Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2016/2912(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Kies een document :

Ingediende teksten :

RC-B8-1068/2016

Debatten :

Stemmingen :

PV 06/10/2016 - 5.3

Aangenomen teksten :

P8_TA(2016)0380

Aangenomen teksten
PDF 167kWORD 42k
Donderdag 6 oktober 2016 - Straatsburg Definitieve uitgave
Thailand, met name het geval van Andy Hall
P8_TA(2016)0380RC-B8-1068/2016

Resolutie van het Europees Parlement van 6 oktober 2016 over Thailand, met name de zaak Andy Hall (2016/2912(RSP))

Het Europees Parlement,

–  gezien zijn eerdere resoluties over Thailand, met name die van 20 mei 2010(1), 6 februari 2014(2), 21 mei 2015(3) en 8 oktober 2015(4),

–  gezien het antwoord, namens de Commissie, van vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid Mogherini van 19 november 2015 over de situatie van de heer Andy Hall,

–  gezien de verklaringen van 14 november 2014 die in overleg met de hoofden van de EU‑vertegenwoordigingen in Thailand zijn opgesteld door de EU-delegatie die een bezoek bracht aan Thailand,

–  gezien de persverklaring van het Bureau van de Hoge Commissaris van de Verenigde Naties voor de mensenrechten van 20 september 2016,

–  gezien de verklaring van Maurizio Bussi, landelijk directeur van de Internationale Arbeidsorganisatie voor Thailand, Cambodja en de Democratische Volksrepubliek Laos van 21 september 2016 over de veroordeling van arbeidsrechtenactivist Andy Hall in Thailand,

–  gezien de universele periodieke toetsing van Thailand door de VN-Mensenrechtenraad en de aanbevelingen ervan van 11 mei 2016,

–  gezien de Universele Verklaring van de rechten van de mens van 10 december 1948,

–  gezien het verslag over de migratie in Thailand in 2014, dat is opgesteld door de thematische werkgroep van de VN inzake migratie,

–  gezien de Verklaring over mensenrechtenverdedigers van de VN van 1998 en resolutie A/RES/70/161 van 17 december 2015 van de Algemene Vergadering van de VN,

–  gezien het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten (IVBPR) van 1966, waarbij Thailand partij is,

–  gezien het VN-Verdrag tegen foltering en andere wrede, onmenselijke of onterende behandeling of bestraffing van 1984,

–  gezien de verklaring van de Associatie van Zuidoost-Aziatische staten van 18 november 2012 over de mensenrechten,

–  gezien de leidende beginselen van de VN inzake bedrijfsleven en mensenrechten,

–  gezien artikel 135, lid 5, en artikel 123, lid 4, van zijn Reglement,

A.  overwegende dat de heer Andy Hall, arbeidsrechtenactivist en EU-burger, op 20 september 2016 werd veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van drie jaar en een boete van 150 000 THB vanwege zijn bijdrage aan een rapport van de Finse ngo Finnwatch, waarin de Thaise ananasgroothandelaar Natural Fruit Company Ltd werd beschuldigd van schendingen van het arbeidsrecht;

B.  overwegende dat Andy Hall officieel werd aangeklaagd wegens smaad en computercriminaliteit in verband met de publicatie van het rapport op het internet; voorts overwegende dat de behandeling van beide strafzaken van de heer Hall via het Thaise rechtsstelsel werd voortgezet;

C.  overwegende dat door het Thaise Ministerie van Arbeid werd vastgesteld dat bij Natural Fruit company Ltd verschillende rechten van werknemers werden geschonden en dat medewerkers van het bedrijf dit tijdens eerdere zittingen van de rechtbank eveneens hadden aangegeven;

D.  overwegende dat het gerechtshof van Prakanong (Bangkok) Andy Hall op 18 september 2015 in het gelijk stelde en de verwerpingen handhaafde van de andere strafrechtelijke procedures die wegens smaad tegen hem waren ingeleid, waartegen Natural Fruit company en de Thaise procureur-generaal hoger beroep hebben aangetekend en die momenteel door het hooggerechtshof worden behandeld; overwegende dat de twee civielrechtelijke procedures zijn geschorst in afwachting van de uitspraak in de twee strafrechtelijke procedures;

E.  overwegende dat een Thaise leverancier van kippenvlees, die vlees levert aan de Europese markt, volgens de berichten in de internationale en de Thaise nationale media ermee dreigt het netwerk voor de arbeidsrechten van migranten (MWRN), een organisatie waarvan Hall de adviseur is, Hall zelf en veertien werknemers van kippenboerderijen in Myanmar te zullen aanklagen wegens smaad en computercriminaliteit;

F.  overwegende dat de Thaise autoriteiten op 28 september 2016 ervoor hebben gezorgd dat verschillende buitenlandse mensenrechtendeskundigen en onderzoekers van Amnesty International het nieuwste onderzoeksverslag over regelmatige foltering en misbruik van politieke tegenstanders, migrerende werknemers, van opstandigheid verdachte en andere medewerkers van militaire bases, politiebureaus en detentiecentra niet publiekelijk konden presenteren;

G.  overwegende dat de buitensporige mate waarin de wetgeving inzake smaad, waaruit gevangenisstraffen kunnen voortvloeien, wordt ingezet tegen verdedigers van de mensenrechten die verslag uitbrengen over vermeende schendingen van de mensenrechten, de vrijheid van meningsuiting beperkt, hetgeen indruist tegen de verplichtingen van Thailand uit hoofde van het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten (IVBPR), waarbij het land partij is;

H.  overwegende dat Thailand bijna 4 miljoen buitenlandse inwoners telt, waarvan 2,7 miljoen uit Cambodja, Laos en Myanmar; overwegende dat migranten uit deze landen sinds 2001 weliswaar in aanmerking komen voor een werkvergunning, maar dat zich in Thailand nog altijd meer dan een miljoen ongeregistreerde migrerende werknemers bevinden;

I.  overwegende dat volgens de verklaring van Human Rights Watch van 18 september 2016 "de mensenrechten en de arbeidsrechten van migranten die in Thailand werken maar afkomstig zijn uit Myanmar, Cambodja en Laos, in de loop der jaren regelmatig en straffeloos zijn geschonden" en dat "migrerende werknemers weinig tot geen bescherming genieten uit hoofde van de Thaise arbeidswetgeving, ondanks verklaringen van de overheid dat alle wettelijk ingeschreven migrerende werknemers onder de bescherming van deze wetgeving vallen";

J.  overwegende dat Thailand met Cambodja en Laos in 2006 is gestart met de tenuitvoerlegging van een memorandum van overeenstemming (MoU) inzake samenwerking op het gebied van de tewerkstelling van werknemers en met Myanmar in 2009; overwegende dat werknemers krachtens het MoU-systeem vacatures en reisdocumenten konden ontvangen alvorens af te reizen naar Thailand, maar dat slechts 5% van de werknemers uit de desbetreffende landen het MoU-proces heeft doorlopen;

1.  is ingenomen met het grote engagement van de EU voor het Thaise volk, met wie de EU sterke en langdurige politieke, economische en culturele banden heeft;

2.  betreurt de veroordeling van Andy Hall en geeft uiting aan zijn bezorgdheid over de gerechtelijke procedure en de gevolgen ervan voor de vrijheid van verdedigers van de mensenrechten om hun werkzaamheden uit te voeren;

3.  roept de Thaise regering op alle nodige maatregelen te nemen om ervoor te zorgen dat de rechten van de heer Hall en andere verdedigers van de mensenrechten – met inbegrip van het recht op een eerlijk proces – worden geëerbiedigd en beschermd, om een gunstig klimaat tot stand te brengen dat bijdraagt tot de eerbiediging van de mensenrechten en om in het bijzonder ervoor te zorgen dat de bevordering en de bescherming van de mensenrechten niet strafbaar worden gesteld;

4.  verzoekt de Thaise autoriteiten de nationale wetgeving inzake smaad in overeenstemming te brengen met het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten (IVBPR), waarbij Thailand partij is, en daarnaast de wet inzake computercriminaliteit te herzien, waarvan de huidige formulering te vaag is;

5.  prijst de EDEO voor haar inzet in de zaak Andy Hall en dringt erop aan dat zij de situatie op de voet blijft volgen; roept de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid op de kwestie bij de Thaise regering onder de aandacht te brengen tijdens de komende ministeriële bijeenkomst van de EU en de ASEAN in Bangkok;

6.  wenst dat de Thaise regering en overheidsinstellingen hun nationale constitutionele verplichtingen naleven, evenals de internationale verplichtingen, en daarbij de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht, het recht op een eerlijke rechtsbedeling en een eerlijk proces, en het recht op vrijheid van meningsuiting, vereniging en vreedzame vergadering in acht nemen;

7.  erkent de vooruitgang die de Thaise regering heeft geboekt op het gebied van de bestrijding van arbeidsuitbuiting en de bescherming van nationale en migrerende werknemers, hetgeen met name blijkt uit het versterkte systeem voor arbeidsinspectie, de wetgeving inzake arbeidsbureaus, maatregelen ter voorkoming van schuldhorigheid en mensenhandel, een krachtiger sanctiebeleid ten aanzien van schendingen van het arbeidsrecht, de ratificering van Verdrag nr. 187 van de Internationale Arbeidsorganisatie (IAO) en de ondertekening, in maart 2016, van het Maritiem Arbeidsverdrag;

8.  vraagt de Thaise autoriteiten om, in overeenstemming met de beginselen inzake de mensenrechten en rekening houdend met de behoeften van de arbeidsmarkt, een holistisch langetermijnbeleid vast te stellen en te voeren voor laaggeschoolde, migrerende werknemers die naar Thailand komen; stelt in dit verband voor om, als een eerste stap in de goede richting, de wet inzake arbeidsbetrekkingen te herzien, teneinde ervoor te zorgen dat migrerende werknemers hetzelfde recht op vrijheid van vereniging genieten als Thaise burgers;

9.  roept op tot de bescherming van migrerende werknemers door middel van sterkere stimulansen om werkgevers bij het regulariseringsproces te betrekken, alsook door middel van het opleggen van hogere boetes of andere sancties aan werkgevers die zich buiten het regulariseringsproces houden of inbreuk plegen op de arbeidswetgeving;

10.  wenst dat de Europese Dienst voor extern optreden (EDEO) en de EU-delegatie in Bangkok toezicht blijven houden op de mensenrechtensituatie in Thailand, blijven samenwerken met de regering en het maatschappelijk middenveld en alle beschikbare instrumenten inzetten om de eerbiediging van de mensenrechten en de rechtsstaat in Thailand te waarborgen, evenals de bescherming van verdedigers van de mensenrechten;

11.  verzoekt de EU en haar lidstaten met klem om, door middel van transparante monitoring en rapportering en in samenwerking met het maatschappelijk middenveld, ervoor te zorgen dat ondernemingen die op hun grondgebied zijn gevestigd en handel drijven met Thailand, de internationale normen op het gebied van de mensenrechten eerbiedigen, en is ingenomen met de steun die Andy Hall mocht ontvangen van de Finse retailer S Group;

12.  verklaart stellig dat ondernemingen ter verantwoording moeten worden geroepen voor milieuschade en schendingen van de mensenrechten waarvoor zij verantwoordelijk zijn en dat de EU en de lidstaten dit als een kernbeginsel moeten uitdragen;

13.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid, de Commissie, de regering en het parlement van Thailand, de regeringen en parlementen van de lidstaten, de Hoge Commissaris van de Verenigde Naties voor mensenrechten, en de regeringen van de ASEAN-lidstaten.

(1) PB C 161 E van 31.5.2011, blz. 152.
(2) Aangenomen teksten, P7_TA(2014)0107.
(3) PB C 353 van 27.9.2016, blz. 52.
(4) Aangenomen teksten, P8_TA(2015)0343.

Juridische mededeling