Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2016/2032(INI)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A8-0222/2016

Ingediende teksten :

A8-0222/2016

Debatten :

PV 14/09/2016 - 19
CRE 14/09/2016 - 19

Stemmingen :

PV 15/09/2016 - 11.11
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2016)0358

Aangenomen teksten
PDF 234kWORD 61k
Donderdag 15 september 2016 - Straatsburg Definitieve uitgave
Toegang tot financiering voor kmo's en versterking van de diversiteit van kmo-financiering in een kapitaalmarktenunie
P8_TA(2016)0358A8-0222/2016

Resolutie van het Europees Parlement van 15 september 2016 over toegang tot financiering voor kmo's en vergroting van de financieringsdiversiteit voor kmo's in een kapitaalmarktunie (2016/2032(INI))

Het Europees Parlement,

–  gezien zijn resolutie van 5 februari 2013 over betere toegang tot financiering voor kmo's(1),

–  gezien zijn resolutie van 27 november 2014 over de herziening van de richtsnoeren van de Commissie voor effectbeoordeling en de rol van de kmo-test(2),

–  gezien zijn resolutie van 28 april 2016 over de Europese Investeringsbank (EIB) - jaarverslag 2014(3),

–  gezien zijn resolutie van 25 februari 2016 over het jaarverslag 2014 van de Europese Centrale Bank(4),

–  gezien zijn resolutie van 9 juli 2015 over het opbouwen van een kapitaalmarktenunie(5),

–  gezien zijn resolutie van 25 november 2015 over fiscale rulings en andere maatregelen van vergelijkbare aard of met vergelijkbaar effect(6),

–  gezien zijn resolutie van 19 januari 2016 over het jaarverslag over het mededingingsbeleid van de EU(7),

–  gezien zijn resolutie van 19 januari 2016 over de inventarisatie en uitdagingen van de EU-verordening financiële diensten: impact en op weg naar een efficiënter en doeltreffender EU-kader voor financiële regelgeving en een kapitaalmarktenunie(8),

–  gezien zijn resolutie van 8 september 2015 over familiebedrijven in Europa(9),

–  gezien het debat van 13 april 2016 naar aanleiding van de mondelinge vragen namens de PPE, S&D, ECR, ALDE en GUE/NGL over de toetsing van de ondersteuningsfactor voor kmo's(10),

–  gezien de mededeling van de Commissie van 7 december 2011 getiteld "Een actieplan ter verbetering van de toegang tot financiering voor kmo's" (COM(2011)0870),

–  gezien de mededeling van de Commissie van 30 september 2015 getiteld "Actieplan voor de opbouw van een kapitaalmarktunie (COM(2015)0468),

–  gezien de mededeling van de Commissie van 28 oktober 2015 getiteld "Verbetering van de interne markt: meer mogelijkheden voor mensen en ondernemingen" (COM(2015)0550),

–  gezien de mededeling van de Commissie getiteld "Richtsnoeren inzake staatssteun ter bevordering van risicofinancieringsinvesteringen(11),

–  gezien Richtlijn 2011/7/EU van het Europees Parlement en de Raad van 16 februari 2011 betreffende bestrijding van betalingsachterstand bij handelstransacties(12),

–  gezien de "Survey on the Access to Finance of Enterprises in the euro area – April to September 2015" van de Europese Centrale Bank van december 2015,

–  gezien het tweede raadplegingsdocument van het Bazels Comité voor bankentoezicht van december 2015 getiteld "Revisions to the Standard Approach for credit risk",

–  gezien het verslag van de Commissie van 18 juni 2015 over de evaluatie van Verordening (EG) nr. 1606/2002 van 19 juli 2002 betreffende de toepassing van internationale standaarden voor jaarrekeningen (COM(2015)0301),

–  gezien het werkdocument van de diensten van de Commissie getiteld "Crowdfunding in de EU-kapitaalmarktenunie (SWD(2016)0154),

–  gezien aanbeveling 2003/361/EG van de Commissie van 6 mei 2003 betreffende de definitie van kleine, middelgrote en micro-ondernemingen(13),

–  gezien het maandbulletin van juli 2014 van de Europese Centrale Bank(14),

–  gezien de mededeling van de Commissie van 28 januari 2016 getiteld "Pakket anti-belastingontwijkingsmaatregelen: volgende stappen naar effectieve belastingheffing en grotere fiscale transparantie in de EU" (COM(2016)0023),

–  gezien het voorstel van de Commissie van 30 november 2015 voor een verordening betreffende het prospectus dat moet worden gepubliceerd wanneer effecten aan het publiek worden aangeboden of tot de handel worden toegelaten (COM(2015)0583),

–  gezien het verslag van de Europese Bankenautoriteit over kmo's en de ondersteuningsfactor voor kmo's(15),

–  gezien de mededeling van de Commissie van 22 juli 2015 getiteld "Samen werken aan werkgelegenheid en groei: de rol van nationale stimuleringsbanken (NPB's) bij de facilitering van het Investeringsplan voor Europa" (COM(2015)0361),

–  gezien het Waarschuwingsmechanismeverslag 2016 van de Commissie van 26 november 2015 (COM(2015)0691),

–  gezien artikel 52 van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie economische en monetaire zaken en de adviezen van de Begrotingscommissie, de Commissie regionale ontwikkeling en de Commissie cultuur en onderwijs (A8-0222/2016),

A.  overwegende dat micro-ondernemingen, kleine en middelgrote ondernemingen en mid-caps wat werkgelegenheid en groei betreft een belangrijke rol voor de Europese economie vervullen, aangezien kmo's in 2014 goed waren voor 67 % van de totale werkgelegenheid, 71,4 % van de toename van de werkgelegenheid en 58 % van de toegevoegde waarde in de niet-financiële bedrijfssector in de EU(16);

B.  overwegende dat de wetgeving van de Unie geen enkele duidelijke definitie van kmo bevat, behalve de categorieën "kleine ondernemingen" en "middelgrote ondernemingen" in de jaarrekeningrichtlijn;

C.  overwegende dat Europese kmo's heel verscheiden zijn en een groot aantal micro-ondernemingen omvatten, die vaak in traditionele sectoren actief zijn, en een groeiend aantal nieuwe start-ups en snelgroeiende innovatieve ondernemingen; overwegende dat deze bedrijfsmodellen met verschillende problemen geconfronteerd worden, en dus verschillende financieringsbehoeften hebben;

D.  overwegende dat de meeste Europese kmo's hoofdzakelijk actief zijn op nationaal niveau; in feite zijn er betrekkelijk weinig kmo's die grensoverschrijdende activiteiten binnen de EU ontplooien, terwijl de kmo's die naar landen buiten de Unie exporteren een kleine minderheid vormen;

E.  overwegende dat 77 % van de uitstaande kmo-financiering in Europa afkomstig is van banken(17);

F.  overwegende dat de financiering van kmo's moet rusten op een zo breed mogelijke basis om te waarborgen dat kmo's in elke fase van de ondernemingsontwikkeling een optimale toegang tot financiering genieten; overwegende dat dit een geschikte regelgeving omvat voor alle financieringskanalen, zoals bankleningen, kapitaalmarktfinancieringen, schuldtitels, leasing, crowdfunding, durfkapitaal, 'peer-to-peer'-financiering, enz.;

G.  overwegende dat institutionele beleggers, zoals verzekeringsmaatschappijen, een belangrijke bijdrage leveren aan de financiering van kmo's door middel van de spreiding en transformatie van risico's;

H.  overwegende dat de EBA in haar verslag van maart 2016 over kmo's en de ondersteuningsfactor voor kmo's aangeeft er geen bewijs voor te hebben gevonden dat de ondersteuningsfactor extra stimulansen heeft gegenereerd voor het verstrekken van leningen aan kmo's in plaats van aan grote ondernemingen; overwegende dat in hetzelfde verslag overigens ook staat dat het gezien de beperkte opzet van de beoordeling, in het bijzonder wat betreft de beschikbare gegevens, de relatief recente introductie van de ondersteuningsfactor voor kmo's, het feit dat overlappende ontwikkelingen de identificatie van de impact van de ondersteuningsfactor voor kmo's mogelijkerwijs hebben bemoeilijkt en het gebruik van grote ondernemingen als controlegroep, misschien te vroeg is om harde conclusies te trekken; overwegende dat de EBA heeft geconstateerd dat beter gekapitaliseerde banken over het algemeen meer leningen aan kmo's verstrekken en dat kleinere en jongere bedrijven in de regel moeilijker aan een lening komen dan grotere en oudere bedrijven; overwegende dat in het verslag ook staat dat de wetgever de ondersteuningsfactor voor kmo's als voorzorgsmaatregel heeft bedoeld, teneinde de verstrekking van leningen aan kmo's niet in gevaar te brengen;

I.  overwegende dat door de crisis de toegang tot financiering voor micro-ondernemingen en kleine en middelgrote ondernemingen sterker is ingeperkt dan voor grote ondernemingen, ondanks de onlangs opgetekende verbeteringen, en dat kmo's in de eurozone te maken hebben gehad, en in zekere mate nog steeds te maken hebben, met strengere zekerheidsvereisten van banken(18);

J.  overwegende dat al sinds de eerste enquêtes over de toegang tot financiering voor kmo's (SAFE) het vinden van klanten de grootste bezorgdheid is van kmo's in de eurozone, terwijl de toegang tot financiering veel lager staat in de lijst van bezorgdheden; overwegende dat uit de laatstgehouden enquête (gepubliceerd in december 2015) is gebleken dat de beschikbaarheid van externe financiering voor kmo's van eurozonelidstaat tot eurozonelidstaat sterk verschilt; overwegende dat het aantrekken van financiering voor kmo's nog altijd moeilijker is dan voor grote ondernemingen;

K.  overwegende dat nationale/regionale stimuleringsbanken een belangrijke rol spelen bij het katalyseren van langetermijnfinanciering; overwegende dat ze hun activiteiten hebben opgevoerd om een tegenwicht te vormen tegen het noodzakelijke schuldafbouwproces in de commerciële banksector; overwegende dat ze ook een belangrijke rol spelen in de tenuitvoerlegging van financiële instrumenten van de EU buiten het toepassingsgebied van het Europees Fonds voor strategische investeringen;

L.  overwegende dat een betere toegang tot financiering voor kmo's niet mag leiden tot lagere financiële normen en minder strenge regels;

M.  overwegende dat de WIR Bank in Zwitserland een complementaire munt uitgeeft die bedoeld is voor kmo's in voornamelijk de horeca-, bouw-, productie-, detailhandels- en professionele dienstverleningssector; overwegende dat de WIR een vereffeningsmechanisme biedt waarin bedrijven van elkaar kunnen kopen zonder de Zwitserse frank te gebruiken; overwegende echter dat WIR vaak wordt gebruikt in combinatie met de Zwitserse frank in transacties met twee munteenheden; overwegende dat de handel in WIR goed is voor 1 tot 2 % van het Zwitserse bbp; overwegende dat is gebleken dat de WIR een anticyclisch effect heeft ten aanzien van het bbp, en zelfs nog sterker ten aanzien van het aantal werklozen;

N.  overwegende dat naar verluidt de richtlijn betalingsachterstand van 2011 in april 2015 in slechts 21 van de 28 lidstaten correct was omgezet, ondanks het feit dat de uiterste omzettingstermijn nu al meer dan twee jaar is verstreken;

O.  overwegende dat de Commissie in het Waarschuwingsmechanismeverslag 2016 waarschuwt dat enerzijds "de groei [...] steeds meer [is] gaan afhangen van de binnenlandse vraag, met name van een sterker herstel van de investeringen" en dat anderzijds, "hoewel de consumptie onlangs is gestegen, [...] de binnenlandse vraag zwak [blijft], ten dele door de aanzienlijke druk om schulden af te bouwen in verschillende lidstaten";

P.  overwegende dat overeenkomstig Richtlijn 2004/113/EG van de Raad discriminatie op grond van geslacht bij de toegang tot goederen en diensten, met inbegrip van financiële diensten, verboden is; overwegende dat is vastgesteld dat toegang tot financiering een van de belangrijkste belemmeringen voor vrouwelijke ondernemers is; overwegende dat vrouwelijke ondernemers doorgaans een onderneming starten met minder kapitaal, dat ze minder lenen en dat ze eerder een beroep doen op familie dan op schuld- of aandelenfinanciering;

Pluriforme financieringsbehoeften van een pluriforme kmo-sector

1.  is zich bewust van de pluriformiteit van kmo's, waaronder micro-ondernemingen, en mid-caps in de lidstaten, hetgeen tot uitdrukking komt in hun bedrijfsmodel, omvang, geografische positie, sociaal-economische omgeving, ontwikkelingsgraad, financiële structuur, rechtsvorm en divergerende niveaus van ondernemerschapsopleidingen;

2.  is zich bewust van de uitdagingen waar kmo's door de van lidstaat tot lidstaat en regio tot regio verschillende financieringsmogelijkheden en -behoeften mee worden geconfronteerd, met name wat betreft de kwaliteit en de kosten van de beschikbare financiering, en realiseert zich dat die worden beïnvloed door zowel kmo-specifieke factoren als het land en/of de regio waar zijn zijn gevestigd, inclusief economische volatiliteit, trage groei en een grotere financiële fragiliteit; weet dat kmo's ook met andere uitdagingen worden geconfronteerd, zoals toegang tot klanten; benadrukt dat de kapitaalmarkten versnipperd zijn en op een verschillende manier zijn geregeld in de gehele EU en dat de reeds behaalde integratie voor een stuk door de crisis is verloren gegaan;

3.  beklemtoont dat kmo's niet alleen in de start-upfase, maar gedurende hun hele levenscyclus over meerdere en verbeterde, publieke en particuliere financieringsopties moeten kunnen beschikken, en wijst erop dat een strategische langetermijnbenadering nodig is om bedrijfsfinanciering veilig te stellen; onderstreept dat toegang tot financiering ook belangrijk is voor de transfer van bedrijven; verzoekt de Commissie en de lidstaten kmo's bij dit proces te ondersteunen, waaronder in de eerste jaren van hun bestaan; merkt op dat er behoefte is aan een gediversifieerde aanpak op maat voor wat regelgeving en te ondersteunen initiatieven betreft; geeft aan dat er met betrekking tot financiering geen 'one-size-fits-all'-model bestaat en vraagt de Commissie de ontwikkeling te steunen van een brede waaier aan op maat gesneden programma's, instrumenten en initiatieven voor ondersteuning van bedrijven in de start-up-, groei- en overdrachtfase, rekening houdend met hun omvang, omzet en financieringsbehoeften; neemt er kennis van dat ondernemingen van vrouwen zich vaker in de dienstensector bevinden dan ondernemingen van mannen, en ook vaker op immateriële hulpbronnen gestoeld zijn; stelt vast dat het lage aantal vrouwen die aan het hoofd van een kmo staan, gedeeltelijk kan worden verklaard door de moeilijkere toegang tot financiering; betreurt dat de Europese Progress-microfinancieringsfaciliteit, die tot doel heeft gelijke kansen voor vrouwen en mannen te bevorderen, in 2013 bij microleningen een man-vrouwverhouding had van 60-40; verzoekt de Commissie daarom ervoor te zorgen dat haar programma's voor het bevorderen van de toegang tot financiering voor kmo's vrouwelijke ondernemers niet benadelen;

4.  verzoekt de Commissie om te beoordelen in welke mate kmo's die worden geleid door andere kwetsbare groepen in de samenleving, worden gediscrimineerd;

5.  is van oordeel dat kmo's en de reële economie wat hun financieringsbehoeften betreft het meest gediend zijn met een pluriforme, goed gereguleerde en stabiele financiëledienstensector die een breed scala aan kostenefficiënte en op maat gesneden financieringsopties aanbiedt, en duurzame langetermijnontwikkeling mogelijk maakt; benadrukt in dit kader het belang van traditionele bankmodellen, met inbegrip van kleine regionale banken, spaarcoöperaties en overheidsinstellingen; merkt in dit verband op dat evenveel aandacht moet worden besteed aan een betere toegang tot financiering voor micro-ondernemingen en ondernemers met een eenmanszaak;

6.  spoort kmo's aan de hele EU als hun thuismarkt te zien en voor hun financieringsbehoeften gebruik te maken van het potentieel van de interne markt; is verheugd over de initiatieven van de Commissie gericht op ondersteuning van kmo's en start-ups in een opgewaardeerde interne markt, en dringt er bij de Commissie op aan te blijven komen met voorstellen die toegesneden zijn op de behoeften van kmo's; is van mening dat het initiatief Start-up Europe kleine innovatieve ondernemingen moet helpen tot ze volledig operationeel zijn; benadrukt in dit verband hoe belangrijk het is dat er convergentie is tussen de regels en procedures in de gehele Unie en dat de Small Business Act ten uitvoer wordt gelegd; verzoekt de Commissie voor een follow-up van de Small Business Act te zorgen, zodat bedrijven kunnen blijven rekenen op hulp bij het overwinnen van zowel fysieke als wetgevende obstakels; erkent in dit verband dat innovatie een belangrijke aanjager is van duurzame groei en werkgelegenheid in de EU en dat specifieke aandacht moet worden besteed aan innovatieve kmo's; beklemtoont dat het EU-cohesiebeleid en het EU-regionaal fonds mogelijkerwijs een rol zouden kunnen spelen als bron van financiering voor kmo's; verzoekt de Commissie en de lidstaten te zorgen voor coördinatie, samenhang en synergie tussen de verschillende instrumenten en programma's voor kmo's, zoals de Europese Structuur- en investeringsfondsen; vraagt de Commissie en de lidstaten proactief te werken aan een holistische benadering bij het verspreiden van informatie over alle financieringsmogelijkheden die de EU biedt; vraagt de Commissie en de lidstaten met klem daadwerkelijke vooruitgang te boeken bij verdere vereenvoudiging, teneinde financiering aantrekkelijker te maken voor kmo's;

7.  herinnert eraan dat een meer geharmoniseerd juridisch en commercieel klimaat dat tijdige betalingen bij commerciële transacties ondersteunt, belangrijk is voor toegang tot financiering; benadrukt in deze context de financiële problemen van kmo's en de onzekerheid waarmee leveranciers te maken hebben als gevolg van betalingsachterstanden door grotere ondernemingen en overheidsinstellingen en -autoriteiten; verzoekt de Commissie om bij de beoordeling van de richtlijn betalingsachterstand de invoering van specifieke maatregelen om de betalingen voor kmo's te vergemakkelijken, te onderzoeken; verzoekt de Commissie om haar verslag over de tenuitvoerlegging van de richtlijn betalingsachterstand, dat ze op 16 maart 2016 zou publiceren, nu eindelijk openbaar te maken en om, indien nodig, nieuwe voorstellen te formuleren om het risico voor grensoverschrijdende betalingen en op kasstroomverstoring te beperken;

8.  juicht het initiatief van de Commissie toe om de werkzaamheden betreffende de invoering van een echte Europese markt voor financiële diensten voor consumenten te hervatten met de bekendmaking van het Groenboek over financiële diensten voor consumenten (2015); verzoekt de Commissie bijzondere aandacht te besteden aan de specifieke kenmerken van kmo's en te verzekeren dat de grensoverschrijdende activiteiten op het gebied van financiële diensten voor consumenten leiden tot een betere toegang tot financiering voor kmo's;

9.  constateert dat start-ups en micro-ondernemingen in het bijzonder moeilijkheden ondervinden bij het aantrekken van passende financiering en bij het zich informeren over en voldoen aan de financiële regelgeving, voornamelijk in de ontwikkelingsfase; neemt kennis van de gebrekkige harmonisatie van nationale wetgeving inzake de oprichting van kmo's; spoort de lidstaten aan door te gaan met het bestrijden van administratieve obstakels en het ontwikkelen van één-loketsystemen als informatiepunten met betrekking tot alle regelgevingsvereisten voor ondernemers; spoort de lidstaten, de EIB en de nationale stimuleringsbanken in dit verband aan informatie te verstrekken over financieringsopties en regelingen voor leninggaranties;

10.  is ingenomen met het initiatief van de Commissie gericht op het in kaart brengen van de belemmeringen en obstakels voor de financiële sector bij het aan de reële economie, en met name kmo's, met inbegrip van micro-ondernemingen, ter beschikking stellen van financiering; beklemtoont dat het tot stand brengen van een goed-functionerende Europese kapitaalmarkt een van de belangrijkste initiatieven voor de financiële sector is; wijst er met klem op dat het erg belangrijk is regels die onbedoelde gevolgen hebben voor kmo's of hun ontwikkeling belemmeren, te vereenvoudigen of te wijzigen; benadrukt dat dit niet mag leiden tot een onnodige verlaging van de normen voor financiële regulering, naast vereenvoudiging van de wetgeving; beklemtoont daarnaast dat nieuwe voorstellen van de Commissie niet tot complexere regelgeving mogen leiden omdat dit investeringen negatief zou kunnen beïnvloeden; meent dat in een Europese benadering inzake financiële regelgeving en de kapitaalmarktunie naar behoren rekening moet worden gehouden met internationale ontwikkelingen, teneinde onnodige divergentie en verdubbeling van de wetgeving te voorkomen en ervoor te zorgen dat Europa aantrekkelijk blijft voor internationale investeerders; benadrukt dat de Europese economie aantrekkelijk moet zijn voor een hoog niveau van buitenlandse directe investeringen (BDI), met inbegrip van greenfield-BDI, en hierbij niet alleen kapitaalmarkten mag stimuleren, maar ook de private-equitysector en durfkapitaal en investeringen in de Europese industrie; is daarnaast van oordeel dat de Commissie en de lidstaten een strategisch plan moeten aannemen om de financiering van kmo's te steunen met het oog op hun internationalisering;

11.  herhaalt dat een herziening van de regels voor overheidsopdrachten en -concessies de toegang van kmo's en micro-ondernemingen tot overheidsopdrachten niet mag schaden;

12.  verzoekt de Commissie en de Raad om meer aandacht te besteden aan de bezorgdheden van kmo's op het gebied van de vraag en om deze bezorgdheden op een meer passende manier op te nemen in de aanbeveling over het economische beleid van de eurozone, in de landenspecifieke aanbevelingen en in de beoordeling achteraf van de naleving door de lidstaten van de aanbevelingen;

Kredietverstrekking door banken aan kmo's

13.  stelt vast dat kredietverstrekking door banken van oudsher de belangrijkste bron van externe financiering voor kmo's in de Unie is, aangezien bankfinancieringen goed zijn voor meer dan drie kwart van de kmo-financiering in de Unie, terwijl dit in de VS minder dan de helft is, waarmee kmo's bijzonder kwetsbaar zijn voor een krapper wordende kredietverstrekking door banken; wijst erop dat de financiële crisis tot versnippering van de financiering door banken en van de voorwaarden voor kredietverstrekking door banken heeft geleid; betreurt de bestaande, zij het geleidelijk kleiner wordende, kloof tussen kredietverstrekkingsvoorwaarden voor kmo's in verschillende landen van de eurozone, hetgeen ook een weerspiegeling vormt van divergerende risicopercepties en economische omstandigheden; wijst op de bijdragen die de bankenunie levert aan het aanpakken van deze fragmentering; nodigt de lidstaten uit om Richtlijn 2004/113/EG volledig ten uitvoer te leggen en om de financiële sector te helpen voldoen aan zijn plicht om een volledige en gelijke toegang tot kredietverstrekkingen door banken aan kmo's te verlenen; wijst op de belangrijke en goed-ontwikkelde rol van banken bij het verstrekken van leningen aan kmo's vanwege hun specifieke regionale en plaatselijke kennis en hun langetermijnrelatie met deze ondernemingen; benadrukt dat er goed ontwikkelde lokale banken bestaan die op een doeltreffende manier aan kmo's kredieten verstrekken en verliezen voorkomen; benadrukt dan ook het belang van de ontwikkeling van lokale banken;

14.  benadrukt dat, hoewel de digitalisering zich verder ontwikkelt en daardoor nieuwe financieringsbronnen ontstaan, de lokale aanwezigheid van traditionele kredietinstellingen op voornamelijk eilanden en archipels, alsook in afgelegen, perifere en plattelandsgebieden, belangrijk blijft voor de toegang van kmo's tot financiering;

15.  spoort de banken aan de gehele EU als hun interne markt te beschouwen en het potentieel van de interne markt te benutten om financiering aan kmo's te verstrekken, ook aan kmo's die niet in de lidstaat van vestiging van de betreffende financiële instelling zijn gevestigd;

16.  moedigt de Commissie aan te onderzoeken of het mogelijk is financieringsprogramma's voor kredietverstrekkingen in te voeren, waarbij ECB-geld ter beschikking van banken wordt gesteld met kredietverstrekking aan kmo's als enig doel; vraagt de Commissie te bekijken of er nieuwe initiatieven kunnen worden ontwikkeld voor het aantrekken van investeringen;

17.  benadrukt de belangrijke rol van nationale en regionale stimuleringsbanken en -instellingen bij het financieren van de kmo-sector; brengt hun centrale rol in de kmo-pijler van het EFSI in herinnering, alsook hun rol bij het betrekken van lidstaten in EFSI-projecten; beschouwt het EFSI als een van de voornaamste bronnen van financiering voor kmo's; is van mening dat de EIB en het EIF meer inspanningen moeten leveren om kmo's bij te staan met deskundig advies om toegang tot financiering te krijgen en met instrumenten om de contacten met investeerders te bevorderen, zoals het European Angels Fund; verzoekt de Commissie de rol van de nationale en regionale stimuleringsbanken als katalysator van langetermijnfinanciering voor kmo's te beoordelen, en in het bijzonder beste praktijken te identificeren en te verspreiden en lidstaten op basis hiervan aan te moedigen om nationale en regionale stimuleringsbanken op te richten indien er nog geen bestaan; vraagt de Commissie en de lidstaten te werken aan inclusieve groei en te zorgen voor betere coördinatie van en samenhang tussen alle investeringsmaatregelen voor kmo's, zoals het EFSI, de regionale fondsen van de EU en het Europees Investeringsfonds (EIB);

18.  herhaalt dat het ook belangrijk is om de toegang van kmo's tot kredietverstrekking door banken te verbeteren en banken beter in staat te stellen kmo's financiering ter beschikking te stellen; wijst erop dat financiering middels de kapitaalmarkten alléén niet in voldoende financiering en passende financieringsoplossingen zal resulteren, inclusief toegang tot kapitaal door kmo's; merkt op dat een diversifiëring van kredietbronnen de stabiliteit in de financiële sector zou vergroten;

19.  is van oordeel dat een gezonde, stabiele en veerkrachtige banksector en kapitaalmarktenunie voorwaarden zijn voor het verbeteren van de toegang van kmo's tot financiering; wijst erop dat de verordening kapitaalvereisten (CRR) en de richtlijn kapitaalvereisten (CRD IV), en met name de grotere hoeveelheid en de kwalitateit van kapitaal, een directe reactie op de crisis zijn en de kern uitmaken van de hernieuwde stabiliteit van de financiële sector; juicht het toe dat de Commissie in het kader van de toetsing van de CRR prioritair aandacht wil besteden aan kredietverstrekking aan kmo's; neemt er kennis van dat de Commissie onderzoekt welke mogelijkheden lokale kredietverenigingen voor alle lidstaten kunnen bieden om hun activiteiten buiten het toepassingsgebied van de EU-regels inzake kapitaalvereisten voor banken te ontplooien; benadrukt dat prudentiële wetgeving voor kredietunies moet worden ontwikkeld, die zorgt voor zowel financiële stabiliteit als kansen voor kredietunies om kredieten tegen concurrerende tarieven te verstrekken;

20.  wijst op het grote aantal voorschriften waar banken zich aan hebben te houden en op de mogelijke negatieve gevolgen daarvan op de verstrekking van kredieten aan kmo's, en herinnert eraan dat de voorschriften ontwikkeld werden in reactie op de financiële crisis; benadrukt dat dubbele verplichtingen inzake verslaglegging en meervoudige rapporteringskanalen en, meer in het algemeen, onnodige administratieve lasten voor kredietinstellingen, met name voor kleinere banken, vermeden moeten worden; vraagt de Commissie de effecten van regelgevingseisen voor banken op de kredietverstrekking aan kmo's te onderzoeken en daarbij de hulp in te roepen van de EBA en het Gemeenschappelijk Toezichtsmechanisme (GTM);

21.  wijst erop dat de financiële crisis niet het gevolg is van de verstrekking van kredieten aan kmo's; herinnert aan het besluit van de medewetgevers om de ondersteuningsfactor voor kmo's in het CRR/CRD IV-kader in te passen en wijst erop dat het doel was te komen tot consistentie tussen de kapitaalvereisten voor de verstrekking van kredieten aan kmo's enerzijds en Basel II, en niet Basel III, anderzijds; onderstreept het belang van de ondersteuningsfactor voor kmo's voor het op peil houden en vergroten van de kredietverstrekking door banken aan kmo's; wijst op het verslag van de EBA van maart 2016 over de ondersteuningsfactor voor kmo's; maakt zich zorgen over de mogelijke negatieve gevolgen van de afschaffing van de factor; juicht het toe dat de Commissie van plan is de ondersteuningsfactor te handhaven, de werking ervan verder te evalueren en te onderzoeken of de drempel moet worden verhoogd, teneinde de toegang van kmo's tot kredietverstrekking door banken nog meer te verbeteren; vraagt de Commissie te bekijken of het mogelijk is de factor, met inbegrip van de omvang en de drempel, te herkalibreren, en onderzoek te doen naar mogelijke interacties met andere regelgevingseisen alsmede externe elementen, zoals geografische ligging en de sociaal-economische omgeving, en dit alles met het oog op het vergroten van de doeltreffendheid ervan; verzoekt de Commissie te onderzoeken of het mogelijk is de factor een permanent karakter te geven; dringt er bij het Bazels Comité voor Bankentoezicht (BCBS) op aan zich achter de ondersteuningsfactor voor kmo's te scharen en te overwegen voor kmo's de kapitaalvereisten voor blootstellingen te versoepelen;

22.  benadrukt dat een prudente risicobeoordeling en het evalueren van kwalitatieve informatie tot de sterkste punten van banken behoren, met name bij complexe kredietverstrekking aan kmo's; is van mening dat de kennis en het bewustzijn over de kenmerken van kmo's in de bankwereld verder moeten worden vergroot; onderstreept de vertrouwelijke aard van de kredietinformatie die banken ontvangen in het kader van de beoordeling van de kredietwaardigheid van kmo's;

23.  juicht toe dat er initiatieven lopen ter verbetering van de beschikbaarheid van gestandaardiseerde en transparante kredietinformatie met betrekking tot kmo's, die het vertrouwen van investeerders kunnen vergroten; wijst er desalniettemin met klem op dat bij het opvragen van dergelijke kredietinformatie het evenredigheidsbeginsel moet worden toegepast;

24.  benadrukt dat evenredigheid een uitgangspunt moet zijn voor de Europese instellingen, de Europese toezichthoudende autoriteiten en het GTM bij het ontwikkelen en uitvoeren van regelgeving, normen, richtsnoeren en toezichthoudende praktijken; vraagt de Commissie om de Europese toezichthoudende autoriteiten en de ECB/GTM - in samenspraak met de medewetgevers - beter te adviseren over de toepassing van het evenredigheidsbeginsel, en aan te dringen op handhaving ervan, zonder de bestaande regelgevingsnormen te verlagen, en tegelijkertijd te werken aan vereenvoudiging van de wetgeving;

25.  wijst met name op de voordelen van door derde partijen verstrekte garanties in leningovereenkomsten voor ondernemers; vindt dat bij het beoordelen van credit ratings, het ontwikkelen van prudentiële regels en het uitvoeren van toezicht in grotere mate met deze door derde partijen verstrekte garanties rekening moet worden gehouden;

26.  herinnert eraan dat kredietinstellingen kmo's, wanneer deze daarom vragen, uitleg moeten geven over hun besluiten betreffende de credit rating; vraagt de Commissie de toepassing van deze bepaling aan een beoordeling te onderwerpen en het bepaalde in artikel 431, lid 4, van de verordening kapitaalvereisten (CRR) aan te scherpen, en dringt aan op feedback aan kmo's; neemt er kennis van dat de Commissie op dit moment met de betrokken partijen gesprekken voert, teneinde de kwaliteit en de consistentie van de feedback in kwestie te verbeteren; is van oordeel dat deze feedback als uitgangspunt zou kunnen dienen voor het vinden van bronnen van informatie en advies over niet-bancaire financiering;

27.  merkt op dat credit ratings een belangrijk en soms bepalend element zijn voor investeringsbeslissingen; vestigt de aandacht op het bestaan in sommige lidstaten van interne kredietbeoordelingssystemen die worden beheerd door de nationale centrale banken en die worden gebruikt om de beleenbaarheid van onderpand en de kredietwaardigheid van kmo's te beoordelen; verzoekt de Commissie, de ECB en de nationale centrale banken om verder na te gaan of en hoe deze systemen kunnen worden gebruikt om de toegang van kmo's tot kapitaalmarkten te bevorderen;

28.  verzoekt de Commissie en de EBA meer advies te geven over de toepassing van de bestaande tolerantieverordening; vraagt de Commissie de bestaande tolerantieregeling voor oninbare leningen aan een effectbeoordeling te onderwerpen, en wijst erop dat oninbare leningen op de balans van banken een rem zetten op de verstrekking van nieuwe leningen, met name aan kmo's; onderstreept dat de introductie van een 'de minimis'-grens voor mineure overtredingen een onnodige en ongerechtvaardigde daling van de kredietwaardigheid van kmo's zou helpen voorkomen; wijst op de lopende raadpleging van het Bazels Comité voor Bankentoezicht (BCBS) over de definitie van oninbare leningen en tolerantie;

29.  merkt op dat beperkingen op de aankoop van staatsobligaties door banken of een hogere weging van deze obligaties de kredietkosten zouden kunnen verhogen en de concurrentiekloof in de EU zouden kunnen vergroten, tenzij deze aan voorwaarden worden verbonden;

30.  neemt nota van de maatregelen die de ECB op 10 maart 2016 heeft genomen, en met name van de nieuwe reeks van vier gerichte langerlopende herfinancieringstransacties (TLTRO II) ter stimulering van kredietverstrekking door banken aan de reële economie; benadrukt dat monetair beleid alléén onvoldoende is om groei en investeringen te stimuleren en dat dergelijk beleid gepaard moet gaan met passend fiscaal beleid en structurele maatregelen;

31.  benadrukt het belang van overheidsinstellingen als een alternatieve financieringsbron voor kmo's ten opzichte van private banking;

32.  verzoekt de Commissie om het evenredigheidsbeginsel toe te passen op de vervroegde terugbetaling van leningen in de gehele EU, zoals in de vorm van een plafond om de kosten voor kmo's te beperken en transparante overeenkomsten voor kmo's;

Financiering van kmo's door niet-bancaire instellingen

33.  vraagt de lidstaten een risico- en kapitaalmarktcultuur te bevorderen; herhaalt dat een grotere financiële onderlegdheid van kmo's niet alleen essentieel is om de kredietverstrekking door banken aan te zwengelen, maar ook om de acceptatie en het gebruik van kapitaalmarktoplossingen te vergroten en om vrouwen en jongeren aan te moedigen een eigen bedrijf op te richten en uit te breiden, omdat die hen in staat stelt de kosten, de baten en de aan dat soort oplossingen gerelateerde risico's beter te beoordelen; beklemtoont het belang van heldere regels betreffende het verstrekken van financiële informatie; moedigt de lidstaten aan om de basisbeginselen van financiële onderlegdheid en bedrijfsethiek op te nemen in pre-universitaire en universitaire studies, zodat de betrokkenheid van jongeren bij kmo-activiteiten wordt vergroot; verzoekt de lidstaten en de Commissie de financiële onderlegdheid en de toegang tot financiële vaardigheden en kennis van kmo's te vergroten en ervoor te zorgen dat goede praktijken worden gedeeld; merkt echter op dat kmo's op dit gebied ook zelf een verantwoordelijkheid hebben;

34.  benadrukt de voordelen van leasing voor kmo's omdat op die manier kapitaal van een onderneming opnieuw kan worden vrijgemaakt voor extra investeringen in duurzame groei;

35.  merkt op dat de kapitaalmarktunie een kans is om zowel de lacunes in het huidige regelgevingskader aan te vullen als de grensoverschrijdende wetgeving te harmoniseren; wijst erop dat wanneer bankleningen de financiële en bedrijfsbehoeften van kmo's niet vervullen, een kapitaaltekort ontstaat; vindt het belangrijk dat in het kader van de totstandbrenging van de kapitaalmarktunie en de bankenunie ook continu werk wordt gemaakt van de convergentie van de EU-processen en -procedures en de reeds bestaande financiële regelgeving continu tegen het licht wordt gehouden en dat daarbij in het bijzonder wordt gekeken naar de gevolgen van die regelgeving voor kmo's en de algehele macro-financiële en macro-economische stabiliteit; benadrukt dat bij een dergelijke evaluatie rekening moet worden gehouden met de aanbevelingen betreffende de uitvoerbaarheid van ingevoerde maatregelen; vraagt de Commissie voorstellen te doen voor een passend, op maat gesneden regelgevingskader voor de verstrekkers van leningen aan kmo's dat voor de ondernemingen in kwestie niet te complex is en op vertrouwen van de kant van investeerders mag rekenen; is van mening dat in een alomvattende, goed ontworpen kapitaalmarktunie alle marktdeelnemers met dezelfde relevante kenmerken eenzelfde reeks regels moeten toepassen, een gelijkwaardige toegang moeten hebben tot een reeks financiële instrumenten of diensten en gelijk moeten worden behandeld wanneer ze op de markt actief zijn; juicht het actieplan van de Commissie voor de kapitaalmarktenunie toe, dat gericht is op het vergemakkelijken van de toegang voor kmo's tot een breder scala aan financieringsmogelijkheden; benadrukt dat op banken en op kapitaal gebaseerde financieringsmodellen elkaar moeten aanvullen;

36.  herinnert aan de aanzienlijke kosten voor kmo's van toegang tot de kapitaalmarkten, zoals schuld- en aandelenmarkten; onderstreept de noodzaak van evenredige regelgeving met minder ingewikkelde en logge openbaarmakings- en beursnoteringsvereisten voor kmo's, teneinde hun toegang tot kapitaalmarkten goedkoper te maken, evenwel zonder daarbij de bescherming van investeerders of de stabiliteit van het financieel systeem in gevaar te brengen; neemt kennis van de invoering van een minimaleopenbaarmakingsregeling voor kmo's in het voorstel van de Commissie voor een nieuwe prospectusverordening, dat momenteel wordt besproken; merkt op dat de regelgeving geen al te hoge obstakels mag opwerpen voor de overgang van bijvoorbeeld de ene naar de andere grootteklasse, of van een beursgenoteerde naar een niet-beursgenoteerde onderneming; is dan ook van mening dat een gefaseerde aanpak met geleidelijk toenemende regelgevingseisen de voorkeur moet krijgen; wijst in dit verband op de kmo-groeimarkten waarin in MiFID II is voorzien en pleit voor een snelle omzetting van dit instrument;

37.  vindt het van groot belang dat de informatie die banken, investeerders, toezichthouders en andere betrokken partijen over de financiering van kmo's krijgen transparant en gestandaardiseerd is en voor iedereen toegankelijk, teneinde hen in staat te stellen zich van het risicoprofiel te vergewissen en met kennis van zaken beslissingen te nemen, en de financieringskosten te beperken; is van mening dat de oprichting van een Europese gegevensbank met informatie over bedrijfsstrategieën en financieringsbehoeften van kmo's, waar zij hun gegevens - op vrijwillige basis - in kunnen opnemen en actualiseren, hiertoe nuttig kan zijn; vraagt de Commissie de invoering te overwegen van een uniek identificatienummer voor kmo's; vestigt daarnaast de aandacht op de mogelijkheden van structuren waarin banken en niet-bancaire actoren samenwerken voor het ondersteunen van kmo's; juicht de informatiestrategie voor kmo's van de Commissie toe, en met name de delen die betrekking hebben op het in kaart brengen van de meest relevante ondersteunings- en adviesinstrumenten in elk van de lidstaten voor kmo's die op zoek zijn naar alternatieve bronnen van financiering, op het bevorderen van goede praktijken op EU-niveau en op het onderzoeken van mogelijkheden voor het ondersteunen van pan-Europese informatiesystemen waar kmo's en verstrekkers van alternatieve financiering bijeen worden gebracht;

38.  brengt in herinnering dat boekhoudnormen uiterst belangrijk zijn, omdat ze bepalen hoe informatie wordt verstrekt aan toezichthouders en investeerders en omdat de administratieve last voor ondernemingen verschilt afhankelijk van de boekhoudnormen die van toepassing zijn; neemt nota van de lopende gesprekken over het nut van het ontwerpen van specifieke gemeenschappelijke boekhoudnormen voor kmo's en is verheugd dat hierover nog verder zal worden nagedacht;

39.  beklemtoont het potentieel van de nieuwe, innovatieve financiële technologie (FinTech) voor het gemakkelijker bij elkaar brengen van kmo's en potentiële investeerders; verzoekt de Commissie en de lidstaten de ontwikkeling van FinTech-initiatieven aan te moedigen, en de potentiële risico's daarvan in kaart te brengen en te onderzoeken of er behoefte bestaat aan een passend, geharmoniseerd regelgevingskader op EU-niveau, zonder dat daarbij innovatie wordt onderdrukt;

40.  vindt het belangrijk innovatie te bevorderen middels leningenplatforms; spoort banken aan het gebruik van dergelijke innovatieve technologieën als een kans te beschouwen; onderstreept dat alternatieve financieringsbronnen met name voor start-ups, vrouwelijke ondernemers en innovatieve kmo's een oplossing bieden; verzoekt de Commissie onderzoek te doen naar de behoefte aan en het potentieel van een geharmoniseerd EU-kader voor alternatieve financieringsbronnen, teneinde de beschikbaarheid van dit soort financiering voor kmo's in de gehele EU te verhogen; brengt in herinnering dat het systeem pas doeltreffend kan zijn als zowel de kmo's als de kredietverlener zich volledig bewust zijn van de potentiële risico's en kansen van het financieringsmechanisme; merkt op dat de bestaande wetten en regels inzake crowdfunding sterk verschillen tussen de lidstaten en grensoverschrijdende activiteiten niet echt lijken te bevorderen; is verheugd over de beoordeling door de Commissie van het bestaande kader voor crowdfunding; steunt het dat ervoor is gekozen de markt en de ontwikkelingen op regelgevingsgebied permanent te volgen en een steeds grotere onderlinge afstemming van regelgeving, het uitwisselen van goede praktijken en het faciliteren van grensoverschrijdende investeringen aan te moedigen; wijst er tegelijkertijd op dat crowd funding en 'peer-to-peer'-financiering niet overgereguleerd moeten worden, aangezien dit de ontwikkeling ervan zou belemmeren; vraagt de Commissie nieuwe platformen voor private-equityfinanciering, zoals mezzaninefinanciering en business angels, aan te moedigen; vraagt de Commissie veilig lenen aan bedrijven door particulieren via 'peer-to-peer'-financiering of retaildeposito's aan te moedigen; benadrukt dat ervoor moet worden gezorgd dat deze nieuwe financieringsvormen volledig in overeenstemming zijn met de desbetreffende belasting- en financiële wetgeving, zodat ze niet worden gebruikt voor belastingontwijking of financiële ondoorzichtigheid; benadrukt dat de huidige desbetreffende wetgeving moet worden geëvalueerd;

41.  neemt kennis van de voorstellen van de Commissie voor een kader voor eenvoudige, transparante en gestandaardiseerde (STS) securitisatie en de kalibrering van de prudentiële vereisten voor banken; merkt op dat aan de securitisatie van kmo's zowel risico's als voordelen kunnen zijn verbonden; neemt kennis van het mogelijke effect van deze voorstellen op kredietverstrekking door banken aan en investeringen in kmo's; beklemtoont de noodzaak van transparantie met betrekking tot de onderliggende risico's, alsook de noodzaak om een bijdrage te leveren aan de stabiliteit van het financiële systeem;

42.  stelt vast dat de uiteenlopende nationale insolventiewetgevingen en de daaruit voortvloeiende rechtsonzekerheid een obstakel zijn voor grensoverschrijdende investeringen in kmo's en start-ups; is van mening dat eenvoudigere, geharmoniseerde voorschriften op dit gebied een steun zouden zijn voor start-ups, micro- en kleine en middelgrote ondernemingen en het bedrijfsklimaat in de EU zouden verbeteren; is daarom verheugd over het besluit van de Commissie om deze kwestie aan te pakken via een wetgevingsvoorstel, als bepaald in haar actieplan inzake een kapitaalmarktunie, en kijkt uit naar het voorstel in kwestie; is van oordeel dat de Commissie moet nadenken over meerdere opties voor de implementatie van een EU-insolventiekader, en de lidstaten aanbevelingen moet doen toekomen op basis waarvan zij wetgeving kunnen vaststellen of implementeren voor effectieve en transparante insolventieregelingen, voor een op het juiste moment gepland herstructureringsproces en voor het elimineren van de administratieve en regelgevingslast voor kmo's, zoals ook staat in de landenspecifieke aanbevelingen;

43.  beklemtoont het potentieel van risicokapitaalfinanciering, met name voor niet-beursgenoteerde start-ups en innovatieve kmo's; stelt vast dat deze markten in de EU onderontwikkeld zijn; is blij met het initiatief van de Commissie om de EuVECA- en de EuSEF-wetgeving aan een toetsing te onderwerpen; benadrukt ook dat de Commissie dringend een einde moet maken aan de versnippering aan de nationale grenzen in de gehele Europese investeringsfondsensector;

44.  onderstreept de invloed van het ontwerp van de vennootschaps- en de inkomstenbelastingstructuren, alsmede van mogelijke belastingvoordelen, voor de interne financieringscapaciteit van kmo's; vestigt de aandacht op het feit dat in veel lidstaten kmo's anders worden belast dan sommige multinationale bedrijven, wat een negatieve invloed heeft op het concurrentievermogen van kmo's en de doeltreffendheid van financiering van kmo's uit verschillende bronnen aanzienlijk verkleint; merkt op dat kmo's, als gevolg van oneerlijke belastingpraktijken door sommige multinationale bedrijven, tot 30 % meer belastingen betalen dan dat ze zouden moeten doen in het geval van eerlijke belastingpraktijken, hetgeen een negatief gevolg heeft op hun interne financieringscapaciteit; juicht in dit verband het pakket anti-belastingontwijkingsmaatregelen van de Commissie toe, dat een eenvoudigere, doeltreffendere en eerlijkere belastingheffing in de EU als doel heeft; is van oordeel dat de lidstaten moeten werken aan billijke, effectieve en transparante belastingstelsels die financiering en investeringen aantrekken, zodat kmo's betere kansen krijgen om te starten en te groeien; benadrukt dat financiële vrijstellingen voor kmo's moeten worden ingevoerd, voornamelijk als ze in hun opstartfase zijn, zodat ze voldoende middelen hebben voor de daaropvolgende periodes van hun levenscyclus; benadrukt dat er een belastingbeleid moet komen dat de algemene belastingdruk en de belastingen op arbeid en ondernemingen verlaagt; onderstreept het belang van het aanpakken van de fiscale ongelijkheid tussen eigen vermogen en vreemd vermogen;

45.  merkt op dat rechtstreekse staatssteun, die de voordelen van concurrentie niet verstoort, soms nodig is om start-ups, micro- en kleine en middelgrote ondernemingen te voorzien van de nodige financiële middelen, voornamelijk wanneer door de sociaal-economische omstandigheden geen andere vorm van toegang tot financiering aanwezig is; benadrukt het belang van transparantie ten aanzien van overheidsregelingen en staatssteun die investeringen in kmo's ondersteunen, alsook van nieuwe instellingen voor financiering en investeringen;

46.  dringt er bij de lidstaten op aan zich te informeren over, en te leren uit de ervaringen met de Zwitserse WIR, die in 1934 werd opgericht en is gebaseerd op een kredietclearingassociatie tussen kmo's, aangezien de WIR een succesvolle macro-economische stabilisator is in tijden van strengere kredietvoorwaarden en liquiditeitsproblemen;

47.  verzoekt de Commissie een jaarverslag aan het Europees Parlement te presenteren met daarin de uitvoeringsstatus van de initiatieven en hun effect op een betere toegang tot financiering voor kmo's in Europa; verzoekt de Commissie om in het verslag ook haar eigen beoordeling op te nemen van de strategische koers en de aanbevolen wijzigingen, indien van toepassing;

48.  verzoekt de Commissie na te gaan hoe doeltreffend de bestaande instrumenten, zoals de Structuurfondsen en andere relevante programma's, die financiële steun aan kmo's verlenen, zijn ten aanzien van hun doelstellingen en in welke mate ze de gevolgen van de crisis voor kmo's hebben opgevangen;

49.  beseft dat micro-ondernemingen en kmo's in de culturele en creatieve sectoren steeds belangrijker worden voor investeringen, groei, innovatie en werkgelegenheid, maar ook een centrale rol spelen bij de instandhouding en bevordering van de culturele en taalkundige verscheidenheid;

50.  wijst erop dat al in de door de Commissie in oktober 2013 gepubliceerde studie "Survey on access to finance for cultural and creative sectors" geconstateerd werd dat de culturele en creatieve ondernemingen enorme moeilijkheden ondervonden bij de toegang tot krediet en met een financieel gat tussen de 8 en de 13,3 miljard EUR kampten;

51.  onderstreept dat in 2014 volgens cijfers van Eurostat 2,9 % van de actieve bevolking in de EU, d.w.z. 6,3 miljoen mensen, werkzaam was in de culturele en creatieve sector, en daarmee een percentage dat vergelijkbaar is met de sector banken en verzekeringen; benadrukt voorts dat de culturele en creatieve sector bijna 4,5 % van de Europese economie uitmaakt, aangezien bijna 1,4 miljoen kleine en middelgrote ondernemingen in heel Europa creatieve inhoud genereren en distribueren, en dat de werkgelegenheid in de culturele en creatieve sector sinds 2008 voortdurend gestegen is en dat deze sector een van de snelst groeiende sectoren van de Europese economie is die circa 4,2 % van het totale bbp van de EU genereert;

52.  erkent dat cultuur en innovatie cruciale factoren zijn om regio's te helpen investeringen aan te trekken; wijst erop dat het onwaarschijnlijk is dat banen in de culturele en creatieve sector naar elders worden overgeplaatst, omdat zij specifieke culturele en historisch bepaalde vaardigheden vereisen, die ook bijdragen aan de instandhouding van een brede reeks traditionele kunsten en ambachten; benadrukt het belang van steun voor kmo's die werken in minderheidstalen of minder gebruikte talen en de culturele en linguïstische diversiteit van Europa beschermen en bevorderen, en het belang van steun voor projecten van jonge starters die zich bezighouden met cultuurbehoud en cultureel erfgoed;

53.  onderstreept dat, gezien het grote aantal jongeren dat een studie op dit gebied volgt, stimulering van en investeringen in de culturele en creatieve sector zal bijdragen aan het scheppen van nieuwe banen en de bestrijding van de jeugdwerkloosheid; merkt op dat volgens een recente studie in de culturele en creatieve sectoren meer 15-29-jarigen werkzaam zijn dan in enige andere economische sector (19,1 % van de totale werkgelegenheid in de culturele en creatieve sector, tegen 18,6 % in de overige economie)(19); spoort de lidstaten aan de ontwikkeling van culturele en creatieve vaardigheden te versterken en gezamenlijke netwerken voor de ontwikkeling van ondernemersvaardigheden op te zetten met deelname van onderwijs- en opleidingsstelsels, creatieve ondernemingen en culturele en kunstinstellingen, teneinde een interdisciplinaire benadering te bevorderen; spoort de EU en de lidstaten aan met bredere oplossingen te komen om de ontwikkeling van talent en vaardigheden binnen de culturele en creatieve sector te bevorderen, bijvoorbeeld de verstrekking van innovatieve en flexibele beurzen ter ondersteuning van creativiteit, innovatie en talentontwikkeling;

54.  wijst erop dat volgens een door de Commissie uitgevoerd onderzoek uit 2013 de obstakels voor financiering in de culturele en creatieve sectoren zeer specifieke kenmerken hebben, namelijk grotere moeilijkheden bij het aantrekken van kapitaal en investeringen als gevolg van een beperkte gegevensbank, een gebrek aan direct beschikbare informatie over financieringsbronnen, een gebrek aan ondernemersvaardigheden, de afhankelijkheid van publieke investeringsregelingen en onvoldoende informatie, als gevolg van problemen op het gebied van risicobeoordeling en de taxatie van immateriële goederen, zoals intellectuele-eigendomsrechten;

55.  benadrukt daarom dat er met het oog op een betere toegang van de culturele en creatieve sectoren tot financieringsmogelijkheden sectorspecifieke oplossingen moeten worden gevonden, namelijk het ontwikkelen van deskundigheid voor de beoordeling van de specifieke risico's die bestaan als het aan materiële zekerheden ontbreekt, er zwaar op immateriële activa wordt geleund en er onzekerheid heerst over de vraag op de markt in tijden van digitale verandering; merkt op dat er zowel binnen micro-ondernemingen en kmo's als bij de financiële instellingen behoefte is aan deze deskundigheid; onderstreept dat intellectuele-eigendomsrechten als zekerheid kunnen worden aanvaard; onderstreept het belang van een geharmoniseerd wetgevingskader wat betreft belastingen en intellectuele eigendom in de EU, hetgeen het voor culturele en creatieve kmo's makkelijker zou kunnen maken om investeringen en financiering aan te trekken;

56.  is, ondanks de lange vertraging, verheugd over de start van de garantiefaciliteit in het programma Creatief Europa, want dit is een van de centrale middelen om in te spelen op de dringende behoefte aan leningen voor innovatieve en duurzame projecten in de culturele en creatieve sector, met inbegrip van micro-ondernemingen, kmo's, kleinere verenigingen zonder winstoogmerk en ngo's, en een van de centrale middelen om de vereiste billijke vergoeding voor de makers te garanderen; is ingenomen met het geïntegreerde opleidingsprogramma dat de garantiefaciliteit bankiers en financiële tussenpersonen aanbiedt; beveelt ten zeerste aan dat de nodige maatregelen in de loop van 2016 worden genomen, zoals was voorzien in het oorspronkelijke voorstel van de Commissie; herinnert eraan dat het financieringsgat, dat volgens een beoordeling vooraf van de Commissie waarschijnlijk meer dan 1 miljard EUR per jaar zal bedragen, het bedrag aan investeringen is dat verloren gaat wanneer ondernemingen met een degelijke bedrijfsstrategie en een goed risicoprofiel ofwel een afwijzing op hun leningaanvraag krijgen ofwel besluiten er helemaal geen aan te vragen omdat ze niet over voldoende tot zekerheid strekkende activa beschikken;

57.  is verheugd over het nieuwe, door de deskundigengroep van de lidstaten gepubliceerde verslag over de toegang tot financiering in de culturele en creatieve sectoren, een verslag dat is opgesteld via de open coördinatiemethode, en benadrukt dat de in dit verslag opgenomen aanbevelingen door de Commissie ten uitvoer moeten worden gelegd teneinde efficiëntere en innovatievere instrumenten te creëren en daarnaast de toegang tot financiering te faciliteren;

o
o   o

58.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad en de Commissie.

(1) PB C 24 van 22.1.2016, blz. 2.
(2) Aangenomen teksten, P8_TA(2014)0069.
(3) Aangenomen teksten, P8_TA(2016)0200.
(4) Aangenomen teksten, P8_TA(2016)0063.
(5) Aangenomen teksten, P8_TA(2015)0268.
(6) Aangenomen teksten, P8_TA(2015)0408.
(7) Aangenomen teksten, P8_TA(2016)0004.
(8) Aangenomen teksten, P8_TA(2016)0006.
(9) Aangenomen teksten, P8_TA(2015)0290.
(10) http://www.europarl.europa.eu/sides/getDoc.do?type=CRE&reference=20160413&secondRef=ITEM-024&language=EN&ring=O-2016-000060.
(11) PB C 19 van 22.1.2014, blz. 4.
(12) PB L 48 van 23.2.2011, blz. 1.
(13) PB L 124 van 20.5.2003, blz. 36.
(14) https://www.ecb.europa.eu/pub/pdf/other/art2_mb201407_pp79-97en.pdf.
(15) EBA/OP/2016/04 van 23.03.2016.
(16) Jaarverslag 2014/2015 over Europese kmo's van de Commissie.
(17) "Survey on the Access to Finance of Enterprises in the euro area – April to September 2015" van de ECB.
(18) "Survey on the Access to Finance of Enterprises in the euro area – April to September 2015" van de ECB.
(19) "Cultural Times - The first global map of cultural and creative industries", december 2015.

Juridische mededeling