Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2016/2880(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Kies een document :

Ingediende teksten :

RC-B8-0990/2016

Debatten :

PV 15/09/2016 - 8.1
CRE 15/09/2016 - 8.1

Stemmingen :

PV 15/09/2016 - 11.2

Aangenomen teksten :

P8_TA(2016)0349

Aangenomen teksten
PDF 172kWORD 42k
Donderdag 15 september 2016 - Straatsburg Definitieve uitgave
De Filipijnen
P8_TA(2016)0349RC-B8-0990/2016

Resolutie van het Europees Parlement van 15 september 2016 over de Filipijnen (2016/2880(RSP))

Het Europees Parlement,

–  gezien zijn eerdere resoluties over de situatie in de Filipijnen, met name die van 8 juni 2016(1) over de kaderovereenkomst inzake partnerschap en samenwerking tussen de Europese Unie en de Republiek der Filipijnen, van 14 juni 2012(2) en van 21 januari 2010(3),

–  gezien de verklaring van de woordvoerder van de Europese Dienst voor extern optreden (EDEO) van 3 september 2016 over de aanslag in Davao,

–  gezien de diplomatieke relaties tussen de Filipijnen en de EU (op dat ogenblik de Europese Economische Gemeenschap (EEG)), die een begin kenden op 12 mei 1964, toen de ambassadeur van de Filipijnen voor de EEG aangesteld werd,

–  gezien de status van de Filipijnen als stichtend lid van de Associatie van Zuid-Oost Aziatische staten (ASEAN) met de ondertekening van de Verklaring van Bangkok op 8 augustus 1967,

–  gezien de kaderovereenkomst inzake partnerschap en samenwerking tussen de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds, en de Republiek der Filipijnen, anderzijds,

–  gezien de verklaring van Ban Ki-moon, secretaris-generaal van de Verenigde Naties, van 8 juni 2016 over de klaarblijkelijke goedkeuring van buitengerechtelijke executies,

–  gezien de verklaring van de uitvoerend directeur van het Bureau van de Verenigde Naties voor drugs- en misdaadbestrijding (UNODC) van 3 augustus 2016 over de situatie in de Filipijnen,

–  gezien de verklaring van de woordvoerder van de secretaris-generaal van de Verenigde Naties van 4 september 2016 over de Filipijnen,

–  gezien het persbericht van de VN-Veiligheidsraad van 4 september 2016 over de terreuraanslagen in de Filipijnen,

–  gezien de EU-richtsnoeren inzake mensenrechten,

–  gezien de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens van 1948,

–  gezien het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten (ICCPR) van 1966,

–  gezien artikel 135, lid 5, en artikel 123, lid 4, van zijn Reglement,

A.  overwegende dat de Filipijnen en de EU reeds lang diplomatieke, economische, culturele en politieke betrekkingen onderhouden;

B.  overwegende dat democratie, rechtsstaat, mensenrechten en dialoog met organisaties van het maatschappelijk middenveld altijd een belangrijk onderdeel van de bilaterale gesprekken tussen de EU en de Filipijnen uitgemaakt hebben;

C.  overwegende dat de onlangs gekozen regering van de Filipijnen met enorme uitdagingen wordt geconfronteerd, zoals het bestrijden van de ongelijkheid en de corruptie, en het sturen van het vredesproces in het land;

D.  overwegende dat de illegale drugshandel in de Filipijnen een ernstige nationale en internationale bron van bezorgdheid blijft; overwegende dat - volgens het jaarverslag van het Amerikaanse Ministerie van Buitenlandse Zaken aan het Congres - de Filipijnse Drug Enforcement Agency (PDEA), de belangrijkste organisatie die zich in de Filipijnen met de bestrijding van de drugshandel bezighoudt, heeft gerapporteerd dat in 2015 8 629 dorpen (of barangays) (ongeveer 20 procent van het totaal) drugsgerelateerde criminaliteit hebben gemeld, en verder overwegende dat er vanuit wordt gegaan dat het gebruik van methamfetamines in de Filipijnen het grootst is van alle landen van Oost-Azië;

E.  overwegende dat een van de belangrijkste beloftes van Rodrigo Duterte's presidentscampagne het zullen beëindigen van alle drugscriminaliteit in het hele land was; overwegende dat president Duterte tijdens zijn verkiezingscampagne en op zijn eerste dag als president de wetshandhavingsautoriteiten en het publiek er herhaaldelijk toe heeft opgeroepen vermeende drugshandelaars die weigeren zich over te geven, alsook drugsgebruikers, te doden;

F.  overwegende dat president Duterte publiekelijk heeft verklaard wetshandhavingsautoriteiten en burgers die drugsdealers doden die zich tegen hun arrestatie verzetten, niet te zullen vervolgen;

G.  overwegende dat uit cijfers van de Filipijnse nationale politie blijkt dat zij tussen 1 juli en 4 september 2016 meer dan 1 000 vermeende drugsdealers en -gebruikers heeft gedood, en verder overwegende dat uit de politiestatistieken valt op te maken dat de dood van meer dan 1 000 vermeende drugsdealers en -gebruikers in de afgelopen twee maanden aan onbekende schutters wordt toegeschreven; overwegende dat - zoals gemeld op Al Jazeera - meer dan 15 000 drugsverdachten zijn gearresteerd, de meesten op basis van informatie uit de tweede hand en verdachtmakingen door medeburgers, en verder overwegende dat bijna 700 000 personen zich 'vrijwillig' bij de politie hebben gemeld en zich hebben laten registreren voor behandeling in het kader van het Tokhang-programma om te voorkomen dat de politie of burgerwachtgroeperingen achter ze aan zouden komen;

H.  overwegende dat Ban Ki-moon, secretaris-generaal van de Verenigde Naties, de buitengerechtelijke executies op 8 juni 2016 als illegaal en een inbreuk op de grondrechten en -vrijheden heeft veroordeeld;

I.  overwegende dat mevrouw Agnes Callamard, de speciale afgezant van de VN voor buitengerechtelijke en standrechtelijke executies, en de heer Dainius Pūras, de speciale afgezant van de VN voor het recht op gezondheid, de regering van de Filipijnen op 18 augustus 2016 opgeroepen hebben een eind te maken aan de huidige golf van buitengerechtelijke executies in het kader van de geïntensiveerde anti-misdaad- en anti-drugscampagne tegen drugsdealers en -gebruikers;

J.  overwegende dat de Filipijnse senaat en de mensenrechtencommissie hun eigen onafhankelijke onderzoeken naar de executies zijn gestart;

K.  overwegende dat de Filipijnen één van de eerste landen in Azië was die de doodstraf afschaften, in 1987; overwegende dat de doodstraf, na opnieuw te zijn ingevoerd, door president Arroyo in 2006 voor de tweede keer werd afgeschaft; overwegende dat president Duterte er tijdens zijn verkiezingscampagne op heeft aangedrongen de doodstraf opnieuw in te voeren, met name voor drugshandel, en verder overwegende dat een desbetreffend wetsontwerp op dit moment in het congres in behandeling is;

L.  overwegende dat een ander wetsontwerp dat op dit moment in het congres in behandeling is, gericht is op het verlagen van de leeftijd waarop iemand voor het strafrecht als meerderjarig wordt beschouwd van 15 naar 9;

M.  overwegende dat een door Abu Sayyaf en aan hem gelieerde groepen opgeëiste bomaanslag op 2 september 2016 op een markt in de stad Davao 14 mensen het leven heeft gekost en 70 mensen heeft verwond; overwegende dat het leger van de Filipijnen doorgaat met een militair offensief in de zuidelijke provincie Sulu tegen aan IS gelieerde militanten van Abu Sayyaf;

N.  overwegende dat de Filipijnse regering na de aanslag de nationale noodtoestand heeft uitgeroepen naar aanleiding van het wetteloze geweld in Mindanao;

O.  overwegende dat op 26 augustus 2016 onder auspiciën van de regering van Noorwegen tussen de Filipijnse regering en het NDFP (het Nationaal Democratisch Filipijns Front) een staakt-het-vuren van onbeperkte duur werd overeengekomen, hetgeen een belangrijke doorbraak is in de 47-jaar durende guerilla-oorlog, die naar schatting 40 000 mensen het leven heeft gekost;

P.  overwegende dat de Filipijnen in 2017 het voorzitterschap van ASEAN op zich nemen, en verder overwegende dat president Duterte heeft aangekondigd dat de Filipijnen tijdens dat voorzitterschap ASEAN zal presenteren als een model van regionale samenwerking en een mondiale speler, waarbij het belang van het volk voorop zal staan;

1.  veroordeelt in krachtige bewoordingen de aanslag op een avondmarkt in de stad Davao op 2 september 2016 en spreekt zijn medeleven uit met de families van de slachtoffers; beklemtoont dat de daders ter verantwoording moeten worden geroepen, maar vraagt de EU-delegatie de schendingen van de rechtsstaat goed in de gaten te blijven houden; vraagt alle staten overeenkomstig hun verplichtingen uit hoofde van het internationale recht en de relevante resoluties van de VN-Veiligheidsraad in dit verband actief samen te werken met de regering van de Filipijnen en alle andere betrokken autoriteiten;

2.  veroordeelt met klem de drugshandel en het drugsmisbruik in de Filipijnen; beklemtoont dat illegale drugs een bedreiging voor jongeren in de Filipijnen vormen en een van de ernstigste problemen in de samenleving zijn;

3.  realiseert zich dat miljoenen mensen in de Filipijnen aan drugs verslaafd zijn en daar de schadelijke gevolgen van ondervinden; maakt zich evenwel zeer ernstige zorgen over het extreem hoge aantal doden bij acties van de politie en burgerwachtgroeperingen in het kader van de geïntensiveerde anti-misdaad- en anti-drugscampagne tegen drugsdealers en -gebruikers, en vraagt de regering van de Filipijnen met klem een eind te maken aan de huidige golf van buitengerechtelijke executies;

4.  is er verheugd over dat de regering de grote criminaliteit en corruptie in het land aan wil pakken, maar vraagt haar daarbij te kiezen voor specifieke en alomvattende maatregelen en programma's, inclusief preventie- en afkickcomponenten, en niet uitsluitend voor gewelddadige repressie;

5.  is zeer verheugd over het initiatief van president Duterte om het vredesproces met het NDFP (het Nationaal Democratisch Filipijns Front) nieuw leven in te blazen, en verwacht dat het conflict in de zeer nabije toekomst kan worden beëindigd, gezien het feit dat in het plan voor de onderhandelingen staat dat een definitief akkoord over beëindiging van het gewapende conflict binnen een jaar kan worden bereikt;

6.  beklemtoont dat de aanpak van de drugshandel moet plaatsvinden met de volledige inachtneming van de nationale en internationale verplichtingen;

7.  dringt er bij de autoriteiten op aan ervoor te zorgen dat de mensenrechten en fundamentele vrijheden worden gerespecteerd overeenkomstig de internationale mensenrechtennormen en de door de Filipijnen geratificeerde internationale instrumenten;

8.  spoort de autoriteiten aan onverwijld een onderzoek te starten naar de buitengewoon grote aantallen slachtoffers van het politie-optreden;

9.  geeft aan dat het UNODC bereid is nauwer met de Filipijnen samen te werken om drugsdealers voor het gerecht te brengen, met inachtneming van de geëigende wettelijke garanties overeenkomstig de internationale normen;

10.  beveelt aan zonder verder dralen een nationaal mechanisme voor de preventie van foltering te ontwikkelen, zoals bedoeld in het Verdrag tegen foltering en het bijbehorende facultatieve protocol;

11.  vraagt de Filipijnse regering met klem het optreden van burgerwachtgroeperingen te veroordelen en een onderzoek in te stellen naar hun rol bij de executies; vraagt de autoriteiten van de Filipijnen met klem onmiddellijk een grondig, effectief en onpartijdig onderzoek te starten om alle verantwoordelijken te identificeren, hen voor een bevoegde en onpartijdige civiele rechtbank te brengen, en hen de in het strafrecht voorziene straffen op te leggen;

12.  vraagt de regering van de Filipijnen mensenrechtenactivisten, vakbondsleden en journalisten passende bescherming te garanderen;

13.  is er verheugd over dat president Duterte zijn steun heeft uitgesproken voor afkickprogramma's, en vraagt de EU de Filipijnse regering te helpen bij haar inspanningen om drugsgebruikers adequate hulp te bieden bij het overwinnen van hun verslaving, alsook door te gaan met het ondersteunen van de hervormingen van het strafrechtsysteem in de Filipijnen;

14.  beveelt de Filipijnen aan zonder verder dralen het Verdrag inzake de bescherming van alle personen tegen gedwongen verdwijning te ratificeren, en gedwongen verdwijningen en buitengerechtelijke executies in haar nationale wetgeving strafbaar te stellen;

15.  vraagt het Filipijnse congres de doodstraf niet opnieuw in te voeren en de leeftijd waarop iemand voor het strafrecht als meerderjarig wordt beschouwd, niet te verlagen;

16.  herinnert eraan dat, zoals alle empirische bewijzen laten zien, de doodstraf de aan drugs gerelateerde criminaliteit niet reduceert en dat de herinvoering ervan het eind zou betekenen van een grote verworvenheid van het Filipijnse justitieel apparaat;

17.  vraagt de EU met klem alle haar ter beschikking staande middelen in te zetten om de regering van de Filipijnen te helpen bij het eerbiedigen van haar internationale mensenrechtenverplichtingen, met name middels de kaderovereenkomst;

18.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid, de regeringen van de lidstaten, de regering en het parlement van de Filipijnen, de regeringen en parlementen van de landen van de Associatie van Zuid-Oost Aziatische staten, de Hoge Commissaris van de Verenigde Naties voor mensenrechten en de secretaris-generaal van de Verenigde Naties.

(1) Aangenomen teksten, P8_TA(2016)0263.
(2) PB C 332E van 15.11.2013, blz. 99.
(3) PB C 305E van 11.11.2010, blz. 11.

Juridische mededeling