveneens te waarborgen dat zowel de Europese burgers als de instellingen van de lidstaten gemakkelijk toegang hebben tot documenten, opdat de te volgen procedure volledig transparant is;

5.  wijst nogmaals op het belang van het beginsel van de drie negatieven, aangezien macroregio's voortbouwen op de meerwaarde van samenwerkingsinitiatieven en synergieën tussen verschillende financieringsinstrumenten van de EU;

6.  verzoekt de bevoegde autoriteiten van de lidstaten en de deelnemende regio's om nationale en regionale beleidsmaatregelen en financieringsregelingen zoveel mogelijk af te stemmen op de acties en doelstellingen van EUSALP en hun vastgestelde operationele programma's aan te passen om ervoor te zorgen dat toekomstige projecten uit hoofde van EUSALP snel worden uitgevoerd en dat beheersautoriteiten bij de tenuitvoerlegging van de operationele programma's naar behoren rekening houden met EUSALP-prioriteiten (bijv. door middel van specifieke oproepen tot het indienen van projectvoorstellen, bonuspunten of oormerking van begrotingsmiddelen); verzoekt om de verdere ontwikkeling van de macroregionale aanpak na de hervorming van het cohesiebeleid voor de periode na 2020, en benadrukt het belang van geïntegreerde macroregionale projecten en maatregelen;

7.  verzoekt de EIB samen met de Commissie na te gaan of het mogelijk is een specifiek investeringsplatform voor het Alpengebied op te zetten dat het mogelijk zou maken financiering uit publieke en private bronnen beschikbaar te stellen; verzoekt om het opzetten van een projectpijplijn voor de regio die investeerders kan aantrekken; verzoekt de Commissie, de EIB en de deelnemende landen volledig gebruik te maken van de mogelijkheden die het EFSI biedt voor de financiering van projecten in de regio die tot doel hebben op macroregionaal niveau duurzame ontwikkeling en economische groei te realiseren en de werkgelegenheid te stimuleren;

8.  benadrukt dat er passende informatiecampagnes moeten komen over de EU-strategie voor het Alpengebied en moedigt de lidstaten aan ervoor te zorgen dat de strategie de nodige zichtbaarheid krijgt en dat er op alle niveaus, ook grensoverschrijdend en internationaal, voldoende bekendheid wordt gegeven aan de doelen en resultaten ervan; dringt aan op de bevordering van coördinatie en de uitwisseling van optimale praktijken bij de tenuitvoerlegging van de macroregionale strategieën van de EU, vooral op het gebied van het beheer van natuurlijk en cultureel erfgoed, met als doel duurzame toeristische mogelijkheden te creëren;

9.  verzoekt om oprichting van een ondersteunende tenuitvoerleggingsstructuur op macroregionaal niveau ten behoeve van de bestuursorganen van EUSALP, in samenwerking en overleg met de Commissie, de lidstaten en de regio's; is bovendien ingenomen met het feit dat het Parlement vertegenwoordigd is in die bestuursorganen en is van mening dat het Parlement ook betrokken moet worden bij het toezicht op de tenuitvoerlegging van de strategie;

10.  verzoekt om een actieve rol van de Commissie in de tenuitvoerleggingsfase van EUSALP; is van mening dat de Commissie, samen met de lidstaten en de regio's, op basis van gedeeld beheer en met inachtneming van de beginselen van subsidiariteit en evenredigheid, betrokken moet zijn bij alle fasen van de planning en de uitvoering van de projecten in het kader van de strategie, niet in de laatste plaats als waarborg voor effectieve deelname van plaatselijke en regionale stakeholders - overheid, economische en sociale partners en organisaties die het maatschappelijk middenveld van de macroregio vertegenwoordigen - en voor de nodige afstemming op andere door de EU gesteunde strategieën en financieringsregelingen;

11.  wenst dat de Commissie de tenuitvoerlegging van EUSALP evalueert aan de hand van objectieve criteria en meetbare indicatoren;

12.  pleit voor strategische planning in zowel stedelijke als landelijke gebieden van het Alpengebied teneinde netwerkvorming en gemeenschappelijke streefdoelen te bevorderen in een samenhangend, gecoördineerd en geïntegreerd beleidskader (bijv. met betrekking tot hernieuwbare energie, welzijnszorg, logistiek en sociale en bedrijfsinnovatie); moedigt aan tot het bundelen van optimale praktijken van regio's, bijvoorbeeld op het vlak van duurzaam toerisme, alsook met die van andere macroregionale strategieën;

13.  dringt erop aan dat bij de besluitvormingsprocedures de lokale en regionale autoriteiten samen met het lokale en regionale maatschappelijk middenveld een leidende rol spelen in de beheersorganen en in de operationele, technische en uitvoeringsorganen van de strategie, met volledige inachtneming van de beginselen van subsidiariteit en meerlagig bestuur;

14.  is van mening dat er geïnvesteerd moet worden in gelijke en effectieve toegang tot gezondheidszorg en tot EHBO-diensten en noodhulp voor de hele bevolking van de regio, vooral in landelijke gebieden, teneinde ontvolking te voorkomen;

15.  verzoekt de Commissie het Parlement en de Raad om de twee jaar een op objectieve criteria en meetbare indicatoren gebaseerd verslag voor te leggen over de tenuitvoerlegging van EUSALP, zodat kan worden geoordeeld over de werking van de strategie en over de meerwaarde ervan op het vlak van groei en werkgelegenheid, vermindering van ongelijkheden en duurzame ontwikkeling;

16.  verzoekt de deelnemende landen te blijven streven naar diversificatie van de energiebevoorrading, rekening houdend met het milieu; benadrukt de behoefte aan duurzaamheid, competitiviteit en modernisering van de bestaande waterkrachtinfrastructuur, die al in een heel vroeg stadium ontwikkeld werd, waarbij rekening moet worden gehouden met de gevolgen die waterkrachtinfrastructuur kan hebben voor het milieu en de geologische toestand, en is van mening dat kleine (mini-, micro- en pico-)waterkrachtcentrales moeten worden gestimuleerd; benadrukt dat geïntegreerd beheer en geïntegreerde bescherming van watervoorraden een van de essentiële aspecten is van de duurzame ontwikkeling van de Alpen en dat de plaatselijke bevolking daarom moet kunnen kiezen voor waterkracht en gebruik moet kunnen maken van de meerwaarde die deze oplevert; roept de deelnemende landen op bij te dragen aan de totstandbrenging van een goed functionerende netwerken in de macroregio teneinde energievoorzieningszekerheid te garanderen, en structuren op te zetten voor de uitwisseling van optimale praktijken op het gebied van grensoverschrijdende samenwerking;

17.  benadrukt dat de sociale dimensie verder versterkt moet worden om een groeimodel na te streven waarmee duurzame groei, sociale inclusie en sociale bescherming voor iedereen, vooral in de grensstreken, kunnen worden gewaarborgd; wijst er in dit verband op dat het van belang is prioriteiten te stellen en maatregelen te nemen tegen elke vorm van discriminatie;

18.  herinnert aan het beginsel van universele toegang tot openbare diensten, dat overal in de EU moet worden gewaarborgd, met name op het gebied van onderwijs, gezondheidszorg, sociale diensten en mobiliteit, met speciale aandacht voor de behoeften van personen met een handicap; benadrukt dat de deelnemende landen alternatieve en innoverende oplossingen voor het Alpengebied op het vlak van de openbare dienstverlening moeten aanmoedigen, met inbegrip van pasklare oplossingen die zijn afgestemd op de lokale en regionale behoeften; verzoekt de deelnemende landen in dit verband stimulansen te creëren voor de ontwikkeling van publiek-private partnerschappen; herinnert echter aan het beginsel dat er hoogwaardige, voor iedereen betaalbare en toegankelijke openbare diensten moeten zijn;

19.  is bezorgd over de achteruitgang van de ecosystemen en het gevaar van natuurrampen in bepaalde delen van het Alpengebied; benadrukt dat er volwaardige strategieën voor het beheer van natuurrampen en aanpassing aan de klimaatverandering moeten worden toegepast; beklemtoont dat er gezamenlijke rampenplannen moeten worden ontwikkeld en uitgevoerd voor gevallen van grensoverschrijdende milieuvervuiling; verzoekt om de oprichting van gezamenlijke snellereactieteams voor toeristische gebieden die getroffen worden door natuurrampen zoals modderstromen, aardverschuivingen en overstromingen; wijst in dit verband op de noodzaak van betere bevordering van het Uniemechanisme voor civiele bescherming;

Banen, economische groei en innovatie

20.  beseft dat de Alpengebieden met hun grote verscheidenheid aan natuurlandschappen een ecologisch erfgoed hebben dat beschermd moet worden, en dat zij ook een buitengewoon grote verscheidenheid aan ecosystemen kennen, van hoogland tot laagland en zelfs tot de kusten van de Middellandse Zee, waardoor er een economische ruimte en een biosfeer kunnen ontstaan die gebaseerd is op de co-existentie van mens en natuur; wijst er daarom op dat er een actieve en synergetische samenwerking moet bestaan tussen de landbouw en andere economische activiteiten in beschermde gebieden (Natura 2000, nationale parken, enz.) teneinde een geïntegreerd toeristisch aanbod te ontwikkelen; wijst ook op het belang van instandhouding en bescherming van de unieke habitats van berggebieden;

21.  benadrukt de kansen die de strategie biedt voor de ontwikkeling van de arbeidsmarkt in het Alpengebied, dat verschillende niveaus van grensoverschrijdend pendelverkeer kent; is van mening dat het uitbreiden van de kwalificaties van de beroepsbevolking en het creëren van nieuwe banen in de groene economie deel moeten uitmaken van de investeringsprioriteiten van de strategie voor het Alpengebied; onderstreept evenwel dat kmo's - heel vaak familiebedrijven, zoals kleine boerenbedrijven en kleine verwerkingsfirma's - in de landbouw, het toerisme, de handel, de ambachtsnijverheid en de maakindustrie op geïntegreerde en duurzame wijze de kern van de economische bedrijvigheid in het Alpengebied vormen en daarmee de hoeksteen van de leefomgeving en het culturele en natuurlijke milieu in de Alpen, en ook een belangrijke bron van werkgelegenheid vormen; onderstreept dat de economische activiteiten en arbeidskansen in het Alpengebied verder moeten worden gediversifieerd;

22.  benadrukt dat investeringen in digitale infrastructuur prioriteit moeten krijgen en dat het van belang is personen die ver van de grote stedelijke centra wonen toegang te garanderen tot breedbandinternet en daarmee tot digitale en online diensten zoals elektronische handel en het gebruik van digitale marktkanalen, alsook tot telewerken en andere mogelijkheden, waarmee indien mogelijk ook alternatieven voor fysiek reizen worden bevorderd;

23.  is van mening dat innovatie en het gebruik van nieuwe technologieën in belangrijke domeinen van de economie, steunend op strategieën voor slimme specialisatie en gefinancierd met bestaande EU-fondsen (bijv. EFRO, ESF, COSME, Horizon 2020 of Erasmus+), nieuwe hoogwaardige banen zouden kunnen opleveren in strategische sectoren zoals levenswetenschappen, bio-economie, nieuwe materialen of elektronische diensten; wijst erop dat het van belang is voor sterke ondersteuning voor kmo's te zorgen, omdat dat de huidige ontvolkingstrend die in sommige delen van het Alpengebied wordt waargenomen, zou kunnen helpen keren;

24.  verzoekt de bevoegde autoriteiten van de lidstaten en regio's van het Alpengebied om in overleg met de Commissie na te gaan of er in de komende programmeringsperiode een gezamenlijk programma (op basis van artikel 185 VWEU) kan worden opgezet om de integratie van de onderzoeks- en innovatie-activiteiten van het Alpengebied te ondersteunen in de context van krachtige Europese waardeketens die deel uitmaken van strategieën voor slimme specialisatie;

25.  pleit voor clustervorming en samenwerking tussen publieke en private ondernemingen, universiteiten, onderzoeksinstellingen en andere stakeholders met als doel innovatie te bevorderen en te kunnen profiteren van synergieën tussen alpiene en peri-alpiene gebieden; is van mening dat de beoogde acties gebaseerd moeten zijn op de nationale en regionale onderzoeks- en innovatiestrategieën voor slimme regionale specialisatie, zodat er doeltreffender en doelmatiger geïnvesteerd wordt;

26.  beseft hoe belangrijk het is voor het welslagen van de EUSALP-strategie dat er projecten worden ontwikkeld voor verenigingen, instellingen en kleine, middelgrote en micro-ondernemingen die actief zijn in de culturele en creatieve sectoren vanwege de invloed die zij hebben op investeringen, groei, innovatie en werkgelegenheid en ook vanwege hun fundamentele bijdrage aan de instandhouding en bevordering van culturele en taalkundige diversiteit;

27.  benadrukt dat een macroregionale strategie voor de Alpen niet alleen mogelijkheden moet bieden om vormen van traditionele economische bedrijvigheid, zoals land- en bosbouw en ambachtsnijverheid, in stand te houden, te steunen en waar nodig aan te passen, maar ook innovatie en de ontplooiing van nieuwe initiatieven op dit gebied moet stimuleren, bijvoorbeeld door middel van het InnovFin van de EU; wijst erop dat kleine en middelgrote ondernemingen vlotter toegang tot ondersteuning en financiering moeten kunnen krijgen, gezien de rol die zij spelen bij het creëren van banen;

28.  onderstreept dat samenwerking tussen de regio's, en dan vooral grensoverschrijdende samenwerking, van essentieel belang is voor de verdere ontwikkeling van het toerisme in de regio in bredere zin; pleit voor toerismestrategieën die stoelen op het bestaande natuurlijke en culturele erfgoed, duurzaamheid en innovatie; wijst op de sociale, culturele en economische dimensie van de diverse Alpentradities en gebruiken, die in al hun verscheidenheid moeten worden aangemoedigd en ondersteund;

29.  merkt op dat het beheer en de herinvoering van roofvogels en roofdieren in het Alpengebied op nationaal en plaatselijk niveau gebeuren, terwijl deze soorten geen administratieve grenzen kennen en migratieverschijnselen van nature grensoverschrijdend zijn; verzoekt de lidstaten, om botsingen vanwege die herinvoering te voorkomen, de coördinatie tussen de diverse instanties te verbeteren en dat de uitwisseling van informatie en goede praktijken te versterken om in het kader van de Alpenstrategie het beheer en de bescherming van boerderijdieren en grazers te verbeteren, in samenhang met WISO-platform (Large Carnivores, Wild Ungulates and Society Platform) van de Alpenovereenkomst;

30.  pleit voor diversificatie van het toeristisch aanbod door de ontwikkeling van een nieuwe toeristische mogelijkheden die aan de regionale kenmerken zijn aangepast en gebruik maken van regionale middelen, bijvoorbeeld toeristische themaparken en -routes, culinair- en wijntoerisme, gezondheids- en sport- en educatief toerisme, teneinde het toeristenseizoen te verlengen en de druk op de infrastructuur te verlichten en het hele jaar door werkgelegenheid in de toeristische sector te verschaffen, alsook boerderijtoerisme om bezoekers te lokken naar plattelandsactiviteiten en activiteiten in verband met de wilde flora en fauna, in hotels in andere dan de gebruikelijke bestemmingen, en het concurrentievermogen en de duurzaamheid van toeristische bestemmingen te vergroten; steunt het promoten van toeristische activiteiten die beter aangepast zijn aan de klimaatverandering en beter zijn voor het milieu; benadrukt ook dat het noodzakelijk is de coördinatie van de bergreddingsdiensten te ondersteunen en te versterken;

31.  ondersteunt maatregelen om de verkeersinfrastructuur te helpen ontlasten door spreiding van schoolvakanties en de daarmee samenhangende vakantieperiodes, door slimme tolvorming en door stimulansen door dienstverleners in de toeristische sector tijdens de belangrijkste reis- en spitsuren;

32.  wijst op het economisch belang van de bevordering van zachte en duurzame toeristische activiteiten voor het hele Alpengebied, met inbegrip van aan meren en bij kuuroorden gelegen steden; moedigt de lidstaten ook aan gebruik te maken van fietsen in combinatie met treinreizen of intermodale vervoersdiensten; wijst in verband met goede praktijken op toeristische platforms die in het kader van door de EU gefinancierde projecten zijn opgezet;

33.  stelt vast dat iemand die in de Alpen werkt, daar in de loop van het jaar vaak uiteenlopende en soms grensoverschrijdende activiteiten moet verrichten; roept de Commissie, de lidstaten en de lokale overheden op om aanbieders van zowel initiële als voorgezette beroepsopleiding aan te sporen tot samenwerking; wijst op de voordelen die een "Erasmus +"-programma voor grensoverschrijdend leren zou kunnen bieden;

Mobiliteit en connectiviteit

34.  benadrukt het belang van verbetering van de vervoers- en energieverbindingen tussen de deelnemende landen, met inbegrip van plaatselijke, regionale en grensoverschrijdende verkeersverbindingen en intermodale verbindingen met het achterland (inclusief grote conurbaties), teneinde de ontwikkeling van de regio te bevorderen, de levenskwaliteit van de inwoners te verbeteren en nieuwe inwoners aan te trekken, en wijst erop dat ook moet worden nagegaan of bestaande netwerken kunnen worden hersteld en/of uitgebreid met als algemeen doel de TEN-T-netten beter ten uitvoer te leggen; wijst op het belang van het opbouwen van "slimme" infrastructuur; is van mening dat nieuwe infrastructuurvoorzieningen heuse "technische corridors" moeten worden waarin alle afzonderlijke infrastructuurcomponenten moeten worden ingebouwd, te weten de stroom-, telefoon-, breedband- en ultrabreedbandlijnen, de gasleidingen, de glasvezelkabelnetten, de waterleidingbuizen enz.;

35.  wenst dat er in de toekomstige opzet en uitvoering van het verkeers- en milieubeleid voor de Alpen een holistische aanpak wordt gevolgd; benadrukt in dit verband dat voorrang moet worden verleend aan de verschuiving tussen vervoerswijzen om het vervoer, en vooral het goederenverkeer, te verplaatsen van de weg naar het spoor, en verzoekt de Commissie deze verschuiving te ondersteunen; wenst in datzelfde verband dat inkomsten uit het wegvervoer gebruikt worden om de invoering en ontwikkeling van efficiënt en milieuvriendelijk passagiers- en vrachtvervoer te stimuleren en verkeerslawaai en luchtverontreiniging te verminderen, en ziet mogelijkheden voor projecten op gebieden als verkeersbeheer, technologische innovatie, interoperabiliteit, enz.; verzoekt tevens om uitbreiding van de bestaande infrastructuur en om hoogwaardige intermodale en interoperabele systemen in het Alpengebied; wijst erop dat het van belang is de verbindingsmogelijkheden en de bereikbaarheid te waarborgen voor alle inwoners van de regio;

36.  onderstreept dat het belangrijk is verkeersroutes met andere delen van Europa te verbinden, en wijst op het belang van aansluitingen op de TEN-T-corridors, waarbij de bestaande infrastructuur optimaal moet worden benut; herinnert eraan dat bergen nog steeds een belemmering vormen voor de toenadering tussen Europese burgers en dat de Unie zich ertoe heeft verbonden meer financiële steun te verlenen voor de grensoverschrijdende vervoersinfrastructuur; verzoekt de deelnemende landen derhalve hun inspanningen ook te concentreren op de uitvoering en planning van aanvullende projecten die duurzaam en inclusief zijn en die op het huidige TEN-T-netwerk aansluiten en dat netwerk verder ontwikkelen;

37.  vestigt de aandacht op het ontbreken van doeltreffende, niet-vervuilende verbindingen in berggebieden en tussen de bergen en de gebieden daaromheen; verzoekt de Commissie en de lidstaten met klem te zorgen voor schonere, koolstofarme en betere lokale verbindingen, met name spoorverbindingen, op regionaal en lokaal niveau, zodat de cohesie en de levenskwaliteit in die gebieden beter wordt; moedigt vestiging in het Alpengebied aan;

38.  verzoekt de aan de macroregionale strategie deelnemende landen rekening te houden met de specifieke omstandigheden van grensarbeiders en een statuut op te stellen voor grensarbeiders in de alpiene macroregio;

39.  is voorstander van de ontwikkeling van nieuwe vormen van plaatselijk verkeer op aanvraag, met inbegrip van slimme verkeersinformatie, verkeersleiding en -telematica en multimodaal vervoer, mede gezien de mogelijkheden om activiteiten op dit gebied over de grenzen van de regio's heen gemeenschappelijk uit te voeren;

40.  benadrukt het gebrek aan doeltreffende digitale verbindingen in berggebieden; verzoekt de Commissie en de lidstaten met klem te zorgen voor betere regionale en lokale verbindingen, zodat de levenskwaliteit beter wordt, de ontwikkeling van nieuwe bedrijvigheid en het scheppen van nieuwe banen in deze gebieden wordt gestimuleerd en hervestiging wordt aangemoedigd;

41.  wijst op het belang van overheidsinvesteringen in berggebieden om te compenseren dat de markt geen digitale verbindingen in die gebieden aanbiedt; beklemtoont het belang van volledige en universele breedbanddekking, ook in bergstreken, om de leefbaarheid van afgelegen woon- en economische gebieden duurzaam te waarborgen; vraagt de Commissie hiervoor met concrete voorstellen te komen;

Milieu, biodiversiteit, klimaatverandering en energie

42.  benadrukt het belang van bescherming en vergroting van de biodiversiteit in het Alpengebied; verzoekt om vereende inspanningen om innoverende maatregelen te treffen om die biodiversiteit te behouden en te beschermen, en verzoekt om een grondige bestudering van de rol van grote roofdieren en de eventuele invoering van aanpassingsmaatregelen en om volledige eerbieding van het acquis van de Unie op het vlak van de bescherming van milieu en biodiversiteit, bodem en water; benadrukt dat alles in het werk moet worden gesteld om overlapping met reeds bestaande wetgevingsinitiatieven te vermijden;

43.  onderstreept dat de alpiene macroregio grote kansen biedt op het vlak van innovatieve oplossingen die er een unieke proeftuin voor de circulaire economie van kunnen maken; zal in de begrotingsprocedure voor 2017 een proefproject opnemen om na te gaan welke mogelijkheden dit gebied biedt voor het ontwikkelen van concrete strategieën met betrekking tot de circulaire economie, bijvoorbeeld op het vlak van productie, consumptie en afvalbeheer;

44.  benadrukt dat het van belang is het zelf opwekken van energie te promoten, de energie-efficiëntie te vergroten en de ontwikkeling van de meest doeltreffende hernieuwbare energiebronnen in de regio te ondersteunen, zoals waterkracht, zonne-energie, wind- en geothermische energie, en ook de ontwikkeling te stimuleren van vormen van hernieuwbare energiebron die specifiek zijn voor de Alpen; wijst op de gevolgen voor de luchtkwaliteit van het gebruik van verschillende soorten brandstof voor verwarmingsdoeleinden; pleit voor duurzaam gebruik van boshout zonder inkrimping van het huidige bosareaal, dat belangrijk is voor het evenwicht tussen het bergecosysteem en voor de bescherming tegen lawines, aardverschuivingen en overstromingen;

45.  benadrukt dat er dringend nieuwe strategieën moeten worden ontwikkeld voor de bestrijding van de luchtverontreiniging, die een volksgezondheidsprobleem is geworden, en tegen de klimaatverandering, vooral in de meer geïndustrialiseerde en dichter bevolkte delen van de macroregio, en wijst erop dat de bestaande bronnen van verontreiniging moeten worden opgespoord en dat vervuilende emissies nauwlettend in de gaten moeten worden gehouden; verzoekt de lidstaten derhalve duurzaam en met de COP 21-streefcijfers strokend vervoersbeleid in te voeren en de bescherming en instandhouding van ecosysteemdiensten in de hele alpiene macroregio te ondersteunen;

46.  wijst op het belang van energievervoersinfrastructuur en pleit voor slimme systemen voor de distributie, opslag en transmissie van energie, alsook voor investeringen in energie-infrastructuur voor de productie en het vervoer van elektriciteit en gas, in overeenstemming met het TEN-E-netwerk en ter uitvoering van de concrete projecten die vermeld zijn in de lijst van projecten die van belang zijn voor de Energiegemeenschap (PECI's); benadrukt dat het belangrijk is lokale energiebronnen te benutten, en vooral de hernieuwbare, teneinde de afhankelijkheid van energie-invoer te verminderen; verzoekt om bevordering van gedecentraliseerde / eigen energieproductie en om verbetering van de energie-efficiëntie in alle sectoren;

47.  verzoekt de deelnemende landen met vereende krachten ruimtelijke ordening en geïntegreerd territoriaal beheer toe te passen waar diverse belanghebbenden (nationale, regionale en lokale autoriteiten, wetenschappers, ngo's, enz.) uit de regio bij betrokken worden;

48.  verzoekt om verdere versterking van de samenwerking en de werkzaamheden in het kader van de World Glacier Monitoring Service, gezien de recente besluiten van de COP21 te Parijs en de in het verlengde daarvan te volgen strategie;

49.  benadrukt dat de klimaatverandering en de temperatuurstijgingen een ernstige bedreiging vormen voor het overleven van diersoorten die op grote hoogte leven en dat het smelten van de gletsjers een bijkomende reden tot bezorgdheid is, aangezien dat grote gevolgen heeft voor de grondwaterreserves; pleit voor het opstellen van een uitgebreid transnationaal plan ter bestrijding van het smelten van de gletsjers en de klimaatverandering voor het volledige Alpengebied;

50.  verzoekt de deelnemende landen te blijven streven naar diversificatie van de energiebevoorrading en meer beschikbare hernieuwbare energiebronnen, zoals zonne- en windenergie, in de energieproductiemix te gaan gebruiken; wijst op de duurzaamheid en het concurrentievermogen van waterkrachtcentrales; roept de deelnemende landen op bij te dragen aan de totstandbrenging van goed functionerende infrastructuurnetten voor elektriciteit in de macroregio;

51.  benadrukt dat diversificatie van de energiebronnen niet alleen de energiezekerheid van de macroregio zal vergroten, maar ook zal zorgen voor meer mededinging, met alle voordelen van dien voor de economische ontwikkeling van de regio;

o
o   o

52.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie en de regeringen en nationale en regionale parlementen van de landen die deelnemen aan EUSALP (Frankrijk, Italië, Zwitserland, Liechtenstein, Oostenrijk, Duitsland en Slovenië).

(1) PB L 347 van 20.12.2013, blz. 320.
(2) PB L 347 van 20.12.2013, blz. 259.
(3) PB L 347 van 20.12.2013, blz. 303.
(4) PB C 32 van 28.1.2016, blz. 12.
(5) PB C 19 van 21.1.2015, blz. 32.
(6) PB C 349 E van 29.11.2013, blz. 1.
(7) PB C 55 van 12.2.2016, blz. 117.

Juridische mededeling