Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2016/2920(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : B8-1085/2016

Ingediende teksten :

B8-1085/2016

Debatten :

Stemmingen :

PV 06/10/2016 - 5.10
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2016)0387

Aangenomen teksten
PDF 264kWORD 47k
Donderdag 6 oktober 2016 - Straatsburg Definitieve uitgave
Het in de handel brengen van zaden van genetisch gemodificeerde maïs 1507
P8_TA(2016)0387B8-1085/2016

Resolutie van het Europees Parlement van 6 oktober 2016 over het ontwerp van uitvoeringsbesluit van de Commissie betreffende het in de handel brengen voor de teelt van zaden van genetisch gemodificeerde mais 1507 (DAS-Ø15Ø7-1) (D046172/00 – 2016/2920(RSP))

Het Europees Parlement,

–  gezien het ontwerp van uitvoeringsbesluit van de Commissie betreffende het in de handel brengen voor de teelt van zaden van genetisch gemodificeerde mais 1507 (DAS-Ø15Ø7-1) (D046172/00),

–  gezien Richtlijn 2001/18/EG van het Europees Parlement en de Raad van 12 maart 2001 inzake de doelbewuste introductie van genetisch gemodificeerde organismen in het milieu en tot intrekking van Richtlijn 90/220/EEG van de Raad(1), en met name artikel 18, lid 1,

–  gezien het wetenschappelijk advies van de Europese Autoriteit voor voedselveiligheid (EFSA) dat voor het laatst is bijgewerkt op 24 februari 2012 over de geactualiseerde evaluatie van de milieurisicobeoordeling en aanbevelingen inzake risicobeheer van voor de teelt bestemde insectresistente genetisch gemodificeerde mais 1507(2),

–  gezien het wetenschappelijk advies van de EFSA van 18 oktober 2012 met aanvullende conclusies van de milieurisicobeoordeling en de aanbevelingen inzake risicobeheer van voor de teelt bestemde genetisch gemodificeerde insectresistente mais 1507(3),

–  gezien het wetenschappelijk advies van de EFSA van 6 december 2012 met bijgewerkte conclusies van de risicobeoordeling en aanbevelingen inzake risicobeheer over de genetisch gemodificeerde insectresistente MON 810-mais(4),

–  gezien het wetenschappelijk advies van de EFSA van 6 december 2012 met aanvullende conclusies van de milieurisicobeoordeling en aanbevelingen inzake risicobeheer voor de teelt van de genetisch gemodificeerde insectresistente mais Bt11 en MON 810(5),

–  gezien het wetenschappelijk advies van de EFSA van 28 mei 2015 met bijgewerkte aanbevelingen inzake risicobeheer ter beperking van de blootstelling van in stand te houden, niet tot de doelsoorten behorende schubvleugeligen in beschermde habitats aan stuifmeel van Bt-mais(6),

–  gezien de artikelen 11 en 13 van Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 16 februari 2011 tot vaststelling van de algemene voorschriften en beginselen die van toepassing zijn op de wijze waarop de lidstaten de uitoefening van de uitvoeringsbevoegdheden door de Commissie controleren(7),

–  gezien zijn resolutie van 16 januari 2014 over het voorstel voor een besluit van de Raad betreffende het in de handel brengen voor de teelt, overeenkomstig Richtlijn 2001/18/EG van het Europees Parlement en de Raad, van een maisproduct (Zea mays L., lijn 1507), genetisch gemodificeerd met het oog op resistentie tegen bepaalde schadelijke schubvleugelige insecten(8),

–  gezien de ontwerpresolutie van de Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid,

–  gezien artikel 106, leden 2 en 3, van zijn Reglement,

A.  overwegende dat Pioneer Overseas Corporation en Dow AgroSciences Europe Ltd in 2001 overeenkomstig Richtlijn 90/220/EEG van de Raad(9) bij de bevoegde instantie in Spanje een kennisgeving hebben ingediend (referentie C/ES/01/01) betreffende het in de handel brengen van genetisch gemodificeerde mais 1507; overwegende dat in 2003 een bijgewerkte kennisgeving is ingediend overeenkomstig Richtlijn 2001/18/EG;

B.  overwegende dat de genetisch gemodificeerde mais 1507 het Cry1F-eiwit tot expressie brengt, een Bt-eiwit (afkomstig van Bacillus thuringiensis subsp. Kurstaki) dat resistentie oplevert tegen de Europese maisboorder (Ostrinia nubilalis) en bepaalde andere schadelijke schubvleugelige insecten zoals de paarsrode boorders (Sesamia spp.), de legerrups (Spodoptera frugiperda), de aardrups van de grote worteluil (Agrotis ipsilon) en de Mexicaanse maisboorder (Diatraea grandiosella), alsook het PAT-eiwit dat tolerantie veroorzaakt tegen het herbicide glufosinaat-ammonium;

C.  overwegende dat glufosinaat als voor de voortplanting giftige stof is ingedeeld en derhalve onder de uitsluitingscriteria van Verordening (EG) nr. 1107/2009 valt; overwegende dat de uitsluitingscriteria van toepassing zijn op reeds goedgekeurde stoffen op het moment waarop de goedkeuring moet worden verlengd; overwegende dat de goedkeuring van glufosinaat in 2017 afloopt; overwegende dat er dus in principe in 2017 een einde moet komen aan het gebruik van glufosinaat;

D.  overwegende dat de teelt van genetisch gemodificeerde mais 1507 op grond van artikel 26 quater, lid 2, van Richtlijn 2001/18/EG verboden is op de volgende grondgebieden: Wallonië (België); Bulgarije; Denemarken; Duitsland (tenzij voor onderzoeksdoeleinden) Griekenland; Frankrijk; Kroatië; Italië; Cyprus; Letland; Litouwen; Luxemburg; Hongarije; Malta; Nederland; Oostenrijk; Polen; Slovenië; Noord-Ierland (Verenigd Koninkrijk); Schotland (Verenigd Koninkrijk); en Wales (Verenigd Koninkrijk);

E.  overwegende dat volgens de EFSA uit bewijs blijkt dat circa 95 tot 99 % van het vrijkomende stuifmeel binnen ongeveer 50 meter van de stuifmeelbron wordt afgezet, al kunnen verticale windbewegingen of windstoten tijdens het afgeven van stuifmeel de korrels hoog in de atmosfeer optillen en ze over aanzienlijke afstanden van enkele kilometers verspreiden;

F.  overwegende dat de mogelijke ontwikkeling van resistentie tegen het Cry1F-eiwit bij tot de doelsoorten behorende schadelijke schubvleugelige insecten door het ggo-panel van de EFSA is aangeduid als een probleem dat samenhangt met de teelt van mais 1507, aangezien de ontwikkeling van resistentie kan leiden tot aangepaste praktijken om ongedierte te bestrijden met mogelijke ongunstige gevolgen voor het milieu van dien;

G.  overwegende dat in Spanje sinds 2009 teosinte voorkomt, de voorouder van gecultiveerde mais; overwegende dat transgeen DNA, afkomstig van genetisch gemodificeerde mais MON 810 die in Spanje wordt verbouwd in sommige streken waar teosinte wijdverspreid is, in teosintepopulaties terecht zou kunnen komen; overwegende dat er genetische uitwisseling met teosinte kan plaatsvinden, waardoor het Bt-toxine kan aanmaken en maïs- en teosintehybriden fitter kunnen worden dan de inheemse teosinteplanten; overwegende dat dit scenario grote risico's voor de landbouwers en het milieu met zich meebrengt;

H.  overwegende dat de bevoegde Spaanse autoriteiten de Commissie ervan op de hoogte hebben gebracht dat er teosinte voorkomt in Spaanse maisvelden en in zeer beperkte mate in gg-maisvelden; overwegende dat volgens de beschikbare informatie ook de aanwezigheid van teosinte is vastgesteld in Frankrijk;

I.  overwegende dat de Commissie de EFSA op 13 juli 2016 verzocht uiterlijk eind september 2016 te beoordelen of er, op basis van de bestaande wetenschappelijke literatuur of andere relevante informatie, nieuw bewijs voorhanden is dat andere conclusies en aanbevelingen zou opleveren dan die in de wetenschappelijke adviezen van de EFSA over de teelt van genetisch gemodificeerde maïs MON 810, Bt11, 1507 en GA21;

J.  overwegende dat de Commissie in punt 24 van haar ontwerp van uitvoeringsbesluit beweert dat de EFSA twee niveaus van een "aanvaardbaar" lokaal sterftecijfer hanteert (0,5 % en 1 %); overwegende dat de EFSA in haar wetenschappelijk advies van 28 mei 2015 met bijgewerkte aanbevelingen inzake risicobeheer ter beperking van de blootstelling van in stand te houden, niet tot de doelsoorten behorende schubvleugeligen in beschermde habitats aan stuifmeel van Bt-mais, in feite echter duidelijk benadrukt dat "elk specifiek beschermingsniveau dat door het ggo-panel van de EFSA ter illustratie wordt genoemd slechts bedoeld is als voorbeeld" en dat "elke gehanteerde drempelwaarde noodzakelijkerwijs arbitrair is en gewijzigd kan worden op grond van de in de EU geldende beschermingsdoelstellingen";

K.  overwegende dat de Commissie in haar ontwerp van uitvoeringsbesluit het gewenste lokale sterftecijfer op een percentage lager dan 0,5 % stelde, en in de bijlage daarvan voorziet in arbitraire isolatieafstanden van ten minste 20 meter tussen een veld met mais 1507 en een beschermde habitat, als vastgelegd in artikel 2, lid 3 van Richtlijn 2004/35/EG, ondanks het feit dat de EFSA duidelijk als bewezen verklaart dat het opleggen van een isolatieafstand van 30 meter vanaf een beschermde habitat tot het dichtstbijzijnde gewas van mais 1507 het lokale sterftecijfer omlaag brengt, zelfs van zeer gevoelige larven van de niet tot de doelsoorten behorende schubvleugeligen, tot een percentage lager dan 0,5 %, waarvoor dus een langere isolatieafstand vereist is dan de door de Commissie voorgestelde afstand;

L.  overwegende dat de EFSA in haar wetenschappelijk advies van 28 mei 2015 met bijgewerkte aanbevelingen inzake risicobeheer ter beperking van de blootstelling van in stand te houden, niet tot de doelsoorten behorende schubvleugeligen in beschermde habitats verklaarde dat "de momenteel beschikbare gegevens ontoereikend zijn om op grond van het Bt-gerelateerde sterftecijfer van larven conclusies te trekken over het algemene sterftecijfer";

1.  is van mening dat het ontwerp voor een uitvoeringsbesluit van de Commissie de uitvoeringsbevoegdheden waarin in Richtlijn 2001/18/EG is voorzien, overschrijdt;

2.  is van mening dat de door de EFSA uitgevoerde risicobeoordeling over de teelt onvolledig is en dat de door de Commissie voorgestelde aanbevelingen inzake het risicobeheer inadequaat zijn;

3.  is van mening dat het ontwerp van uitvoeringsbesluit van de Commissie niet strookt met het recht van de Unie, aangezien het niet-verenigbaar is met de doelstelling van Richtlijn 2001/18/EG van het Europees Parlement en de Raad, namelijk om, in overeenstemming met het voorzorgsbeginsel, de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen van de lidstaten op elkaar af te stemmen en de volksgezondheid en het milieu te beschermen als er sprake is van de doelbewuste introductie van genetisch gemodificeerde organismen in het milieu voor andere doeleinden dan het in de handel brengen in de Gemeenschap, of het in de handel brengen in de Gemeenschap van genetisch gemodificeerde organismen als product of in producten;

4.  verzoekt de Commissie haar ontwerp van uitvoeringsbesluit in te trekken;

5.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad en de Commissie, alsmede aan de regeringen en de parlementen van de lidstaten.

(1) PB L 106 van 17.4.2001, blz. 1.
(2) Panel van de EFSA voor genetisch gemodificeerde organismen (ggo's); wetenschappelijk advies over de geactualiseerde evaluatie van de milieurisicobeoordeling en aanbevelingen inzake risicobeheer van voor de teelt bestemde insectresistente genetisch gemodificeerde mais 1507. EFSA Journal 2011;9(11):2429. [73 pp.] doi:10.2903/j.efsa.2011.2429.
(3) Panel van de EFSA voor genetisch gemodificeerde organismen (ggo's); wetenschappelijk advies met aanvullende conclusies van de milieurisicobeoordeling en de aanbevelingen inzake risicobeheer van voor de teelt bestemde genetisch gemodificeerde insectresistente mais 1507. EFSA Journal 2012;10(11):2934. [36 pp.] doi:10.2903/j.efsa.2012.2934.
(4) Panel van de EFSA voor genetisch gemodificeerde organismen (ggo's); wetenschappelijk advies met bijgewerkte conclusies van de risicobeoordeling en aanbevelingen inzake risicobeheer over de genetisch gemodificeerde insectresistente MON 810-mais. EFSA Journal 2012; 10(12):3017. [98 pp.] doi:10.2903/j.efsa.2012.3017.
(5) Panel van de EFSA voor genetisch gemodificeerde organismen (ggo's); wetenschappelijk advies met aanvullende conclusies van de milieurisicobeoordeling en aanbevelingen inzake risicobeheer voor de teelt van genetisch gemodificeerde insectresistente mais Bt11 en MON 810. EFSA Journal 2012;10(12):3016. [32 pp.] doi:10.2903/j.efsa.2012.3016.
(6) Panel van de EFSA voor genetisch gemodificeerde organismen (ggo's); wetenschappelijk advies met bijgewerkte aanbevelingen inzake risicobeheer ter beperking van de blootstelling van in stand te houden, niet tot de doelsoorten behorende schubvleugeligen in beschermde habitats aan stuifmeel van Bt-mais. EFSA Journal 2015;13(7):4127. [31 pp.] doi:10.2903/j.efsa.2015.4127.
(7) PB L 55 van 28.2.2011, blz. 13.
(8) Aangenomen teksten, P7_TA(2014)0036.
(9) Richtlijn 90/220/EEG van de Raad van 23 april 1990 inzake de doelbewuste introductie van genetisch gemodificeerde organismen in het milieu (PB L 117 van 8.5.1990, blz. 15).

Juridische mededeling