Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2015/2316(INI)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A8-0245/2016

Ingediende teksten :

A8-0245/2016

Debatten :

PV 24/10/2016 - 17
CRE 24/10/2016 - 17

Stemmingen :

PV 25/10/2016 - 7.4
CRE 25/10/2016 - 7.4
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2016)0404

Aangenomen teksten
PDF 392kWORD 59k
Dinsdag 25 oktober 2016 - Straatsburg Definitieve uitgave
Mensenrechten en migratie in derde landen
P8_TA(2016)0404A8-0245/2016

Resolutie van het Europees Parlement van 25 oktober 2016 over mensenrechten en migratie in derde landen (2015/2316(INI))

Het Europees Parlement,

—  gezien de Universele Verklaring van de rechten van de mens (UVRM) van 1948, met name artikel 13,

—  gezien het Verdrag betreffende de status van vluchtelingen van 1951 en het aanvullende protocol daarbij,

—  gezien het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten van 1966, het Internationaal Verdrag inzake economische, sociale en culturele rechten van 1966 en de protocollen daarbij,

—  gezien het Verdrag betreffende de status van staatlozen van 1954 en het Verdrag tot beperking der staatloosheid van 1961,

—  gezien het Internationaal Verdrag inzake de uitbanning van alle vormen van rassendiscriminatie van 1966,

—  gezien het Verdrag inzake de uitbanning van alle vormen van discriminatie van vrouwen (CEDAW) van 1979 en het protocol daarbij,

—  gezien het Verdrag tegen foltering en andere wrede, onmenselijke of onterende behandeling of bestraffing van 1984 en het protocol daarbij,

—  gezien het Verdrag inzake de rechten van het kind van 1989 en de protocollen daarbij,

—  gezien het Internationaal Verdrag inzake de bescherming van de rechten van alle migrerende werknemers en hun gezinsleden van 1990,

—  gezien het Internationaal Verdrag inzake de bescherming van alle personen tegen gedwongen verdwijning van 2006,

—  gezien het Verdrag inzake de rechten van personen met een handicap van 2006 en het protocol daarbij,

—  gezien het rapport van de secretaris-generaal van de Verenigde naties van 3 augustus 2015 over de bevordering en bescherming van de rechten van de mens, met inbegrip van wegen en middelen om de mensenrechten van migranten te bevorderen,

—  gezien de resolutie van de Algemene Vergadering van de VN van 18 december 2014 over de bescherming van migranten,

—  gezien het werk van diverse internationale mensenrechtenmechanismen, met name de verschillende rapporten van François Crépeau, speciaal rapporteur van de Verenigde Naties voor de mensenrechten van migranten, en van andere speciale rapporteurs, de universele periodieke doorlichting en het werk van andere verdragsorganen,

—  gezien de werkzaamheden en rapporten van het Bureau van de Hoge Commissaris van de Verenigde Naties voor de mensenrechten (OHCHR), waaronder de aanbevolen beginselen en richtsnoeren inzake de mensenrechten aan de internationale grenzen en het rapport over de situatie van migranten op doorreis,

—  gezien de VN-richtsnoeren inzake het bedrijfsleven en mensenrechten,

—  gezien de Dhaka-beginselen voor de verantwoorde rekrutering en tewerkstelling van migrerende werknemers,

—  gezien artikel 21 van het Verdrag betreffende de Europese Unie,

—  gezien de rapporten van het Bureau van de Europese Unie voor de grondrechten,

–  gezien de mededeling van de Commissie van 18 november 2011 getiteld "De totaalaanpak van migratie en mobiliteit" (COM(2011)0743),

–  gezien de mededeling van de Commissie van 13 mei 2015 getiteld "Een Europese migratieagenda" (COM(2015)0240),

–  gezien de mededeling van de Commissie van 14 oktober 2015 getiteld "Aanpak van de vluchtelingencrisis: voortgang van de uitvoering van de prioritaire maatregelen van de Europese migratieagenda" (COM(2015)0510),

–  gezien het besluit van de Commissie van 20 oktober 2015 tot oprichting van een noodtrustfonds van de Europese Unie voor stabiliteit en de aanpak van de diepere oorzaken van irreguliere migratie en ontheemding in Afrika (C(2015)7293),

–  gezien de conclusies van de bijeenkomst van de Europese Raad van 25 en 26 juni 2015 en van 15 oktober 2015,

–  gezien de conclusies van de Raad over het actieplan inzake mensenrechten en democratie (2015-2019), aangenomen op 20 juli 2015,

–  gezien de conclusies van de Raad van 9 november 2015 over maatregelen om de vluchtelingen- en migratiecrisis te beheersen,

–  gezien het actieplan en de politieke verklaring die werden goedgekeurd tijdens de top van Valletta op 11 en 12 november 2015,

–  gezien zijn eerdere resoluties over met migratie verband houdende kwesties, met name die van 17 december 2014 over de situatie in het Middellandse Zeegebied en de noodzaak van een holistische EU-aanpak van migratie(1), van 29 april 2015 over de recente tragedies op de Middellandse Zee en het migratie- en asielbeleid van de EU(2), en van 12 april 2016 over de situatie in het Middellandse Zeegebied en de noodzaak van een holistische EU-aanpak van migratie(3),

–   gezien zijn resolutie van 9 september 2015 over meisjes mondig maken door middel van onderwijs in de EU(4),

–   gezien zijn resolutie van 8 maart 2016 over de situatie van vrouwelijke vluchtelingen en asielzoekers in de EU(5),

–  gezien zijn resolutie van 5 juli 2016 over de bestrijding van mensenhandel in de externe betrekkingen van de EU(6),

–  gezien de slotverklaring van de tweede top van de voorzitters van de Parlementaire Vergadering van de Unie voor het Middellandse Zeegebied over het thema immigratie, asiel en mensenrechten in de Euro-mediterrane regio, die op 11 mei 2015 werd goedgekeurd(7),

–  gezien zijn resolutie van 17 december 2015 over het jaarverslag over mensenrechten en democratie in de wereld in 2014 en het mensenrechtenbeleid van de Europese Unie(8),

–  gezien de resolutie van de Paritaire Parlementaire Vergadering ACS-EU van 9 december 2015 over migratie, mensenrechten en humanitaire vluchtelingen(9),

–  gezien de diverse rapporten van organisaties uit het maatschappelijk middenveld over de situatie van migranten op het vlak van mensenrechten,

–  gezien artikel 52 van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie buitenlandse zaken en het advies van de Commissie ontwikkelingssamenwerking (A8-0245/2016),

A.  overwegende dat mensenrechten inherent zijn aan alle mensen, zonder enig onderscheid;

B.  overwegende dat migratie een mondiaal en multidimensionaal verschijnsel is dat wordt veroorzaakt door een verscheidenheid aan factoren, zoals economische omstandigheden (waaronder de evolutie van de verdeling van welvaart en van de economische integratie op regionaal en mondiaal niveau), sociale en politieke omstandigheden, de situatie op het gebied van arbeidsomstandigheden, geweld en veiligheid, de geleidelijke achteruitgang van het milieu en de steeds erger wordende natuurrampen; overwegende dat dit verschijnsel op een samenhangende en evenwichtige manier moet worden aangepakt, op basis van een totaalbeeld waarin ook het menselijke aspect aan bod komt, onder meer de positieve gevolgen voor de demografische en economische ontwikkeling;

C.  overwegende dat migratieroutes buitengewoon complex zijn, waarbij de verplaatsingen niet uitsluitend van de ene regio naar de andere lopen, maar ook vaak binnen eenzelfde regio; overwegende dat de internationale migratiestroom volgens de VN nog toeneemt, ondanks de mondiale economische crisis; overwegende dat momenteel bijna 244 miljoen mensen als internationale migranten worden beschouwd;

D.  overwegende dat de rechten die zijn verankerd in de UVRM en andere internationale verdragen universeel en ondeelbaar zijn;

E.  overwegende dat migratie ook een gevolg is van de toenemende mondialisering en de onderlinge verwevenheid van de markten;

F.  overwegende dat op basis van de verschillende factoren die een invloed hebben op migratie ook de gevolgen ervan kunnen worden voorspeld en dat het daarom essentieel is om passend beleid te ontwikkelen;

G.  overwegende dat schommelingen in migratiestromen, met name in tijden van crisis, verreikende economische, sociale en politieke gevolgen hebben voor zowel de landen van herkomst van migranten als voor hun landen van bestemming;

H.  overwegende dat doeltreffende methoden om het in- en uitreizen van buitenlandse staatsburgers te bewaken en te controleren, samen met analyses en prognoses van de effecten van migratie, het noodzakelijke fundament moeten vormen waarop alle beleidsmaatregelen voor migratiebeheer worden gebaseerd;

I.  overwegende dat de migratiefactoren diverser zijn geworden en dat ze meerdere dimensies kunnen hebben en kunnen berusten op economische, ecologische, culturele, politieke, familiale of persoonlijke overwegingen; overwegende dat een toenemend aantal migranten het slachtoffer is van gedwongen ontheemding en behoefte heeft aan bijzondere bescherming omdat zij bijvoorbeeld fragiele staten, conflicten, politieke of religieuze vervolging ontvluchten;

J.  overwegende dat het moeilijker wordt om een onderscheid te maken tussen vluchtelingen, asielzoekers en migranten, onder meer omdat veel landen niet beschikken over adequate juridische en institutionele instrumenten en kaders;

K.  overwegende dat de autoriteiten en ook de opvangcentra in landen van doorgang en bestemming goed geïnformeerd en voorbereid moeten worden om migranten en asielzoekers een gedifferentieerde en flexibele behandeling te bieden;

L.  overwegende dat de migratiebewegingen een mondiaal en regionaal karakter hebben gekregen en dat de migratiestromen zuid-zuid, waarvan 80 % plaatsvindt tussen landen met gemeenschappelijke grenzen en zonder grote inkomensverschillen, momenteel iets groter zijn dan de stromen zuid-noord;

M.  overwegende dat Europa wat betreft migratie steeds een regio van bestemming, maar ook een regio van oorsprong is geweest; overwegende dat, afgezien van de hedendaagse migratie van expats uit de hogere sociale klassen, Europeanen ook altijd zijn geëmigreerd vanwege economische ontberingen, conflicten of politieke vervolging; overwegende dat de huidige economische en financiële crisis tot de emigratie van een groot aantal Europeanen heeft geleid, onder meer naar landen in het zuiden met een opkomende economie;

N.  overwegende dat zich onder migranten steeds meer vrouwen en kinderen bevinden en onder vluchtelingen zelfs nog meer; overwegende dat steeds meer migranten en vluchtelingen over een diploma beschikken en dat de braindrain in 2010 al op 59 miljoen werd geschat; overwegende dat dit vooral voor Azië geldt, maar dat Afrika het meeste onder de braindrain te lijden heeft, omdat het continent slechts 4 % gediplomeerden telt, waarvan 31 % emigreert(10);

O.  overwegende dat volgens de Hoge Commissaris van de VN voor vluchtelingen de instabiliteit in bepaalde regio's en conflicten de oorzaak zijn van een humanitaire crisis die meer dan 65 miljoen vluchtelingen en ontheemden treft, vooral in ontwikkelingslanden;

P.  overwegende dat de Hoge Commissaris van de VN voor vluchtelingen vaststelt dat er minstens 10 miljoen staatlozen zijn;

Q.  overwegende dat artikel 13 van de UVRM bepaalt dat eenieder het recht heeft om zich vrijelijk te verplaatsen en te vertoeven binnen de grenzen van elke staat, maar ook om welk land ook, met inbegrip van het zijne, te verlaten en naar zijn land terug te keren;

R.  overwegende dat samenwerking en het delen van informatie en beste praktijken tussen landen van herkomst, doorgang en aankomst van essentieel belang zijn om illegale migratie en mensenhandel te voorkomen en te bestrijden, omdat het hierdoor mogelijk wordt gemeenschappelijke belangen en zorgen vast te stellen;

S.  overwegende dat een holistische benadering van de migratie moet inspelen op de mondiale uitdagingen inzake ontwikkeling, vrede in de wereld, rechten van de mens en klimaatverandering, met bijzondere aandacht voor verbetering van de humanitaire omstandigheden in de landen van herkomst, zodat de lokale bevolking in veiligere gebieden kan leven;

T.  overwegende dat de rechten van vluchtelingen zijn vastgelegd in het Verdrag van Genève en de bijbehorende protocollen;

U.  overwegende dat de levensomstandigheden, ook op gezondheidsgebied, in talrijke vluchtelingenkampen in het Midden-Oosten en Afrika achteruitgaan, en dat de veiligheid van de vluchtelingen er dikwijls niet gewaarborgd is, met name voor kwetsbare personen en in het bijzonder vrouwen en minderjarigen;

V.  overwegende dat volgens de Wereldbank de geldovermakingen van internationale migranten in 2013 meer dan 550 miljard dollar bedroegen, waarvan 414 miljard naar ontwikkelingslanden is gegaan;

W.  overwegende dat vreemdelingenhaat, discriminatie en geweld ten aanzien van migranten, anti-migrantengevoelens, haatdragende taal en haatmisdrijven aanzienlijk zijn toegenomen in de ACS-landen;

X.  overwegende dat een concrete, goed georganiseerde en specifieke respons op migratieaangelegenheden kansen biedt voor zowel individuele personen als landen; overwegende dat deze respons moet worden gestoeld op de beginselen van armoedebestrijding, de bevordering van duurzame ontwikkeling en de eerbiediging van de rechten en waardigheid van migranten en vluchtelingen; overwegende dat de respons moet zijn gebaseerd op nauwe samenwerking tussen landen van herkomst, doorgang en bestemming;

Y.  overwegende dat migratie een belangrijk dynamisch element is om de demografische crisis en het dalende percentage van de economisch actieve bevolking in bepaalde landen het hoofd te bieden;

Z.  overwegende dat het aantal illegale migranten moeilijk in te schatten is, hetgeen de vaststelling van indicatoren voor hun levens- en werkomstandigheden niet vergemakkelijkt, terwijl deze migranten net het meeste behoefte hebben aan bescherming, omdat zij zonder status en juridische erkenning meer dan anderen kwetsbaar zijn voor misbruik, uitbuiting en de ontzegging van de meest fundamentele mensenrechten;

AA.  overwegende dat internationale migratie kan worden gebruikt om specifieke tekorten in de arbeidsmarkt op te vullen;

AB.  overwegende dat migranten bijdragen aan de diversiteit van de gastlanden en deze landen cultureel verrijken; overwegende dat zij met het oog hierop volledig moeten worden geïntegreerd in de ontvangende samenlevingen, zodat deze voordeel kunnen halen uit hun economische, sociale en culturele potentieel; overwegende dat politieke besluitvormers het publiek hoogdringend moeten informeren over de in economisch, cultureel en sociaal opzicht positieve invloed van migranten op de samenleving om op die manier vreemdelingenhaat en discriminerende attitudes te voorkomen;

AC.  overwegende dat een adequaat opvang- en integratiebeleid ervoor zorgt dat de gevolgen van de traumatische episodes die migranten vaak hebben meegemaakt in hun leven niet erger worden of langer dan noodzakelijk blijven bestaan;

AD.  overwegende dat sociaal-culturele ontwikkeling afhangt van integratie, en overwegende dat dit serieuze inspanningen vergt van zowel de migranten, die bereid moeten zijn om zich aan de ontvangende samenleving aan te passen zonder noodzakelijkerwijs de culturele identiteit van hun geboorteland op te geven, als de instellingen en gemeenschappen van de gastlanden, die bereid moeten zijn om migranten op te vangen en tegemoet te komen aan hun behoeften;

Uitdagingen en risico's in verband met de eerbiediging van de rechten van migranten

1.  betuigt zijn solidariteit met de mensen die gedwongen hun land ontvluchten als gevolg van onder meer conflicten, vervolgingen, schendingen van de mensenrechten en extreme armoede; geeft uitdrukking aan zijn diepe bezorgdheid over de ernstige mensenrechtenschendingen waarmee veel migranten in de landen van doorgang of bestemming worden geconfronteerd; onderstreept dat de waardigheid en de mensenrechten van migranten moeten worden geëerbiedigd;

2.  benadrukt dat de Unie en haar lidstaten het goede voorbeeld moeten geven als het gaat om het bevorderen en beschermen van de mensenrechten van migranten, met name binnen de eigen grenzen, om op geloofwaardige wijze te kunnen deelnemen aan het debat over migratie en mensenrechten in derde landen;

3.  herinnert eraan dat de meerderheid van de vluchtelingen en migranten in de wereld wordt opgevangen in ontwikkelingslanden; erkent de inspanningen van derde landen om migranten en vluchtelingen op te vangen; benadrukt dat de hulpsystemen van deze landen het hoofd moeten bieden aan cruciale uitdagingen die een risico vormen voor de bescherming van een steeds grotere groep ontheemden;

4.  herinnert eraan dat "een ieder het recht [heeft] welk land ook, met inbegrip van het zijne, te verlaten"(11); onderstreept dat de sociale situatie en de nationaliteit van de betrokkene dit recht op geen enkele wijze mogen aantasten en dat iedereen het recht heeft op een waardige wijze migratiekeuzes te maken; verzoekt alle regeringen om het gebrek aan bescherming van de mensenrechten waarmee migranten worden geconfronteerd aan te pakken; verzoekt de nationale regeringen en parlementen om de punitieve wettelijke bepalingen die migratie criminaliseren af te schaffen en om oplossingen voor de korte, middellange en lange termijn toe te passen om de veiligheid van migranten te waarborgen; laakt het feit dat het verlaten van en terugkeren naar bepaalde landen in sommige gevallen wordt belemmerd of verboden en stelt de gevolgen van staatloosheid voor de toegang tot rechten aan de kaak;

5.  merkt op dat het toenemende aantal vluchtelingen overal ter wereld wordt overschaduwd door een nog groter aantal binnenlands ontheemde personen; onderstreept dat deze personen niet mogen worden gediscrimineerd om het enkele feit dat zij op zoek zijn gegaan naar veiligheid zonder internationale grenzen te overschrijden, en benadrukt daarom dat de rechten van binnenlands ontheemde personen, waaronder het recht van toegang tot gezondheidszorg en onderwijs, moeten worden geëerbiedigd;

6.  herhaalt dat het belangrijk is om staatloze personen te identificeren, zodat hen de bescherming kan worden geboden waar zij recht op hebben op grond van het internationaal recht; dringt er in dit verband met klem bij de staten op aan om procedures voor het bepalen van staatloosheid in te voeren en goede praktijken uit te wisselen, onder meer ten aanzien van wetgeving en procedures die erop gericht zijn om nieuwe gevallen van staatloosheid van kinderen te voorkomen;

7.  vestigt de aandacht op de aanhoudende noodzaak om staatloosheid in aanmerking te nemen in het kader van de externe betrekkingen en het externe beleid van de Unie, met name omdat staatloosheid een belangrijke oorzaak van gedwongen ontheemding is; herinnert aan de toezegging in het strategisch kader en actieplan van de Europese Unie inzake mensenrechten en democratie, gepubliceerd in 2012, om "een gezamenlijk kader tussen de Commissie en de EDEO [te] ontwikkelen voor het bespreken van staatloosheid en willekeurige detentie van migranten met derde landen";

8.  is verontrust over het feit dat migranten en vluchtelingen worden onderworpen aan willekeurige detentie en mishandeling, en wijst er andermaal op dat detentie alleen bij absolute noodzaak mag worden aangewend, en dat in elk geval passende beschermingsmaatregelen moeten worden verzekerd, waaronder de toegang tot passende rechtsmiddelen;

9.  roept staten op om hun verplichtingen uit hoofde van het internationaal recht ten aanzien van asiel en migratie te erkennen en de nationale wetgeving vast te stellen die nodig is om deze verplichtingen daadwerkelijk ten uitvoer te leggen, waaronder ook de mogelijkheid om een verzoek om internationale bescherming in te dienen; vraagt dat de mate van vervolging en discriminatie waaronder migranten hebben geleden en de aard ervan in deze wetgeving in aanmerking wordt genomen;

10.  herinnert eraan dat migranten het recht hebben om niet te worden teruggestuurd naar landen waar zij het risico op mishandeling en foltering lopen; herinnert eraan dat collectieve uitzettingen en refoulement volgens het internationaal recht verboden zijn; uit zijn bezorgdheid over de behandeling van migranten die gedwongen moeten terugkeren naar hun land of naar een derde land zonder adequate follow-up van hun situatie en vraagt dat in elk geval rekening wordt gehouden met de moeilijkheden die zij bij hun terugkeer naar deze landen ondervinden;

11.  stelt voor om re-integratieprogramma's op te zetten voor migranten die terugkeren naar hun land van herkomst;

12.  benadrukt dat het belangrijk is om het recht van migranten op toegang tot justitie en een doeltreffende voorziening in rechte te eerbiedigen, ongeacht hun status en zonder dat zij bang hoeven te zijn te worden aangegeven bij de immigratiediensten en te worden aangehouden en uitgezet; is bezorgd dat er in vele landen een gebrek is aan controle- en monitoringmechanismen voor procedures met betrekking tot de schending van de rechten van migranten, alsook aan kwaliteitsgaranties wat de aan migranten en asielzoekers verstrekte informatie en juridische bijstand betreft; pleit ervoor dat het personeel van de voor asiel bevoegde autoriteiten en van opvangcentra, alsook andere personeelsleden en maatschappelijk werkers die in contact komt met personen die op zoek zijn naar internationale bescherming een passende opleiding krijgen, zodat naar behoren rekening wordt gehouden met de algemene en persoonlijke omstandigheden en de gendergerelateerde problemen van personen die een beschermingsverzoek indienen;

13.  roept de Commissie en de EDEO voorts op om de uitwisseling van succesvolle werkwijzen met derde landen te verbeteren, in het bijzonder door opleiding te geven aan hulpverleners zodat zij een beter inzicht krijgen in de verschillende kenmerken, achtergronden en ervaringen van migranten, met name de kwetsbaarsten onder hen, en deze zo beter kunnen beschermen en bijstaan op basis van hun specifieke behoeften;

14.  onderstreept dat de concepten "veilige landen" en "veilige landen van herkomst" de individuele beoordeling van een asielverzoek niet in de weg mogen staan; vraagt dat migranten die behoefte hebben aan internationale bescherming in elk geval worden geïdentificeerd en dat hun verzoek wordt behandeld; staat erop dat zij de nodige waarborgen krijgen op het gebied van non-refoulement, en dat hen toegang wordt verleend tot een klachtenmechanisme;

15.  vestigt de aandacht op fysiek en psychologisch geweld en de noodzaak om de specifieke vormen van geweld en vervolgingen te erkennen waarvan migrerende vrouwen en kinderen het slachtoffer zijn, zoals mensenhandel, gedwongen verdwijning, seksueel misbruik, genitale verminking, huwelijk op jonge leeftijd en gedwongen huwelijk, huiselijk geweld, slavernij, eermoorden en seksuele discriminatie; herinnert aan het ongeziene en nog altijd stijgende aantal slachtoffers van seksueel geweld en verkrachting, hetgeen onder meer wordt ingezet als oorlogswapen;

16.  is bezorgd over de praktijk van het inlijven van kinderen bij gewapende groeperingen; benadrukt dat het noodzakelijk is beleidsmaatregelen te bevorderen voor hun ontwapening, rehabilitatie en re-integratie;

17.  onderstreept dat vrouwen en kinderen die worden gescheiden van hun familieleden, onder meer wanneer zij worden vastgehouden, worden blootgesteld aan grotere risico's;

18.  herinnert eraan dat niet-begeleide vrouwen en meisjes, vrouwen die hoofd van een gezin zijn, zwangere vrouwen, personen met een handicap en ouderen bijzonder kwetsbaar zijn; onderstreept dat meisjes die op de vlucht zijn voor conflicten en vervolging een groter risico lopen op huwelijk op jonge leeftijd en gedwongen huwelijk, vroegtijdige zwangerschap, verkrachting, seksueel en fysiek misbruik en prostitutie, ook wanneer ze zogenaamd veilige plaatsen hebben bereikt; vraagt derhalve om gespecialiseerde bescherming en bijstand, met name op het gebied van gezondheid, tijdens hun verblijf in opvangkampen;

19.  pleit ervoor om genderaangelegenheden te integreren in migratiebeleid, onder meer om mensenhandel en alle andere vormen van geweld en discriminatie ten aanzien van vrouwen te voorkomen en te bestraffen; dringt erop aan om volledige gelijkheid tot stand te brengen, de jure en de facto, omdat dit een sleutelelement is voor het voorkomen van dit soort geweld tegen vrouwen, met het doel hun zelfstandigheid en onafhankelijkheid te bevorderen;

20.  is bezorgd over het stijgend aantal verklaringen en getuigenissen die wijzen op de toename van geweld tegen migrantenkinderen, met inbegrip van foltering en gevangenhouding, alsook verdwijning; benadrukt, in overeenstemming met het advies van de VN-Commissie voor de rechten van het kind, dat detentie van kinderen op grond van alleen hun migratiestatus of die van hun ouders een schending van de rechten van kinderen vormt en nooit in hun belang is;

21.  herinnert eraan dat migrantenkinderen bijzonder kwetsbaar zijn, vooral als zij niet worden begeleid, en dat zij recht hebben op bijzondere bescherming op basis van het beginsel dat het belang van het kind volgens de internationale rechtsregels voorop staat; benadrukt dat het probleem van niet-begeleide minderjarigen in het kader van ontwikkelingssamenwerking moet worden aangepakt door hun integratie in het land van verblijf te bevorderen, met name door toegang te geven tot onderwijs en medische zorgen en door het risico van geweld, misbruik, uitbuiting en verwaarlozing te voorkomen;

22.  geeft uiting aan zijn bezorgdheid over de problemen bij de registratie van kinderen die zijn geboren buiten hun land van herkomst, die kunnen leiden tot een groter risico op staatloosheid; vraagt derhalve dat deze kinderen worden geregistreerd bij de geboorte, ongeacht de migratiestatus van hun ouders;

23.  verzoekt de Unie dringend om nauw samen te werken met Unicef, de UNHCR en alle bevoegde internationale organisaties en instellingen en er alles aan te doen om de bescherming van migrerende kinderen en hun gezin tijdens de hele migratietocht te verbeteren, ongeacht hun migratiestatus, door de financiering van beschermingsprogramma's, met name op het gebied van instellingen voor onderwijs en medische zorgen, door specifieke ruimten voor kinderen en psychologische hulp ter beschikking te stellen, de vaststelling van familiebanden en de hereniging van kinderen die niet worden begeleid of zijn gescheiden van hun familie te verzekeren en door de beginselen van non-discriminatie, non-criminalisering, non-detentie, non-refoulement, niet-toepassing van onnodige bestraffing, gezinshereniging, lichamelijke en wettelijke bescherming en het recht op een identiteit toe te passen;

24.  herinnert eraan dat criminele netwerken profiteren van het gebrek aan legale migratieroutes, regionale instabiliteit en conflicten, maar ook van de kwetsbaarheid van vrouwen, meisjes en kinderen die proberen te vluchten, om hen tot slachtoffer maken van mensenhandel en seksuele uitbuiting;

25.  vestigt de aandacht op de specifieke vormen van geweld en vervolging waaraan LGBTI-migranten worden onderworpen; vraagt om steun voor de tenuitvoerlegging van specifieke mechanismen voor de sociale en juridische bescherming van LGBTI-migranten en -asielzoekers, om ervoor te zorgen dat rekening wordt gehouden met hun kwetsbaarheid en erop toe te zien dat hun verzoek om bescherming, ook in beroep, zorgvuldig wordt onderzocht;

26.  wijst er andermaal op dat economische, sociale en culturele rechten, met name het recht op gezondheid, onderwijs en huisvesting, mensenrechten zijn waarop alle migranten, en met name kinderen, een beroep moeten kunnen doen, ongeacht hun migratiestatus;

27.  is verontrust over de schendingen van het arbeidsrecht en de uitbuiting van migranten; erkent dat onderwijs, de mogelijkheid om te werken en gezinshereniging belangrijke elementen van het integratieproces zijn; onderstreept de noodzaak om alle vormen van gedwongen tewerkstelling van migranten te bestrijden en veroordeelt in het bijzonder elke vorm van uitbuiting van kinderen;

28.  is bezorgd over de discriminerende praktijken waarmee bepaalde socio-culturele, taalkundige en religieuze minderheden al te dikwijls worden geconfronteerd en die zo bijdragen aan de ongelijke toegang tot rechten voor migranten;

29.  verzoekt de gastlanden om het recht van vrouwelijke migranten op seksuele en reproductieve gezondheid te waarborgen;

30.  wijst erop dat moet worden vermeden dat er afzonderlijke wijken voor migranten worden gecreëerd, maar dat hun integratie moet worden bevorderd en zij de mogelijkheid moeten krijgen om gebruik te maken van alle maatschappelijke kansen die zich voordoen;

31.  is van mening dat het recht op onderwijs en het recht om te werken de zelfstandigheid en de integratie van migranten bevorderen, net zoals gezinshereniging en het recht om in een gezin te leven; wijst met klem op het belang van sociale bescherming van migrantenwerknemers en hun gezinnen; wijst erop dat de daadwerkelijke integratie van migranten moet berusten op een grondige beoordeling van de arbeidsmarkt en het toekomstige potentieel daarvan, een betere bescherming van de mensenrechten en arbeidsrechten van migrantenwerknemers, en een voortdurende dialoog met actoren op de arbeidsmarkt;

32.  benadrukt dat het leren van de taal van het gastland de levenskwaliteit van migranten en hun economische en culturele onafhankelijkheid aanzienlijk kan verbeteren en ook de toegang tot informatie over hun rechten in de ontvangende samenleving vergemakkelijkt; is van mening dat het taalonderwijs moet worden verzekerd door de autoriteiten van het ontvangende land; pleit ervoor migranten bij het volledige sociale en politieke besluitvormingsproces te betrekken;

33.  meent dat toegang tot werk, onderwijs en een onafhankelijke status ven essentieel belang is voor de integratie en emancipatie van vrouwelijke migranten; vraagt dat de inspanningen op dit gebied worden opgevoerd voor vrouwelijke migranten, die doorgaans ondervertegenwoordigd zijn, teneinde de toegenomen belemmeringen voor hun integratie en voor een versterking van hun positie weg te nemen;

34.  wijst erop dat ontvangende landen de emancipatie van migranten, en met name vrouwelijke migranten, moeten bevorderen door hen de nodige maatschappelijke kennis en vaardigheden te bieden, vooral op het gebied van beroepsopleiding en taalonderwijs, als onderdeel van een op sociaal-culturele inclusie gerichte aanpak;

35.  is van mening dat alle werknemers een arbeidscontract moeten krijgen in een taal die zij begrijpen en dat zij moeten worden beschermd tegen contractsubstitutie; benadrukt dat de bescherming van mensenrechten moet worden verbeterd via bilaterale overeenkomsten tussen landen van herkomst en bestemming;

36.  acht het van belang om samenhangende en alomvattende genderbewuste nationale beleidsmaatregelen op het gebied van migratie vast te stellen voor alle fasen van het migratieproces, gecoördineerd binnen de regering en ontwikkeld na uitgebreid overleg met nationale mensenrechtenorganisaties, de particuliere sector, werkgevers- en werknemersorganisaties, het maatschappelijk middenveld en migranten zelf en ondersteund door internationale organisaties;

37.  wijst erop dat iedereen, zowel mannen als vrouwen, recht heeft op veilige en rechtvaardige arbeidsomstandigheden en op de volledige eerbiediging van de rechten van werknemers, in overeenstemming met de internationale normen en instrumenten met betrekking tot de rechten van de mens en de basisverdragen van de IAO;

38.  wijst erop dat onzekere vormen van arbeid waarmee migranten, en met name vrouwelijke migranten, gewoonlijk te maken krijgen in het gastland tot een grotere kwetsbaarheid leiden; herinnert eraan dat arbeidsuitbuiting dikwijls een gevolg is van mensenhandel of -smokkel, maar zich ook kan voordoen buiten die twee misdrijven om; is in dit verband bezorgd over het feit dat tal van werkgevers in de gastlanden niet worden bestraft hoewel zij zich schuldig maken aan schendingen van de internationale normen van het arbeidsrecht ten aanzien van migrantenwerknemers; uit zijn bezorgdheid over het feit dat de arbeidswetgeving in bepaalde landen praktijken toestaat die in strijd zijn met de internationale normen; is van mening dat bij het bestrijden van arbeidsuitbuiting van migranten een tweeledige aanpak moet worden gevolgd, waarbij de werkgevers die zich schuldig hebben gemaakt aan misbruik doeltreffend worden vervolgd, en de slachtoffers in bescherming worden genomen;

39.  wijst op de noodzaak om de door migranten in hun land van herkomst verworven kwalificaties te erkennen als middel om hun onafhankelijkheid en sociale integratie in verschillende domeinen van de samenleving, en met name op de arbeidsmarkt, te vergemakkelijken; onderstreept dat migranten, met inbegrip van migranten die zich in een irreguliere situatie bevinden, het recht moeten hebben organisaties te vormen die de rechten van werknemers verdedigen en zich hierbij aan te sluiten, ook bij vakbonden, en dat deze structuren moeten worden erkend;

40.  spoort ondernemingen aan de leidende beginselen van de VN inzake bedrijfsleven en mensenrechten toe te passen om ervoor te zorgen dat hun activiteiten geen negatieve gevolgen voor de mensenrechten hebben en te reageren indien dit zich toch zou voordoen, alsook om ernaar te streven alle negatieve gevolgen voor de mensenrechten die rechtstreeks verband houden met hun activiteiten te voorkomen of te beperken;

41.  verzoekt de Unie haar gecoördineerde diplomatieke inspanningen met de Verenigde Staten en andere internationale partners voort te zetten, met het oog op actieve samenwerking met derde landen om tegemoet te komen aan de dringende noodzaak van een gemeenschappelijke strategie voor het aanpakken van de huidige wereldwijde uitdaging op het vlak van migratie;

42.  verzoekt de hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid dringend alle concrete inspanningen te leveren die nodig zijn om daadwerkelijke en doeltreffende toezeggingen te verkrijgen van de betrokken derde landen;

43.  benadrukt dat het noodzakelijk is dat de EU haar buitenlands beleid intensiveert, teneinde voor vrede en stabiliteit te zorgen in gebieden waar oorlog en conflicten tot enorme migratiestromen naar de Europese Unie leiden;

44.  herinnert eraan dat de Europese Unie en haar lidstaten de plicht hebben positieve maatregelen te nemen om de diepere oorzaken van de crises die aan de massale migratie ten grondslag liggen weg te nemen;

45.  vraagt om verbetering van de humanitaire omstandigheden in de landen van herkomst en doorgang, zodat de lokale bevolking en vluchtelingen in veiligere gebieden kunnen leven;

46.  spoort de strijdende partijen aan hun aanvallen op burgers te staken, hen te beschermen en in staat te stellen de gebieden waar geweld heerst veilig te verlaten of bijstand te ontvangen van humanitaire organisaties;

47.  benadrukt de invloed van Islamitische Staat en van de evolutie van deze beweging op de massale instroom van legitieme asielzoekers en irreguliere migranten; is zich bewust van de cruciale rol van beleidsmaatregelen inzake veiligheid en terrorismebestrijding voor het aanpakken van de onderliggende oorzaken van migratie;

48.  herinnert aan de recente uitspraak van de Hoge Commissaris van de VN voor vluchtelingen dat een groot aantal migranten het slachtoffer is van terrorisme en ernstige mensenrechtenschendingen en dat deze vluchtelingen daarom als zodanig moeten worden behandeld;

49.  herinnert eraan dat hervestigingsprogramma's onder auspiciën van de UNHCR een nuttig instrument vormen om de aankomst van personen die internationale bescherming behoeven in goede banen te leiden in tal van landen over de hele wereld; onderstreept dat voor zover hervestiging geen te overwegen optie is alle staten moeten worden aangespoord om programma's voor toelating op humanitaire gronden in te stellen en uit te voeren, of om ten minste de noodzakelijke omstandigheden te scheppen om vluchtelingen in staat te stellen dicht bij hun land van herkomst te blijven;

50.  wijst op de groeiende behoeften en het aanhoudende tekort aan financiering voor de humanitaire hulp die naar de buurlanden van Syrië wordt gestuurd, waardoor het Wereldvoedselprogramma met name de voedselrantsoenen voor vluchtelingen heeft moeten verminderen; verzoekt de lidstaten van de VN, alsook de Europese Unie en haar lidstaten om ten minste hun financiële verplichtingen na te komen; wijst erop hoe belangrijk het is om de hulp voor vluchtelingen in die landen te concentreren op de terbeschikkingstelling van bestaansmiddelen, de veiligheid van de vluchtelingen en hun toegang tot grondrechten, in het bijzonder de toegang tot gezondheidszorg en onderwijs, in nauwe samenwerking met de UNHCR, het Wereldvoedselprogramma en de bevoegde organen;

51.  wijst er andermaal op dat migratie en ontwikkeling met elkaar verband houden en dat ontwikkelingssamenwerking op het gebied van onderwijs, gezondheidszorg, arbeidsrecht, armoedebestrijding, mensenrechten, democratisering en de wederopbouw na afloop van een conflict, alsook de strijd tegen ongelijkheid, de gevolgen van de klimaatverandering en corruptie de sleutel vormen tot het voorkomen van gedwongen migratie; stelt vast dat land- en grondstoffenroof ernstige gevolgen kunnen hebben voor humanitaire crises en dat sociale, politieke en humanitaire crises mensen kunnen aanzetten tot migratie; is van mening dat migratie wereldwijd wordt gezien als een krachtig instrument voor duurzame en inclusieve ontwikkeling;

52.  roept de Unie en de internationale gemeenschap op een omschrijving te geven van specifieke initiatieven die overheden kunnen nemen om het potentieel van legale migratie als katalysator van ontwikkeling te vergroten; benadrukt dat politiek leiderschap en krachtige pleitbezorging nodig zijn, met name in de landen van bestemming, om vreemdelingenhaat te bestrijden en de sociale integratie van migranten te vergemakkelijken;

53.  is van oordeel dat migratie onderliggende oorzaken heeft (met name op het gebied van economie, politiek, maatschappij en milieu); meent dat ontwikkelingshulp gericht moet zijn op het werkelijk aanpakken van deze oorzaken, door een betere capaciteitsopbouw, ondersteuning van conflictoplossing en de bevordering van de eerbiediging van de mensenrechten; benadrukt dat deze oorzaken verband houden met toenemende conflicten en oorlogen, mensenrechtenschendingen en het ontbreken van goed bestuur;

54.  onderstreept dat het belangrijk is om migratiebeheer te baseren op regionale en lokale samenwerking, met betrokkenheid van het maatschappelijk middenveld;

Een aanpak op basis van de eerbiediging van de mensenrechten

55.  dringt er bij alle actoren die betrokken zijn bij de uitwerking van beleid en bij de besluitvorming inzake asiel en migratie op aan om de definities van migranten en vluchtelingen niet te laten versmelten; wijst er andermaal op dat bijzondere aandacht moet uitgaan naar vluchtelingen die een conflictgebied of vervolging ontvluchten en die in dat opzicht onder het asielrecht vallen zolang zij niet naar hun land van herkomst kunnen terugkeren; herinnert eraan dat de meeste vluchtelingen hun toevlucht zoeken in buurlanden en -regio's van hun land van herkomst; pleit daarom voor een holistische aanpak in het kader van het externe beleid van de Unie;

56.  verzoekt de staten alle internationale verdragen en akkoorden met betrekking tot de mensenrechten te ratificeren en de normen inzake de rechten van migranten toe te passen die te vinden zijn in een hele reeks rechtsinstrumenten, waaronder de belangrijkste internationale mensenrechteninstrumenten en andere instrumenten in verband met migratie, zoals het VN-Verdrag van 1951 betreffende de status van vluchtelingen en de protocollen hierbij en het Internationaal Verdrag inzake de bescherming van de rechten van alle migrerende werknemers en hun gezinsleden; is in dit verband van mening dat het niet-ratificeren van dit laatste verdrag door de EU-lidstaten het mensenrechtenbeleid van de Unie en haar openlijke inzet voor de ondeelbaarheid van deze rechten ondergraaft;

57.  herinnert eraan dat het openstellen van veilige en legale migratieroutes het beste hulpmiddel vormt om mensenhandel te voorkomen en dat migratie en mobiliteit in ontwikkelingsstrategieën moeten worden erkend als motoren voor ontwikkeling in zowel het gastland als het land van herkomst door middel van geldovermakingen en investeringen; verzoekt de Unie en de meest ontwikkelde derde landen derhalve samen te werken om legale migratieroutes te creëren, naar het voorbeeld van goede praktijken in bepaalde staten, met name ter bevordering van gezinshereniging en mobiliteit – onder meer om economische redenen – en dit voor alle bekwaamheidsniveaus, ook voor de laagst geschoolde migranten, teneinde zwartwerk te bestrijden;

58.  is verheugd over de speciale bepalingen voor migranten, asielzoekers, ontheemden en staatlozen die zijn opgenomen in het Europees instrument voor democratie en mensenrechten (EIDHR) voor de periode 2014-2020; vraagt de Commissie om de bescherming en de bevordering van de rechten van migranten als een prioriteit te blijven beschouwen bij de tussentijdse evaluatie van het instrument voor de mensenrechten in 2017-2018; vraagt de EDEO en de lidstaten om de verbintenissen na te komen die zij zijn aangegaan in het kader van het EU-actieplan inzake mensenrechten en democratie dat in juli 2015 werd aangenomen, en mensenrechtengaranties op te nemen en te verbeteren in alle aan migratie gelieerde overeenkomsten, procedures en programma's met derde landen; meent dat alle overeenkomsten en programma's waar mogelijk vergezeld moeten gaan van een onafhankelijke evaluatie inzake mensenrechten en periodiek moeten worden geëvalueerd; pleit ervoor communicatie- en bewustmakingscampagnes te bedenken en te voeren over de kansen die migratie en migranten de samenleving kunnen bieden, zowel in het land van herkomst als in het gastland; herinnert er in dit verband aan dat het EIDHR ook in de toekomst projecten moet blijven financieren die een impuls geven aan de bestrijding van racisme, discriminatie, vreemdelingenhaat en andere vormen van onverdraagzaamheid, waaronder religieuze onverdraagzaamheid;

59.  verzoekt de Unie om als aanvulling op haar richtsnoeren inzake mensenrechten ook specifieke richtsnoeren met betrekking tot de rechten van migranten vast te stellen en in dit verband effectbeoordelingen uit te voeren en mechanismen voor de monitoring van het ontwikkelings- en migratiebeleid in te voeren, teneinde een doeltreffend overheidsbeleid ten aanzien van migranten te verzekeren; onderstreept hoe belangrijk het is de eerbiediging van de mensenrechten te integreren in al het beleid dat verband houdt met migratie in de externe betrekkingen van de Unie, met bijzondere aandacht voor buitenlandse zaken, ontwikkeling en humanitaire hulp; herhaalt dat de mensenrechten in alle externe beleidsmaatregelen van de Unie moeten worden geëerbiedigd, met name in het beleid op het gebied van handel, ontwikkeling, milieu en migratie, dat de in artikel 21 van het Verdrag betreffende de Europese Unie vastgelegde doelstellingen moeten worden nagestreefd en dat mensenrechtenclausules moeten worden toegepast in alle overeenkomsten van de Unie, met inbegrip van handelsovereenkomsten; vraagt in dit opzicht dat samenwerking met derde landen op het gebied van migratie altijd vergezeld gaat van een evaluatie van hun hulpsystemen voor migranten en asielzoekers, van de bijstand die ze bieden aan vluchtelingen en van hun vermogen en vastberadenheid om mensenhandel en -smokkel te bestrijden; verzoekt de EU en de lidstaten om toenadering te zoeken tot landen zoals Canada die een doeltreffend hervestigingsbeleid voeren; onderstreept dat geen enkele beleidsmaatregel op dit gebied ten koste mag gaan van het beleid inzake ontwikkelingshulp;

60.  spoort ertoe aan dat het recht van vrij verkeer en het recht op onderwijs, gezondheid en werk als thematische prioriteiten worden opgenomen in de financieringsinstrumenten voor externe samenwerking van de Unie, en vraagt om steun voor ontwikkelingslanden zodat deze een langetermijnbeleid kunnen vaststellen waarin deze rechten worden geëerbiedigd; verzoekt de Commissie en de EDEO om in het kader van landenstrategieën voor mensenrechten bijzondere aandacht te schenken aan de rechten van migranten;

61.  wenst dat de rechten van migranten en vluchtelingen als afzonderlijk punt worden toegevoegd aan de agenda van de dialogen van de Unie met de betrokken derde landen, en dat de Europese financiering van projecten ter bescherming van kwetsbare personen en van ngo's, mensenrechtenactivisten, journalisten en advocaten die zich inzetten voor de verdediging van de mensenrechten een prioriteit vormt;

62.  roept de landen daarom op ervoor te zorgen dat onafhankelijke waarnemers, ngo's, nationale en internationale instellingen en organisaties, alsook de media, toegang krijgen tot alle faciliteiten voor de opvang of detentie van migranten; spoort EU-delegaties, ambassades van lidstaten en delegaties die het Europees Parlement bezoeken aan om toe te zien op de situatie van migranten in deze faciliteiten en bij de nationale autoriteiten stappen te ondernemen teneinde de eerbiediging van de rechten van migranten en de transparantie ten aanzien van het publiek te verzekeren;

63.  merkt op dat mensenhandelaars veel vluchtelingen een vervormd beeld voorhouden; benadrukt wederom dat het belangrijk is om mensenhandel te bestrijden, geldstromen af te snijden en netwerken te ontmantelen, aangezien dit wellicht een positief effect zal hebben op de mensenrechtensituatie van vluchtelingen uit derde landen die oorlog en terreur proberen te ontvluchten;

64.  pleit ten aanzien van de bescherming van de rechten van migranten voor nauwe samenwerking met de bevoegde internationale organisaties en andere instellingen en organisaties die zich bezighouden met het beheer van migratie, met name in de meest getroffen landen, om hen te helpen ervoor te zorgen dat migranten op waardige wijze en met eerbiediging van hun rechten worden opgevangen;

65.  benadrukt dat het om migrantensmokkel en mensenhandel te voorkomen noodzakelijk is de samenwerking met deze organisaties te versterken, door opleidingen te verbeteren, capaciteitsopbouwmaatregelen te nemen en mechanismen voor het delen van informatie in te stellen, onder meer via een effectbeoordeling van de netwerken van "immigratieverbindingsfunctionarissen" en van de samenwerking die deze met derde landen tot stand brengen ter bevordering van samenwerking in strafzaken, alsook door aan te sporen tot de ratificatie van de protocollen van Palermo op dit gebied om samenwerking in strafzaken te bevorderen, verdachten te identificeren en in samenwerking met de nationale autoriteiten bijstand te verlenen in het kader van strafrechtelijke onderzoeken;

66.  vraagt dat het Europees Parlement meer betrokken wordt bij de invoering van een horizontale benadering van de mensenrechten in het migratiebeleid en dat deze problematiek wordt opgenomen in het jaarverslag van de Unie over mensenrechten en democratie in de wereld, ook in het deel dat betrekking heeft op de aanpak per land; dringt aan op een strikter parlementair toezicht op de werkovereenkomsten die met derde landen worden gesloten en op andere externe samenwerkingsactiviteiten van betrokken EU-agentschappen; vraagt dat meer rekening wordt gehouden met de deskundigenverslagen en de gegevens van het Europees Ondersteuningsbureau voor asielzaken (EASO) over de landen van herkomst van de vluchtelingen;

67.  erkent de rol en de bijdrage van het maatschappelijk middenveld in het kader van de politieke dialoog; onderstreept dat het belangrijk is het maatschappelijk middenveld te raadplegen bij alle maatregelen van het externe beleid van de Unie, waarbij speciale aandacht moet uitgaan naar volledige participatie, transparantie en een adequate verspreiding van informatie in alle beleidslijnen en processen die verband houden met migratie; herinnert eraan dat vrouwenorganisaties op besluitvormingsniveau moeten deelnemen aan de oplossing van conflicten, en dat vrouwelijke vluchtelingen, ontheemde vrouwen en vrouwelijke migranten op passende wijze betrokken moeten worden bij besluiten die op hen van toepassing zijn; verzoekt de Commissie en de EDEO om de capaciteit van nationale instellingen voor de rechten van de mens in derde landen te versterken, zodat zij hun inspanningen op het gebied van de bescherming van de rechten van migranten kunnen intensiveren en kunnen strijden tegen onmenselijke en vernederende behandeling en haatdragende taal ten aanzien van migranten, zoals vermeld in de Verklaring van Belgrado die is goedgekeurd door 32 bemiddelaars en nationale instellingen voor de rechten van de mens;

68.  dringt er bij de gastlanden op aan om een grotere rol toe te kennen aan migrantenverenigingen en om deze rechtstreeks te betrekken bij gemeenschapsontwikkelingsprogramma's;

69.  verzoekt de lidstaten hun toezegging na te komen om 0,7 % van hun bruto nationaal inkomen (bni) te besteden aan ontwikkelingshulp; dringt erop aan dat deze hulp niet afhankelijk wordt gesteld van samenwerking op migratiegebied en vraagt de Unie en haar lidstaten de financiering die is gebruikt voor de opvang van vluchtelingen niet mee te rekenen als ontwikkelingshulp;

70.  benadrukt dat de programma's voor ontwikkelingshulp niet alleen mogen worden ingezet voor doeleinden die met migratie en grensbeheer te maken hebben; dringt erop aan dat de ontwikkelingsprojecten van de EU die gericht zijn op migranten en asielzoekers op basis van het beginsel werken dat niemand aan zijn lot mag worden overgelaten, door de nadruk te leggen op primaire sociale voorzieningen, met name gezondheidszorg en onderwijs, en door bijzondere aandacht te besteden aan kwetsbare personen en groepen, zoals vrouwen, kinderen, minderheden en inheemse volkeren, LGBT-personen en personen met een handicap;

71.  wijst op de positieve aspecten van migratie voor de ontwikkeling van de landen van herkomst van de migranten, zoals bijvoorbeeld de geldovermakingen van migranten, die zo een aanzienlijke bijdrage kunnen leveren aan families en aan de ontwikkeling van gemeenschappen; verzoekt de staten derhalve om de kosten voor geldovermakingen te verlagen;

72.  verzoekt de Unie en haar lidstaten op efficiënte en doeltreffende manier te zorgen voor samenhang in het ontwikkelingsbeleid en in het migratiebeleid met betrekking tot derde landen veel ruimte toe te kennen aan de eerbiediging van de mensenrechten;

73.  dringt erop aan dat de Unie de migratiedimensie opneemt in het post-Cotonoukader dat de toekomstige betrekkingen tussen de Unie en de ACS-landen zal bepalen; merkt op dat een grotere betrokkenheid van derde landen bij de ontwikkeling van en onderhandeling over TAMM-instrumenten (totaalaanpak van migratie en mobiliteit) het "partnerschapsaspect" van deze instrumenten zal verbeteren waardoor de plaatselijke inbreng en de doeltreffendheid ervan worden bevorderd;

74.  dringt aan op schuldsanering voor arme landen, om hen te helpen overheidsbeleid te ontwikkelen waarin de eerbiediging van de mensenrechten wordt gewaarborgd; staat erop dat duurzame oplossingen voor schulden, waaronder normen voor verantwoord lenen, moeten worden gefaciliteerd door een multilateraal juridisch kader voor processen van staatsschuldherstructurering, met het oog op het verlichten van de schuldenlast en het voorkomen van onhoudbare schulden, zodat de voorwaarden worden gecreëerd om de mensenrechten op de lange termijn te kunnen beschermen;

75.  is verheugd over de integratie van migratie in de doelstellingen inzake duurzame ontwikkeling (SDG's), met name in doelstelling 10, die het kader zal vormen voor het mondiale ontwikkelingsbeleid tot 2030; herinnert eraan dat de staten hebben toegezegd internationaal samen te werken om een veilige, ordelijke en reguliere migratie te garanderen waarbij de mensenrechten volledig worden geëerbiedigd en migranten humaan worden behandeld, ongeacht hun status als migrant, vluchteling of ontheemde; merkt op dat gedwongen verplaatsing niet alleen een humanitaire kwestie is, maar ook een uitdaging op het gebied van ontwikkeling en dat de actoren op humanitair en ontwikkelingsgebied daarom beter op elkaar moeten inspelen; is van mening dat de tenuitvoerlegging van de SDG's een kans biedt om de op rechten gebaseerde benadering van asiel- en migratiebeleid te versterken en migratierichtsnoeren op te nemen in ontwikkelingsstrategieën; verzoekt de internationale gemeenschap meetbare indicatoren te gebruiken voor de SDG's over migratie en ook uitgesplitste gegevens te verzamelen en te publiceren over de toegang van migranten tot waardig werk, gezondheidszorg en onderwijs, met name in landen van bestemming die als ontwikkelingslanden kunnen worden aangemerkt, om zo het migratiebeheer te verbeteren;

76.  benadrukt dat de Unie en haar lidstaten de minst ontwikkelde landen (MOL's) moeten steunen in het kader van de strijd tegen de klimaatverandering, om te vermijden dat de ellende in die landen groter wordt en dat het aantal ontheemden wegens milieuproblemen toeneemt;

77.  vraagt de Unie actief deel te nemen aan het debat over de term "klimaatvluchteling" en aan de eventuele uitwerking van een definitie in het kader van het internationaal recht;

78.  wijst op de noodzaak van een effectievere coördinatie en een beoordeling van de tenuitvoerlegging, de effecten en de continuïteit van de verschillende financiële instrumenten die met betrekking tot migratie op het niveau van de Europese Unie beschikbaar zijn voor derde landen, en die betrekking hebben op terreinen als migratiebeleid, internationale ontwikkelingssamenwerking, buitenlands beleid, nabuurschapsbeleid en humanitaire hulp, waarvoor in de periode 2004-2014 voor meer dan 400 projecten meer dan 1 miljard EUR werd gemobiliseerd;

79.  benadrukt de effecten van de samenwerkingsinstrumenten van de Unie op het gebied van immigratie, asiel en mensenrechtenbescherming; neemt kennis van de oprichting van een noodtrustfonds voor stabiliteit en de aanpak van de diepere oorzaken van irreguliere migratie en het fenomeen van ontheemding in Afrika; vraagt om een evaluatie en monitoring van dit fonds en soortgelijke overeenkomsten zoals de verklaring EU-Turkije en de processen van Khartoem en Rabat;

80.  benadrukt dat de steun uit hoofde van overeenkomsten met derde landen moet worden gericht op het oplossen van de sociale, economische en politieke crises die tot migratie leiden;

81.  onderstreept het belang van uitgebreidere samenwerking van de Europese Unie met derde landen in het kader van de instrumenten van de totaalaanpak van migratie en mobiliteit (TAMM) om het partnerschapskarakter van deze instrumenten, hun efficiëntie en hun bijdrage aan het oplossen van uitdagingen op het vlak van migratie te versterken;

82.  acht het noodzakelijk om de samenhang van de totaalaanpak van migratie en mobiliteit te verbeteren, robuuste monitoring- en bewakingsmechanismen voor de eerbiediging van de mensenrechten te integreren in alle externe overeenkomsten en prioriteit te geven aan projecten in landen van herkomst en doorgang die zich ertoe lenen om de mensenrechtensituatie van migranten te verbeteren;

83.  spoort de Unie aan om partnerschapsovereenkomsten voor mobiliteit te sluiten met haar naaste partners;

84.  verzoekt de Commissie en de lidstaten om enkel terugkeerbeleidsmaatregelen te overwegen naar landen van herkomst waar migranten in alle veiligheid kunnen worden opgevangen, waar hun fundamentele en procedurele rechten volledig worden geëerbiedigd, en vraagt in dat opzicht om de voorkeur te geven aan vrijwillige boven gedwongen terugkeer; wijst er nadrukkelijk op dat overeenkomsten die in het kader van dit beleid met derde landen worden gesloten vrijwaringsclausules moeten bevatten die ervoor zorgen dat migranten die naar hun land worden teruggestuurd niet worden geconfronteerd met schendingen van hun rechten en geen risico lopen op vervolging; onderkent het belang van periodieke evaluaties om uit te sluiten dat overnameovereenkomsten worden gesloten met landen die zich niet aan internationale mensenrechtennormen houden;

85.  vraagt om maatregelen tegen smokkelnetwerken en om een einde te maken aan mensenhandel; dringt aan op wettige en veilige routes, onder meer via humanitaire corridors, voor personen die op zoek zijn naar internationale bescherming; vraagt dat permanente en verplichte hervestigingsprogramma's worden vastgesteld en dat humanitaire visa worden toegekend aan personen die conflictgebieden ontvluchten, onder meer om hen de mogelijkheid te geven een derde land binnen te komen om daar asiel te kunnen aanvragen; dringt aan op de totstandbrenging van meer wettige routes en de ontwikkeling van algemene regels voor binnenkomst en verblijf, zodat migranten de toestemming krijgen om te werken en een baan kunnen zoeken;

86.  dringt sterk aan op de invoering en betere tenuitvoerlegging van beschermingskaders voor migranten die zich in noodsituaties bevinden op doorreis naar en aan de grenzen van de Unie;

87.  is verheugd over acties tegen mensensmokkelaars en -handelaars en is voorstander van een versterkt beheer van de buitengrenzen van de Unie; onderstreept de noodzaak van een alomvattende en concrete routekaart met het oog op snelle maatregelen voor de lange termijn die ook samenwerking met derde landen voor het aanpakken van georganiseerde criminele smokkelaarsnetwerken omvat;

88.  onderstreept dat migrantensmokkel verband houdt met mensenhandel en een ernstige schending vormt van de rechten van de mens; herinnert eraan dat de ontplooiing van missies, zoals EUNAVFOR MED, kan worden gebruikt om concreet de strijd aan te gaan met de migrantensmokkel; vraagt de Unie om dat soort operaties verder te zetten en op te voeren;

89.  acht het noodzakelijk om na te denken over een verbetering van de veiligheid en het grensbeleid en over de vraag hoe de toekomstige rollen van Frontex en het EASO kunnen worden versterkt; roept op tot solidariteit en toezeggingen in de vorm van voldoende bijdragen aan de begroting en de activiteiten van deze agentschappen;

90.  onderstreept dat de werking van de "hotspots" en de punten van binnenkomst aan de buitengrenzen van de EU moet worden verbeterd;

91.  verzoekt de Unie gegevensbescherming op te nemen in de overeenkomsten inzake het delen en uitwisselen van informatie aan de grenzen en op de migratieroutes;

92.  verzoekt de Europese Unie en de gastlanden doeltreffende instrumenten te creëren om informatiestromen te coördineren en op elkaar af te stemmen, en om gegevens in te zamelen, onderling te vergelijken en te analyseren;

o
o   o

93.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de regeringen en parlementen van de lidstaten, de VN, de Raad van Europa, de Afrikaanse Unie, de Organisatie van Amerikaanse Staten en de Liga van Arabische Staten.

(1) PB C 294 van 12.8.2016, blz. 18.
(2) PB C 346 van 21.9.2016, blz. 47.
(3) Aangenomen teksten, P8_TA(2016)0102.
(4) Aangenomen teksten, P8_TA(2015)0312.
(5) Aangenomen teksten, P8_TA(2016)0073.
(6) Aangenomen teksten, P8_TA(2016)0300.
(7) http://apum.parlement.ma/Future_Meetings/Docs/IISummit-of-Speakers_Lisbon-11MAY2015/DeclaracaoCimeira_EN.pdf
(8) Aangenomen teksten, P8_TA(2015)0470.
(9) PB C 179 van 18.5.2016, blz. 40.
(10) Internationaal rapport 2015 van de VN over migratie, beschikbaar op http://www.un.org/en/development/desa/population/migration/publications/migrationreport/docs/MigrationReport2015_Highlights.pdf
(11) Artikel 13, lid 2, van de Universele Verklaring van de rechten van de mens (UVRM).

Juridische mededeling